(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verslagen omtrent 's rijks oude Archieven, Volume 24"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books disco verable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non- commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 

at http : //books . google . com/| 



' 




Digitized by 



Google 



T 



V. 



Digitized by 



Goo^ 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



h 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



VEB8LA6EN 



OMTRENT 



's RIJKS OUDE ARCHIEVEN. 



XXIV. 



1901. 



- ^<>^^j >o ^ V •' 



'SGRAYENHAGE. 
1908. 



Digitized by 



Google 



-''■ vorkI 



696172 



u. 



Digitized by 



Google 



INHOUD. 



Bladz. 

Rijksarchief te 's-Gravenhage 1 

Aanwinsten van het Rijksarchief te 's-Gravenhage in 1901 23 

Notulen van de twaalfde bijeenkomst der Rijksarchivarissen 73 

Rijksarchief in Noordbrabant 105 

Memorie houdende geschiedenis van de opneming in het 
RijkBarchief-depot te 's-Hertogenbosch van gedeelten der 

provinciale griflBe-archieven in Noordbrabant 141 

Rijksarchief in Gelderland 152 

Lijst van stukken van oud-rechterlijken aard op 15 Juni 1901 

overgenomen van het Gemeentebestuur van Culenborg . 171 

Rijksarchief in Noordholland 177 

Inventaris van het archief der gemeente Warmenhuizen . 189 

Rijksarchief in Zeeland ..v I .... . /. » . r,.v j.-. .... 229 

Archief der Engelsche gemeékjtê td^* Middelburg 259 

Rijksarchief in Utrecht. . . /' y , V / 275 

Lijst van afgietsels van de:zegélV<i^fUtrocht8che bisschop- 
pen, voorhanden in het rijksarchief in Utrecht .... 292 

R^ksarchief in Friesland 296 

Rijksarchief in Overijssel 320 

Rijksarchief in Groningen 340 

Rijksarchief in Drenthe 359 



Digitized by 



Google 



VT 

Bladz. 
Rijksarchief in Limburg 372 

Archivalia, overgenomen op het Raadhuis te Roermond den 
Igden Augustus 1894, den 17^®° September en 17d«"0cto- 
ber 1895 en den 17^^" Juli 1901 403 

Lijst der verschillende archieven van coUegiën, ambtenaren, 
kerkelijke overheden en geestelijke en wereldlijke instel- 
lingen, berustende in het Rijksarchief in Limburg. . . 560 

Verslag omtrent de ordening en inventarisatie van oude 
gemeente- en waterschapsarchieven in Noordbrabant 
over 1901 578 

Regeling van oude gemeente- en waterschapsarchieven in 

Zuid-Holland over 1901 588 

I 

Verslag omtrent oude gemeente-, waterschaps- en veenderij- 
archieven in Utrecht over 1900—1902 599 

Inventaris van het archief van het Veenraadschap der 
Geldersche en Stichtsche Veenen te Veenendaal. . . . 606 

Oude kerkelijke archieven in utrecht 671 

Overzicht van den inhoud van de oude kerkelijke archie- 
ven in utrecht 683 

Korte inventaris van de oude archieven van den Bur- 
gerlijken Stand in Utrecht 734 



- 1 • i • • • • • •*- • •• r 

/:;:••• 



• • • • ••. 

• ••• • • * 



• • • ••• ■_•• 






Digitized by 



Google 



Het Ryksarchief te 's-Gravenhage. 

A. Archirfwezbn. 

Overeenkomstig de bepaling mijner instructie heb ik de eer 
Uwer Excellentie verslag te doen van mijne werkzaamheden 
en van den toestand van het Rijksarchief gedurende het ver- 
loopen jaar. 

Met de archivarissen in de provinciën werd op 22 October 
eene bijeenkomst gehouden ter bespreking van de door Uwe 
Excellentie gestelde vraag: „In hoeverre voldoen het Koninklijke 
besluit van 26 Juni 1856 n«. 79 en de daarin geformuleerde 
regelen betreffende de archieven nog aan de tegenwoordige 
behoefte en welke wijzigingen zouden daarin wenschelijk zijn/' 
Allereerst werd de eigenlijke strekking van het besluit in 
overweging genomen. Het regelt de openbaarheid der Rijks- 
archieven van vóór December 1813 en is in de plaats getreden 
van het reglement van 4 Augustus 1829, dat die openbaarheid 
voor alle rijks-, provinciale en plaatselijke archieven had vast- 
gesteld. Tot nog toe is dit besluit het eenige algemeene voor- 
schrift omtrent dit onderwerp geweest. Men zag de wenschelijk- 
heid in, dat de openbaarheid van archieven in het algemeen 
geregeld worde en dat dit geschiede bij de wet of, bij gebreke 
hiervan, wat de Rijksarchieven althans betreft, bij Koninklijk 
besluit. Na dit op den voorgrond te hebben gesteld meende 
men aan het verlangen Uwer Excellentie zooveel mogelijk te 
kunnen voldoen door de bepalingen van het besluit alleen met 
de in de Rijksdepóts thans aanwezige archieven in verband te 
beschouwen. Om in het licht te stellen, in welke opzichten de 
toestand dier verzamelingen van bedoelde voorschriften afwijkt, 
werden de artikels van het besluit in behandeling genomen en 
daarin de wijzigingen aangebracht, die noodig zouden zijn, 
indien men die oepalingen met den toestand dier archieven 
zou willen doen overeenstemmen. 

Van mijne inspectiën van archieven in de provinciën is aan 
Uwe Excellentie rapport gedaan. 
Voor het archief in Suriname werden door Mr. Telting weder 

(1901) 1 



Digitized by 



Google 



werkzaamheden verricht. De voorloopige lijsten der oude a-^mi- 
nistratieve archieven van de Kolonie, alsmede die van de 
Wees- en onbeheerde boedelkamer, gedurende zijn verblijf te 
Paramaribo door hem zelven of onder zijne leiding opgemaakt, 
werden, voor zoover dit hier doenlijk was, door hem sj'stema- 
tisch ingericht en genommerd. Van die aldus in orde gebrachte 
lijsten werden afschriften naar de Kolonie overgezonden; opdat 
daar de stukken konden worden voorzien van nommers. over- 
eenkomende met die van de lijsten en daardoor voor latei'en 
tijd kon worden vermeden, dat er weder verwarring in deze 
verzameling ontstond. 

Als naar gewoonte diende ik Uwen ambtsvoorganger van 
advies omtrent de periodieke opruiming van waardeloos bevon- 
den stukken ter provinciale griffie van Zuidholland. Ook deelde 
ik mijne beschouwingen mede omtrent de vernietiging van 
soortgelijke stukken, die door den Commissaris der Koningin in 
Noord brabant en het gemeentebestuur van Harderwijk was voor- 
gesteld. Verder werd ik gehoord over eenige aangelegenheden, 
welke de Rijksdepóts in de provinciën betroflFen. Van dien aard 
waren de plannen om inventarissen van het archief der Staten 
en van de kerkelijke archieven van Drenthe te doen drukken, 
en de voorstellen om stukken van de Belgische heerlijkheid 
Stee voort uit het archief in Limburg af te geven, en om zekere 
bescheiden van het Geldersche archief voor de onlangs opge- 
richte Oudheidkamer te Tiel te bestemmen. Bovendien ontving 
ik de opdracht om met de Archivarissen in de provinciën in 
overleg te treden omtrent de bescheiden, die voor eene even- 
tueele ruiling van archieven met Pruissen in aanmerking zouden 
kunnen komen. 

De werkzaamheden tot regeling van de rechterlijke archieven 
in Zuidholland werden onafgebroken voortgezet. Alvorens hier- 
van een overzicht te geven meen ik melding te moeten maken 
van mijne bemoeiingen met archieven van dien aard, welke 
aan de gemeenten, waarop zij betrekking hebben, in bruikleen 
zijn gegeven. 

Naar de voorwaarden, waaronder zoodanige gemeente haar 
rechterlijk archief in bruikleen terugontvangt, moet daarvan 
een inventaris worden opgemaakt, die door Uwe Excellentie 
behoort te worden goedgekeurd. Zulk een inventaris van het 
rechterlijk archief van Dordrecht werd door den archivaris dier 
gemeente ingelevcird. Toen het bleek, dat de inrichting daarvan 
nog tot eenige opmerkingen aanleiding gaf, is hiervan aan 
Uwen ambtsvoorganger kennis gegeven. Met den tegenwoordigen 
archivaris, die den vorigen inmiddels is opgevolgd, zal over deze 
zaak nader in overleg worden getreden. 



Digitized by 



Google 



3 

De onderhandelingen met den vorigen archivaris over het 
copiëeren van het in het vorige jaarverslag vermelde register 
hebben niet tot een bevredigend resultaat geleid. 

Van het in bruikleen gegeven rechterlijk archief van Gouda 
werd door den Gemeente-archivaris een inventaris opgemaakt, 
overeenkomende met het door Uwe Excellentie goedgekeurde plan. 

Ter aanvulling van het in bruikleen gegeven rechterlijk 
archief van Leiden werden aan den Gemeente-archivaris aldaar 
toegezonden eenige in het Rijksarchief gevonden stukken be- 
treffende geconsigneerde gelden, boedelpapieren en andere 
bescheiden waarschijnlijk alle op consignaties betrekking heb- 
bende (1689—1808). 

In verband met de vroeger ontvangen opdracht kwamen voor 
de regeling der rechterlijke archieven vooral de zoodanige in 
aanmerking, welke behoorden tot gemeente-archieven, waarin 
vroeger de heer Hingman is werkzaam geweest. Het eerst zal 
ik melding maken van die van Waddinxveen, Oudewater, 
liekkerkerk, Schoonhoven en Hillegersberg, welke gemeenten 
hare rechterlijke archieven vroeger ni^t hadden afgegeven, maar 
eerst nu hiertoe zijn overgegaan. 

Het gemeentebestuur van Waddinxveen heeft aan de rech- 
terlijke stukken, die in 1899 uit het gemeente-archief waren 
toegezonden, nu ook de zoodanige toegevoegd, die het vroeger 
aan het bestuur van de polders Achterof en de Putte had afge- 
geven. De gansche verzameling kwam hierdoor in ons bezit, 
zoodat de definitieve inventaris daarvan door Mr. van Meurs 
kon worden afgewerkt. 

Het gemeentebestuur van Oudewater heeft eindelijk aan het 
verlangen van Uwen ambtsvoorganger toegegeven en het rech- 
terlijk archief afgestaan, dat vervolgens door den heer van Meurs 
geïnventariseerd is geworden. Door dezen werd ook het vroeger 
door Uwen ambtsvoorganger opgedragen onderzoek naar de in 
het gemeente-archief aanwezige, van naburige gemeenten af kom- 
stige bescheiden ten einde gebracht. Nadat over die zaak met 
Uwe Excellentie en den Archivaris in de provincie Utrecht in 
overleg was getreden, is aan het gemeentebestuur voorgesteld 
genoemde bescheiden te doen opnemen in de archieven, waarin 
zij naar hun aard behooren. Na goedkeuring van dit voorstel 
door het gemeentebestuur zijn aan den Archivaris in de 
provincie Utrecht afgegeven eenige rechterlijke stukken van 
Linachoten, Snellerwaard en IJsselvere en eenige administra- 
tieve van eerstgenoemde plaatsen, terwijl de gemeentebesturen 
van Hekendorp, Woerden, Polsbroek en IJsselstein eenige docu- 
menten, tot de archieven dier gemeenten behoorende, bekwamen. 

Het rechterlijk archief van Lekkerkerk was, toen het in 1896 



Digitized by 



Google 



werd opgevraagd, niet overgenomen, daar het gemeentebestuur 
toen verzocht had het in bruikleen te mogen behouden. Die zaak 
werd nu opnieuw door Uwen ambtsvoorganger aanhangig ge- 
maakt, hetgeen tot de afgifte dezer bescheiden heeft geleid. De 
inventaris daarvan werd door den heer van Oijen opgemaakt 
Een plaatselijk onderzoek van het gemeente-archief scneen over- 
bodig, daar de heer Burgemeester de verzekering gaf, dat er 
geene archiefstukken aanwezig waren buiten de door den heer 
Hingman geïnventariseerde verzameling, welke in een kast op 
de secretarie bewaard werd. 

Te Schoonhoven was het rechterlijk archief ook achterge- 
bleven, nadat het in 1896 was opgevraagd, daar die gemeente 
het eveneens in bruikleen wenschte te bekomen. Er werden 
toen onderhandelingen over die zaak geopend, die nu zijn 
hervat en afgeloopen. Het gemeentebestuur besloot het archief 
af te geven. Dientengevolge zijn de registers en losse stukken 
en vervolgens de charters, die als recnterlijk in aanmerking 
zouden kunnen komen, naar het Rijksarchief overgebracht, al- 
waar zij thans worden onderzocht. 

Toen Mr. van Meurs tot aanwijzing van bedoelde bescheiden 
het gemeente- archief bezocht, trof hij het in den geordenden 
toestand aan, die aan de inventariseering door den heer Hing- 
man te danken is. 

Ook het gemeentebestuur van Hillegersberg had in 1896 
verzocht het rechterlijk archief in bruikleen te mogen be- 
houden en was dientengevolge daarvan in het bezit gebleven. 
Het werd nu echter tot de afgifte daarvan bereid bevondea, 
toen ik in opdracht van uwen ambtsvoorganger die zaak op- 
nieuw aan de orde had gesteld. De stukken zijn naar het 
Rijksarchief overgebracht en daar in bewerking. Vooraf had 
Mr. van Meurs het gemeente- archief in oogenschouw genomen 
.en zich overtuigd, dat de toestand daarvan overeenkwam met 
den door den heer Hingman eamengestelden inventaris. 

Van de gemeente- archieven, waarin vroeger de heer Hing- 
man werkzaam is geweest, kwamen die van Vrijenban, Melis- 
sant, Dirksland, Voorburg, Rijswijk, 's-Gravenzande en Monster 
in aanmerking voor het onderzoek, of daarin, na de vroegere 
overneming van het rechterlijk archief, nog rechterlijke stukken 
waren achtergebleven. 

Bij dat onderzoek, door Mr. van Meurs ingesteld, werden in 
al de genoemde gemeente-archieven nog eenige rechterlijke 
stukken aangetroffen, die naar het Rijksarchief zijn overge- 
bracht, alwaar zij, met uitzondering van die van 's-Gravenzande 
en Monster, door hem zijn geïnventariseerd geworden. Die beide 
collecties z\jn nog in bewerlung. 



Digitized by 



Google 



5 

Te Vrijenban, Melissant en Dirksland bleek het geheele 
gemeente-archief geïnventariseerd te zijn geworden. Te Voorburg 
kwam buiten het geïnventariseerde archief nog een doos met 
verlijbrieven der heerlijkheid voor. Te Rijswijk werden eenige 
stukken, voornamelijk charters en publicaties o. a. betrekkelijk 
de vredehandeling van 1697 ongeïnventariseerd aangetrofien. 
's-Gravenzande bezit buiten haar geïnventariseerd archief nog 
eenige stukken, die echter voor een deel door schenking in de 
laatste jaren werden verkregen o. a. een prachtig kaartboek 
van de Regulieren van 's-Gravenzande van 1566, geschonken 
door Mr. C. J. E. Graaf van Bylandt. Daarentegen is er te 
Monster slechts weinig geïnventariseerd. Het grootste gedeelte 
bevindt zich zonder orde in 7 groote kisten op den zolder. 

Ook tot eenige gemeente-archieven, waarvan geen inventaris 
van den heer Hingman bestaat, strekte zich de regeling van de 
rechterlijke archieven uit. 

In 1891 had Woerden aan de aanvrage om het rechterlijk 
archief af te geven niet voldaan en ook later was die zaak 
hangende gebleven, totdat in het begin des jaars onderhande- 
lingen met het gemeentebestuur door Uwen ambtsvoorganger 
werden aangeknoopt, die tot eene beslissing dezer quaestie 
hebben geleid. Naaat het gemeentebestuur zich tot de afgifte 
had bereid verklaard, werden de rechterlijke stukken herwaarts 
overgebracht. De inventaris is thans in bewerking. 

De ordening van het gemeente-archief van Nieuwpoort was 
wel door den heer Hingman ondernomen, maar door zijn onver- 
wacht overlijden afgebroken. Toen die door Mr. Telting in 
opdracht van Gedeputeerde Staten werd voortgezet en voltooid, 
kwamen nog eenige rechterlijke stukken voor den dag, die nu 
onder onze aanwinsten zijn opgenomen. Hetzelfde had plaats 
met eenige rechterlijke bescheiaen, die door Mr. Telting oij de 
regeling van het gemeente-archief van Heukelom werden aan- 
getroffen. 

In 1895 had Mr. Heeres de in het gemeente-archief van Vlaar- 
dingerambacht aanwezige rechterlijke stukken naar het Rijks- 
archief overgebracht en geïnventariseerd. Hieronder bevonden 
zich eenige rechterlijke stukken van Vlaardingen, die toen niet 
geregeld zijn geworden. Deze zijn thans op onze aanwinstenlijst 
gebracht. 

In 1895 had het Hoogheemraadschap van Voome een gedeelte 
van het archief van Baljuw en leenmannen van het land van 
Voorne afgestaan, hetwelk zoowel rechterlijke als administra- 
tieve stukken bevatte. Hierbij bevonden zich ook stukken be- 
hoorende tot de archieven van de Dagvaart en Commissarissen 
van het comptoir generaal der verponding van het land van 



Digitized by 



Google 



6 

Voorne. De beschrijving dezer verzamelingen werd in de aan- 
winstenlijst van 1896 opgenomen. Bij de ordening van het 
archief van het Hoogheemraadschap door Mr. van Meurs in 
opdracht van Gedeputeerde Staten, werden nog een aantal be- 
scheiden, tot beide collecties behoorende, gevonden. Deze werden 
te gelijk met het archief van de Ringcommissie van Voome en 
Putten door het Hoogheemraadschap afgestaan. Van die docu- 
menten zijn niet het minst belangrijk de registers van de han- 
delingen van de algemeene dagvaarten van het land van Voome, 
die met eenige gapingen, van 1564 tot 1812 bewaard gebleven 
zijn. Daar deze vijf deelen ook tot 1779 de handelingen van 
de dagvaarten van de ingelanden aan de oostzijde van Flakkee 
bevatten en die handelingen, als dijkszaken betreffende, voor het 
Hoogheemraadschap waarde hebben, deed zich de vraag voor, 
in welk archief de registers geplaatst moesten worden : in het 
archief van het Rijk of in dat van het Hoogheemraadschap. 
Om deze zwarigheid uit den weg te ruimen is met het Hoog- 
heemraadschap overeengekomen, dat het Rijksarchief de registers 
zou hekomen, maar daaruit voor het college de handelingen 
van de ingelanden zouden worden afgeschreven. Zulke extracten 
zijn reeds uit de drie jongste registers gemaakt. Het tweede is thans 
in bewerking, maar wordt in zijn geheel gecopieerd, daar het 
door vochtigheid zoodanig heeft geleden, dat het zijn onder- 
gang tegemoet gaat. 

Toen de Archivaris van Schiedam mij had medegedeeld, dat 
in het archief aldaar nog eenige rechterlijke stukken gevonden 
waren, heb ik daarnaar onderzoek gedaan en bij die gelegen- 
heid vernomen, dat bij het gemeentebestuur het plan in over- 
weging was om een archiefgebouw te stichten, waarin het ge- 
heele rechterlijke archief zou kunnen worden opgenomen. 

De heer Beth ging voort met voor eene betere rangschikking 
en nommering van de van de arrondissements-rechtbanken 
overgenomen rechterlijke archieven zorg te dragen. Na de 
regeling van de van de rechtbank te Leiden afkomstige vol- 
tooid te hebben, nam hij eenige onder handen, die vroeger ter 
griffie van de rechtbank te Dordrecht hadden berust en nog 
niet op de aangeduide wijze geordend waren geworden. 

B. Rijksarchief. 

I Personeel, 

►ersoneel van het Rijksarchief kwam geene veran- 



Digitized by 



Google 



II. Ordening der archiefverzamelingen. 

Kon in het vorige jaar worden medegedeeld, dat de nieuwe 
beschrijving der gezantschapsverbalen en legatie-archieven door 
Mr. Telting was voortgezet en een goed eind was gevorderd, 
thans kan worden bericht, dat met de inventariseering, die nu heeft 
plaats gehad, van de stukken betreflende Turkije, de zooge- 
naamde Barbarijsche staten : Marocco, Algiers, Tunis en Tripoli, 
en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika dat werk door hem 
ten einde werd gebracht. Het archief der legatie te Constantinopel 
was het omvangrijkste van al de verzamelingen van dien aard, 
daar de latere ambassadeurs aldaar niet alleen met de autori- 
teiten hier te lande en soms met onze gezanten in andere rijken 
in briefwisseling stonden, maar overeenkomstig hunne instructie 
dikwijls eene drukke correspondentie onderhielden met de 
conguls in de steden van de Levant en in andere plaatsen aan 
de Middellandsche zee. 

Door onderzoekingen in de vroegere correspondentie van het 
Rijksarchief, oude inventarissen, lijsten van aanwinsten en auctie- 
catalogussen kon nog van verschillende reeds beschreven num- 
mers, waarvan echter de herkomst tot nog toe niet vaststond, 
nader worden nagespoord, hoe zij in de bestaande verzameling 
van gezantschapsverbalen en legatie-archieven waren gekomen, 
zoodat er slechts weinige overgebleven zijn, waaromtrent men 
in dit opzicht in het onzekere blijft verkeeren. 

De titels der verbalen en de inhoudsopgave der portefeuilles, 
waarin de legatie-archieven meerendeels geborgen zijn, zijn 
thans alle opnieuw op losse blaadjes geschreven met aanduiding 
van de verschillende kenteekenen, die van dienst konden zijn 
bij het onderzoek naar de herkomst, en aan het hoofd dier 
blaadjes is thans opgegeven, tot welk archief of tot welke 
verzameling zij oorspronkelijk hebben behoord. Verder zijn er 
bij de namen der gezanten verschillende bijzonderheden gevoegd 
b. v. (voor zoover dit was na te gaan) de datum van hunne 
commissie, die van hunne instructie, de plaats waar die te 
vinden is, de datum der resolutiën betreffende hunne credentie- 
brieven, paspoorten enz , de datum van hun ontslag of van 
hun overlijden. 

Voor dit alles was het van belang het grootste gedeelte van 
de vroeger reeds beschreven stukken nog eens nader na te 
gaan en daardoor bestond er tevens gelegenheid de beschrijvingen 
opnieuw te controleeren, en, waar dit wenschelijk bleek te 
zijn, uit te breiden. 

In aansluiting met deze regeling van de gezantschaps verbal en 
en legatie-archieven heeft de heer Morren die van het eigenlijke 



Digitized by 



Google 



archief van de Staten-Oeneraal, met uitzondering van de stukken 
van de Loketkas en van de Secreetekas, ondernomen. Vooraf 
werd het archief in zijn geheel nagegaan, waarbij de seriën van 
registers en liassen in eene betere volgorde worden geplaatst. 
Van deze en van de afzonderlijke registers en verzamelingen 
van losse stukken werd eene beschrijving gemaakt, waarna alle 
boekdeelen, liassen en portefeuilles tot een getal van ongeveer 
8000 doorloopend genommerd werden. De heer Jansen was 
hierbij behulpzaam door den minuut-inventaris met de stukken 
te vergelijken, de nommering aan te brengen en den minuut- 
inventaris in het net te schrijven. Het uiterlijk der liassen, die 
door veelvuldig gebruik sterk geleden hadden, werd tevens 
verbeterd. 

Tengevolge van de vele werkzaamheden, die aan de regeling 
der van de gemeenten overgenomen rechterlijke archieven 
verbonden zijn, heeft de heer Van Meurs zich niet met het 
archief van het Hof van Holland kunnen bezig houden. Er zijn 
echter maatregelen genomen om deze ordening onder zijne 
leiding met kracht voort te zetten. 

De schifting en beschrijving der stukken, afkomstig uit de 
sedert 1856 gevormde willekeurige „coUectiën" der Oost-Indische 
afdeeling van de oud-koloniale archieven, waarvan in de beide 
vorige jaarverslagen sprake was, is nu door Dr. Colenbrander 
voltooid. Daarna werden beschreven de stukken, te hereenigen 
met de archieven van het Koloniaal departement onder koning 
Lodewijk en met die der Holland sche divisie van het Ministerie 
van Marine en Koloniën te Parijs (1810 — 1813). Tevens werd 
het herstel der verzameling-Temminck ten einde gebracht. 

De bijlagen op de generale missiven der Hooge Regeering in 
Indië ziin in het archief der kamer Zeeland van de O.-I. C. 
niet, gelijk in dat van de kamer Amsterdam, bij die missiven 
ingebonden, doch grootendeels afzonderlijk gehouden. Ook deze 
documenten waren voor een belangrijk deel in de vroeger ver- 
melde „doozencoUectie" met hare willekeurige indeeling opge- 
nomen. Zij zijn thans met het archief der kamer Zeeland 
hereenigd en in verband gebracht met de missiven, waarop zij 
als bijlagen gediend hebben. 

Verder beschreef Dr. Colenbrander alle archiefstukken, welke 
hij bij den arbeid der laatste jaren gaandeweg ter zijde had 
gelegd als wel op zijne archiefKamers aangetroffen, doch ten 
onrechte met de oud-koloniale archieven vereenigd. Hierbij zijn 
stukken uit de archieven der Staten-Generaal, uit die van de 
Admiraliteiten en van de provincie Holland. Zij kunnen thans 
met de archieven, waartoe zij behooren, vereenigd worden. 

Insgelijks zijn thans afgescheiden alle stukken over Oost- 



Digitized by 



Google 



9 

Indische zaken, welke öf in 1814 uit Engeland, 61 in 1862 en 
1863 üit Indië werden ontvangen. In 1795 en volgende jaren 
werden onderscheiden retourschepen door de Engelsche zeemacht 
opgebracht. De missiven, welke zij aan boord hadden, werden 
in handen gesteld van de Bngelsche regeering. Zij zijn, voor 
zoover nog aanwezig, in 1814 aan de Nederlandsche regeering 
overgegeven, die ze onder bewaring stelde van den ambtenaar, 
welke te Amsterdam het oud-koloniaal archief beheerde. Zoo 
zijn zij in 1856 met dit archief naar het Rijksarchief overge- 
bracht. Zij moeten van de archieven van de Oost-Indische 
Compagnie en van het Comité tot den Oost-Indischen Handel 
en Bezittingen afgescheiden blijven, daar zij nimmer in handen 
zijn gekomen van de autoriteit, voor welke zij bestemd waren, 
en dus geen deel der betrokken archieven hebben uitgemaakt. 

Gelijk bekend is, werden in 1862 en 1863 een deel van het 
ond-archief te Batavia en eenige factorij-archieven van neder- 
zettingen, buiten den Oost-Indischen archipel gelegen, naar 
Nederland overgebracht en met het Rijksarchief vereen igd. Het 
grootst gedeelte van deze stukken is wel afzonderlijk gehouden, 
doch een deel ervan was op willekeurige wijze over de Kamer- 
archieven verdeeld. Deze laatste stukken zijn thans weder afge- 
scheiden en kunnen met het overige deel hereenigd worden. 

Eindelijk kwamen bij de beschrijving der bestanddeelen van 
de vromer vermelde zes collectiën stukken aan den dag, welke 
te beschouwen zijn öf als de archieven van eenige bijzondere 
commissiën (b.v. der secreete commissie uit de XVII, van het 
geheim comité tijdens den oorlog met Engeland in 1781 inge- 
steld, van de commissie tot de Oost-Indische zaken uit de classis 
Walcheren, wier archief van ouds op het Oost-Indische Huis te 
Middelburg moet zijn bewaard, en van de commissie tot de 
kerkelijke zaken van Oost-Indië onder den Aziatischen Raad en 
de ministeriën van het Koningrijk Holland), öf als zoogenaamde 
bewindhebberspapieren, d. w. z. als papieren, bijeengebracht door 
bewindhebbers in hunne werkzaamheden ten behoeve der Com- 
pagnie en door hen op het Oost-Indische Huis in hunne stad 
achtergelaten. Wanneer er bewijzen zijn bij te brengen, dat 
dergelijke papieren na de opheffing der Compagnie als geschenk 
of bij overdracht of aankoop door het archiefbeheer ontvangen 
zijn, worden zij als aanwmsten behandeld ; ontbreken deze 
bewijzen en zijn er daarentegen uiterlijke kenteekenen voor- 
banden, dat zij van ouds op het Oost-Indische Huis aanwezig 
waren en het lot der Kamer-archieven hebben gedeeld, dan 
behooren zij als aanhangsels dezer Kamer-archieven te worden 
behandeld. Dit laatste is thans door de beschrijving, welke 
Dr. Colenbrander van deze stukken gemaakt heeft, bereikt. 



Digitized by 



Google 



10 

Thans blijven ter voltooiing van den definitie ven inventaris 
der Kamer-archieven van de Oost-Indische Compagnie in 
hoofdzaak twee werkzaamheden te doen over : het herstel in 
den ouden toestand van de oudste kohieren met uit Indië 
overgekomen stukken in het archief der kamer Amsterdam en 
de beschrijving der uit het gebouw aan het Bleijenburg over- 
gebrachte financieele registers. 

Omtrent de kohieren der kamer Amsterdam kan ik verwijzen 
naar mijn jaarverslag over 1898. Dr. Colenbrander is thans 
bezig aan de voortzetting van het toen gestaakte werk. Hij 
herstelt de kohieren in den ouden vorm naar de gedeeltelijk 
nog voorhanden oude ontvangregisters. Voor de kohieren, 
waarvan deze ontvangregisters verloren zijn gegaan, stelt hij er 
nieuwe samen. Daarna worden de aldus herstelde kohieren 
gebonden en zal de rij der van 1614 tot 1796 ontvangen 
Indische papieren weder geheel geordend zijn. Hoeveel kohieren 
op ieder jaar moeten worden gebracht, blijkt uit de inven- 
tarissen van vóór de slooping. 

Het andere werk, de beschrijving der financieele registers, zal 
daarna ondernomen worden. Is ook dit afgeloopen, dan kunnen 
de inventarissen voor den druk worden gereed gemaakt. 

De omstandigheden lieten den heer Ross niet toe de regeling 
van het archief van de Kust van Guinea ten einde te brengen. 
Het is echter reeds genommerd en verkeert in volkomen 
bruikbaren toestand. 

De heer Morren belastte zich nu ook weder met de zorg 
voor de aanwinsten, die met uitzondering van de door 
Dr. Colenbrander bewerkte nommers III — VII en van . de 
rechterlijke archieven VIII — XXXII door hem werden geïnven- 
tariseerd. 

Voordat de heer Jansen zijne hulp bij de ordening van 
het archief van de Staten-Generaal verleende, heeft hij 
zich bezig gehouden met de regeling van de duizenden 
drukwerken, die zich op den zolder bevinden en uit resolutiën, 

Eublicatiën en andere gedrukte stukken in meerdere exemplaren 
estaan. Voor een zeer groot deel zijn deze thans gerangschikt 
en op lijsten gebracht. 

Daar de archieven, op de provincie Holland betrekking 
hebbende, met uitzondering van het archief van de Rekenkamer 
der domeinen en van de domeinrekeningen, niet genommerd 
waren, heeft de heer Bondam ze met de bestaande inven- 
tarissen vergeleken en van doorloopende volgnommers voorzien. 
De stukken, die ongeïnventariseerd waren gebleven, werden 
door hem op lijsten gebracht, waarnaar ook deze genommerd 
werden. Dit werk is reeds grootendeels voltooid. 



Digitized by 



Google 



11 

Na de catalogiseering van onze bibliotheek in 1891 is deze 
zoodanig aangegroeid, dat het noodig werd daarvan een 
nieuwen catalogus samen te stellen. De heer Bondam heeft zich 
hiermede bezig gehouden door de latere aanwinsten tusschen 
de aanwezige nommers in te voegen en den hierdoor gevormden 
nieuwen catalogus in het net te schrijven. Ook die arbeid is 
reeds ver gevorderd. 

III. Toestand der archiefvertamelingen. 

De in den loop van het jaar ingekomen boekwerken werden 
ingebonden. 

De uitwendige toestand der koloniale archieven onderging 
wederom verbetering. Het binden der copieën van Oost-Indische 
testamenten werd ten einde gebracht. De oudste kohieren met 
van de Kaap overgekomen stukken in het archief der kamer 
Amsterdam, wier toestand, ook om het drukke gebruik, voor- 
ziening eischte, werden tot het jaar 1700 herbonden en de 
verbleekte opschriften opgehaald. Van de in den loop van het 
jaar uit Hoorn en Rotterdam bekomen aanwinsten werden 
eenige registers, wier toestand dit vereischte, aanstonds her- 
bonden. Verder werden de domeinrekeningen van Holland 
onder handen genomen, daar de toestand dezer lijvige folianten 
zeer veel te wenschen overliet. De perkamenten omslagen van 
de goed geconserveerde rekeningen werden van binnen met 
kartonnen borden beplakt. De defecte exemplaren werden 
herbonden en van opschriften voorzien, waartoe de oude, die 
ook bewaard gebleven zijn, tot model hebben gediend. In het 
geheel zijn er ingebonden 67 Oost-Indische en 87 West-Indische 
registers, 118 domeinrekeningen van Holland, 1 register van de 
Staten-Generaal, 26 verschillende registers en 1 atlas. 

De conciërge- boekbinder bond 5 inventarissen in, maakte 
185 ruggen voor portefeuilles en 234 charterzakjes en herstelde 
29 kaarten, 11 handschriften en 19 zegels. 

Buitendien werden er aangemaakt 850 portefeuilles. 1000 folio- 
borden, 180 ruggen voor portefeuilles en 2 houten doozen voor 
beschadigde registers. 

IV. Aanmnsten en verliezen. 

Bij missive van 22 Maart 1901 verzocht Uw ambtsvoorganger 
mij de gemeentebesturen van Amsterdam, Rotterdam, Delft, 
Hoorn en Enkhuizen uit te noodigen tot afstand van zekere 
documenten, tot de archieven der kamers van de Oost-Indische 
Concipagnie of van de admiraliteits-coUegiën behoorende of zich 



Digitized by 



Google 



12 

daarbij aansluitende, omtrent welker aanwezigheid op bedoelde 
plaatsen door mij aan Zijne Excellentie, bij missive van 
24 October 1900, rapport was gedaan. Met voldoening deel ik 
mede, dat deze poging tot verkrijging van Rijkseigendom, voor 
zoover thans de uitslag reeds bekend is, tot het beste gevolg 
heeft geleid. 

Omtrent Amsterdam deelde ik bij mijne missive van 24 
October 1900 reeds mede, dat de mogelijkheid, dat stukken, 
welke tot het archief der admiraliteit zouden behooren, op het 
gemeente-archief aldaar zouden zijn verbleven, vrij gering was. 
Bij nader onderzoek bleek dan ook, dat de stukken, waarop de 
archivaris dier gemeente aanvankelijk het oog had als voor over- 
brenging naar 's Rijks Archief in aanmerking komende, wel 
over zaken van admiraliteit handelen, maar niet tot het archief 
van het admiraliteitscollege van Amsterdam behooren. Het zijn 
stukken, welke in handen der Amsterdamsche deputatie ter 
Statenvergadering van Holland werden gesteld en niet weder 
afgegeven, en welke dus ontegenzeggelijk in het gemeente-archief 
van Amsterdam behooren. Het komt mij voor, dat van over- 
brenging dezer stukken naar het Rijksarchief geen sprake be- 
hoort te zijn. 

Rotterdam bleek tot afstand van al het aangevraagde bereid. 
Zoodoende is thans het Rijksarchief in het bezit gekomen van 
eenige weinige documenten tot de archieven der kamer Rotter- 
dam van de Oost-Indische Compagnie en van eene aanzienlijker 
hoeveelheid bescheiden tot de archieven van de admiraliteit op 
de Maze behoorende. Daar van de kleinere kamers der Oost- 
Indische Compagnie nagenoeg niets op het Rijksarchief aan- 
wezig was, en de admiraliteits-archieven door den bekenden 
brand zoo sterk geleden hebben, zijn deze aanwinsten van groot 
belang. Zij zijn door Dr. Colenbrander beschreven en komen 
op de hierachter gevoegde lijst voor. Ik vestig de aandacht op 
de resolutiën der hoofdparticipanten der Oost-Indische Com- 
pagnie ter kamer Rotterdam (n°. 2 — 4), op het „producoel" van 
de crimineele sententiën „der bandijten sittende op beijde de 
nieuw fregatten" van het admiraliteitscollege op de Maze 1603— 
1607 (n<>. 31), op de notulen der directeuren van de „nieuwe 
cruijssers*' op de Maze van 1643 — 1645 (n°. 32), op de stukken 
afkomstig van het in 1844 verbrande Marine-archief (n°» 23, 
33 en 34), waarbij vier missiven van Maarten Harpertsz. Tromp 
uit de jaren J651 en 1652, en op de verzameling van „Resolutiën, 
missiven en placaaten van Haar Hoog en Edel Mogende" over 
admiraliteitszaken (1681 — 1790), eene zeer volledige collectie, 
welke in uitmuntenden staat verkeert (n®» 9 — 19). 



Digitized by 



Google 



13 

Delft bleek insgelijks bereid tot afstand van al wat verzocht 
was. Het is de nalatenschap van den Oost-Indischen ambtenaar 
en veldoverste Govert Cnol, die in den aanvang der XVI1I« 
eeuw verschillende gewichtige betrekkingen heeft bekleed en 
als chef der Java'sche expeditie van 1706 veel heeft bijgedragen 
tot de onderwerping van dit eiland. Onder zijne nalatenschap^ 
die nit den boedel van zijii zoon Isaac aan de weeskamer van 
Delft en later op het Delftsche gemeente-archief was gekomen, 
bevinden zich een aantal gewichtige documenten, die in de 
Kamerarchieven der Oost-Indische Compagnie ontbreken. Ik 
vestig de aandacht op zijne particuliere briefwisseling met den 
Gouverneur-Generaal en Directeur-Generaal en op de stuk- 
ken, die hij omtrent de vroegere betrekkingen tot Java ver- 
zameld heelt. De hierachter opgenomen beschrijving is van de 
hand van Dr. Colenbrander. 

Hoorn stond al mede al het gevraagde af. Het behoort tot 
de archieven van de kamers Hoorn en Enkhuizen der Oost- 
Indische Compagnie, en tot die der te Hoorn en Enkhuizen 
gevestigde buitenkantoren van het Oost-Indische Comité en den 
Aziatischen Raad. Bij de opheffing dezer kantoren werden hare 
archieven alsmede die van de kamers der Oost-Indische Com- 
pagnie eerst te Hoorn bijeengebracht, om vervolgens naar 
Amsterdam te worden verzonden, doch zoowel de overbrenging 
der Enkhuizer archieven naar Hoorn als de latere overbrenging 
der gezamenlijke archieven van Hoorn en Enkhuizen naar 
Amsterdam heeft zonder de vereischte zorg en volledigheid 
plaats gehad. Het eenige, wat met de archieven te Amsterdam 
vereenigd werd en bij aankomst der koloniale archieven alhier 
in 1856 niet vernietigd bleek, waren eenige banden met inge- 
komen stukken bij de kamer Hoorn. Thans zijn ontvangen o. a. 
de secrete resolutiën der kamer Hoorn van 1691 tot 1794, eene 
zeer belangrijke verzameling, bijlagen op de gewone resolutiën 
van 1616— -1796, en eenige departementsstukken; waaronder 
de oude equipage-rekeningen (n*»» 12 — 14) in het oog vallen. 
Niet zonder oelang zijn ook de bewindhebberspapieren van 
Mr. Abraham van Stralen (n°* 42 — 54). Van minder belang 
zijn de schamele overblijfselen van het archief der kamer Enk- 
huizen en van die der buitenkantoren van Comité en Raad te 
Hoorn en Enkhuizen. Echter vestig ik de aandacht op de 
resolutiën der hoofdparticipanten van de kamer Enkhuizen van 
1667—1796 (no- 56). 

Enkhuizen bleek aanstonds bereid tot afstand van al wat tot 
de archieven van het Comptoir Generaal der admiraliteit van 
het Noorderkwartier, en van den Ontvanger-Generaal gesteld 
onder Commissarissen van het Comité van Marine, resideerende 



Digitized by 



Google 



14 

binnen Hoorn en Ënkhuizen,' behoorde. Een overzicht van de 
hierachter opgenomen beschrijving, welke evenals die der aan- 
winst uit Hoorn door Dr. Colenbrander vervaardigd werd, doet 
zien van hoeveel gewicht deze bescheiden zijn voor de juiste 
kennis der administratie van dit kleine en zoo spoedig verval- 
len admiraliteitscollege. In het bijzonder vermeld ik het 
contract van correspondentie van 23 Februari 1732, waarbij de 
begeving van ambten geregeld werd (n^. 4). Nog stond het 
gemeentebestuur van Enkhuizen af een gedrukten plattegrond 
van Batavia van 1733, welke te Enkhuizen dubbel voorkwam, 
doch hier ontbrak. Omtrent den afstand van eenige zeer weinige 
archiefstukken van de kamer Enkhuizen der Oost-Indische 
Compagnie, welke nog met het gemeente-archief aldaar vereenigd 
zijn, wacht ik nog antwoord op mijn laatste schrijven aan het 
gemeentebestuur van 21 October 1901. 

Bij de missive van Uwen ambtsvoorganger van 22 Maart 
1901 werd mij medegedeeld, dat de Archivaris in de provincie 
Groningen gemachtigd was tot afstand van twee registers, welke 
vermoedelijk behooren tot het archief van de kamer Stad en 
Lande der West-Indische Compagnie. Deze registers zijn door 
mij ontvangen en op de aanwinstenlijst van dit jaar verant- 
woord. 

Zijn de bovenbedoelde bescheiden uit het archief der kamer 
Enkhuizen van de Oost-Indische Compagnie nog mede hier 
ontvangen, dan zullen alle overblijfselen van de archieven der 
kleinere kamers van Oost-Indische Compagnie en West-Indische 
Compagnie (respectievelijk buiten kantoren der koloniale Comité's 
en Kaden) en van de archieven der admiraliteitscoUegiën, voor 
zoover zij niet aan den brand van 1844 waren blootgesteld, 
welke met mogelijkheid konden worden opgespoord, met het 
Rijksarchief vereenigd zijn. De onderzoekingen te Harlingen en 
Dokkum in het werk gesteld, leidden, gelijk ik Uwen ambts- 
voorganger tij missive van 24 October 1900 mededeelde, tot 
een negatief resultaat. 

Van de overige aanwinsten van dit jaar zijn voor de koloniale 
geschiedenis van belang eene missive van Van Imhoff aan den 
Sultan van Palembang (n*^. XXXIX), een Oost-Indisch reisboek 
van den zieketrooster J. Lambers (no. XLIV), en een belangrijke 
copie-memorie van de hoofdparticipanten aer kamer Zeeland 
van de Oost-Indische Compagnie in zake de octrooi- verlenging 
van 1740, welke memorie niet in het Kamer-archief wordt 
aangetroffen. 

Als eene belangrijke aanwinst voor onze marine-archieven 
meen ik ook te moeten vermelden de stukken, afkomstig van 
den commandeur Jan Danielsen van Rijn, welke door Jhr. Mr. 



Digitized by 



Google 



15 

W. A. C. de Jonge werden geschonken. Deze bescheiden bevat- 
ten o. a.: Orders van den luitenant-admiraal Michiel Adriaansz. 
de Ruijter voor Jan Danielsen van Rijn, als commandeur van 
het brandschip de Fortuyn en Pro Patria (1666 en 1667). 

Lijst van de verdeeling der vloot onder den luitenant-admiraal 
De Ruyter in drie smaldeelen met opgave van de namen der 
bevelvoerende officieren (1673). 

Verder werden op de auctie van Frederik Muller & Co. te 
Amsterdam door aankoop verkregen eenige missiven, gericht aan 
de Admiraliteit in Zeeland en andere stukken, afkomstig uit het 
verbrande archief der Marine. 

Ingevolge opdracht van Uwen ambtsvoorganger heb ik onder- 
loek gedaan naar stukken, die op de geschiedkundige tentoon- 
stelling van het Nederlandsche zeewezen alhier te zien waren 
geweest en verondersteld werden uit archieven afkomstig te zijn. 
Werkelijk bleek dit het geval te zijn met eenige, die door de 
universiteitsbibliotheek te Amsterdam waren ingezonden en 
meerendeels bestonden uit brieven aan de Admiraliteiten, afkom- 
stig uit het verbrande Marine-archief. Er waren echter bezwaren 
om die voor het Rijksarchief te verkrijgen, daar ze behoorden 
tot de verzameling, die in 1875 door den heer R. A. Diederichs 
aan de gemeente Amsterdam was geschonken. 

Aan den heer G. J. G. C. Graaf Bentinck hebben wij twee 
gezantschapsverbalen te danken, die bij de regeling van het zoo 
belangrijke archief van het Huis Amerongen aan het licht 
waren gekomen. Het eene, betreffende eene zending naar Dene- 
marken in 1652, is de copie van een origineel in ons bezit, maar 
het andere, van het gezantschap naar Munster in 1657, is het 
oorspronkelijke exemplaar, dat als aanvulling van het archief 
van de Staten-Generaal van groote waarde is. 

In 1882 had het Rijksarchief van Graaf van Limburg Stirum 
te Noordwijk de brieven van Frangois van Aerssen aan Johan 
van Oldenbarnevelt van 1598, 1599, 1601, 1602 en 1605—1609 
ten geschenke ontvangen. Toen de merkwaardige verzameling 
met het Archief werd vereenigd, ontbraken daaraan vijf brieven 
van 1599 en vijftig van 1601, die vroeger uitgeleend, maar nog 
niet terug ontvangen waren geworden. Het is mij aangenaam te 
kunnen mededeelen, dat deze thans in het bezit van het Rijks- 
archief zijn gekomen, zoodat ook die stukken in het belang van 
onze geschiedenis geraadpleegd kunnen worden. 

Het ligt niet in de bedoeling om hier van alle aanwinsten 
naelding te maken, die om de eene of andere reden merkwaardig 
zijn. Toch meen ik nog de aandacht te moeten vestigen op de 
Plukken, door het Departement van Oorlog uit het oud-archief 
der geschutgieterij afgestaan. Deze bescheiden, voornamelijk 



Digitized by 



Google 



16 

betrekking hebbende op den grofgeschutgieter Jan Verbniggen, 
vormen met de stukken die in 1898 van den heer Scheidier 
List werden ontvangen, eene niet onbelangrijke collectie. 

Onze kaartenverzameling werd met 10 kaarten vermeerderd. 

Behalve met de gewone vervolgen werd de bibliotheek verrijkt 
met 30 werken op Nederland, 21 op het buitenland en 46 op 
Oost- en West-Indië betrekking hebbende. 

Van de aan het gemeente-archief te Leiden in bruikleen a^e- 
geven bescheiden is reeds bij de rechterlijke archieven melding 
gemaakt. 
Voor jaren was er een kistje met charters en stukken van de 
Wees- en momboirkamer te Breda gevonden in een vergeten 
hoek van het lokaal, waarin vroeger de archieven onder beheer 
van de Commissie tot liquidatie van de zaken der voormalige 
wees- en momboirkamers bewaard waren geworden. Het moet 
daar zijn achtergebleven, toen na de ontbinding van de Oommiasie 
de bedoelde archieven aan de gemeenten, waarin die kamers 
gevestigd waren, werden afgegeven. Deze documenten werden 
door mij aan den Archivaris in Noordbrabant toegezonden^ die 
zich bereid verklaarde ze na kennisneming aan het gemeente- 
bestuur van Breda te doen toekomen. 

V. Afschriften voor het Rijksarchief gemaakt. 

Er werden weder eenige oude archiefinventarissen, in gemeente- 
archieven van Zuidholland aangetroffen, gecopiëerd. De Burge- 
meester van Vlaardingen stelde ons welwillend in de gelegen- 
heid copie te nemen van den inventaris van het archief van het 
College der Groote Visscherij. 

Door Mr. Telting werden er maatregelen genomen om de 
belangrijkste registers van het in Suriname aanwezige archief, 
waarvan de inhoud eenige in de alhier bewaarde Surinaamsche 
archieven bestaande hiaten kon aanvullen, of, voor zoover zij 
niet in die archieven te huis behoorden, toch voor geschied- 
kundige onderzoekingen betreffende de Kolonie van belang kon 
zijn, voor het Rijksarchief te laten afschrijven. Daarvoor kwamen 
in aanmerking de notulenboeken van 1669 tot 1695 en de 
gouvernementsjournalen van 1728 tot 1738. Onder toezicht van 
den heer H. van Breen, den districts-commissaris van de Beneden- 
Commewijne, die tijdens zijn verblijf alhier geruimen tijd in de 
Surinaamsche archieven werkte en, veel belang stellenae in dit 
plan, bereidwillig zijne hulp aanbood, zal dit werk te Paramaribo 
thans geleidelijk worden voortgezet. 

In vroegeren tijd waren van wege het Rijksarchief geïnven- 
tariseerd de charters der abdij van Koningsveld en die van 



Digitized by 



Google 



17 

Delftsche klooeters, welke door de Oud Roomsche Clerezy aaü 
het archief in de provincie Utrecht in bruikleen waren gegeven. 
Thans werd een begin gemaakt met de beschrijving van derge- 
lijke charters en stukken betreffende verschillende plaatsen in 
Zuidholland, die eveneens tot de archieven der Clerezy behooren 
en voor dat doel door den Archivaris in de provincie Utrecht 
zgn overgezonden. Voor zoover de bezigheden oit toelaten, wordt 
dit werk onder het toezicht van Mr. Van Meurs door den heer 
Bruggeman verricht. 

VI. Oebraih van het archief gemaoM en daaruit verstrekte 
inlichtingen. 

Vromere onderzoekingen werden voortgezet voor of door : 

den Archivaris van Rotterdam, over oorkonden, te vermel- 
den in de regesten van Rotterdam en Schieland ; 

dr. Paul Fredericq te Gent, over aflaten tusschen 1300 en 
1600; 

dr. H. C. Rogge te Amsterdam, over politieke en andere 
personen, vermeld in de briefwisseling tusschen Nicolaas van 
Keigersberch en Hugo de Groot; 

den heer M. Sautai te Rijssel, over de briefwisseling tusschen 
Sicoo van Goslinga en den raadpensionaris Heinsius; 

dr. Th. Bussemaker te Groningen, over de onderschepte 
brieven van den Pranschen gezant d'Affry, 1755-1762; 

den heer A. J. van der Meulen te Sneek, over de her- 
vormingsplannen van den raadpensionaris Van de Spiegel; 

den heer P. H. Albers S. J. te Maastricht, over de voor- 
geschiedenis van het Concordaat van 1827; 

mr. H. P. Kraakman te Alkmaar, over tienden in den Heer- 
Hugowaard ; 

den Archivaris van Dordrecht, over de transportregisters 
van Dubbeldam; 

den heer N. Mac Leod te Rijswijk, over de maritieme ge- 
schiedenis der O. I. Compagnie; 

dr. F. de Haan te Weltevreden (Batavia), over de regeering 
der Batavia'sche ommelanden tijdens de Compagnie; 

(1901) 2 



Digitized by 



Google 



18 

den heer A. E. Sayous te Parijs, over al wat op den actie- 
handel en het transport van actiën der O. I. Compagnie be- 
trekking heeft; 

den heer H. van Breen in de kolonie Suriname, over ver- 
schillende, onderwerpen op de geschiedenis dier kolonie be- 
trekking hebbende; 

den heer J. H. J. Hamelberg in de kolonie Curagao, over de 
geschiedenis der Nederlandsche Antillen ; 

De krijgsgeschiedkundige nasporingen werden door den eersten 
luitenant J. E. Wagner voortgezet. 

Er werden copieën vervaardigd van kaarten voor den Grouver- 
neur van Ceilon. Het copiëeren van monsterrollen voor de 
Kaapsche regeering werd voortgezet. 

Op verzoek werden er nasporingen gedaan voor : 

den heer P. L. de Kermaingant te Parijs, over de zendingen, 
in 1590 en 1596, aan den Hertog van Bouillon opgedragen; 

den Archivaris in Zeeland, over de ambten en bedieningen van 
Buijsero, Ginhoven en Van der Dussen; den ambachtsheer van 
Dussen-Muilkerk in 1674; de aanwezigheid van graaf Willem 
Lodewijk van Nassau op de zittingen van den Raad van State 
in Augustus 1614; 

den heer J. E. Elias te Amsterdam, over de ambten en 
bedieningen door verschillende leden van Amsterdamsche 
regeeringsfamiliën bekleed ; 

den Archivaris in de provincie Qroninpen, over de beman- 
ning van het schip China, in 1690 uit Rotterdam naar de Kaap 
de Goede Hoop vertrokken; 

mr. A. S. Miedema te 's-Gravenhage, over Dirk Willem 
Travest, secretaris van den Nederlandschen resident te Brussel; 

den heer J. H. Been te Brielle, over het proces in 1788 voor 
het Hof van Holland gevoerd tegen Adrianus Kuvel, predikant 
te Rockanje; 

mr. J. F. Dijkstra te Amsterdam, over Samuel Holland, die 
omstreeks 1800 Nederlandsch agent te Londen zou zijn ge- 
weest; 

dr. G. Sauerfeldt te Koningsbergen, over den Pruissischen 
legatiesecretaris Karel von Lehndorff 1803 ; 



Digitized by 



Google 



19 

het Departement van Binnenlandsche Zaken, over den ijskelder 
in den Koekamp te 's-Gravenhage ; 

den notaris Ligtenberg te 's-Gravenhage, over het afgepaalde 
straatje vóór het paleis aan de oostzijde van het Lange 
Voorhout ; 

den Archivaris van Schiedam, over de op het grootboek 
ingeschreven kerkelijke fondsen van Overschie ; 

het Departement van Binnenlandsche Zaken, over den eigen- 
dom van het kerkgebouw te Rijnsbnrg; 

den heer H. van Druten te Rijnsburg, over de bouwgeschie- 
denis der kerk te Rijnsburg ; 

den heer C. H. Peters te 's-Gravenhage, over de bouwgeschie- 
denis van het O.-I. Huis te Amsterdam ; 

dr. J. Ph. Vogel te Labore, over beschrijvingen der paleizen 
van de Groot-Mogols, voorkomende in archiefstukken der O. I. 
Compagnie ; 

den heer Ed. Prado te S. Paolo, over den Portugeeschen 
priester en geschiedschrijver Emmanuel de Moraes. 

Er werden onderzoekingen gedaan door : 

dr. Krumbholtz t€ Munster, over bronnen voor het West- 
phaalsche oorkondenboek ; 

den Archivaris in de provincie utrecht, over bronnen voor 
het TJtrechtsche oorkonden Doek ; 

den Archivaris in 2ieeland, over den jaarstijl in leenacten 
van de heeren van Brederode; 

den heer G. J. Honig te Zaandijk, over bescheiden aan- 
gaande het geslacht van Zaenden ; 

den heer Dlijsse Robert te Saint-Mandé bij Parijs, over brieven 
van Philibert de ChSllon; 

dr. A. H. L. Hensen te Warmond, over de lotgevallen der 
abdij van Egmond in de XVIe eeuw; 

mr. L. M. Rollin Couquerque te 's-Gravenhage, over het 
muntwezen van Holland in de XVIe eeuw ; 



Digitized by 



Google 



dr. H. H. Kuyper te AmBterdam, over de Synoden van 1586 
en 1619; 

dr. Schroeder te Coblenz, over de invoering van den hervorm- 
den godsdienst door den Staten-Generaal te Bisiich, Haffen 
en Mehr;' 

den heer B. Gordt te Kiew, over diplomatieke betrekkingen 
met Rnsland, 1628 ; 

dr. B. Tideman Jr. te 's-6ravenhage, over de hnizen van 
Uitenboogaert en den raadsheer Vrancken ; 

dr. N. A. F. Bannier te Voorschoten, over de Chambre 
mi-partie ; 

den heer G. L. Grove te Kopenhagen, over den Noordschen 
oorlog, 1658—1660; 

dr. G. F. Haje te Amsterdam, over Abraham de Wicquefort ; 

den heer F. de Witt Huberts te Leiden, over Zweedsche 
troepen in Nederlandschen dienst; 

den heer M. Sautai te Bijssel, over den slag van Malplaquet; 

dr. G. Slothouwer te Wageningen, over de briefwisseling van 
Goslinga met Heinsius; 

den heer A. von Ie Beau, majoor van het Oostenrijksch-Hon- 
gaarsche leger, over den Oostenrijkschen Successie-oorlog ; 

den heer J. Huges te Groningen, over de Republiek en de 
Poolsche Successie; 

den heer J. £. Elias te Amsterdam, over het proces van 
Mr. Willem Sautijn ; 

den heer D. F. Scheurleer te 'S'Gravenhage, over de kerkelijke 
onlusten te Vlaardingen in 1777; 

den heer E. van Biema te Amsterdam, over de dienstneming 
van Israëlieten bij de marine; 

den heer K. de Hartogh te Geertruidenberg, over de te Veere 
in 1792 gedeponeerde voor Frankrijk bestemde geweren, die 
naar Engeland vervoerd zijn ; 

dr. J. Dyserinck te Rotterdam, over Betje Wolff en het Uit- 
voerend Bewind in 1798 ; 



Digitized by 



Google 



21 

den heer P. Mannottan te Parijs, over de bemoeiingen van 
koning Lodewijk Napoleon op kunstgebied; 

dr. J. Mendels te Groningen, over de werkzaamheid van C. F. 
van Maanen als president van het Keizerlijke gerechtshof tijdens 
de Fransche inlijving ; 

dr. P. Fredericq te Gent, over de betrekkingen van den 
minister Van Maanen tot G. L. Bergmann en J. F. Willems ; 

mr. F. van Liennep te Amsterdam, over de rechten der 
Erfgooiers; 

dr. L. Franken te Onde-Pekela, over de convooien en licenten ; 

jhr. G. G. Calkoen te Utrecht, over de gebouwen op het 
Binnenhof te 's-Gravenhage ; 

den heer G. van Diezen te 's-Gravenhage, over het doel van 
de waterpassing langs de Vecht; 

mr. P. van Menrs te 's-Gravenhage, over de nakomelingen van 
den schilder De Wet in Zuid- Afrika ; 

mr. J. E. Heeres te Delft, over contracten door de O.-I. Com- 
pagnie gesloten met Indische vorsten ; over de betrekkingen der 
O.-I. C. tot Arabië, en over de levensgeschiedenis van Pieter 
van den Broecke: 

jhr. O. van Beresteijn te 's-Gravenhage, over de Nederlandsche 
factorij te Canton, 1800—1816; 

den heer P. H. van der Kemp te 's-Gravenhage, over de" 
Nederlandsche factorijen in Voor-Indië in 1816—1824; 

dr. ^\ Murakami te Tokio, over de betrekking der Neder- 
landers met Japan, 1610—1640; 

den heer C. M. A. de Rijk te 's-Gravenhage, over de ont- 
ginning der Sillidasche {;oudmijnen door de O.-I. Compagnie ; 

den heer H. Dyserinck te 's-Gravenhage, over den opstand 
in de Molukken in 1817 ; 

den heer H. D. H. Bosboom te 's-Gravenhage, over oude 
plattegronden van Batavia; 

den heer Sylvino Gurgel de Amaral, secretaris van het Brazi- 
liaansche gezantschap te Londen, over de onderhandelingen in 
de XVIII« eeuw tusschen Portugal en Nederland over de grenzen 
hunner bezittingen in Zuid-Afrika. 



Digitized by 



Google 



22 

Vn. In druk uitgegeven bescheiden. 

De druk van het Batavia'sche dagregister van 1643-1644 
kwam gereed. Dr. Colenbrander is thans aangevangen met het 
in druk geven van het dagregister van 1645. 

VIII. Localen^ meubilair en gereedechappen. 

Het gebouw aan het Plein onderging geene belangrijke her- 
stellingen. De zitkamer van den conciërge werd geverfd en 
behangen. Aangekocht werden 1 kachel, 1 karpet, 5 voetkleedjes 
en 3 gordijnen. 

In verband met de vraag, of in het nieuwe archiefgebouw 
ook archieven van het gerechtshof te 's-Gravenhage zouden 
worden opgenomen, werd mij medegedeeld, dat deze naar het 
nieuwe gerechtsgebouw zouden worden overgebracht, doch dat 
het in de bedoeling lag, de notarieele minuten en registers van 
het te 's-6ravenhage aanwezige depot in het nieuwe archief- 
gebouw te plaatsen. Bij het onderzoek, dat ik in de tegenwoordige 
bewaarplaats van laatstgenoemde verzameling deed instellen, 
bleek het, dat de stukken door de vochtigheid van het lokaal 
zoo erg hadden geleden, dat de overbrenging daarvan niet 
langer kon worden uitgesteld. Nadat mijn voorstel om de be- 
scheiden van na 1810 naar het nieuwe gerechtsgebouw te doen 
overbrengen en alleen de oudere voor het nieuwe archiefgebouw 
te bestemmen zonder uitwerking was gebleven, is het geheele 
depot naar het nieuwe archiefgebouw overgebracht. Daar de ver- 
zameling niet onder mijn beheer maar onder dat van den 
bewaarder der notarieele minuten en registers staat, zijn er 
middelen beraamd, om haar van de andere in het gebouw op 
te nemen archieven af te zonderen, door haar vaneene bijzondere 
afsluiting te voorzien. 

IX. ReddingS' en brandbluschmiddelen. 

In den toestand hiervan kwam geene verandering. 

De algemeene Rijksarchivaris, 
Februari 1902. Th. H. P. van Riemsdijk. 



Digitized by 



Google 



23 



STAAT DER AANWINSTEN 

VAN HBT 

RIJKSARCHIEF TE 's-GRAVENHAGE, 

in 1901. 



A. Overgenomen of ten geschenke ontvangen: 

Van het Departement van Waterstaat Handel en Nijverheid: 

L Eigendomsbewijzen en tarieven van veren in de Hol- 
landsche Departementen, ingevolge art. 11 en al. 2 van art. 12 
van het Keizerlijk decreet van 21 October 1811, door tusschen- 
korast van de Prefecten, ingezonden aan den Directeur van 
Bruggen en Wegen. 191 dossiers in 2 portefeuilles. 

Van het Departement van Oorlog : 

TL Stukken afkomstig uit het Oud-archief der Geschut- 
gieterij. 

1. Penteekening van een kanon uit 1640. 1 stuk. 

2. Approbatie door Gecommitteerde Kaden van het contract 
gesloten door „Commissarissen tot de magazijnen" met Comelis 
Crans als geschutgieter van het gemeene land van Holland, 
15 Februari 1745. Copie. 1 stuk. 

3. Bequest van den grofgeschutgieter Jan Crans aan den 
Raad van State, extract resolutiën van dien Baad en inventa- 



Digitized by 



Google 



24 

rissen van het geschut, metaal, koper enz. hetwelk onder hem 
berust, en aan den Raad van State of aan de Generaliteit toe- 
behoort, 1754 en 1755. 10 stukken. 

4. Conditiën waarop Jan Verbruggen tot grofgeschutgieter 
van den lande is aangesteld, 21 Februari 1755. 1 stuk. 

5. Afbeeldingen van het stoppen van gallen in de kanonnen, 
die door Jan Verbruggen in 1760^1762 te 's-Gravenhage zijn 
gegoten. 30 stukken. 

6. Lijst van de kanonnen, affuiten, voorwagens enz. welke 
voorhanden zijn en nog vereischt worden in de Generaliteits- 
frontiermagazijnen, 18 Juni 1761. 2 stukken. 

7. Missive van den generaal-majoor L. S. van Creuznach 
aan den Hertog van Brunswijk met bijlagen,,28 September 1761. 
8 stukken. 

8. Missive van den kapitein D. E. Musly en van den kapitein 
M. Mooser aan den Hertog van Brunswijk en memories en lijsten 
betreffende de proportie en de kwaliteit van gegoten stukken 
geschut, 1762, 1763 en z. d. 11 stukken. 

9. Conditiën waarop de grofgeschutgieter Heter Seest te 
Amsterdam aanneemt het . leveren van 12 stukken geschat, 
binnen den tijd van 5 maanden, 1562. Copie. 1 stuk. 

10. Extract-resoluties van Gecommitteerde Raden in zake 
de kanongieterij, 1741, 1763 — 1770, meerendeels gedrukt. 10 
stukken. 

11. Missive van den generaal-majoor L. S. de Creuznach 
aan een „Hochwohlgebohmer Herr Rath, 3 Februari 1763. 
1 stuk. 

12. Voornaamste punten uit de adviezen van den generaal- 
majoor L. S. de Creuznach, kol. J. Fr. Martfeldt, majoor W. van 
Mourik en andere artillerie-officieren betreffende de redenen 
waarom een stuk geschut moet worden afgekeurd, met bege- 
leidende missive van W. graaf Bentinck aan den Hertog van 
Brunswijk, 14 April 1763. 2 stukken. 

13. Missive van W. graaf Bentinck aan den Hertog van 
Brunswijk, 16 April 1763. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



25 

14. Memorie van den kapitein J. H. Wirtz aan den Hertog 
van Bmnflwijk over een door hem uitgevonden kanon en copie- 
lapport hierover van den generaal-majoor L. S. de Creuznach 
en den kolonel J. F. Hartfeldt aan (den Raad van State), 
9 Mei 1763. 3 stnkken. 

15. „RéfiectionB sur Ie mémoire du fondeur Verbrugge" aan 
Gecommitteerde Raden met eene afbeelding, 11 Mei 1763 en 
beschouwingen over deze memorie met begeleidende missive van 
den kapitein M. Mooser aan den Hertog van Brunswijk, 2 Juli 
1763. 4 stukken. 

16. Adviezen, rapporten enz. van Commissarissen tot de 
zaken van 'slands magazijnen en van officieren aan Gecommit- 
teerde Raden betreffende het onderzoek naar 8 steenmortieren, 
welke door Jan Verbruggen zijn gegoten, 1764. Copieën. 12 
stukken. 

17. Adviezen en rapporten van den Hertog van Brunswijk, 
den kolonel Martfeldt, den kapitein W. Petersen en andere 
officieren aan Gecommitteerde Raden betreffende het probeeren 
en doorzagen van twee stukken geschut, welke door Jan 
Verbruggen zijn gegoten, 1764. Copieën. 8 stukken. 

18. Stukken betreffende de inspectie van de kleine fortificatiën 
door Jacob van der Lely en Johan Adriaan van der Hoeven, 
commissarissen tot de kleine fortificatiën, en Jacob Pierlinck, 
kapitein en controlleur generaal, 1765. Copieën. 7 stukken. 

19. Rapport van den kapitein M. Mooser aan Gecommitteerde 
Raden, nucende het onderzoek naar 8 dtukken geschut, welke 
door Jan Verbrugge zijn gegoten, 13 Februari 1765. 1 stuk. 

20. Memories en missiven meerendeels aan den Prins van 
Oranje en aan Gecommitteerde Raden van : den grofgeschut- 
gieter Jan Verbruggen, den Hertog van Brunswijk, graaf 
Bentinck, den generaal-majoor de Creuznach en andere officieren 
der artillerie, en andere stukken betreffende de grofgeschut- 
gieterij, J 766— 1769. Meerendeels copieën. 62 stukken. 

Bij deze stukken genummerd 1 — 41 is gevoegd een inventaris 
waarop aan het slot door P. de Larrey, secretaris van den Prins, 
staat aangeteekend dat zij op last van den Hertog van Brunswijk 
ter stadhouderlijke secretarie zijn gedeponeerd 26 November 1769. 

21. Memorie van Jan Verbrugge aan Gecommitteerde Raden, 
6 Juni 1767. Copie. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



26 

22. Rapporten van de kapiteinen der artillerie A. E. du Pont 
en D. E. Musly, omtrent een onderzoek naar de kanonnen, die 
in de jaren 1761 en 1762 door den grofgeschntgieter Jan 
Verbmggen zijn gegoten, met afbeeldingen, 1770. Gedrakt 
1 deel. 

2S. Staat van de resultaten van een proefneming met gesehut 
welke te Bern en te 's-6ravenhage heeft plaats gehad en extract 
uit een missive uit Bern over deze proefneming, 10 Maart 
1765. 1 stuk. 

24. Verklaring van Samuel Maritz te Bern over het gieten 
van geschut en extract uit de „memoire sur la cause des 
soufflures des raetaux coulés ou jettés par mr. Bosc d'Antic, 
correspondant de l'Académie", 24 Augustus 1764. 1 stuk. 

25. Copie-missiven van Jean Maritz aan kapitein D. E. 
Musly en missive van laatstgenoemde aan den Hertog van 
Brunswijk als begeleidend schrijven van een brief van Maritz 
aan hem, 1769 en 1770. 6 stukken. 

26. Memorie, missive en copie-missiven van Jean Maritz aan 
Gecommitteerde Raden, 1770—1772. 4 stukken. 

27. Missiven van Jean Maritz aan den Hertog van Brunswijk, 

1770. 4 stukken. 

28. Missive van A. J. Royer, secretaris van Commissarissen 
tot de zaken van 'slands grofgeschutgieterij aan den Hertog 
van Brunswijk, met eene missive van Maritz aan den Hertog 
en een aan Gecommitteerde Raden als bijlagen, 16 December 

1771. 4 stukken. 

29. Namen van de werklieden, die de geschutgieter Jean 
Maritz gaarne van de verplichting om te dienen zou zien ont- 
slagen, 15 Maart 1773. 1 stuk. 

30. Memorie van den 1«" luitenant der artillerie Adr. van 
Hoev van Vostée over het gieten van het metaal kanon in de 
geschutgieterij te 's-Gravenhage, met vier afbeeldingen, 1786. 
1 deel. 

31. Memorie van een officier der artillerie over het gieten 
van geschut in de geschutgieterij te 's-Gravenhage. Einde der 
18^ eeuw. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



27 

32. Memorie over de proportie van het geschut. Copie, onge- 
teekend en niet gedateerd. 1 stuk. 

33 en 34. Aanteekeningen van een officier der artillerie over 
het gieten, afwerken en keuren van het geschut, over de geweer- 
fabriek, den trein enz. Einde der 18® en begin der 19® eeuw. 
2 deelen. 

35. Koninklijk besluit van 25 Mei 1809 n®, 17, waarbij de 
hoofdtrekken worden vastgesteld waarop een contract zal worden 
aang^aan met de adj. geschutgieters Tx>uis Ernst en Jean 
George Amadée Maritz voor den tijd van negen jaren. Copie. 
1 stuk. 

36. Concept-contract en -voorwaarde met de geschutgieters 
L E. en J. Q. A. Maritz w^ens het voor den jare 1809 aan te 
gieten en opteleveren geschut. Z. d. Copie. 1 stuk. 

37. „Traite passé avec les fondeurs L. E., et J. G. A. Maritz 
pour rentreprise de la fonderie Royale de 1' Artillerie k la Haye. 
Z. d. Copie. 1 stuk. 

38. Missive van het „Groot Comitté centraal van Artillerie 
en Genie 1® sectie" aan den minister van Oorlog, 14 September 
1809. Copie. 1 stuk. 

39. „Aanteekeningen omtrent het volgieten van bronzen 
vunrmonden in de gieterij van bronzen geschut van het 
Koninkrijk der Nederlanden." HoUandsche en Fransche tekst, 
z. d. Gedrukt. 1 stuk. 

40. Teekening van een „kort ligt bronzen kanon van 6 pond 
volgegoten, op het kaliber van 4 pond gebragt en getrokken". 
Z. d. Gedrukt. 1 stuk. 

41. Instructie voor den Inspecteur der Koninklijke Geschut- 
gieterij. Z. d. Copie. 1 stuk. 

42. „Contract über Lieferung von Gusseisernen Geschützen, 
al^eschlossen zu Stockholm den 31 Juli 1834 zwischen dem 
Königl. Danischen Artillerie Corps und den Besitzern der 
Geschützgiessereien zu Aoker, Tinsprong und Stafjö in Sch we- 
den. 1 deel. 



Digitized by 



Google 






28 



Van het gemeentebestuur win Hoorn: 

m. Overblijfsels der archieven van de kamers Hoorn en 
Enkhuizen van de Oost-Indische Compagnie, en van de comp- 
toiren Hoorn en Enkhuizen van het Committé tot den O. I. 
Handel en Bezittingen en van den Raad der Aziatische Bezit- 
tingen en Etablissementen : 

Oost-Indische Compagnie, Kamer Hoorn (Nob. 1—64): 

1. Nominatiën tot het bewindhebberschap der kamer Hoorn 
door Bewindhebberen en Hoofdparticipanten, met de daaruit 
door Burgemeesteren gedane electiën, 16 Januari 1629— 
9 Februari 1765. 1 deel. 

2. Secrete resolutiën van Bewindhebberen ter kamer Hoorn, 
11 December 1691—7 April 1794. 1 deel. 

3. Resolutiën der XVII, 27 Februari 1793—30 Maart 1793. 
35 aaneengeregen vellen. 

4. Secrete resolutiën der XVII, met bijlagen, 7 Mei 1790—16 
October 1795. 169 deels aaneengeregen vellen. 

5 — 11. „Papieren concemerende diverse zaken" (bijlagen bij 
de resolutiën der XVII en der kamer Hoorn, memoriën, druk- 
werken, enkele missives uit Indië en de Kaap, enz.), 19 October 
1616-29 Februari 1796. 7 deelen. 

Departement van de Equipage (n®". 12 — 23): 

12. Rekening van de equipagie door de kamer Zeeland der 
schepen Amsterdam en de Zon, uitgeloopen 24 Mei 1605. De 
rekening afgesloten 27 Januari 1606. 1 stuk. 

13. Rekeningen der 7^® en 9^» equipage bij de kamer Amster- 
dam, 23 Februari 1613—26 Mei 1616. 2 stukken. 

14. Rekening van de equipagiën der kamer Hoorn, 1619 — 
1621. 1 stuk. 

15. Artikelbrief der O. I. C, 1658. 1 stuk. 

16. 17. Lijsten van vertrokken en aangekomen schepen bij de 
respectieve kameren, 1668 — 1796. 2 deelen. 



Digitized by 



Google 



I 

/ 



29 

18. „Instructie ende ordre op 't houden van de scheeps-soldie 
en guamisoen-boecken", 1680. 1 stuk. 

19. Artikelbrieven en instructiën, 26 Februari 1739 — 11 October 
1763. 1 deeJ. 

20. Lijst vaü naar Indië bestelde brieven, 6 November 
1788-27 Augustus 1794. 1 deel. 

21. Quitantiën van uit Indië medegebrachte goederen op 
vracht, Juli-T-Augustus 1793. 13 stukken. 

22. Lijst van jaarlijks te verrichten werkzaamheden in het 
Departement van de Equipagie, 1793. 1 stuk. 

23. Alphabetische index op de equipagie-rekeningen der 
Kamer Hoorn (letter A ontbreekt). 13 aaneengeregen vellen. 

Departement van de Commercie (N^*. 24 — 29). 

24. lijst van de bij de kamer Hoorn verkochte koopman- 
schappen, 21 October 1669—8 April 1686. 50 katems en losse 
vellen. 

25. Notitiën van verkochte thee, 1791 — 1794. 8 losse vellen. 

26. „Notitie van 'tprocedido van de lading der schepen 
Oosthuijeen en Blitterswijk voor rekening van de kameren in 
het Noorderquartier uyt China aangebragt", 1792. 2 stukken. 

27. Lijsten van specerijen, tin en andere pondgoederen in 
et pakhuis der kamer Hoorn, met i "' " 

April 1795-29 Februari 1796. 1 deel. 



28. Notitie van boeken en papieren berustende ten pakhuize 
▼an de kamer Hoorn, 29 Februari 1796. 1 stuk. 

29. Inventaris van onverkochte en van verkochte doch niet 
afgehaalde goederen, berustende ten pakhuize van de kamer 
Hoorn, 29 Februari 1796. 3 vellen. 

Departement van de Financie {N<>^ 30—41). 

30. 31. „Balance van de cassa der O. I. Comp. ter kamer 
Hoorn", 16 Mei 1694—15 Mei 1746. 2 deelen. 

32. Opgaven van den summieren staat der Compagnie, 1731 — 
29 Februari 1796. 23 losse vellen. 



Digitized by 



Google 



30 

33. Liquidatielijsten tnsschen de verschillende kamers, 1744 — 
29 Februari 1796. 9 losse vellen. 

34. Band, inhoudende: „Rekening courant van de munt- 
meester Pieter Buyskes", 1 Januari 1766—30 Januari 1786. 

„Memorie van de speciën voor Indien de kamer Hoorn aan- 
bedeelt, en 't geene daarop is verzonden", 1765 — 1787. 

„Notitie van de verzondene en nog te verzenden speciën bij 
de kamer Hoorn", 1771-1786. 

35 — 37. Lijsten der transporten van gagie van militairen en 
schepelingen, uitgevaren voor de kamer Hoorn, 1774 — 1789. 
3 deelen. 

38. Notitie der op de transporten van militairen behaalde 
winsten, 1774-1788. 2 stukken. 

39. Lijst van ingekochte transporten, na 1782. 1 stuk. 

40. Plan van een transportboek voor de kamer Hoorn, 1790. 
1 stuk. 

41. Stuk betreSeude de inrichting van het grootboek der 
kamer Hoorn. 1 stuk. 

Bewindhebberspapieren: Mr. Abraham van Stralen, 
bewindhebber van 1784—1793 (Nos. 42-54): 

42. Particuliere notulen der vergadering van XVII, gehou- 
den door den bewindhebber A. van Stralen, met bijlagen, 
14 April 1785-6 Juni 1793. 155 vellen en stukken. 

43. Particuliere notulen der Haagsche Besognes, 25 Augustus 
1788—6 September 1792. 13 vellen. 

44. Particuliere notulen der China'sche Commissie, 15 Juli 
1790—20 Augustus 1792. 13 vellen. 

45. Bericht der kamer Amsterdam op het request van 
Hope & Co., nopens den verkoop van thee, 12 Augustus 1790. 
1 stuk. 

46. „Conditiën volgens welke de O. I. Comp^« aan alle Par- 
ticulieren accordeert, om voor hunne rekening in 'sComp. 

schepen te laaden allerlei Goederen ,29 Maart 1792. 

1 stuk. 



Digitized by 



Google 



31 

47. Geschreven en gedrukte veilingsbiljetten, 16 Augustus 
1791—21 Januari 1793. 5 stukken. 

48. Brieven van W. Abeleven, P. J. Guépin, B. Mathias 
Pous, W. Prins, A. S. van der Hoop, C. C. van Akerlaken, A. 
A. Hoef hamer, gedeeltelijk met bijlagen en minuut-antwoorden 
van Van Stralen, 31 Augustus 1791—9 April 1793. 22 stukken. 

49. Aanteekening van den bewindhebber d'Orville tegen de 
permanente commissie tot de verkoopingen. Na 7 September 
1791. 1 stuk. 

50. Bericht van de negotiatie ingevolge de resolutie van 
Gecommitteerde Raden van 21 September 1791. 1 stuk. 

51. Ziekenrapporten van het retourschip Oosthuijsen, 14 Decem- 
ber 1791—17 December 1791. 3 stukken. 

52. Lijst van naar patria vertrokken retourschepen, 1791. 
1 stak. 

53. Rapx>ort op de bezwaren van Willem van Brienen es., 
over de conditiën der jongst aangeboden veilingen van de 
retouren der O. I. C, 26 Juli 1792. 1 stuk. 

54. „Wapenzang bij de schielijke opdaging van het schrik- 
barende leger onder bevel van den generalissimus Robert Voute", 
door B. Fremery, z, j. 1 stuk. 

Oost-Indisohe Compagnie, Kamer Bnkhuisen (Nos. 56-61) : 

55. Resolutiën der Hoofdparticipanten ter kamer Enkhuizen, 
30 December 1667—20 April 1796. 1 deel. 

56. Transporten van gagie van militairen en schepelingen, uit- 
gevaren voor de kamer Enkhuizen, 21 Maart 1772—28 November 
1787. 760 stukken. 

57. Verkoopregister van „cattoene lijwaten" bij de kamer 
Enkhuizen, 23 November 1778—31 Januari 1794. 1 deel. 

58. Veilingsbiljet, 17 November 1783. 1 stuk. 

59. Declaratiën van het branden en afschepen van gepermit- 
teerde goederen, 19 October 1792— 23 December 1793. 13 stukken. 

60. Quitantiën van afgeleverde vrachtgoederen uit Indië, met 
bijbehoorende stukken, 22 Juli 1793-20 December 1793. 31 
stukken. 



Digitized by 



Google _ 



32 

61. Missive van het Dep^ van de Commercie ter kamer Amster- 
dam betreffende de uitkeering van het provenu der goederen op 
vracht, met bijbehoorend stuk, Januari 1794. 2 stukken. 

Committé tot den Oost-Indischen Handel en Bezittingen, 
Comptoir Hoorn (Nob. 62—68): 

Staten en berichten omtrent de goederen ten pakhuize van 
het comptoir Hoorn, 24 Maart 1796—16 Mei 1800. 

N.B. In denzelfden band als no. 26 van dezen inventaris. 

62. Notitie van het gewicht der naar Amsterdam verzonden 
nagelen, 25 Mei 1796—31 Mei 1796. 4 stukken. 

63. Generale staten van het comptoir Hoorn, met bijlagen en 
stukken tot het opmaken gediend hebbende, 28 Februari 1797 — 
31 December 1799. 13 stukken. 

64. Summiere staat van het Committé, 28 Februari 1797 — 
31 December 1799. 4 losse vellen, 

65. Liquidatie tusschen de verschillende comptoiren van het 
Committé, 28 Februari 1797—31 December 1799. 4 losse vellen. 

66. Ingekomen en copie-uil^aande stukken van den opper- 
boekhouder van het comptoir, 30 Maart 1797—5 April 1800. 
14 stukken. 

67. „Notitie der bediendens" bij de verschillende comptoiren 
van het Committé. 1 stuk. 

68. „Lijst der transporten van de militairen en zeevarenden 
van de voormalige kamer der O.-I. Comp'®. te Hoorn," 1781 — 1793. 
2 losse vellen. 

Committé tot den Oost-Indisohen Handel en Bezittingen, 
Comptoir Enkhuizen (No. 69): 

Verkooplijst van „cattoene lijwaten" bij het comptoir Enk- 
huizen, 31 Juli 1796. 

N.B. In denzelfden band als n^. 57 van dezen inventaris. 

69. Generale staten van het comptoir Enkhuizen, met bijlagen, 
31 December 1797—81 December 1799. 33 stukken. 



Digitized by 



Google 



33 

Baad der Aziatische Bezittingen en Etablissementen, 
Comptoir Hoorn (nos. 70—79) : 

Staten en berichten omtrent de goederen ten pakhuize van 
het comptoir Hoorn, 5 Juni 1800—3 Mei 1803. 

N.B. In denzelfden band als n^. 26 van dezen inventaris. 

70. Ingekomen en minuut-uitgaande stukken van den opper- 
boekhouder van het comptoir Hoorn, 1 Juli 1800 — 17 Januari 
1803. 27 stukken. 

71. Generale staten van het comptoir Hoorn, met bijlagen, 
en stukken tot het opmaken gediend hebbende, 31 December 
1800—31 December 1803. 26 stukken. 

72. Inventaris der schepen, chaloupen en voertuigen, vlotten 
en voorraad van hout, ijzer en spijkers, en materialen tot den 
wheepsbouw, behoorende aan de werf ten comptoire Hoorn, 20 
April 1802. 1 stuk. 

73. Inventaris van alle goederen ter equipagie aan de werf 
ten comptoire Hoorn, 20 April 1802. 1 stuk. 

74. Respecten van het grootboek ten comptoire Hoorn. 1 stuk. 

75. Copie-adres van de Municipaliteit der stad Hoorn aan 
het Staatsbewind tegen de opheffing van het comptoir (1803). 
1 stuk. 

76. Stukken betreffende den verkoop van schepen en goederen 
bij gelegenheid der opheffing van het comptoir, 13 December 
1802-3 Mei 1803. 15 stukken. 

77. Lijst der sedert 22 Februari 1798 naar Amsterdam afge- 
zonden goederen, 29 Maart 1803. 1 stuk. 

78. Inventaris der goederen en gereedschappen in de pak- 
huizen van het comptoir aanwezig, 30 Maart 1803. 1 stuk. 

79. Transporten van gedeserteerde matrozen, aangenomen 2 
Juli 1783—22 December 1788, waarop 13 April 1804, ingevolge 
resolutie van den Aziatischen Raad, de helft der verdiende en te 
goed staande gage betaald is. 31 stukken. 

Baad der Aziatische Bezittingen en Etablissementen, 
Comptoir Enkhuizen (nos. 80, 81) : 

80. Generale staten van het comptoir Enkhuizen, met bijlagen, 
30 Mei 1800—31 Mei 1803. 80 stukken. 

(1901) 3 



Digitized by 



Google 



34 

81. Stukken betreffende den verkoop van schepen en goederen 
bij gelegenheid der opheffing van het comptoir Bnkhuizen, 13 
December 1802-^ Mei 1803. 6 stukken. 

Van het gemeentd>estuur van Enkhuüen : 

TV. Overblijfsels der archieven van het CJomptoir-Generaal 
der Admiraliteit van Westfriesland en het Noorderkwartier 
en van den Ontvanger-Generaal gesteld onder Commissarissen 
uit het Comitté tot de zaken van de Marine, resideerende 
binnen Hoorn en Enkhuizen. 

Comptoir-Qeneraal der Admiraliteit van Westfiries- 
land en het Noorderkwartier (Nos. 1—44): 

N.6. Het Comptoir-Generaal was samengesteld uit den 
Ontvanger -Generaal en den Commies-Generaal, terwijl daar- 
onder ressorteerden de Vendumeester en onderscheiden Gonvooi- 
meesters, Gontra-rolleurs en Commiezen ter Recherche. 

1—2. „Subsidie- en missiveboeken" (aanteekening der van 
de provinciën ontvangen subsidiën, en eopie-uitgaande missiven 
van den Ontvanger-Generaal), 4 Februari 1782 — 23 Februari 
1795. 2 deelen. 

8. Memorieboekje van den Ontvanger-Generaal, 1768 — 1774. 
1 deel. 

4. Copie-conventie tusechen den Advocaat-Fiscaal, den Ont- 
vanger-Greneraal en eenige raden ter admiraliteit omtrent de 
begeving van ambten, 23 Februari 1732. 1 stuk. 

5. Origineele missiven aan de admiraliteit van Westfriesland 
en het Noorderkwartier over financiëele zaken, in handen ge- 
steld van den Ontvanger-Generaal, 10 Mei 1696—12 April 1744. 
4 stukken. 

6. Ingekomen extract-resolutiën, adviezen en missiven bij 
den Ontvanger-Generaal, 6 Augustus 1690—26 Februari 1796. 
68 stukken. 

7. Gedrukte en geschreven instructiën en reglementen, 27 
April 1629—1 Februari 1790. 18 stukken. 

8. Aanteekeningen en documenten betreffende aanbouw en 
equipage, 21 Augustus 1631—10 December 1790. 115 stukken. 



Digitized by 



Google 



35 

9. Monsterrol van het schip 't Wapen van Weetvrieslandt, 
29 Juli 1683. 1 Btuk. 

10. Sterktelijsten van vloten en eekaders, 23 Mei 1665— 
5 October 1782. 13 stukken. 

11. Staat van extraordinaris equipagiën, 1700 — 1712. 1 stuk. 

12. Chert^partijen van de ingehuurde schepen „de Heerlijck- 
heijt van Oosthuijzen" en „Berkhout", 24 October 1705. 2 

. stukken. 

13. Lijsten 'van equipagegoederen en victualie, ontvangen in 
'alands magazijn te Hoorn, 1720—8 October 1727. 17 stukken. 

14. Lijsten en conditiën van verkoop van overgeschoten 
victualie en onbruikbaar materieel, 29 December 1718 — 7 
November 1783. 81 stukken. 

15. Declaratiën van kostpenningen, 15 November 1707—6 
Januari 1727. 15 stukken. 

16. Aanteekening omtrent het Princessegeld (gift der Prinses 
van Oranje om te worden verdeeld onder de weduwen der in 
den slag bij Kaap Bevesier gesneuvelde zeelieden), 1692. 1 stuk. 

17. Stukken betreflFende de uitkeering 'van prijsgelden aan de 
bemanning van het fregat Medemblik, 4 Juli 1786. 2 stukken. 

18. Extracten uit de roUe der proceduren voor de admirali- 
teit van Westfriesland en het Noorderkwartier in zake desertie, 
met bijbehoorende quitantiën van den advocaat-fiscaal, 7 
Augustus 1770—2 September 1790. 53 stukken. 

19. Stukken betreffende de levering van den vijfden man 
door de koopvaardijschepen, 28 Juni 1691—22 Mei 1713. 22 
stukken. 

20. Publicatie betreffende vrijstelling van de levering van 
den derden man door de koopvaardijschepen, 10 Juli 1747. 
1 stuk. 

21. Kaagyrachtrekeningen, 31 Augustus 1782 — December 1785. 

6 stukken. 

22. Provoostrekeningen, 31 Augustus 1782 — 21 December 1785. 

7 stukken. 



Digitized by 



Google — 



86 

23. Monteeringerekeningen, 31 Augustus 1782—18 Juli 1786. 
4 stukken. 

24. Rekeningen van leverantiën gedaan aan schepen der 
Nederlandsche Marine, admiraliteit van Westfriesland en het 
Noorderkwartier, te Toulon en Ajaccio, 17 December 1783 — 19 
September 1786. 10 stukken. 

25. Aanteekeningen en documenten betrefiende de financiën 
der admiraliteit van Westfriesland en het Noorderkwartier, 
1645-28 Februari 1795. 407 stukken. 

26. Aanteekeningen en documenten betreffende de tracte- 
menten, emolumenten en soldijen uitbetaald door de admiraliteit 
van Westfriesland en het Noorderkwartier, 23 Juli 1644 — 4 
November 1794. 60 stukken. 

27. 28. Registers van uitbetaling van de tractementen der 
raden en ministers van de admiraliteit van Westfriesland en 
het Noorderkwartier, 31 December 1712—28 Februari 1795. 2 
deelen. 

29. Register van uitbetaling van de tractementen der raden 
van de admiraliteit van Westfriesland en het Noorderkwartier, 
31 Januari 1769-28 Februari 1795. 1 deel. 

30. Ontvangregister van den 100^» en 200"*«° penning der 
tractementen van de. hoofdofficieren ter zee, 24 Juli 1722 — 13 
April 1731. 1 deel. 

31. Volmachten tot het ontvangen van tractementen en 
soldijen, 28 Maart 1694-12 Mei 1789. 73 stukken. 

32. Stukken betreffende de oprichting van een kantoor tot 
de hoofdelijke betaling der soldijen, 7 Februari 1786 — 6 Maart 
1786. 7 stukken. 

33. Registers van de afbetaling der sjouwers en timmerlieden 
van de admiraliteit, met eenige bijbehoorende stukken, 1 Mei 
1710— Augustus 1782. 37 stukken. 

34. Aanteekeningen en documenten betreffende den ophef 
der convooien en licenten in het ressort der admiraliteit van 
Westfriesland en het Noorderkwartier, 7 Mei 1618 — October 
1775. 54 stukken. 

35. Maandstaten van de opbrengst der convooien en licenten 
in het ressort der admiraliteit van Westfriesland en het Noor- 
derkwartier, Januari 1789— Februari 1795. 120 stukken. 



Digitized by 



Google 



37 

36. Stukken betrefifende den verkoop van aangehaalde goe- 
deren, 11 September 1700-10 April 1752. 180 stukken. 

37. 38. Vendumeestersrekeningen, 6 Mei 1710—6 September 
1746. 1 deel en 40 losse stukken. 

39. Convooimeestersrekeningen van het kantoor Enkhuizen, 
31 December 1712—31 December 1714. 3 stukken. 

40. Ck)mmissie van Andries Haak als vendumeester der 
admiraliteit van Westfriesland en het Noorderkwartier, 5 Sep- 
tember 1729. 1 stuk. 

41. Ingekomen stukken bij den vendumeester, 25 Mei 1712 — 
9 November 1746. 63 stukken. 

42. Ingekomen stukken bij den convooimeesterteEnkhuizen, 
Juni 1714 — 14 Augustus 1751. 5 stukken. 

43. Commissie van Pieter Boterkooper als boekhouder van 
's landfl magazijn te Enkhuizen, 1 November 1728. 1 stuk. 

44. Notitieboekje van een raad ter admiraliteit van West- 
fiiesland en het Noorderkwartier, 1782 — 1783. 1 deel. 

Ontvanger-Generaal der voormalige admiraliteit van 
Weetftiesland en het Noorderkwartier, gesteld onder 
Commissarissen uit het Committé tot de zaken vande 
Marine, resideerende binnen Hoorn en Snkhuizen 
(HoB. 46-61): 

N.B. Bij resolutie van 27 Februari 1795 hieven de Staten- 
Generaal de vijf admiraliteitscoUegiën op en stelden een Committé 
tot de zaken van de Marine in de plaats. Leden van dit Com- 
mitté werden naar de zetels der oude coUegiën gezonden en 
namen de administratie over. 

Copieboek van uitgaande missiven van den Ontvanger- 
Generaal, 20 April 1795—2 November 1796. 

N.B. In denzelfden band met no. 2 van dezen inventaris. 

45. Ingekomen stukken bij den Ontvanger-Generaal, 24 Maart 
1795-11 December 1797. 146 stukken. 

46. Instructie van den Ontvanger-Generaal van de Ho. Mo. 
Heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden betreffende 
de administratie te water, (gedrukt), 8 Februari 1796. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



38 

47. Lijsten van verkoopingen gehouden aan 's lands werven te 
Enkhuizen en te Medemblik, 2 December 1795—2 Maart 1796. 
7 stukken. 

48. Maandstaten van de kas der voormalige admiraliteit van 
Westfriesland en het Noorderkwartier, met bijbehoorende stuk- 
ken, 20 Maart 1795—25 Februari 1797. 182 stukken. 

49. Volmacht van den matroos Johannes Hollander tot het 
ontvangen zijner soldij, 2 December 1796. 1 stuk. 

50. Lijsten van afbetaling der sjouwers en timmerlieden van 
de voormalige admiraliteit van Westfriesland en het Noorder- 
kwartier, November 1795— November 1796. 67 stukken. 

51. Maandstaten van de opbrengst der convooien en licenten 
in het ressort van de voormalige admiraliteit van Westfriesland 
en het Noorderkwartier, 3 Maart 1795—31 October 1797. 203 
stukken. 

V. „Der HoUaendisch-Ostindianischen Compagnie weltbe- 

rühmte Haupt-Handels und Niederlags-Stadt Batavia , 

nach ihrem Grund-Ris und Prospect mit Erlauterung einiger 
ihrer besondersten Merkwürdigkeiten, auf das accurateste vor- 
gestellt von Homannischen Erben. Nürnberg anno 1733." Ge- 
drukt. 1 stuk. 

Van het gemeentebestuur van Delft : 

VI. Stukken nagelaten door den Oost-Ind. ambtenaar 
Govert Cnol, onder het beheer gekomen van de weeskamer te 
Delft met den boedel van diens zoon Isaac Cnol. 

Govert Cnol, van Delft, uitgekomen in 1686 als 
sergeant per sohip Boswijk voor de kamer Zeeland ; 
— opperhoofd der militie te Samarang met den 
rang van kapitein-luitenant, 26 November 1701; — 
kapitein 22 Augustus 1704; — commandeur en gezag- 
hebber van Java's Oostkust, 80 October 1705 ; — 
chef van de Javasche expeditie, 14 Mei 1706 ; — 
landdrost der Bataviasche Ommelanden, 27 Decem- 
ber 1707; — commissaris naar Java en Cheribon, 
24 Januari 1708 ; — naar Nederland verlost, 26 Juli 
1709 ; ~ schout bij nacht van de retourvloot, 
8 October 1709. 



Digitized by 



Google 



39 

I. 2. Copie-memorie van Cornelis Speelman aan Isaac 
Si Martin, commandant der land- en zeemacht op Java's Oost- 
kust, 23 Maart 1678, (twee exemplaren). 2 deelen. 

3. Copie-instructie van Gouverneur-Generaal en Raden aan 
Frangois Tack, commissaris naar Java's Oostkust, 31 October 
1685. 30 geliasseerde vellen. 

4. Cïopie-dagelijksche aanteekening wegens de gedane voijagie 
langs Java's Oostkust door den kapitein Joan Maurits van 
Happel. 3 Maart 1689-21 Mei 1689. 1 deel. 

5. Particuliere brieven van den Gouverneur-Generaal Willem 
van Outhoorn, den Directeur-Generaal Joan van Hoorn en den 
Raad-ordinaris Herman de Wilde aan Govert Cnol, 9 September 
1701—15 April 1709. 1 deel. 

6. Minuut-afgaande brieven van Govert Cnol aan den 
Gouverneur-Generaal Willem van Outhoorn, den Directeur- 
Generaal Joan van Hoorn en de Raden ordinaris Willem de 
Roo en Herman "de Wilde, 12 Augustus 1701—21 Maart 1706. 
1 deel. 

7. Minuut-afgaande brieven van Govert Cnol aan de com- 
mandeurs van Java's Oostkust Anthonie Gerardus Sas en 
Bitter van Reede, 7 Januari 1704—18 September 1704. 1 deel. 

8. Minuut-secrete afgaande brieven van Govert Cnol aan de 
commandeurs van Java's Oostkust, ' Sas en Bitter van Reede, 
23 November 1703-6 September 1704. 1 deel. 

N.B. Achter in dezen band ook eenige aanteekeningen van 
Govert Cnol omtrent zijn reizen naar Perzië in 1697 — 1698 en 
na9.r Soccadana in 1699. 

9. „Resolutiën, instructiën en rapporten met ap- en depen- 
dentiën van dien, wegens de twee diverse om d*Oost en om de 
West (van Samarang) gedane expeditïën onder 't commando van 
den capitain Govert Cnol", 14 October 1704—31 December 1704. 
1 deel. 

10. Copie-dagregister van den Raad ordinaris Herman de 
Wilde gedurende zijn tocht naar en van Cartasoera di Ningrat, 
10 Juli 1705—21 October 1705. 1 deel. 

II. Copie- en origineele briefwisseling van Govert Cnol met 
Gouverneur-Generaal en Raden, 16 Mei 1706—9 Juli 1706. 
1 deel. 



Digitized by 



Google 



40 

12. Inkomend brief boek van Govert Cnol, 6 December 1705 — 
13 Juli 1706. 1 deel. 

13. Als boven, 26 Februari 1708—8 November 1708. 1 deel. 

14. Secreet aankomend Batavia's briefboek, 15 Februari 
1706—4 November 1706. 1 deel. 

15. Aankomend briefboek uit den Oosthoek, 10 Maart 1708 — 
30 April 1709. 1 deel. 

16. Aparte ingekomen brieven van Sourabaija, 22 Februari 
1707-10 Mei 1707. 1 deel. 

17. Minuut-afgaand briefboek van Govert Cnol, 5 Januari 
1706—4 December 1706. 1 deel. 

18. Aankomende particuliere brieven, 4 October 1707 — 20 
Augustus 1708. 1 deel. 

19. Minuut-afgaande particuliere brieven, 18 Januari 1707 — 
6 Mei 1709. 1 deel. 

20. Minuut-afgaande stukken van Govert Cnol als Commis- 
saris naar Java en Cheribon, 15 Februari 1708 — 9 Mei 1709. 
1 deel. 

21. Verleende ordonnanties uit den trein-voorraad tencomp- 
toire Sourabaija, 19 Juni 1708—26 Augustus 1708. 1 deel. 

22. Doodenrol van Java's Oostkust, 11 Maart 1704—27 
Februari 1709. 1 deel. 

23. Kostgeldrol van Java's Oostkust, 30 Juni 1704—28 Februari 
1709. 1 deel. 

24. Vertoog der restanten „soo ten^comptoire Samarang als 
1 de steei 

April 1709. 



in de steene pagger tot Cartasoera, Rembang en Damak," 30 
1 deel. 



25. Losse ingekomen stukken, 24 Augustus 1696 — 29 Decem- 
ber 1705. 85 stukken. 

26. Als boven, 1 Januari 1706—22 December 1706. 150 stukken. 

27. Als boven, 1 Januari 1707—24 December 1707. 79 stukken. 

28. Als boven, 20 Januari 1708—27 November 1709. 90 
stukken. 



Digitized by 



Google 



41 

29. Losse minuut- en copie afgaande stukken, 15 Juni 1700 — 
Augustus 1709. 106 stukken. 

Van het gemeerUébeatuur van Rotterdam: 

VU. Overblijfeels van de archieven van de kamer Rotter- 
dam der Oost-Indische Compagnie, van de Admiraliteit op de 
Maze, van de Admiraliteit van Amsterdam en van de Directie 
der Marine te Rotterdam onder het Koninkrijk Holland en het 
Fransche Keizerrijk (Nos. 1—37): 

Kamer Botterdam der Oost-Indisohe Compagnie (Nos. 1—8) : 

Hoofdparticipanten (Nos. 1 — 4). 

1. yyRangh der hoofdparticipanten, sedert wat tijd haar Ed. 
sessie hebben", 31 Januari 171ö— 8 October 1788. 1 stuk. 

2 — 4. Resolutiën der hoofdparticipanten en participanten der 
Oost-Indische Compagnie ter kamer Rotteraam, gedeeltelijk 
met bijlagen, 23 September 1726—11 December 1801. 2 deelen 
en 4 losse stukken. 

Uit Indië overgekomen stukken (Nos. 5 — 8). 

5. Copie-rapporten aan Gouverneur-Generaal en Raden van 
de opperhoofaen Constantijn Ranst en Joannes Camphuijs bij 
hun terugkeer uit Japan, 31 December 1668— 13 December 1676. 
7 katerns en losse bladen. 

6. Zeilage-order en seinbrief voor de schepen Honslaerdijck, 
Japan, de Betuwe en Helvoetsluijs bij hun vertrek uit Japan, 
31 October 1681. 3 losse vellen. 

7. Ck)pie-particuliere missiven van Hendrik Zwaardecroon te 
Suratte aan (een bewindhebber ter kamer Rotterdam?), 27 Maart 
1702—7 Aprü 1702. 1 lias. 

8. „Personalia*'. Alphabetisch register van bevorderde Com- 
pagnie's dienaren in Indië, 1 Januari 1771 — 31 December 1778. 
Ideel. 

Admiraliteit op de Maze (Nos. 9—32) : 

9—19. (Gedrukte) „Resolutiën, missiven en placaaten van 
haar Hoog- en Edelmogende" (de Staten-Generaal en de admi- 
raliteit op de Maze), met chronologische indices, 1681 — 1790. 
11 deelen. 



Digitized by 



Google 



i 



42 

20. Alphabetische index van realia op de reaolutiën en 
plakaten der Staten-Greneraal en der admiraliteit op de Maze, 
1597—1775. 1 deel. 

21. Alphabetische index van personalia op de resolutiën der 
admiraliteit op de Maze, 1783-1788. 1 deel. 

22. Copie-verbaal van de besognes der gecommitteerden uit 
de respectieve collegiën ter admiraliteit in den Haag, met copie- 
bijlagen, 27 Februari 1766—13 November 1766. 1 deel. 

23. Ingekomen stukken bij de admiraliteit op de Maze, 7 
December 1622—6 September 1678. 12 stukken. 

N.B. Alle afkomstig van het in 1844 verbrande Marine-archief. 
Hierbij vier missiven van Maarten Harpertsz. Tromp van 21 Maart 
1651, 14, 23 eii 28 December 1652. 

24. Naamlijsten der advocaten-fiscaal, secretarissen en klerken 
der admiraliteit op de Maze, 1603 — 1786. 9 losse vellen. 

25. Extract-resolutiën enz. betreffende het ambt van secre- 
taris der admiraliteit op de Maze, 3 April 1600 — 16 September 
1690. 28 stukken. 

26. Extract-resolutiën enz. betreffende het ambt der klerken 
van de admiraliteit op de Maze, 26 October 1629 — 7 Maart 
1786. 65 stukken. 

27 — 28. Gedrukte en geschreven stukken betreffende equipagie 
en financie der admiraliteiten, 17 Juli 1677 — 19 December 1794. 
2 portefeuilles. 

29. Gedrukte en geschreven stukken betreffende het onder- 
zoek in zake de mislukte expeditie naar Brest, 16 October 
1782—18 Mei 1787. 28 stukken. 

Tweede Equipagiemeester der admiraleit op de 
Maze. Pieter van Hoogwerff. 1740—1762 (N^ 30). 

30. Ingekomen stukken bij den tweeden equipagiemeester 
der admiraliteit op de Maze, 19 Augustus 1749—7 October 
1749. 4 stukken. 



Digitized by 



Google 



/ 



43 

Fregatten ter huisvesting van veroordeelde 
personen (N°. 31). 

31. „Het tweede producoel in hetwelcke geregistreert staen 
veeie ende diversche criminele sententiën der bandytten sittende 
op beyde de nieuwe fergatten, waarover als capiteijn is com- 
mandeerende Prederijck Vernaeer, in forma deselve metten ban- 
dieten uijt diversche plaetsen worden overgesonden ende bij 
mij Anthoenisz. Muller Bacha als schrijver van de voorn, 
capiteijn ende de fergatten wordt geregistreert", 16 Mei 1603 — 
6 Juni 1607. 1 deel. 

„Directeuren der Nieuwe Cruyssers van 
de Ma ze" (N^ 32). 

32. Notulen van de directeuren der „nieuwe cruyssers" van 
de Maze, 9 November 1643-15 April 1646. 1 deel. 

Admiraliteit van Amsterdam (Nes. 33-34): 

33. Missive van den kapitein P. Mijtens „in 't Lands schip 
Dieren leggende voor de Helder" aan de admiraliteit van 
Amsterdam, 25 Januari 1759. 2 stukken. 

N B. Uit het verbrande Marine-archief. 

34. Request van 6. J. Jongkint aan de admiraliteit van 
Amsterdam, z. j. 1 stuk. 

N.B. Uit het verbrande Marine-archief. 

Directie der Marine te Rotterdam onder het Koninkrijk 
Holland en het ï*ran8ehe Keizerrijk (Nos. 35—37) : 

35. Missiven van den kapitein-ter-zee Lantsheer aan den 
vice-admiraal J. Kikkert, commandeur der Marine in het Zuide- 
lijk Departement, 25 Juni 1808—1 Juli 1808. 2 stukken. 

36. Missieve van den luitenant-ter-zee J. F. Matthes aan den 
Directeur van het dépót der Marine te Rotterdam, 20 Juni 
1809. 1 stuk. 

37. Ordonnantiën ter verificatie der rekening van den dienst 
der Marine te Rotterdam, 1 Juli 1812-30 November 1813. 
1 lias. 



Digitized by 



Google 



44 

Van hft gemeentebestuur van Waddinxveen: 

Vm. Rechterlijk archief van Waddinxveen vroeger ge- 
naamd Weneveen (zijnde het Noord- en Zuideinde). 

1. Stukken in verschillende zaken gediend hebbende, 1628, 
1663, 1685, 1690, 1702, 1758. 11 stukken. 

2, 3. Vierschaarboeken, 1595—1627. 2 deelen. 

Sedert 1613 alleen van het Zuideinde van Waddinxveen. 

4. Stukken betrefifende de vierschaarboeken, 1600 — 1602. 
2 stukken. 

5—16. Protocollen van opdrachten van hypothecatiën, 1607-- 
1643. 12 deelen. 

Van 4618—1639 verdeeld in opdrachten van het Noord en het 
Zuideinde van Waddinxveen. Het register 1639—1643 is van het 
Zuideinde van Waddinxveen met een acte van Noord-Waddinxveen. 

IX. Rechterlijk archief van Zuid- Waddinxveen. 

1. Stukken in verschillende zaken gediend hebbende, 1666 — 
1769. 67 stukken. 

2. Brieven aan den secretaris over crimineele zaken, 1801 — 
1808. 5 stukken. 

3. Request met appointement aan den baljuw van Rijnland, 

4. Ingekomen stukken van het gerecht, 1801 — 1811. 61 
stukken. 

5—11. Vierschaarboeken, 1628—1678, 1707—1750, 1757— 
1791, 1794-1801. 7 deelen. 

(Zie de noot bij No. 2 en 3 van Waddinxveen). 

12. Stukken betreffende de civiele procedure, 1651—1788. 
145 stukken. 

13. Stukken betreffende insolvente boedels, 1682-1800. 189 
stukken. 

14 — 24. Protocollen van opdrachten en hypothecatiën, 1643— 
1757, 1772—1811. 11 deelen. 

(Zie de noot bij No. 5—16 van Waddinxveen). 

25. Minuut-acten van opdracht, 1808—1811. 27 stukken. 



Digitized by 



Google 



45 

26. Stukken betreffende opdrachten en hypothecatiën, enz., 
1565—1636, 1720—1811. 29 stukken. 

27. Acten van aangifte van verkoop van onroerende goederen, 
^'^-ISIO. 55 stukken. 



28. Generale voorwaarden van openbaren verkoop van onroe- 
rende goederen, XVII^ eeuw. 1 stuk. 

29, 30. Registers van acten van openbaren verkoop van onroe- 
rende goederen, 1725—1744, 1749—1793. 2 deelen. 

31. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1680—1682, 1689—1707, 1714—1719. 120 stukken. 

32—38. Registers van openbaren verkoop van roerende goe- 
deren, 1680—1804. 7 deelen. 

39. Stukken betreffende den verkoop van roerende goederen, 
XVni« eeuw. 11 stukken. 

40. Liquidatiën met den secretaris over verkoopingen, enz., 
1798—1814. 52 stukken. 

41. 42. „Register van schout en schepenen kennisse", zijnde 
schuldbrieven, huwelij ks-acten, aangiften van verkoop van 
onroerende goederen, boedelscheidingen, enz., 1680 — 1750. 2 deelen. 

43—45. Registers van allerhande acten, 1725- 1751. 3 deelen. 

46. Allerhande acten, 1628—1784, 1804, 1805. 36 stukken. 

47 — 50. Registers van aangifte en taxatie voor het collateraal, 
1683—1705, 1725—1756, 1759—1804. 4 deelen. 

51. Acten van aangifte en taxatie voor het collateraal, 1705 — 
1809. 21 stukken. 

52. Verzoeken om taxatie voor het collateraal, 1770 — 1808. 
30 stukken. 

X. Rechterlijke archieven van Bloemendaal, Broek-Tuil 
en het Weegje en Broekhuizen. 

Bloemendaal. 

1. Stukken in verschillende zaken gediend hebbende, 1769, 
1808, 1810. 6 stukken. 

2. Ingekomen (gedrukte; stukken van het gerecht, 1806—1809. 
17 stukken. 



Digitized by 



Google 



46 

3. Stukken behoorende tot de crimineele rechtspraak, 1744, 
1772, 1797, 1798, 1802. 7 stukken. 

4. Resolutie en rechtboek, 1796, 1796. 1 deel. 
6. Rechtboek, 1797—1811. 1 deel. 

6. Aanzegging van wege het gerecht gedaan, 1762. 1 stuk. 

7 — ^^13. Protocollen van opdrachten en hypothecatiën, 1630 — 
1648, 1655—1663, 1703—1716, 1764—1811. 5 deelen. 

14. Stukken betreffende opdrachten en hypothecatiën, XVII® — 
XIX® eeuw. 26 stukken. 

15. Aanteekening van verschuldigde bedragen van boelhuizen, 
1798-1804. 1 stuk. 

16. Allerhande acten, 1807—1810. 3 stukken. 

17. Register van aangifte en taxatie voor het collateraal, 
1795—1806. 1 deel. 

18. Acten van aangifte en taxatie voor het collateraal, 
1794—1810. 5 stukken. 

Bloemendaal, Broek-Tuil-het Weegje en 
Broekhuizen. 

19. Ingekomen* stukken van het gerecht, 1799—1809. 106 
stukken. 

20. Informatieboek van den baljuw van Bloemendaal en van 
Broek en Thuil, 1636—1696. 1 stuk. 

21. 22. Recht en informatieboeken van Bloemendaal, Broek — 
Thuil- -het Weegje en Broekhuizen, 1737—1784. 2 deelen. 

Broek-Tuil en het Weegje. 

23, 24. Protocollen van opdrachten en hypothecatiën, 1630 — 
1655, 1681—1695. 2 deelen. 

25. Acte betreffende de protocollen van opdrachten, 1780. 
1 stuk. 

26. Aanvraag en taxatie voor het collateraal, 1799. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



47 
Broek-Tuil en het Weegje en Broekhuizen 

27. Rechtboek, 1797—1811. 1 deel. 

28. Register van openbaren verkoop van onroerende en roe- 
rende goederen, 1728—1739. 1 deei. 

Broekhuizen. 

29. Protocol van opdrachten en hypothecatiën, 1664 — 1749, 
1 deel. 

30. Acte betrefifende het protocol vaii opdrachten, 1798. 
iBtnk. 

XI- Rechterlijk archief van Noord-Waddinxveen. 

1. Stukken in verschillende zaken gediend hebbende, XVIII« 
en XIX« eeuw. 14 stukken. 

2. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken van het 
gerecht, 1794—1811. 117 stukken. 

3. Reglement van de civiele rechtbank (copie), 1805. 1 stuk. 
4—15. Vierschaarboeken, 1613—1810. 12 deelen. 

16. Stukken betreffende de civiele rechtspraak, 1650 — 1810. 
164 stukken. 

17. Preferentieboek, bevattende de notulen van de rechts- 
dagen in cas van preferentie, 1681—1721. 1 deel. 

18 — 32. Protocollen van opdrachten en hypothecatiën, 1640— 
1805. 15 deelen. 

(Zie de noot bij No. 5—16 van Waddinxveen.) 

33. Protocol van opdrachten, 1806—1810. 1 deel. 

34. Protocol van hypothecatiën, 1806—1810. 1 deel. 

35. Protocol van opdrachten en hypothecatiën onder Noord- 
waddinxveen, ten Westen den Noordenschen weg, 1766 — 1785. 
1 deel. 

36. 37. Protocollen van opdrachten en hypothecatiën van 
schepen, 1704—1712, 1719—1803. 2 deelen. 



Digitized by 



Google 



48 

38. Register van bijl-opdracht en waarborg-brieven van 
schepen, verleden voor den baljuw van St. Huberfcsgerecht en 
schout en schepenen van Noord-Waddinxveen, 1704 — 1712. 

1 deel. 

39. Stukken betreffende de protocollen van opdrachten enz., 
XVIP— XIX« eeuw. 20 stukken. 

40. Acten van opdracht, hypotheek en bijlbrieven, 1783, 
1809—1811. 25 stukken. 

41. Acten van aangifte van verkoop van onroerende goederen, 
1676—1698, 1701-1810. 461 stukken. 

42. Protocol vaff opdrachten van landen ten dienste der 
droogmaking, 1764—1790. 1 deel. 

43. Generale conditiën en voorwaarden van openbaren verkoop 
van onroerende goederen, z. j. 2 stukken. 

44. Register van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1713—1735. 1 deel. 

45. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
enz., 1674-1727, 1735—1810. 543 stukken. 

46—53. Registers van openbaren verkoop van roerende goe- 
deren, 1692-1805. 8 deelen. 

54. Acten en minuut-acten van openbaren verkoop van 
roerende goederen, 1707 ^1794, 1806—1810. 40 stukken. 

55. Acten van openbare verpachtingen van koorn- en hennip- 
tienden van den ambachtsheer, 1754 — 1794. 42 stukken. 

56. Register van requesten met appointementen, 1728 — 1768, 
1791—1793, 1803-1810. 1 deel en 2 stukken. 

57. Register van allerhande acten, 1680—1766. 1 deel. 

58. Allerhande acten, 1646—1810. 40 stukken. 

59. 60. Registers van aangifte voor het collateraal, 1719 — 1805. 

2 deelen. 

61, 62. Registers van taxatie voor het collateraal, 1719— 1743, 
1777—1805. 2 deelen. 

63. Acten van taxatie voor het collateraal, 1765—1803. 28 
stukken. 



Digitized by 



Google 



49 

XH. Rechterlijk archief van de Hooge vierschaar van 
St. Hubertsgerecht. 

1. Ingekomen (gedrukte) en minuten van uitgaande stukken 
van het gerecht, 1689—1811. 219 stukken. 

2—5. Crimineele vierschaarboeken, 1586—1630, 1635—1720, 
1725—1799, 1801. 4 deelen. 

6. Stukken betreffende de crimineele rechtspraak, 1606— 1803. 
138 stukken. 

Xm. Rechterlijk archief van Boskoop. 

Acte van openbaren verkoop van onroerend goed, 1726. 
1 stuk. 

XIV. Rechterlijk archief van Moerkapelle. 

Gedrukte aanschrijving van de civiele rechtbank, 1808. 1 stuk. 

Van het gemeentd>e3tuur van Oudewater: 

XV. Rechterlijk archief van Oudewater. 

1. Stukken in verschillende zaken gediend hebbende, XVP — 
XIX* eeuw. 17 stukken. 

2. Inventaris der archieven behoorende tot de gesupprimeerde 
rechtbank, opgemaakt in 1811. 1 stuk. 

3. Ingekomen stukken van het gerecht, 1795 — 1810. 118 
stukken. 

4. Resolutieboek en judicieel register van schepenen, 1715— 
1794. 1 deel. 

5. Crimineel examenregister (1656—1747) bevattende tevens 
het schouwen van verongelukte personen, 1661 — 1684. 1 deel. 

6 -9. Crimineele gerechtsrollen, 1679 — 1811. 4 deelen. 

10. Stukken betreffende de crimineele procedure, 1674—1811. 
376 stukken. 

11-14. Ordinaris gerechtsrollen, 1674—1678, 1710-1810. 
4 deelen. 

15. Register van schrifturen van eisch, antwoord, re- en 
dupliek enz., 1682—1746. 1 deel. 

(1901) 4 



Digitized by 



Google — 



i 



60 

16—18. lExtra ordinaris rechtboeken, 1604—1624, 1677—1729. 
3 deelen. 

19— 2L Rollen van kleine zaken, 1677—1811. 3 deelen. 

22. Rechterlijke adviezen, 1596, 1610, 1691. 3 stukken. 

23. „Pandtbouck der stede Oudewater", 1579—1581, later 
ingericht als „'t Bouck van d'ordonnancien waernae die stede* 
goederen verhuijrt worden ende andere gunningen," 1681—1605. 

1 deel. 

24—26. Informatieboeken van den officier, ook betreffende 
de gemeene landsmiddelen, 1749 — 1810. 3 deelen. 

27. Impostrol, 1729-1804. 1 deel. 

28. Informatiën, conclusiën, enz., betreffende de procedure 
van de gemeene landsmiddelen, 1746 — 1804. 38 stukken. 

29. 30. Registers van preferentiën, 1677—1763. 2 deelen. 

31. Vonnis van preferentie, brieven van beneficie van inven- 
taris, attestatiën, enz., 1664—1750. 34 stukken. 

32—40. Protocollen van opdrachten en rentebrieven, en*., 
1640—1728. 9 deelen. 

41. Stukken betreffende de protocollen van opdrachten en 
rentebrieven, 1596, 1641, 1649, 1676, 1679, 1789—1810 en z. j. 
59 stukken. 

42. Register van aangifte van verkoop van onroerende 
goederen, 1730—1762, 1780—1788. 1 deel. 

43. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1790—1808. 16 stukken. 

44. Acten . van openbaren verkoop, besteding, verpachting 
of verhuring van stedelijke goederen, 1588 — 1810. 26 stukken. 

45. 46. Registers van openbaren verkoop van roerende goederen, 
1789—1808. 2 deelen. 

47, 48. Registers van volmachten, enz., 1586-1594, 1674— 1743. 

2 deelen. 

49. Register van testamenten, 1612—1626. 1 deel. 

50, 51. Request en appointementboeken, 1743 — 1809. 2 deelen. 
52. Requesten, 1798- 1810 en z. j. 21 stukken. 



Digitized by 



Google 



51 

53. „Willecoorbouck'' of register van allerhande acten, 
1578-1586. 1 deel. 

54. Allerhande acten, 1789—1809. 1 deel. 

55. Acte van interdictie van burgemeesters en schepenen 
aan den baljuw om het procureurschap te exerceeren, 1581. 

1 stuk. 

56. Request van den baljuw aan de Staten van Holland 
over het terugbekomen van door de gemeene armbezorgers bestede 
kinderen, die naar Brugge ontvoerd waren. Met bijlagen, 1725. 
7 stukken. 

57. 58. Register van taxatien voor het collateraal, 1728— 1806. 

2 deelen. 

59. Acte van taxatie en aanvraag om taxatie voor het colla- 
teraal, 1755, 1756. 2 stukken. 

XVI. Rechterlijk archief van Hekendorp. 

1. Ingekomen (gedrukte) stukken van het gerecht, 1806 — 1810. 
i 12 stukken. 

2. Eisch aan het gerecht overgegeven, 1586. 1 stuk. 

3. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen 
ten overstaan van schout en schepenen in de St. Jorisdoelen te 
Oudewater, 1801, 1806, 1807. 4 stukken. 

Van het gemeenUbestuur van Lekherkerk : 

XVii. Rechterlijke archieven van de Lek, Lekkerkerk en 
Zuidbroek. 

de Lek, Lekkerkerk en Zuidbroek: 

1 Notulen van baljuw en mansmannen, 1787 — 1800. 1 deel. 

2—5. Crimineele rollen van de Hooge vierschaar, 1686 — 1803, 
4 deelen. 

6. Request aan baljuw en mansmannen, 1781. 2 stukken. » 

7. Testamenten gepasseerd voor het gerecht van Lekkerkerk 
en Zuidbroek, 1747—1809. 234 stukken. 



Digitized by 



Google 



52 
Lekkerkerk. 

8. Ingekomen stukken van het gerecht, 1748, 1796—1804. 
54 stukken. 

9. Gedrukte aanschrijvingen van het Departementaal beetuor 
van Holland en van den Landdrost aan het gerecht, 1806—1811. 
65 stukken. 

10—12. Civiele rollen van schout en heemraden, 1702 — 1811. 
3 deeleu. 

13. Acte van insinuatie aan den baljuw als door het gerecht 
aangesteld tot curator. 1792. 1 stuk. 

14 — 23. Protocollen van opdrachten en rentebrieven, 1634 — 1640, 
1659-1672, 1697-1714, 1725—1811. 10 deelen. 

24. Acten van opdracht en hypotheek, 1795—1811. 70 
stukken. 

25. Acten van aangifte van verkoop van onroerende goederen 
1749—1810. 415 stukken. 

26. Register van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1747-1770. 1 deel. 

27. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1783—1798, 1808—1810. 107 stukken. 

28. Register van openbaren verkoop van onroerende goederen 
en aanbestedingen, 1723 — 1798. 1 deel. 

29. Register van openbaren verkoop en verpachting van 
boomen, grasgewas, enz., 1765—1798. 1 deel. 

30. 31. Registers van openbaren verkoop van roerende goederen, 
1747__1785. 2 deelen. 

32. Acten van openbaren verkoop ran roerende goederen, 
1790—1797, 1809, 1810. 18 stukken. 

33, 34. Registers van openbare verhuringen en bestedingen 
der ambachts- en kerkegoederen, 1753 — 1810. 2 deelen. 

35. Acten van openbare verhuring en besteding, 1756, 1788, 
1790, 1808—1811. 7 stukken. 

36. Inventarissen en rekeningen van boedels, enz., 1701— 1799. 
184 stukken. 



Digitized by 



Google 



58 

37. Register van testamenten, acten van voogdij, enz. 1747 — 
1770. 1 deel. 

38. Register van requesten en appointem enten, 1765— rlSll. 

1 deel. 

39. Requesten met appointementen, 1700 — 1784. 30 stukken. 

40 — 42. Register van allerhande acten, 1704-1766. 3deelen. 
No. 42 begint als register van den 40enpennine, enz., 1639— 1650. 

43. Allerhande acten, 1762—1811. 126 stukken. 

44, 45. Registers van aangifte voor het collateraal, 1747—1793. 

2 deelen. 

Van het gemeentebestuur van Vrijef^n: 

JLVuJL. Rechterlijk archief van Vrijenban, (vervolg op 
aanwinstenlijst ao 1896 n». LXXX). 

1. Rechtboek, bevattende de notulen van vergaderingen van 
sehont en municipalen en rechtsdagen, 1795—1797, benevens 
den inventaris van het archief. 1 deel. 

2. Notulen van een extra vergadering van schout en schepenen, 
ingekomen stukken en minuut van een uitgaand stuk, 1796. 
7 stukken. 

3. Reglement voor de civiele rechtbank, 1804. 1 stuk. 

4. Circulaire aan de rechtbank, 1807. 1 stuk. 

5. Requesten aan schout en gerecht, gezworenen of schepenen, 
later municipaliteit, 1705-1797. 79 stukken. 

6. Inteekeningen van een gerepudieerden boedel, 1751. 1 stuk. 

7. Rekeningen van een geabandonneerden boedel, 1804 en 1806. 
2 stukken. 

8. Boedelscheiding aangegaan voor schout en gerecht, 1683. 
1 stuk. 

9. Registers van openbare verpachting door schout en ge- 
recht van' Vrijenban en molen meesters van Klein Vrijenban 
van de visscherij behoorende tot landerijen die voor de ongelden 
geabandonneerd waren, 1708—1755. 3 deelen. 

10. Rekeningen aan schout en gezworenen of gerecht als 
oppervoogden, overgeleverd 1639—1723. 8 stukken. 



Digitized by 



Google 



54 

XIX. Rechterlijk archief van Abtsrecht: 

1. Reglement voor de civiele en crimineele rechtbank, 1804. 
1 stuk. 

2. Register van notulen van vergaderingen van schout en 
municipalen^ het gerecht en het gemeentebestuur en rechtsdagen, 
1795—1809. 1 deel. 

3. Allerhande acten, 1776-1808. 6 stukken. 

ï 

4. Verzoeken om taxatie voor de coUaterale successie. 
Copie, 1810 en 1811. 2 stukken. 

XX. Rechterlijk archief van Akkersdijk en Vrouwenrecht : 

1. Ingekomen stukken en minuut van een antwoord, 1760 
en 1809. 3 stukken. 

2. Stukken van boedels, 1756 en 1781. 3 stukken. 

3. Brieven aan den schout en secretaris over transporten en 
een arrest, 1797 en 1810. 3 stukken. 

4. Stukken van een proces voor het gerecht, 1753 en 1754. 
19 stukken. 

5. Register van de inteekeningen op insolvente boedels en 
bij executie verkochte goederen en sententiën van preferentie, 
1704__1762. 1 deel. 

6. Stukken van gecedeerde boedels (1751), 1760, 1801 en 1802. 
8 stukken. 

7. Minuten van acten van opdracht, hypotheek, indemniteit, 
enz., en memoriën van kosten wegens veilingen, opdrachten, 
enz., 1754—1791. 25 stukken. 

8. Volmachten en andere stukken betreffende opdrachten, 
1752-1796. 9 stukken. 

9. Aangiften van koop, extracten uit scheidingen, acten van 
openbaren verkoop en copiën van koopcontracten, 1749 — 1810. 
22 stukken. 

10. Acteu van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1758-1791. 6 stukken. 

11. Billet van een boelhuis, 1776. 1 stuk. 

12. Allerhande acten, 1756—1800. 59 stukken. 



Digitized by 



Google 



55 

18. Aanvragen om taxatie voor de collaterale successie, 1679 
—1806. 29 stukken. 

14. Brieven van den baljuw van Rijnsburg, Boskoop, Akkers- 
dijk, Vrouwenrecht en Vrouwenvenne aan den schout als wel- 
geboren man, 1758, 1760—1762, 1772, 1804. 27 stukken. 

15. Brieven van den baljuw aan den schout, 1769. 2 stukken. 

Van het gemeentebestuur van Melissant : 

XXI. Rechterlijk archief van Melissant : 

Gredrukte aanschrijvingen aan het gerecht en reglement voor 
de civiele rechtbank, 1787—1811. 46 stukken. 

TTTTTT. Rechterlijk archief van Nieuwe Tonge : 

Gedrukte aanschrijvingen aan het gerecht, 1809 en 1810. 18 
stukken. 

XXm. Rechterlijke archieven van Onwaard, Oud en 
Nieuw Kraaijer en Kraaijenisse : 

Gredrukte aanschrijvingen aan het gerecht en reglement voor 
de civiele rechtbank, 1804 en 1810. 8 stukken. 

Van het gemeentebestuur van Dirksland : 

XXrV. Rechterlijk archief van Dirksland : (vervolg aan- 
winstenlijst van 1896, n». XXXIX). 

1. Circulaires, ingekomen bij den baljnw en de rechtbank, 
1796, 1804—1811. 34 stukken. 

2. Testamenten voor schepenen gepasseerd, 1706—1767. 
Copiën. 6 stukken. 

3. Inventarissen van insolvente boedels, 1772 en 1802. 
Rekening van gearresteerde goederen, 1702. Copie. 
Rekening van een gerepudieerden boedel, 170o en 2 copiën 

daarvan van 1710. 

Rekening van een gerepudieerden boedel 1710 en copie van 
1717. 7 stukken. 



Digitized by 



Google 



56 

Van het gemeentebestuur van Voorburg : 

XXV. Rechterlijk archief van Voorburg, (vervolg op aan- 
winstenUjst van 1896 n». LXXVIII). 

1. Inventarissen van oude archiefstukken opgemaakt in 1669, 
1800 en 1805. 3 stukken. 

2. Aanschrijvingen en andere ingekomen stukken en minuten 
van antwoorden, 1800-1811. 106 stukken. 

Van het gemeentebeetuur van Bijsvnjk : 

XXVI. Rechterlijk archief van Rijswijk, (vervolg op aan- 
winstenlijst 1896 no. LXX). 

1. Aanschrijvingen aan de rechtbank en den secretaris en 
minuten van antwoorden, 1807 — 1810. 30 stukken. 

2. Publicatie van Zijne Hoogheid den Prins van Oranje waarbij 
het jagen in de klingen omtrent 's-Gravenhage voor vijfjaren 
verboden werd. 1777 (gedrukt). 1 stuk. 

3. Missive van het Hof aan de municipaliteit, 1802. 1 stuk. 

4. Brieven aan den secretaris over hypotheken en een proces 
voor het gerecht, 1802: 4 stukken. 

5. Resolutie van schepenen waarbij een orde voor de com- 
missarissen en de verdeeling van het salaris van de schepenen 
werd vastgesteld, 1743. 1 stuk.. 

6. Boedelpapieren, 1700—1787. 38 stukken. 

7. Register van consignatiën in insolvente boedels enexecu- 
tiën, enz., 1656—1744. 1 deel. 

Achterin register van resolutiën van kerkmeesters, 1655 — 1658. 

8. 9. Verzoeken om taxatie en copiën van acten van taxatie, 
1718—1787. 1 deel en 2 stukken. 

Van het gemeentebestuur van Nieuwpoorl : 

XXVII. Rechterlijk archief van Nieuwpoort, (vervolg op 
aanwinstenlijst van 1898 n^ X). 

Gedrukte aanschrijvingen aan het gerecht, 1668—1730,1807 — 
1810. 51 stukken. 



Digitized by 



Google 



57 
Van het gemeentebestuur van Heükelum: 

XXVUI. Rechterlijk archief van Heükelum, (vervolg op 
aanwinstenlijst 1896 n^ XVI). 

1. Ingekomen stukken bij het gerecht en minuten van ant- 
woorden, 1810—1813. 69 stukken. 

2. Paspoorten verleend door den baljuw, 1810. 2 stukken. 

3. Civiele rol, 1692 (fragment). 1 stuk. 

4. Register van copiën van koopacten van onroerende goe- 
deren, 1591—1595. 1 deel. 

5. Acte van openbaren verkoop van onroerend goed, 1680. 
1 stuk. 

6. Minuten van allerhande acten, 1641 — 1643. 14 stukken. 

Van het gemeentebestuur van Vtaardinger-ambacht: 

XXIX. Rechterlijk archief van Vlaardingen. 

1. Stukken behoorende tot de crimineele rechtspraak, 1778 — 
1781 en z. d. 10 stukken. 

2. Civiele processtukken, 1774—1780. 65 stukken. 

3. Dagvaardingen, 1776-1778. 8 stukken. 

4. Requesten aan het gerecht om als procureur daarvoor te 
pofltuleeren, 1776, 1780 en 1781. 3 stukken. 

Van het Hoogheemraadschap van Voorne: 

XXX. Archieven van de Dagvaart én Commissarissen 
van het comptoir-generaal der verponding van het land 
van Voorne. 

1—5. Register van de handelingen van de algemeene dag- 
vaarten van het land van Voorne en van de dagvaarten van 
de ingelanden aan de oostzijde van Flakkee, 1564 — 1572,1576 — 
1604, 1617—1627, 1626—1676, 1732—1763, 1765-1812. 5 deelen. 

No. 1, van 1564 — 1627, een fragment, bevat tevens handelingen 
van de Vierschaar. 

No. 2, van 1626 — 1676 grootendeels onleesbaar. 

No. 5, bevat de handelingen van de ingelanden aan de Oostzijde 
van Flakkee tot 1779. 



Digitized by 



Google 



58 

6. Lijsten van comparanten op de jaarlijksche dagvaarten, 
1714, 1781—1786, 1788—1812. 31 stukken. 

7. Concept-instructie voor de seinwachters op den toren te 
Brielle en op de posten langs de stranden van den lande van 
Voorne, 1795. 1 stuk. 

8. Inventaris van de oude rekeningen, octrooien, enz., 1704. 
1 stuk. 

9. Octrooi van Keizer Karel voor de regeerders van Brielle 
en het land van Voorne om los en lijfrenten te verkoopen tot 
betaling van hun aandeel in de bede van 18 October 1553, 1 
Maart 1553. 1 Charter met uithangend zegel in rood was. 

10. Octrooi als voren tot betaling van portiën van beden, 21 
Januari 1554. 1 Charter met uithangend zegel in rood was. 

11. Accoord tusschen de Staten van het land van Voorne 
en de heerlijkheid Heenvliet over de gezamenlijke contri- 
bueering van penningen in beden, 29 October 1555. Authentieke 
copie op perkament. 

12. Octrooi van Koning Philips voor regeerders van Brielle en 
het land van Voorne om losrenten te verkoopen tot voldoening 
van hun aandeel in de bede van Mei 1558, 2 September 1558. 
1 Charter met uithangend zegel in rood was. 

13. Octrooi van de Staten van Holland voor die van Voorne 
om in plaats van 4>/2) 9 stuivers op elke ton zwaar bier te 
heffen tot vereffening van oude renten en andere afdoeningen, 
25 April 1608. 1 Charter met uithangend zegel in rood was. 

14. Condemnatie van het Hof van Holland op een ordon- 
nantie door die van Voorne 9 Januari 1620 gemaakt over de 
schoten en gemeene lands onkosten, 3 November 1621, met publi- 
catie van 7 September 1622. 1 Charter met uithangend zegel in 
rood was. 

15. Octrooi van de Staten van Holland tot heffing voor 
6 jaar van Vj blank van iedere ton turf, 14 Mei 1627. 1 Charter 
met uithangend zegel in rood was. 

16. Octrooi als voren waarbij het 59« artikel van de keuren 
van het land, sprekende van het recht van naasting wordt 
geredresseerd, 21 Maart 1661. 1 Charter met uithangend zegel 
in rood was. 



Digitized by 



Google 



59 

17. Reqnest van den baljaw aan Zijn Hoogheid, met apoBtille 
van 6 Mei 1673 over de wijze van electie van leenmannen. 
Copie. 1 stuk. 

18. Extract resolutiën van de Staten van Holland, wegens 
het composeeren der pachten van de gemeene middelen in 
Westvoome en Flakkee, 1679, 1701. Copiën. 2 stukken. 

19. Request van de respectieve ingelanden en opgezetenen 
van Klein Oosterland, het Brielsche Nieuwland, Vekhoek, de 
Struiten en het Kleine Weergors, aan gecommitteerde Raden 
om de pachters te gelasten hen te laten in den vrijdom van 
imposten van bezaaide landen en hoombeesten. Met acte van 
27 Mei 1689 waarbij het verzoek werd toegestaan. 2 stukken. 

20. Keure op de externesten in den lande van Voome, 
3 Mei 1700. Gedrukt. 1 stuk. 

21. Ordonnantie op de Wildernisse van den lande van Voome, 
gerenoveert 1 Juni 1716. Gedrukt. 1 stuk. 

22. Processtukken en bijlagen over geschillen van den Heer 
en Schepenen van Heenvliet met den ontvanger (generaal) van 
den impost over Holland en de regeering van Brieïle en Voome, 
over hunne verplichting om met Holland of Voome te contri- 
bueeren, 1543-1559. 52 stukken. 

(Onder de bijlagen komen o. a. voor : Rekening van de drie 
groeten van het gemet van het land van Voome tot behoef van de 
heervaart van Mijn Genadigen heer van Bourgondië op het Sticht 
van Utrecht in 1456. Rekening van de 1 groot van het gemet 
van het land van Voome," tot behoef van de heervaart van Mijn 
Genaiiigen heer van Bourgondië op het Sticht van Utrecht en voor 
Deventer in 1456). 

23. Mandament in cas van relief d'appel, verleend door het 
Hof van Holland aan Adriaan Hogendijk en Mr. Mathijs 
Verschoor, met intimatie aan leenmanen, 18 Januari 1747. 
Copie. 1 stuk. 

24. Constitutie door baljuw en leenmannen van Voome en 
burgemeesters en schepenen van Brielle en Goedereede van een 
deel van een door de Staten van Holland en Zeeland aan 
Jonkvronwe Elisabeth van Nassau vereerde pillegaaf, 12 Maart 
1578. Authentieke copie. 1 stuk. 

25. Obligatie ten behoeve van Brielle en het land van Voome, 
1567. 1 Charter. Zegels verloren. 



Digitized by 



Google 



60 

26. Quitantie wegens koop eener rente van 300 ft, 26 Januari 
1543. 1 stuk. 

27. Staat van uitgaven voor gemaakte landkaarten, (z. d.). 
1 stuk. 

28. Overgifte eener schuldvordering op Brielle en het land 
van Voorne, 11 April 1579. 1 stuk. 

29. Rekeningen met bijlagen, van den ontvanger van den 
lande van Voorne over ordi naris en extra ordinaris beden, den 
30«» penning, enz., 1663—1565, 1568-1572, 1575, 1599. 18 
stukken. 

30. Rekeningen met bijlagen van den ontvanger-generaal der 
verponding, van de renten die het gemeene land is heffende op 
de domeinen alsmede van den impost van 9 stuivers op de ton 
zwaar bier, 1771, 1772, 1784-1786, 1798-1800, 1809-1812. 65 
stukken. 

31. 32. Quitantieboeken van de ordinaris en extra ordinaris 
verpondingen, 1772 — 1807. 2 deelen. 

33. Quitantiën van den ontvanger-generaal van Holland voor 
den ontvanger der verpondingen 'slands van Voorne, wegens 
ordinaire en extra ordinaire verpondingen, 1772 — 1807. 629 
stukken. 

34. Maandstaten van het kantoor der verpondingen van den 
lande van Voorne, 1773—1807. 105 stukken. 

35. Extract resolutie van Gecommitteerde Raden van de 
Staten van Holland en Westvriesland, betreffende de premie 
wegens het prompt betalen van de verponding, 5 April 1732. 
1 stuk. 

36. Extract resolutie van de Staten van Holland en West- 
vriesland, omtrent de eedsaflegging van den ontvanger der 
verponding, 24 Maart 1779. 1 stuk. 

37. Extract resolutie van Gecommitteerde Raden van de Staten 
van Holland en West vriesland, waarbij de ontvanger-generaal 
werd gequalificeerd om kortingen te valideeren wanneer het 
furnissement binnen acht dagen van den verleenden tijd ge- 
««hiedde, 14 April 1785. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



61 

yyxT . Archief van baljuw en leenmannen van heiland 
van Voorne: 

1. Ingekomen stukken van baljuw en leenmannen van Voorne 
en VVestvoorne, 1795—1810. 113 stukken. 

2. Minuut-missiven van den hoofoflScier van Brielle en leen- 
mannen van den lande van Voorne, en missiven van regenten 
van het tuchüiuis te Gouda, over de voldoening van de decla- 
ratiën wegens geconfineerden, 1810, 1811. 8 stukken. 

3. Copie uit de kaart van Goedereede, door N. Cruquius, 1732. 
Gedrukt. 1 stuk (plano). 

4. Kaart van de buitenkant van de poldertjes Nieuw- Wes- 
terloo, Elleinen en Grooten Zuiderpolder met de gorsing daarvoor 
en het Stellegors, tot aanwijzing van de scheiding tusschen de 
jurisdictie van baljuw en leenmannen van Voorne en het gerecht 
van Goedereede. Vervaardigd door den beëedigden landmeter J. 
Sandifort, 1764. Geteekend. 

5. Koperen plaat waarin gegraveerd een extract uit het 
register der resolutiën van de Staten van Holland en Westvries- 
land, dd. 23 October 1787, bepalende de limiten van de jurisdictie 
tusschen Zuid- en West- Voorne in den Eendracht^polder met 
bijgevoegde kaart van dien polder, door J. Turpin. 

Afdrukken dier plaat in zwart en kleuren. 4 stukken. 

6. „Keuren ende privilegiën des Lands ende Heerlyckheyts 
van Voorne. Keuren ende privilegiën der stede ende vrije heer- 
lyckheyt van Heenvliet", Rotterdam, P. van Waesberge, 1717. 
4°. hoornen band. 

7. Ordonnantie op de Wildernissen van den lande van Voorne, 
's-Gravenhage, Jacobus Scheltus, 1750. 4^. 

8. Conventie tusschen baljuw en leenmannen van den lande 
van Voorne ter eenre en eenige ambachtsheeren in den voor- 
noemden lande ter andere aangegaan. Brielle, de Wed. Verhell & 
Zoon, 1771. 40. 

9. Generale keur en ordonnantie der ambagtsheerlijkheid van 
't Nieuweland, bestaande in de Vierpolders. Brielle, G. L. 
Verhell, 1776. 4^. 

10. Ordonnantie op het Veer ofte de wagenvragt tusschen 
de stad Briel en de fortresse Helvoetsluis. Brielle, G. L. 
Verhell, 1781. 8°. 



Digitized by 



Google 



62 



yyyT T. Archief van de Ringcommissie van Voome en 
Putten. 



Ingekomen stukken, 1810 — 1814. 15 stukken. 



Van den Archivaris in de provincie Oroningen: 

XXXm. 1. Octrooi der oude West-Indische Compagnie 
3 Maart 1621 met de ampliaties van 10 Juni 1622, 13 Feortiari 
1623, 21 Juni 1623 en 16 October 1624. Copiën. 1 deel. 

2. „Agenda ofte kort receuil uyt de notulen van het geresol- 
veerde in het nu jongst gehouden reces van de vergadering der 
Thienen", 4 September- 23 December 1687, 

Missive van W. Kerckrinck, gouverneur van Curagao aan de 
bewindhebbers der West-Indische Compagnie ter vergadering 
van de Tienen en aan die ter kamer van Stad en Lande, 
7 Juli 1688. 

„Journaal van de remarquabelste voorvallen op het fort 
Zelandia en het stedeken raramaribo in Rio Surinam tsedert 
17 Juli— 3 Augustus 1688" en andere stukken betreffende de 
West-Indische Compagnie, geschreven en gedrukt, 1635 — 1691. 
1 deel. 

Deze stukken zijn waarschijnlijk afkomstig uit het archief der 
kamer Stad en Lande van de West-Indische Compagnie. 



Van den Archivaris in de provincie Zeeland: 

XXXIV. 1. Overdracht door Anthonis Jonge Jansz., als 
executeur van het testament zijner echtgenoote Comelye, aan 
Jan Jansz., monnik in het klooster den Hem buiten Schoon- 
hoven, van het collatierecht der door haar gestichte vicarie op 
het St. Adriaansaltaar in de kerk te Dreischor, hetwelk door 
hem wederom wordt overgedragen aan den Prior van genoemd 
klooster, 11 Augustus 1466. 1 charter. 

Afkomstig uit de collectie Phillipps te Cheltenham. 

2. Commissie van de Staten-Generaal voor mr. Laurens 
Pieter Van de Spiegel als raadpensionaris, 9 November 1787. 
1 charter. 



Digitized by 



Google 



63 . 

Van den Archivaris in de provincie Utrecht: 

XXXV. Stukken afkomstig yan den heer Baron yan Tuyll 
van Zuylen. 

1. Formulierboek voor acten en titels ten gebruike van het 
Hof van Holland, jr 1570. 1 deel. 

In dit register is mede ingeschreven : naamlijst van stadhouders, 
presidenten en raden van Holland 1428—1567, Namen van de 
«hooftgeestelickheijt van Holiandt en Zeelandt»,; opgaaf van alle 
heemraadschappen in Holland, «beneficiên in Holland ende Vriesland 
staende ter collatie van den Goninck als grave van Hollant», «festa 
palatii ende vacatiën gewoonlicken te houden in den Hove van 
Holiandt 1 enz. 

2. Aanteekeningen uit de Staten van Oorlog van 1595, 
1597-1604, 1607-1610, 1617 en 1621. 1 deel. 

3—7. Staten van Oorlog van 1613, 1617, 1621, 1644 en 1651. 
Copiën. 5 deelen. 

In den staat van 1621 zün tevens opgenomen : «de naerdere repar- 
titiën de annis 1626, 1627, 1628 ende 1631 van de troupes van 
graeff Willem van Nassau». 

8. „Staet van den oorloge te water, mitsgaders repartitie van 
de 35 scheepen, 5 fregatten en 5 jachten", 1629. Copie. 1 deel. 

9. Staat van de subsidiën door Frankrijk gegeven tot voort- 
zetting van den oorlog en opgave van de wijze waarop zij zijn 
besteed, 1598—1609. 1 deel. 

10. „Rapport gedaen bij den heere van Sommelsdijck" aan 
de Staten-Gteneraal, „van zijne legatie aan de republicque van 
Venetien" 25 April — 7 Augustus en overgegeven 11 Augustus 
1620. Copie. 1 deel. 

11. „Inventaris van de registers, liassen ende stucken ter 
Griffie van Haere Hoog Mogende berustende, gemaeckt in den 
jare 1636". 1 stuk. 

12. ,,Inventaris van de stucken ende papieren, berustende 
in de nieuwe casse staende opte Griffie van üaere Hoog Mogende, 
gemarqueert van buytenop mette letter D, ende voorts ver- 
volgens van de registers, reeckeningen, liassen ende stucken, 
die 't sedert het maecken van den inventaris van den jaere 
1635 in andere cassen zijn gelecht", 1646 of later. 1 stuk. 

13. Soldijboek van de compagnie van den ritmeester (Graeff- 
schap?) 1676 en 1677. 1 deel. 

De coraet Herman van den Berch, die in dit soldijboek genoemd 
wordt, kreeg den Bfi^ Maart 1672 commissie in genoemde compagnie. 



Digitized by 



Google 



• 64 

14. Acten van de Ridderschap van Utrecht, „zo in deraelver 

laatste sessie voor de revolutie op den 27 Januari 1795 , 

met invlegting van verscheidene bijzonderheden in den revolu- 
tionairen tijd voorgevallen, betrekking hebbende tot de r^ee- 
ring van deeze provincie", 1795—1814. Gedrukt. 1 deel. 

Van den tijdelijken Archivaris van het Hoogheemraadschap 
Delfland : 

XXXVI. 1. Acte van borgtocht van Jonker Joos van 

Steenweghe, heer van Kersbeke ten behoeve van Jonker Jan 

van Lyere, rentmeester van de heerlijkheid Diest, 80 Juni 1568. 
1 charter. 

2. Request van eenige inwoners van Hardinxveld aan schout 
en schepenen aldaar, 1791? 1 stuk. 

Van den heer Q-. J. Q. C. graaf Bentinok te Amerongen : 

XXXVU. 1, 2. Verbaal van de zending van Nanningh 
Kaiser, gedeputeerde van de Staten-Generaal naar den koning 
van Denemarken, Noorwegen, enz., 7 Augustus 1652—8 October 
1653 (Rapport met geinsereerde bijlagen). Copie. 2 deelen. 

3. Verbaal van de zending van Henrick van der Gapelle tho 
Rijssel, heer van Eessel en Hasselt, burgemeester van Zutphen, 
Abraham van Beveren, heer van Oost- en West Barendrecht, 
oud-burgemeester van Dordrecht, Roelof van Langen, burge- 
meester van Kampen en Jacob van Borsele van der Hooghe, 
gecommitteerde in den Raad van State, gedeputeerden van de 
Staten-Generaal naar den Bisschop en de stad Munster, 26 Sep- 
tember — 19 December 1657. (Rapport met bijlagen). 1 deel. 

Van Jhr. W. A. O. de Jonge te ^s-Oravenhage : 

XXXVm. 1 — 5. Stukken afkomstig van den commandeur 
Jan Danielsen van Rijn. 

1. Pas, afgegeven door burgemeesters en regeerders van 
Rotterdam voor Joan Danielsen als kapitein van het schip 
„de Zwarte Leeuw", 4 Januari 1658. 1 stuk. 

2. Gommissiën voor Jan Danielsen van Rijn als comman- 
deur op den brander de Fortuyn, van Gedeputeerden en Gevol- 



Digitized by 



Google 



65 

machtigden van de Staten-Generaal „tot de expeditie en 
over 'temploy van 's lands vlote", 2 Juli 1666, comman- 
deur van een „uijtlegger" van de Admiraliteit te Rotterdam, 
30 Juli 1672, „commandeur ofte capiteyn op een van de 
oorloghschepen op de Waal onder net bevel van Willem 
van Swaenswijck, opper-commandeur van de uytleggers", 
als voren, 9 Juni 1676. 3 stukken. 

3. Orders van den luitenant-admiraal Michiel Adriaans- 
zoon de Ruyter voor Jan Danielsen van den Rijn als : 

Commandeur van het brandschip „de Fortuyn", 8 Juli 
1666. 

Commandeur van het brandschip ;,Pro Patria", 27 Mei 
1667. 2 stukken. 

4. Lijst van de verdeeling der vloot onder den luitenant- 
admiraal Michiel de Ruyter in drie smaldeelen, met opgaaf 
van de namen der bevelvoerende officieren, 10 Mei 1673. 
1 stuk. 

6. Fragment-instructie van den luitenant-admiraal Michiel 
de Ruyter voor de officieren van de vloot, 9 Mei 1673. 
1 stuk. 

6. „Rendevous" voor de vloot gesteld door den vice-admiraal 
Cornelis Everts en zijn krijgsraad, 19 Februari 1678. 1 stuk. 

7. Instructie van den vice-admiraal Cornelis Everts, „opper- 
hoofil van 't esquadre schepen van den Staet gedestineert naar 
de Middellantsche zee", voor de officieren van de vloot, 21 
Februari 1678. 1 stuk. 

8. Order van den schout-bij-nacht Gillis Scheij voor den 
commandeur Jan Dame, 19 Nov. 1688. 1 stuk. 

9. Order van koning Lodewijk XIV van Frankrijk voor den 
Bcheepskapitein d'Hans te Duinkerken om zich in te schepen 
op het schip l'Alcion en er te dienen als luitenant onder de 
bevelen van den kapitein Baert, Versailles 11 April 1692. 
1 stuk. 

10. Extract-resolutiën van de Staten-Generaal en van de vroed- 
schap van Rotterdam en andere stukken betreffende den 
Amerikaanschen scheepskapitein Paul Jones, 1779 en 1780. 
17 stukken. 

(1901) 6 



Digitized by 



Google 



66 



Van de erfgenamen van toijlen den heer W. B, ter Meiden 

te Bodegraven^ door bemiddeling van den heer 

F. P, ter Meuten te *8'0ravenhage: 

"XTCTCITC . Missive van den gouvemenr-generaal van 
Imhoff aan den Sultan van Palembang, 25 April 1749. Op drie 
met ornament in goud versierde bladen. 

Van den heer A. N. J. de Quartel te Amsterdam: 
XL. Stukken afkomstig- van den vice-admiraal Jacob Imans. 

1. Commissie voor Jacob Imans, als: kapitein-ter-zee onder 
de admiraliteit in Zeeland van de Staten Generaal, 7 Mei 1718, 
luitenant-admiraal van de Staten van Zeeland, 27 Mei 1746 en 
van Prins Willem IV, 8 Maart 1750. 3 charters. 

2. Certificatie van den vice-admiraal Franyois van Aerssen 
van Sommelsdijk omtrent het gedrag van den kapitein-ter-zee 
Jacob Imans naar aanleiding van een lasterlijke aantijging van 
den raadsheer Iman Roelant van der Dussen, 20 Januari 1727. 
1 stuk. 

8. Request van Jacob Imans aan gecommitteerde Raden 
ter Admiraliteit in Zeeland met verzoek om zijn commissie 
als vice-admiraal te „accepteren,'' met apostille van 6 Juli 1746. 
1 stuk. 

4. Minuut-request van Jacob Imans aan de Staten van 
Zeeland om ontslag als vice-admiraal en minuut-brieven hierop 
betrekking hebbende, 1747. 1 stuk. 

5. Verklaring afgelegd door officieren onder het commando 
staande van den vice-admiraal Imans omtrent diens beleid en 
gedrag. In het schip „De Vriendschap" 8 Augustus 1747. 1 stuk. 

6. Missive van Adriaan Kempe (aan den vice-admiraal Jacob 
Imans ?) ter begeleiding van eenige copie-resolutiën van de Staten 
van Holland en van de Admiraliteit van Zeeland, Middel- 
burg 23 April 1748. 3 stukken. 

7. Missive van den commandant Johan Greve aan den vice- 
admiraal Jacob Imans, commandant van de vloot ten anker 
onder Saftingen, 15 Juli 1748. 1 stuk. 



Digitized by 



Google 



8- Reglement vastgesteld door Prins Willem IV omtrent den 
rang tusschen de respectieve zee- en landoflBcieren. Copie met 
begeleidende missive, 9 Maart 1750. 3 stukken. 

Van Dr, B, Tideman Jz, te ^s-Oravenhage: 

XU. Stukken afkomstig van mr. M. C. van Hall, lid van 
de commissie „tot het ontwerpen van den voet en inrichting 
van het Bestuur van het Departement Holland." 

1. Missive van het Staatsbewind en van de financieelé com- 
missie over het voormalig gewest Holland aan mr. M. O. van 
Hall, 27 October en 13 November 1801. 2 stukken. 

2. Korte aanteekeningen gehouden door mr. M. C. van Hall 
gedurende de vergaderingen der commissie „tot het ontwerpen 
van den voet en inrichting van het Bestuur van het Departe- 
ment Holland", 16 November -21 December 1801. 1 stuk. 

3. Ontwerp van een algemeen voorschrift op de uitoefening 
van het stemrecht en het houden van grond- en ringsvergade- 
ringen ter verkiezing van leden voor het departementaal bestuur 
van Holland. Minuut. 1 stuk. 

4. Reglement van bestuur voor het Departement Holland. 
Minuut of concept. 1 stuk. 

5. „Bedenkingen van het Staatsbewind op het ontwerp door 
de Hollandscbe Commissie aan hetzelve den 18«" Januarij 1802 
overgegeven" en „gedachten van de HoUandsche Commissie op 
deze bedenkingen". Copie. 1 stuk. 

6. Missiven van de Commissie tot het ontwerpen van den voet 
en inrichting van het bestuur van de respective departementen 
der Bataafsche Republiek en missive van dezelfde commissie 
voor het departement Holland aan het Staatsbewind, 1801, 1802 
en z. d. Copiën. 3 stukken. 

7. Missive van het Staatsbewind aan mr. M. C. van Hall, 
15 Maart 1802. 1 stuk. 

Van den heer R, J. Schierheek te ^a-Gravenhage : 
XLH. Penteekening van de abdij van Leeuwenhorst. 



Digitized by 



Google 



68 

B. Aangekocht. 
Van de boekhandelaren Frederik Muller & Co. ie Amsterdam: 
XLIII. Ter auctie van 9—11 Mei 1901. 

1. Missiven aan de Admiraliteit van Zeeland van : 

de Staten-Generaal 1629 en 1693, de Staten van Zeeland 
19 Juli 1784, Jan de Moor, 18 October 1627 en Albert Joachimi 
11 April 1630. 

Secrete missive van de Staten-Generaal aan de Admiraliteit op 
de Maas, 10 Juni 1675. 

Missive van Godart Philip Cornelis Theodorus baron van de 
Cappellen, commies-generaal van de convooien en licenten aan 
eene Admiraliteit, 4 Maart 1769. 

Fragment van eene missive van mr. Willem Gerard Dedel 
Jr. aan de Admiraliteit te Amsterdam ? 28 Juni (z. j.). 

Missive van den vice-admiraal Jan Willem de Winter aan den 
kapitein-ter-zee Willem Otto Bloys van Treslong, 4 October 1795. 
10 stukken. 

Deze missiven zijn afkomstig uit het in 1844 verbrande Iffarine- 
archief. 

2. Quitantie van Philips Doublet, ontvanger-generaal der 
Unie voor de Staten van Holland van 1550 ponden, in minde- 
ring van hetgeen door voornoemde Staten in de „quoten'' voor 
de fortificatiën was toegestaan. 1 stuk. 

3. Pas, afgegeven door Gerard Schaep Pietersz., commissaris 
van de Staten-Generaal in Engeland voor Jonker Roelant van 
Kinschot om ongehinderd met zijn bagage te kunnen reizen van 
Engeland naar Holland, Westminster 13 Juli 1650, 1 stuk. 

4. Machtiging van weesmeesters van Amsterdam voorGrietie 
Comelisdr. wed®. Pieter Jansz. van Ditmarsen, om ten be- 
hoeve harer drie minderjarige kinderen uit handen van 
Bewindhebbers der Oost-Indische Compagnie te mogen ontvangen 
een som van f 207. 2. 10., 16 Januari 1685. 1 stuk. 

5. Inventaris van de meubelen, berustende in het Prins 
Mauritshuis en toekomende de erfgenamen van mevrouw Maes, 
9 Juli 1687. Met copie. 

„Inventaris van de meubilen, die jegenwoordig gevonden 
werden op het huys van Prins Maurits van Nassau" en die op 
1 Mei J751 overgenomen zijn door H. v. Markel. 3 stukken. 



Digitized by 



Google 



69 

6. Order van den luitenant-generaal Herman Willem Daendels 
voor den kapitein der artillerie van Bommel. Hoofdkwartier te 
Kleef, 4 Juli 1796. 1 stuk. 

Van den boekhandel voorheen E, J. Brul te Leiden : 

XLTV. Ter auctie van 11—16 November 1901: 

Reizen naar en in Oost-Indië van den zieketrooster J. 
Lambair, September 1671 — i September 1677. H. S. in 4°. 1 deel. 

Van de boekhandelaren W, P. van Stockum & Zoon 
te ^S'Gravenhage: 

XLV. Ter auctie van 23—30 November 1901 : 

Copie-memorie van de „hoofdparticipanten en aensienelijke 
geinteresseerdens in de Nederlantse Óost-Indische-Compagnie 
ter kamer van Zeeland" aan de Staten Generaal, in zake de 
verlenging van het octrooi der Compagnie, 1740. Copie. 1 stuk. 

Van den heer A, A. Vorsferman van Oijen te Rijaurijk: 

XL VI. 1. Opdracht voor het gerecht van Oud-Matenesse 
door Claes Diricksz. Noetdorrep aan Jonker Johan van Mateness 
van al zijn roerende en onroerende goederen in voornoemd 
ambacht, 6 Augustus 1567. 1 charter. 

2. Opdracht voor het gerecht van Aarlanderveen, Oudshoorn 
en Gnephoek door Salomon Willemsz. aan Adriaen Claesz. 
Erckel, drossaard van Hekendorp, van een losrente van 375 
gulden 'sjaars, 2 Augustus 1619. 1 charter. 

Van den heer J. H, Dunk te Rotterdam: 

XL VII. „Journaal ofte dagregister gehoude op 's lanshoeker 
de Maasnimphf onder commande van den luytenant J. Rijn- 
bende" gedurende een kruistocht in het kanaal en op de Noordzee, 
19 April— 27 September 1786. 1 stuk. 

Van den heer O. van Rijn te Rotterdam: 

XL V 111. 1. Geteekende „Caerte ende metinge ghedaen 
(bij Pieter Floriss van der Sallem gheswooren lantmeter) ten 
versoucken van de heere raetsheer De Raedt ende mr. Pieter 
de Stangeren" van een partij land gelegen in 't nieuwe land 
buiten 's-Gravenzande, September 1 662. 



Digitized by 



Google 



70 

2. Geteekende „caerte van de Camper- en Hontsbosser'dijck, 
dijken en duynen en voorts de gelegentheyt van de Wftcker-, 
Dromer- en Slaperdijck, alsmede waar de Camperduyn door 
het hooge vloeijen in dit najaar verleeden grootelijk is vermin- 
dert" door Dirk Abbestee, secretaris van Callantsoog, 2 Januari 
1682. Copie. 

3. Geteekende „kaarte van 't land ende de kuste van Huis- 
duinen, mitsgaders 't Marsdiep metten aankleeven van dien". 
Copie naar Abbestee, November 1663, door Jan van Petersom, 
7 October 1694. 

4. Geteekende kaart van Westvlieland en het Eijerland, 
waarop staat aangewezen „de plaatse daar Pieter Leening en 
Bartholomeus Sohier oordeelde met vrugt eenige werken ter 
verminderinge der extra binnevloede en bewaringe der strande 
zoude kunnen gemaakt werden". Copie naar Z. Wolfsen en 
Maurits Walraven, 2 — 4 Juni 1717, door laatstgenoemde 7 
April 1718. 

5. Geteekende kaart van den Bovenkerkerpolder gelegen bij 
Amstelveen, door Cornelis van Nieuwenhoven, 1773. 

6. Geteekende kaart van 's Rijks zeehaven in het maritieme 
etablissement Willemsoort te Nieuwediep, z. j. 

7. Geteekende paskaart van het noord- westelijk gedeelte der 
Javazee van de Sundastraat tot Batavia door Isaak de Graaf te 
Amsterdam, 1725. Op perkament. 



C. Geoopieerd. 

Naar bescheiden, berustende: 

In het archief der gemeente Lekkerkerk: 

Inventaris van de boeken, charters enz., behoorende tot de 
vrije hooge heerlijkheid van de Lek, Lekkerkerk en Zuidbroek, 
met uitzondering van hetgeen alleen tot Zuidbroek behoorde, 
opgemaakt in 1746 en aangevuld tot 1752. 

Inventaris van de boeken, charters enz., 19 October 1763, 
met ontvangbewijzen van 25 October 1763 en 9 Mei 1795. 



Digitized by 



Google 



71 

Ampliatie van den inventaris van 25 October 1763, gefor- 
meerd ingevolge het 7<*« artikel van de publicatie van de 
provisioneele representanten van het volk van Holland, 
9 Mei 1795. 

Inventaris van de boeken, charters enz., 14 April 1798, 
nagezien o September 1812. 

Inventaris van de boeken, charters enz. berustende ter secre- 
tarie en betrekking hebbende op de kerk, pastorie, kerk- en 
pastoriegoederen, tot November 1798. Mei 1799. 

Het begin is een gelijktijdig afschrift, te Lekkerkerk gevonden. 

Ontvangbewijs van registers en papieren van den maire voor 
den gewezen maire, 6 December 1811 en later. 

Procesverbaal van het lichten van stukken door den maire 
uit een kast bij den gedefungeerd hebbenden maire, 3 April 1812. 

Procesverbaal van het lichten van de papieren en registers 
behoorende tot de administratie van de politie en de polders, 
8 Juni 1812. 

Lijst van stukken betrefiende een polder, overgenomen 
6 Mei 1812. 

In het archief der gemeente Monster: 

Inventaris van de papieren, charters en documenten ter 
secretarie berustende en op 1 Juni 1670 aan den secretaris 
overgeleverd. 

In het archief der gemeente Oudewater : 

Staat van de rekeningen enz., 1 November 1653. 

Inventaris van de secretarie, loopende tot 1788. 

Inventaris van eenige oude papieren en stukken, verzameld 
door Johannes Justus Montijn, burgemeester, en geplaatst in de 
kast op het stadhuis, loopende tot het begin van de 19® eeuw. 

In het archief der gemeente Voorburg : 

Inventaris van de documenten, loopende tot 1800. 

Het begin is een gelijktijdig afschrift te Voorburg gevonden. 

Inventaris van de papieren en documenten door den secre- 
taris aan de municipaliteit overgeleverd en in de aangekochte 
kast in het rechthuis gedeponeerd, 18 April 1801. 



Digitized by 



Google — 



72 

Inventaris van de ambachts- en molenrekeningen, 24 Maart 
1623, geamplieerd 3 December 1629, 11 Juli 1643 en 30 
December 1648. 

In het archiej der gemeente Vrijenban : 

Inventaris van de brieven, stukken enz., bevonden in de 
ambachts- en in de weeskist van Akkersdijk en Vrouwenrecht, 
30 Januari 1621. 

Inventaris van de stukken en protocollen betreffende Vroa- 
wenrecht, 14 November 1625. 

Inventaris van de papieren en boeken van Akkersdijk en 
Vrouwenrecht, loopende tot 1695. 

Memorie van de papieren behoorende tot den boedel van 
wijlen den notaris en procureur Willem de Jong. 

Memorie van de papieren en boeken van Akkersdijk en 
Vrouwenrecht, loopenae tot 1748. 

Ontvangbewijs van boeken van de weduwe van een schout 
en secretaris van Akkersdijk en Vrouwenrecht overgenomen, 
29 September 1751. 

Inventaris van papieren en boeken betreffende Akkersdijk en 
loopende tot 1751. 

In het archief der gemeente Waddinxveen : 

Inventaris van de papieren en de bescheiden van de heerlijk- 
heden Hubertsgerecht, Peuliën, Groenswaard en Snijdelwijk, 
liggende onder Noord- Waddinxveen en : 

Inventaris van de crimineele papieren van de halsheerlijk- 
heid St. Hubertsgerecht, loopende tot 1778. 

In het archief der gemeente Vlaardingen: 

Inventaris van het archief van het college der groote visscherij, 
door J. van Schravendijk, 13 Mei 1897. 



Digitized by 



Google 



NOTULEN 

VAN DB 

TWAALFDE BIJEENKOMST DER RIJKSARCHIVARISSEN 

Op Dinsdag 22 October 1901, des voormiddags te Vuur in het 
gebouw van het rijksarchief te 's-Oravenhage (!)• 



Tegenwoordig zijn de heeren : Jhr. Mr. Th. H. F. van Riems- 
dijk, algemeen rijksarchivaris, voorzitter, en de rijksarchivarissen 
in de provinciën : in Zeeland Mr. R. Fruin, in Utrecht Mr. S. 
Muller Fz., in Noord-Brabant Mr. A. C. Bondam, in Noord-Hol- 
land C. J. Gonnet, in Limburg A. J. Flament, in Groningen 
Mr. J. A. Feith, in Gelderland Mr. J. F. Bijleveld, in Drente 
Mr. J. G. Ch. Joosting en in Friesland Mr. J. L. Berns. 

De heer Mr. C. P. L. Rutgers, rijksarchivaris in Overijssel, 
is om gezondheidsredenen verhinderd de vergadering bij te 
wonen. 

Na opening der vergadering wordt het secretariaat aan den 
heer Berns opgedragen. 

De Voorzitter stelt aan de orde de eerste in den beschrij- 
vingsbrief genoemde vraag : „In hoeverre voldoen het Konink- 
lijk Besluit van 26 Juni 1856 n®. 79 en de daarin geformuleerde 
regelen betreffende de archieven nog aan de tegenwoordige be- 
hoeften, en welke wijzigingen zouden daarin wenschelijk zijn?", 
— wijst op het verband van dit K. B. met het reglement, vast- 
gesteld bij Ministerieele beschikking van 4 Augustus 1829, en op 
het voornaamste in deze beiden, namelijk het openstellen der 
archieven, waaraan men in 1829 behoefte gevoelde; en doet mede- 



(1) Zie den Beschrijvingsbrief hierachter als Bijlage I. 



Digitized by 



Google 



74 

deeling van den brief van 12 April 1856 (1), waarbij Dr. Bak- 
huizen V. d. Brink aan den Minister doet toekomen concepten 
van de instructiee en van het, spoedig daarna tot stand gekomen, 
Kon. Besluit, en deze toelicht. 

Spreker stelt zich de vraag, of nu reeds het oogenblik zou ge- 
komen zijn, om verandering in het Kon. Besluit van 1856 te 
maken? Dit besluit heeft eene tweeledige strekking: ledeoj>en- 
baarheid der archieven in het belang van wetenschappelijke 
onderzoekingen voor te schrijven, 2® de wijze, waarop het raad- 
plegen van die archieven zal geschieden, te regelen. Het regle- 
ment van 1829 had die voorschriften voor alle Rijks-, provin- 
ciale- en plaatselijke archieven gegeven. Zij werden in het K. 
B. herhaald, doch slechts in betrekking tot de Rijksarchieven 
van vóór December 1813. De aanleiding om dien einddatum te 
kiezen, bestond hierin, dat men aan de Rijksarchieven tot 1795, 
die het Rijksarchief reeds bezat, de archieven, berustende onder 
de departementen van Algemeen bestuur tot 1813 wenschte toe 
te voegen. Het lag evenwel niet in de bedoeling die laatste 
archieven in eens over te nemen, terwijl er nog andere Rijks- 
archieven van vóór Dec. 1813 waren, die zich niet bevonden bij 
de departementen van Algemeen bestuur of voor het Rijksarchief 
niet in aanmerking kwamen. Vandaar dat het K. B. sprak van 
„archieven des Rijks, waar ook binnen dit Rijk geplaatst". Deze 
algemeene strekking van het besluit, een waarborg voor de open- 
baarheid van Rijksarchieven, moet behouden blijven. Sedert 1856 
zijn nagenoeg alle Rijksarchieven van vóór Dec. 1813 naar het 
Rijksarchief en de RijksdepótB in de provinciën overgebracht. 
Het oogenblik breekt aan, om nu ook de nieuwe Rijksarchieven 
over te nemen. Wil men het K. B. met het oog op de tegenwoor- 
dige omstandigheden herzien, dan dient men niet alleen de 
bepalingen omtrent het raadplegen van de archieven te wijzigen, 
maar ook een lateren datum te stellen voor de archieven, die 
openbaar zullen zijn, of de openbaarheid der nieuwe archieven 
op eene andere wijze te regelen. Laat men het laatste na, dan 
zou men van het K. B. een reglement maken voor de Rijksde- 
p6ts, ressorteerende onder het Departement van Binnenlandsche 
Zaken. Daar het nu nog onbekend is, in hoever de nieuwe 
archieven openbaar zullen zijn, is de vre^ag gewettigd, of de 
wijziging van het K. B. niet moet worden uitgesteld. 

De heer Muller zegt, dat naar zijne meening het door den 
Voorzitter gewenschte verschuiven der herziening, totdat over 



(1) Zie de onderwijswetten, d. Hubrecht, 5e Afd. Wetensch. en kunst, 2e 
dl. blz. 203. 



Digitized by 



Google 



75 

de nieuwere archieven door de regeering eene beslissing genomen 
zal zijn, onnoodig is. De Minister vraagt, in hoeverre de regelen 
van 1829/1856 nog voldoen aan de tegenwoordige behoeften, en 
zoo neen, welke wijzigingen dan wenschelijk zouden zijn. Daarop 
moeten wij antwoord geven, en dus eene nieuwe regeling voor- 
stellen, ook voor die nieuwere archieven, die thans reeds in vele 
onzer Rijksdepóts zijn opgenomen, — eene regeling, die later 
wellicht op de nog over te nemen nieuwere archieven toepas- 
selijk verklaard zou kunnen worden. 

De Voorzitter antwoordt daarop, dat hij twijfelt of zulk 
een nieuwe regeling thans wenschelijk is, omdat de toekomstige 
en spoedig te verwachten belangrijke uitbreiding van het 
Rijksarchief weldra weder nieuwe regeling zal noodig maken, 
en wij thans bij het ontwerpen eener nieuwe regeling voorzeker 
het oog op de toevoeging van de nieuwere archieven zouden 
moeten richten, doch dit toch slecht zouden kunnen, omdat nog 
geheel onbeslist is, wat al of niet in het Rijksarchief opgenomen 
zal worden. Bovendien blijft het bezwaar bestaan, dat het K. B. 
van 1856 ook slaat op de Rijksarchieven elders geplaatst, en 
men dus de regeling uit het verband zou rukken door nu 
bepalingen te ontwerpen met het oog op de opneming in onze 
Rijksdepóts. 

De heer Bondam geeft als zijne meening te kennen, dat 
wij in elk geval wijs zullen doen ons te bepalen tot eene 
behandeling der regelen, die moeten gelden omtrent de open- 
stelling onzer depóte. Zoodoende zullen wij een afzienbare taak 
voor ééne vergadering hebben, en kunnen afwachten, of ons 
daarna dan nader advies gevraagd zal worden over eene regeling 
der overige archieven van staatsinstellingen, colleges en ambte- 
naren, welke niet in onze Rijksdepóts zijn opgenomen. 

Hij wijst er verder op, dat het minstens twijfelachtig is, of 
de bepaalde vermelding der archieven van vroegere dagteekening 
dan December 1813 in den considerans van het K. B. de werking 
der tien artikelen zei ven beperkt tot de archieven binnen 
die grens. 

Deze en meer moeilijkheden, voor welker behandeling de tijd 
van ééne vergadering te kort zou zijn, zullen wij ontgaan door 
ons thans te bepalen tot het ontwerpen van een reglement 
op de openbaarheid van de in onze depots opgenomen archieven. 

De heer F r u i n zou het reglement ook willen doen gelden 
voor de oude rechterlijke archieven, die aan gemeentebesturen 
in bewaring gegeven zijn. 



Digitized by 



Google _ 



76 

De heer Bondam merkt op, dat die geldigheid als voorwaarde 
voor de deponeering bepaald kan worden. 

De heer F r u i n deelt als znne meening mede, dat de tijd 
voor eene herziening van het K. B. van 1856 thans rijp is, 
omdat de bepaling daarin over de archieven „waar ook geplaatst^" 
luidens de mededeelingen van den Voorzitter juist aldus gefor- 
muleerd is met het oog daarop, dat toenmaals de Rijksarchieven 
tot December 1813 nog niet waren, en eerst langzamerhand 
zouden worden overgenomen. Daar zij thans bijna alle overge- 
nomen zijn. bestaat dus, naar des Sprekers inzicht, de moeilijkheid, 
door den Voorzitter opgeworpen, niet. 

De heer Flament geeft te kennen, dat z. i. vóóraf de 
samenstelling van onze depots moet worden vastgesteld, wijl 
thans in sommige depots latere archieven zijn opgenomen, b.v. 
in het Limburgsche die van het Commissariaat van Politie tot 
1880 toe. Aan bepalingen daarvoor bestaat thans behoefte. 

De heer Muller acht noodig, dat eerst worde uitgemaakt, 
of het K. B. van 1856 nog aan de tegenwoordige behoefte 
voldoet. 

De heer F r u i n wijst er op, dat uit het door den heer 
Flament aangevoerde juist blijkt, dat herziening van het K. B. 
van 1856 thans noodig is. 

De heer Bondam merkt op, dat eene herziening der bepa- 
lingen van 1856 voor onze depots blijkbaar allen gewenscht 
voorkomt, en dat in het voorstel van de heeren Fruin, Muller 
en hem uitsluitend het oog gericht is op de archieven in onze 
depots, waarmede de formuleeringen in overeenstemming zijn 
gebracht, b.v. bij de vervanging van het woord „locaal" door 
„gebouw''. In verband daarmede stelt hij voor den Minister te 
kennen te geven, dat wij herziening der bestaande bepalingen 
voor onze depots wenschelijk achten, — dat wij in het midden 
wenschen te laten, of eene geheele vervanging van het voor alle 
Rijksarchieven, waar ook geplaatst, geldende K. B. wenschelijk 
ware door algemeene bepalingen ook voor de archieven, niet tot 
onze depots behoorende, waaronder de gemeente-archieven, — dat 
wij, ons bereid verklarende die zaak desgewenscht gezet te 
overwegen, ons thans meenen te moeten bepalen tot de over- 
weging en aanbieding van een reglement op de openbaarheid 
onzer depots. 

De heer Muller geeft in overweging, om, liever dan de 
zaak in het midden te laten, bij deze gelegenheid onzen wensch 



Digitized by 



Google 



77 

naar eene wet op het archiefwezen uit te spreken, en de aan- 
dacht van Zijne Excellentie te vestigen op de groote wensche- 
lijkheid om de openbaarheid van archieven in het algemeen te 
regelen bij zulk een wet, in afwachting waarvan een Koninklijk 
besluit het bedoelde reglement zou kunnen vaststellen. 

Met deze wijziging stemmen daarna allen met het voorstel 
van den heer Bondam in, en stelt de Voorzitter dienovereen- 
komstig aan de orde het ontwerpen van zulk een reglement, 
uitsluitend voor onze Rijksdepóts, waartoe hij best oordeelt 
het onderzoek n' voor n' van de tien artikelen van het K. B., 
met de voor elk artikel in het voorstel van de heeren Fruin, 
Muller en Bondam, en in het afzonderlijk voorstel van den 
heer Fruin voor de artikelen 3 en 5, voorgestelde ver- 
anderingen. (1) ^ 

Art. 1. De ambtenaren, aan welke de bewaring is 
toevertrouwd van de archieven des Rijks, waar ook bin- 
nen dit Rijk geplaatst, zijn gemagtigd, onder in acht- 
neming der hierna te melden bepalingen, de toelating 
tot het gebruik der onder hun beheer staande verzame- 
lingen van archieven te verleenen aan alle bij hen 
bekende en vertrouwde personen, die in het algemeen 
belang nasporingen wenschen te doen. 

Het ingediende voorstel bevat twee wijzigingen van dit 
artikel: Ie in de plaats van „gemagtigd" te lezen „gehouden*', 
en 2« in de plaats van „die in het algemeen belang nasporingen 
wenschen te doen", te lezen : „die zich daartoe te hunnen 
bureele aanmelden", en geeft hierbij als toelichting voor de 
eerste wijziging: „Als beginsel is aangenomen: de archieven 
moeten steeds voor het publiek toegankelijk zijn, de archivaris 
is dus „gehouden*' er toegang toe te verleenen, en voor de 
tweede: „Dat alleen zij, die in het algemeen belang en ter 
wille van historische onderzoekingen nasporingen doen, be- 
hooren te worden toegelaten, is een verouderd begrip." 

Beide wijzigingen vinden algemeene instemming; alleen wordt 
wenschelijk geacht de woorden „te hunnen bureele" te doen 
vervalleh. 

Op voorstel van den heer Bondam worden de woorden „De 
ambtenaren, aan welke de bewaring is toevertrouwd van de 



(1) Zie Bijlage II en III. 



Digitized by 



Google 



78 

archieven des Rijks, waar ook binnen dit Rijk geplaatst," 
vervangen door „De Rijksarchivarissen". 

De heer Muller stelt voor aan art. 1 eene nieuwe alinea 
toe te voegen, luidende: „Tot het raadplegen van archieven, die 
jonger zijn dan December 1813, wordt de vergunning vereischt 
van de autoriteit, die ze in het Rijksdepót heeft gedeponeerd." 

De heer Fruin ondersteunt dit voorstel. De latere archieven * 
kunnen niet zoo zonder voorbehoud open gesteld worden als de 
vroegere. Sorotijds toch betreffen de eerste nog levende personen. 

De heer Flament acht het ook wenschelijk, dat vooral van 
de latere crimineele archieven na 1700 de inzage geweigerd kan 
worden. 

De heer Bondam heeft bezwaar tegen het voorstel van den 
heer Muller. Hij wil het reglement ook in de toekomst, als de grens 
van oud-archief verschoven wordt, geldig doen zijn, en zou 
daarom niet de vermelding van Dec. 1813, maar eene algemeene 
uitdrukking wenschen. 

De heer Joosting zou uit dit art. de woorden „bij hen 
bekende en vertrouwde personen" willen weglaten, daar in de 
praktijk deze stelregel niet wordt gevolgd, en art. 2 voldoende 
bevoegdheid tot weigering van inzage der stukken verleent, 
indien men meent, dat de aanvrager niet betrouwbaar is. 

Hiertegen blijkt algemeene tegenkanting te bestaan. 

Op voorstel van den Voorzitter wordt de verdere behan- 
deling van het voorstel van den heer Muller aangehouden totdat 
de considerans aan de orde zal komen. 

Het gewijzigde art. 1, zooals het thans is vastgesteld, luidt 
derhalve: „De rijksarchivarissen zijn gehouden, onder in acht- 
neming der hierna te melden bepalingen, de toelating tot het 
gebruik der onder hun beheer staande verzamelingen van 
archieven te verleenen aan alle bij hen bekende en vertrouwde 
personen, die zich daartoe aanmelden." 

Art. 2, Indien zich bij hen iemand ten voornoemden 
einde aanmeldt, aan wien zij vermeenen de toelating niet 
met genoegzame zekerheid te kunnen vergunnen, ver- 
wijzen zij hem met zijn verzoek naar de autoriteit, van 
welke zij hunne instructie hebben ontvangen, en doen zij 
tevens onverwijld aan die autoriteit verslag, met opgave 
der redenen hunner weigering. 



Digitized by 



Google 



79 

Naar het oordeel van alle aanwezigen kunnen in dit artikel 
de woorden: „bij hen" vervangen worden door „bij de rijks- 
archivarissen", de woorden: „de autoriteit van welke zij hunne 
instructie hebben ontvangen", door: „den Minister van Binnen- 
nenlandsche Zaken," en de woorden : „die autoriteit" door : 
„dien Minister." 

Overigens wordt dit artikel onveranderd gelaten. 

Art. 3. De toegelaten personen zijn gehouden in het 
locaal der archieven gebruik te maken van de verlangde 
stukken, welke alvorens zullen worden gestempeld. 

Waar de omstandigheden zulks veroorloven worden de 
bezoekers niet in de verzameling zelve toegelaten, maar 
brengen de ambtenaren bij de archieven de verlangde 
stukken ten gebruike in een afzonderlijk daartoe bestemd 
vertrek. 

Die ambtenaren zijn ook gehouden de bezoekers in 
hunne nasporingen behulpzaam te wezen, hun de registers 
en inventarissen voor te leggen, enz. 

Zij dragen zorg, dat de gebruikte stukken telken reize 
in goeden staat worden teruggegeven en dadelijk weder 
gelegd op de daarvoor bestemde plaats. 

In alinea 1 wordt overeenkomstig het voorstel van de heeren 
Bondam, Fruin en Muller het woord „locaal" veranderd in 
..gebouw". De toelichting van dit voorstel luidt: „Lokaal is 
dubbelzinnig, men zou er ook de voor de bezoekers ingerichte 
kamer onder kunnen verstaan." 

Het door den heer Fruin schriftelijk ingediende voorstel strekt, 
om in al. 1 van dit artikel de woorden : „welke alvorens zullen 
worden gestempeld" te doen vervallen, en in art. 5 de woorden 
„dan na behoorlijk gestempeld te zijn met den stempel van 
het Rijk" te vervangen door: „dan na voorzien te zijn van een 
etiquet, waaruit blijkt, tot welk depot het stuk behoort." 

Als toelichting is hierbij gevoegd : „Het stempelen der stukken 
is een barbaarsch gebruik, dat volslagen nutteloos is, daar de 
stempel kan worden onzichtbaar gemaakt of uitgescheurd, waar- 
door het stuk bedorven is, ook als het later wordt teruggevonden. 
Tegen hen, die fraude willen plegen, helpt het stempelen niet. 
Om opzettelijk te loor gaan van stukken te voorkomen, is het 
aanhechten van een etiquet voldoende." 

De Voorzitter stelt deze kwestie ook voor artikel 5 tege- 
hjk aan de orde. 



Digitized by 



Google 



80 

De heer F r n i n licht zijn voorstel mondeling nog nader toe. 
Na er op gewezen te hebben, dat door het stempelen een stuk 
altijd eenigszins verminkt wordt, herinnert hij, dat de stempel 
ten doel heeft, om èn in geval de stukken uitgeleend zijn en 
abusievelijk niet teruggegeven èn in geval zij gestolen zijn, uit 
te wijzen, tot welk depot het stuk behoort. In het eerste geval 
is een etiquet veel practischer dan een stempel, want de stempel 
wijst alleen het depot aan, het etiquet ook het bijzondere archief 
en het nummer, waaronder het op den inventaris voorkomt. Bij 
diefstal helpen etiquet en stempel geen van beiden. Ook de 
stempel toch kan verwijderd worden, en geschiedt dat, dan be- 
staat er kans, dat het stuk gemutileerd wordt. Bij verwijdering 
van het etiquet blijft het stuk althans ongeschonden. 

De heer Bijleveld ziet in het stempelen juist een middel 
om verdwaalde stukken terug te krijgen, b.v. na den dood van 
den tijdelijken bezitter. Etiquetten vallen licht af; tegen dief- 
stal helpt niets afdoende. Bovendien is het stempelen in onze 
instructies voorgeschreven. 

De heer Gonnet is het eens met den heer Bijleveld. Het 
is ook een groot bezwaar, dat in zijn depot bijna alles reeds 
gestempeld is. Dit bezwaar zou echter kunnen weggenomen 
worden door facultatiefstelling : stempelen of etiquetteeren. 

De heer Muller geeft als zijne meening te kennen, dat het 
onzichtbaar maken van stempels, waarvan de heer Fruin in de 
toelichting bij zijn voorstel melding maakt, niet zoo heel gemak- 
kelijk is, behalve van caoutchouc-stempels. Etiquetten vallen 
vaak af, en verbleeken ook zeer licht. 

De Voorzitter beschouwt het stempelen als een nood- 
zakelijk kwaad. Het voldoet wel niet aan alle eischen van een 
onuitwischbaar kenteeken, doch bij groote archieven zou het 
etiquetteeren hoogst bezwaarlijk zijn. Bovendien voldoen etiquetten 
ook niet aan alle eischen. 

De heer Fruin vindt de geopperde bezwaren niet steekhou- 
dend. Het verdwalen van buiten het dep6t uitgeleende stukken zal 
tegenwoordig niet licht meer voorkomen, nu men archiefstukken 
nog slechts bij hooge uitzondering elders uitleent dan in andere 
depots of openbare gebouwen. Een thans te geven voorschrift 
helpt toch niet voor de stukken, die vroeger uitgeleend en 
verdwaald zijn. Ook het argument, dat het etiquetteeren in 
groote archief-depóts bezwarend zou zijn, kan niet gelden, wijl 



Digitized by 



Google 



81 

immers in het artikel alleen sprake is van door bezoekers ter 
inzage gevrac^de stukken; de overige stukken zullen tegelijk 
met de definitieve ordening van het archief, waartoe zij behooren, 
zonder bezwaar geëtiquetteerd kunnen worden, gelijk dat toch 
algemeen gebruikelijk is. Ook het gemakkelijk afvallen vindt 
Spreker geen bezwaar ; bij het uitleenen kan immers het etiquet 
steeds nagezien worden ; en bovendien heeft men het re9U. Om 
echt^ aan het door den heer Gonnet geopperde bezwaar te 
gemoet te komen, is Spreker niet tegen facultatiefstelling van 
stempelen of etiquetteeren. 

De heer Muller merkt op, dat bij etiquetteeren eerst in geval 
van gebruik, de etiquetten uog nat zullen zijn, en daardoor zeer 
licht afvallen of afgenomen kunnen worden. 

De heer Bondam wijst er op, dat ook het stempelen volgens 
art 5 aan de orde is gesteld, dus ook het stempelen van stukken, 
die uitgeleend worden. 

De heer Joosting merkt op, dat archiefstukken slechts worden 
gebruikt op de archiefbureaux of andere daartoe door den 
Minister aangewezen plaatsen. Hij constateert, dat algemeen 
erkend wordt, dat noch stempelen noch etiquetteeren voldoenden 
waarborg oplevert tegen ontvreemding van stukken. Daarom 
acht hij het beter dit na te laten, als niet in het belang der 
stukken, en het toezicht op het gebruik zoo noodig te ver- 
scherpen. 

De heer Muller heeft daartegen bezwaar, omdat men bij 
gebrek aan eenig herkenningsteeken niet altijd gemakkelijk het 
bewijs zou kunnen leveren, zoo het uitgeleende stuk vervangen 
was door een oude copie. 

De Voorzitter deelt mede, dat het etiquetteeren ook in 
het Rijksarchief, doch voor een ander doel, plaats heeft. 
Nieuw verworven stukken worden van een etiquet voorzien, 
waarop het nummer der jaarlijksche aanwinsten-lijst vermeld 
wordt. Het dient dus als herkenningsteeken van de herkomst 
voor het geval, dat stukken bij een nieuwe ordening een ander 
nummer mochten bekomen. 

De heer B e r n s acht in het algemeen het stempelen beter, 
ook voor het mogelijke geval van dreigend gevaar en haastig 
vervoer van archieven deswege. 

De heer Muller deelt mede, dat in zijn dep6t bij het uit- 
leenen van stukken de bijeenbehoorende losse stukken verbonden 
(1901) 6 



Digitized by 



Google 



82 

worden door een met het archiefzegel bezegelden draad; Btem- 
peling van het bovenste stok alleen is dan noodig. 

Het voorstel van den heer Fruin, door overneming van 
het amendement van den heer Gronnet, thans strekkende tot 
facultatiefstelling van stempelen of etiquetteeren, wordt in stem- 
ming gebracht, en verworpen met zeven tegen drie stemmen, die 
van de heeren Gonnet, Fruin en Bondam. 

Omtrent de woorden van alinea 2: „Waar de omstandigheden 
zulks veroorlooven" ontstaat eenige discussie. Enkele leden zijn 
van meening, dat deze woorden zouden kunnen vervallen. 

De Voorzitter is daar tegen. Somtijds toch kan b. v. de bezoe- 
ker beter dan de ambtenaar weten, waar het verlangde stuk is 
te vinden. In dat geval moet hij met den laatste in het depot 
kunnen gaan om hem hiervan aanwijzing te doen. 

Op de vraag, door een van de leden gesteld, of bij weglating 
van genoemde woorden ook volontairs in de berglokalen niet 
toegelaten zouden mogen worden, antwoordt de heer Muller, dat 
z. 1. ook aan dezen, althans zoolang zij geene vaste aanstelling 
hebben, geen toegang tot die lokalen moet gegeven worden. 

De heer B e r n s acht het wenschelijk deze woorden in de alinea 
te behouden. Zoo noodig kan toch immers met verwijzing naar 
het bepaalde in dit artikel de toegang tot de verzamelingen 
geweigerd worden. 

De heer Fruin stelt voor de woorden te vervangen door : 
„Tenzij de omstandigheden zulks onmogelijk maken", hetgeen 
zonder «hoofdelijke omvraag algemeen wordt goedgekeurd. 

Voorts worden nog in al. 2 met algemeene instemming v66r 
het woord „verzameling" ingevoegd de woorden : „bergplaats 
der", en worden de woorden „bij de archieven" geschrapt. 

Nu komt in behandeling de in het ingediende voorstel voor- 
komende wijziging van alinea 3, om in plaats van de woorden: 
,,de bezoekers in hunne nasporingen behulpzaam te wezen, hun 
de registers en inventarissen voor te leggen enz." te lezen : „aan 
de bezoekers de tafels, indices, repertoria, inventarissen en reges- 
tenlijsten voor te leggen en hun m hunne nasporingen behulp- 
zaam te zijn". De toelichting hierbij luidt : „Voor registers is : 
tafels, indices, repertoria, gezet (Handleiding § 87), terwijl ook 
de regestenlijsten vermeld zijn. Ook is, gelijk logisch schijnt, 
eerst het voorleggen der inventarissen enz., daarna het helpen 
bij de nasporingen vermeld". 

De heer Fruin licht dit voorstel nader toe. Hij wijst op de 
meer logische volgorde der gedachte. Eerst toch moeten tafels 



Digitized by 



Google 



83 

enz. voorgelegd worden, dan volgt het onderzoek ; voorts acht 
hij het woord „registers'^ waarmede aoms ook boekdeelen (b.v. 
tiansportregisters) aangeduid worden, dubbelzinnig en dus het 
gebruik ervan verkeerd. 

De heer Flament is het daarmede niet eens. De redactie 
van deze alinea is goed. Hij beschouwt het tweede gedeelte als 
explicatie van het daaraan voorafgaande. 

De heer Joosting wijst er op, dat voor onbeduidende onder- 
zoekingen, als b.v. genealogische nasporingen, het eischen van 
hulp boven het voorleggen van lijsten enz. niet gewenscht is. 
Onderzoekingen, die nuttig zijn, steunt de archivaris toch reeds zoo- 
veel mogelijk, en dit zal hij blijven doen ook zonder voorschrift. 
Z.i. is dus deze bepaling voor de laatste soort onderzoekingen 
overbodig, voor de eerste niet aan te bevelen. 

De heer Muller merkt op, dat het door den heer Joosting 
geopperde bezwaar de weglating van de bepaling niet noodig 
maakt, daar deze ruimte genoeg laat. 

De heer Bondam acht de handhaving van de bepaling 
gewenscht, omdat het voorschrift tegenover de illiberaliteit in 
sommige vreemde landen een sieraad van ons reglement mag 
heeten. 

De heer Fruin geeft, met goedvinden zijner mede voorstellers, 
in overweging om, ter tegemoetkoming aan het bezwaar van den 
heer Flament, de laatste zinsnede van de voorgestelde wijzi- 
ging aldus te lezen : „en hun verder in hunne nasporingen 
behulpzaam te zijn". 

De Voorzitter acht het noemen van repertoria en inventa- 
rissen voldoende; doch vindt geen overwegend bezwaar, de voor- 
gestelde enumeratie te behouden. 

Het voorstel der drie heeren, laatstelijk gewijzigd door den 
heer Fruin, wordt met algemeene stemmen aangenomen. 

Het artikel, zooals het gewijzigd is, luidt derhalve : „De toege- 
laten personen zijn gehouden in het gebouw der archieven 
gebruik te maken van de verlangde stukken, welke alvorens 
zullen worden gestempeld. 

Tenzij de omstandigheden zulks onmogelijk maken, worden 
de bezoekers niet in de bergplaats der verzameling zelf toege- 
laten, maar brengen de ambtenaren de verlangde stukken ten 
gebruike in een afeonderlijk daartoe bestemd vertrek. 

De ambtenaren zijn ook gehouden aan de bezoekers de tafels, 



Digitized by 



Google 



84 

indices, repertoria, inventarissen en regestenlijsten voor te leggen, 
en hun verder in hunne nasporingen behulpzaam te zijn. 
Zij dragen zorg, dat de gebruikte stukken telken reize in 

Soeden staat worden teruggegeven en dadelijk weder gel^d op 
e daarvoor bestemde plaatsen". 

Art, 4, Zonder magtiging wordt geen stuk buiten het 
locaal gebragt. 

Indien iemand zoodanige magtiging verlangt, verwijzen 
de ambtenaren hem ten dien einde naar die autoriteit, van 
welke zij hunne instructie hebben ontvangen. 

Zij doen tevens aan die autoriteit rapport en dienen 
van berigt en raad. 

Volgens het ingediende voorstel zoude in alinea 1 in plaats 
van de woorden „zonder magtiging*' gelezen moeten worden: 
„zonder algemeene of bijzondere machtiging*', in plaats van 
„locaal": „gebouw", en in alinea 2 achter het woord „zoodanige" 
gevoegd moeten worden „bijzondere". 

De toelichting bij de 1® en 3® wijziging is : „De wijzigingen 
zijn aangebracht met het oog op het besluit van den Minister 
van Binnenlandsche Zaken dd. 1 December 1897 betreffende 
het tijdelijk deponeeren van archiefstukken in gemeente- 
archieven enz." 

De Voorzitter kan zich met de eerste voorgestelde wijzi- 
ging niet vereenigen. De formuleering „algemeene of bijzondere 
machtiging" is niet duidelijk. 

Na eeuige discussie hieromtrent wordt met algemeene instem- 
ming aangenomen het voorstel van den heer Bondam, om aan 
het slot van dit artikel eene nieuwe alinea bij te voegen, luidende : 
„Dergelijke machtiging wordt niet vereischt voor verzending 
naar de openbare inrichtingen, door den Minister van Binnen- 
landsche Zaken aangewezen of nog aan te wijzen". 

Hierdoor vervalt de in al. 2 voorgestelde bijvoeging. 

Om dezelfde reden, als dergelijke, wijzigingen in art. 1, 2 en 3 
geschiedden, wordt ook in dit art. het woord „locaal" veranderd 
in „gebouw", „ambtenaren" in „rijksarchivarissen" en „de auto- 
riteit van welke zij hunne instructie hebben ontvangen" in „den 
Minister van Binnenlandsche Zaken". Voorts worden op voor- 
stel van den heer Muller de 2® en 8® alinea samengesmolten. 

Het gewijzigde artikel luidt derhalve: 

„Zonder machtiging wordt geen stuk buiten het gebouw 
gebracht. 

Indien iemand zoodanige machtiging verlangt, verwijzen de 



Digitized by 



Google 



85 

rijksarchivarissen hem te dien einde naar den Minister van 
Binnenlandsche Zaken, Zij doen tevens aan dien Minister rapport 
en dienen van bericht en raad. 

Dei^elijke machtiging wordt niet vereischt voor verzending 
van archiefstukken naar de openbare inrichtingen, door den 
Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen, of nog aan te 
wijzen". 

Arl. 5. Geen stuk wordt ten gebruike buiten het locaal 
afgegeven dan na behoorlijk gestempeld te zijn met den 
stempel van het Rijk. 

Evenals in art. 3 en 4, wordt ook in dit artikel het woord 
„locaal" veranderd in „gebouw". Op voorstel van den heer Fruin 
wordt het laatste woord van dit artikel: „Rijk" veranderd in 
^depót", in overeenstemming met hetgeen feitelijk regel is. 

Overigens wordt in dit artikel geen verandering gebracht. 

Het voorstel van den heer Fruin, om het stempelen door het 
etiquetteeren te vervangen, is reeds bij art. 3 behandeld. 

Art 6. Ieder stuk, hetwelk buiten het locaal ten ge- 
bruike gegeven wordt, wordt te voren ingeschreven, met 
den datum der afgifte, op het hieronder bij art. 8 ver- 
meld register, hetwelk door dengenen, die het stuk ten 
gebruike ontvangt, wordt geteekend. 

Nadat het stuk is teruggegeven, nagezien en in goeden 
staat bevonden, wordt daarvan melding gemaakt op het 
voormeld register, hetwelk wordt geteekend door den 
ambtenaar, die het stuk heeft terug ontvangen en 
nagezien. 

Het voorstel van de heeren Bondam, Fruin en Muller bevat 
de volgende wijzigingen in dit artikel: 1® om in plaats van de 
geheele eerste alinea te lezen: „Geen stuk wordt ten gebruike 
buiten het gebouw afgegeven dan tegen recu, geteekend door 
dengene, wien het stuk wordt toevertrouwd", en 2e om in de 
tweede alinea in plaats van de woorden „daarvan melding 
gemaakt op het voormeld register, hetwelk wordt geteekend 
door den ambtenaar, die het stuk heeft terug ontvangen en 
nagezien" te lezen: „het regu aan den betrokken persoon terug- 
gegeven". 

De toelichting hierbij is : „Het register omtrent het uitleenen 
van stukken wordt niet overal gehouden, en is dan ook vrij- 
wel onbruikbaar, daar men de stukken bijna altijd aan archief- 
beheerders elders afgeeft, die het register toch niet teekenen 



Digitized by 



Google 



86 

kunnen. Daarom is in art. 6 voor het register, het re9U in de 
plaats gekomen. In verband daarmede is ook art. 8 aangevuld*'. 

De Voorzitter deelt mede, dat in het Rijksarchief te 's-Gra- 
venhage ingevolge de reglementen en instructiën, in 1856 voor 
dat archief vastgesteld, twee registers gehouden worden, één waarin 
de bezoekers teekenen en waarin tevens het doel van hun onder- 
zoek wordt aangeteekend, en een tweede register, waarin de re^us 
voor uitgeleende stukken worden afgeschreven en overigens van 
het tijdelijk afgeven van stukken uit het Rijksarchief wordt aan- 
teekening gehouden. Spreker acht het wenschelijk, dat beide 
registers behouden blijven. 

De heer Fruin merkt op, dat het in art. 6 en 8 voorge- 
schreven register feitelijk uit twee registers bestaat, waarvan het 
eene, voor het teekenen van degenen, die stukken te leen ont- 
vangen, bestemd, om de reden, in de toelichting van het voorstel 
vermeld, onmogelijk gehouden kan worden. Voor zooverre dit 
punt betreft, wordt dus voorgesteld het register te doen ver- 
vallen. 

De heer Feith deelt mede, dat door hem voor uitgeleende 
stukken gebruikt wordt een register, waarin een zoogenaamde 
„stok'' blijft zitten, en de reyus worden uitgescheurd ; hij geeft 
in overweging, om achter de voorgestelde alinea 1 te voegen : 
„van elk regu wordt aanteekening gehouden in een daartoe be- 
stemd register," en achter de voorgestelde wijziging in alinea 2 
bij te voegen : „en daarvan in het register melding gemaakt*'. 

Dit voqrstel wordt overgenomen en de aldus aangevulde wijzi- 
ging met algemeene stemmen aangenomen, zoodat het gewijzigde 
artikel nu luidt: „Geen stuk wordt ten gebruike buiten het 
gebouw afgegeven dan tegen re9U, geteekend door dengene, wien 
het stuk wordt toevertrouwd ; van elk re^u wordt aanteekening 
gehouden in een daartoe bestemd register. 

Nadat het stuk is teruggegeven, nagezien en in goeden staat 
bevonden, wordt het recu aan den betrokken persoon terugge- 
geven en hiervan in het register melding gemaakt". 

Dit artikel kan dan bij art. 5 gevoegd worden, met vervan- 
ging van de eerste woorden : „Geen stuk — afgegeven dan" door 



Art. 7. Het is aan hen, die tot de archieven worden 
toegelaten, om in het algemeen belang geschiedkundige 
nasporingen te doen, ook veroorloofd in dat belang onuit- 
gegeven stukken uit die verzamelingen door den druk 
bekend te maken, doch zij moeten daartoe alvorens de 



Digitized by 



Google 



87 

toestemming hebben verkregen van de autoriteit, onder 
welker beheer of oppertoezigt de archieven geplaatst zijn. 
Deze toestemming wordt echter niet verleend dan onder 
de algemeene en stilzwijgende voorwaarden : a. dat de 
Regeering het regt behoude om, niettegenstaande de ver- 
gunde uitgave, dezelfde stukken andermaal te doen druk- 
ken, en b, dat hij, die tot de uitgave vergunning heeft 
verkregen, zich verantwoordelijk stelle voor het doorhem 
uitgegevene. 

Door de heeren Bondam, Fruin en Muller zijn op dit artikel 
verschillende wijzigingen voorgesteld. De eerste wijziging heeft 
ten doel den aanhef aldus te lezen : „Het is den bezoekers ook 
veroorloofd". Dit is gemotiveerd met dezelfde overweging, die 
ook aanleiding gaf tot eene wijziging in art. 1, nl. dat het een 
verouderd begrip is, dat alleen zij, die in het algemeen belang 
en ter wille van historische onderzoekingen nasporingen doen, 
in de archieven behooren te worden toegelaten. In verband daar- 
mede wordt ook voorgesteld in dezelfde alinea de woorden „in 
dat belang" te doen vervallen. 

Voorts wordt voorgesteld, het daarop onmiddellijk volgende 
wcord „onuitgegeven" te schrappen, en de woorden „door den 
druk bekend te maken" te vervangen door: „te doen drukken 
en in het licht geven", daar de archivaris niet gehouden is eerst 
te onderzoeken, of het stuk reeds vroeger gedrukt is. 

Nog wordt door dezelfde heeren in overweging gegeven de 
beide alinea's in dier voege te versmelten, dat in plaats van : 
,4och zij moeten daartoe alvorens de toestemming hebben ver- 
kregen van de autoriteit, onder welker beheer of oppertoezicht 
de archieven geplaatst zijn. Deze toestemming wordt echter niet 
verleend dan onder", gelezen worde: „mits zij zich onderwerpen 
aan", — en voorts in de 2« alinea te doen vervallen de woorden 
„niettegenstaande de vergunde uitgave" en „die tot de uitgave 
vergunning heeft verkregen". Dit voorstel wordt in de toelichting 
gemotiveerd door de opmerking, dat de vergunning om een stuk 
te laten drukken nimmer geweigerd wordt en dus overbodig is. 

Na eenige discussie wordt besloten om in plaats van de woorden : 
„den bezoekers ook veroorloofd stukken uit die verzamelingen" 
te vervangen door: „aan hen, die van de archiefstukken ge- 
bruik maken, veroorloofd ze". 

Overigens kunnen allen zich met het voorgestelde vereenigen, 
en voorts ook met de opmerking van den heer Muller, dat nu 
ook in voorwaarde a achter de woorden: „te doen drukken" 
moet gevoegd worden : „en uitgeven". Algemeene goedkeuring 



Digitized by 



Google 



88 

vindt ook het voorstel der drie heeren om bij dit artikel als 
nieuwe voorwaarde bij te voegen de in de vergadering in 
1899 aangenomen bepaling: „dat hij, die tot de uitgave ver- 
gunning heeft verkregen, verplicht is een exemplaar van den 
door hem bezorgden afdruk te schenken aan het depot, waar het 
gedrukte handschrift berust", met weglating echter van de 
woorden : „die tot de uitgave vergunning heeft verkregen", en 
vervanging van de woorden: „het gedrukte handschrÖfe" door 
„het archiefstuk". 

Volgens het oordeel van alle aanwezigen kunnen deze voor- 
waarden nu aldus geformuleerd worden : a, „dat zij zich ver- 
antwoordelijk stellen voor het door hen uitgegevene, 6. dat zij 
verplicht zijn een exemplaar van de door hen bezorgde afdrukken 
te 'schenken aan het depot, waar het archiefstuk berust, c. dat 
de Regeering het recht behoude, om dezelfde stukken andermaal 
te doen drukken en in het licht te geven". 

Art. 7, dat nu art. 6 zou worden, met de wijzigingen zullende 
luiden : „Het is aan hen, die van archiefstukken gebruik maken, 
veroorloofd ze te doen drukken en in het licht te geven, mits 
zij zich onderwerpen aan de algemeene en stilzwijgende voorwaar- 
den : a. dat zij zich verantwoordelijk stellen voor het door hen uit- 
gegevene, b, dat zij verplicht zijn een exemplaar van de door 
hen bezorgde afdrukken te schenken aan het depot, waar het 
archiefstuk berust, c, dat de Regeering het recht behoude om 
dezelfde stukken andermaal te doen drukken en in het lichj; 
te geven," 

wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. 



Art. 8. Ten einde de nakoming van de bepalingen 
van art. 7 te verzekeren, is in iedere verzameling een 
register voorhanden, bevattende een afschrift van dit be- 
sluit en eene verklaring, dat de ondergeteekenden zidi 
daaraan en met name aan art. 7 onderwerpen. 

Niemand wordt tot het gebruik maken van stukken, tot 
de verzameling behoorende, toegelaten, alvorens die ver- 
klaring te hebben onderteekend. 

Het register dient tevens tot het houden der aanteeke- 
ningen, voorgeschreven bij art. 6. 

In het meergemelde voorstel der drie heeren worden aan de 
tweede alinea toegevoegd de woorden : „Gelijke verklaring moet 
worden afgegeven door dengene, die stukken uit het archief te 
leen vraagt", en wordt de derde alinea weggelaten. 



Digitized by 



Google 



89 

Tegen deze wijzigiDgen blijkt bij geen der aanwezigen bezwaar 
te bestaan. Voorts wordt met algemeene instemming in de 
!• alinea het woord „verzameling" vervangen door „depot". 

Op voorstel van den heer Fruin worden in alinea 2 de 
woorden „stukken tot de verzameling behoorende" vervangen 
door: „archiefstukken". 

Overigens wordt geen verandering ia dit artikel gebracht. 

ArL 9. De stukken, welke niet geschikt zijn om licht 
over de geschiedenis te verspreiden, doch welker inhoud 
enkel van belang kan zijn voor eenigen tak van admi- 
nistratie of wel voor bijzondere personen, worden niet 
anders ten gebruike gegeven dan aan hen, die kunnen 
bewijzen daartoe geregtigd te zijn. 

Het voorstel van de heeren Bondam, Fruin en Muller om dit 
geheele artikel te doen vervallen, wordt zonder hoofdelijke 
omvraag aangenomen. 

Art. 10. Indien gevraagd wordt naar stukken, waarvan 
de bewaarders de afgifte niet raadzaam oordeelen, mogen 
zij dit weigeren, doch niet anders dan met verwijzing naar 
die autoriteit, van welke zij hunne instructie hebben ont- 
vangen, aan welke zij dadelijk daarvan kennis geven, met 
opgave der redenen van weigering. 

Door allen wordt wenschelijk geacht in dit artikel, dat nu 
art 8 zou worden, het woord „bewaarders" te vervangen door 
„rijksarchivarissen", het woord „afgifte" door „inzage" (overeen- 
komstig het meergemelde voorstel), en de woorden „de autoriteit, 
van welke zij hunne instructie hebben ontvangen, aan welke'' 
door: „den Minister van Binnenlandsche Zaken, aan wien". 

Overigens wordt dit artikel onveranderd vastgesteld. 

De heeren Bondam, Fruin en Muller wenschen, blijkens 
hun ingediend voorstel, hier een nieuw artikel, dat nu art. 9 
zou worden, bij te voegen, luidende: „Onder archieven zijn in 
dit besluit ook begrepen de in een archief-depót bewaarde 
handschriften, die geen deel uitmaken van een der in het depot 
bewaarde archieven", en geven hierbij de volgende toelichting : 
„Men zou kunnen meenen, dat het K. B. enkel betrekking heeft 
op archieven, en dat dus de bibliotheek van handschriften er 
van uitgesloten is. Dat is de bedoeling niet. Van daar de 



Digitized by 



Google 



90 

bijvoeging van art. (11), die noodig schijnt, juist omdat deze 
bepalingen voor de bibliotheek van gedrukte werken niet 
gelden". 

De Voorzitter is tegen dit voorstel. Het woord „hand- 
schrift" is te onbepaald; het kan somtijds niet zeker zijn, wat 
men daaronder verstaat. Bovendien acht hij in het belang der 
gebruikers van de archieven wenschelijk^ niet al te zeer gebon- 
den te zijn ten opzichte van sommige stukken, o. a. duplicaten 
en latere afschriften. Als voorbeeld haalt Spreker aan de in 
het Rijksarchief te 's-Gravenhage berustende latere afschriften 
van ingekomen stukken der Staten-Generaal. Deze zouden aan 
particulieren zonder eenig bezwaar, en vaak tot hun groot 
gerief, kunnen uitgeleend worden. 

De heer Fruin merkt op, dat hiertegenover staat, dat bij 
niet-inlassching van het nieuwe artikel, elke waarborg, dat die 
handschriften, die niet tot een archief behooren, geraadpleegd 
mogen worden, ontbreekt. Dat voordeel is veel belangrijker dan 
het kleine bezwaar van den Voorzitter, waaraan altijd door eene 
machtiging, van den Minister aan te vragen, kan worden t^e- 
moet gekomen. 

De heer Muller acht opneming eener bepaling zooals de 
voorgestelde beslist noodig, sedert door de aanschrijving van 
den Minister van 10 Juni 1897 het begrip archiefstuk scherp 
begrensd is. Aan het bezwaar van den Voorzitter zou te gemoet 
gekomen kunnen worden door expres te bepalen, dat in duplo 
aanwezige stukken door de Rijksarchivarissen zonder speciale 
machtiging uitgeleend kunnen worden. 

De Voorzitter acht de voorgestelde bepaling onnoodig; zij 
past ook niet in het K. B. 

De heer Fruin geeft in overweging bij het voorgestelde 
nieuwe artikel een tweede alinea te voegen, luidende: 

„Voor duplicaten is echter het bepaalde in art. 4 al. 1 niet 
van toepassing'*'. 

Het voorgestelde nieuwe artikel, met het amendement van 
den heer Fruin, wordt in stemming gebracht en aangenomen 
met zeven tegen drie stemmen, die van de heeren Bijleveld, 
Flament en den Voorzitter. 

De heer Feith zou met het oog op in bruikleen gegeven 
archieven nog een artikel aan het vorige willen doen voorafgaan 
en dit aldus formuleeren: „De rijksarchivarissen verleenen de 
toelating tot het gebruik der in hun archiefdepót in bruikleen 



Digitized by 



Google 



91 

gedeponeerde archieven overeenkomstig de bepalingen, welke in 
de akten van inbruikleengeving zijn vastgesteld. Zijn in die 
akten geene bepalingen daaromtrent opgenomen, dan worden 
de in bruikleen gegeven archieven op gelijken voet als de rijks- 
archieven behandeld, met dien verstande, dat bij weigering van 
toelating, bedoeld in art. 2 en 10, de archivarissen den aan- 
vrager verwijzen naar den persoon of het college, eigenaar van 
het in bruikleen gegevene". 

De heer Bondam heeft bezwaar tegen de redactie van dit 
voorstel. Hij zou deze bepaling bij art. 1, als exceptie daarop, 
willen voegen. 

De Voorzitter acht het niet wenschelijk deze bepaling in 
het nieuwe r^lement op te nemen, omdat dit alleen Rijks- 
archieven zal betreffen. 

De heer Joosting stelt de volgende redactie voor: „Van de 
bepalingen van dit besluit kan voor in bruikleen gegeven 
archieven worden afgeweken bij de akte, waarbij ze in bruik- 
leen gegeven worden. De kennisgeving en machtiging, bedoeld 
in art. 2, 4 en 8, worden voor die archieven gedaan en gevraagd 
aan en van den inbruikleengever." 

Zonder hoofdelijke stemming wordt dit laatste voorstel aange- 
nomen, waardoor het voorstel Feith vervalt. 

Alsnu stelt de Voorzitter aan de orde den considerans van 
het K. B. ' 

In verband met hetgeen hij in het begin der vergadering heeft 
of^emerkt, meent hij geen wijziging daarin te moeten voorstellen. 
Het K. B. heeft in 1856 de openbaarheid der Rijksarchieven 
tot Dec. 1813 geregeld. Deze archieven zijn nu nagenoeg alle in 
de Rijksdepóts opgenomen. Volgens de bestaande organisatie 
strekken zich de archieven van die depots niet tot later dan 
1813 uit 

Het is nog geheel onzeker, in hoever de nieuwe archieven 
openbaar zullen zijn en in de Rijksdepóts znllen worden opge- 
nomen. Nu reeds voorschriften omtrent de nieuwe archieven te 
geven zou naar Sprekers oordeel voorbarig zijn. 

De heer Muller acht verandering van het K. B. noodig, daar 
in de meeste depots reeds nieuwere archieven bewaard worden. 
Bovendien is de toestand reeds thans onzeker. Immers, terwijl 
de considerans (die geen bindende kracht heeft) spreekt van 
archieven, ouder dan December 1813, luidt art. 1 zeer algemeen, 
zoodat ook de thans in de depots opgenomen archieven, die jonger 
zijn dan December 1813, daaronder vallen. 



Digitized by 



Google 



92 

De Voorzitter ziet de noodzakelijkheid van eene verande- 
ring niet in. Het gaat niet aan, nu reeds de openbaarheid vast 
te stellen van archieven, die nog niet in de depots zijn. 

De heer Muller zou in het K. B. uitdrukkelijk wenschen 
uitgesproken te zien, dat de bepalingen alleen slaan op archie- 
ven van v66r December 1813. De latere archieven wil hn van 
de openbaarheid uitsluiten, tenzij met toestemming van de be- 
treffende administraties. 

De heer Bondam wil de tijdgrens weglaten uit den consi- 
derans en uit het reglement. Hij acht beperking een achteruit- 
gang. De considerans bindt niet en de artikelen noemen de 
beperking niet. Nemen wij nu de beperking op in de artikelen, 
dan heffen wij dus de openbaarheid op van de reeds hier en 
daar opgenomen nieuwe archieven. Bovendien zijn voor de 
nieuwere archieven, in het Noordbrabantsche depot opgenomen, 
reeds reglementen gemaakt. 

De Voorzitter blijft bij zijn meening, dat in de tijdgrens 
thans geen verandering moet gemaakt worden. De instmctiën 
der Rijksarchivarissen betreffen ook alleen de archieven tot 
Dec. 1813. 

De heer Pruin stelt als slotartikel voor: „Deze regelen 
gelden alleen voor de archieven van vóór Dec. 1813'*. 

De heer M u 1 1 er heeft daar niet tegen ; maar het is niet 
afdoende, daar dan de nieuwere archieven niet geroeid zijn. 
Hij handhaaft dus zijn vroeger gedane voorstel om aan art. 1 
eene tweede alinea toe te voegen, luidende : „Tot het raadplegen 
van Rijksarchieven, die jonger zyn dan December 1813, wordt 
de vergunning vereischt van de autoriteit, die ze in het depot 
heeft gedeponeerd." 

De Voorzitter brengt thans in stemming de vraag, of het 
wenschelijk is door het reglement ook de openbaarheid der 
archieven van na December 1813 te doen regelen. 

Deze vraag wordt bevestigend beantwoord met zeven tegen 
drie stemmen, die van de heeren Fruin, Gonnet en den Voor- 
zitter. 

Daarna wordt gestemd over het bovengenoemde voorstel van 
den heer Muller. 

De uitslag dezer stemming is, dat zich vier stemmen daarvoor 
verklaren, de heeren Bondam, Fruin en Joosting zich buiten 
stemming houden, en de heeren Bijleveld, Gonnet en de Voor- 
zitter tegen stemmen, welke laatste verklaart tegen te stemmen 
om de formuleering van het voorstel. 



Digitized by 



Google 



93 

De heer Muller constateert, dat v66r de stemming door 
niemand getracht is de formuleering van zijn voorstel te ver- 
beteren. 

In verband met het besluit, bij den aanvang der vergadering 
(blx. 77") genomen, wordt zonder hoofdelijke omvraag thans 
besloten in den considerans de woorden : „bepaaldelijk die welke 
van vroegere dagteekening zijn dan December 1813" te vervangen 
door: „welke in de Rijksdepóts bewaard wórden". 1).; 

Wegens het ver gevorderd uur sluit de Voorzitter de ver- 
gadering. 

Th. H. f. van Riemsdijk, Voorzitter 
J. L. Berns, Secretaris. 



1) Het reglement, zooals het thans door de vergadering is ontworpen, 
wordt hierachter als Bijlage IV in zijn geheel medegedeeld. 



Digitized by 



Google 



94 
Rijksarchief. Bijlage I. 

M 425. 

*8'0ravenhagey 11 October 1901. 



Ingevolge de in 1890 bekomen machtiging, heb ik de eer ü 
tot eene bijeenkomst uit te noodigen, welke door mij met de 
Rijksarchivarissen in de provinciën zal worden gehouden in het 
Rijksarchiefgebouw te 's-Gravenhage op Dinsdag 22 October a.8. 
des voormiddags ten elf ure. 

Aan de orde is de beantwoording der vragen : 

o. In hoeverre voldoen het Koninklijk besluit van 26 Juni 
1856 n^ 79 en de daarin geformuleerde regelen, betreflfende de 
archieven, nog aan de tegenwoordige behoefte en welke wijzi- 
gingen zouden daarin wenschelijk zijn? 

b. Welke maatregelen zijn aan te bevelen tot opleiding van 
archiefambtenaren. 

De Algemeene Rijksarchivaris, 
(jget.) Th. H. P. van Riemsdijk. 



Aan den Heer Archivaris 
in de provincie 



Digitized by 



Google 



95 



Bijlage n. 



De ondergeteekenden hebben de eer aan het oordeel der ver- 
gadering van Rijksarchivarissen, die 22 Oclober 1902 gebonden 
zal worden, voor te stellen de wenschelijkheid der onderstaande 
wijzigingen in het Koninklijk besluit van 1856 uit te spreken. 



1. De ambtenaren, aan welke 
de bewaring is toevertrouwd van 
de archieven des Rijks, waar 
ook binnen dit Rijk geplaatst, 
zijn gemagtigdf onder inachtne- 
ming der hierna te melden be- 
palingen, de toelating tot het 
gebruik der onder hun beheer 
staande verzamelingen van 
archieven te verleenen aan alle 
bij hen bekende en vertrouwde 
personen, die in hei algemeen 
belang nasporingen wenschen te 
doen. 



Lees: „gehouden". (Zie a.) 



Deze woorden te laten ver- 
vallen en vervangen door „die 
zich daartoe te hunnen bureele 
aanmelden". (Zie a.) 



2. Indien zich bij hen 
iemand ten voornoemde einde 
aanmeldt, aan wien zij vermee- 
nen de toelating niet met ge- 
noegzame zekerheid te kunnen 
vergunnen, verwijzen zij hem 
met zijn verzoek naar de auto- 
riteit, van welke zij hunne 
instructie hebben ontvangen, 
en doen zij tevens onverwijld 
aan die autoriteit verslag, met 
opgave der redenen hunner 
weigering. 



Digitized by 



Google 



96 



Lees: „gebouw**. (Zie c.) 



„aan de bezoekers de 
tafels, indices, repertoria, in- 
ventarissen en regestenlij sten 
voor te leggen en hun in 
hunne nasporingen behulpzaam 
te zijn". (Zie d.) 



Lees: „2^nder algemeene of 
bijzondere machtiging''. (Zie e.) 
Lees : „gebouw" (Zie c.) 
Voeg achter „zoodanige" in: 
„bijzondere". (Zie e.) 



Lees: „gebouw". (Zie c.) 



3. De toegelaten personen 
zijn gehouden in het locaal der 
archieven gebruik te maken van 
de verlangde stukken, welke 
alvorens zullen worden gestem- 
peld. 

Waar de omstandigheden 
zulks veroorloven, worden de 
bezoekers niet in de verzame- 
ling zelve toegelaten, maar 
brengen de ambtenaren bij de 
archieven de verlangde stuk- 
ken ten gebruike in een afzon- 
derlek daartoe bestemd vertrek. 

Die ambtenaren zijn ook ge- 
houden de bezoekers in hunne 
nasporingen behvlpaaam te toe- 
zeny hun de registers en inven-^ 
tarissen voor te leggen enz, 

Zii dragen zorg, dat de ge- 
bruikte stukken telken reize 
in goeden staat worden terug- 
gegeven en dadelijk weder 
gelegd op de daarvoor bestemde 
plaats. 

4. Zonder magtiging wordt 
geen stuk buiten het locaal 
gebracht. 

Indien iemand ieroodant^^ mag- 
tiging verlangt, verwijzen de 
ambtenaren hem ten dien einde 
naar die autoriteit, van welke 
zij hunne instructie hebben ont- 
vangen. 

Zij doen tevens aan die auto- 
riteit rapport en dienen van 
berigt en raad. 

6. Oeen stuk wordt ten 
gebruike buiten het locaal 
afgegeven dan na behoorlijk 
gestempeld te zrin met den 
stempel van het Kijk. 



Digitized by 



Google 



97 



Lees: „Green stuk wordt ten 
gebruike buiten het gebouw 
afgegeven dan tegen regu, ge- 
teekend door dengene, wien 
het Btuk wordt toevertrouwd." 
(Zie b en c.) 



Lees: „het regu aan den be- 
trokken persoon teruggegeven". 
(Zie 6.) 



Lees : „den bezoekers". (Zie a.) 



Vervalt (zie a en f,) 



„te doen drukken en 
in het licht geven". (Zie ƒ.) 
„doch zij moeten" enz. ver- 
valt. (Zie ft.) 



Lees: „mits zij zich onder- 
werpen aan". (Zie &,) 



Vervalt. (Zie 6.) 



De woorden: „die tot de uit- 
gave vergunning heeft verkre- 
gen" vervallen. (Zie 6.) 

Voeg bij : „c.) dat hij ver- 

§ licht is een exemplaar van 
en door hem bezorgden af- 

(1901) 



6. Ieder stukj hetwelk buiten 
het locaal ten gebruike gegeven 
wordtj wordt te voren ingeschre- 
ven met den datum der afgifte 
op het hieronder bij artikel 8 
vermeld register^ hetwelk door den- 
genen^ die het stuk ten gebruike 
ontvangt^ wordt geteekend. 

Nadat het stuk is teruggege- 
ven, nagezien en in goeden 
staat bevonden, wordt daarvan 
melding gemaakt op liet voor- 
meld register^ hetwelk wordt ge- 
teekend door den an^tenaar, die 
het stuk heeft terugontvangen en 
nagezien. 

7. Het is aan hen^ die tot 
de archieven worden toegelaten 
om in het algemeen belang ge- 
schiedkundige nasporingen te 
doen, ook veroorloofd in dat 
belang onuitgegeven stukken uit 
die verzamelingen door den 
druk bekend te maken, doch zij 
moeten daartoe alvorens de toe- 
stemming hebben verkregen van 
de autoriteit onder welker beheer 
en oppertoezigt de archieven ge- 
plaatst zijn. 

Deze toestemming wordt echter 
niet verleend dan onder de alge- 
meene en stilzwijgende voor- 
waarden, 

a, dat de Regeering het regt 
behoude om, niettegenstaande de 
vergunde uitgave, dezelfde stuk- 
ken andermaal te doen druk- 
ken, en b, dat hij die tot de 
uitgave vergunning heeft verkre- 
gen zich verantwoordelijk stelle 
voor het door hem uitgegevene. 



Digitized by 



Google 



98 



druk te schenken aan het 
depot waar het archiefstuk be- 
rust. (Zie g.) 



Voeg bij: „Gelijke verklaring 
moet worden afgegeven door 
dengene, die stukken uit het 
archief ter leen vraagt'*. (Zie 6.) 

Deze alinea vervalle. (Zie 6.) 



Dit art. 
(Zie a.) 



te laten vervallen. 



Lees: „inzage". (Zie h.) 



8. Ten einde de nakoming 
van de bepalingen van art. 7 
te verzekeren is in iedere ver- 
zameling een register voorhan- 
den bevattende een afschrift 
van dit besluit en eene verkla- 
ring, dat de ondergeteekenden 
zich daaraan en met name aan 
aan art. 7 onderwerpen. 

Niemand wordt tot het ge- 
bruik maken van stukken tot 
de verzameling behoorende toe- 
gelaten, alvorens die verklaring 
te hebben onderteekend. 



Het register dient tevens tot hel 
houden der awnteekeningeny voor- 
geschreven bij art. 6. 

9. De stukken welke niet ge- 
schikt zijn om licht over de ge- 
schiedenis ie verspreiden^ doch 
welker inhovd enkel van belang 
kan zijn voor eenigen tak van 
administratie of wel voor bijzon^ 
dere personen, worden niet anders 
ten gébruike gegeven dan aan 
hen, die kunnen bewijzen daartoe 
geregtigd te zijn, 

10. Indien gevraagd wordt 
naar stukken, waarvan de be- 
waarders de afgifte niet raad- 
zaam oordeelen, mogen zij dit 
weigeren, doch niet anders dan 
met verwijzing naar die autori- 
teit, van welke zij hunne in- 
structie hebben ontvangen, aan 



Digitized by 



Google 



99 



welke zij dadelijk daarvan 
kennis geven met opgave der 
redenen van weigering. 



Vo^ bij : „11. Onder archie- 
ven zijn in dit besluit ook be- 
grepen de in een archief-depöt 
bewaarde handschriften, die 
geen deel uitmaken van eén 
der in het depot bewaarde 
archieven." (Zie i.) 



TOELICHTING. 

• 

Het scheen gewenscht geen nieuw Koninklijk besluit te con- 
cipieeren, maar het oude te wijzigen, dat dan als leiddraad bij 
de discassie dienen kan. 

De voorgestelde wijzigingen betreffen: a. publiciteit. Als 
beginsel is aangenomen: de archieven moeten steeds voor het 
publiek toegankelijk zijn; de archivaris is dus „gehouden" er 
toegang toe te verleenen (zie art. 1). 

Dat alleen zij, die in het algemeen belang en ter wille van 
historische onderzoekingen nasporingen doen, behooren te worden 
toegelaten, is een verouderd begrip. 

Daarom zijn de artt. 1 en 7 gewijzigd en is art. 9 geschrapt. 

Tegen de onbeperkte openbaarheid waakt art. 10, terwijl de 
beperking in art. 1 tot bekende en vertrouwde personen, en art. 
2 dienen om onbetrouwbare personen te weren. 

h. vereenvoudiging in de administratie. Het register, omtrent 
het uitleenen van stukken, wordt niet overal gehouden, en is 
dan ook vrijwel onbruikbaar, daar men de stukken bijna altijd 
aan archiefbeheerders elders afgeeft, die het register toch niet 
teekenen kunnen. 

Daarom is in art. 6 voor het register, het re5U in de plaats 
gekomen. In verband daarmede is ook art. 8 aangevuld. 

Het register, bedoeld in art. 8, is behouden. 

De nimmer geweigerde vergunning om een stuk te laten 
drukken, is gesupprimeerd (art. 7). 

De verdere wijzigingen betreffen minder ingrijpende punten. 

c. In artt. 3, 4, 5 en 6 is het woord „lokaal" vervangen door 
„gebouw". Lokaal is dubbelzinng ; men zou er ook de voor de 
bezoekers ingerichte kamer onder kunnen verstaan. 



Digitized by 



S<9é^L: ? _ 



100 

d. Art. 3 bevat nog een verandering. Voor „regifltere" ia: 
„tafels, indices, repertoria" gezet, (Handleiding § 87), terwijl ook de 
regestenlijsten vermeld zijn. Ook is, gelijk logisch schijnt, eerst 
het voorleggen der inventarissen enz., daarna het helpen bij de 
nasporingen vermeld. 

e. De wijzigingen in art. 4 zijn aangebracht met het oog op 
het besluit van den Minister van Binnenlandsche Zaken dd. 1 
December 1897 betreffende het tijdelijk deponeeren van archief- 
stukken in gemeentearchieven enz. 

ƒ. In art. 7 is de uitdrukking: „door den druk bekend 
maken" vervangen door: „doen drukken en in het licht geven", 
daar de archivaris niet gehouden is, eerst te onder2oeken of het 
stuk reeds vroeger gednüct is. 

g. Voor de bijvoeging tot art. 7 zie : Verslagen omtrent 
'sRjjks oude archieven 1899 blz. 91. 

h. In art. 10 is „afgifte" gewijzigd in „inzage"; dit is eene 
eenvoudige verbetering van redactie. 

{. Men zou kunnen meenen, dat het K. B. enkel betrekking 
heeft op archieven en dat .dus de bibliotheek van handschriften 
er van uitgesloten is. Dat is de bedoeling niet. Van daar de 
bijvoeging van art. 11, die noodig schijnt juist omdat deze 
bepalingen voor de bibliotheek van gedrukte werken niet 
gelden. 

{Oet.) A. C. Bondam. 
„ R. Fruin. 

S. Muller Fz. 



Digitized by 



Google 



101 

Bjjlagein. 



De ondergeteekende heeft de eer voor te stellen : in art 3 de 
woorden: „welke alvorens zullen worden gestempeld", te doen 
vervallen; 

in art« 6 de woorden: „dan na behoorlijk gestempeld te zijn 
met den stempel van het Rijk" te vervangen door: „dan na 
voorzien te zijn van een etiquet, waaruit blijkt, tot welk dépót 
het stak behoort." 



TOELICHTING. 

Het stempelen der stukken is een barbaarsch gebruik, dat 
volslagen nutteloos is; daar de stempel kan worden onzicht- 
baar gemaakt of uitgescheurd, waardoor het stuk bedorven is, 
ook als het later wordt teruggevonden. Tegen hen, die fraude 
willen plegen, helpt het stempelen niet. 

Om onopzettelijk te loor gaan van stukken te voorkomen, is 
het aanhechten van een etiquet voldoende. 



(^et.) R. Früin. 



Digitized by 



Google 



102 

Bijlage IV. 



ONTWERP.REGLEMENT. 



Overwegende, dat het van algemeen belang is, de archieven, 
welke in de rijksdepóts bewaard worden, zoo bruikbaar en 
toegankelijk mogelijk voor het onderzoek te maken; dat evenwel 
tot eene goede bewaring der archieven tevens vereischt wordt 
bepalingen vast te stellen omtrent de wijze, waarop tot die ver- 
zamelingen toegang kan worden verleend. 



De rijksarchivarissen zijn gehouden, onder in achtneming der 
hierna te melden bepalingen, de toelating tot het gebruik der 
onder hun beheer staande verzamelingen van archieven te 
verleenen aan alle bij hen bekende en vertrouwde personen, die 
zich daartoe aanmelden. 

Tot het raadplegen van rijksarchieven, die jonger zijn dan 
December 1813, wordt de vergunning vereischt van de autoriteit, 
die ze in het depot heeft gedeponeerd. 

n. 

Indien zich bij de rijksarchivarissen iemand ten voornoemden 
einde aanmeldt, aan wien zij vermeenen de toelating niet met 
genoegzame zekerheid te kunnen vergunnen, verwijzen zij hem 
met zijn verzoek naar den Minister van Binnenlandsche Zaken, 
en doen zij tevens onverwijld aan dien Minister verslag, met 
opgave der redenen hunner weigering. 

m. 

De toegelaten personen zijn gehouden in het gebouw der 
archieven gebruik te maken van de verlangde stukken, welke 
alvorens zullen worden gestempeld. 

Tenzij de omstandigheden zulks onmogelijk maken, worden 
de bezoekers niet in de bergplaats der verzameling zelf toege- 



Digitized by 



Google 



103 

laten, maar breneen de ambtenaren de verlangde stukken ten 
gebruike in een afzonderlijk daartoe bestemd vertrek. 

De ambtenaren zijn ook gehouden aan de bezoekers de tafels, 
indices, repertoria, inventarissen en regestenlijsten voor te leggen, 
en hun verder in hunne nasporingen behulpzaam te zijn. 

Zij dragen zorg, dat de gebruikte stukken telken reize in 
goeden staat worden teruggegeven en dadelijk weder gelegd op 
de daarvoor bestemde plaatsen. 

IV. 

Zonder machtiging Tvordt geen stuk buiten het gebouw 
gebracht. 

Indien iemand zoodanige machtiging verlangt, verwijzen de 
rijksarchivarissen hem te dien einde naar den Minister van 
Binnenlandsche Zaken. Zij doen tevens aan dien Minister rapport 
en dienen van bericht en raad. 

Dergelijke machtiging wordt niet vereischt voor verzending 
van archiefstukken naar de openbare inrichtingen, door den 
Minister van Binnenlandsche Zaken aangewezen of nog aan te 
wijzen. 

V. 

Geen stuk wordt ten gebruike buiten het gebouw afgegeven, dan 
na behoorlijk gestempeld te zijn met den stempel van het depot, 
en tegen regu, geteekend door dengene, wien het stuk wordt toe- 
vertrouwd; van elk regu wordt aanteekening gehouden in een 
daartoe bestemd register. 

Nadat het stuk is teruggegeven, nagezien en in goeden staat 
bevonden, wordt het regu aan den betrokken persoon terugge- 
geven en hiervan in het register melding gemaakt. 

VI. 

Het in aan hen, die van archiefstukken gebruik maken, ver- 
oorloofd ze te doen drukken en in het licht te geven, mits zij 
zich onderwerpen aan de algemeene en stilzwijgende voorwaarden : 
a. dat zij zich verantwoordelijk stellen voor het door henuitge- 
gevene, 6. dat zij verplicht zijn een exemplaar van de door hen 
bezorgde afdrukken te schenken aan het depot, waar het archief- 
stuk berust, c. dat! de Regeering het recht behoude, om dezelfde 
stukken andermaal te doen drukken en in het licht te geven. 

VII. 

Teneinde de nakoming van de bepalingen van art. 6 te ver- 
zekeren, is in ieder depot een register voorhanden, bevattende 



Digitized by 



Google — 



104 

een afschrift van dit besluit en eene verklaring, dat de onder- 
geteekenden zich daaraan en met name aan art. 6 onderwerpen. 
Niemand wordt tot het gebruikmaken van archiefstukken toege- 
laten, alvorens die verklaring te hebben onderteekend. 

Gelijke verklaring moet worden afgegeven door dengene, die 
stukken uit het archief te leen vraagt. 

VIII. 

Indien gevraagd wordt naar stukken, waarvan de rijksarchi- 
varissen de inzage niet raadzaam oordeelen, mogen zij dit 
weigeren ; doch niet anders dan met verwijzing naar den Minister 
van Binnenlandsche Zaken, aan wien zij dadelijk daarvan kennis 
geven met opgave der redenen van weigering. 

IX. 

Van de bepalingen van dit besluit kan voor in bruikleen gegeven 
archieven worden afgeweken bij de akte, waarbij ze in bruikleen 
gegeven worden. De kennisgeving en machtiging, bedoeld in 
art. 2, 4 en 8, worden voor die archieven gedaan en gevraagd 
aan en van den inbruikleengever. 

X. 

Onder archieven zijn in dit besluit ook begrepen de in een 
archief-depöt bewaarde handschriften, die geen deel uitmaken 
van een der in het depot bewaarde archieven. 

Voor duplikaten is echter het bepaalde in art. 4 al. 1 niet van 
toepassing. 



Digitized by 



Google 



Het R\jksarchief in Noordbrabant. 

I. Gehouwen en meubilair, 

In het vorig jaarverslag heb ik er op gewezen dat de zeer 
ODgeschikte kasten, indertijd wegens ruimtegebrek tijdelijk aan- 
gebracht in de groote benedenkamer boven de daarbestaande 
sorteerkasten, weder gemist zullen kunnen worden wanneer, na 
de voltooiing van het ontworpen brandvrije archiefdepót bij de 
provinciale griffie, een deel der bij ons geborgen griffie-archieven 
daarheen kunnen worden overgebracht. In verband daarmede 
raadde ik aan de voor die kasten vroeger ontworpen gedeel- 
telijke verbeteringen niet uit te voeren. 

Deze verbeteringen zouden voornamelijk bestaan in het aan- 
brengen van een hangende ijzeren galerij en een trap. Uwer 
Excellentie's ambtsvoorganger keurde de vervanging goed van die 
werken, opgenomen in het toen loopende bestek van onderhouds- 
en vemieuwingswerken, door een aantal verbeteringen en herstel- 
lingen van anderen aard in de depots en lokalen. Deze werken 
zijn daarop alle vóór juni verricht. Zij bestonden voornh in het 
beringen in cement van den vloer van het achterdepót; het 
afhakken en nieuw-bezetten met sterke specie van muren 
aldaar; het dichten van raamopeningen in den achtermuur van 
het oude dex)6t, vroeger buitengevel; het bestraten van het open 
terrein langs de Mortelstraat; eenig verfwerk; eenige verande- 
ringen aan kasten. In het laatst vanhetjaarzijndenieuwbezette 
muren en de muren van den traptoren in het achterdepót en 
daarna ook de galerijlatten en bsdken in dat depot, geheel in 
effen lichte tint geverfd. 

In de verbouwing der griffielokalen, die thans reeds ver is 
gevorderd, is onze conciërgewoning betrokken, die daarom met 
mei door den conciërge is verlaten. Bij Kon. besluit van 18 
maart 1901 n^ 69 is zijn genot van vrije woning c. a. 



Digitized by 



Google 



106 

ingetrokken en. hem een jaarlijksche vergoeding daarvoor, 
benevens een vergoeding in eens voor verhuiskosten, toegekend. 
Hij heeft toen een woning, niet ver van het archiefgebouw 
gelegen, gehuurd. 

Ten aanzien van het meubilair kan ik den aanschaf ver- 
melden van een kaartentafel op de groote bovenkamer. 

II. BeddingS' en brandbluschmiddelm. 

De afleiders zijn volgens het onderhoudsbestek op tijd onder- 
zocht en steeds in goeden toestand bevonden. Bij de braodlan- 
taarns zijn gedrukte kaartjes, hun plaats aanwijzende, in de 
kastwanden bevestigd waartegen zij hangen. Zij zijn alle geregeld 
nagezien, opdat zij in geval van nood steeds in orde zullen zijn. 
Ook bij de brandslangen en de depots van brandzakken zijn 
dergelijfce kaartjes vas^ehecht, aantal en toebehooren duidelijk 
vermeldende. 



III. Toestand der verzamelingen. 

Na afloop van het metselwerk bovenbedoeld zijn de verzame- 
lingen in bet achtergebouw aan een daardoor noodig geworden 
duchtige en herhaalde schoonmaak onderworpen, terwijl de 
verzamelingen, die tot vrijmaking van muren tijdelijk in het 
voordepöt opgesteld waren tusschen de kasten, geleidelijk weder 
op hunne plaatsen zijn ingebracht. Daarbij was gelegenheid 
een deel van de oude provinciale archieven, die te nauw ston- 
den, ruimer te zetten, waarna kon worden voort^egaaa met 
de verleden jaar wegens ruimtegemis gestaakte kartonneering 
van de vele honderden rekeningen der landsmiddelen. Dit 
werk is nog niet voltooid. Er zijn vele portefeuilles voor 
noodig; en niet alleen een herziening der sorteering, ook, gelijk 
ik hieronder zal vermelden, een inventarisatie gaat er mede 
gepaard. 

In het algemeen is overal, waar nadere sorteering van onder- 
deden onzer collecties plaats vond, daarbij tevens de toestand 
daarvan verbeterd. Er is dan ook steeds gezorgd, dat portefeuilles 
en omslagen in groote hoeveelheid in voorraad waren. 

Verschillende registers en protokoUen, die tijdelijk voor onder- 
zoekingen naar elders werden verzonden, zijn vooraf geheel of 
gedeeltelijk herbonden. Ook zijn weder een aantal oude kerk- 
registers, tijdelijk aan ons opgezonden, ingebonden. Eveneens 
enkele bescheiden van oude gemeente-archieven. 



Digitized by 



Google 



107 

Van de griflSe-archieven zijn, in verband met de voortzetting 
hnnner sorteering, weder een groot aantal losse bescheiden van 
omslagen voorzien en gekartonneerd. De verzorging der kadaster- 
archieven, verleden jaar begonnen en waarvan toen reeds een 
goed aantal der groot-folio deeltjes gebundeld, in 51 groote 
portefeuilles gezet en geragd waren, is voortgezet. Al de stukken 
m groot formaat zijn thans op gelijke wijze behandeld, totaal 
72 bundels. 



IV. Ordening en inventarisatie. 

Van de oude rechterlijke archieven zijn voor regeling onder- 
handen genomen, dat van Bokhoven en dat van 's-Gravemoer. 
De inventarissen, daarvan opgemaakt, vermelden de protokoUen 
gedetailleerd; de losse stukken zijn nauwkeurig uitgezocht en 
globaal beschreven. Bij het archief van het gerecht van 's-Gra- 
vemoer vond ik het „oud boek bevattende privilegiën, con- 
tracten enz.", waaruit ik indertijd bij de regeling van het oud- 
archief van Dongen een extract (van 1701) gevonden had. Het 
is een protokol van het gerecht bevattende: 

1®. „Dingtafel", beginnende 15 januari 1598, na mei 1602 
overgaande in protokol van jaarlijksche schouwverbalen (tot 
1701;, borgtochten (tot 1707) en eeden (tot 1731); waar- 
tusschen, vooral later, allerlei ordonnantiën en reglementen, 
privilegiën, accoorden, rekwesten enz. geregistreerd zijn — 
niet altijd in chronologische orde. 

20. Rol van 15 maart 1685—30 juni 1644, 13 februari 1648— 
16 maart 1651. 

De losse minuten van akten bij het schepenarchief van 
Willemstad & Ruigenhil zijn naar aanleiding van een in te 
Btellen onderzoek bepaald, en naar soort en datum uitgezocht, 
geheel op den voet der oorspronkelijke orde, die aan de hand 
van gevonden notities zoo goed mogelijk is hersteld. Die orde 
is vooral gebaseerd op de ligging der panden en goederen. 

De talrijke losse mmuut-ccdulen van verkoop en verpachting 
Tan hout, tienden enz. en van besteding van werken in de 
bosschen (Mastbosch, Liesbosch, Ulvenhoutsche bosch enz.) van 
bet domein (het Prinselijk huis, van 1799 af de Nationale 
Domeinen), gepasseerd ten verzoeke van den rentmeester te 



Digitized by. 



/.Google 



J 



108 



Breda ten overstaan van schepenen van Prinsenhage met assis- 
tentie, voorzoover het Mastbosch aangaat, van schepenen van 
Ginneken & Bavel, zijn alle uitgezocht en beschreven. Zij be- 
rusten bij het reeds vroeger globaal geïnventariseerde schep^i- 
archief van Prinsenhage. Ik vond er kopieën bij van : 

a. de onderhandsche verpachtcednle van de gruit over de 
stad Breda met Teteringen voor de jaren 1756 — 1768, ge- 
passeerd voorden rentmeester van Oranje-Nassau te Breda; 

h. de publieke verpachtcednle van wege denzelfden rentmeester 
van de helft van den molen de Emdragt in het Zandgatte 
Zundert voor de jaren 1776—1781. 

Het schepenarchief van Bladel, Reusel & Netersel onderging 
ordening, voor de losse stukken naar de soort der rekeningen, 
akten, processtukken enz. De soms zeer talrijke minuten der 
akten van schepenen en notarissen, behoorende bij eenige 
Bchepenbanks-archieven, zijn naar aanleiding van intestellen 
nasporingen vooraf geregeld. De nieuw- verworven oude rech- 
terlijke protokoUen zijn nauwkeurig beschreven. 

Bij de opsporing van een leenverhefakte anterieur aan het 
oudste der leenakten-protokoUen, bleek het noodig de losse 
stukken van den Raad van Brabant als Leenhof, die biï de 
vroegere sorteering van het archief van dien Raad grootendeels 
waren bijeengebracht maar nog niet waren uitgezocht, te onder- 
zoeken en te sorteeren. Met het oog op de vroegere zeer groote 
verwarring der losse stukken van het, van 's-6ravenhage naar 
den Bosch en van daar naar Breda, later van daar weer naar 
's Hertogenbosch terug, en ook te Breda en te 's Hertogenbosch 
nog eenige malen verhuisde, archief van den Raad, is het be- 
grijpelijk dat de bepaling en bijeenzoeking veel moeilijkheid 
aanbood. De Adjunct-Commies mr. Ebell was er vrij geruimen 
tijd mede bezig. Hij stelde er in hoofdzaak de volgende deelen 
en serieën uit samen. 

a. Verkort leenregister, in losse bladen, van de vier kwar- 
tieren der Meierij van den Bosch, van de verheffen uit 
1633—1739 (opgemaakt in 1730 en bijgehouden tot 1739) ; 
en een idem van de Baronie van Breda van de verheffen 
uit c. 1592 tot c. 1728. 

&• Bundels missives, memories en aanschrijf brieven betrekkelijk 
verachterde leenen. 



Digitized by 



Google 



109 

c. Bundels loese en geliasseerd geweest zijnde missives door 
secretarissen van schepenbanken en notarissen opgezonden 
ingevolge de ordonnantie voor den Raad van Brabant dd. 
24 januari 1738 op het verduisteren der leenen; uit 1739, 
1740 (lias), 1741 (lias), 1743—1780. 

d. Idem idem ingevolge de ordonnantie van den Raad van 
Brabant dd. 16 februari 1780 (renovatie van die van 24 
januari 1738 bovenvermeld); uit 1780 (eerste hal^aar), 
1781-1794 (blijkbaar zeer onvoltallig). 

«. Twee bundels procuratiën om leenen te verheflTen; uit de 
17^« eeuw, en uit 1704—1779 (geliasseerd geweest). 

ƒ. Bundel overgelegde akten en stukken bij het verhefien 
van leenen. 

g. Tal van lijsten van transporten van en verbanden op 
leengoederen over de jaren 1795 tot (1 februari) 1809, 
bij het Departementaal Gerechtshof van Brabant te Breda 
ingevolge circulaire van 28 februari 1809. 

h. Protokol bevattende overdracht ter griffie van den Raad 
van Brabant van rentebrie veOj.geconstitueert in den quartiere 
van Antwerpen bij prelaten, edelen en de steden represen- 
terende de Staten 's landts ende hartochdoms van Brabant,'* 
van 6 augustus 1615 — 4 maart 1643 (3 katems). 

t. Register van modellen van akten voor den leenhof (2 catems). 

Met een regeling van de archieven van de gewestelijke besturen 
van 1795 — 1810 heb ik mii gedurende het voorjaar bezigge- 
houden. Na eenigen tijd bleek het mij duidelijk dat een regeling, 
waarbij de archieven van ieder der opvolgende besturen geschei- 
den, elk als een geheel, bewerkt zou worden, ondoelmatig en ook 
moeilijk uitvoerbaar wezen zou. Ik brak das geheel met de wijze 
waarop deze archieven sinds het midden der 19^^ eeuw gerang- 
schikt waren. Van de resolutieregisters, gelijk van de daarbij 
behoorende chronologische serie der dossiers van brieven, rap- 
porten en besluiten, maakte ik één doorloopende co^ectie van 
1795 tot 1810. Daarna liet ik direct het verbaal met de dossiers 
volgen van den Commissaris tot het bestuur over de door de 
Franschen aan onze Republiek gecedeerde Landen, wiens taak 
in 1805 op het Departementistal Bestuur overging. Daarachter 
rangschikte ik de registers met bijlage van de commissies 
uit de verschillende gewestelijke beisturen gevormd en gecom- 
mitteerd. Eenige van deze zijn big bijna al de gedaante- 



Digitized by 



Google 



110 

wisselingen van het in 1795 iselfstandig geworden en in 1796 
voor korten tijd als 8^ lid in de Unie oi)genomen gewest 
(Bataa&ch) Brabant, permanent gebleven tot juni 1810, loodat 
hare reg^ters doorloopen en de stukken ééne serie vormen. Op 
deze serieën liet ik de bescheiden volgen — waarbij tal van 
registers van besluiten, van aanschrijvingen, van ordonnantiën, 
van boekhouding, enz. — der colleges voor de financiën en 
domeinen. Bij de retroacta dezer Colleges, waarvan het laatste 
bij de inlijving van Holland-links- van-den-Rijn bij het Fransche 
keizerrijk in iuni 1810 den naam droeg van Departementale 
Rekenkamer, behooren de in 1798 van de Nationale vergadering 
verworven exemplaren van rekeningen van in het voormalig 
Generaliteitsland Staats-Brabant tot in 1795 geheven lands- 
middelen, beden, gemeene middelen, coUateraal, 40«, 50^^, 80* 
penningen, verpondingen, inkomsten en rechten van domeinen, 
opbrengsten uit geseculariseerde geestelijke goederen. Daarbg 
behooren verder de exemplaren der opvolgende rekeningen van 
dezelfde heffingen, gedaan en aan het gewestelijk bestuur als 
hun committent afgelegd door de ontvangers en rentmeesters 
voor dezelfde goederen, over de jaren 1795—1810. Daarbij be- 
hooren ten slotte ook de generale thesauriersrekeningen over 
het gewest zelf. 

Nadat ik alles aldus had afgedeeld, heb ik de serieën der 
klad- en der net- „resolutieboeken*' met de indices, de registers 
der insertiën, der missives, der publicatiën, der verbalen enz. 
en de serie der dossiers beschreven, eveneens de bundels 
met rapporten enz. Bij de retroacta der Commissies heb ik het 
werk tot het najaar gestaakt, maar niet dan na nog het onder- 
zoek van den inhoud der rekeningen aangevangen, en met de 
beschrijving daarvan een begin gemaakt te hebben. Eerst laat 
in den winter heb ik het werk weer kunnen opvatten, toen de 
boven onder hoofdstuk III vermelde verruiming van de 
plaatsing der rekeningen had plaats gehad. 

Door den binder, H. Wagenaar, die door het bovenbesproken 
werk van verzorging en kartonneering van stukken en collecties 
verre den meesten tijd is in beslag genomen, heb ik tusschen- 
beide nog een deel onzer plakaten-collectie laten ordenen, nl. 
dat gedeelte dat, door de aanwinsten der laatste jaren langzamer- 
hand bij de stamcollectie gekomen, nog totaal ongesorteerd was. 

Het register, dat ik iu het vorige jaar van het gemeentebestuur 
van Dordrecht had overgenomen (1), heb ik nu uitvoerig be- 
schreven. Het belang van den inhoud geeft mij aanleiding die 
beschrijving hier te laten volgen: 



(1) Vg. Archiefverslagen 1900, blz. 121, overdruk blz. 7. 



Digitized by 



Google 



111 



REGISTER bevattende kopieën van verbalen, akten, 
oorkonden, getuigen-verklaringen enz., betrekkelijk 
de grensaanduiding der jurisdictie van den prins van 
Oranje aan de zuidzijde van de Oude Maas in de 
Verdroncken waert van Suythollant, den loop van 
de Oude Maas, de bedijking daarvan enz.; met 
name: 

A. 1. „Dextracten uuytet proces verbael ende informatie ge- 
„houden opte designatie van de limiten vander heerlicheden 
„van mijn heere den prince van Orangnen, gelegen inder 
„suytsijde vander Ouder Maze inde Verdroncken waert van 
„Suythollant, onderteeckent, mits doverlijden van mr. 
„Joachim Houtsocht, bij ons commissarissen voors. A. Sas- 
„bout, R. Moons, Gerard Rennoy." 

J2. Verbael van twee gezworen landmeters betrekkelijk de 

opneming van „de paelscheijdinge van de heer- 

„licheyden Stanthaesen, Dromelen, Alraonde, Dubbelmonde 
„ende XX Houven, mits den geheelen Verdroncken waert 
„van Suythollant ende alle de steden, dorpen daer ronts- 
„omme leggende A^ XV« LX". 

3. Getuigen-verklaringen betreffende: den loop van de 
Donga inder Maze ; „opt gescheyt der stede van Ste Geer- 
„truy den berge vrijheyt vande heerlicheyt van Stanthaesen"; 
over het bevisschen van den Santsteck oft nu Wieldrecht, 
en over den Santsteck en de limieten van Wieldrecht; 
over het gebruiken van den Santsteck en of deze in Wiel- 
drecht ligt ; over den loop vander Maze tusschen de Putsche 
steek en den Springer. 

B. Octrooien enz., meer bijzonder op de stad en het Land van 
Heusden betrekking hebbende: 

4. Octrooi van den heer van Heusden d.d. 12 februari 
1272 over den schouw op den dijk genaamd de Hooftdijck 
met instelling van 12 gezworenen (6 in het graafschap van 
Hollant, 4 in het Land van Heusden, 2 in dat van Althenae). 

5. Brief van Aelbrecht van Beyeren den ruwaert d.d. 3 
november 1386, uitbreidende de „vrijheyt" der stad H. tot 
de Oude Maze toe. 



Digitized by 



Google 



1 



112 

6. Brief van denzelfde op denzelfden dag, aan de stad 
Heusden een recht van opslag (van visch?) gevende. 

7. Brief van Filips (van Bourgondië) d.d. 13 februari 
1431, gevende aan die „geerft, gelant ende gegoet" zijn in 
het Land van Heusden recht van dijkage, met aanstelling 
van dijkgraaf en 7 heemraden, enz. 

C. Contracten enz., bijzonder betreffende de indijking, „voorden 
Maesdam'': 

8. „Cedule vande ordinantie der nijeuwer dijckage voor- 
den Maesdam gemaect int jaer ons heeren duysent vier- 
honderd XXXVIII bijden goeden luyden der stede van 
Dordrecht ; gesloten bij mij joncker van Gaesbeeck". 

9. Contract dd. 16 maart 1439 (1440?) tusschen eenige, 
die „ingelant leggen voorden Maesdam" tot verdere bedij- 
king overeenkomstig de ordinantie van 1438 (sub 8 
bedoeld). 

10. Contract dd. 29 october 1441 tusschen die ingelanden, 
regelende de gevolgen der bedijking. 

D. 11. Eenige getuigenverklaringen betrekkelijk den loop 
van de Oude Maze van „Wijfvlietersloot ofte Alaesdam" af 
tot de Westmaze toe. 

E. Contracten enz. betrekkelijk de indijking der aanwassen 
van Moerkerckerland en Strijen : 

IJS, Leenbrief dd. 14 april 1439 van Jacob heer tot Graes- 
beke enz., van Lodowiick van Moerkercken enz., van LXXV 
morgen land in Schobben ende Everocken ambachten. 

13, Contract van 13 mei 1538 tusschen ingelanden en 
geërfden van de uiterwaarden en aanwassen ten N. van de 
Maas bewesten Moerkerckerlant en Suythollant, en die van 
de uiterwaarden en aanwassen van de „group Strijemonde, 
Numansgors, der Carthuijsers ende anderen" gelegen ten Z. 
van de Maas in de heerlijkheid Strijen, ten aanzien der 
bedijking dier uiterwaarden ter vervanging van een niet 
uitgevoerd contract van 7 maart 1530. 

14, Contract van 10 september 1538, gesloten door de- 
zelfden tot wijziging der dijkrichting. 

F. 15 — 17, Dezelfde brieven als onder C genoemd. 



Digitized by 



Google 



113 

Wat de nieuwe archieven betreft, heb ik het volgende te 
vermelden. Id den zomer heb ik een globale opschrijving gedaan 
van alle onderdeelen der griffie-archieven in ons depot, met ver- 
melding van jaar en wijze van verkrijg enz. en toestand van be- 
werking. Daarna hebben wij een van die onderdeelen onder 
handen genomen en wel dagene, dat ten aanzien der regeling 
het minst bevredigde, met name hetgeen bij onze vroegere 
werkzaamheden (1) was afgezonderd van de verwarde papieren, 
welke vóór 1892 bij ruimtegebrek op de zoldervloeren der griffie 
opgestapeld en toen goeddeels ter opruiming voorgesteld waren, 
doch in 1892/93 door ons in bewaring ziin genomen. Het afge- 
zonderde was toen niet bij een der afdeelingen van het provin- 
ciaal archief op te lossen, doch van genoeg belang om er een 
afzonderlijke collectie van bijlagen der besluiten c. a. van het 
provinciaal b^tuur van te maken. Die collectie is thans gesplitst 
in twee deelen, van vóór en na juli 1850, met het oog op de 
waarschijnlijke terugvoering naar de griffie van de archieven 
na juli 1850, waarop ik in hoofdstuk I heb gewezen. 

Nadat de collectie aldus was gesplitst — waarbij wel eehige 
moeilijkheden waren te overwinnen, werden van beide deelen 
de dossiers geheel beschreven en van opschriften voorzien. Een 
aantal heb ik reeds in mijn jaPTverslag over 1894 opgesomd (2). 
Wanneer er over een zaak slechts één of enkele stukken werden 
aangetroffen, zijn deze opgenomen in de chronologische collectie 
van Gouverneurs, C. d. K. of Gedeputeerde Staten. 

In april bereikte mij om bericht een voorstel van het provin- 
ciaal bestuur om weder een hoeveelheid papieren, vallende onder 
en ook buiten de lijst van 31 december 1896 n^^. 2960 K. W. 
op te ruimen. Ik stelde voor, wijl een onderzoek der stukken 
nogal veel tijd zou kunnen kosten en de as. slooping der 
griffielokalen tot spoedige verwijdering der papieren van daar 
noopte, ze voorloopig aan mij over te geven, opdat ik ze kon 
onderzoeken en nagaan in vergelijking met de andere griffie- 
bescheiden alvorens ik over de waarde of onwaarde en 
het nut van behoud advies uitbracht. Ik wees er op dat wij 
bij vorige gelegenheden tusschen vele bescheiden die onder de 
bedoelde Lijst vielen, er andere hadden gevonden, die niet opge- 
ruimd moesten worden ; dat de al of niet opneming op de Lijst 
van sommige rubrieken, en de aanduiding van andere wel eens 



(1) Het laatst deed ik daarover verslag twee jaar geleden (Archief verslagen 
1899 blz. 315, overdruk blz. 8). 

(2) Archiefverslagen 1894 blz 101, overdruk blz. 8. 

(1901) 8 



Digitized by 



Google 



114 

opnieuw mocht worden overwogen, en dat er bij sommige wel- 
licht ook eenige reserve te maken zou zijn voor een deel der 
stukken daaronder vallende. Ik verwees naar de ondervinding 
vroeger bij onderzoek van dergelijke bescheiden opgedaan en in 
mijn jaarverslag over 1897 (1), medegedeeld. 

Dit voorstel werd goedgevonden, waarop de stukken ons in 
mei gewerden. Daarna is niet alleen deze collectie, maar zijn 
in verband daarmede ook een massa gelijksoortige bescheiden 
bij de in ons depot bewaarde oudere griffie-archieven eveneens 
onderzocht. In augustus deed ik van mijn bevinding uitvoerig 
rapport waarop in deze loopende maand de beslissing inkwam, 
die aanleiding gaf tot de opneming, in het bij dit verslag 
behoorende afzonderlijk Verslag der aanwinsten, van de uitge- 
zonderde en uit de wel ter opruiming gedoemde papieren uit- 
geschifte of gereserveerde bescheiden. Het vermelde werk gaf 
aanleiding om nog verschillende andere serieën der griffie- 
archieven onder onze berusting, in hoofdzaak stukken bevattende 
welke volgens de meergemelde lijst ter vernietiging waren opge- 
schreven, onder handen te nemen en van de heterogene 
bestanddeelen te ontdoen, opdat deze hun eigen plaats konden 
vinden. De bij dat werk te voorschijn gekomen niet vernietigbaar 
verklaarde stukken heb ik eveneens in het Verslag der aanwinsten 
vermeld. Dergelijk terechtbrengen van in het archief van het 
eigen CoUegie zelf verloren zwervelingen is toch met het doen 
van een aanwinst geheel gelijk te stellen. 

De verleden jaar vermelde regeling der provinciale begrootingen 
van na 1850 is weder voor eenige portefeuilles voortgezet doch 
nog lang niet voltooid. 

Met het oog op de aanstaande terugvoering van de griffie- 
archieven van na 1850 uit ons gebouw naar het voor de griffie 
in aanbouw zijnde brandvrije depot, en tegelijk om tot inlichting 
te kunnen strekken bij het overwegen van eventueele verdere 
maatregelen omtrent de bewaring en bet beheer der griffie- 
archieven, heb ik een memorie opgesteld, de geschiedenis ver- 
meldende van de overneming van verschillende gedeelten dier 
archieven in het archiefgebouw onder m^"n beheer. Die memorie, 
met de processen- verbaal der opnemingen als toevoegsels, gaat als 
bijlage nier bij. 

V. uitgaaf van bescheiden uit het Archief. 
Hieronder heb ik niets te vermelden. 



(1) Are hief verslagen 1897 blz. 82—87, overdruk blz. 5—10. 



Digitized by 



Google 



115 



VI. Aantcinsien en verliezen. 

In een gedetailleerden Staat, als bijlage hierbij gevoegd, doe 
ik thans weder afzonderlijk verslag van de aanwinsten door 
ons in 1901 gedaan. 

De aanwinsten, voor onze verzamelingen bestemd door mijn 
ambtgenoot in Limburg volgens zijn ingediend ruilings voorstel 
waarvan hij mij in het begin van het vorige jaar mededeeling 
deed, heb ik nog steeds niet ontvangen. Evenmin een geschenk, 
ons dezen zomer in het vooruitzicht gesteld en waarbij zeer 
oude dokumenten omtrent Breda zouden zijn, oorkonden (privi- 
legiën) uit 1280 en 1290 (in kopie ?) en diverse stukken be- 
trekkelijk Baarle-Nassau en Oud- & Nieuw-Gastel. 

uitzicht bestaat op terugwinnen voor dit Rijksarchief van 
het daarin nog ontorekende gedeelte van het archief van het 
voormalige 5« district der provincie. (1) Binnenkort zal ik 
daaromtrent waarschijnlijk zekerheid kunnen verkrijgen na een 
persoonlijk onderzoek ter plaatse waar hun aanwezigheid ver- 
moed wordt, waartoe ik de machtiging hoop te bekomen. 

Als verlies heb ik alleen te vermelden den afstand krachtens 
Uwer Excellentie's machtiging van een aantal gedrukte bestek- 
ken van publieke werken onder Waterstaat, Handel en Nijver- 
heid. Die bestekken zijn voor den Hoofdingenieur van den Provin- 
cialen Waterstaat op diens verzoek bijeengezocht uit onze dubbelen, 
van de provinciale griffie afkomstig. 

VIL Afschrijving van elders berustende bescheiden. 

Van de bij het archief van den domeinrentmeester in de 
Meierij ontbrekende pootkaart van Vechel van 1629, met de 
voora^egane van 1379 en 1310 en zooals zij bevestigd is in 
1648, nam ik voor het archief kopie. Ik had ze geleend uit het 
gemeente-archief ten behoeve van een onderzoek naar rechten, 
bij mijn depot ingesteld. De beschrijving van het stuk laat ik 
hier volgen: 

Afschrift van een authentieke kopie eener resolutie van 
den Raad van State d.d. 1648 april 23, waarbij bevestigd 
worden : 

lo. de uitgifte der gemeene gronden aan Vechel in 1310 
door hertog Jan I, 



(1) Vg. Archiefverslagen 1899, blz. 816 (overdruk blz. 4). 



Digitized by 



Google 



116 

20. een brief voor Vechel van hertogin Johanna van 
1379, en 

3®. het octrooi van de rekenkamer van 6 april 1629, om 
80 voeten gemeentewaarts-in te planten, tegen een recognitie- 
ciin8 van 15 pond jaarlijks aan den Hertog. (N.B. Er was 
40 voeten ver geplant zonder octrooi, zoodat de rentmeester 
van den leene de boomen had in beslag genomen.) 

De Raad reserveert houtschat, novale tienden en moeren, 
en gelast betaling van f 300. — omdat die van Vechel ver- 
zuimden te voldoen aan de brieven van terriër, nagelaten 
hadden den cijns aan te geven, hun kaarten van verkrgg 
te toonen, enz. 

Ook uit het Rijksarchief te 's-Gravenhj^e heb ik voor een 
dergelijk onderzoek naar rechtstitels tijdelijk eenige bescheiden 
geleend, nl. een dossier betrekkelijk den Emiliapolder, bij het 
Nassausche domein-archief aldaar bewaard. Ik maakte van de 
gelegenheid gebruik de volgende oorkonden te excerpeeren : 

1314, Maandag na St. Willebrord. • 

Beleening met het gerecht van Drimilen en het gemaal 
en de viascherie en het gerecht van Stanthezen^ door 
Hughe van Sotteghem, heer van Putten, op Jan van 
der Dussen. 

1331, Zaterdag v66r St. Katherine. 

Amout van der Dussen draagt op ten behoeve van 
Willem van Duvenvoirde, de helft van het gerecht en 
het ambt van Stanthezen, hem aangekomen van Amd 
Wisscard Jansz. 

1343, Donderdag na Allerheiligen. 

Nycl. V. d. Dussen belooft de helft van de heerlijk- 
heid V. DrimmeUn aan Willem v. Duvenvoirde. 

1347, Woensdag op H. Sacramentsavond. 

Willem van Drimmelen draagt op aan zijn zoon 
Jan al zijn goederen onder Drimmelen. 

1411, St. Margriet. 

Paltsgraaf Willem verkoopt de ambachtsheerliikhmd 
van Drimmelen c. a., hem aangekomen van heer Willem 
van Driemilen, aan Engel brecht van Nassouw heer van 
der Lecke en van Breda. 



Digitized by 



Google 



117 

VIII. Raadpleging der verzamelingen, 

In het begin van het afgeloopen jaar werd het archief voor 
onderzoekingen door het publiek dagelijks opengesteld, in den 
winter van 10—3 ure en in den zomer van 10—4 ure, in stede 
van, gelijk tot nog toe, op slechts 4 werkdagen 's weeks van 
10 — 3 ure. Van de ruimere gelegenheid is vooral door één 
bezoeker een goed gebruik gemaakt, nl. door den heer jhr. mr. 
A. van Sasse van Ysselt. Hij stelde een onderzoek in de serie 
der Bossche schepenprotokollen in omtrent de oude topografie 
van den Bosch. In het bijzonder onderzocht hij naar de voor- 
name huizen aldaar en vereenigde daarmede een breed onder- 
zoek naar hunne voormalige bewoners en dezer genealogie. Een 
ander onderzoek door denzelfde betrof de geschiedenis van 
Bergeik, waarvoor hij het schepenbanksarchief en het hier gede- 

E sneerde oud-gemeentelijke archief van Bergeik, Westerhoven, 
iethoven, Borkel en Schaft ijverig in hun geheel doorzocht. Een 
derde betrof een aantal brieven van maagzoen, tot een uitgaaf 
bestemd. 

Een andere bezoeker, de heer J. v. d. Hammen Nz. te Besoyen, 
die geregeld des Zaterdags overkomt, hield zich uitsluitend bezig 
met genealogische onderzoekingen in dienst van anderen. 

Vele vragen om inlichting kwamen weder schriftelijk tot ons, 
waaraan wij steeds zoo goed mogelijk hebben voldaan. 

Van de onderzoekingen naar recht noem ik de volgende op: 
cijnzen van de godshuizen te Geertruidenberg; servituten tus- 
schen huizen te Bergen-op-Zoom ; beurzenstichting W. Sanders 
te Breugel; idem C. Aarts te Bergeik; onbeheerde nalatenschap 
Luijten: vischrecht onder Geertruidenberg; idem onder Driel in 
de Maas; erfpachtsvoorwaarden onder Willemstad; idem onder 
Rosendaal; erfenis de Gruijter; nalatenschap Jhr. Jan van 
Amelroij ; jachtrecht van Lieshout; stichting- van Spreeuwel te 
Hilvarenbeek. 

Van wetenschappelijken aard waren o. a. de nasporingen naar : 
de geschiedenis van het kasteel te Breda; krijgsgebeurtenissen 
in en om Geertruidenberg in het eind der 18e eeuw: de her- 
komst van Pieter Ardes, pseudo-drost van Wouw ; voorstellingen 
van het beleg van den Bosch in 1629; de verrassing vanGrave 
in 1577; de verbeteringen in de oude wijze van huwelijksvol- 
trekkingen door de kerken; de geschiedenis der reformatie in 
het Land van Heusden; de 6 Zweedsche regimenten in dienst 
van de Republiek; oude Brabantsche kronieken; oude posterijen 
in Noordbrabant. Natuurlijk ook de bovengemelde onderzoe- 
kingen van den heer van Sasse van Ysselt. 

Van voornamei. administratieven aard — al betrof het ook 



Digitized by 



Google 



118 

hier meer rechtskwesties — waren de volgende onderzoekingen : 
over de beplantingen langs den Rijksweg onder Velp bij Grave, 
over een gemeente-subsidie voor den kerkbouw te Vucht om- 
streeks 1882, en over verleende vergunningen voor steigers in 
de Zuidwillemsvaart, alle drie ingesteld voor den CommissariB 
der Koningin in deze provincie, en voor de tweede waarvan de 
vroeger ter griffie uitgeschoten en hier ondergebrachte gemeente- 
begrootingen dienst deden. Verder die over het pontveer onder 
Engelen, voor de Gedeputeerde Staten; over de beplanting op 
den Rijksweg onder Helvoirt, voor den Hoofdingenieur vanden 
Rijkswaterstaat alhier ; over de oprichting van den Emiliapolder, 
voor het bestuur daarvan ; over de ligging van het voormalige 
Haagoortsche Sas, voor het bestuur van 's Rijks Waterstaat; 
over den rechtstoestand ten aanzien der schepentrouwboeken, 
voor een collega. 

Naar andere inrichtingen werden weder zeer vele schepen- 
protokoUen tijdelijk overgestuurd voor onderzoek van aldaar 
wonenden. Dit vond geregeld plaats naar Amsterdam voor 
dr. W. Zuidema, naar 's-Gravenhage voor Jhr. mr. F. Beelaerts van 
Blokland; een enkele maal naar elders. Naar Leiden gingen de 
coUectanea van van Heurn ten gebruike van mr. J. C. Over- 
voorde, naar Dordrecht een paar deelen der kopie-inventarisöen 
van Nassausche domeinarchieven, voor den heer Roest van 
Limburg. 

IX. Bemoeiingen met de lokale archieven in de protrincie. 

Voor de werkzaamheden en zorgen voor een goede bewaring 
van gemeente- en polder-archieven in deze provincie verwijs ik 
als gewoonlijk naar het jaarverslag, daarover weder uit te brengen 
aan de Gedeputeerde Stoten. 

Voor de gemeente Wouw werden eenige figuratieve kaarten 
van armengoederen door onzen binder gebonden. 

Van wege Uwer Excellentie's ambtsvoorganger is mij een nader 
onderzoek opgedragen naar de oude kerkarchieven in deze 
provincie. Ik heb mij daarmede gedurende het geheele jaar 
zooveel mogelijk beziggehouden en verschillende kerkarchieven 
bezocht en globaal opgeschreven. Niet overal werd ik evenwel 
toegelaten. De beweging op dit punt in den boezem dersijnode 
van de Ned. Hervormde kerk zal daarop vermoedelijk van veel 
invloed zijn geweest. Sommige kerkbestuurders zeiden mij een 
door hen zelf te vervaardigen opgaaf van den inhoud hunner 
archieven toe, maar bleven dan nog vaak in gebreke dit te 
zenden. Aan den anderen kant vond ik ook veel goede mede- 
werking. Hier en daar was men blijkbaar er mede ingenomen 



Digitized by 



Google 



119 

dat mijn opname van den inhoud met eenige ordening en ver- 
zorging gepaard ging. Deze laatste was dan ook veelal wel noodig. 
Naar die archieven wordt door hunne beheerders dikwijls weinig 
omgezien, en de bewaarplaatsen zijn vaak vochtig. De meeste 
archieven worden in kisten bewaard en deze zijn dan doorgaans 
geplaatst in een vertrek van kerk of toren, komen weinig open 
en staan op de steenen vloeren. Ik dring zooveel doenlijk aan 
op verbetering hierin. Om het werk voor deze uitgestrekte 
provincie met hare vele Ned. Hervormde gemeenten en R. K. 
parochiën te voltooien, op een voet als reeds voor andere 
provinciën is gelukt, is binnen een betrekkelijk korten tijd 
ondoenlij'k. 

De tijd van een jaar is daarvoor in elk geval veel te kort 
gebleken. Intusschen hoop ik toch over eenigen tijd, nadat ik in 
het zachtere seizoen weer een aantal der nog te bezoeken archie- 
ven zal hebben afgedaan, een overzicht te kunnen samenstellen 
waarop gedurende volgende jaren tot aanvulling en verbetering 
geleidelijk kan worden voortgewerkt. Thans is het nog niet 
doenlijk. 

's Hertogenbosch 28 februari 1902. 

De Archivaris in Noordbrabant, 
A. C. Bondam. 



Digitized by 



Google 



j 



120 



VER8LAG DER AANWINSTEN 



VAN HET 



RIJKSARCHIEF-DEPÖT TE 's-HERTOGENBOSCH 

in 1901. 



A. Gedeelten van in het depot aanwezige arciiieven. 

I. Oude bbchteblijee archiefbescheiden. 

In het jaarverslag over 1894 (1) deelde ik mede dat mij 
twee schepenprotokollen, een van Heeze e. a. en een van 
Mierlo, waren toegezegd, en dat ik tegelijkertijd op het spoor 
was gebracht van andere schepenprotokollen van Heeze c. a. 
In 1896 (2) maakte ik het laatst melding van pogingen om 
deze te verkrijgen. Er waren toen nog steeds bezwaren. Intus- 
schen verloor ik de zaak niet uit het oog, en in 1898 verkre^ 
ik het registertje van Mierlo. (3) In het nu afgeloopen jaar 
mocht ik van den jhr. mr. A. F. O. van Sasse van Ysselt alnier ver- 
nemen, dat er stukken, in dit Rijksarchiefdepöt behoorende, aan 
het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen 
in Noordbrabant waren aangeboden, met name registers enz. 
van Heeze. Ik informeerde dadelijk bij den mij bekenden 
laatsten houder van de bovenbedoelde schepenprotokollen van 
Heeze c. a., den notaris F. Schrijvers te Eindhoven, die mjg 



(1) ArchiefversUgen XVII, blz. 106. 

(2) Idem XIX, blz. 142. 

(3) Idem XXI, blz. 298. 



L 



Digitized by 



Google 



121 

indertijd had uitgesteld. Ik wees er hem op, dat die Rijks- 
stukken ingevolge de wet in dit Rijksarchiefdepót behoorden 
te worden overgebracht. In antwoord deelde hij mij mede, dat 
de protokoUen op dat oogenblik in handen waren van den heer 
van der Steen, (toenmaals) bibliothecaris van het Provinciaal 
Genootschap bovengenoemd. Hij verzocht mij derhalve mij tot 
dezen er om te wenden. Werkelijk bleken de bovenbedoelde 
registers identiek ie zijn met onze protokollen. Dank zij den 
invloed van den heer van Sasse van Ysselt, wien hiervoor veel 
dank verschuldigd is, werden zij mij hierop onmiddelijk afge- 
geven toen ik er om stuurde. Ër waren een aantal losse be- 
scheiden en registertjes van allerlei aard in- en bijgevoegd, 
met name: 

1^. Stukken van geheel particulieren aard, blijkbaar afkomstig 
van den oud-burgemeester van Heeze A. A. Deelen. Zij zijn: 

a. Een register van leverantiën en werkzaamheden van een 
timmerman en aannemer (later burgemeester) Deelen, 
1812 — 1846, met notities van verrekening. Inliggend: 
eenige losse tegennota's en andere stukken, o. a. een 
winkelboekje. 

6. Een nota van een aanslagbiljet voor A. A. Deelen van 
1886 en 1889. 

Deze particuliere stukken zond ik den heer Schrijvers terug. 

2^, Twee registers van verkoopingen van roerend goed in 
1838, gemerkt n^ 1 en 2, met een verzamel register (afkomstig 
van een vroegeren notaris?). 

Ook deze stukken gingen terug. 

3^. Een klein pakje stukken van het gemeente-archief van 
Waalre uit deze eeuw. 

Deze zond ik aan het betrokken gemeentebestuur. 

4°. Een expeditie van een besluit tot opschorting eener ver>- 
kooping van gemeentegrond te Cromvoirt dd. 21 januari 1801. 

Dit stuk heb ik, als waardeloos, vernietigd. 

5^. Stukken uit het gemeente-archief van Heeze c. a.f nl.; 

a. Verbaal van een in 1622/23 gehouden meting der lande- 
rijen onder Heeze (& Leende), waarachter is ingeschreven 
een akte dd. 20 (iu^nij 1631 over de betaling van contri- 
butie voor een stUK land. 



Digitized by 



Google 



122 

b. Een lias ingekomen borgbrieven uit de laatste helft der 
18« eeuw (dooreen). 

c. Een lijst van verstrekte kardiensten ten behoeve van de 
Fransche Republiek in 1795. 

d. Een fragment-lijst van ingekomen publicatiën (nos. 78 — 174, 
5 december 1797 tot 22 maart 1799). 

e. Een bundel „sprekende borderellen" op de rekening van 
het dorpshuishouden van Heeze over 1806. 

Deze stukken hoop ik bij gelegenheid met dat archief te 
kunnen hereenigen. 

6®. Een register van grootendeels particuliere correepondentie 
van A. J. Deelen, burgemeester van Heeze, van 1847 tot 1854 
(o. a. minuten van jaarlijksche aanbiedingen, uit dankbaarheid, 
van een speenlam of zuiglam aan de vrouw van den Gouverneur, 
later Commissaris des Konings). Inliggend : eenige losse minuut- 
brieven en ook ontvangen nota's enz. 

Ook dit register zal bij nader onderzoek wellicht blijken te 
behooren bij het gemeente-archief van Heeze c, a. 

De rest waren oude rechterlijke bescheiden van de schepen- 
bank van Heeze, Leende en Zes-Öehuchten, bestaande in: 

I & 2. DingroUen ; protokoUen van civiele procedure, 
houdende memorie van het verhandelde op de gerechts- 
dagen, vonnissen, enz. ; 

1. 1587 maart 11 — 1595 mei 31 (en eenige vonnissen van 
1591—1594); 

2. 1622 mei (vóór den 11"»)— 1622 october 26 (fragment). 

3—10. ProtokoUen van allerhande akten : 

3. 1584 februari 27—1585 juli 19 ; 

4. 1584 september 21—1588 februari 28; 

5. 1585 september 8 (voorafgegaan door een fragment 
van de voorgaande) — 1589 januari 31 ; 

6. 1596 october 16— 1607 juni 27 (van Leende?); 

7. 1612 maart 19—1615 februari 9 (van Leende); 



Digitized by 



Google 



123 

8. 1632 juni 3—1636 januari 15, en nog eenige latere 
tot 1640 maart 26 (van Leende); 

9. 1648 augustus 11 — 1651 augustus 1 (idem) ; 

10. 1614 april 10—1622 october 27 (van Zes-Gehuchten). 

11—16. ProtokoUen van transporten, geloften, enz.: 

11. a. transporten, deelingen, enz. : 1610 januari 2- 1612 

november 18; 

b. geloften, enz.: 1610 januari 11 — 1611 december 30. 

12. a. transporten, deelingen, enz. : 1613 januari 17—1615 

december 23 ; 

b. geloften, enz. : 1613 januari 30 - 1615 december 24. 

13. a. transporten, deelingen, enz. : 1624 januari 3 — 1627 

januari 20; 
b. geloften, enz.: 1624 januari 13-1627 februari 25. 

14. a. transporten, deelingen, enz. : 1648 januari 2—1649 

december 31 ; 

b, geloften, enz.: 1648 februari 12 — 1649 december 24, 
gevolgd door een akte van eedsaflegging door bur- 
gemeesters dd. 15 november 1649. 

16. a. transporten, deelingen, enz. : 1650 januari 3 — 1651 
december 23; 

b. geloften, enz. : 1650 januari 12 — 1651 december 18. 

16. a. transporten, enz.: 1660 maart 18 — j 

1665 februari 11 ; Van Zes- 

b. geloften, enz. : 1665 januari 25—1666 1 Gehuchten, 

maart 19. 1 

17. Een pak diverse schepen-akten, waarbij een voogdij- 
rekening, een bundel adviezen in rechtszaken, eenige 
processtukken, enz. 



De heer Aug. Sassen, notaris en raadslid te Helmond, die mijn 
aandacht oorspronkelijk op de bovenvermelde protokoUen ge- 
vestigd had, en wiens handschrift ik in opschriften op de omsla- 
gen herkende, bleef niet achter met onze verzamelingen met een 



Digitized by 



Google 



124 

deel van een ander schepenbankBarcbief te hereenigen. Hij 
droeg ons nl. bet eerste gedeelte over van een protokol der 
schepenbank van Asten dat, volgens het opschrift van dit frag- 
ment, liep over het tijdvak van 3 juli 1573 tot 6 juli 1575. Het 
fragment loopt tot 21 juni 1574. Toen ik in 1888 de ten raad- 
huize van Asten bewaarde gedeelten van de schepenbanksar- 
chieven van Asten, van Someren, van Deurne & Liessel. van 
Lierop en van Vlierden overnam, heb ik dit fragment daar niet 
aangetroffen. Het moet dus reeds vroeger vandaar verwijderd 
(uitgeleend) zijn geweest. 



Door den eigenaar der halfheerlijkheid Oir schot en Best was 
vroeger in mijne handen gesteld een protokol van het binnen 
die heerlijkheid bestaan hebbende leenhof, met verzoek om 
onderzoek en inlichting of het voor de rechten van den halfheer 
eenig belang had. Ik antwoordde toenmaals ontkennend en wees 
er op dat het deel niet bij particuliere papieren en titels maar 
in een publiek archief op zijn plaats was, en feitelijk in dit 
Rijksarchiefdepót thuis behoorde. Verleden jaar is het nu hier- 
voor afgestaan. Het is getiteld: „Leenboek des leenhofs van 
Groot Bijsterveld binnen de vrij en heerlijckheyt van Oirschot," 
werd blijkens inschrift vernieuwd in 1759, en bevat: 

(FoL 1—3) „Instructie en specificatie van regten ende 
van d'ordinaris gebruyk onder de leenen gehoorende aanden 
Souverainen I^eenhoove van Braband"; 

(Fol 15) Akten van eedsaflegging als leenman, van 28 
october 1768 tor 17 juli 1797; 

(FoL 17 — 133) Akten van verhef der leenroerige landen, 
liggersgewijze geboekt, van 22 october 1761 tot 17 juli 1797. 

Aan de keerzijde : {foL 1) Afschrift van den titel, waarbij 
Lodewijck Jan Baptist baron Sweerts de Landas, heer van 
Oirschot en Best enz., het Leenhof van Bijsterveld, zijnde 
een leen van den hertog van Brabant, verkrijgt van de 
„huysarmen van de neegen blocken der stad 'sHertogen- 
bosch," dd. 24 october 1758; 

{Fol. 3) Verhefakte van dit Leenhof voor den Raad en 
Leenhof van Brabant door denzelfde, dd. 7 november 1758 ; 

(FoL 3 verso) Commissie voor Carel Hendrick Jacob baron 
Sweerts de Landas als stadhouder van het Leenhof, dd. 17 
augustus 1759 ; 



Digitized by 



Google 



125 

(Foi. 4) Idem voor AlbertUB van Nahuys als griffier, dd. 
17 augustus 1759; 

{FoL 4 verso) Idem van Jan Schouw als stadhouder, dd. 
8 december 1795; 

(FoZ. 5) Idem voor Pieter Elias van Nahuys als griffier, 
dd. 19 juni 1804. 

Lo8 inliggend: een exemplaar der publicatie van het 
Uitvoerend bewind der Bataafsche republiek, betrekkelijk 
het werk der leenroerige goederen binnen deze republiek, 
dd. 7 mei 1799, en eenige losse aanteekeningen betreffende 
verheffen. 



Van het gemeentebestuur van Oirschoi heb ik, — als oud- 
rechterlijk archiefstuk, nog bij het gemeentearchief aangetroffen — 
ontvangen een boekdeeltje in klein-octavo-formaat behelzende een : 

Protokol van testamenten, verleden voor den parochiaan 
der parochiekerk van Best, van 4 maart 1613 tot 27 februari 
1623; met achterin een akkoord van boedelverevening dd. 
10 december 1613, en eenige aanteekeningen over regelen bij 
erfopvolging, huwelijksvoorwaarden en njwierschap. 



Van het gemeentebestuur van Sarnfibeék heb ik het volgende 
overgenomen : 

1. Fragmenten van een schepenprötokol, bevattende: 

a. het slot eener akte van 25 october 1770, 

h. akten van ondertrouw en trouw van 13 juni 1795 tot 
12 februari 1797, 

c. idem van ...april 1798 tot 21 april 1798, 

d. idem van 28 april 1798 (alleen het slot) tot 14 april 1799, 

e. idem van 12 iuli 1800 (alleen het slot) tot 24 april 
1803 (gevolgd door het begin eener latere akte), 

f. idem van 13 mei tot 11 van wiedemaand (ymi) 1809. 

2. Stempel van de schepenbank. 



Digitized by 



Google 



126 

Van bet gemeentebestuur van Hüvarenbeek is nog overge- 
nomen : 

Een register van overledenen, gebonden door den gequa- 
lificeerde voor de successiebelasting ingevolge ordonnantie 
dd. 4 october 1805; 5 januari 1806-27 december 1810. 



II. NaOOQST voor DB OUDB ARCHIBVEN ÜIT DE 
GRIFFIE-ARCHIEVEN. 

Van de provinciale-griflSe, waar van het griffie-archief nog 
berusten: het archief der Provinciale Staten van 1814 tot heden; 
dat van Gedeputeerde Staten van 1870 tot heden, behoudens 
enkele onderdeelen slechts van 1880 en 1887 tot heden ; dat van 
den Commissaris der Koningin van 1880 tot heden) ; zijn ons 
bij verschillende gelegenheid de nader aangetroffen bescheiden 
bezorgd die bij de oudere deelen dier archieven behooren. Bij 
hunne sorteering en plaatsing heb ik de volgende bescheiden 
gevonden, die tot het eigenlijke „oud-archief in Noordbrabant'' 
behooren, dat mij volgens mijne instructie is toevertrouwd. 

1^. Vier stukken als bijlagen gelegd in een brief van 
18 juli 1877, n.1.: 

a. Een lijst van plaatsen in de kwartieren Peelant, Kern- 
pelandt en Maeslandt van de Meierij van den Bosch, 
met rugopschrift „19 februari 1650^^ en ,,dü raecht het 
ontfangen der chijnaen inde Meyerije'^ enz. 

6. Simpele kopie eener notarieele dito van een akte van 
4 juni 1328 (int jaer ons Heeren duysent drye hondert 
en de XXVIII des saterdaeghs nae des Heyliche Sacra- 
ments dach), waarbij de rentmeester van den hertog van 
Brabant in de Meierij verkoopt aan die van den Bosche 
en van Vucht „die gemente die geleghen is binnen 
Wolflfs camer, ende van daer geet totte palen der ge 
meynte van Esche ende voort tot Bortmanshove ende 
tot den wege die van Helvoort compt, ende van daer 
tot Loevoert ende tot der gemeynt van den Bosche ende 
weder tot Wolfifs camer voors," enz. ; met schutrecht 
enz. — (Gemerkt 44 en 6 3.) 

c. Expeditie den 1&^ juni 1698 beteekend aan den heer van 
Berlicom en Middelrode, Philip van Thienen, van een 
ipandement-poenaal door den Raad van Brabant den 



Digitized by 



Google 



127 

9«° juni 1698 ten voordeele van die van Berlicom ver- 
leena,. hen handhavende in het bezit der gemeynte ge- 
legen onder Middelrode en Berlicum door hanne voor- 
zaten in 1300 bij koop verkregen van hertog Jan ; 
gemerkt: 49, en waarbij gevoegd een evenzoo gemerkte : 

d. Simpele kopie van een conclusie van eisch door die van 
Berhcom tegen den heer tot handhaving van het mande- 
ment d.d. 9 juni 1698, en van hunne possessie vel quasi 
met recht van gebruik, beweiding en beschikking van de 
gemeente in dat mandement omschreven. 

üit den bovenbedoelden begeleidenden brief van 18 juli 1877 
door den Directeur der registratie en domeinen te Maastricht ge- 
richt aan de Gedeputeerde Staten van Noordbrabant (geagendeerd 
26 juli 1877 G n^. 13) blijkt, dat zij bij een inventarisatie waren 
terecht gekomen „van het oud domeinarchief van het kantoor 
's-Hertogenbosch" en werden opgezonden als behoorende „in het 
provinciaal archief". Een bijschrift van den griffier der staten 
brengt de bedoeling aan het licht om ze in handen te stellen 
van den archivaris der provincie. Thans zijn zij door ons her- 
eenigd met het archief van den Raad & tóentmeester-Generaal 
der domeinen in het kwartier (d. i. de meierij) van 's-Herto- 
genbosch. 

20. Plakaat behelzende het besluit van den Prefekt van 
het fransche departement „der Monden van den Rijn" dd. 
23 november 1811 betrekkelijk de liquidatie der gemeente- 
schulden (Fransche en Nederlandsche tekst). 

3^. Een der origineele expedities van het besluit van den 
Prefekt van het fransche departement „der Monden van den 
Rijn" dd. 18 december 1811 (indicateurnummer 7920), rege- 
lende voor het jaar 1812 „la composition, la division et la 
police des bureaux de la préfecture". 



Bij het gedeelte der griffie-archieven, dat onder onze bewaring 
berust, trof ik het volgende stuk aan : 

Door den gemeentesecretaris gewaarmerkte kopie van een 
rekening en verantwoording van J. Quist Czoon als thesau- 
rier van Nieuw-Vossemeer wegens de hoofdelijke belasting 
bij octrooi door het Departementaal bestuur van Zeeland 
verleend en over 1810 omgeslagen, en wegens klappergeld 



Digitized by 



Google 



128 

enz., den 30» december 1810 afgelegd aan de leden van den 
Magistraat of de regeering van Oud- en Nieuw- VoBsemeer, 
te Nieuw- V. woonachtig, en de gecommitteerden uit de 
burgerij aldaar, onder wier directie de administratie was 
geschied. 

Dit stuk, wellicht in den franschen tijd aan de prefektaur 
der Rijnmonden ingezonden toen die zich bezighield met de 
regeling der gemeente-comptabiliteit, heb ik voorloopig bij het 
archief dier prefektuur geplaatst. 



III. Naooqst voor de nieüwb archibvbn. 

Van de bovenbedoelde, ons nader bezorgde bescheiden be- 
hooren de volgende bij de onder ons berustende gedeelten der 
griffie-archieven : 

1. Klapper op de ingekomen stukken op het bureau 
voor het Kadaster, 1841; 

2. Idem idem, 1842/43 ; 

3. Idem op de aangiften tot vrijdom van lasten wegens 
landont^inning en -verbetering, 1844/45; 

5. Idem idem, 1846/51 ; 

6. Idem idem, 1850/56; 

7. Idem idem, 1856/63 ; 

8. Idem op de besluiten tot vrijdom, 1841/54 ; 

9. Idem idem, 1854/62. 

10. „Staat der tengevolge van Zijner Majesteits besluit 
van den 13«» augustus 1819 n^. 4, litt. c, tusschen de domein- 
administratie ter eene en de belanghebbende kerk- en 
gemeentebesturen ter andere zijde aangegane overeenkomst 
met betrekking tot den afkoop der verpligting van het 
domein, als geestelijken tiendhener, tot het opbouwen, ver- 
nieuwen, herstellen en onderhouden van kerken, torens en 
pastorijen in de provincie Noordbraband" ; (tot 29 april 1824). 

11. Register van boekingen van den stand der proviciale 
kas van 30 juni 1852 tot 27 mei 1886 (met bijlagen). 

12. Afdeelings-index van de provinciale griffie voor de 
stukken van den Commissaris des Konings, 1861 — 1869 
(negen deeltjes). 



Digitized by 



Google 



129 

13. Missive van den Minister van Binnenlandsche Zaken 
dd. 25 october 1856, litt. D, Ie afd. Algemeene Zaken & 
Comptabiliteit, aan den Commissaris des Konings in Noord- 
brabant, dezen om advies vragende voor een antwoord op 
het voorloopig verslsig van de Tweede Kamer der Staten- 
Generaal op. de ontwerp-begrooting van Binnenlandsche 
Zaken voor 1857 : „De aanzienlijke sommen jaar op jaar 
voor de herstelling van het gebouw aan het Provinciaal 
Gouvernement van Noordbrabant besteed, hebben de aandacht 
getrokken. Thans wordt voor dat gebouw weder f 5000 
aangevraagd. Binnen weinig jaren zal het omstreeks f20000 
gekost hebben. Men vraagt of het dan nu thans in behoor- 
lijke orde is, en of anders de stichting van een geheel nieuw 
gebouw niet voordeeliger uitkomsten zou hebben opgeleverd." 
(Het stuk is niet geagendeerd ; met potlood is er op geschreven 
„beantwoord bij brief van . . . nov. 1856 A no. . . /') 

14. Missive van de Kamer van Koophandel te Tilburg 
dd. 19 februari 1862, aan den Commissaris des Konings 
in Noordbrabant, ter begeleiding van een afschrift van een 
door haar aan den Koning ingediend adres betreffende de 
spoorwegverbinding tusschen de Belgische banen en de 
spoorwegen in Noordbrabant. (Ongeagendeerd, doch behoort 
vermoedelijk bij 14 februari 1862 A no. 2, of 31 maart 1862 
A no. 9). 

15. Rekwest dd. 2 juni 1868 van H. J. van de Goor- 
bergh te Breda aan den Commissaris des Konings in Noord- 
braoant, dezen verzoekende hem als oudsten apotheker in 
Nederland in aanmerking te doen komen voor eenige 
koninklijke onderscheiding; met een brief van denzelfde 
dd. 25 juni 1868 (met 2 bijlagen) dit verzoek toelichtende. 
(Ongeagendeerd, doch met marginale aanteekening „aan- 
houden" en „is overleden".) 

16. Een dossier bevattende stukken uit het geheim 
archief van den C3k)uverneur van Noordbrabant, behoorende 
tot diens correspondentie met den heer P. van den Bosch, 
ingenieur-verificateur van het kadaster, te Ooslerhout, over 
middelen „tot stuiting der toenemende armoede zonder be- 
zwaar van den staat noch van die der gegoede klasse"; 
geagendeerd AG 18 april 1848, no. 28; AG 24 april 1848, 
no. 33, en ongeagendeerd nog een missive van dien heer 
dd. 26 mei 1848. 

(1901) 9 



Digitized by 



Google 



130 

17. AfdeelingB-index van de provinciale griffie voor de 
stukken van Gedeputeerde Staten, 1861 — 1869 (9 deeltjeB). 

18. Een viertal stukken betreffende de provinciale comp- 
tabiliteit, geagendeerd 14 mei 1868 G no. 45; 24 juni 1859 
G n». 101; 9 januari 1868 G no. 11, en 2 maart 1870, 
G no. 58. 

19. Missive van den Minister van Financiën dd. 5 mei 
1858, afd. Generale Thesaurie, no. 87 (geagendeerd 11 mei 
1858 G no. 24), houdende aanwijzing van fouten in de 
boeking der sloten van provinciale rekeningen, beschikbaar- 
stelling van een door vergelijking thans vastgesteld saldo, 
en waarschuwing tegen afgifte van betalingsmandaten 
boven de tijdelijk aanwezige kassaldo's van de provincie 
bij den Rijksbetaalmeester. 

20. Een dossier van 39 stukken (genummerd van 1 tot 
41, doch waarvan die genummerd 2 en 40 ontbreken), 
betrekking hebbende op een proces, gevoerd in de jaren 
1860 — 1865 door Theodorus Veldekkers te Nuenen tegen 
de gemeente Nuenen, Gerwen & Nederwetten over den 
vollen eigendom van een stuk land in de Kerkakkers onder 
Nuenen (publieke weg), waarbij gevoegd is een afschrift 
van het vonnis van het Provinciaal Gerechtshof in Noord- 
brabant dd. 14 februari 1865 (met kopie-exploit van be- 
teekening), waarbij de eischer in den vollen eigendom is 
gesteld enz. 

(Kopieën van stukken uit ditzelfde proces waren reeds 
door ons aangetroffen bij de voor vernietiging voorgedragen 
griffiepapieren, die ons in 1897 ten onderzoek waren ge- 
zonden. Zie: Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven, 
1897, XX, blz. 85.) 

21. Rekeningen, afgelegd door den ontvanger der gemeente 
Eindhoven aan den Raad dier gemeente over het beheer 
der gelden van het kanaal Eindhoven — ^Helmond, over de 
jaren 1863—1865 (4 deeltjes). 

22. Een dossier bevattende stukken, betrekking hebbende 
op de concessie van den stoombootdienst tusschen Heusden 
en Rotterdam, nl. : 

a. Besluit van den Minister van Financiën dd. 27 maart 
1841, afd. Posterijen, n^. 78, verleenende die concessie 
(met reglement en tarieven); geagendeerd 2 april 1841 — U. 



Digitized by 



Google 



181 

h. Twee besluiten van den Minister van Binnenlandsche 
Zaken dd. 15 maart 1864, n^. 162, 6* afd., en 13 juli 
1864, n^. 184, 6* afd., houdende wijzigingen van art. 3 
der concessie; zie agenda 18 maart 186^ 6 n^. 45 en 
19 juli 1864 G no. 66. 

e. Ben besluit van den Minister van Binnenlandsche Zaken 
dd. 9 februari 1871, n». 170, 12« afd., houdende voor- 
waardelijke wijziging van art 8 der concessie, zooals dit 
het laatst is vastgesteld bij besluit van 18 juli 1864, 
no 184, 

d, £en besluit van den Minister van Waterstaat, Handel 
& Nijverheid dd. 8 maart 1878, n». 24, afd. Handel & 
Nijverheid, houdende inwilliging van het verzoek tot 
overschrijving der concessie, (met als bijlage afschrift 
van het besluit van den Minister van Binnenlandsche 
Zaken van 28 november 1849, n». 115, 1« afd., tot goed- 
keuring van de toenmalige overdracht der concessie), 
geagendeerd 14 maart 1878 Q n». 82. 

De stukken van no. 22 waren gelegd in het sub a. vermelde 
besluit. De laatstvermelde twee, die sub c, en d., zijn naar de 
provinciale griffie teruggebracht als behoorende tot het daar 
bewaarde deel der griffie-archieven. Dit laatste geschiedde om 
gelijke reden ook met het laatstvermelde stuk onder no. 18. 



Bij het onderzoek der ter opruiming bestemde panieren, die 
voorloopig bii ons werden overgebracht, zooals ik onaer hoofd- 
stuk Iv van het jaarverslag memoreer, kwamen eenige beschei- 
den voor den aag die, op een enkele rubriek (n^. 7) na, 
behooren tot do gedeelten der griffie -archieven bij mij bewaard. 
Het bleek dat zij niet of nog niet konden worden gemist. Ik 
hereenigde ze dus met de zich reeds onder mij bevindende van 
dezelfde soort, en vermeld ze daarom als aanwinst. De sub 7 
genoemde zijn bij het jongere gedeelte der provinciale griffie- 
archieven teruggebracht. 

1. Registers van lastbrieven tot betaling van bureau- en 
griffiebenoodigdheden; dienstjaren 1870, 1872—1874, 1877 
(5 deeltjes). 



Digitized by 



Google 



132 

2. Idem idem voor de provinciale huishoudelijke be- 
grooting; dienstjaren 1870, 1872-1888 (13 deeltjes). 

3. Registers bevattende aanwijzing der gelden ten behoeve 
der provincie te ontvangen, zoomede wat daarmede betaald 
en verantwoord is ; dienstjaren 1870, 1874—1876 (4 deeUjes). 

4. Register houdende aanteekening van de verleende 
vergunningen tot het schieten van schadelijk gedierte en 
het houden van klopjachten, over de jaren 1871/72— 1889/90. 

5. Alfabetische naamlijsten der Nationale Militie, lich- 
tingen 1888—1892. 

6. Diverse nummers behoorende tot het repertoire yan 
den griflSer, tusschen nos. 1671 èn 2396, en nog diverse 
van de bij de repertoirenummers behoorende stukken 
tusschen nos. 2072 en 2577. 

7. Onderhandsche overeenkomsten tot uitvoering van 
Rijkswerken in de provincie, staten van meer werk daarbij 
enz., over de dienstjaren 1892 en 1893. 



Bij het eindonderzoek en de voorbereiding ter opruiming van 
de onder de Lijst van 31 december 1896 n». 2960 KW. val- 
lende onderdeden der griffie-archieven onder onze eigen bewa- 
ring — waarvan ik mede in het jaarverslag onder hoofdstuk 
IV melding maak — bleken eveneens nog bescheiden verscholen 
te zijn, die niet onder dezelfde rubrieken vallen. Zij zijn zorg- 
vuldig uitgehouden en op hunne plaatsen gebracht. Het zijn : 

1. Een antwoord dd. 19 maart 1815 van den burgemeester 
van Herpt en Bern aan den Gouverneur van (Noord)-Bra- 
band op diens circulaire van 6 maart 1815 n^. ], betrek- 
kelijk de door de omwenteling van 1795 geremoveerde 
ambtenaren. 

2. Het appostillair besluit van den Gouverneur van 
Noordbraband dd. 30 december 1831 A. n«. 22, waarbij in 
handen wordt gesteld van den (fung.) commissaris van het 
distrikt Princenhage van onderzoek en rapport een rekwest 
van A. Gielen te Chaam over inkwartieringszaken. (Ontv.3 
januarij 1832, n». 3.) 



Digitized by 



Google 



J 



133 

3. Een missive van denzelfde gedateerd 20 januarij 1834 
A n». 11 aan den distriktscommissaris van Roosendasi over 
inkwartieringszaken aldaar. (Ontv. 24 januarij 1834, repertoire 
vl\ 10.) 

4. Idem van den burgemeester van Princenhage dd. 4 
maart 1844 aan den commissaris van het 4e distrikt te Breda 
over veeziekte, (Gtemerkt ^/a 277.) 

5. Een tweetal begrootingen voor kazerneeringskosten der 
brigade Marechaussee te Oss, over 1859 en 1867. 

6. Eenige antwoorden van gemeentebesturen op de circu- 
laire van den Commissaris des Konings van 6 januari 1873 
A n^- 14, betrekkelijk Latijnsche scholen. 

7. Antwoord dd. 3 februari 1873 van den heer R. J. A. 
Kallenberg van den Bosch te Teteringen (ondervoorzitter 
der maatschappij van landbouw, tuinbouw en veeteelt in 
het arrondissement Breda), op een missive van den Commis- 
saris des Konings gedateerd 29 januari 1873 A n». 3, mede- 
deeling verzoekende van de met Deenschen haver verkregen 
uitkomsten (ten behoeve van het provinciaal verslag). 

Van deze stukken zijn die genoemd sub 1, 6 en 7 gebracht bij 
de chronologische collecte van het archief van den Commissaris 
des Konings, die sub 2, 3 en 4 bij de betrokken distrikts- 
commissariaats-archieven, en die sub 5 bij de gemeentebegroo- 
tingen yan Oss. 



Ten slotte kan ik hier nog melding maken van eenige be- 
scheiden, die hetzij bij ordening van sommige deelen der hier 
berustende griffie-archieven, hetzij bij daarin plaats gehad 
hebbende onderzoekingen zijn gevonden, en thans op hunne 
plaateen zijn gebracht: 

1. Een extract uit de provinciale kaart van Noord- 
brabant ter aanduiding van een daar te stellen verbe- 
terde communicatie tusschen den Maasdijk even boven 
Megen en den grooten weg der 1® klasse n^ 8. 

2. Geauthentiseerd extract uit de kaart van den overlaat, 
de Beersche Maas, onder de gemeente van Herpen ; behoo- 
rende bij de missive van den hoofdingenieur van den 
Waterstaat in de provincie Noordbrabant d.d. 30 september 
1831, no. 1231. 



Digitized by 



Google 



^ 



184 

Het laatste werd teruggevonden bij een miseive d.d. 18 juni 
1861 van het gemeenteb^tuur van HuiBseling aan Gedeputeerde 
Staten ter beantwoordinj^ van hunne circulaire van 7 mei 1861. 
De beide kaarten zijn bij onze kaarten-coUectie gebracht. 

3. LotingBregisters van de Nationale Militie, diBtrictDin- 
teloord lichting 1863. 

4. Een pak naamlijsten van de lotelingen der Nationale 
Militie van de klassen van 1858, 1859, 1860 en 1861, om- 
trent welke op grond van art. 190 der wet van den 
19" augustus 1861, Stbl n». 72, in het jaar 1862 een uit- 
spraak moet worden gedaan. (Van alle gemeenten behalve: 
Dieden, Dommelen, Duisel ca., Empel, Esch, Giessen, 
Herpt & Bern, Oudheusden, Oyen, Rijswijk, Vrijhoeven- 
Cappel, Westerhoven ; alfabetisch geordend.) 

5. Register der ingekomen reclames tegen de uitspraken 
der militieraden, lichting 1864. 

Deze stukken zijn gebracht bij de overige militiebescheiden. 

6. Gemeenteverslag van Besoijen over 1852 (dat zgn 
plaats vond bij de andere verslagen dier gemeente). 



Digitized by 



Google 



135 



B. Geschenken. 

Drukwerken. 

Van een aantal verslagen en inventarissen in 1901 verschenen, 
ontvingen wij weder een exemplaar. Het waren : 

Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven over 1899 en 1900, 
deel XXII en XXIII (Ontvangen van Uwe Excellentie). 

Notulen van de elfde bijeenkomst der Rijksarchivarissen op 
16 october 1900 (Idem). 

„De Rijks-archieven in Roermond in 1899 en in 1900 & 1901" 
(idem). 

Verslag omtrent de oude archieven van Suriname en Cura§ao, 
door mr. A. Telting (Van den verslaggever). 

Derde verslag van onderzoekingen naar archivalia te Parijs, 
belangrijk voor de geschiedenis van Nederland, door G. Busken 
Huët (Van Uwe Excellentie). 

Verslag van onderzoekingen naar archivalia in Italië, belang- 
rijk voor de geschiedenis van Nederland, op last der regeering 
ingesteld door prof. P. J. Blok (Idem). 

Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van Geschiedenis en 
Kunst, deel XXII over 1899 (Idem). 

Verslag der commissie ter verzekering eener goede bewaring 
van gedenkstukken van geschiedenis en kunst te Nijmegen over 
1900 (Ontvangen van de Commissie). 

Verslag over den toestand van het West-Friesche Museum te 
Hoorn gedurende het jaar 1900, uitgebracht door de commissie 
van toezicht (Idem). 

Verslag van de commissie van bestuur van het Provinciaal 
museum van oudheden en geschiedkundige voorwerpen in Drenthe, 
aan de Gedeputeerde Staten, over 1900 (Idem). 



Digitized by 



Google 



136 

Verslag over den toestand der Koninklijke Bibliotheek in het 
jaar 1900 door den bibliothekaris (Ontvangen van dezen). 

„Nasporingen en studiën op het gebied der Nederlandache 
krijgsgeschiedenis ; zesde jswirverslag 1 october 1900" (Ontvangen 
van den direkteur van het krijgshistorisch bureau van den 
Generalen Staf). 

Verslag van den toestand der provincie Noordbrabant over 
het jaar 1900, uitgebracht door Gedeputeerde Staten (Ontvangen 
van dit college). 

Verslag van den toestand der gemeente 's-Hertogenbosch over 
het jaar 1900, uitgebracht door B. & W. (Ontvangen van het 
gemeentebestuur). 

Tweede wetenschappelijke balans van het pensioenfonds voor 
weduwen en weezen van burgerlijke ambtenaren (Ontvangen 
van den direkteur). 

Verslag betrekkelijk den dienst der Rijkspostspaarbank in 
Nederland, over 1900, aan de Koningin uitgebracht door den 
Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid (Idem). 

Verslag van den toestand van het gemeentearchief te Dordrecht 
over het jaar 1900 (Ontvangen van den archivaris). 

Verslag der commissie van toezicht over den toestand van 
het gemeente-archief te Rotterdam over het jaar 1900 (Ontvangen 
van de commissie.) 

„Bronnen voor de geschiedenis van de Nederlandsche Antillen, 
in het Rijksarchief te 's-Gravenhage" ; overzicht door mr. A, 
Telting (Ontvangen van den schrijver.) 

Inventaris van het archief van het Gast- en Heiligegeesthuis 
en van het Oude-mannenhuis te Sinte-Geertruidenberg, door A. 
J. Flament, Rijksarchivaris in Limburg (Ontvangen van mr. M. 
van Dam, advokaat en procureur te Breda.) 

„De stedelijke bibliotheek van Leeuwarden bevattende vnl. 
de werken uit en over deze hoofdstad van Friesland en hare 
geschiedenis, beschreven en toegelicht door W. Eekhoflf, stedelijk 
archivaris; gevolgd door eene geschiedkundige bibliographie 
van Leeuwarden" (Ontvangen van het gemeentebestuur van 
Leeuwarden.) 



Digitized by 



Google 



137 

„De stedelijke kunstverzameling van Leeuwarden beschreven 
en toegelicht, met een vervolg op den catalogus van de stedelijke 
bibliotheek alsmede een overzicht van de geschiedenis der kunst 
in Friesland", door W. Eekhoflf. (Idem.) 

Tweede supplement op den catalogus der stedelijke bibliotheek 
van Leeuwarden, door de gemeente-archivaris, mej. R. Visscher. 
(Idem.) 

„Doop-, trouw- en doodboeken in de Burgerlijke en Kerkelijke 
gemeenten in de provincie Overijsel, benevens overzicht van 
de kerkelijke archieven in die provincie". (Ontvangen van den 
Rijksarchivaris in Overijsel.) 

Overzicht der doop-, trouw- en doodboeken berustende in het 
oud-archief der gemeente Zwolle. (Idem.) 

„Catalogus der inventarissen van de archieven der voormalige 
zijlvestenijen en dijkrechten in de provincie Groningen, meeren- 
deels gedeponeerd in het Rijks-archiefdepót te Groningen"; saam- 
gesteld door den Rijksarchivaris aldaar. (Ontvangen van dezen.) 

Inventaris van het huisarchief Farmsum, bewerkt door mr. 
C. P. L. Rutgers. (Ontvangen van den Rijksarchivaris in Gro- 
ningen.) 

Inventaris van het familie-archief van het geslacht van Bolhuis 
te WarfPum. (Idem.) 

Inventaris van het huisarchief AUersma. (Idem.) 



Van de volgende bronnen-uitgaven en vervolgwerken ont- 
vingen wij een exemplaar: 

Supplement op het Oorkondenboek van Holland en Zeeland 
tot het einde van het Hollandsche huis, bewerkt door James de 
Fremery. (Ontvangen van diens erfgenamen, door tusschenkomst 
van den heer Th. Morren.) 

De Cameraars-rekeningen van Deventer, uitgegeven door dr. 
J. de HuUu en mr. J. Acquoy, successivelijk archivaris dier 
gemeente ; vijfde deel, bladwijzer. (Ontvangen van het gemeente- 
bestuur van Deventer.) 



Digitized by 



Google 



138 

Limbure's jaarboek; Il ati. 2, VI, VII afl. 1, 2 en 3. (Ont- 
vangen door tuBSchenkomst van den beer A. F. van Beurden.) 



Van den schrijver ontvingen wij een exemplaar van : 

„Jezuïeten-rechtvaardiging.", de „Jezuïeten-gruwelen" van A. 
B. de B. getoetst aan de geschiedenis, door dr. W. Zuidema; 
afl. 4 en 5. 

Van den heer Algemeen Rijksarchivaris ontvingen wij nc^ 
enkele dubbelen van gedrukte stukken. 



Digitized by 



Google 



189 



C. Aankoopen. 

Door tusBchenkomst van den heer jhr. mr. Victor de Stuers 
is voor mijne verzamelingen aangekocht: 

„Niu rentbouck van Onse Lieve Vrouwe Broederschap 
voor den armen"; ligger van geld- en rogrenten, jaarlgks 
uit huizen en erven te Orave en in verschillende plaatsen 
van de baronie van Kuik en het land van Bavestein enz. 
verschuldigd aan die Broederschap te Orave; opgemaakt 
omstreeks 1640 en bijgehouden tot omstreeks 1760. 

Een deel in folio met vele los-b\jliggende memories, missives, 
akten enz. betrekkelyk de inning der renten enz. 

Het vindt zijn plaats bij een tweetal dergelijke registers van 
Grave in den Staat van Aanwinsten over 1899 op blz. 336 en 
339 vermeld. 



Digitized by 



Google 



140 



INHOUDSOPGAAF 

van den Staat van Aanwinsten van het Rljks-arohiefdepót te 
'8-Hertogenbo$oh in 1901. 



A. Gedeelten van in het depot aanwezige archieven. 

Blad£. 

I. Oude rechterlijke archiefbescheiden (Heeze, Leende 
& Zesgehuchten, Asten, Oirschot & Best, Sambeek, 
Hil varenbeek) 120 

II. Naoogst voor de oude archieven uit de griffie-archieven 
(archief van den Raad en Rentmeester-Generaal der 
domeinen in de Meierij ; dat van den Prefekt van 
het Departement der Rijnmonden) 126 

III. Naoogst voor de nieuwe griffie-archieven .... 128 

B. Geschenken. 

Drukwerken 185 

C. Aankoopen. 

Rentboek van „Onze Lieve Vrouwe Broederschap" teGrave 139 



Digitized by 



Google 



141 



MEMORIE 



HOUDENDE 



Gesehiedenis van de opneming in het Ryksarchief-depöt te 

's-Uertogenboseh van gedeelten der provinciale griffte- 

arehieven in Noordbrabant. 



Toen in 1888 het gebonw voor 's Rijke oude archieven in 
Noordbrabant op ruimen voet werd uitgebreid, vroegen de 
Gedeputeerde Staten van Noordbrabant bij brief van 26 juli 
1888 G n<>. 107/69 1« afdeeling 1« bureau aan den Minister van 
Binnenlandsche Zaken een ruim gedeelte der depotruimte be- 
schikbaar te willen stellen voor berging van het griffie-archief. 
De Minister vroeg hierover het bericht van den Archivaris in 
Noordbrabant. Deze deelde mede dat, als de archieven van de 
latere jaren werden uitgezonderd en b.v. de invoering van de 
provinciale wet van 1850 als grens gesteld, voor de opneming 
stellig voldoende plaats beschikbaar zou zijn. Daarop werd den 
Rijksbouwkundige voor de gebouwen van onderwijs enz. te 
's^ravenhage opgedragen over een technische regeling van de 
zaak in overleg te treden met den Archivaris. 

Deze bad inmiddels een onderzoek ingesteld naar de werking 
van den toestand te Groningen, waar de onderste twee galerijen 
van het depot voor de berging van griffie-archief aan de gnme 
in gebruik waren gegeven, en stelde nu naar aanleiding ook 
daarvan een memorie op, die bij het overleg tot leidraad strekte. 
Daarbij werd het denkbeeld van een tweeheerige administratie 
in het archiefgebouw met afzonderlijke toegangen verworpen. 
De directie van al wat het gebouw en zijn onderhoud raakte 
niet alleen, doch ook de zorg voor de brandblusohmiddelen, 



Digitized by 



Google 



142 

voor verwarming, luchten, schoonmaken, de voorzorgen tegen 
brandgevaar enz. enz. zouden in eene hand blijven. 

Op deze beginselen werd bij het overleg in februari 1889 over- 
eenstemming verkregen. Den lö®'^ mei d. a. v. besliste ook de 
Minister in beginsel, dat bij eventueele inwilliging van het 
verzoek van Gedeputeerde Staten geen eigen toegang zoa ge- 
geven worden, terwijl de opneming van de griffie-bescheiden 
beperkt zou worden tot de oudste dossiers. 

De ingebruikneming van de nieuwe depotruimte kon eerst 
in 1891 volledig haar beslag krijgen. Inmiddels was door den 
Minister aan den Archivaris een onderzoek opgedragen naar 
zeker onderdeel der oud-provinciale archieven, en hem op Zijn 
Excellentie's verzoek dd. 13 mei 1890 no. 298 K. W., aan den 
Commissaris des Konings gericht, machtiging tot een persoonlijk 
onderzoek in de griffie-archieven verstrekt bij schrijven vanden 
C. d. K. dd. 15 mei 1890 A no. 1, eerste afdeeling eerste bureau. 
Uit dat onderzoek vloeide o. a. de nota voort, aan den C. d. K. 
sub dato 25 juni 1890 op diens verzoek overgegeven en afge- 
drukt achter het jaarverslag omtrent het Rijksarchief in Noond- 
brabant over 1890. (1) Reeds vroeger was, in antwoord op een 
herinnering aan het verzoek van 26 juli 1888, aangedrongen op 
de aanwijzing vanwege de provincie van een eenigszins ontwik- 
kelden en ffeschikten persoon, die voor de verzorging en bewer- 
king van het geheele griffie-archief blijvend beschikbaar zou 
zijn. Uitzicht dat aan dezen wensch zou worden voldaan, ont- 
stond door de voteering van gelden voor een bij zonderen ambtenaar 
door de Staten. 

Tegelijkertyd hiermede was de volledige aanvaarding der 
nieuwe depotruimte geschied. Overleg door den Archivaris met 
den Commissaris der Koningin en de G^eputeerde Staten over 
de voorwaarden der opneming van een deel hunner archieven 
vond nu plaats. Bij dat overleg werden de volgende punten, in 
september 1891, vastgesteld: 

1. Het over te brengen gedeelte der griffiearchieven werd 
beperkt tot dat van de voormalige Gouverneurs en dat van het 
Gedeputeerd bestuur van januari 1814 tot in juli 1850, beide 
met de daartoe behoorende en daarbij gevoegde of gedeponeerde 
bescheiden en archieven van opgeheven ambtenaren en admi- 
nistraties. 

2. Deze archieven zouden worden overgedragen aan den 
Archivaris, die voor de goede bewaring en verzor^ng verant- 



{{) Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XUi blz. 114. 



Digitized by 



Google 



143 

woordelijk zou zijn aan den Minister van Binnenlandsche Zaken, 
de door of namens den C. d. K. of de Gedeputeerde Staten 
gewenschte nasporingen er in zou verrichten, de ter inzage 
begeerde stukken opzoeken en tegen recu tijdelijk hun ver- 
strekken en in het algemeen hun de inlichtingen er omtrent 
verschaflFen die zü noodig zouden oordeelen. 

3. De overgedragen archieven zouden voor onderzoekingen 
ook van anderen openstaan, op de wijze en onder de voorwaarden 
der openstelling van de archieven van vóór het jaar 1814. 

4. De Archivaris zou de bescheiden zoo ver noodig ordenen 
en er inventarissen van aanleggen, en zou voor de uit een en 
ander voortvloeiende werkzaamheden den bijstand kunnen 
vergen van een daartoe door Gedeputeerde Staten in overleg 
met hem aan te wijzen persoon (griffie-ambtenaar) gedurende 
twee werkdagen 's weeks oi langer. 

Op dezen voet werd tot de overneming overgegaan, nadat op 
's Ministers wensch dd. 18 november 1891 nog deze wijzigingen 
waren aangebracht: 1® voor de toelating van anderen tot onder- 
zoekingen zou de Archivaris vooraf schriftelijke machtiging door 
Gedeputeerde Staten moeten bekomen; 2» de iJeschikking over den 
in overleg met hem aan te wijzen bijstand zou hij krijgen „op 
de in overleg met Gedeputeerde Staten te bepalen dagen en 
uren"; 3^ aan de bepalingen werd nog toegevoegd dat de in 
bewaargeving en -neming ten allen tijde van weerszijden opzeg- 
baar zou zijn. 

Een eenigszins gedetailleerde beschrijving der overneming 
schijnt hier gepast. 

Allereerst werden overgebracht de registers en een groote chro- 
nologische collectie dossiers van correspondentie en besluiten 
van de Gouverneurs en de hun in 1814 voorafgegane Commis- 
sarissen in het (door de Franschen verlaten) Departement der 
Rijnmonden. Dadelijk daarop volgden, voor zoover zij toen 
ontdekt werden (een belangrijk deel der kadasterarchieven kwam 
eerst een paar jaren later van den zolder boven de bureau's 
van den Provincialen Waterstaat voor den dag), de archieven 
der arrondissements- en provinciale Directiën van alle Rijks- 
belastingen. Nog werden, toen zij door de ontruiming van de 
voorste rekken hier en daar verspreid aan het licht kwamen, 
een aantal duidelijk genummerde bundels medegevoerd die 
blijkbaar bijeen, en gezamenlijk geïnventariseerd, waren geweest 
en zoowel tot het archief der Gouverneurs als dat der Gedepu- 
teerde Staten bleken te behooren. De registers en de chronologische 
serie der dossiers van besluiten en correspondentie van Gedepu- 
teerde Staten volgden weldra. 



Digitized by 



Google 



144 

Nadat daanuede ongeveer 4600 registers en bundels waren 
overgenomen, moest eerst op de gouvemementszolders en archief- 
kamers een onderzoek en schifting plaats hebben yan de groote 
verwarde hoopen archief, daar op de vloeren gestapeld en ver- 
spreid. Om een denkbeeld te geven van de hoeveelheid dezer 
reeds geruimen tijd op de vloeren opgetast bewaarde bescheiden, 
strekke, dat daaruit nog ruim 1500 zware bundels voor over- 
neming werden aangewezen, en het overige bijna al de pas 
ontruimde kasten en rekken weder geheel vulde. 

Hierna moest nog een splitsing plaats vinden van een zeer 
groote verzameling tichelden van allerlei aard, die v66r eenigen 
tijd waren bijeengebracht, en neergelegd op den breeden gang 
langs de uitgestrekte bergzolders boven de bureau's der griffie. 
De Gedeputeerde Staten hadden bij brief van 14 mei 1891 G 
n^. 192/22, eerste afdeeling eerste bureau machtiging gevraagd 
tot de opruiming door verkoop van deze registers, gedrukten 
en schriituren, die „voor de administratie verder zonder 
waarde zouden zijn". Op dat verzoek had de Minister in 
november, tegelijk met znn goedkeuring van de overbrenging 
van de archieven van 1814—1850, de beslissing verschoven. 
De bescheiden ouder dan 15 juli 1850 van deze collectie 
werden nu mede overgenomen. Er bleken, gevolg van het vroe- 
gere ruimtegebrek en de daardoor ontstane verwarringen, allerlei 
niet-onbelangrijke stukken bij te berusten. Zoo o. a. regisiers 
van ontvangst en expeditie van stukken, verschillende stedelijke 
en dorpsbegrootingen ; rekeningen wegens de schutterijen in 
1837—1839; ook een aantal der boven besproken genummerde 
volumes, die in de serie dier collectie ontbraken. Verder een 
massa kleinere bundels met stukken van bijzonderen aard, als: 
over de ontbinding der mobiele schutterijen in 1839; over het 
opgeheven loterijfonds ten behoeve der Latijnsche school te 
Ravestein, over wegen, vaarten, kanalen, polders, ontginningen, 
enz. enz. ; over rechten van gemeenten, zelfs een bundel inge- 
komen stukken bij den Prefekt van het fransche Departement 
der Monden van den Rijn uit 1811. 

Splitsing in die van vóór en na 15 juli 1850 vond hierna 
veraer plaats met de boekwerken, die, tot nog toe vóór elkaar 
geplaatst, thans konden worden nagezien. Over de vraag of alle 
toegezonden (officieele of niet ofBcieele) gedrukte verslagen of 
bolwerken, ook het Provinciaal blad, de Staatscourant, het 
Staatsblad en Bijvoegsel van idem, de verzamelingen van belas- 
ting-voorschriften, en dergelijke gedrukte bescheiden, al of niet 
tot het archief behoorden, was eenig verschil van opvatting 
gebleken. Hierom was door den Archivaris reeds spoedig een 
memorie opgesteld en overgelegd over de uitvoering van Zijner 



Digitized by 



Google 



145 

Excellentie's besluit tot de overbrenging van het nieuw archief 
in zijn beheer. Daarop was toen geheele overeenstemming ver- 
kregen, zoodat zij geheel werd gevolgd. (1) 

In juni 1892 was de overbrenging geheel afgeloopen. Den 2° 
jnli werd het concept procesverbaal van de overdracht aan de' 
Gredeputeerde Staten ter teekening toegezonden. 

De verschuiving in november 1891 van de beslissing op het 
verzoek tot opruiming van bescheiden, hierboven gememoreerd, 
was geraden geoordeeld, opdat na het verkrijgen van ruimte tot 
sorteering en van gelegenheid tot vergelijken, een nader onder- 
zoek van het vroeger voor-den-greep-weg ter opruiming bijeen- 
gebrachte zou kunnen plaats hebben. Het onderzoek van het 
overgebrachte gedeelte van v66r 15 juli 1850 deed de nood- 
zakelijkheid hiervan bUjken. Voor de rest werd het verzoek om 
machtiging tot de opruiming den 21»» juli 1892, sub G n®. 14, 1» 
afd. 1« bureau, echter herhaald zonder dat eenige sorteering of 
een nader onderzoek had plaats gehad. Tegen de inwilliging 
waren dan ook overwegende bezwaren, die, na eenige correspon- 
dentie, aanleiding gaven tot de afwijzende beschikking van den 
Minister dd. 22 februari 1893 n^ 270 K.W. Daarbij werd even- 
wel te kennen gegeven dat de ter opruiming bestemde stukken 
voorloopig in het archiefgebouw konden worden opgenomen. Dit 
geschiedde dan ook spoedig daarna (2). Maar bij deze gelegen- 
heid deelde de Minister tevens mede dat het in de bedoeling 
lag te zijner tijd nog een groot gedeelte van het provinciaal 
archief in 's Rijks archiefdepöt op te nemen. 

Beeds vroeger had de Minister deze bedoeling kenbaar 
gemaakt, en den 24" januari 1893 had de Archivaris, onder 
verzoek om over te gaan tot de teekening van het bovenbe- 
doelde den 2" juli ingezonden proces- verbaal der overdracht van 
de archieven van 1814 — 15 juli 1850, aan Gedeputeerde Staten 
overleg aangeboden over de opneming van een verder gedeelte. 
De zaak bleef evenwel, ook na den brief van den 22n februari, 
geheel rusten, tot in januari 1894 de Archivaris voorstellen deed 
aan den Minister tot bijbouwing van kasten in het archiefgebouw 
met het oog op zoo ruim mogelijke opneming. Nadat aan die 
voorstellen volledig gevolg was gegeven, en eindelijk ook het 
proces- verbaal (3) bovenbedoeld was geteekend, werd den 10» 

(1) Zie Archiefverslagen XIV, blz. 120 vig. 

(2) Bij de overneming bleken er o. a. een aantal meest gedrukte stukken 
bi) te . berusten die behoord hadden tot de volgens het Koninklijk Besluit 
van 5 november 1858 bij de provinciale grifTiên gevormde bibliotheek der 
afdeeling Statistiek. 

(3) Bijlage I dezes. 

(1901) 10 



Digitized by 



Google 



146 

juli 1894 het voorstel gedaan om de archieven van de Commia- 
sariseen des Konings en de Gedeputeerde Staten van 16 joli 
1850 tot 1880 over te nemen op dezelfde voorwaarden en voet 
als het oudere gedeelte der griffie-archieven. Met dit voorstel 
stemde de Minister den 18° juli 1894, sub n^. 1545 K.W., in. 

Met de uitvoering werd onmiddellijk aangevangen en al 
spoedig het archief der Commissarissen des Konings overgebracht. 
Thans echter bleken de Gedeputeerde Staten ten aanzien hunner 
archieven meer behoudend dan vroeger te zijn gestemd toen zg 
de opneming juist van hun archief van 1814 tot 1880 hadden 
verzocht. Den 7° augustus toch schreven zij aan den Minister, 
sub G no. 114, dat zij hun archief slechts tot 1870 wenschten 
over te dragen. Den 25" januari 1895, sub G n». 117 „Archief', 
voegden zij daarbij dat zij, op eventueele latere voorstellen, deze 
decisie wel nader zouden overwegen doch de archieven van het 
eindjaar der serieën, dus die van de jaren 1870 en 1880, in elk 
geval wenschten te behouden. 

In overeenstemming met deze wenschen werd de overbrenging 
spoedig daarna voltooid, — voorzoover de dubbelen der 
gemeenterekeningen betreft echter tot 1879, terwijl ook een groote 
collectie bescheiden werd medegevoerd, waarvan weder de op- 
ruiming was voorgesteld maar die door den Minister mede tot 
overbrenging in het archiefgebouw werden bestemd (o. a. de 
gemeen tebegrootingen met bijbehoorende stukken van 1854— 
1886). En toen later bleek dat de ruimte, die daarna nog was 
vrijgebleven in het archiefgebouw, voor nieuwe aanwinsten van 
elders benoodigd was, werd in 1899 overgegaan tot de opmaking 
van het proces-verbaal (1) der overneming van de griffie- 
archieven van 16 juli 1850--1869, resp. — 1879, op de vroeger 
overeengekomen en vastgestelde voorwaarden. Een poging om 
deze voor eenigszins andere ter zijde te stellen, den 12>^ decem- 
ber 1895 sub G. no. 119 gedaan en den 19° dier maand door 
den Archivaris beantwoord, was niet verder voortgezet. 

Na de overneming in 1894 is gebleken dat een afdeeling van 
de griffie-archieven, waarvan in 1891/93 bij de verwarde be- 
scheiden slechts enkele dossiers waren gevonden, nog zoo goed 
als volledig bewaard was gebleven, nl. een archief van de 
Provinciale Staten. De bijlagen hunner notulen, de voorstellen 
en rapporten enz., waren volgens de orde der vergaderingen van 
1814 ai in bundels bijeengehouden. Deze serie was echter in de 
ruime kasten der vertrekken van den Griffier verborgen gebleven, 
en werd eerst na de ontruiming van de rekken, waarin het 



(1) Bijlage II dezes. 



Digitized by 



Google 



147 

archief der Commissarissen des Konings tot 1879 geborgen was 
geweest, naar de arcMefzolders overgebracht. Feitelijk hadden 
die dossiers, voorzoover ouder dan 1850, reeds in 1891/92 in het 
archief gpbonw opgenomen moeten zijn, en dit zou, waren zij 
toen ontdekt, ook stellig zijn geschied. Thans echter was het te 
laat, was er geen plaats voor vrijgehouden, zoodat hunne over- 
neming moest worden uitgesteld tot, door aanbouw van nieuwe 
depotruimte, voor de archieven van vóór 1850 weder meer 
ruimte gewonnen zou worden. 

A. C. Bondam. 
*8-Herioffenbo9ch, februari 1902. 



Digitized by 



Google 



148 



PROCES- VERBAAL. 



KrachtenB beschikking van den Minister van Binnenlandsche 
Zaken dd. 18 november 1891 n^. 2099 afd. KW. is in de jaren 
1892 en 1893 door ons, Gedeputeerde Staten der provincie 
Noordbrabant, overgegeven aan meester A. C. Bondam, rijks- 
archivaris in Noordbrabant, die door medeonderteekening dezes 
verklaart te hebben overgenomen: 

het archief van de voormalige Gouverneurs en dat van het 
Gedeputeerd bestuur dezer provincie van januari 1814 tot in 
juli 1850, beide met de daartoe behoorende en daarbij gevoede 
of gedeponeerde besqheiden en archieven van opgeheven ambte- 
naren en administraties; - en zulks onder de volgende voor- 
waarden of bepalingen: 

Deze archieven zullen geplaatst worden in het depot der oude 
rijksarchieven te 's-Hertogenbosch en daar berusten onder den 
Rijksarchivaris in Noordbrabant. Deze zal voor de goede be- 
waring en verzorging verantwoordelijk zijn aan den Minister 
van Binnenlandsche Zaken. Hij zal de door of namens den 
(Commissaris der Koningin of de Gedeputeerde Staten gewenschte 
uasporingen er in verrichten, de ter inzage begeerde stukken 
opzoeken en tegen re^u tijdelijk hun verstrekken en in het 
algemeen hun de inlichtingen er omtrent verschaffen, die zij, 
noodig zullen oordeelen. Aan anderen zal hij, na bekomen 
schriftelijke machtiging van Gedeputeerde Staten, onderzoe- 
kingen er in vergunnen op de wijze en onder de voorwaarden 
als voor het oude archief tot december 1813 gelden. Hij zal, 
zoover noodig, de bescheiden ordenen en er inventarissen van 
aanleggen. Voor de uit een en ander voortvloeiende werkzaam- 
heden zal hij den bijstand kunnen vergen van een daartoe 
door het College van Gedeputeerde Staten in overleg met hem 
aan te wijzen persoon (griffie-ambtenaar) en wel op de in 
overleg met Gedeputeerde Staten te bepalen dagen en uren. 



Digitized by 



Google 



149 

Deze inbewaargeving kan ten allen tijde zoowel door den 
Minister van Binnenlandscbe Zaken als door Gedeputeerde 
Staten worden opgezegd. 

Aldus opgemaakt te 's-Hertogenbosch op heden den SO»» 
juni 1894. 

De Bijksarchivaris in Noord- De Gedeputeerde Staien van 

brabant, Noordbrabanty 

{gei.) A. C. Bondam, {gei.) L. A. N. Gbrrits. 

De Oriffier, 
(get.) Sprbnqbrs. 



Digitized by 



Google 



150 

Bijlagen. 



PROCES-VEBBAAL. 

Krachtens beschikking van den Minster van Binnenlandsche 
Zaken dd. 18 juli 1894 n». 1545 afd. K.W. is in de jaren 
1894 en 1895 door ons, Gedeputeerde Staten der provincie 
Noordbrabant, overgegeven aan mr. A. C. Bondam, Archivaris 
in Noordbrabant, die door mede-onderteekening dezes ver- 
klaart te hebben overgenomen de registers en dossiers vormende 
het archief van de Commissarissen des Konings in deze provincie 
van 15 juli 1850 tot 1879 incluis en dat van ons CJollege van 
1 juli 1850 tot 1869 (de gemeenterekeningen tot 1879, de ge- 
meentebegrootingen tot 1886) incluis ; — en zulks onder de 
volgende voorwaarden of bepalingen : 

Deze archieven zullen geplaatst worden in het depot der oude 
rijksarchieven te 's-Hertogenbosch en daar berusten onder den 
Rijksarchivaris in Noordbrabant. Deze zal voor de goede bewaring 
en verzorging verantwoordelijk zijn aan den Minister vanBinnen- 
landsche Zaken. 

Hij zal de door of namens den Commissaris der Koningin of 
de Gedeputeerde Staten gewenschte nasporingen er in verrichten, 
de ter inzage begeerde stukken opzoeken en tegen re^u tijdelijk 
hun verstrekken en in het algemeen hun de inlichtingen er 
omtrent verschaffen, die zij noodig zullen oordeelen. 

Aan anderen zal hij, na bekomen schriftelijke machtiging van 
Gedeputeerde Staten, onderzoekingen er in vergunnen, op de 
wijze en onder de voorwaarden als voor het oude archief tot 
december 1813 gelden. 

Hij zal, zoover noodig, de bescheiden ordenen en er inven- 
tarissen van aanleggen. Voor de uit een en ander voortvloeiende 
werkzaamheden zal hij den bijstand kunnen vergen van een 
daartoe door het College van Gedeputeerde Staten in overleg 
met hem aan te wijzen persoon (griflBe-ambtenaar) en wel op 
de in overleg met Gedeputeerde Staten te bepalen dagen 
en uren. 



Digitized by 



Google 



151 

Deze inbewaargeving kan ten allen tijde zoowel door den 
Minister van Binnenlandsche Zaken als door Gedeputeerde Staten 
worden opgezegd. 

Aldns opgemaakt te 's-Hertogenbosch op heden den 21n 
december 1899. 

J)e Archivaris in NoordbrabanL n i^ j i j o. ^ 

^ ^ ^ ^ ^ De Gedeputeerde Staten van 

(jet.) A. C. Bondam. Naordbrabant, 

(get.) Van Voorst tot Voorst, 

De OrifjUer, 
iget.) Sprengehs. 



Digitized by 



Google 



152 



Het Ryksarchief in Gelderland. 

I. Toestand der bewaarplaats van het archief, lokalen ^ 
ameublement enz. 

De bewaarplaats van de archieven verkeert voortdurend in 
goeden staat; zij onderging geene verandering en behoefde 
geene herstellingen. Het onderhoud van het Fijks-archieigebouw, 
gedurende de jaren 1901 en 1902, is op den 11»" Januari 1901 
door den heer B. Bolder te Arnhem aangenomen. Het ameuble- 
ment werd met een boekenkast vermeerderd; de reparatiën 
bepaalden zich tot die van enkele binnenjaloezieën en van een 
paar kachels. 

De tuin wordt behoorlijk onderhouden. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

De op het archiefgebouw geplaatste bliksemafleiders werden 
door een deskundige, den heer O. F. Lincker te Arnhem, op 20 
April en 5 November 1901 beproefd en, blijkens diens schiftelijk 
afgegeven verklaringen, in orde bevonden. 

Bij de beproeving van de brandslangen bleek het, dat er twee 
stuks door nieuwe moesten worden vervangen. 

Aan de waterleiding deden zich geene gebreken voor. 

III. Toestand van de archiefverzameling. 

Met het herstellen van archiefstukken, die zulks behoeven, 
wordt steeds voortgegaan. De aanwezige voorraad van schuif- 
portefeuilles, voor de berging van losse stukken, werd met 100 
stuks porteieuilles in folio en 100 stuks in quarto aangevuld. 
De voorraad van kartonnen klepdoozen behoefde geene ver- 
meerdering. 

IV. Werkzaamheden en voortgang der ordening en 
inventarisatie van het archief. 

In de verslagen van 1898 en 1899 is melding gemaakt van 
de toezegging, van de zijde van den H. Welgeb. heer 
baron van Heeckeren van Enghuizen ontvangen, het archief, 



Digitized by 



Google 



158 

bernsteDde op het huis Enghuizen, in bruikleen af te staan. 
Nadat ik in gemimen tijd niets meer van die zaak had vernomen, 
wendde ik mij in het vóórjaar van 1901 tot den raadsman van 
den curator van den heer van Heeckeren van Enghuizen, Mr. 
K. M. G. de Meijier, Advokaat en Procureur alhier, met het ver- 
zoek de overgave van dat archief te bevorderen, met het gunstig 
gevolg, dat op 18 Mei 1901 het grootste gedeelte, in 8 groote 
kisten en een groot koffer verpakt, en op 26 Juni daaraan 
volgenden, het overige, den inhoud van eene groote kist be- 
slaande, werd overgezonden. De toestand, waarin het overgezon- 
dene verkeerde, was allertreurigst; alle stukken waren uit- en 
door elka&r geraakt, waarin niet het minste verband meer 
beetond. Nadat de stukken waren gereinigd, werd met de ordening 
een aanvang gemaakt, eene zeer tijdroovende zaak, waarbij al 
spoedig bleek, dat het overgezondene uit drie verschillende 
archieven bestond. 

1°. het archief, afkomstig van de vorige bezitters van het huis 
Enghuizen. 

2fi. het archief, afkomstig van het geslacht, (later graven,) van 
Nasean La Leek van Beverwaard enz. 

en 3®. het archief, afkomstig van het geslacht van Westerholt. 

Het sub. 2 genoemde archief zal vroeger op het huis Bever- 
waard hebben berust en vermoedelijk door Evert Frederik Baron 
van Heeckeren, heer van Enghuizen, als op 2 Juli 1782 gehuwd 
met Henriette Jeannette Susanne Marie, gravin van Nassau La 
Leek, erfdochter van Beverwaard, van het huis Beverwaard 
naar het huis Enghuizen zijn overgebracht; terwijl het 
sub. 3 genoemd niet zeer uitgebreid archief, tengevolge van het 
huwelijk op 16 November 1751 van Jacob Adolf Baron van 
Heeckeren, heer van Enghuizen, met Charlotte Alexandrine 
Barones van Westerholt-Hackfort onderhet archief van de heeren 
van Enghuizen zal zijn opgenomen. 

Wanneer ik een gissing vermeen te mogen maken, dan zullen 
die drie archieven bij gelegenheid van het atbreken van het 
oude huis Enghuizen, voor omstreeks 70 jaren, door onkundige 
handen door elka&r zijn geworpen, waardoor het verband tusschen 
de stukken, zooals gezegd, geheel is verbroken. 

Nadat dan het uitzoeken en ordenen der stukken waren afge- 
loopen, is het tot het inventariseeren overgegaan, waarmede 
men, wat betreft het archief van het geslacht van Heeckeren- 
Enghuizen en dat van de graven van Nassau La Leck-Beverwaard 
gereed kwam. 

Wat het archief van Heeckeren van Enghuizen betreft, zoo 
is dit in 2 hoofdrubrieken verdeeld, als : 



Digitized by 



Google 



154 

lo. stukken van Staatkundigen of publiekrechterlijken aard 
en 2^ stukken van particulieren aard. 

De onderscheidene openbare betrekkingen, door verschillende 
leden van het geslacht van Heeckeren-Enghuizen bekleed, waar- 
van de afkomstige stukken geheel of gedeeltelijk zijn bewaard, 
hebben tot het maken van de eerste rubriek aanleiding gegeven. 

Daaronder zijn gebracht de stukken in bedoeld geslacht ge- 
komen door het bekleeden van betrekkingen, als: 

Gecommitteerden ter vergadering van de Staten Generaal, be- 
staande in eene groote verzameling van geschreven of gedrukte 
missiven, uittreksels van H. H. Mog. enz. Onder deze rabriek 
zijn tevens gebracht de verschillende stukken, afkomstig van 
Walraven van Heeckeren, heer van Nettelhorst, (geb, 1643, 
overl. 1701), tijdens zijne verschillende zendingen en gezant- 
schappen, als bij het leger van den Keizer, 1676, en die als 
envoyé-extraordinair bij de Zwitsersche Cantons, 1676, bij de 
Hertogen van Brunswijk en Lunenburg, 1677, bij de genoemde 
Hertogen en den Landgraaf van Hessen-Cassel, 1689, bij den 
Keurvorst van Brandenburg, 1690, bij de Hertogen van Bruns- 
wijk en Lunenburg en den Bisschop van Munster, 1691, en later bij 
den Koning van Zweden, 1692 tot 1698. Uiertoe behooren o. a. 
54 eigenhandig onderteekende brieven van den raadpensionaris 
Ant. Heinsius, gericht aan Walr. van Heeckeren tusschen 14 Mei 
1689 en 24 November 1693: van deze brieven komt slechts een 
brief, d.d. 11 October 1689, in het door wijlen Jhr. Mr. H. J. 
van der Heim uitgegeven archief van dien raadpensionaris voor, 
deel I, p. 61 ; verder behooren hiertoe stukken, betreffende eene 
vordering van Nijmeegsche burgers op Bengt graaf Oxenstierna, 
wegens schulden, door hem als gezant bij de vredehandeling 
te Nijmegen gemaakt; stukken van de vervolging van Hollan- 
ders in Zweden, wegens het belijden van den Protestantschen, 
in stede van den Lutherschen godsdienst; stukken, betreffende 
het toekennen van schadevergoeding aan Zweedsche onderdanen 
wegens het opbrengen van hunne schepen door Hollandsche 
schepen; stukken van den Resident, Robert Goes te Koppen- 
hagen, betreffende het arresteeren van HoUandsche schepen in 
Denemarken: projecten van tractaten enz. 

Daarna volgen stukken, betreffende het beheer, door Walraven 
van Heeckeren als Hoofdschout van de stad en meijerij van 
's Hertogenbosch gevoerd, tot welk ambt hij in 1694 door de 
Staten-Generaal was benoemd; vervolgens stukken van het 
ontvanger&chap van Frans Jan van Heeckeren van de gemeene 
middelen over de stad en het Markiezaat van Bergen-op-Zoom 
en Stad en Lande van Steenbergen, tot welke functie hij in 1773 
was aangesteld. Vervolgens stukken van het Hof van Gelderland 



Digitized by 



Google 



155 

tijdens het Raadsheerecbap van Jacob Adolf van Heeckeren 
van 8 November 1751 tot April 1767 en van zijn zoon Frans 
Jan van Heeckeren, Raadsheer, van 5 December 1780 tot 
1 September 1783, den dag van zijn overlijden. 

Verder eene verzameling van Landdagsrecessen, waarvan het 
oudste van 1595 dagteekent, en van stukken van latere 
besturen van Gelderland, alsmede van de Academie te Harder- 
wijk, waarvan Jacob Adolf van Heeckeren curator, bij benoe- 
ming van 8 Augustus 1758, is geweest. 

Daarna volgen verschillende stukken, op het Kwartier van 
Zntphen betrekking hebbende, als kwartiersrecessen, stukken 
van Gedeputeerde Staten van dat kwartier enz. 

Verder stukken, afkomstig van het Landdrostambt van 
Zntphen, welk ambt door verschillende leden van het geslacht 
van Heeckeren is bekleed als Walraven van Heeckeren, 1625 
en volgende jaren; Evert van Heeckeren, 1645 en volgende 
jaren ; Walraven van Heeckeren heer tot Nettelhorst, 1680 en 
volgende jaren; Jacob Derk van Heeckeren 1706 tot 1740 en 
Frans Jan van Heeckeren, 1750 tot 1767; hiertoe behooren 
verschillende rekeningen van genoemde Landdrosten, die in het 
archiefdepot ontbreken. Ook behooren hiertoe rekeningen van 
1614 tot 1625 van den Landdrost Diderich van Dorth, heer tot 
Dorth. gedeeltelijk ook in het archiefdepot ontbrekende; stuk- 
ken, afkomstig van het scholtambt binnen en buiten Zutphen, 
waaronder rekeningen van den Stadhouder van den scholtis, 
1785 tot 1789, en van den gerichtsschrijver, 1785 tot 1791, 
terwijl deze hoofdrubriek wordt besloten door eenige stukken 
van de raarken te Hummelo, Nettelhorst, DunsborgHettemer- 
mark, Wichmond, Harfsen en Halle-Eerbeek. 

De tweede rubriek omvat de stukken van particulieren aard, 
als aankoop van goederen, beleeningen, rekening van het be- 
heer van verschillende bezittingen van het geslacht van 
Heeckeren-Enghuizen, liggers van eigendommen, huwelijksche 
voorwaarden, testamenten, magescheiden, eene groote verzame- 
ling brieven, tusschen de jaren 1634 en 1830 aan verschillende 
leden van het geslacht van Heeckeren gericht; hieronder komen 
verschillende brieven, van Vorstelijke personen afkomstig, voor, 
als van den Stadhouder-Koning Willem III; van Maria Louiza 
van Hessen-Cassel, weduwe van Prins Johan Willem Friso; van 
Prins Willem V en diens echtgenoot, Prinses Wilhelmina van 
Pruissen, en van George Frederik graaf van Waldeck. 

Het archief van het geslacht (later graven) van Nassau La 
Leek is in de volgorde van de verschillende afstammelingen 



Digitized by 



Google 



156 

van den tweeden zoon, Lodewijk van Nassan, door den Stad- 
houder PrinB Maurits bij Margaretha van Mechelen verwekt, 
gerangschikt en geïnventariseerd, terwijl het aanvangt met de 
uitgifte in erfyacht op 26 Januari 1601 van de visscherij in 
den mond van de Lek aan Prins Maurits door het kapittel van 
de Domkerk te Utrecht en een paar stukken, betreffende 
Margaretha van Mechelen, waaruit o. a. met juistheid (1) de 
datum van haar overlijden (17 Mei 1662) en die van haar 
begrafenis (24 Mei 1662) in het graf M 36 van den omgang 
van het koor van de St. Pieterskerk te leiden blijken : van den 
oudsten zoon, door Prins Maurits bij Margaretha van Mechelen 
verwekt, den kinderloos overleden Wilhelm van Nassau, is 
diens origineele aanstelling tot Luitenant-Admiraal van Holland 
en West-Friesland, dd, 18 Juni 1625, aanwezig. 

De tot dit archief behoorende stukken betreffende grooten- 
deels particuliere aangelegenheden van leden van het geslacht 
van Nassau La Leek; eene uitzondering maken hierop enkele 
stukken, afkomstig van Maurits Lodewijk graaf van Nassau, 
in zijne qualiteit van Luitenant-Generaal, gouverneur van Meenen, 
en stukken, betreffende het Utrechtsche jachtgericht, tusschen 
de jaren 1749 en 1781; het ambt van Lieutenant Opper-hont- 
vester in Utrecht werd in die jaren door Hendrik Carel graaf 
van Nassau La Leek, heer van Beverwaard enz. bekleed. 

Onder het hiernavolgende hoofdstuk VI (Aanwinsten en ver- 
liezen) wordt melding gemaakt van het archief, onder wijlen 
den heer J. H. Gallée te Vorden hebbende berust, en door zijne 
beide zonen de heeren Dr. J. H. Gallée, hoogleeraar te Utrecht, 
en S. G. Gallée te Vorden aan het archiefdepót in bruikleen 
afgestaan. De tijd heeft echter ontbroken die verzameling te 
ordenen en te inventariseeren, hetgeen, naar ik vertrouw, in het 
volgende jaarverslag zal kunnen worden medegedeeld. 

Met de inventarisatie van de brieyenverzameling uit- en aan 
het Hof werd voortgegaan; het aantal regesten vermeerderde 
met omstreeks 2000 stuks. 

V. Opgave der in drtik uitgegeven bescheiden^ behoorende 
tot het archief. 

De heer Dr. J. S. van Veen deed in zijne verhandeling over 
den afval van Graaf Willem van den Berg in 1583, voor- 



(1) Aan Mr. W. J. Baron d'Ablaing van Giessenburg was de juiste datum 
niet bekend; Nederl. Heraut, 7de jaarg. p. 163. 



Digitized by 



Google 



157 

komende in de Bijdragen en Mededeelingen van de vereeniging 
„Gelre", deel IV, afdrukken de verklaringen van den kamer- 
dienaar van den graaf van den Berg, Willem Cock, voorkomende 
in het boek, getiteld Statuten en Mi€cellanea, zoomede een 
brief, dd. 24 November .1583, van den Prins van Oranje aan 
den Landdag, houdende aansporing tot trouw aan de Unie, uit 
het stadsarchief van Arnhem, in bruikleen in het Geldersch 
archiefdepöt berustende, zoomede een brief, dd. 7 November 
1583, van het Hof aan den magistraat van Emmerik, houdende 
het verzoek om Wttenham gevangen te nemen, (verzameling 
brieven van het Hof met Uitheemschen) ; een brief, dd. 16 
November 1583, van het Hof aan den heer van Hohensaxen, 
waarbij wordt verzocht den gevangen Schenck te verhooren, 
(verzameling brieven van het Hof met het Kwartier van 
Roermond). 

Uit het huisarchief der familie Baron van Rhemen, (in bruik- 
leen in het archief aanwezig), deed Dr. van Veen een afschrift 
van de Zutphensche Landvrede, dd. 3 Februari 1375, in de 
Bijdragen en Mededeelingen der Vereeniging Qelre, deel IV, 
afdrukken. Verder deed genoemde heer de minuut van een 
brief van het Hof aan de steden van het Vorstendom Gelre 
en Graafschap Zutpben, houdende aansporing tot vréugde- 
betoon bij de geboorte van den lateren koning Lodewijk XIV, 
in de Bijdragen en Mededeelingen der Vereeniging Gelre, deel IV, 
afdrukken, alsmede eene bepaling van den Arnhemschen Magis- 
traat, betrefTende het dansen en een remissie brief van Hertog 
Karel van Egmond, dd. 9 Mei 1506, voorkomende in Lib. 8 
der XIV registers, (Archief Rekenkamer). 

In den jaargang 1902 van den Gelderschen Volksalmanak 
werd door Dr. van Veen een reis met hindernissen uit het boek 
van Verbalen, deel I, van het Hof uitgegeven. 

In de door Dr. van Veen uitgegeven Rechtsbronnen der stad 
Tiel werd onder de Varia afgedrukt uit een handschrift: 
„Register van Privilegiën, landt indt dijkrechten der twier 
„quartieren Nijemegen ende Ruremunde", (berustende in het 
archief der Rekenkamer), een stuk tot opschrift voerende „Dit 
„hierna bescreven is een clage van dootslage." 

De heer J. H. Hofman, rustend pastoor te Schalkwijk, deed 
in het archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht 
afdrukken een stuk uit het archief der Rekenkamer (Vicarien 
no 3), d.d. 22 Maart 1391, over de stichting van een kapel te 
Wilp, zoomede een stuk van 8 April 1565, betreffende het be- 
kleeden van Engelbert Verreijken met het pastoraat van de 
Kerk te Wilp, en dat van 26 April 1565, betreffende de inbe- 



Digitized by 



Google 



168 

zitneming van de Kerk te Wilp, (voorkomende onder de loese 
stukken van het Hof). 

De heer Mr. J. J. S. Baron Sloet deed in de Bijdragen en 
Mededeelingen der Vereenigiög Gelrè, deel IV, afdrukken den 
inventaris van Ott van Hoekelom's inboedel, voorkomende in 
Lib. 13 der XIV registers, berustende in het archief der Reken- 
kamer. 

Door de heeren Mr. J. J. S. Baron Sloet en Dr. J. 8. van 
Veen werd het derde stuk van de registers op de Leenakten- 
boeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen in 
druk uitgegeven. 

VI. Aanwinsten en Verliezen. 

Van Uwer Excellentie's voorganger en van Uwe Excellentie 
mocht het archiefdepót ontvangen : 

1. Middel-Nederlandsch Woordenboek van wijlen Dr. E. 
Verwijs en Dr. J. Verdam V. 6*«, 7^*, 9i^ en 9** afl. ; 

2. Woordenboek der Nederlandsche taal, II, 16*«, III, ll^», 
VI, !•*« en XI. 6^* afl.; 

3. Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXII, 1899, en 
XXIir, 1900; 

4. Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van Geschiedenis 
en Kunst XXII, 1899; 

5. Derde verslag van onderzoekingen naar Archivalia te 
Parijs, belangrijk voor de geschiedenis van Nederland, op last 
van de regeering ingesteld door C. Busken Huet, onder-bibHothe- 
caris der nationale biblotheek te Parijs; 

6. Verslag van onderzoekingen naar Archivalia in Italië, be- 
langrijk voor de geschiedenis van Nederland, op last der regee- 
ring ingesteld door Prof. Dr. P. J. Blok te Leiden; 

7. De Rijksarchieven te Roermond in 1899 door A. J. A. 
Plament, Rijksarchivaris in Limburg- 

8. De Rijksarchieven te Roermond in 1900 en 1901 (5 exem- 
plaren) ; 

9. Publications de la société historiaue et archéologi^ue dans 
Ie Duché de Limbourg, tome XXXvI, (nouvelle série, tome 
XVI), 1900. 

Van heeren Gedeputeerde Staten van Gelderland : 

1. Notulen van het verhandelde door de Staten van Gelder- 
land in de wintervergadering van 1900; 

2. Notulen van het verhandelde door de Staten van Gelder- 
land in de Zomervergadering en de buitengewone vergaderingen 
van 5 Juni en 21 September 1901 ; 



Digitized by 



Google 



159 

3. Verslag van den toestand der provincie Gelderland, 
gedaan aan de Provinciale Staten in hunne Zomervergadering 
van 1901. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders der Gemeente 
Arnhem : 

Verslag van den toestand der gemeente Arnhem over het 
jaar 1900. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders der gemeente 
Nijmegen : 

Verslag van den toestand der gemeente Nijmegen over het 
jaar 1900. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders der gemeente Cu- 
lemborg : 

Verschillende stukken van oud-rechterlijken aard. (Zie sub 
hoofdstuk X). 

Van heeren Burgemeester en Wethouders der gemeente 
Deventer: 

De Cameraar's rekeningen van Deventer, uitgegeven door Dr. 
J. de HuUu en Mr. J. Acquoy, 5^^ deel, bladwijzer. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders der gemeente 
Ijeeuwarden : 

Tweede supplement op den catalogus der stedelijke bibliotheek 
van Leeuwarden. 

Van den heer Algemeenen Rijksarchivaris te *s-Gravenhage : 
Notulen van de elfde bijeenkomst der Rijksarchivarissen op 
16 October 1900 te 's-Gravenhage. 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie Noordbrabant : 

1. Jaarverslag met verslag der aanwinsten en verdere bijlagen, 
betreffende 's Rijks oud- en nieuw Provinciaal Archief te 's-Her- 
togenbosch in 1900; 

2. Verslag omtrent de oude Gemeente- en Waterschaps- 
Archieven in Noord-Brabant, uitgebracht aan de Gedeputeerde 
Staten dier provincie. Maart 1900 (2 exemplaren) ; 

3. Verslag omtrent de oude Gemeente- en Waterschaps-archie- 
ven in Noord-Brabant, uitgebracht aan de Gedeputeerde Staten 
dier provincie, April 1901, (2 exemplaren). 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie Noord-Holland : 
Archief van Spanbroek. 



Digitized by 



Google 



160 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie utrecht: 
Fragment van het protocol van Jonannes Neyse, Kanunnik 
van St. Maarten en Notaris te ZaltBommel, over 1432 lot 1440. 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie Overijssel : 

1. Extracten uit Geldersche Landdagsrecessen ; 

2. Overzicht der Doop-, Trouw- en Doodboeken, berustende 
in het oud-archief der gemeente Zwolle : 

3. Doop-, Trouw- en Doodboeken in de Burgerlijke en Ker- 
kelijke gemeenten in de provincie Overijssel, benevens Overzicht 
van de Kerkelijke archieven in die provincie. 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie Groningen : 

1. Inventaris van het huisarchief Parmsum, berustende in 
het Rijksarchief in Groningen, bewerkt door Mr. C. P. L. 
Rutgers. 

2. Familiearchief van het geslacht van Bolhuis te Warffam, 
bewerkt door Mr. C. P. L. Rutgers; 

3. Huisarchief AUersma, bewerkt door den Rijksarchivaris, 
Mr. I. A. Feith ; 

4. Catalogus der inventarissen van de archieven der voor- 
malige Zijlvestenijen en Dijkrechten in de provincie Groningen, 
meerendeels gedeponeerd in het Rijksarchief te Groningen. 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie Limburg : 
Miscellanea limburgensia, bewerkt door den schenker, (2 
exemplaren). 

Van de heeren Mr. J. J. S. Baron Sloet, Commies-charter- 
meester en Dr. J. S. van Veen, Adjunct-commies bij het Gel- 
dersch archiefdepot : 

Register op de leenaktenboeken van het Vorstendom Gelreen 
Graafschap Zutphen, 3'*® stuk, bewerkt door de schenkers, met 
bijvoegsel van den heer P. N. van Doominck. 

Van den heer Mr. J. J. S. Baron Sloet, Commies-charter- 
meester bij het Geldersch archiefdepot: 

Inventaris, van Ott van Hoekefom's inboedel, bewerkt door 
den schenker, (Overdruk uit Bijdragen en Mededeelingen der 
vereeniging Gelre, deel IV). 

Van den heer Dr. J. S. van Veen, Adjunct-Commies bij het 
Geldersch archiefdepot: 

1. Het oude Arnhemsche Stadhuis; 

2. Ken reis met hindernissen in 1587, (1 en 2 overdrukken 
uit den Gelderschen Volksalmanak, jaargang 1902) ; 

3. Rechtsbronnen der stad Tiel, bewerkt door den schenker; 



Digitized by 



Google 



161 

4. Verleende borgerechappen der stad Tiel van 1458 tot 1642; 

5. De afval van Graaf Willem van den Berg in 1583, bewerkt 
door den schenker ; 

6. De Zutphensche Landvrede van 2 Februari 1375 en Remis- 
siebrief van Hertog Karel, 1506, 9 Mei, bewerkt door den schen- 
ker, (5 en 6 overdrukken uit Bijdragen en Mededeelingen der 
Vereeniging Gelre, deel IV). 

Van de Commissie ter verzekering eener goede bewaring van 
gedenkstukken van geschiedenis en kunst te Nijmegen : 
Verslag over het jaar 1900. 

Van den Archivaris der gemeente Rotterdam: 
Verslag van de commissie voor het archief der gemeente 
Rotterdam over het jaar 1900. 

Van de Commissie van bestuur van het provinciaal museum 
van oudheden en geschiedkundige voorwerpen in Drenthe : 
Verslag over het jaar 1900. 

Van den heer J. Giraberg, Archivaris der gemeente Zutphen, 
namens den heer F. H. Heukelman : 

1. 1430. Op Sunte Victoersdach. Verkoop van eene jaarrente 
van een half molder weit door Deken en kapittel van de Kerk 
te Emmerik uit hun erf, genaamd de Hoö tot Elze, onder Didam, 
aan Joris van Lunnep, genaamd Klein Joris ; 

2. 1442. Des manendages na Sunte Vijt. Brief van schadeloos- 
houding ten behoeve van Roelof van den Hautert; 

3. 1490. Feria secunda, post dominicam Reminiscere. Opdracht 
van land in de Parlixsteeg, geschied voor schepenen te Emmerik; 

en 4. 1661. Juni 18. Opdracht van de halve Hogemaat onder 
Angerlo. 

Van den heer Hoofdingenieur bij den aanleg van de sx>oor- 
wegbraggen te Westervoort: 

&proeving van de bruggen voor spoorwegverkeer bij Wes- 
tervoort op Donderdag 4 April 1901. 

Van den heer Mr. Frank K. van Lennep te Amsterdam : 
Verzameling van oorkonden, betrekking hebbende op het ge- 
slacht van Lsnnep, 1093 tot 1900, bewerkt door den schenker. 

Van den heer Baron Adhémar von Linden te Londen : 
Der Schlüssel zu den Falschungen in Butken's Annales de la 
maison de Lynden enz., (bewerkt door den schenker). 

(1901) 11 



Digitized by 



Google 



162 

Van den heer Paul Prédericq, Hoogleeraar te Grend : 
L'historiographie de rinquisition, bewerkt door den schenker: 

Van den heer S. P. Haak: 

diens academisch proefschrift, PauUus Meruia, 1558 tot 1607. 

Van den heer J. H. Hofman, rustend pastoor te Schalkwijk. 
Over de Kerk van Wilp op de Velu we en Vollenhove, be- 
werkt door den schenker. 

Van den heer R. J. Schierbeek R. Jzn. te 's-Gravenhage : 

1. Teekening, voorstellende de ruïne van het slot Hulkestein, 
tusschen Bunschoten en Nijkerk, in 1517 door Pelix van Oosten- 
rijk ingenomen en alstoen in de lucht gesprongen ; 

2. Schimpdicht op den Nijmeegschen Magistraat. 

Van den heer Mr. B. von Brücken Pock te Middelburg: 

De Zeeuwscbe Tak (?) Canisius, bewerkt door den schrijver. 

Van den heer Dr. C. C. van der Heide, Med: doctor, te 
Arnhem : 

Catalogus van de historisch-geneeskundige tentoonstelling, 
1849—1899. 

Van den heer H. J. van Wessem te Tiel: 

1. Crimineel proces te Tiel gevoerd tegen H. van Voeret, 
beëindigd bij sententie van 19 Maart 1785; 

2. Finantieele stukken, betrefifende Gelderland, 1796 en 1798. 

Van den heer A. A. Vorsterman van Oijen te Rijswijk bij 
's-Gravenhage : 

Geslacht van Voorthuijsen. (Overdruk uit het Algemeen 
Nederlandsch familieblad 1901, (2 exemplaren). 

Van den heer P. N. van Doorninck te Bennebroek: 

1. Rekening van den Ambtman en Richter van Over-Betuwe, 
Rutger van Renwijc, van 20 Maart 1388 tot 16 October 1390, 
berustende in het Staatsarchief te Dusseldorp, medegedeeld door 
den schenker. (2 exemplaren); 

2. Handleiding voor een busmeester uit het einde der 16* 
eeuw, medegedeeld door den schenker. (1 en 2 overdrukken uit 
de Bijdragen en mededeelingen der Vereeniging Gelre, deel I V) ; 

3. (Bgvoegsel') Register op deleenakten van Gelre en Zutphen, 
1376 — 1402, uit net Staatsarchief te Dusseldorp, uitgegeven door 
den schenker, (2 exemplaren). 

4. Afschrift van eene schepenakte van Arnhem van 1422, 
Februari 23, in originali berustende in het huisarchief van den 
heer Baron Taets van Amerongen te Utrecht. 



Digitized by 



Google 



163 

Van de erfgenamen van den heer James de Preraery, door 
tusachenkomst van den heer Algemeenen Rijksarchivaris: 

Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot het einde van het 
HoUandsche huis. Supplement, bewerkt door James de Fremery, 
(2 exemplaren). 

Van den heer directeur van het Pensioenfonds voor Weduwen 
en Weezen van Burgerlijke Ambtenaren: 
Tweede wetenschappelijke balans van genoemd fonds. 

Aangekocht werden: 

Bij den boekhandelaar S. Gouda Quint te Arnhem: 

1. Aanvullingen en verbeteringen voor geschriften van James 
de Fremery; 

2. De Abten van Marien weerd, uitgegeven door James de 
Fremery ; 

3. Mittheilungen aus dem Stadtarchiv von Köln, begrundet 
von Konstan tin Höhlbaum, heft 30; 

4. Mittheilungen des Instituts tür Oesterreichische Geschichts- 
forschung, XXII Band; 

5. Mittheilungen des Instituts für Oesterreichische Geschichts- 
forschung. VI Brganzungsband ; 

6. De Geldersche Volksalmanak van het jaar 1902 ; 

7a- Oudheidkundige aanteekeningen, meest betrekking heb- 
bende op Nederland en zijne bewoners, door I. A. Ort. 

b. Idem, III. 

c. Idem, IV. 

8. Tweede Vervolg der Kroniek van Nijmegen tot en met 
den jare 1900, door H. D. J. van Schevichaven, gemeente archief- 
varis te Nijmegen; 

9. Bescherming van monumenten door Mr. J. C. Overvoerde, 
Archivaris der gemeente Dordrecht, (thans Leiden) ; 

10. Het dialect van Elten-Bergh, door Dr. M. Bruyel; 

11. Acten, betreflfende Gelre en Zutphen, 1377—1397, uit het 
Staatsarchirf te Dusseldorp, register B, no. 24, uitgegeven door 
P. N. van Doorninck; 

12. Acten, betreffende Gelre en Zutphen, 1400 — 1404, uit het 
Staatsarchief te Dusseldorp, register B, no. 25, uitgegeven door 
P. N. van Doorninck ; 

13. Leenakten van Gelre en Zutphen, 1376 — 1402, uit het 
Staatsarchief te Dusseldorp, naar de oorspronkelijke bescheiden, 
uitgegeven door P. N. van Doorninck; 

14. Biblia Sacra vulgatae editionis Sixti V et Clementis VIII, 
Pontt. Max2; 



Digitized by 



Google 



164 

15. De betrekkingen tuBSchen Zweden en de Nederlanden 
door Dr. E. Wrangel, hoogleeraar te Lund in Zweden, uit het 
Zweedech vertaald door Mevrouw Beets-Damsté ; (l) 

16. Algemeen NederlandBch Familieblad, onder leiding van 
A. Vorsterman van Oijen te Rijswijk (bij 's-Gravenhage), en J. 
F. van Manen te 's-Gravenhage, jaargang 1901 ; 

17. Geldersche Oudheden, verzameld door Mr. G. van Hasselt; 

18. Het archief van den Raadpensionaris Ant. Heinsins, uit- 
gegeven door (thans wijlen) Jhr. Mr. H. J. van der Heim. 

19. Wapenheraut, Maandblad, gewijd aan Geschiedenis (Je- 
slacht-. Wapen-, Oudheidkunde, enz., onder leiding van den 
heer D. G. van Epen, jaargang 1901. 

Van den heer A. A. Vorsterman van Oijen te Rijswijk: 
Erfwissel van grond te Twello, 1483, Donredaghes naeSancte 
Pontianus dach. 

Van een koopman op de markt te Arnhem : 

1. 1661. April 18. Opdracht van een gedeelte van het goed 
Roeckell onder Wekerom; 

2. 1677. Februari 15. Opdracht van 6 morgen weiland, de 
Mangelman, onder Eist, buurschap Lynden ; 

3. 1681. December 7. Opdracht van wei- en bouwland onder 
Bemmel. 

4. 1690. April 24. Verkoop van roerend goed door den schout 
vin Eist; 

5. 1692. OctobeV 20. Opdracht van bouwland aan den Heuvel, 
onder Bemmel; 

6. 1694. September 16. Opdracht van land, den Heuvelskamp 
en het Vijl, onder Bemmel; 

7. 1695. Augustus 9. Opdracht namens den heer van den 
lande van het huis „de Vergert^' in het Kattenleger, onder 
Bemmel ; 

8. 1703. December 20. Schuldbekentenis van de echtelieden, 
Jacob Beumer, onder verband van de Veltweide, onder Angeren ; 

9. 1704. Juli 10. Opdracht van 3 perceelen land, „de Agtersche 
weij, onder Ressen; 

10. 1712. Januari 28. Schuldbekentenis van de echtelieden, 
Derck Verkuyl; 

11. 1712. September 25. Getuigenverhoor over een uitweg naar 
de weide de Paddepoel. 



(1) Het in het Zweedsch uitgegeven werk is in 1897 door den Hoogleeraar 
Dr. E. Wrangel aan het archiefdepot geschonken. 



Digitized by 



Google 



165 

12. 1732. April 19. Magescheid tusschen Jan Thymes, 
weduwnaar van Geertruyt Verhuet, en zijne minderjarige 
kinderen ; 

13 1732. April 19. Huwelijksvoorwaarden van den weduwnaar, 
Jan Thymes, en Derkje Verkuyl; 

14. 1738. Juli 14. Magescheid tusschen Marya van Geyn, 
weduwe van Willem Verkuijl, en hare kinderen; 

15. 1741. Memorie voor den Schout van Bemmel om de 
echtelieden Jan Tijmissen te insinueeren de besoignes over de 
onkosten van het opmaken van den dijk bij te wonen ; 

16. 1753. November 4. Wilhelmina Everdina Thijmesse, doch- 
ter van Jan Thijmesse, en haar aanstaanden echtgenoot, Gerrit 
van IJsseldijck, verklaren voldaan te zijn van hetgeen, krachtens 
magescheid van 19 April 1732, (zie n®. 12), was te vorderen; 

17. 1755. November 10. Schuldbekentenis van Kvert Neu, 
weduwnaar van Grietje Peters, en zijne kinderen onder verband 
van hunne goederen, onder Bemmel, buurschap Haalderen 
gelegen ; 

18. 1773. Januari 27. Huwelijksche voorwaarden van Willem 
Tijmens en Augustyna Timmer; 

19. 1773. Januari 27. Citatie van de erfgenamen van Arnold 
Joost Baron van Keppel, als crediteuren van den boedel van 
den solliciteur Willem Verkuyl aan de curators van dien boedel 
tot het doen van rekening en verantwoording ; 

20. 1787. Magescheid tusschen de kinderen van de echtelieden, 
David Timmer, schepen van Zuilichem, opgericht. 

21. 1788. April 26. Verklaring van den gerichtsschrijver, dat 
12 morgen weiland, de Weertjes met den Wilgenpas en de vis- 
scherij te Bemmel op 17 September 1766, door H. D. Baron van 
Lijnden, heer van Onsteijn, met 4000 gl. zijn bezwaard; 

22. 1803. Februari 2. Sommatie tot het doen van opdracht van 
een perceel dijk, met het daarop staande houtgewas; 

en 23. 15.4. Brokstuk van een magescheid, betrefiende goederen 
onder Nijmegen, Lent en Hessen. 

In bruikleen werd door den HoogWelgeb. heer F. J. Baron van 
Heeckeren, als curator over den Hoog Welgeboren heer H.J.C. 
J. Baron van Heeckeren, afgestaan het archief, tot dusverre op 
het huis Enghuizen, onder Hummelo, hebbende berust. (Zie 
onder hoofdstuk IV). 

Van het College van Kerkvoogden van de Nederduitsch Her- 
vormde Gemeente te Stad-Doetinchem, werden twee deelen, bevat- 
tende de Kerkrekeningen van 1641 tot 1664 en die van 1665 tot 
1696, m bruikleen afgestaan en gevoegd bij de overige kerkreke- 



Digitized by 



Google 



166 

ningen, aanwezig in het archief der gemeente Doetinchem, (in 
bruikleen afgestaan. (Zie Verslag 1896). 

Door de heeren Dr. J. H. Gallée, Hoogleeraar te Utrecht, en 
P. G. Gallée, te Vorden, werd het archief, onder wijlen hunnen 
heer vader, J. H. Gallée te Vorden, hebbende hemai, in bruikleen 
afgestean. 

Aan het Gemeentebestuur van Tiel werden, met UwerExcel- 
lentie's machtiging, afgestaan de volgende stukken: 

1®. 1430. December 12. Bepalingen door het Schoenmakers- 
gilde gemaakt; 

2<>. 1443. November 22. Uitgifte in erfpacht van een gedeelte 
van. den stadswal; 

S^. 1479. September 4. Regelen door den Magistraat van Tiel 
voor het Schoenmakersambt gegeven ; 

4®. 1562. Acte van oprichting van eene schutterij ; 

en 5®. 1601. April 5. Ordonnantie, betreffende het veer van 
Tiel op Nijmegen. 

VII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 
belangrijke bescheiden voor het hoofd-archief van gewicht. 

Van den heer P. N. van Doorninck te Bennebroek ontving 
het archiefdepót een afschrift van eene schepenakte van Arnhem 
dd. 1422. Feoruari 23, in originali in het archief van den heer 
Baron van Taets van Amerongen te Utrecht berustende. 

Overigens bood het jaar 1901 geen gelegenheid aan tot het 
bekomen van afschriften. 

VIII. Gebruik van het archief door- en inlichtingen verslreki aan 
autoriteiten en particuliereff. 

Door den heer Algemeenen Rijksarchivaris werden inlichtin- 
gen, betreffende het wapen van het geslacht van de Poll, dat met 
het dagelij kech gericht te Dreumel is beleend geweest, en van 
het geslacht Feith gevraagd en aan Z. H. WQeb. verstrekt. Aan 
het verzoek van Z. H. WGeb. tot het bekomen van inlichtingen 
over een wapen van de gemeente Heerewaarden kon niet worden 
voldaan. 

Aan den hoogleeraar Mr. Fockema Andréae te Leiden werden 
inlichtingen over den rechtstoestand van bastaarden . gegeven. 

De heer Burgemeester van Elburg ontving inlichtingen, betref- 
fende de vicarie aldaar, op 8 Mei 1401 door JohannesHaghenap, 
ter eere van God Almachtig, de maagd Maria, Johannes, den 
dooper, Johanhes, den evangelist, en de 11000 maagden geeticht. 



Digitized by 



Google 



167 

Aan het verzoek van den heer Burgemeester van Didam tot 
het bekomen van inlictitingen over het wapen dier gemeente 
kon niet worden voldaan. 

Evenmin kon aan het verzoek van den heer Burgemeester van 
Groenlo tot opsporing van eene Landschapsresolutie van 18 Mei 
1797, waarbij een kapitaal van 100 gulden ten behoeve -van 252 
personen zoude zijn gevestigd, worden voldaan. 

Aan den heer Burgemeester der gemeente Ede werden inlich- 
tingen verstrekt over de gerechtigheid van de inwoners van het 
Ederveen op inkomsten van de buurt Ede- Veldhuizen. Uit aan 
mij ter inzage verstrekte stukken vermeende ik te moeten op- 
maken, dat die gerechtigheid bestond, terwijl, zooals ik later 
vernam, het geschil tusschen Ederveen en Ede-Veldhuizen in 
dien zin dan ook ten einde is gebracht. 

Aan den heer Directeur van het Centraal Bureau voor de Sta- 
tistiek werden inlichtingen over de graanprijzen te Arnhem ver- 
strekt en aan Z.Ed. met machtiging van Uwer Excellentie's voor- 
ganger een handschrift, tot opschrift voerende: „Prijs van de 
„Mercten van den granen genomen soeutte de Reeckeningen van 
„den Rentmeester van Veluwen als utter verclaringen van den 
„gesworen Marctmeister der Stat Arnhem" — ter raadpleging 
verstrekt. 

Een gedaan verzoek van Dr. Georg Schanz, Professor te Würz- 
burg, over de invoering van de successie-belasting in de kwar- 
tieren van Zutphen en Veluwe, gaf tot een uitgebreid onderzoek 
aanleiding, dat met gewenschten uitslag werd bekroond. 

Eveneens gaf een verzoek van Mr. J. Everts BHzn., Advokaat 
en Procureur te Arnhem, over de verplichting, die op het erf, 
„den hof te Beltrum," zoude rusten, tot het kosteloos onderhou- 
den van een bul en beer ten gerieve van de inwoners van de 
buurtschap Beltrum, tot een uitgebreid onderzoek aanleiding; 
het raadplegen van de in het archiefdepöt aanwezige stukken 
uit de 17de en het laatst van de l8de eeuw heeft tot eenguns- 
tigen uitslag geleid. 

De heer Dr. J. Bosscha, secretaris van de Hollandsche Maat- 
schappij der Wetenschappen te Haarlem, ontving inlichtingen 
over een door Constantijn Huijgens gevoerd en later door diens 
erven voortgezet proces, bij sententie van het gericht van Zui- 
lichem, dd. 14 Juni 1690, ten nadeele van Huijgens beslist, welke 
sententie echter door het Hof van Gelderland op 9 December 



1691 werd vernietigd. Tevens werden aan Z.Ed. inlichtingen 



l op y 
.Ed. ir 



Digitized by 



Google 



168 

over eenige in de correspondentie van de gebroeders Constantijn 
en Christiaan Huygens voorkomende personen verstrekt. 

De heer Mr. J. C. Overvoorde, Archivaris der gemeente Leiden, 
ontving verschillende inlichtingen over den aard der posterij, 
door Jacob van Borsselen, postbewaarder te Arnhem, m 1571 
beheerd, en over diens persoon. 

Aan een verzoek uan den heer Mr. J. B. W. Baron van Hugen- 
poth, Advokaat en Procureur te 's-Hertogenbosch, tot het op- 
sporen van den oorsprong van het vischrecht, sinds onheugelijke 
jaren door inwoners van de gemeente Driel (Bommelerwaard) 
op de rivier de Maas uitgeoefend, voorzooverre die langs die 
gemeente loopt, kon niet worden voldaan. 

Ook mocht het onderzoek naar het recht van de beek, die 
van de gemeente Roozendaal naar en door Velp loopt, ten be- 
hoeve van den watermolen te Velp, niet tot een gunstig resul- 
taat leiden. 

Met beteren uitslag werd het onderzoek naar de waterrechten 
van den achtersten molen op de Loenensche beek, op verzoek 
van den heer J. H. Edelman, te Voorst, ingesteld, beloond. 

Aan den heer Mr. C. G. ter Braak, Advokaat te Eibergen, 
werden inlichtingen, betreffende eene zak tiende, uit het erf 
Elshoff in den Noorde onder Neede, gaande, verstrekt. 

Over het heerlijk jachtrecht onder de gemeente Heumen 
werden inlichtingen aan den heer C. Montenberg te Groesbeek 
verstrekt. 

De heer Dr. I. Delaville Ie Roulx, te Parijs, ontving, op gedaan 
verzoek, inlichtingen over eenige Geldersche geslachten. 

Aan den heer Dr. Schafer, Archiv-assistent te Keulen, werden 
inlichtingen, betreffende de Dorenweerd, verstrekt. 

De heeren Frederik Muller en C*«, te Amsterdam, ontvingen 
inlichtingen over het huis te Appeltern, eenmaal aan Johan 
Derk van de Capellen hebbende toeoehoord. 

Een naar het coUatierecht te Balgooi, op het verzoek vanden 
heer van Oosterzee, Scriba van de Classis Nijmegen en Predi- 
kant te Gent (Over-Betuwe), ingesteld onderzoek leidde tot een 
gunstig resultaat. 



Digitized by V. 



Google 



169 

Aan een verzoek van den heer Mr. M. J. Pijnappel, te Am- 
sterdam, tot het opsporen van een contramemorie in een geding, 
in 1652 gevoerd over de — „Landtscheijdinge tusschen die 
Geldersche en die van Utrecht" — tot bepaling van de juiste 
grenzen van Grelderland en Utrecht aan de Rhenensche zijde, 
kon slechts gedeeltelijk worden voldaan. 

Aan den heer 6. Beernink, te Nijkerk, werden inlichtingen 
over het wapen van het geslacht van Vorden verstrekt. 

Met machtiging van Uwer Excellentie's voorganger werden 
aan den heer van Dompseler, te 's-Gravenhage, een thijnsboek 
van Veluwe en eenige gerichtssignaten van Veluwe tusschen 
1600 en 1700, ter raadpleging in het Algemeen Rijksarchiefdepót 
te 's-Gravenhage ter leen verstrekt." 

De heer W. L. Bouwmeester, te Voorschoten, ontving afschrif- 
ten van eenige Sermoenen uit het archief van het voormalig 
klooster Bethlehem bij Doetinchem. 

De heer Dr. Nimnheim, Staatsarchivaris te Hamburg, ver- 
kreeg 19 afschriften van stukken uit het archief der Reken- 
kamer, betreffende H. Salsborch, eerst in dienst van Hertog 
Karel van Egmond, later Raad te Hamburg. 

Wijders werden inlichtingen gevraagd door den heer Adhémar 
Baron von Linden te Londen over het wapen van het geslacht 
van Lijenen en van Lijnden; door den heer J. van Druten te 
utrecht over het geslacht van Druten; door den Freiherr von 
Bitter zu Grunesteijn, te Brussel, over het geslacht Ridder of 
Bitter: door den heer A. A. Vorsterman van Oijen, te Rijswijk 
bij 's-Gravenhage, over het wapen van het geslacht Vreden; 
door den heer Julien van Egeren, te Gend, over het geslacht 
van Egeren ; door den heer M. Freiherr von Pölnitz, te Munchen, 
over het geslacht von Pölnitz, waaraan gedeeltelijk slechts kon 
worden voldaan. 

De heer H. A. Westrate, te Zetten, houdt zich bezig met het 
verzamelen van verschillende bouwstoffen voor een academisch 
proefschrift over den patriottentijd. 

De heer Th. J. G. van Everdingen, tijdelijk te Arnhem, be- 
2ocht het archief sinds Februari 1901 voor het verzamelen van 
ge^vens tot samenstellidg van eene genealogie van het geslacht 
van Everdingen. 



Digitized by 



Google 



170 

Tot 1 Februari 1901 was de heer A. H. P. Blauw, Luitenant 
der Infanterie, alhier in garnizoen, op het archief werkzaam voor 
het verzamelen van gegevens voor de krijgsgeschiedenis van 
Nederland. In October daaraanvolgenden vatte de heer H. P. J. 
Schinkel, 1«*«-Luitenant der Infanterie, alhier in garnizoen, die 
werkzaamheden weder op. 

Aan schrijfloonen werd een bedrag van ƒ 45 ontvangen en bij 
den heer Betaalmeester te Arnhem gestort. 

X. Uitkomsten der bemoeiingen met gemeente- 
waterschap- en andere archieven. 

Bij schrijven van Zijne Excellentie, den toenmaligen Minister 
van Binnenlandsche zaken, ^an 28 April 1893, N^. 813, Afdeeling 
K: W:, ben ik verzocht eenmaal per jaar mij te vergewissen 
omtrent de veilige bewaring en behandeling van de oude rech- 
terlijke archieven, aan het Rijk toebehoorende en bij beschikking 
van Zijne Excellentie, den toenmaligen Minister van Binnenland- 
sche zaken, van 14 December 1882, N^. 8279. Afdeeling K: W:, 
aan de gemeente Nijmegen tot wederopzeggens ter bewaring 
toevertrouwd, en daaromtrent in het jaarverslag te rapporteeren. 

Op 7 December 1901 is, ter opvolging van bovenbedoeld ver- 
zoek, de bewaarplaats der oude rechterlijke archieven te Nijmegen 
bezocht: het bezoek heeft mij bij vernieuwing de overtuiging 
geschonken, dat de meeste zorg voor de goede bewaring voort- 
durend wordt gedragen. 

Uit eene door mij ontvangen mededeeling vernam ik, dat er 
in het archief van de gemeente Culemborg nog verschillende 
stukken van oud-rechterlijken aard zouden berusten. Eene daar- 
over met het bestuur dier gemeente gevoerde correspondentie 
had tot resultaat, dat op 15 Juni 1901 die stukken aan het 
archiefdepót werden overgegeven. Zij sluiten zich geheel bij de 
in het archiefdepót aanwezige stukken van oud-rechtelijkenaard 
van Culemborg aan. Op eene aan dit verslag toegevoegde lijst 
worden de overgegevene stukken vermeld. 

Arnhemy den 27 Februari 1902. 

De Rijksarchivaris in Gelderland^ 

J. F. BiJLEVKLD. 



Digitized by 



Google 



171 



LIJST 

yan stukken van oud-rechterl\jkcii aard op 15 Juni 1901 over- 
genomen van het Gemeentebestuur van Culemborg. 



I. Registers van Schepenkennissen, loopende van: 

10. 15 April 1520 tot 24 December 1534, ongefolieerd, 
geschreven op perkament, perk. band, gemerkt G, zonder 
register, folio; 

2^. 7 Februari 1535 tot 30 Januari 1557, ongefolieerd, 
geschreven op perkament, perk. band, gemerkt H, zonder 
register, folio; 

30. 30 Januari 1557 tot 9 December 1560, 287 folio's, 
geschreven op papier, zonder band, gemerkt I, zonder register, 
folio ; 

40 29 Januari 1561 tot 16 Mei 1566, 294 foUo's, ge- 
schreven op papier, perk. band, gemerkt K, zonder register, 
folio ; 

50. 17 Mei 1566 tot 19 Juni 1572, ongefolieerd, geschre- 
nen op papier, perk. band, gemerkt L, zonder register, 
folio ; 

60. 26 Juni 1572 tot 12 Februari 1584, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, perk. band, gemerkt M, zonder register, 
folio ; 

70. 17 Februari 1584 tot 26 April 1593, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, zonder band, gemerkt N, zonder register, 
folio; 

80. 26 April 1593 tot 10 Januari 1601, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, zonder band, gemerkt O, zonder register, 
folio ; 

90. 15 Januari 1601 tot 29 Januari 1608, 232 folio's, 
geschreven op papier, zonder band, gemerkt P, zonder 
register, folio; 



Digitized by 



Google 



172 

100. 30 Januari 1608 tot 10 Januari 1613, 200 folio's, 
geschreven op papier, perk. band, gemerkt Q, zonder regis- 
ter, folio ; 

110. 19 Februari 1617 tot 31 Mei 1622, 238 folio's, ge- 
schreven op papier, zonder band, gemerkt S, zonder register, 
folio ; 

120. 28 Juni 1622 tot 27 Februari 1627, 231 folio's, ge- 
schreven op papier, zonder band, gemerkt T, zonder register, 
folio ; 

130. 3 Maart 1627 tot 1 Juni 1633, 233 folio's, geschreven 
op papier, zonder band, gemerkt V, zonder register, folio ; 

140. 9 Juni 1639 tot 19 November 1646, 274 folio's, 
geschreven op papier, perk. band, gemerkt X, zonder register, 
folio ; 

150. 20 November 1646 tot 6 Juli 1653, 220 folio's, 
geschreven op papier, perk. band, gemerkt Y, zonder register, 
folio ; 

160. 9 Juli 1653 tot 18 Juni ]661, 267 folio's, ge- 
schreven op papier, zonder band, gemerkt Z, zonder register, 
folio ; 

170. 24 Juni 1661 tot 28 December 1671, 330 folio's, 
geschreven op papier, perk. band, gemerkt A A, zonder register, 
folio ; 

180. 17 Januari 1672 tot 5 Maart 1683, 379 folio's, ge- 
schreven op papier, perk. band, gemerkt B B, zonder r^ister, 
folio ; 

190. 26 Maart 1683 tot 7 Mei 1689, 36 eerste bladen ge- 
folieerd, geschreven op papier, perk. band, gemerkt C C, 
zonder register, folio; 

2a>. 15 Januari 1690 tot 15 November 1698, 271 folio's, 
geschreven op papier, zonder band, gemerkt D D, zonder 
register, folio. 

II. Register van schepenakten, als opdrachten, vestenissen, 
procuratiën enz., loopende van: 

1. 3 Januari 1540 tot 13 December 1546, ongefolieerd, 

f geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder register, 
olio; 

2. 25 Januari 1586 tot 31 October 1599, ongefolieerd, ge- 
schreven op perk., zonder band, ongemerkt^ zonder raster, 
folio. 

III. Minuten van Schepenkennissen, loopende van: 

1. 6 Januari 1717 tot 19 December 1719, een pakket; 

2. 9 Februari 1722 tot 13 Augustus 1729, een pakket 



Digitized by 



Google 



173 

IV. Registers van Procuratiën, loopende van: 

1. 14 December 1546 tot 3 Mei 1556, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

2. 1 Juni 1557 tot 1 Juni 1567, 190 folio's, gesebreven 
op papier, zonder band, ongemerkt, zonder register, folio ; 

3. 3 Juni 1567 tot 5 October 1580, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio. 

V. Registers van sententiën, loopende van: 

1. 21 November 1612 tot 26 Januari 1620, ongefo- 
lieerd, geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, 
zonder register, folio; 

2. 28 Januari 1620 tot 18 Juli 1640, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio. 

VI. Registers van gerichtelijke ajcten, accoorden enz., loo- 
nende van * 

1. 26 Maart 1613 tot 14 Februari 1624, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk. omslag, ongemerkt, zonder 
regieter, folio; 

2. 15 Februari 1624 tot 10 Februari 1635, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk. omslag, ongemerkt, zonder 
register, folio. 

3. 20 Februari 1635 tot 6 Januari 1646, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

4. 19 December 1645 tot 28 Maart 1651, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

5. 6 Maart 1655 tot 27 November 1668, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk: omslag, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

6. 17 December 1668 tot 1 October 1700, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk : band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

Vn. Registers, bevattende gerichtsroUen, loopende van : 

1. Donderdag na Pontianus (15 Januari) 1534 tot 
27 Februari 1549, ongefolieerd, geschreven op papier, 
perk : omslag, ongemerkt, zonder register, folio ; 



Digitized by 



Google 



174 

2. 23 Maart 1566 tot 30 Juni 1568, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk: omslag, ongemerkt, zonder 
register, folio ; 

3. 3 Juli 1568 tot 19 Mei 1571- ongefolieerd, geschre- 
ven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder register, 
folio ; 

4. 26 Mei 1571 tot 2 October 1574, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

5. 27 September 1578 tot 12 Mei 1584, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk: omslag, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

6. 20 Mei 1584 tot 27 November 1588, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register folio; 

7. 18 Juli 1598 tot 17 Juli 1602. ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

8. 10 Mei 1609 tot 11 Juli 1612, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

9. 2 December 1615 tot 5 Februari 1620, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

10. 2 Juli 1628 tot 10 April 1633, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, perk. omslag, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

11. 30 December 1637 tot 27 Februari 1639, ongefoli- 
eerd, geschreven op papier, perk : omslag, ongemerkt, 
zonder register, folio; 

12. 18 Januari 1640 tot 11 September 1640, ongefo- 
lieerd, geschreven op papier, perk : omslag, ongemerkt, 
zonder register, folio; 

13. 23 September 1640 tot 20 November 1641, onge- 
folieerd, geschreven op papier, perk: omslag, ongemerkt, 
zonder register, folio; 

14. 24 November 1641 tot 22 Februari 1643, ongefoli- 
eerd, geschreven op papier, perk : omslag, ongemerkt, 
zonder register, folio; 

15. 1 April 1647 tot 14 October 1648, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk: omslag, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

16. 11 Januari 1651 tot Augustus 1652, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio ; 



Digitized by 



Google 



175 

17. 27 October 1660 tot 9 Mei 1663, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk: band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

18. 19 Juni 1671 tot 3 October 1677, ongefolieerd, 
geschreven op papier, perk: band, ongemerkt, zonder 
register, folio. 

VIII. Losse akten van ordinaris gerichtsdagen, een pakket, 
18 December 1751 tot 12 Mei 1759. 

IX. Losse akten van extra-ordinaris gerichtsdagen, een pakket, 
10 April 1752 tot 24 April 1759. 

X. Registers van requesten aan den gerichte, loopende van : 

1. 23 Maart 1689 tot 8 Jnni 1739, 220 eerste bladz. 
gefolieerd, geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, 
zonder register, folio: 

2. 21 Februari 1807 tot 2 December 1809, 54 eerste 
bladz. gefolieerd, geschreven op papier, perk : band, onge- 
merkt, zonder register, folio. 

XI. Minuten van de politieroUe, een pakket, 19 Januari 1784 
tot 20 December 1784. 

XII. Register van certificatien, loopende van: 

1. 7 Januari 1540 tot 2 October 1549, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio; 

2. 5 Januari 1593 tot 28 Januari 1618, ongefolieerd. 
geschreven op papier, bordpapieren band, ongemerkt, 
zonder register, folio ; 

8. 27 Februari 1618 tot 31 December 1635, ongefoli- 
eerd, geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, 
zonder register, folio; 

4. 17 Januari 1636 tot 3 Juli 1663, ongefolieerd, ge- 
schreven op papier, zonder band, gemerkt D, zonder 
register, folio; 

5. 3 Juli 1663 tot 13 October 1707, ongefolieerd, 
geschreven op papier, zonder band, ongemerkt, zonder 
register, folio. 

Xni. Register van Consignatiën, loopende van 27 November 
1553 tot 5 Januari 1597, 129 folio's, geschreven op papier, 
perk : band, ongemerkt, zonder register, folio. 



Digitized by 



Google 



176 

XIV. Register van resolutien, appointementen en ordonnantien 
van betaling, loopende van 28 Maart 1604 tot 15 April 
1678; de eerste 13 bladz. gefolieerd, geschreven op papier, 
perk. omslag, ongemerkt, zonder register, folio. 

XV. Registers van resolutien, loopende van 2 October 1676 
tot 18 October 1680, ongefolieerd, geschreven op papier, - 
zonder band, ongemerkt, zonder register, folio. 

XVI, Gedeelte van een proces, voor het gericht te Culemborg 
gevoerd, tusschen Otto Splinter en Sebastiaan de Goijer 
in 1552, papier. 



Digitized by 



Google 



177 



Hét Rijksarchief in Noord-Hoiland. 

I. Toestand der bewaarplaats van het Archief, 

Het gebouw waarin het Archief gevestigd is, de voormalige 
Vleeschhal der gemeente Haarlem, oeantwoordt zeer goed aan 
de wenschen en behoeften en bevat ook de ruimte, welke voor 
de eerste tientallen van jaren ten dienste van het Archief vol- 
doende mag geacht worden. De toestand van deze bewaarplaats 
is in alle opzichten bevredigend, waarover men zich ook niet 
zal verwonderen wanneer in aanmerking genomen wordt, dat 
aan de Hal nog maar vijf jaren geleden ongemeen groote her- 
stellingen zijn verricht en verbeteringen aangebracht, om haar 
voor de nieuwe bestemming geschikt te maken. 

In het gewoon onderhoud wordt naar eisch voorzien. Volgens 
de bepalingen van het bestek, is in den zomer van 1901 een 
nieuw dek gelegd over den ouden vloer van den zolder, en 
zeker zöl te zijnen tijde het overgebleven gedeelte op dezelfde 
wijze verbeterd worden. 

Dikwijls had men zich te bedroeven over verregaande veront- 
reiniging van de buiten-muren, deuren en keldervensters, waar- 
van de gevolgen maar al te dikwijls in het gebouw te bespeuren 
waren. Dewijl herhaalde klachten bij de bevoegde macht, weinig 
of geene uitwerking hebben gehad, mag men het er voor houden, 
dat dit kwaad bezwaarlijk is te keeren. 

De conciërge IJsbrand van Zonen vroeg en verkreeg zijn eervol 
ontslag tegen 1 April 1901 ; in zijne plaats werd benoemd W. 
Hensseriy te Utrecht, die met den 1 Juli zijne betrekking aan- 
vaardde. Dewijl de voor hem bestemde woning wat weinig 
ruimte aanbood voor zijn gezin, werden tengevolge der goed- 
gunstige beschikking van Uwe Excellentie twee slaapkamers 
getimmerd in de grondverdieping van de Hal, welke goed vol- 
doen aan de behoefte en waarmede de belanghebbende naar 
wensch geholpen is. 

Het ameublement van het Archief is niet vermeerderd of 
venninderd. Het voorhandene voldoet'aan de behoefte en bevindt 
zich in behoorlijken staat van onderhoud. 

(1901) 12 



Digitized by 



Google 



178 

II. Toestand van reddings- en brandbluschmiddelen. 

In het vorig Verslag is gesproken over de wenschelijkheid 
eene brandkraan te plaatsen op den zolder. Hetgeen daar gezegd 
werd heeft weerklank gevonden bij Uwe Excellentie en reeds 
in het voorjaar van 1901, is ook ter plaatse genoemd, eene 
brandkraan, met slang en straalpijp gesteld, alles omhuld door 
een verschuifbaar kastje met aubbele wanden, waartusschen 
slakkewol, ter beveiliging tegen vorst. 

Thans bevindt zich dus op elke verdieping van het gebouw 
eene brandkraan ; allen worden gevoed door de waterleiding en 
zijn van de vereischte slangen en straalpijpen voorzien. 

In de groote hal, beneden, en op de verdieping der dienst- 
lokalen staan twee geladen eztincteurs en bij elk er van zijn 
twaalf groote brandzakken geborgen. In elk vertrek, groot of 
klein, worden vier brandgranaten aangetroffen om bij een begin 
van brand, tot blussching te worden aangewend. Het ontbreekt 
dus niet aan hulpmiddelen om brand in zijn beginsel te stuiten 
of te blusschen, maar het is te hopen, dat het nooit zoo ver 
zal komen. 

De inrichting der brandweer is den 25 Juni 1901 nagezien 
door den Kommandant van het Corps brandblusschers met twee 
zijner oflScieren, en dit bezoek gafgeene leiding tot opmerkingen. 
Den 30 Sentember 1901 werd alles in oogenschouw genomen 
door den Opzichter P. de Wilde en ook bij die gelegenheid 
werden geene aanmerkingen gehoord. 

III. Toestand der Archiefverzamelingen. 

Er wordt alle moeite aangewend om het Archief in een staat 
en toestand te brengen, die het behoud er van behoorlijk ver- 
zekeren. Dit is altijd het streven geweest, en blijft, gelijkt betaamt, 
het doel van eene gestadige zorg. Dientengevolge wordt lang- 
zamerhand verwezenlijkt wat vroeger bijna onbereikbaar scheen, 
namelijk alle registers, geen enkel ui^ezonderd, onderhanden 
te nemen en oordeelkundig op te knappen. Het is niet noodig 
breed uit te weiden over den verregaanden staat van verwaar- 
loozing waarin de meeste archieven, hier aankomende, zich be- 
vinden, maar wel mag gezegd worden, dat meermalen gewanhoopt 
is, wat goeds te maken van de stapels gescheurde, gehavende 
en aan flarden liggende registers, welke een hoofdbestanddeel 
vormden van dit Archief. Doch een onvermoeide arbeid, die alles 
te boven komt, heeft hier ook het zijne gedaan. Een g^oot 
gedeelte der registers is in de laatstejaren hersteld en van nieuwe 
banden voorzien: in 1901 werd ook weder veel tot verbetering 



Digitized by 



Google 



179 

verricht, want één boekbinder was het geheele jaar, een andere 
yele maanden van het jaar hier aan het werk, met de uitkomst 
dat 592 Twisters werden in orde gebracht en overgebonden. 

De charters zijn goed bewaard en voor het meerendeel gaaf 
en weinig geschonden. De zegels zijn niet talrijk en niet merk- 
waardig. 

Het stempelen der losse stukken en registers gaat zeer goed 
voort, dewijl de Conciërge er gestadig mede bezig is. 



IV. Werkzaan^ieden en voortgang der ordening en inventarisatie 
van het Archief. 

De Inventaris van het Archief der Heerlijkheid en van de 
gemeente Spanbroek is in het vorige jaar van bladwijzers voor- 
zien, verder voor de pers gereed gemaakt en in druk verschenen. 

Het Archief van de gemeente Warmenhuizen, waarbij een en 
ander over de heerlijkheid, is geordend, beschreven en de Inven- 
taris er van wordt hierbij overgelegd. 

Uit de registers, behoorende tot de oude rechterlijke Archieven, 
zijn in verloop van tijd eene menigte losse stukken, welke daar 
niet op hunne plaats waren, te voorschijn gekomen. Deze werden 
nu uitgezocht, gerangschikt naar de onderscheidene Schepen- 
banken en liggen gereed om ingevoegd te worden in de verza- 
melingen waar zij behooren. 

Hetgeen hier voorhanden is aan Schepenarchieven van Texel 
en Terschelling werd uitgezocht en geregeld en aldus was afge- 
daan met de kleinere gemeenten, in een vorig Verslag breed- 
voeriger vermeld. 

Een en andere arbeid had zijne waarde, om te geraken tot 
eene volledige beschrijving en inventarisatie van het Archief. 



V. Opgave der in druk uitgegeven bescheiden. 

Het is wel mogelijk, dat aanteekeningen door bezoekers ge- 
maakt, gedrukt zijn geworden, maar het is niet bekend, dat dit 
het geval was met den volledigen tekst van stukken en beschei- 
den uit dit Archief. 

VI. Aanmnsten en verliezen. 

De vermeerderingen van het Archief waren niet talrijk maar 
zeer welkom, vooral omdat zij leemten en gapingen aanvulden. 



Digitized by 



Google 



180 

Door den Bij ks- Archivaris in Utrecht toerd overgebracht. 

Cartularium van de Commanderij van St. Jan te Haarlem. Vier 
registers 15« — 16* eeuwen. 
Prothocol dier Commanderij A». 1572. Een register. 

Door den Archivaris der gemeente Amsterdam, 

Notulen van de Departementale (Provinciale) Commiseie van 
Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht, resideerende te Haarlem, 
van 9 April 1828 tot 12 April 1832. Een register. 

Door den Archivaris der gemeente Alkmaar, 

Transportregister van de vrije heerlijkheid Bergen in Kenne- 
merland, van 15 Januari 1737 tot 27 November 1747. Een 
register. 

Voorts een en zestig oude eiken houten charter-kistjes, ge- 
schonken door den Rijks- Archivaris in utrecht, waarvan er weder 
twintig werden overgegeven aan den Rijks- Archivaris in Zeeland. 

De Bibliotheek werd met Geschenken 

ruim bedacht. Op die wijze ontving het Archief 

Van Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandschi Zaken. 

Verslagen omtrent 's Rijks Verzamelingen van Geschiedenis en 
Kunst XXII 1899. 8». 

Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven XXII 1899, 
XXIIl 1900. 80. 

Derde Verslag van Onderzoekingen naar Archivalia te Parijs, 
belangrijk voor de Geschiedenis van Nederland, door 6. Busken 
Huet. 80. 1901. 

Verslag van Onderzoekingen naar Archivalia in Italië, belang- 
rijk voor de Geschiedenis van Nederland, door Prof. P. J. B!<^. 
80. 1901, 

Publications de la Société historique et archéologique dans Ie 
Duché de Limbourg. Tóme XXXVI. 1900. 8o. 

Woordenboek der Nederlandsche Taal, door Prof. De Vries. 
Deel II, afl. 16. 8o. 1901. 

Middel-Nederlandsch Woordenboek, door Prof. Verwijs en 
Verdam. Deel V, afl. 6—9. 8o. 1901. 

Van den Algemeenen Bijks-Archivaris te ^s-Gravenhage. 

Keuren en Privilegiën des lands ende heerlijckheyts van 
Voorne en Heenvliet. #. 1717. 



Digitized by 



Google 



181 

Conventie tosschen Baljuw en Leenmannen van Voorne, met 
eenige Ambachtsheeren. 49. 1771. 

Ordonnantie op het Wagenveer tusschen Briel en Hellevoet- 
dulB. 80. 1781. 

Limietkaart der Crimineele jurisdictie tusschen Zuid- en West 
Voorne, met Resol. der Staten van Holland en West-Friesland 
van 23 October 1787. 

Van den Rijks-Archivaria in Groningen. 

Catalogus der Inventarissen van de Archieven der voormalige 
Zijlvestenijen en Dijkrechten in de Provincie Groningen, door 
Jlff. J. A. Feith. 80. 1901. 

Hois-Archief AUersma, door Mr. J. A. Feith. 8o. 1901. 

Inventaris van het huis-Archief Parmsura, door Mr. C. P. L. 
Butgers. 8». 1901. 

Familie-Archief van het geslacht van Bolhuis te Warfifum, 
door Mr. C. P. L. Butgers. 8o. 1901. 

Van den Rijke-Archivaris in Overijssel. 

Lijst der Doop-, Trouw- en Dood-boeken in de Burgerlijke en 
Kerkelijke Gemeenten in de Provincie Overijssel, benevens Over- 
ncht van de Kerkelijke Archieven in die Provincie. 8o. 

Overzicht der Doop-, Trouw- en Doodboeken berustende in 



Gei 



het Oud-Archief der Gemeente Zwolle. 

Van den Rijks- Archivaris in Noord-Braibant. 

Verslag omtrent de Oude Gemeente- en Waterschaps Archie- 
ven in Noord-Brabant. 1900 en 1901. 8». 

Van den Bijks-Archivaris in Limburg. 
De Rijks- Archieven te Roermond in 1900 en 1901. 8o. 

Van de Commisne over het Provinciaal Museum van Oudheden en 
Geschiedkundige Voorwerpen in Drenthe. 

Verslag over 1900. 8». 

Van den Archivaris der Gemeente Dordrecht. 

Verslag van het Archief over 1900. 8o. 



Digitized by 



Google 



182 

Van den Archivaris der Gemeente Rotterdam. 

Verslag van de Commissie van het Archief der Gemeente 
Rotterdam over 1900. 8». 

Van het Gemeentebestuur van Leeuwarden. 

Catalogus van de Stedelijke Bibliotheek van Leeuwarden en 
van de Prentverzameling aldaar door W. Eekhof. Met Tweede 
Supplement door H. Visscher. S^. 1870—1901. Drie deelen. 

Van den Directeur van het Pensioenfonds voor Weduwen en Weezen 
van Burgerlijke Ambtenaren, 

Tweede wetenschappelijke balans van het fonds. #. 1901. 

Van den Eersten Geneesheer-Directeur van het Gesticht Meerenberg. 

Krankzinnigen-verpleging in de eerste helft der vorige eeuw 
door Dr. J. van Deventer Sz. 8o. 1901. 

Van de Erven James de Fremery. 

Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot het einde van 
het HoUandsche Huis. Supplement bewerkt door James de 
Fremery. 4«. 1901. 

Van Mr. R. Fruin Th.Ae. 

Servitia, tienden en exemtie-gelden te Middelburg. 8ö. 1901. 
(Overdruk). 

Van Mr. Frank K. van hennep. 

Verzameling van oorkonden betrekking hebbende op het Ge- 
slacht van Lennep (1093—1900). Bijeengebracht door den Schen- 
ker. 40. 1901. Deel I. 

Van den heer A. W. Sijthof. 

Platen-atlas ten gebruike bij het Onderwijs in de Geschie- 
denis van het Vaderland, door Dr. M. G. de Boer en fl. Het- 
tema Iz. Tweede verbeterde druk. (1901). 



Digitized by 



Google 



183 

Beknopt Leerboek der G^schiedeDis van het Vaderland, door 
Dr. M. G. de Boer. 8^. Leiden. 

Verder is de Bibliotheek vermeerderd met de volgende boeken, 
welke werden 

Aangekocht : 

E, Wrangel. Zweden en de Nederlanden, gedurende de 17® 
eeuw. 8«. 1901. 

P. Bar. Nederlandsche Oorlogen, F». 1679—1684. Acht deelen. 

Comte d'Avaux. Négociations en HoUande 1679—1684. »\ 
1752-1753. Six vol. 

A. Kluit. Historie der HoUandsche Staatsregering tot aan het 
jaar 1795. 8o. 1802—1805. Vijf deelen. 

Mr. 8. J. Fockema Andreae. Bijdragen tot de Nederlandsche 
Recbtegeschiedenis. Hoofdstukken uit de geschiedenis van Rechts- 
macht en Rechtsvorming. 8^. 1900. 

-K. Fruin. Geschiedenis der Staatsinstellingen in Nederland 
tot den val der Republiek. Uitgegeven door Dr. H. T. Colen- 
brander, 80. 1901. 

Robert Fruin's Verspreide geschriften, afl. 16—27. 8o. 1901. 

Nijhoff en Fruin. Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis 
en Oudheidkunde. Vierde Reeks. Tweede Deel. Afl. 1. 8o. 1901. 

Dr. P. J. Muller e. a. Geschiedkundige Opstellen. 8o. 1894. 

Werken der Vereeniging tot Uitgave der bronnen van het 
Oude Vaderlandsche Recht: 

Dr. J. 8. van Veen. Rechtsbronnen der Stad Tiel. 8«. 1901. 
Verslagen en Mededeelingen. Vierde Deel n^. IV. 8o. 

X. Sehmedding. De Regeering van Frederik van Blankenheim, 
bisschop van Utrecht. 8o. 1899. 

Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem. 
Deel XXVI. 8». 1901. 



Digitized by 



Google 



184 

Bakhuizen van den Brifik. Het Nederlandsche Rijksarchief. 
80. 1857. 

Mr. /. G. C. Jooating. Het Rijksarchief in Drenthe. 8^. 1901. 

Louis D. PetiL Bibliotheek van Nederlandsche pamfletten 
(Verz. Thijsius en Univers: Bibliotheek Leiden) 4». 1882—1884. 
Twee deelen. 

/. W, Wijndélts. Catalogus van Akademische Proefschriften 
1815—1900. 80. 1901. Aflev. 1, 

Oud-Holland. Negentiende Jaargang. 4o. 1901. 

E, W, Moes. Iconographia Bateva. Afl. 29-30. 4o. 1901. 

Le Comte Maurin Nahuys, Histoire numisinatique du Roy- 
aume de Holland^ sous le règne de S. M. Louis Napoléon. 
40. 1858. 

Jhr. O. H, C. A, van Sypesteyn. Geschiedkundige Verzame- 
lingen I. De Prinsen van Oranje-Nassau in 's-Gravenhage. 
Penningen, Medaillons, Draagteekens. Miniaturen enz. 4o. (1901). 

Mr. E, Bergsma. Over de Weeskamers in Holland en Zeeland. 
80. 1855. 

Mr. N. de Roever. De Amsterdamsche Weeskamer. 8o. 1878. 

Dr. P. Q, Brondgeest. Bijdragen tot de geschiedenis van het 
Klooster en de Balije van St. Catharina, der Johannieten-ridders 
en van het Driekoningen gasthuis te Utrecht. 8o. 1901. 

/. ter Gouw. Over den oorsprong van het Geslacht van Brede- 
rode. 80. 1864. 



VII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van belang- 
rijke onuitgegeven bescheiden, voor het Archief der Provincie 
van gewicht en berustende in andere binnen- en buiten- 
landsche archieven. 

Geene pogingen van dien aard zijn gedaan, omdat niet aan 
het licht is gekomen, dat voor Noord-Holland belangrijke be- 
scheiden, elders ontdekt zijn. 



Digitized by 



Google 



185 

VIII. Gebruik tfan het Archief gemaakt en inlichtingen verstrekt 
aan autoriteiten en particulieren. 

Door de nagenoemde personen werden onderzoekingen in het 
archief verricht, voor de belangen achter hunne namen vermeld. 

Mr. A. S. de Blécourt nasporingen in de Grafelijkheids registers. 

Mr. A, A. del Court tot Krimpen te Velp. Inlichtingen gezocht 
in het Archief der Baljuwen en Houtvesters van Brederode. 

Johan E. Elias, te Amsterdam, naar bezitters van hofsteden 
onder Velsen. 

ƒ. W. Enschedé onderzoek in de oude octrooiregisters. 

A, M. C, van Etten. Ingenieur te Amsterdam, naar voormalige 
eigenaars der hofstede „Overmeer" onder Nieuwer-Amstel. 

P. B, J. Ferf. Hagiografisch onderzoek. 

. Th. Homans, te Santpoort, voor genealogische bijzonderheden. 

W. (71 Kemkamp, Archivaris van Edam, nasporingen in de 
transportregisters en schepenroUen van Edam. 

B. H. Klönne, te Amsterdam, navorschingen aangaande het 
Drostambt. 

J. Kramer, inlichtingen ter zake der erfenis Neeltje Pater. 

P. Th. A. de Laat, voor genealogie de Vriendt— Ego. 

P. P. Landsman, te Assendelfb, naar geschiedkundige bijzon- 
derheden zijner woonplaats. 

B. W. Lob, Notaris te Uitgeest, nalezen van oude transport- 
akten. a« 1811. 

W. Meijer, te *s-Gravenhage, nasporingen in de transport- 
registers van Nieuwer Amstel. 

P. J. Raeskin, om wetenswaardigheden aangaande Jan van Eyck. 

Provinciaal Archivaris Saxild uit Wyborg, Denemarken, onder- 
zoek naar de inrichting van het Archief. 

Mr. W. R. Veder, Archivaris van Amsterdam, navorschingen 
in de transportregisters van Nieuwer-Amstel. 



Digitized by 



Google 



186 

Mr. P. Ver Loren van Themcuit, te Utrecht,* bijzonderheden 
geput uit de registers der overdrachten en verbanden van Hoorn 
en banne van dien. 

J, de Wit, te Koog aan de Zaan, nasporingen in de Grafelijk- 
heidsregisters. 

De heer algemeene Rijks Archivaris bezocht het Archief den 
19 December 1901 ter inspectie. 

De Eerste-Luitenant der Infanterie W, K. van Borselen was in 
de eerste en in de laatste maanden van het jaar weder op het 
Archief werkzaam, om ten behoeve van het Departement van 
Oorlog, bouwstoffen te verzamelen voor eene Krijgsgeschiedenis 
van Nederland. 

Krachtens Uwe machtiging werden den Archivaris van Rot- 
terdam toegezonden vele Grafelijkheidsregisters en Memorialen 
van het Hof van Holland, om daar uittreksels van te maken. 

En werd op het Archief der gemeente Alkmaar nedergelegd 
een genealogisch-historisch dagboek van die Stad uit de 18e 
eeuw, om geraadpleegd te worden door Mr. B, van der Feen 
de LilUy Griffier der Arrondissements Rechtbank aldaar. 

Ter behoorlijken tijde en in gewenschte orde is een en ander 
hier weder teruggekeerd. 

Ook in het afgeloopen jaar ontbrak het niet aan gelegenheid 
of aanleiding, om het Archief nuttig te doen wezen voor besturen 
of bijzondere personen en hetgeen in dien geest is verricht, 
wordt in een kort woord hier vermeld: 

Aan den Archivaris der gemeente Alkmaar werd op zijn ver- 
zoek verschaft, afschrift van het octrooi van 20 November 1532 
tot bedijking van de Achtermeer bij Alkmaar. 

Voor den Archivaris van Edam werden uit het algemeen 
Rijks-Archief te 's-Gravenhage ontvangeji een paar zegels van 
die gemeente, aan charters hangende, welke verzocht waren, te 
mogen volgen bij een te snijden wapen. Aan dienzelfden amb- 
tenaar werden verschillende inlichtingen verschaft, hier opgezocht 
in oude veilingregisters van Edam, aangaande de Luthersche 
Kerk aldaar. 

Ten behoeve van den Secretaris der gemeente Beverwijk 
werden uitgezocht en op den Inventaris van het Archief bijge- 
schreven, eene partij oude stukken, niet lang geleden te voorschijn 
gekomen en alweder strekkende tot aanvulUng van reeds voor- 
handen bundels. 



Digitized by 



Google 



187 

De heer C. W: de Sauvage Nolting^ te Amsterdam, ontving velerlei 
inlichtingen omtrent eene prijsvraag, in 1761 uitgeschreven door 
de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, 
beantwoord door Jaques Ballaserd, die bekroond werd. 

Aan Prof. Paul Fredericq te Gent, werden mededeelingen ver- 
strekt over aflaatbrieven uit de 15* en 16« eeuwen. 

Over de jurisdtetie van Medemblik in vroegere tijden, werd, 
naar aanleiding van de bekende geschillen over de tienden, 
eenige opheldering verschaft aan Mr. A. M. PleytCj Advocaat- 
Generaal bij het Gerechtshof te Amsterdam. 

Ten behoeve van Mr. E, P, M. Kraakman^ Advocaat en 
Procureur, te Alkmaar, werd onderzoek gedaan naar den titel 
van aankomst der tienden van Heer-Hugowaard en ook naar 
den oorsprong van erfdienstbaarheid op gronden te Huiswaard 
en in Koedijk. 

Aan den heer A. van Poelgeest, Predikant te Castricum, werd 
verschaft eene lijst van geschiedbronnen dier gemeente. 

Aan Mr. Frank K, van Lennep, Advocaat en Procureur te 
Amsterdam, werden inlichtingen gegeven aangaande den eigen- 
doms overgang in 1804 van een huis te Hilversum en ook werd 
te zijnen behoeve in de transport-registers van Blaricum — Laren 
een uitvoerig onderzoek gedaan, over tal van jaren, naar per- 
sonen van den naam Vos. 

De heer M, Visser te Schagen, ontving op zijn verzoek eene 
mededeeling, dat door de Staten van Holland en West-Friesland 
deu 27 Februari 1603 aan den Heer van Schagen octrooi is 
verleend voor eene vrije jaarlijksche paardenmarkt aldaar. 

Den Heer /. C, Boon, Predikant te Beverwijk, werd overeen- 
komstig zijne wenschen, eene lijst geleverd van de stukken 
betrekking hebbende op kerkelijke zaken, berustende in de 
Archieven van Beverwijk. 

Voor den Heer A, M. C, van Etten, werden in de transport- 
registers van Nieuwer-Amstel de namen opgespoord der opvol- 
gende bezitters van de hofstede „Overmeer" aan den Amstel. 

Ten behoeve van den Heer G. J. Honig, te Zaandijk, werd 
gemaakt afschrift van vier akten uit het Cartularium der Com- 
manderij van S*. Jan. 

Voor den Heer L. Scholte, Predikant te Spanbroek, werd een 
ïeer uitgebreid en wijdloopig onderzoek verricht, naar de her- 
komst en geschiedenis van erfpachten der Hervormde Kerk en 
Armen aldaar, en ook werd hem verschaft afschrift van eenige 
akten, daarop betrekking hebbende. 



Digitized by 



Google 



1 



188 

Op verzoek van den Heer ff. J. W, Koolemana Beynen^ Luite- 
nant-Kolonel van den Generalen Staf te •'s-Gravenhage, werd 
wel onderzocht, waar in de nabijheid van Alkmaar is te 
zoeken zekere waterkeering, bij een verhoor in 1799 de Sndl- 
lendijk genoemd, maar het is niet gelukt de gewenechte bijzonder- 
heden te ontdekken. 

De Heer /. A. Driessen^ te Alkmaar, verlangde te weten den 
oorsprong van een fonds Bogtman. Maar de hem gevraagde 
allernoodzakelijkste aanduidingen om een onderzoek dfiaromtrent 
te beginnen, zijn nimmer ontvangen. 

Aan den Heer H. J. Zondag, Pastoor te Vogelensang, werden 
opgaven gedaan van heraldieken aard. 

De heer B. E. Klönne, Rector van het Beggijnhof te Amster- 
dam, ontving naar zijn verlangen, afschrift van het rapport 
22 Mei 1810, van den Assessor Horbag aan den Landdrost van 
Amstelland, betreffende de Beggijnenkerk te Amsterdam. 

Voor Mr. J. F. Boeker, Advocaat en Procureur te Amsterdam 
werd afschrift gemaakt der transportakten 's-Gravenland van de 
hofsteden Schapenburg 16 October 1802, 's-Gravenhoek 14 April 
1804 en Swaanenburg 12 October 1805. 

Niet geheel zonder belang voor de Kerkvoogdij der Hervormde 
Kerk te Limmen werd het geacht, afteekening te nemen van 
aldaar hangende rouwkassen ter gedachtenis der Ambachtsheeren 
Du Peyrou. 

IX. ÜUkomat wm de bemoeiingen met Oemeente-, WaUrschaps- en 
andere Archieven, 

Behalve hetgeen dienaangaande in het vorig hoofdstuk reeds 
mocht zijn vermeld, kan hier nog worden medegedeeld, dat 
overeenkomstig den inhoud der missive van Uwe Excellentie 
van 28 April 1893 N«. 813 afd. K. W., door mij een onderzoek 
is ingesteld naar de veiligheid der bewaarplaats, den toestand 
en de behandeling der rechterlijke archieven berustende bij de 
gemeenten Amsterdam en Haarlem, en er is mij gebleken, dat 
een en ander niet te wenschen overlaat 

De Rijksarchivaris in NoordrEoüand^ 

C. J. GONNET. 

Haarlem, 26 Februari 1902. 



Digitized by 



Google 



INVENTARIS 



VAN HET 



ARCHIEF DER GEMEENTE 

WARMENHÜIZEN. 

1901. 



Digitized by 



Google 



Digitized by 



Google 



191 



INLEIDINGh. 



Wannenhiiizen Ir eene landelijke gemeente, ongeveer 2.15 uur 
ten noorden van Alkmaar gelegen. Het wordt omringd door 
Ënigenburg, Haringkarspel, Oud-Karspel en Schoorl; Krabben- 
dam, en Schoorldam ten deele, behooren er onder. De bevolking 
bedrog op 31 December 1901, 1573 zielen. Eene groote merk- 
waardigheid was voorheen, het door Joan van Scorel in 1525 
bttchilderde gewelf der kerk, waarvap het gedeelte boven het 
koor, het eenig overgeblevene, sedert 1893 geplaatst is in een 
bijgebouw van het Rijksmuseum te Amsterdam. 

Het Archief van Warmenhuizen is in bewaring gegeven bij 
het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland. Een afzonderlijk 
Archief der heerlijkheid is niet gevonden. Doch een zeker ge- 
deelte der bescheiden handelt uitsluitend of voornamelijk over 
de heerlijkheid en heerlijkheidsrechten, en de beschrijving dier 
documenten volgt het eerst. 

Dewijl de lotgevallen van vele gemeenten, en ook van War- 
menhuizen, nauw samengeweven zijn, met die der Ambachts- 
heeren, welke er gezag uitoefenden, mag het belangrijk gerekend 
worden te weten, wie met Warmenhuizen beleend werden of 
geweest moeten zijn. Doch vóór 1607, het jaar waarin de bezit- 
tingen van den Graaf van Egmond werden verkocht, is het 
moeilijk alle beleeningen nauwkeurig op te geven. 

Waarschijnlijk is dit te wijten aan de omstandigheid, dat 
Warmenhuizen vroeger meestal tegelijk met de heerlijkheid of 
bet graafschap Egmond in leen is uitgegeven, en dit laatste, als 
het voornaamste, alleen penoemd werd onder bijvoeging „met 
alzolke heerlijkheden en goederen als daartoe behooren". Soms 
werden de namen der leenen geheel weggelaten en is eenvoudig 
vermeld, dat de leenen van Egmond aan een ander lid van dat 
geslacht waren overgegaan. 

In 1290 is Warmenhuizen aan Egmond gekomen. 



Digitized by 



Google 



192 

De volgende lijst bevat eenige opgaven van de leénheeren en 
vrouwen in de latere eeuwen. (1) 

Pinksteravond 1290. Floris Graaf van Holland bevestigt de 
ruil die zijn oom Floris met Willem heer van Egmonde gedaan 
heeft van de dorpen Oud-Karspel, Ouddorp, Wadway, Spanbroek 
en Oterleek, tegen het ambacht van Warmenhuizen met tienden, 
visscherijen, sluizen, wateringen, vogelrijen, in hoghe, in laghe, 
in vervalle, hoe datter binnen vervallen mach, vrilike an hals en 
hoeft te rechten als wi over ons selves luden rechten, vrilike 
van ons te houden te lienne, ghelicke dat wij tselve houden. 

Zonder datum. 

Lijst van het goed dat Wouter van Egmond van den Graaf 
van Holland ontvangen heeft: „Inden eersten Wermenhusen, 
Item^" enz. 

Woensdag na Dertiendag 1316. 

Willem Graaf van Holland, bevestigt de lijftucht van 2O0 
HoU. \è 'ajaars die Wouter van Egmond, 's graven knaap aan 
Beatricen (van den Doertoghe) zijne vrouw, gegeven he^ uit 
de tienden van Waermenhuysen en van Harinkerspel en uit de 
de visscherij van Warmenhuysen, die Wouter van den Graaf in 
leen heeft. 

Woensdag na St. Nicolaasdag 1327. 

Graaf Willem verklaart dat Jan Wouterszone van Egmond, 
die binnen kort zijne jaren hebbe zoude, niet verzuimen zal 
voor zekeren tijd, in het niet verzoeken van zijn goed dat hij 
van den Graaf schuldig is te houden. 

Woensdag na Jaarsdag 1351. 

Hertog Willem beleent Jan heer van Egmond met alzulk 
goed als hij en zijne voorouders „plagten" te houden. 

18 Juni 1355. 

Hertog Willem bevestigt de lijftucht van 59 8 13 s. 7 d. die 
Jan van Egmond bij brief Sabbati post Odulphi 1355 gemaakt 
heeft aan Ghioten van IJsselsteyn, zijne ecntgenoote, uit de 
visscherij binnen het ambacht van Weermenhusen en van 
Hemingkerspel. 



(1) Deze opgaven zijn te danken aan de mededeelingen van den Heer 
algemeen Rijks-Archivaris te 's-Gravenhage. 



Digitized by 



Google 



193 

Paaschdag 1370. 

Notitie dat Arent van Egmond van hertog Aelbrecbt ontving 
alsulk goed, als hem aanbestorven is van den heer van Egmond. 

11 Augustus* 1396. 

Confirmatie door hertog Aelbrecht ten behoeve van heer 
Arent van Egmond, heer van IJsselsteyn, van zulke brieven en 
handvesten, als hij heeft rakende de heerlijkheid van Egmond 
en andere leengoederen. 

17 Februari 1404. 

Notitie dat hertog Willem beleende den heer van Egmond en 
van Usselsteyn met alsulk goed, als hij tot dezen dage toe van 
de graaflijkheid van Holland in leen gehouden heeft. 

Zonder datum, doch volgt op een brief van 30 Maart 1409. 

Hertog Willem consenteert den heer van Egmond en van 
Uaselsteyn, dat hij door vsran verzoek tusschen dit en St. Jacobs- 
dag naastkomende, niet zal verzuimen nog verbeuren zulken 
dote, heerlijkheden, landen en goederen, als hem van heer 
Arent van Egmond, zijn vader, aangekomen waren. 

5 Mei 1416. 

Hertog Willem doet aantasten de heerlijkheden en goederen 
van Egmond met alle heerlijkheden en goederen, welke heer 
Jan van Egmond had liggende in de landen van Noordholland 
en West-Friesland, en dat om groote en omstandelijke breuken, 
door voornoemden heer tegen den hertog-zelven begaan. 

15 Mei 1421. 

Hertog Johan van Beieren beleent Jan Heer van Egmond 
en van IJsselsteyn in hoge ende lage met de heerlijkheden 
Wermenhuizen, Herenkerspel en het Noord-Ambacht van Petten 
c. a. voor een onversterfelijk leen. 

3 Juni 1421. 

Hertog Johan van Beieren vergunt zijn neef den heere van 
Egmond en zijne erven, zijne heerlijkheden en goederen te 
r^eeren en te gebruiken gelijk zijne voorvaders gedaan hebben, 
vóór den tijd dat hem zijne voorsz. goederen en heerlijkheden 
genomen werden. 

4 Augustus 1426. 

Notitie dat Hertog Philips van Bourgondie beleende den heer 
van Egmond met al zijne goederen. 

(1901) 13 



Digitized by 



Google — 



194 

St. Pontiaensdag 1430. 

Vrouwe Jacoba beleent Johan heer van Egmond, met alznlke 
heerlijkheden en goederen, als zijne voorouders en hij tot hiertoe 
van de graaflijkheid van Holland gehouden hebben, den hof- 
steden van Egmond en van Dsselsteyn toebehoorende. 

4 April 1435. 

Hertog Philips van Bourgondië beleent Johan heer van 
Egmond, de heerlijkheid en goed 't Egmond met toebehooren 
en met alzulke heerlijkheden en goederen als tot de hofetede 
van Egmond tot dezen tijd behooren. 

19 April 1469. 

Jacob van Poelgeest, Abt van Egmond, geeft de leenere van 
de heerlijkheid Egmond met al hetgeen daartoe behoort, aan 
Johan oudsten zoon van Willem, broeder tot Gelre, heer tot 
Egmond, IJsselsteyn, Baer etc. na opdracht door den vader. 

12 November 1486. 

Keizer Maximiliaan geeft Johan graaf van Egmond en zijne 
wettige erfgenamen, Egmond tot een graafschap en adeujk 
rijksleen, oock met de heerlijkheden van het steedken en slot 
van Purmerende met de plaatse genoemd Neck, Purmerland en 
Ilpendam met alle toebehooren van het voorsz. graa&chap. 

9 Maart 1530. 

Keizer Karel beleent Charles, graaf van Egmond, bij opdracht 
van Fran9oi8e van Luxemburg, gravin douairière van Egmond, 
als tutrice van haren oudsten zoon Charles voornoemd, met het 
slot en huis van Egmond, metter Vrijerhoeve ende anders zijnen 
toebehooren en appendentiën binnen de iimiten, verklaard in 
de daarbij gemelde brieven, als principal stock ende stamme 
van de graaflijkheid van Egmond daer de steede van Purme- 
rende, mitsgaders Purmerland, Neck, Dpendam, Backum, War- 
menhuysen, Harinccarspel, Oudecarspel, JPetten ende Huisduinen 
aen geannexeert zijn. 

15 December 1542. 

Keizer Karel beleent Lamoraal graaf van Egmond, heer tot 
Baer, etc bij doode van Jhr. Charles, in leven graaf van Egmond, 
met het slot en huis van Egmond metter Vrijerhoeve ende 
anderen toebehooren etc. tot een onversterfelijk erfleen. 

15 Juni 1578. 

Philips etc. beleent Philips van Egmond, prins van Gaveren, 
na opdracht door zijne moeder, prinses douairière van Gaveren, 



Digitized by 



Google 



195 

gravin van Egmond, etc met het huis en slot van Egmond 
metter Vrijerhoeve ende andere steden ende dorpen met aJle den 
toebehoerten en appendentien, daer de Stede van Purmereynde 
metten andere plaetse ende dorpen begrepen in de voorsz 
graeffelicheyt te weten: Purmerlanat, Neck, Ilpendam, Baccum, 
Warmenhuysen, Harinckarspel, Oudkarspel, Petten ende Huys- 
duynen, geannexeert sijn, te houden in een eynckel onversterfie- 
lick erffleen ende graafschap. 

7 Juli 1595. 

De Staten van Holland en West-Priesland verklaren dat 
volgens de rechten, ordonnantiën en gebruiken van den voorz. 
lande, de graafschap Egmond met ap- en dependentien, en andere 
heerlijkheden en goederen, toebehoord hebbende aan Philips, 
prins van Gaveren, graaf van Egmond, aan Holland vervallen 
zijn, doordien Philips de zijde van den Spanjaard genomen heeft, 
doch geven, op verzoek van Lamoraal, prins van Gaveren etc. 
aan dezen het zuiver inkomen dier goederen, mits dat hij naar 
Frankrijk terugkeert en dat die goederen zullen blijven beheerd 
en geadministreerd door de officieren daartoe aangesteld, of nog 
aangesteld wordende. 

October 1607. 

Decreet van het Hof van Holland, waarbij de goederen toebe- 
hoord hebbende aan Lamoraal, graaf van Egmond, ter instantie 
van zijne crediteuren zijn verkocht. De heerlijkheid Warmen- 
huizen met het baljuwschap, het schout-, secretaris-, en bodeambt, 
de bieraccijns, de turfmaat te Schoorldam, de visscherij van de 
Noorderbrugge en Santsloot, Swanendrift, enz., werd gekocht 
door Gonselo Gijbels en Frederik van der Elburch voor 10050 
Car. guldens. Blijkens marginale aanteekening werd door de 
koopers deze koop „overgezet" aan Jhr. Willem Bardesius, 12 
December 1609. 

12 December 1609. 

Beleend Joachim van Mierop, zoo van hemzelven als zijne 
broeders en zusters de heerlijkheid van Warmenhuysen, strek- 
kende mitte Noordoosthoorne aan Herenkarspel, bij decreet van 
den Hove van Holland en bij opdracht van den zelve ten behoeve 
van Willem Bardesius. 

17 April 1620. 

Beleend Willem Bardesius, bij dode ende maeckinge van Willem 
voorsz., zijn vader. 



Digitized by 



Google 



196 

9 December 1631. 

Beleend Jhr. Arent van Bardene, na dode van Willem Bardens 
zijn broeder. 

19 October 1643. 

Beleend Constantijn Sohier, bij opdrachte gedaan in den name 
ende door gemachtigden van Jhr. Arent van Bardene. 

13 Juni 1671. 

Beleend Nicolaaa Sohier, bij dode ende overlijden van den 
voornoemden Constantijn Sohier, zijn vader. 

15 Maart 1691. 

Beleend Adriana Gonstantia Sohier de Vermandois, minderjarig, 
bij dode van Nicolaes Sohier de Vermandois, haren vader. 

19 April 1736. 

Beleend Antonia Susanna de la Porte, wonende alhier in den 
Hage, bij dode ende makinge van Jonkvrouw Adriana Gonstantia 
Sohier de Vermandois. 

9 Februari 1747. 

Beleend Ghristiaan Gonstantijn Rumpf en Anna Gatharina 
de la Porte, zijne vrouw, bij dode ende makinge van Antonia 
Susanna de la Porte, in haar leven huisvrouw van Hendrik van 
Hoorn, ordinaris Gedeputeerde wegens de provintie van Zeeland 
ter vergadering van gemelde heeren Staten-Generaal. 

16 December 1761. 

Beleend Anna Gatharina Rumpf, echtgenoote van Jacob Adriaen 
du Tour, bij dode en overlijden van haar moeder Anna Gatha- 
rina de la Porte in leven weduwe van Ghristiaan Gonstantijn 
Rumpf. 

1 Mei 1797. 

Beleend Hans Willem van Aylva bij doode van Anna Gatha- 
rina Rumpf, zijne moeder. 



Digitized by 



Google 



197 



ARCHIEF VAN WARMENHUIZEN. 



Inventaris (1). 

I. Stukken betrbppende de Heerlijkheid. 

Heerlijkheid^ Heer^ en Heerlijke rechten. 

1. Tafel en bladtwijser handelende van 't stigten en voort- 
gang van de vrije Heerlijckheyt van Warmenhuysen. (Om- 
streeks 1700). 

2. Floris V bekrachtigt den ruil door zijn oom Floris gedaan 
met Willem van Egmond, die het ambacht van Warmenhuizen 
ontving, tegen Oud-Karspel en andere dorpen, 1290. (zie Reg. N<\ 1.) 

3. Stukken betreffende de uitoefening der heerlijke rechten 
door den Ambachtsheer 1610—1701. 

4. Brief van Willem Bardesius, Heer van Warmenhuizen aan 
den Secretarie van dat dorp, over middelen om tot een vergelijk 
te komen met de Begeering aldaar, en alzoo een einde aan het 
hangende rechtsgeding te maken. 1623. (zie N^. 5). 

5. Mandament van maintenue van den Hoogen Raad in 
Holland, voor Burgemeesters, Heilige Geestmeesters en Re- 
geerders van Warmenhuizen, die door Willpm Bardesius Heer 
van Warmenhuizen, belet worden zonder zijn goed vinden jtiarlijks 
te verpachten en verhuren de dorps- en de armen- of heilige- 
geestlanden. 1626. 

Het zegel van Justitie van den Hoogen Raad is verdvtrenen ; aange- 
hecht de verklaring van den Deurwaarder, dat' het mandament op den 
31 Maart 1626 aan den Ambachtsheer is beteekend. 



(1) Elk nommer omvat één charter, stuk, register, of portefeuille, tenzij 
uiders gemeld wordt. — O = oorspronkelijk : P. = Perkament ; G = Gaaf ; 
Gesch. = Geschonden ; A. = Afschrift. 



Digitized by 



Google 



198 

Voorrechten door den Heer geschonken. 

6. Johan jonge Heer tot Egmond geeft aan zijne lieve en 
getrouwe ondeiBaten van Warmenhuizen en Haringkarspel 
eenige privilegiën. 1476. (zie Reg. N®. 2). 

7. Lamoraal Graaf van Egmond geeft tot zijne blijde inkomste 
eenige privilegiën aan zijne beminde onderzaten de buren van 
Warmenhuizen. 1546. 

Eenigszins gesleten. Onderteekend: Lamoral degmont. 

Burgemeesters, Schepenen en Secretaris. 

8. Benoeming van Burgemeesters en Schepenen voor 1711/12. 

9. Noorder Burgemeestersboek. Rekeningen van: 

1655-1700 
1702—1731 
1767—1809. 3 deelen. 

10. Zuider Burgemeestersboek, Rekeningen van 

1656—1696 
1702—1730 
1731—1764 
1767-1809. 4 deelen. 

11. Burgemeesters-rekeningen. 1771—1772, 1791—1795, 1799 
-1800, 1802—1809. 

12. Akten van de verhuring der Burgemeesters- of dorpslanden, 
1750, 1758, 1761, 1765, 1771—1775, 1795—1810. 

13. Commissie voor Dirck Pieterss. van der Mey, als SecretariB 
der heerlijkheid Warmenhuizen en Krabbendam. 1657. 

Predikanten, Kerkelijke Zaken, 

14. Stukken betrefifende Ds. Petrus Aemilius, Notaris te Am- 
sterdam, tegen het begeeren van Burgemeesters, Schepenen, 
Ouderlingen en Diakenen van Warmenhuizen, door den Heer 
der Heerlijkheid met geweld op den stoel gebracht, en gehand- 
haafd door de Staten van Holland en West-Friesland. 1612 — 1615. 

15. Overeenkomst aangaande het tractement van Ds. Den- 
man. 1681. 



Digitized by 



Google 



199 

16. Stukken betreffende de kerkelijke goederen van Warmen- 
menhuizen en het bewind daarover. 1613 — 1691. 

17. Opdracht van Jan Claese. Rip aan de kerk der heerlijk- 
heid Warmenhuizen, van een stukje grasland groot 3^2 gars, 
gelegen in den banne van Oud-Karspel en in Koedijk, in den 
Znid-oostboek van Reel. 1706. 

Het zegel van Jacob van Twuyver, Schout der heerlijkheid Oud- 
Karspel en in Koedijk, is verdwenen. 

18. Kerkmeesters-rekeningen. 1771—1772, 1791-1794. 

19. Akte van de verhuring der kerkelanden. 1782. 

Armmeesters 

20. Armmeesters-rekeningen van 1689 — 1723, 

1728—1755. 2deelenenvan 
1771-1772, 1791—1794, 1798— 18C«. 

21. Armmeesters-kapitaalboek. 1768—1797. 1 deel. 

22. Akten der verhuring van arraenlanden. 1743, 1751, 1753, 
1755—1757, 1759—1764, 1766, 1772—1777, 1779-1789, 1795 
-1810. 

IL Archief van hbt Bestuur der Gemeente. 

Bestuur van de Gemeente in het algemeen. 

23. Stukken betreffende de geschillen tusschen Warmenhuizen 
en Oud-Karspel over de banscheiding. 1546—1616. 

24. Inventarissen van het gemeentearchief. 1634— omstr: 1850. 

25. Resolutiën van de Vroedschap 1754—1798. 
28. Notulen der Municipaliteit 1798—1804. 

27. Uitgegane brieven, van: 

1806—1809. 
1809—1811. 2 deelen. 

28. Akten van admissie voor velerlei neringen en bedrijven. 
1801—1811. 



Digitized by 



Google 



^ 



200 
Privilegiën 

29. Eenige handvesten en privilegiën van Kennemerland en 
Kennemergevolg 1303 — 1455. 

1303 St. Willibrordusavond (6 Nov.) (Lams blz. 6) 

1389 SS. Pieter en Pauwels (29 Juni) ( id. blz. 22) 

1397 October.31 ( id. blz. 29) 

1404 Maart 24 ( id. blz. 37) 

1415 April 3 ( id. blz. 41) 

1415 April 3 ( id. blz. 47) 

1455 Maart 12 ( id. blz. 58) 

1455 Maart 23 ( id. blz. 65) 

Geauthentiseerde copie op papier. 2^ helft 16® eeuw, «ioor den 
notaris L. Thalassicus. Een bandje in 4°. 

30. uittreksels uit het privilegieboek van Kennemerland en 
Kennemergevolg. 1322 — 1455. 

31. Verzoelsschrift van Schepenen, Regenten en Vroedschap 
van Warmenhuizen aan den Superintendent van den Gravevan 
Egmond, om een verlaat te mogen leggen in den Reekerdijk bg 
Schoorldam. Met gunstige beschikking. 1582. 

32. Verzoekschrift van Schepenen, Burgemeesters en Vroed- 
schappen van Warmenhuizen aan den Superintendent van den 
Grave van Egmond om eene Waag te mogen hebben, geligk 
Oud-Karspel. Met gunstige beschikking. 1584. 

Octrooien. 

33. Octrooi van de Staten van Holland en West-Friesland 
voor de Regenten en die van den Gerechte van Warmenhuizen, 
om de tochten, vaarten en notslooten onder hun dorp en het 
bedrijf er van, voor de eene helft ten laste van de aangelanden 
wederzijds, en ^oor de andere helft bij een generalen omslag 
over alle landen aldaar, voortaan op te schieten en te verdie- 
pen. 1677. 

Het Grootzegel van Holland is verdwenen. 

34. Octrooi der Staten van Holland en West-Friesland tot 
kwijtschelding van achterstallige verponding, aan de Regenten 
van Warmenhuizen, en om eenige landerijen aan de Domeinen 
te mogen overdragen. 1762. 

Het Grootzegel van Holland is verdwenen. 



Digitized by 



Google 



201 

Wetgeving, 

35. Ordonnantie van den Prins van Oranje over de invoering 
van de Gregoriaansche tijdrekening. 1582. 

36. Keuren en ordonnantiën. 1611 — 1646. 

Bezittingen. 

37. Lamoraal graaf van Egmond verleent verlof aan de 
stad Purmerende en de dorpen Neck, Purmerland, Ilpendam, 
Wannenhuizen, Oud-KarBpel en HaringkarBpel, allen lidmaten 
van zijn graafschap Egmond, en ook aan zijn dorp Egmond, 
aan hem op renten te geven eene som van dertig duizend Caroli 
guldens, waarvoor zij reeds den 16 Augustus 1546 van de 
Keizerlijke Majesteit octrooi hebben ontvangen. 1546. 

Authentiek afschr. 16e eeuw. 

38. Lamoraal graaf van Egmond bekent schuldig te zijn 
aan zijne lieve en getrouwe onderzaten van Warmenhuizen, 
eene som van 7200 car. guldens, verbindt daarvoor de Reker, 
gelegen ten zuiden en noorden van Schoorldam in den banne 
van Warmenhuizen, de wei-, hooi-, zaad- en rietlanden behoo- 
rende tot de groote weide van Krabbendam, benevens de tienden 
van Warmenhuizen; ook de gorsen geheeten: de ommeloopvan 
groot en klein Puttermeer, gelegen in het land van Putten. 
1546. 

Eenigszins gesleten. Het zegel van de leenen van Egmond is ver- 
dwenen. 

Onderteekend: Lamoraal degmont. 

Achterop staat eene verklaring, dal deze schuld den 21 Juni 1581 
is afgerekend. 

80. Pieter Dircxz van Schagen, verkoopt aan de gemeente 
van Warmenhuizen een huis en erf op Krabbendam in den 
banne van Warmenhuizen; yoor vrijwaring wordt verbonden 
een stuk land, groot derdehalf hond in den banne van Schoorl. 
1588. 

Zegel van Jan Willemsz., Schout tot Schoorl. 

40. De Magistraten en Gedeputeerden van de steden van 
West-Friesland en den Noorderkwartiere, verklaren van Burge- 
meesters ea Regeerders van Warmenhuizen op lijfrenten ont- 
vangen te hebben f 1750 tegen den penning zes ten honderd 
'sjaars. 1591. 

Met afgedrukt secreetzegel van het gemeeneland van West Friesland 
en het Noorderkwartier. 



Digitized by 



Google 



202 

41. Opdracht door Jan JansB. Breedt aan de gemeente van 
Warmennuizen van een boet of huisje, liggende te Schoorl- 
dam. 1634. 

42. Koopakte van een stukje grond voor den aanleg van 
eene straat. 1637. 

43. Jan AUertss. wonende te Groet, verkoopt aan den Burge- 
meester en de gemeente van Warmenhuizen, een huis en erf te 
Schoorldam in den banne van Warmenhuizen, belend ten westen 
de gemeene vaart, belast met eene jaarlijksche erfpacht van 
f . . ten behoeve van den ambachtsheer van Warmenhui- 
zen. 1647. 

Het zegel van Pieter Gerritss Noortwijck, Baljaw en Schout der 
heerlijkheid Warmentiuizen, is verdwenen. 

44. Jan Claess Rip, wonende te Oud-Karspel geeft in vollen 
en vrijen eigendom over, ten behoeve van de gemeente, de kerk, 
en de Burgemeesters der heerlijkheid Warmenhuizen, een ge- 
deelte van het poldertje genaamd: Cromwater, met zuider- en 
noorder bosch daaraan gelegen, met de kade er om gaande, 
groot gemeten 24 geersen, 3 snees en 10 voeten, hard land, 
gemeen gelegen met Reel ten westen, van Werckendam ten 
oosten, met het watermolentje daarop staande. Belast met eene 
erfpacht van f 15 : 2 : 8 ten behoeve van de vrouwe van Warmen- 
huizen. 1692. 

Het zegel van den ambachtsheer van Warmenhuizen is verdvrenen. 

Lasten. 

45. Schepenen en kerkmeesters van Warmenhuizen bekennen 
schuldig te zijn eene lijfrente van twee pond 'sjaars, waarvoor 
zij de hoofdsom ontvangen hebben. 1488. (zie Reg. N^. 3). 

46. Schepenen, kerkmeesters, geburen en gemeene rijkdom- 
men van Warmenhuizen, bekennen schuldig te zijn aan Gerrit 
Hien, wonende te Amsterdam eene lijfrente van 100 Caroli 
guldens waarvoor zij de hoofdsom hebben ontvangen. 1546. 

Authentiek afschr. 1593. 

47. Schepenen van Warmenhuizen bekennen schuldig te zijn 
aan Pieter Joriss, oud 36 jaren, bakker te Alkmaar, eene lijf- 
rente van 42 Car. guldens 'sjaars, waarvoor zij de hoofdsom 
hebben ontvangen. 1565. 

Ingesneden. Het zegel van Pieter Vrericx, Schout van Warmen- 
huizen is verdwenen. 

Op de achterzijde bevindt zich eene verklaring dat het kapitaal is 
afgelost. 



Digitized by 



Google 



203 

48. Schepenen en kerkmeesters van Warmenhuizen bekennen 
schnldig te zijn aan Jan Pietersz en Ghuert Dircxdr., echtelieden 
wonende te Alkmaar, eene lijfrente van f23.10 's jaars, waarvan 
de hoofdsom, groot honderd prinsen daalders, is ontvangen. 1567. 

49. Memorie van de lijfrenten ten laste van de regeering 
van Warmenhuizen en de moeilijkheden, haar dienaangaande 
veroorzaakt door Joost van Veen, Baljuw van Egmond. 1575 
-1591. 

Mnantién, 

50. Overeenkomst tusschen Schepenen van Warmenhuizen 
en Schepenen van St. Maarten, Enigenburg en Valkoog, rege- 
lende het recht van exue voor inwoners hunner plaatsen. 1509. 
(Zie Reg. No. 5). 

51. Kerkmeesters, schepenen en buurluiden in Haringkarspel, 
verklaren voor- en te hunnen laste te nemen van schepenen, 
kerkmeesters en buren van Warmenhuizen, een losrentebrief 
van 13 gouden Andries gulden 'sjaars en een lijfrentebrief 
van 26 gouden Andries gulden 'sjaars. 1518. 

Het zegel van Gherijt Janss, Schout van Uaringkarspel, is ver- 
dwenen. 

52. Overeenkomst tusschen schepenen van Warmenhuizen 
en schepenen van Haringkarspel, tot regeling van het recht 
van exue. 1570. 

A. 17e eenw. 
Gewaarmerkt door den Secretaris van Haringkarspel. 

53. Overeenkomst tusschen de regeerders van Warmenhuizen 
en van Oud-Klarspel, tot regeling van het recht van exue. 1578. 

Zonder zegel. 

54. Akten van verhuring en verpachting van grasgewas, 
en rekeningen er van. 1625 — 1709. 

55. Akten van verhuring van landerijen gelegen in de Reel, 
binnen den banne van Warmenhuizen. 1702, 1708, 1710, 1711, 
1721. 

56. Stukken betreffende eene geldloterij ten bate van de 
gemeente Warmenhuizen. 1705—1709. 



Digitized by 



Google 



204 

Dorpsambten. 

57. Accoord waarop burgemeesters en schepenen verschil- 
lende beambten in dienst van het dorp hebben genomen. 1617. 

WcUerschapsbelangen. 

58. Stukken betreffende dijken, polderzaken, en het Honds- 
bosch. 1539—1630. 

59. Bestekken voor het uitdiepen van slooten enz. 1782 — 1787. 

Bekistingen. 

60. Sententie van den hove van Holland, waarbij de regeer- 
ders van den dorpe van Schoorl, gedaagden, veroordeeld worden 
aan AUert Claeszoon c.s., inwoners van Krabbendam en Warmen- 
huizen, impetranten, terug te geven, hetgeen zij van dezen 
hebben ontvangen, sedert het laatste placaat op de verponding, 
in het jaar 1518 gemaakt. 1522. 

Het signet van den Hove is verdwenen. 

Hieraan gehecht: Mandament van den Stadiiouder, President en 
Raad van Holland, Zeeland en Friesland aan den eei*sten gezworen 
exploitier der Kamer in den Raad van Holland, om deze sententie ten 
uitvoer te leggen. 1522. 

Met onbeduidend overblijfsel van het signet van den Hove, in 
roode was. 

61. Sententie van den secreeten raad des Konings^ betref- 
fende den omslag eener toegestane bede van ƒ 300.000 over de 
dorpen in het graafschap van Egmond, waaronder Warmen- 
huizen. 1565. 

62. Stikboek. 1568. 

63. Kohier van de verponding. 1580. 

64. Kohier van de verponding der landen in het Noorden. 
1630. 

65. Kohier van de verponding der landen in het Zuiden. 
1630. 

66. Kohier der binnen-omslagen over de jaren: 

1809, 1810—1813, 1819, 
1822-1826, 1833—1860. 
39 deelen. 



Digitized by 



Google 



205 

67. Rekeningen van de verponding met de binnen-omslagen. 

1722-1737 
1741—1776. 2 deelen. 
En: 1741-1750, 1761—1762, 1777—1780, 1782—1784, 
1791—1794. 

68. Stukken betreffende de verponding. 1585—1658. 

69. Uittreksel-kohier van den 200*° penning. Rekening van 
den schotvanger. 1638—1669. 

70. Rekeningen wegens de coUaterale successie, trouwen en be- 
graven, en verkoopingen enz. van; 

1728—1743 
1744_1772. 2 deelen. 
En: 1743, 1761, 1766, 1768—1779, 1782, 1784—1791, 
1793—1799. 

71. Register der nalatenschappen de coUaterale successie 
subject. 1773—1804. 

Kerkelijke zaken. 

72. Jacobus van Calkar. bisschop van Hebron, vicaris- 
generaal van den bisschop van Utrecht, verleent een aflaat van 
veertig dagen te verdienen in de kerk te Warmenhuizen. 1508. 
(Zie Reg. No. 4.) 

73. Twee inwoners van Warmenhuizen, hadden aan Heer 
Jan Pontiaenss, priester, zeker vast goed gegeven ten behoeve 
der gildebroeders van St. Pieter, om uit de inkomsten missen 
te doen op het gilde-altaar. Daar er iets aan den vorm der 
schenking haperde en de gevers zich als coUatoren gedroegen, 
werden zij te recht gedaagd. Zij hadden de landerijen niet 
mogen schenken aan Heer Jan Pontiaenss zeiden de gildebroe- 
ders. Na lang over en weer praten, werd de zaak ter beslissing 
voorgelegd aan schout en schepenen, als scheidsmannen. Deze 
bepalen bij de hier beschreven akte, dat het goed zal opgedra- 
gen worden aan kerkmeesters, die het zullen regeeren en de 
missen zullen laten doen op St. Pietersaltaar in de kerk van 
Warmenhuizen, door een priester naar hunne keuze, zonder aan 
iemand gebonden te zijn. 1527. 

74. Verhaal der aanneming van een koster voor de kerk 
van Warmenhuizen. 1535. 



Digitized by 



Google 



206 

75. Lamoraal graaf van Egmond geeft in eenwige erfpacht aan 
kerkmeesters van Warmenhuizen en aan kerkmeesters van 
Haringkarspel, ten behoeve hunner kerken, zijn werf, koren- 
molen en molenaarshuis met toebehooren, gelegen in zijn dorp 
Warmenhuizen, tegen eene recognitie van 36 pond 's jaars. 1563. 

Afschr. 20^ eeuw. 

76. Verzoekschrift van ouderlingen, diakenen en lidmaten 
der gereformeerde religie binnen Warmenhuizen, aan Sonoy, 
dat kerkmeesters gedwongen zullen worden een predikant en 
een schoolmeester te benoemen. 

Met gunstige beschikking. 1572. 

77. Omslag over de goederen van kerken, kloosters, voort- 
vluchtige en bij de Spanjaarden zich voegende personen. 1572— 

78. Getuigenis voor den notaris afgelegd, omtrent de her- 
komst van een stuk land onder Warmenhuizen genaamd: 
Remmerdel geschonken aan kerkmeesters om ten eeuwigen 
dagen eene mis ter week te laten doen op St. Pieter's altaar in 
de kerk van Warmenhuizen. 1581. 

79. Stukken betreffende het verzet tegen de R. Kath. van 
Warmenhuizen. 1649 en 1652. 

80. Verklaring voor het gerecht afgelegd, omtrent de inkom- 
sten eener vicary op St. Ursulen-altaar in de kerk te Warmen- 
huizen. 1681. 

Krijgszaken, 

81. Stukken betreffende de Spaansche troebelen. Fortificatie 
van Alkmaar. Inkwartiering van vendels voetknechten en rui- 
ters. Schadevergoeding voor vernielde huizen en molens. 
1572—1575. 

82. Stukken betreffende de schansen, tegen de Spanjaarden 
opgericht bij Krabbendam, Schoorldam en aan den Reekerdijk. 

Schadevergoeding voor door zeewater bedorven landerijen, om 
genoemde schansen. 1573—1577. 

83. Stukken betreffende de lichting en inkwartiering van 
ruiterij. Verloren legerwagen in den slag bij Senef Ao 1074. 
1672—1676. 



Digitized by 



Google 



207 



Regestenlijst. 

I. 1290 Mei 20. 

Florens Grave van HoUandt bevestigt den ruil door zijn 
oom Floris gedaan, die de dorpen Oud-Karspel, Ouddorp, 
Wadway, Spanbroek, Oterleek, ontving voor het ambacht 
Warmenhuizen, dat hij aan Willem van Egmond had over- 
gedragen. 

Gegeven in het jaer ons Heeren A^' MCC ende tnegentich 
jaire Pincter avond tot Alcmaar. 

(Inv. No. 2) Ongeteekend afschrift 17® eeuw. 
Gedrukt v. d. Bergh. Oorkondenboek N 710. 

2. U76. 

Johan jonge heer tot Egmont geeft aan zijne lieve en 
getrouwe onderzaten van Warmenhuizen en Haringkarspel 
eenige privilegiën, welke gedurende drie jaren onverbre- 
kelijk zullen wezen en daarna zullen staan tot wederzeggen 
van den Heer. 

Soe hebben wij onzen zegel beneden op dezen brief 

doen ende hieten drucken A^ Lxxvj opten heyligen Pinx- 

terdach. 

Afschr. tweede helft der 16^ eeuw. 
Onderteekend G. Ban (Inv. No. 6) P. Gesleten. 

3. U88. Maart 10, 

Ie Andries Claeszoen, Scout tot Warmenhuizen verklaar 
dat schepenen en kerkmeesters van Warmenhuizen met 
consent van de gemeene buren en geheele gemeente en 
met verlof van den graaf van Egmond, hebben verkocht 
aan Aellijt Gerritsdr. en Jan Jansz. eene lijfrente van twee 
ponden groeten vlaamsch 'sjaars, waarvoor de hoofdsom 
is ontvangen. 

En want wij Johan Grave van Egmondt vorser, onsen 
ondersaten van Warmenhuysen vorser., die vercopinge van 
den vorser, lijfrenten geoerlooft ende geconsenteert hebben 



Digitized by 



Google 



208 

te doen inder manieren als vorser, staet, so hebben wij dee 
te getuge onsen zegel mede hier an desen brief doen han- 
gen opten tienden dach in Maert int jaer ons Heren 
Dusent vierhondert acht ende tachtich. 

Ongeteekend. Afschr. 15® eeuw (Inv. N". 45). 

4. 1508. Augustus 15. 

Jacobus Ridder de Calkar, Episcopus Ebronensis, Epis- 
copi Trajectensis Vicarius generalis, verleent een aflaat van 
veertig dagen aan degenen, die het door hem gewijde zuide- 
lijk gedeelte der kerk van St. Ursula te Warmenhuizenen 
het zich daar bevindende altaar van St. Anna bezoeken en 
er godvruchtige oefeningen verrichten. 

Actum Anno Domini Millesimo quingentesimo octavo 
die vero decima quinta mensis Augusti. 

O. (Inv. No. 72) P. gesleten. 

Het zegel van Jacobus van Galkar is verdwenen. 

5. 1509, Mei 6. 

Wij Scepenen in Warmenhuysen aen die een sijde (en) 
Scepenen van Sinte Mairtijn Eenegenburch ende van 
Valckenooghe, regelen het recht van exue voor degenen 
die in deze dorpen door huwelijk of erfenis eenie goed 
verwerven, dat buiten de bannen, over en weder, gebracht 
wordt. 

Dese ordinantie, tractaet ende overdrachte isgemaeckt 
int jaer ons Heren Dusent vijflThondert ende neghen, 
opten sesten dach in May. 

O. (Inv. N. 50) P. G. zonder zegel. Gemerkt B. D. Uitgeknipt van 
het dubbeld dat gemerkt was, A. C. 



Digitized by 



Google 



209 



Alphabetische Index der persoonsnamen. 

(IdL beteekent Inleiding. — De cijfers duiden de nommers aan van den 
Inventaris. — (R) verwijst naar de Regesten). 



A. 

Adriaan du Tour (Jacob). Inl. 

Adriana Constantia Sohier de VermandoiB. Inl. 

Aelbrecht van Beieren (Hertog). Inl. 

Aellijt Gerritsdr. 3 (R). 

AemiliuB (Ds. Petrus). 14. 

Allert Claeszoon. 60. 

AUertas (Jan.) 43. 

Andries Claeszoen (Schout). 3 (R). 

Anna (AWaar van St.). 4 (R). 

Anna Catharina de la Porte. Inl. 

Anna Catharina Rumpf. Inl. 

Antonia Sasanna de la Porte. Inl. 

Arend van Egmond, Heer van Usselsteyn. Inl. 

Aient van Bardens (Jhr.). Inl. 

Aylva (BEans Willem van). Inl. 



Baer (Lamoraal graaf van Egmond heer tot). Inl. 
Ban (C.) 2. (R). 
Bardens (Jhr. Arent van). Inl. 
(1901) 14 



Digitized by 



Google 



210 

BardesiuB (Jhr. Willem), Inl. 4, 5. 
Bardesius Jr. (Jhr. Willem). Inl. 
Beatrix van den Doertoghe. Inl. 
Beieren (Hertog Aelbrecht van). Inl. 
Beieren (Jacoba van). Inl. 
Bourgondie (Philips hertog van). InL 
Breedt (Jan Janss). 41. 

c. 

Calkar (Jacobus van). 72, 4 (R). 

Catharina de la Porte (Anna) Inl. 

Catharina Rumpf (Anna) Inl. 

Charles graaf van Egmond. Inl. 

Christiaan Constantijn Rumpf. Inl. 

Claess Rip (Jan). 17, 44. 

Claeszoon (Allert). 60. 

Claeszoon (Andries) Schout. 3 (R). 

Constantia Sohier de Vermandois (Adriana). Inl. 

Constantijn Rumpf (Christiaan). Inl. 

Constantijn Sohier. Inl. 

D. 

Denman (Ds.). 15. 

Diederik Sonoy. 76. 

Dirck Pieterss van der Mey. 13. 

Dircxdr. (Ghuert). 48. 

Djrcxz. van Schagen (Pieter). 39. 

Doertoghe (Beatrix van den). Inl. 

Douairière van Gaveren gravin van Egmond (Prinses). Inl. 

E. 

Egmond (Jacob van Poelgeest, abt van). Inl. 
Egmond (Baljuw van). 49. 



Digitized by 



Google 



211 

Egmond (Graaf van). Inl. 

Ëgmond (Fran9oi8e van Luxemburg gravin van). Inl. 

Egmond (Prinses douairière van Gaveren, gravin van). Inl. 

Egmond (Heer van). Inl. 

Egmond (Charles, graaf van). Inl. 

Egmond (Jan van). Inl. 

Egmond (Jan Wouterszoon van). Inl. 

Egmond (Johan jonge heer tot). 6, 2 (R). 

Egmond (Johan graaf van). Inl. en 3 (R). 

%nond (Johan heer van). Inl. 

Egmond, heer van IJsselsteyn (Arend van). Inl. 

Egmond, van Usselsteyn, Baer enz. (Johan heer van). Inl. 

Egmond, heer tot Baer, prins van Gaveren. (Lamoraal graaf 
van). Inl. en 7, 37, 38, 75. 

Egmond, prins van Gaveren, (Philips graaf van) Inl. 

Egmond (Willem van) Inl. en 2, 1 (R). 

Egmond (Wouter van). Inl. 

Elburch (Prederik van der). Inl. 



Plorifl V. Inl. en 2. 1 (R). 
Floris, oom van Ploris V, Inl. en 2, 1 (R). 
Pran9oiBe van Luxemburg, gravin van Egmond. Inl. 
Prederik van der Elburch. Inl. 

G. 

Gaveren (Lamoraal van Egmond, prins van) Inl. 7, 37, 38, 75. 

Gaveren, (Philips graaf van Egmond, prins van), Inl. 

Gaveren, gravin van Egmond (Prinses douairière van). Inl. 

Gerrit Ileen. 46. 

Genitsdr (Aellijt). 3 (R). 

Gerritss van Noortwijck, baljuw en schout (Pieter). 43. 

Ghelre (Willem broeder tot). Inl. 

Gherijt Janss, Schout van Haringkarspel. 51. 

Ghioten van IJsselsteyn. Inl. 



Digitized by 



Google 



212 

Ghuert Dirixdr. 48. 

Gijbels (Gonselo). Inl. 

Gonselo (Gijbels). Inl. 

Graaf van Egmond. Inl. 

Graaf van Egmond (Johan). Inl. 

Graaf van Egmond (Lamoraal). 75. 

Gravin van Egmond (Prinses douairière van Gaveren). Inl. 

Graaf van Holland. Inl. 



Hans Willem van Aylva. Inl. 
Hendrik van Hoorn. Inl. 
Hertog Aelbrecht van Beieren. Inl. 
Hertog Jan van Beieren. Inl. 
Hoorn (Hendrik van). Inl. 



Ilsen (Gerrit). 46. 



I. 



IJ. 



IJsselsteyn (Arend van Egmond, Heer van). Inl. 
IJsselsteyn, Baer enz. (Johan Heer tot Egmond). Inl. 
IJsselsteyn (Ghioten van). Inl. 

J. 

Jacob Adriaan du Tour. Inl. 

Jacob van Poelgeest, abt van Egmond. Inl. 

Jacob van Twuyver, Schout van Oud-Karspel en in Koedijk. 17. 

Jacoba van Beieren. Inl. 

Jacobus van Calkar. 72. 4 (R). 

Jan Allertss. 43. 

Jan ClaesH Rip. 17. 44. 

Jan Janss Breedt. 41. 

Jan Jansz. 3 (R). 

Jan Pietersz. 48. 



Digitized by 



Google 



213 

Jan Pontiaense. 73. 

Jan van Beieren (Hertog). Inl. 

Jan van Egmond. Inl. 

Jan Wouterszoon van Egmond. Inl. 

Jan Willemsz., schout tot Schoorl. 39. 

Janss., schout van Haringkarspel. (Gherijt). 51. 

Janes Breedt (Jan). 41. 

Janaz (Jan). 3 (R). 

Joachim van Mierop. Inl. 

Joan Tan Scorel. Inl. 

Johan graaf van Egmond. Inl. en 8 (R). 

Johan jonge heer tot Egmond. 6. 2 (R). 

Johan heer tot Egmond. IJsselsteyn, Baer enz. Inl. 

Jonge heer tot Egmond (Johan). 6. 2 (R). 

Joost van Veen, baljuw van Egmond. 49. 

Joriss (Pieter). 47. 

K. 

Karel V (Keizer) Inl. 
Keizer Karel V. Inl. 
Keizer Mazimilaan. Inl. 

L. 

Lamoraal van Egmond, prins van Gaveren, heer tot Baer. Inl. 
en 7. 37. 38. 75. 

Ums, (W. G.). 29. 

Luxemburg, gravin van Egmond. (Fran9oi8e van). Inl. 



Maximiliaan (Keizer). Inl. 

Mey (Dirck Pieterss van der). 13. 

Mierop (Joachim van). Inl. 



Nicolaas Sohier de Vermandois. Inl. 

Noortwijck, baljuw en schout. (Pieter Gerritss). 43. 



Digjtized by 



Google 



214 

O. 

Oranje (Prins van). 35. 

P. 

Petrus AemiliuB. (Ds). 14. 

Philips II. Inl. 

Philips, graaf van Egmond, prins van Gaveren. Inl. 

Philips, hertog van Bourgondie. Inl. 

Pieter Dircxz van Schagen. 39. 

Pieter Gerritss Noortwijck, baljuw en schout. 43. 

Pieter Joriss. 47. 

Pieter Vrericx., schout. 47. 

Pieter. (Gildebroeders van St.) 73. 

Pieters-altaar. (St.). 78. 

Pieterss van der Mey (Dirck). 13. 

Pietersz (Jan). 48. 

Poelgeest, abt van Egmond (Jacob van). Inl. 

Pontiaenss (Jan). 73. 

Porte (Adriana Susanna de la). Inl. 

Porte (Anna Catharina de la). Inl. 

Prins van Gaveren (Lamoraal van Egmond). 7, 37, 38, 75. 

Prins van Gaveren (Philips graaf van Egmond). Inl. 

Prins van Oranje. 35. 

Prinses douairière van Gaveren, gravin van Egmond. Inl. \ 

i 

R. 

Rip (Jan Claess). 17, 44. 
Rumpf (Anna Catharina). Inl. 
Rumpf (Christiaan Constantijn). Inl. 

s. 

Schagen (Pieter Dircxz van). 39. 

Scorel (Joan van). Inl. 

Schier de Vermandois (Adriana Constantia). Inl. 

Schier (Constantijn). Inl. 



Digitized by 



Google 



r 



215 

Sohier de Vermandois (Nicolaae). Inl. 

Sonoy (Diederik). 76. 

Snsanna de la Porie (Adriana). Inl. 

T. 

Thalassicns (Notaris L.). 29. 

Tour (Jaoob Adriaan du). Inl. 

Twny ver, schout van Oud-Karspel en in Koedijk (Jacob van). 17. 

u. 

Drsula, te Warmenhuizen (Kerk van St.). 4 (R). 
UiHulen-altaar (St.). 80. 

V. 

Veen (Joost van), baljuw van Egmond. 49. 
Vermandois (Adriana Constantia Sohier de). Inl. 
Vermandois (Nicolaas Sohier de). Inl. 
Vrericx (Pieter). 47. 

w. 

Willem ni. Inl. 
WUlem V. Inl. 
WiUem VI. Inl. 
Willem broeder tot Ghelre Inl. 
Willem van Aylva (Hans). Inl. 
Willem Bardesius (Jhr.). 45. 
Willem Bardesius Jr (Jhr.). Inl. 
Willem van Egmond. 2, 1 (R). 
Willemsz, schout tot Schoorl (Jan). 89. 
Wouter van Egmond. Inl. 



Digitized by 



Google 



216 



AlphabetisctiB Index der plaatsnamen. 



A. 

Alkmaar. Inl. en 41, 47, 48. 
Amsterdam. Inl. en 14, 46. 

B. 
Baccum. Inl. 

c. 

Cromwater (poldertje). 44. 

E. 

Egmond (Dorp). 37. 
Egmond (Graafschap). Inl. en 37, 61. 
Egmond (Heerlijkheid). Inl. 
Egmond (Hofstede van). Inl. 
Egmond (Slot en huis van). Inl. 
Egmond (Zegel van de leenen van). 88. 
Enigenburg. Inl. en 50, 5 (R). 

F. 

Frankrijk. Inl. 

Friesland (West). Inl. en 14, 33, 34. 

Q. 

's-Gravenhage. Inl. 

Groet. 43. 

Groot en Klein Puttermeer. 38. 



Digitized by 



Google 



217 

N. 

HaringkarepeL Inl. en 37, 51, 52, 75, 2 (R). 

Hebron. 72, 4 (R). 

Holland. Inl. en 5, 33, 44. 

Holland (Noord). Inl. 

Hondsbosch (het). 58. 

Hoisduinen. Inl. 



IJaselBteyn. Inl. 
Dpendam. 87. 



I. 



K. 



Eennemerland. 29, 30. 

Kennemergevolg. 29, 30. 

Klein Puttenneer (Groot en). 38. 

Koedijk. 17. 

Krabbendam. Inl. en 13, 38, 39, 60, 82. 

L. 

Land van Putten. 38. 

M. 
St Maarten. 50, 5 (R). 

N. 

Neck. Inl. en 37. 

Noord-Holland. Inl. 

ïïoord-Ooflthoome. Inl. 

Noorderbrugge. Inl. 

Noorderkwartier (Steden van West-Priesland en het). 40. 

O. 

Ommeloop (Grorsen de). 38. 

Oterleek. 1 (R). 

Ouddorp. 1 (R). 

Oud-Karspel. Inl. en 2, 17, 23, 32, 37, 44, 53, 1 (R). 



Digitized by 



Google 



218 

P. 

Petten c. a. Inl. 
Purmerende. Inl. en 37. 
Purmerland. Inl. en 37. 
Putten (Land van). 38. 
Puttenneer (Groot en Klein). 38. 

R. 

Reekerdijk. 31, 82. 

Reel (de). 44, 55. 

Reel (Zuid-Oosthoek van). 17. 

Reker (de). 38. 

Remmerdel. 78. 

s. 

Schoorl. Inl. en 39, 60. 

Schoorl. (Jan Willemaz. schout tot). 39. 

Schoorldam. Inl. en 31, 38, 41, 43, 82. 

Senef. 83. 

Spanbroek. Inl. en 1 (R). 

u. 

Utrecht. 72, 4 (R). 

V. 

Valkoog. 50, 5 (R). 

Vrijerhoeve. Inl. 

w. 

Wadway. Inl. en 1 (R.). 

Warmenhuizen. Inl. en 37—41, 43, 44, 49—53, 56, 60, 61, 
72—76, 78-80. 1—3 (R). 

Wateringen. Inl. 

Werckendam. 44. 

West-Friesland. Inl. en 14, 33, 34. 

West-Friesland en het Noorderkwartier. 40. 

z. 

Zeeland. Inl. 
Zuid-Oosthoek van Reel. 17. 



Digitized by 



Google 



219 



Alphabetische Index van Zaken. 



A. 

Aanleg van eene straat. 42. 

Aanneming koster. 74. 

Abt van Bgmond (Jacob van Poelgeest). Inl. 

Achterstallige verponding (Kwijtschelding van). 34. 

Admissie (Akten van). 28. 

Aflaat 72. 4 (R). 

Akten van admissie. 28. 

Altaar (St. Annen). 4 (R). 

Altaar (St. Pieters). 78. 

Altaar (St Ursulen). 80. 

Altaar van het gilde. 73. 

Ambacht Warmenhnizen. 2, 1 (R). 

Ambachtsheer. 3, 5, 43, 44. 

Ambachtsheer (Zegel van den). 44. 

Ambachtsvrouw. 44. 

Archief. Inl. 

Archief-inventarissen. 24. 

Armenlanden. 5. 

Armmeesters-kapitaalboek. 21. 

Armmeesters-rekeningen. 20. 

B. 
Baljuw. 43. 

Baljuw van EIgmond. 49. 
Baljuwschap van Warmenhnizen. Inl. 



Digitized by 



Google 



22() 

Banscheiding (Geschillen over de). 23. 

Beambten in dienst genomen. 57. 

Bede. 61. 

Bedrijven. 28. 

Begraven. 70. 

Benoeming van Burgemeesters ,en Schepenen. 8. 

Bestekken. 69. 

Bestuur der Provincie Noord-Holland. Inl. 

Bieraccijns. Inl. 

Binnen-omslagen. 66, 67. 

Bisschop van Hebron. 72, 4 (R). 

Bisschop van Utrecht. 72. 4 (R). 

Bode-ambt. Inl. 

Boet of huisje gekocht. 41. 

Bosch. 44. 

Brieven (Uitgegane). 27. 

Broeder tot Ghelre (Willem). Inl. 

Buren in Haringkarspel. 51. 

Buren van Warmenhuizen. 51. 

Burgemeesters. 5, 8, 14, 32, 40, 44, 57. 

Burgemeestersboek (Noorder). 9. 

Burgemeestersboek (Zuider). 10. 

Burgemeesterslanden. 12. 

Burgemeestersrekeningen. 11. 

c. 

Collaterale successie. 70. 71. 

Commissie voor den secretaris der heerlijkheid. 13. 

D. 

Diakenen. 14, 76. 

Dijken. 58. 

Domeinen (Overdragen van landerijen aan de). 34. 

Dorp Egmond. 37. 



Digitized by 



Google 



221 

Dorpen in het graafschap Egmond. 61. 
Dorpelanden. 12. 

E. 

Erfenis. 5 (R). 

Er^ht. 43, 44. 

Erfpacht van molens c. a. 75. 

F. 

Fortificatie van Alkmaar. 81. 

Q. 

Gedeputeerde wegens Zeeland. Inl. 

Gedeputeerden. 40. 

Geestlanden (Heilige). 5. 

Geestmeesters (Heilige). 6. 

Geldleenen. 37, 38. 

Geldloterij. 66. 

Gemeene rijkdommen van Warmenhuizen. 46. 

Gemeene vaart. 43. 

Gerecht. 33. 

Geschillen over de banscheiding. 23. 

Gilde-altaar. 73. 

Gildebroeders van St. Pieter. 73. 

Graaf van Egmond (Charles). Inl. 

Graaf van Egmond heer tot Baer, prins van Gaveren, (Lamo- 
raal). Inl. en 7, 37, 38, 75. 

Graaf van Egmond (Superintendent van den). 31, 32. 

Graaüschap Egmond. Inl. 37, 61. 

Grafelijkheid van Holland. Inl. 

Grasgewas. 54. 

Grasland (Koop van een stukje). 17. 

Gregoriaansche tijdrekening. 35. 

Grond gekocht (Stukje). 42. 



Digitized by 



Google 



222 

Groot zegel van Holland. 33, 34. 
Goederen (Kerkelijke). 16. 
Goreen. 38. 

H. 

Heerlijke rechten. 3. 
Heerlijkheid Egmond. Inl. 
Heerlijkheid Warmenhuizen. Inl. 
Herkomst van land. 78. 
Heilige-geestlanden. 5. 
Heilige-geeetmeesters. 5. 
Hof van Holland. Inl. 
Hofstede van Egmond. Inl. 
Hofstede van IJsselsteyn. Inl. 
Hooge raad in Holland. 5. 
Huis gekocht. 39, 41, 43. 
Huis van Egmond (Slot en). Inl. 
Huizen vernield. 81. 
Huwelijk. 5 (R). 

I. 

Inkomsten eener vicary. 80. 

Inkwartiering. 81, 83. 

Inventarissen (Archief-). 24. 

Invoering Gregoriaansche tijdrekening. 35. 

J. 

Justitie (Zegel van). 5. 

Kapitaalboek (Armmeesters-)- 21. 

Katholieken. 79. 

Keizer Karel V. Inl. 

Keizer Maximiliaan. Inl. 

Kerk van Warmenhuizen. Inl. 17, 44, 72—75, 78, 80. 4 (R). 



Digitized by 



Google 



223 



Kerk van Haringkarspel. 75. 

Kerkelanden. 19. 

Kerkelijke goederen. 16, 77. 

Kerkmeesters. 45, 46/48, 51. 73, 75, 76, 78. 3 (R). 

Kerkmeesters in Haringkarspel. 51, 75. 

Kerkmeesters-rekeningen. 18. 

Kloostergoederen. 77. • 

Kohier verponding. 63 — 66. 

Kohier 20O» penning. 69. 

Koop van een stukje grasland. 17. 

Koop van een stukje grond. 42. 

Koop van een hnis. 39, 41, 43. 

Korenmolen. 75. 

Koster. 74. 

Kwijtschelding van achterstallige verponding. 34. 

L. 

Lander^en. 55. 

Landerijen aan de domeinen overdragen. 34. 

Landerijen bedorven door zeewater. 82. 

I^nd (Herkomst van). 78. 

lianden in het Noorden. 64. 

Landen in het Zuiden. 65. 

Leenen van Egmond (Zegel van de). 88. 

Legerwagen verloren. 83. 

Lichting van ruiterij. 83. 

Lidmaten der Gereformeerde Religie. 76. 

Lijfrenten. 40, 45—49. 3 (R). 

I4jfrentenbrief 51. 

Losrentenbrief. 51. 



Magistraten. 40. 

Missen. 73. 78. 

Moeilijkheden over Igfrenten. 49. 



Digitized by 



Google — 



224 



Molen. 75. 
Molenaarshuis. 75. 
Molens vernield. 81. 
Molenwerf. 75. 
Municipaliteitsnotulen. 26. 



N. 



Nalatenschappen voor coUaterale successie. 71. 

Neringen. 28. 

Noorden (Landen in het). 64. 

Noorder-burgemeestersboek. 9. 

Notaris L. Thalassicus. 29. 

Notaris te Amsterdam. 14. 

Notslooten. 83. 

Notulen municipaliteit. 26. 

O. 

Octrooi. 88, 34. 

Omslag bede. 61. 

Omslag der kerkelijke goederen. 77. 

Opschieten en verdiepen van vaarten, enz. 23. 

Ordonnantie. 35. 

Ouderlingen. 14, 76. 

Overdragen van landerijen aan de domeinen. 84. 

Overnemen van los- en lijfrentenbrieven. 51. 

P. 

Foldertje geschonken. 44. 

Polderzaken. 58, 

Predikant. 76. 

Privilegieboek. 80. 

Privilegiën. 6, 7, 29, 2 (R). 

Provinciaal bestuur van Noord-Holland. Inl. 



Digitized by 



Google 



225 

R. 

Raad in Holland (Hooge) 5. 

Recht van exue. 50, 52. 53, 5 (R). 

Rechten (Heerlijke). 3. 

Rechtsgeding. 4. 

Regeerders. 5, 40, 58. 

Regeering. 49. 

Regeerders van Oud-Karspel. 53. 

Regeerders van Schoorl. 60. 

Renten. 31, 33. 

Rekening van den schotvanger. 69. 

Rekeningen, 9, 10, 11, 18, 20, 54, 67, 69, 70. 

Rekeningen collaterale successie, trouwen, begraven, verkoo- 
pingen. 70. 

Rekeningen verponding en binnen-omslagen. 67. 

Resolntiën vroedschap. 25. 

Rijkdommen van Warmenhuizen (Gemeene). 46. 

Rijksleen. InL 

Rijks-Museum. Inl. 

R Kath. 79. 

Ruil van het ambacht Warmenhuizen. 2, 1 (R). 

Ruiters. 81. 

S. 
Schadevergoeding. 81, 82. 
Schansen tegen de Spanjaarden. 82. 
Scheidsgerecht over eene vicary. 73. 
Schenking van een poldertje. 44. 

Schepenen. 8, 14, 31, 32, 45—48, 50—52, 57, 73, 3, 5 (R). 
Schepenen in Haringkarspel. 51. 52. 

Schepenen van St. Maarten, Enigenburg en Valkoog. 50, 5 (R). 
Schoolmeester. 76. 
Schotvanger. 69. 
Schout 43, 73. 
Schout-ambt. Inl. 
(1901) 15 



Digitized by 



Google 



226 

Schout vaD Haringkarspel. 52. 

Schout tot Schoorl (Jan Willemsz.). 39. 

Secretaris-ambt. Inl. 

Secretaris der heerlijkheid. 13. 

Secretaris van Haringkarspel. 52. 

Secretaris van Warmenhuizen. 4. 

Slag bij Senef. 83. 

Slooten (Uitdiepen van). 59. 

Slot en Huis van Egmond. Inl. 

Sluizen. Inl. 

Spaansche troebelen. 81. 

Spanjaarden. 77, 82. 

Staten van Holland en West-Friesland. 14, 33, 34. 

Staten-Generaal. Inl. 

Steden van West-Friesland en het Noorder-Kwartier. 40. 

Stichting der heerlijkheid Warmenhuizen. 1. 

Stikboek. 62, 

Straat (Aanleg van eene). 42. 

Stukje grond gekocht. 42. 

Successie (Collaterale). 70, 71. 

Super-intendent van den graaf van Egmond. 31, 32. 

T. 

Terugbetaling van verponding. 60. 

Tienden. Inl. en 38. 

Tijdrekening (Gregoriaansche). 35. 

Tochten. 33. 

Tractement van Ds. Denman 15. 

Troebelen (Spaansche). 81. 

Trouwen. 73. 

Turfmaat te Schoorldam. Inl. 

Tweehonderdste penning. 69. 

u. 

Uitdiepen van slooten. 59. 
Uitgegane brieven. 27. 



Digitized by 



Google 



227 

DiÜeenen van geld. 87, 38. 
Ditoefening heerlijke rechten. 3. 

V. 

Vaart (Gremeene). 43. 

Vaarten. 38. 

Vendels voetknechten en ruiters. 81. 

Verdiepen en opschieten van vaarten enz. 33. 

Verhuring van armen-landen. 22. 

Verhuring van burgemeesters- of dorpslanden. 12. 

Verhuring van grasgewas. 54. 

Verhuring van kerkelanden. 19. 

Verhuring van landerijen. 5, 65. 

Verkoopingen. 70. 

Verlaat. 31. 

Verloren legerwagen. 83. 

Vernielde huizen en molens. 81. 

Verpachting van grasgewas. 54. 

Verpachten van landen. 5. 

Verponding. 60, 63—65, 67, 68. 

Verponding (^Achterstallige). 34. 

Verzet tegen de R. Kath. 79. 

Vicary. 73, 80. 

Vicaris-generaal. 72. 4 (R). 

Visscherijen. Inl. 

Voetknechten. 81. 

Vc^elarijen. Inl. 

Voortvluchtigen. 77. 

Vroedschap. 31, 32. 

Vroedschapsresolutiën. 25. 



Waag 32. 
Watermolentje. 44. 



Digitized by 



Google 



228 

z. 

Zandsloot. Inl. 

Zeewater. 82. 

Zegel van den ambachtsheer. 44. 

Zegel van Holland (Groot). 83, 34. 

Zegel van justitie. 5. 

Zegel van de leenen van Egmond. 38. 

Zuiden (Landen in het). 65. 

Zuider Burgemeestersboek. 10. 

Zwanendrift. Inl. 



Voorhanden Zegels. 



Hof van Holland. 60. 

Gemeeneland van West-Priesland en het Noorder-Kwartier. 40. 



Digitized by 



Google 



229 



Het Ryksarchief in Zeeland. 

L Toestand der bewaarplaaia van het archief. 

Gelijk in mijn vorig jaarverslag is medegedeeld, is in den 
loop van 1900 een groot gedeelte van de tot berging der archie- 
ven bestemde lokalen, namelijk die, gelegen tasschen den vier- 
kanten toren en de woning van den Commissaris, tijdelijk aan 
mijn beheer onttrokken. De hoop, dat dit gedeelte van het 
archiefgeboaw in den loop van 1901 geheel zon zijn afgewerkt, 
zoodat het weder onder mijn beheer zou zijn teruggekeerd en 
gevuld met de tijdelijk elders ongeborgene archiefstukken, is 
intusschen teleurgesteld. De lokalen zijn nog altüd niet gereed 
gekomen en binven dus alsnog buiten gebruik. Intusschen be- 
staat er gegronde hoop, dat met den aanvang der lente die 
lokalen weder voor den archiefdienst zullen woraen ingeruimd. 
Qj zullen dan reeds dadelijk in verdubbelde mate moeten dienst 
doen, want het is de bedoeling dan de vertrekken, gelegen 
tasschen den vierkanten toren en de Balanspoort, onderhanden 
te nemen, zoodat die op hunne beurt zullen moeten worden 
ontruimd. Ik hoop dan in de gelegenheid te zijn de archief- 
stukken, die zich thans in deze vertrekken bevinden, naar de 
inmiddels in orde gemaakte lokalen over te brengen. Die lokalen, 
de zaal boven de Balanspoort en de zolders zullen dus tijdelijk 
het geheele archief moeten bergen, en het zal heel wat schikken 
kosten, eer alles behoorlijk zal zijn ondergebracht. Bij onderzoek 
is gebleken, dat de nieuw in orde gemaakte lokalen tijdelijk 
bergruimte zullen moeten verleenen aan circa 1650 strelende 
H. archie&tukken, terwijl er in normale omstandigheden slechts 
voor circa 980 M. archivalia berging is. Om aan het daaruit 
voortvloeiende bezwaar tegemoet te komen, schijnt het mij 
gewenscht tijdelijk èn in de boven- en in de beneden vertrekken 
meer kasten te plaatsen dan de bedoeling is, dat daarin bij eene 
definitieve regeling zullen blijven staan. De architect der riiks- 
aichiefgeboawen alhier was met mij van oordeel, dat deze 
oplossing de beste is en verreweg de voorkeur verdient boven 
bet huren van eene tijdelijke bergruimte. Het is daarom ge- 



Digitized by 



Google 



230 

wenscht de kasten, die overigens eerst noodig zouden zijn na 
het afwerken der .vertrekken tnsschen den vierkanten toren en 
de Balanspoort, reeds nu in gebruik te nemen en tijdelijk in 
de nieuw op orde gemaakte vertrekken te plaatsen tot berging 
der archiefstukken, waarvoor anders geene ruimte zou zijn. In 
verband met een en ander is door dien architect aan Uwe 
Excellentie een voorstel tot aanschafQng van meubelen gedaan. 

II. Toestand der reddings- en hrandbluschmiddeUn, 

In het afgeloofyene jaar is een nieuwe stap gedaan om het 
brandgevaar voor de archieflokalen te verminderen. Aan de 
woning van den conciërge grenst het polderhuis van Walcheren. 
V^6r dat polderhuis bevindt zich een uitbouw, die, voor de 
conciergeswoning uitspringende, zich in de onmiddellijke nabij- 
heid der archieflokalen bevindt. Die uitbouw wordt als berg- 
plaats van brandstoffen gebezigd en er bevindt zich daarin eene 
stookplaats, die niet geheel buiten gebruik was gesteld. Deze 
uitbouw leverde dus een dubbel bezwaar op : hij veroorzaakte 
brandgevaar voor de arcbieflokalen en was voor de concierges- 
woning een hinderlijke sta-in-den-weg. In het laatst van het 
afgeloopene iaar is op mijn verzoek het stuk grond, waarop 
zich die uitbouw bevindt, door het Rijk aangekocht met de 
bedoeling die bergplaats van brandstoffen af te breken en op 
te ruimen. Wanneer dat zal zijn geschied, zal eene aanzienlijke 
verbetering in den toestand der archiefgebouwen verkregen znn. 

Overigens is de toestand der reddings- en brand bluschmiddelen 
onveranderd gebleven. Ook in 1901 is de bliksemafleider weder 
onderzocht. 

III. Toeètand der Archiefverzamelingen, 

Bij' ministerieele beschikking van 19 Januari 1901 werd op 
mijn verzoek bepaald, dat het archief voortaan op alle werk- 
dagen van 9 tot 3 uren toegankelijk zal zijn voor net publiek, 
en dat de ambtenaren gedurende dien tijd op het bureau aan- 
wezig .moeten zijn. Door deze regeling zijn twee voordeelen ver- 
kregen. Immers 's winters van 3 tot 4 uren waren de bureau- 
lokflJen in den regel zoo weinig verlicht, dat van het verrichten 
van eenig nauwkeurig werk geen sprake kon zün. Voor dat toch 
feitelijk verloren uur treedt nu dat van 9 tot 10 uren 's morgens 
in de plaats. Bovendien heeft nu het publiek ook Vrijdags en 
Zaterdags van rechtswege toegang tot het archief; feitelijk werd 
sinds lang ook op die dagen de toegang niet geweigerd. 

Overigens valt onder deze afdeeling van het verslag aUeen 
mede te deelen, dat een aanvang is gemaakt met het aanbrengen 



Digitized by 



Google 



231 

van stempels . en etiqnetten op de reeds definitief geordende 
archieven van het depot. Behalve het archief van Reimerswaal, 
dat reeds vroeger op deze wijze behandeld was, zijn thans de 
archieven van de directe en indirecte belastingen, vanBreskens, 
van de Hervormde gemeente te Arnemuiden en het onlangs in 
broikleen verkregene archief der Engelsche kerk te Middelburg 
in orde gebracht. Elk archiefnummer is voorzien van 1®. den 
stempel van het Rijk of — voor zoover het een in bruikleen 
afgestaan archief betreft — den stempel van het lichaam, dat 
den eigendom van het archief bezit, 2^. een etiquet, aanwijzende 
het archief, waartoe het behoort, en het nummer, waaronder 
het in den betreffenden inventaris beschreven is, en &>. een 
uitknipsel uit den gedrukten inventaris — bij charters uit de 
regestenüjst' — bevattende de beschrijving van het archiefstuk. 
Nog werden in het afgeloopene jaar tot tijdelijke berging van 
de portefeuilles met acquitten, behoorende bij de domeinreke- 
ningen, op den zolder boven de bureauvertrekken eenige loquet- 
ten aangebracht 

IV. Werkzaamheden en voortgang der ordening en der inventari- 
satie van het archief. 

Een groot gedeelte van mijn tijd werd in het afgeloopene jaar 
nog door het Abdijarchief in beslag genomen. Niet slechts toch, 
dat het drukken van den inventaris en de regestenlijst veel tijd 
vorderde, vooral het bewerken van den index der persoons- 
namen bleek een arbeid van niet geringen omvang te zijn. De 
index of liever de drie indices — want hij is in drie afdeelingen 
gesplitst, waarvan de eerste de voornamen, de tweede de bij- 
en familienamen, en de derde de ambten en waardigheden in 
alphabetische volgorde vermeldt — zijn zeer omvangrijk geworden. 
Toch schenen mij bij een eenigszins uitgebreid archief en vooral 
bg eene r^estenlijst uitvoerige indices absoluut onmisbaar toe, 
en ik heb dus voor dien overigens weinig aantrekkelijken arbeid 
tpd noch moeite gespaard. Van den inventaris en de regestenlijst 
zijn thans 32 vellen afgedrukt; daarbij zullen nog ongeveer 
iyree vellen komen, terwijl de indices zeker ook nog verscheidene 
vellen in beslag zullen nemen. Ik had gehoopt, dat het werk 
nog in 1901 verschijnen zou, maar een paar malen heeft er op 
de drukkerij eene stagnatie in den arbeid plaats gegrepen, die 
die hoop verijdeld heeft. 

Inmiddels heb ik mij, gelijk ik reeds in mijn vorig verslag 
opmerkte, gezet aan de regeling van het oudste gedeelte van het 
archief der Staten van Zeeland, het tijdperk vóór 1578 bevat- 
tende. Het archief der Staten dateert van circa 1500. Natuurlijk 



Digitized by 



Google 



232 

klimt het ontstaan van het StatencoUege zelf veel hooger op, 
maar zoolang de Staten alleen werden bijeengeroepen om beden 
toe te staan, en de inning dier beden of liever der toegeetane 
belastingen aan de grafelijke rentmeesters bleef opgedragen, was 
voor het vormen van een Statenarchief geen voldoende stof 
aanwezig. Eerst toen in de wijze van bedeheffing eene verande- 
ring kwam, zoodat de Staten den landsheer slechts eene bepaalde 
som gelds toestonden, maar de heffing der belasting, waaruit die 
som gevonden zon worden, aan zich behielden, vormde zich 
een eigen Statenarchief of liever een archief van prelaat en 
edelen. Want voor het afhooren der rekeningen van de ambte- 
naren, die de Statenlasten inden, kwamen niet de afgevaardigden 
der Staten in hun geheel samen, maar alleen enkele bezitters 
van groote ambachtsporties: de abt van Middelburg en eenige 
hooge edelen. Het is het archief van dat college, dat in de 
Abdij bewaard werd, met welks regeling ik mij bezig gehouden 
heb. Later kregen ook de vertegenwoordigers der steden aandeel 
aan het afhooren der rekeningen, en zoo versmolt het college 
van prelaat en edelen met de Staten zelven. 

Het is hier niet de plaats om uiteen te zetten, hoe de ver- 
schillende beden werden opgebracht, en hoe Karel V weder het 
afhooren der ordinaris bederekening aan den invloed der Staten 
wist te onttrekken; ik hoop dat alles in de inleiding op den 
inventaris van het archief aan te toonen ; alleen mag er m dit 
verband wel op gewezen worden, dat de laatstgenoemde ver- 
andering, waaroij de keizer het recht verwierf de ordinaris 
bederekening af te hooren en de geheele wisselvallige opbrengst 
der bede (behalve het zoogenaamde surcrois) voor rich te behouden, 
aanleiding schijnt te hebben gegeven tot de eerste regeling van 
het Statenarchief. De oudste nummering er van dateert althans 

i'uist uit dienzelfden tijd (1533), waarin die wijziging in bevoegd- 
leid, die ook van grooten invloed was op den inhoud en de 
inrichting van het archief, tot stand kwam. In 1902 hoop ik de 
regeling van dit archief te vervolgen. 

De heer adjunct-commies Wiersum zette in het afgeloopen 
jaar de ordening der rechterlijke archieven voort op de wijze 
als in het vorige jaarverslag is aangegeven. Na de oraening der 
rechterlijke archieven van het platteland en de smalstedcn van 
Walcheren te hebben voltooid^ heeft hij de archieven van de 
steden en dorpen van Schouwen en Duiveland onder handen 
genomen. Reeds zijn die van Zieriksee (voor zoover aanwezig), 
Brouwershaven, Bruinisse, Bommenede, Blois, Burch, Dreischor, 
Duivendijke, Brijdorpe en Klaaskinderkerke, Looperskapelle, 
Elkersee, Ellemeet en Haamstede geregeld. In 1902 zal ook deze 
arbeid worden voortgezet. 



Digitized by 



Google 



233 

Ook het in dit jaar in bruikleen ontvangen archief der Engel- 
9che kerk te Middelbnrg werd door den heer Wiersnm beschreven, 
De inventaris is als bijlage aan dit verslag toegevoegd. 

De heer De Waard hield zich ouder gewoonte weder inet de 
regeling der uitgebreide verzameling ac(}uitten bezig. Ditmaal 
werden die, welke behooren bij de domemrekeningen van Be- 
westen-Schelde, Beoosten-Schelde en Tholen afgehandeld. In 
hoofdzaak bevatten die serieên alleen stukken uit den tijd na 
den opstand. De rentmeesters van Bewesten-Schelde en Beoosten- 
Schelde maakten jaarlijks drie rekeningen op: de ordinaris- 
domeinrekening, de extraordinaris-domeinrekenmg (welke beide 
serieën reeds v66r den opstand bestaan) en de rekening van de 
ooilaterale successie van tienden, ambachten en leenlanden en 
van den veertigsten penning van het transport dier goederen, 
welke serie met 1599 begint. Bovendien vindt men in Bewesten- 
Schelde sinds 1673 nog eene rekening van den 200«>^ penning, 
gekort op de renten, ten laste der domeinen loopenae. Vóór 
1673 werd die rekening niet afzonderlijk gehouden, en in Be- 
oosten-Schelde komt deze serie ook na 1673 niet voor. In Tholen 
▼indt men slechts ééne rekening. Niet alleen komt daar naast 
de ordinaris geene extraordinaris-domeinrekening voor, ook 
het collateraal wordt sinds 1625 in de domeinrekening ver- 
antwoord. 

V. In druk uitgegeven bescheiden^ hehoorende tot het archief. 

In het Supplement op het Oorkondenboek van Holland en 
Zeeland door wijlen den heer James De Fremery komen ver- 
scheidene oorkonden voor, die in dit depot berusten. Alle 
oorkonden betreffende HoUand en Zeeland v6ór 1300, die hier 
aanwezig zijn, zijn thans, voor zoover ik weet, afgedrukt. 

Onder den titel: „Servitia, tienden en exemtiegelden, opge- 
bracht door de O. L. V. abdij te Middelburg" werden door mij 
verschillende charters, behoorende tot het Abdijarchief, in 
het 22« deel van de Bijdragen en mededeelingen van het 
Historisch genootschap uitgegeven, terwijl ik in de Verslagen en 
mededeelingen van de Vereeniging tot uitgave der bronnen van 
het Vaderiandsche recht IV — 4 eene bijlage tot de zesde 
rekening van Jacop van Botland, rentmeester van Tholen, 
publiceerde. 

Ook mag hier wel de aandacht worden gevestigd op het be- 
langrüke werk van mr. J. H. De Stoppelaar: Balftiasar de 
Honcheron, waarin wel is waar geene stukken uit het depot 
lijn afgedrukt, maar toch tal van gegevens uit het Statenarchief 
ajn verwerkt. 



Digitized by 



Google 



234 

VI. Aanwinsten door geschenk^ aankoop^ ruü of in bruikleen 
verkregen^ en verliezen, 

In 1901 verwierf het depot de volgende handschriften en 
archiefstakken : 

1. „Saakelijk register van de notulen der Ed. Mog Heeren 
Staaten van Zeeland. Eerste deel". Index op de resolutiën der 
Staten van Zeeland. 1577—1744. Met alplmbetische lijst der 
onderwerpen. 1 deel. 

N.B. Dit deel werd 4 April 1901 aangekocht in auctie S. Gouda 
Quint te Arnhem. 

2. Alphabetische index op het privilegieboek der stad Goea. 
Achterin : Formulieren van eeden en andere stukken. (Tweede 
helft der 18® eeuw.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als no. 1. 

3. Schepenregister van Hoedekenskerke. 1607. Fragment van 
een deel, waaraan de band ontbreekt. 

N.B. Dit deel werd 20 Mei 1901 geschonken door den kerkeraad 
der Nederlandsche Hervormde gemeente van Hoedekenskerke. 

4. Gerechtsrol van Hoedekenskerke. 1671—1687. 1 deel. 

N.B. Achterin een register van transporten en plechten over 1672— 
1678. — Dit deel is zeer geschonden. — Verkregen op dezelfde wijze 
als no. 3. 

5. Stukken uit voor het gerecht van Hoedekenskerke ge- 
voerde procedures. 1752. 1 pak. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 3. 

6. Register van transporten en plechten, verleden voor het 
gerecht van Hoedekenskerke. 1668 — 1669. 1 deel. 

N.B. Dit deel is zeer geschonden. — Verkregen op dezelfde wijze 
als no. 3. 

7. Minuten van plechten, verleden voor het gerecht van 
Hoedekenskerke. 1790—1791. 1 pak. 

N.B. Verkregen op- dezelfde wijze als no. 3. 

8. Minuten en copieën van verkoopconditiën van onroerende 
goederen onder Hoedekenskerke. 1704—1755. 1 pak. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 3. 

9. Minuten van testamenten, verleden voor het gerecht van 
Hoedekenskerke. 1782—1759. 1 pak. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 3. 



Digitized by 



Google 



235 

10. Minuten en copieën van allerlei scabinale akten, ver- 
leden voor het gerecht van Hoedekenskerke. 1700 — 1757. 1 pak. 

N.6. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 3. 

11. Minuten en copieën van boedelrekeningen, vereffend te 
Hoedekenskerke. 1691—1739. 1 pak. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als no. 3. 

12. Register van rekeningen en scheidingen van boedels en 
akten van aanvaarding van voogdij, verleden ter weeskamer 
?an Hoedekenskerke. 1596—1604. 

N.B. Dit deel is zeer geschonden. — Verkregen op dezelfde w\jze 
ab no. 3. 

13. Stukken uit eene procedure tusschen de ambachtsheeren 
en het gerecht van Hoedekenskerke eener — en J. Oostdijk 
anderzijds over de toegehoorigheid van Ooster- en Middel- 
Zwake tot het ambacht. 1755-1758. 1 pak. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 3. 

14. Register, inhoudende afschriften van de keuren en statu- 
ten der stad en heerlijkheid Breskens en Breskenszand van 
hertog Willem van Cleve en van het octrooi van bedijking door 
Philips van Cleve, heer van Ravestein, in 1510 gegeven, ver- 
vaardigd door Jacobus Dircksen in 1766 en 1770. 1 deel. 

N.B. In hetzelfde deel zijn later nog ingeschreven eene memorie, 
namens den heer van Breskens tot de gecommitteerden der Generali- 
teit gericht in 1723, en in 1808 de omlooper van Groot- en Klein- 
Baarzande, door Adriaen Dircksen Jacobus'zoon. — Dit deel werd 
6 Joni 1901 aangekocht op eene publieke verkooping te Qroede. 

15. Omlooper van de watering van de Groede door den 
landmeter Franchoys van den Poorte 1552, vernieuwd door den 
landmeter Pieter Kempe. 1567. Hierachter: omlooper van Segeers- 
moerswatering door den landmeter Reter de Roode. 1554. 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 14. 

16. Kaart van den Jacobapolder (Noord-Beveland), opge- 
maakt door de landmeters Laurens Boeren en Zacharias 
Dnibbels in opdracht van de ambachtsheeren en den rent- 

; meester der domeinen van Z. H. in Noord- en Zuid-Beveland, 
directeur van den polder, bij gelegenheid van de bedijking in 
1769. 1 kaart. 

N.B. Deze kaart werd in September 1901 aangekocht van Chr. Verreyt 
te Rotterdam. 



Digitized by 



Google 



236 

17. „Aanteekeningen van hetgeen voorgevallen is bij en na 
de komst der Franschen in deze provintie." Handscturift van 
een Middelburger, behelzende aanteekeningen, loopende van 
1795 Januari 30 tot 1810 Juli 3. 1 deel. 

N.B. Dit deel werd in November 1901 in auctie K. I«e Gointre te 
Middelburg aangekocht. 

18. D. W. C. Hattinga. „Kaarte figuratief van de verdronken 
en geïnundeerde landen van Zuyd-Beveland en het marquistaat 
van Bergen op den Zoom'', met aanwijzing der ansjovisvis- 
scherijen. 1784. 1 kaart. 

N.B. Deze kaart komt overeen met die, vermeld in den Inventaris 
der kaarten en teekeningen van J. P. Van Visvliet onder n^. iS, 
maar verkeert in veel beteren staat. — Verkregen op dezelfde wijze 
als no. 17. 

19. Register, inhoudende de ordonnantie op de weeskamer 
der stad Vlissingen d.d. 1533, de ordonnantiën, statuten en 
observantiën der stad Vlissingen en het accoord tusscben de 
stad Vlissingen en den prins van Oranje d.d. 1582. Afechrift 
van (c. 1675). 1 deel. 

N.B. Dit deel werd 5 December 1902 aangekocht van den heer J. 
A. Frederiks te Middelburg. 

20. Akte van verkaveling van landen, afkomstig van de 
kloosters Baudeloo, Haghe en Byloocque, gelegen onder Zuid- 
dorpe en Beoostenblij, tusschen de gemeenschappelijke koopers. 
1617. (Notarieel afschrift voor mr. Cauw, rekenmeester van 
Zeeland, wien de eerste kavel was ten deel gevallen.) 1 stuk. 

N.B. Dit stuk werd 20 December 1901 aangekocht van den boek- 
handelaar Schmitz te Maastricht. 

Onder de hier genoemde archivalia moet vooral de aandacht 
gevestigd worden op de verschillende nummers, die van het 
rechterlijk archief van Hoedekenskerke afkomstig zijn. Reeds 
in mijn vorig verslag stelde ik de verkrijging dezer archief- 
stukken in uitzicht. Toch heeft het nog geruimen tijd geduurd, 
eer zij in het depot, waarin zij van rechtswege behooren te 
berusten, werden opgenomen. Eerst na herhaalden aandrang 
vooral van de zijde van den heer De Kruyter te Goes is de 
kerkeraad van Hoedekenskerke er toe overgegaan deze voor de 
kerkelijke gemeente waardelooze stukken af te staan. De zilveren 
eerem^aille, den heer De Kruyter wegens zijne belangstelling 
in 's Rijks wetenschappelijke verzamelingen bij Koninklijk 
besluit van 14 Augustus 1901 (nr. 27) verleend, was dan ook 
wel verdiend. 



Digitized by 



Google 



237 

Nog eene andere aanwinst verwierf de verzameling rechterlijke 
archieven. Het gedeelte van het rechterlijk archief van Dom- 
burg, dat nog in die gemeente was achtergebleven, werd 
eindelijk naar het depot overgebracht. Reeds in 1896 had het 
gemeentebestuur zich tot de Regeering gewend met verzoek 
deze stukken in bruikleen onder zich te mogen behouden. 
Daarop is in den loop van dit jaar afwijzend b^hikt, en bij 
proces*verbaal van 17 Augustus werden mij de stukken over- 
gedragen. Zij zijn door den heer Wiersum tegelijk met het hier 
leeds berustende gedeelte van het rechterlijk archief van Dom- 
burg beschreven. 

Eene tweede verrijking met een geheel archief ondervond het 
depot door de gunstige beschikking van de bestuurders der 
Engelsche kerk te Middelburg, die hun archief in bruikleen 
aanboden. Door uwer Excellenties ambtsvoorganger 20 Juni 
1901 tot de inbewaameming van het archief gemachtigd, tee- 
kende ik met den scriba der Engelsche kerk het proces-verbaal 
van overdracht 22 Juli d.a.v. Het was inderdaad noodig, dat 
het archief in een depot bijeengebracht en behoorlijk geregeld 
werd, want bij de overneming bleek, dat tal van gewichtige 
bestanddeelen er van niet onder den scriba, maar onder andere 
kerkeraadsleden of zelfs onder erfgenamen van overleden kerke- 
raadsleden berustten. Met behulp van oude inventarissen werd 
Tastgesteld wat ontbrak, en dank zij de medewerking, van ver- 
eeheidene kerkeraadsleden ondervonden, werden de verlorene 
r^isters weder terechtgebracht Het archief, dat met 1624 be- 
gint en vrij compleet is, is niet onbelangrijk, gelijk uit den 
hierachter opgenomen inventaris, bewerkt door dr. Wiersum, 
binken kan. 

behalve de verzameling handschriften werd ook de collectie 
legels verrijkt. Mej. M. De Man te Middelburg schonk nl. aan 
het depot een zegelstempel, blijkens het opschrift afkomstig 
van E^dius Johannes' zoon, priester, gevond!en op het kerkhof 
Tan Mariekerke, en een afdruk van het zegel van den Raad 
Tan Vlaanderen, laatstelijk in originali berustende onder wijlen 
den heer Serrure te Panjs. Deze stempel, die waarschijnlijk uit 
het dep6t ontvreemd is, werd door dien heer bij een antiquaar 
te Midaelburg ^kocht. 

Andere aanTnnsten verwierf het depot in het afgeloopene jaar 
met Wel was er meermalen sprake van. 2k>o trachtte ik in Mei 
in auctie IVederik Muller te Amsterdam eene verzameling 
origineele brieven van Jan de Witt aan den Zeeuwschen raad- 
pensionaris Adriaan Veth te verwerven. Zij werden echter tot 
wM^eren prijs verkocht, dan ik meende te mogen bieden voor 
brieven, waarvan de minuten in het Algemeen rijksarchief aan- 



Digitized by 



Google 



288 

wezig zijn. Zoo kocht ik van den heer Tacx te Utrecht de akte 
van aanstelling van L. P. Van de Spiegel tot raadpensionaris 
van Holland, maar droeg dat stuk daarna weder over aan den 
Algemeenen rijksarchivaris, in wiens depot het meer eigenaardig 
tehuis behoort. 

In het bijzonder moet ik hier echter de aandacht vestigen 
op de memoriën, tusschen den Algemeenen rijksarchivarlB en 
mij gewisseld over de vraag, waar de archieven, afkomstig 
van de rentmeesters der domeinen van de prinsen van Oranje 
in Zeeland, behooren te berusten. Het belang, dat de zaak voor 
de indeeling der archiefdepöts in het algemeen heeft, noopt mij 
eenigszins uitvoerig te zijn. In mijn vorig verslag heb ik mede- 
gedeeld, hoe eenige stukken, van die rentmeesters afkomstig, 
door den minister van financiën waren toegewezen aan het 
dep6t van den Algemeenen rijksarchivaris, hoewel vroeger 
archiefstukken, afkomstig van diezelfde rentmeesterschappen, in 
het Zeeuwsche depot waren geplaatst; en ik veroorlooftfe naijer 
op te wijzen, dat het gewenscht was, dat de rijksarchivarissen 
werden ingelicht omtrent het beginsel, dat aan de distributie 
dier archivalia ten grondslag ligt. Deze opmerking gaf Uwer 
Excellenties ambtsvoorganger aanleiding mij hieromtrent nadere 
inlichtingen te vragen en in het bijzonder mijne meening 
omtrent de vraag, waar deze archieven zouden behooren te 
worden geplaatst. 

Bij schrijven van 13 Maart had ik de eer aan die opdracht 
te voldoen. Ik zette daarin uiteen, dat de heer Hingman in 
1876 door den minister van financiën werd belast met het instel- 
len van een onderzoek naar de oude stukken, berustende in de 
kantoren der registratie en domeinen te Middelburg, Goes, 
Kortgene en Hulst; ik betoogde, dat de heer Hingman in die 
kantoren moet hebben aangetroffen stukken van drieërlei 
oorsprong, nl. lo. die, afkomstig van de rentmeesters der 
grafelij kheidsdomeinen in Zeeland en van de ontvangers van 
verschillende provinciale belastingen, allen rekenplichtig aan de 
rekenkamer van Zeeland, 29. die, afkomstig van de rentmeesters 
der goederen van de prinsen van Oranje-Nassau, rekenplichtig 
aan den Nassauschen domeinraad te 's-6ravenhage, en 3o. die, 
afkomstig van de rentmeesters der grafelijkheidsdomeinen in 
Staats- Vlaanderen en van de ontvangers der Generaliteits- 
belastingen in dat ressort ; en ik wees er op, dat overeenkom- 
stig het voorstel van den heer Hingman de stukken der eerste 
categorie in hun geheel waren toegewezen aan het toen nog 
provinciaal archief te Middelburg en die der laatste aan het 
Algemeen rijksarchief, maar dat de stukken, afkomstig van de 
rentmeesters der domeinen van de prinsen van Oranje gedeel- 



Digitized by 



Google 



tel^k naar het Algemeen rijksarchief, gedeeltelijk naar het 
Zeeuwsche depot waren overgebracht 

Ten opzichte van de vraag, waar m. i. die archiefstukken 
behooren te berusten, merkte ik op, dat omtrent de archieven, 
afkomstig van de rentmeesters der domeinen van Zeeland en 
van ontvangers van provinciale belastingen geen verschil van 
meening kon bestaan. Zij behooren thuis in het Zeeuwsche 
depot, waarin zii ook berusten. „Anders is het gelegen", ging 
ik voort, „met de beide andere categorieën: 1^ de stukken, 
afkomstig van de rentmeesters der domeinen van Vlaanderen 
en van de ontvangers der belastingen, die de Generaliteit in 
Vlaanderen hief, en 2®. de stukken, afkomstig van de rent- 
meesters der domeinen van de prinsen van Oranje. De in de 
eerste plaats genoemde ambtenaren werden aangesteld door en 
waren rekenpUchtig aan de Generaliteit, de ambtenaren der 
tweede soort ressorteerden onder den Nassauschen domeinraad. 
Men kan dus meenen, dat van die ambtenaren afkomstige 
stukken behooren te worden opgeborgen in het Algemeen rijks- 
archief, waarin zoowel de Generaliteitsarchieven als het archief 
van den Nassauschen domeinraad worden bewaard. Intusschen 
staat daartegenover, dat al die ambtenaren hunne functiën over 
gedeelten der provincie Zeeland uitoefenden, en hunne archie- 
yen dus eigenaardig thuis schijnen te behooren in het Zeeuwsche 
dep6t, dat toch ook een rijksdepöt is. De beslissing in deze 
behoort, meen ik, te steunen op de regels, door uwer Excel- 
lenties ambtsvoorganger bij schrijven d.a. 10 Juni 1897 (L<^ A. 
afd. E. W.) aan de rijksarchivarissen toegezonden. Een dier 
r^ls schijnt bepaald te spreken voor eene overbrenging naar 
het Algemeen rijksarchief, nl. deze : De archieven van commis- 
iièn en ambtenaren behooren bij het archief van het bestuur bij 
hetwelk zij hunne functiën uitoefenen. Daaruit schijnt dus te 
▼olgen, dat de archieven van de rentmeesters en ontvangers in 
Staats- Vlaanderen, die ondergeschikt waren aan de Generaliteit 
en rekenpUchtig aan de Generaliteitsrekenkamer, behooren bij 
het archief dier rekenkamer, en de archieven van de rent- 
meesters der Nassausche domeingoederen bij het archief van 
den Nassauschen domeinraad, waaronder z^ ressorteerden. 
Dit schijnt mii echter niet juist en ook niet de bedoeling 
der bovenstaande bepaling te zijn. Ik veroorloof mij daartoe te 
wijzen op de genesis van het betreffende voorschmt, dat ont- 
leend is aan eene stelling, door mr. Feith in de vergadering 
▼an rijksarchivarissen d.d. 19 November 1895 toegelicht. De 
steUinff van mr. Feith stond toen tegenover een andere, die 
door de aanneming van de eerste geacht werd verworpen te 
qn. Die andere verworpen stelling nu luidde : De archieven van 



Digitized by 



Google 



240 

de colleges en ambtenaren^ die dezelfde gemeenschap vertegenimordi» 
gen^ behooren bij elkander en vormen samen de archieven dier 
gemeenschap. Dat beginsel, dat inderdaad vereischte, dat de 
archieven van alle Generaliteitsambtenaren en van alle ambte- 
naren van de domeinen der prinsen van Oranje in het dep6t 
te 's-Gravenhage zouden worden geconcentreerd, is door de ver- 
gadering niet aanvaard. Zij heeft integendeel aangenomen het 
Beginsel — en het is door Uwer Excellenties ambtsvoorganger 
gesanctioneerd — dat alleen de archieven van de oommissieB en 
ambtenaren, die bij een bestuur hunne functies uitoefenen, met 
de archieven van dat bestuur een geheel uitmaken. Welke 
commissies en ambtenaren daarmede gemeend waren, is in de 
bedoelde vergadering niet nader gezegd; men heeft volstaan 
met op de moeilqkheid om in de definitie eene juiste grens te 
trekken te wijzen. In de Handleiding voor het ordenen en be- 
schrijven van archieven, waarin hetzelfde voorschrift is opge- 
nomen (§ 54), heeft mr. Feith als voorbeelden van zulke com- 
missies en ambtenaren genoemd: de commissie uit de Statoi 
van Groningen, aan wie het toezicht op de dijken in die provincie 
was opgedragen, en een procureur-generaal bü een nof. Naar 
mijne meening wil het bedoelde voorschrift aUeen zeggen, dat 
de archieven der ambtenaren, die hunne functiën uitoefenen bij, 
dus op dezelfde plaats als, onder het onmiddellijk toezicht van 
een of ander college, bewaard moeten worden bij het archief 
van dat college. Daartegenover bepaalt dat voorschrift m. i. 
niets omtrent het verband tusschen het archief van zulk een 
college en dat van een elders gevestigd ambtenaar, al ressorteert 
hij dan ook onder dat college. 

Men kan ook moeilijk zeggen, dat archieven van colleges en 
ambtenaren, die in schriftelijk verkeer met elkander staan, bij 
elkander behooren. Want de bepaling wil niet zeggen, dat die 
archieven in één depot bewaard moeten worden, maar dat zij 
één geheel vormen. In de boven geciteerde § der Handleiding 
zegt mr. Feith met zoovele woorden : „Het spreekt dus als van 
zelf, dat voor zooverre deze commissiën of ambtenaren archie- 
ven hebben gevormd, die archieven niet als geheel op zich zelf 
staande archieven mogen worden beschouwd, doch ais een deel 
van het archief van het bestuur, waaraan zij zoo nauw zijn 
verbonden." (1) 

En dat deze opvatting van het voorschrift inderdaad de juiste 
is, blijkt uit de volgende bepaling, die er zich als tweede alinea 

(1) De bedoeling van mr. Feith blijkt ook uit de plaats, die het voorechrift 
in de Handleiding inneemt, nl. onder de afdeeling: «Het ineenzetten van deo 
inventaris», niet onder die, welke handelt over: «Ontstaan en indeeling van 
archiefdepóts». 



Digitized by 



Google 



241 

aan aansluit: Met het archief van een bestuur behooren in één 
archief depot vereenigd te worden de archieven van die besturen, 
vier rechten of funetün zijn overgegaan op eerst vermeld bestuur. 
De fonctiën zoowel van de rentmeesters en ontvangers der 
Generaliteit in Staats- Vlaanderen als van de in Zeeland fan- 
geerende rentmeesters der Nassausche domeinen, zijn overgegaan 
op de in de tegenwoordige provincie Zeeland gevestigde ambte- 
naren der registratie en domeinen. Zij behooren dus te worden 
overgebracht naar hetzelfde depot, waarheen ook de archieven 
dier ambtenaren der registratie en domeinen zouden verhuizen, 
wanneer de Regeering besloot ze naar een der depots van oude 
archieven over te brengen. En dat daarvoor dan het rijksdepót 
te Middelburg zou worden aangewezen, schijnt niet twijfelachtig 
en in overeenstemming met de regels, die o. a. bij het overbren- 
gen der rechterlijke archieven zijn opgevolgd. Trouwens eene 
andere der in 1897 vastgestelde regels zegt: 

Hei depot der oude Bijksarchieven in eene provincie bestaat uü: 

a. de archieven enz.; 

d. die van de colleges en 'personen^ op het tegenwoordig grond" 
gdned der provincie gefungeerd hebbende^ welke krachtens bestuurs- 
maatregel in het depot gepUuüst zijn. 

De bedoelde ambtenaren in Staats-Vlaanderen en de rent- 
meesters der Nassausche domeinen hebben op het tegenwoordig 
grondgebied van Zeeland gefungeerd; en de bestuursmaatregel, 
die de overbrenging hunner archieven naar de rijksdepöts ge- 
lastte, had ze dus volgens dat voorschrift aan het depot in 
Zeeland moeten toewijzen. Het bovenstaande beginsel lijdt slechts 
in één geval uitzondering, nl. wanneer de functiën van een 
opgeheven college of ambt overgaan op een buiten de provincie 
fangeerend college of ambtenaar. Maar dat is hier het geval 
niet: de functiën der bedoelde ambtenaren zijn overgegaan op 
de thans in Zeeland fungeerende ambtenaren der registratie en 
domeinen, onder wie hunne archieven ook tot 1877 hebben 
berust." 

Dit schrijven, door den minister in handen van den Alge- 
meenen rijksarchivaris gesteld, werd door hem 8 Augustus 1901 
beantwoord. Met een beroep op het rapport van den heer Hing- 
num d.d. 23 October 1876, dat in de agenda van den Algemeenen 
rijksarchivaris berust, bestreed de meergemelde ambtenaar de 
opvatting, als zou de heer Hingman bij de splitsing der in de 
untoren der registratie gevonden archieven onstelselmatig zijn 
te werk gegaan, en wees hij er op, dat de archieven, afkomstig 
van de rentmeesters van de goederen der prinsen van Oranje, 
in hun geheel naar het Algemeen rijksarchief waren overge- 
bracht, waarvan alleen in zooverre werd afgeweken, „dat dub< 

(1901) 16 



Digitized by 



Google 



242 

beien van bescheiden, behoorende tot het eene depot, in het 
andere geplaatst zijn geworden, omdat zij voor het eerste zonder 
waarde zijnde, in het laatste nog van eenig nnt kunnen zija'\ 

Mijne opvatting omtrent het depot, waar deze archieven 
overeenkomstig de in 1897 gegevene voorschriften behooren te 
worden bewaard, bestreed de Aigemeene rijksarchivaris met de 
volgende gronden: 

„Waar ik de bescheiden, afkomstig van de rentmeesters der 
Nassausche domeinen in Zeeland en Staats- Vlaanderen en van 
de rentmeesters en ontvangers van de Generaliteit in Staato- 
Vlaanderen, in verband breng met de bedoelde voorschriften, 
meen ik echter tot eene geheel andere conclusie te moeten 
komen. 

Art. 3 van die regelen geeft eene omschrijving van de be- 
standdeelen van een depot der oude Rijksarchieven in eene 
provincie. 

De hier bedoelde bescheiden behooren niet tot a en 6: de 
archieven der provinciale en departementale' besturen ; ook niet 
tot c: de archieven van de colleges en personen, wier rechten of 
functiën op de voormalige provinciale oi departementale besturen 
zijn overgegaan. Immers wat dit laatste betreft, zijn de functiën 
der rentmeesters en ontvangers op de administratie der registratie 
en domeinen en op de administratie der Rijksbelastingen, dus 
niet op een voormalig provinciaal of departementaal bestuur 
overgegaan. Er blijft derhalve nog alleen de vraag over, of de 
bedoelde documenten behooren tot d: de archieven van collies 
en personen, die krachtens bestuursmaatregel in het depot ge- 
plaatst zijn. Ook die vraag moet ik ontkennend beantwoorden. 
Er is geen bestuursmaatregel bekend, voorschrijvende dat bedoelde 
stukken in de Rijksdepöts in de provinciën zullen worden op- 
genomen. 

Iets anders is het, of het wenschelijk zou zijn zulk een bestuurs- 
maatregel te nemen. Dit meen ik op goede gronden te moeten be- 
twijfelen. Het is wenschelijk, dat de bescheiden van rentmeesters en 
ontvangers van vroegeren tijd bewaard worden inhetdep6t, 
waarin zich het archief der hooidadministratie bevindt. Dit geldt 
bepaaldelijk en vooral van de stukken der rentmeesters van de 
Nassausche domeinen. Een ontvanger der registratie en domeinen 
is thans in het bezit van een geregeld archief. De kern hiervan 
wordt gevormd door den domeinlegger, die blijvend in zijn kantoor 
berust en steeds door hem wordt bijgehouden. Uit zijne uitgaande 
en ingekomen stukken vormt hij een geheel, dat door hem wordt 
bewaard en waaruit, in verband met den legger, zijne geheele 
administratie kan worden nagegaan. De rentmeesters der Nas- 
sausche domeinen, gingen op eene geheel andere wijze te werk« 



Digitized by 



Google J 



243 

Voor hen was de rekening de hoofd;&aak, die zij, volgens art. 3 
hunner instructie jaarlijks moesten opmaken. Die rekening leverden 
zij by den Nassauschen domeinraad in, welke die in zijn archief 
deed opnemen, terwijl het dubbel „voor den rendant" wel na 
de afhooring tot hem terugkeerde, maar niet altijd bewaard is 
gebleven. In de dubbelen van rekeningen heeft men vroeger 
doorgaans groote opruimingen gehouden. Bij de rekening voegden 
de rentmeeeters als bijlagen niet alleen de quitantiën, waarmede 
zij hunne betalingen konden bewijzen, maar ook tal van andere 
stukken, die over hunne gevoerde administratie licht verspreidden, 
zooalB pachtcondities, bestekken van door hen aanbesteede wer- 
ken, requesten en memoriën van pachters of huurders, aan- 
schrijvingen van de hoofdadministratie, brieven door hen gewis- 
seld met gemeente- en waterschapsbesturen, rechterlijke en 
andere ambtenaren enz. De lias van al die documenten werd 
bij de rekening gevoegd, die in het archief van den Nassauschen 
domeinraad geplaatst werd, zoodat er van hunne overige uitgaande 
en ingekomen stukken al zeer weinig en niet veel belangrijks 
onder hen bleef berusten. 

Vandaar dat het fragmentarisch geheel, dat men hun archief 
zou kunnen noemen, niet veel te beteekenen heeft en van weinig 
nnt zou zij, indien het afzonderlijk werd bewaard. Daarentegen 
doen die bescheiden, als zij worden bewaard daar waar zich het 
aichief der hoofdadministratie bevindt, nog goede diensten, daar 
zij dan in verband met de in dat archief aanwezige rekeningen 
en hare bijlagen geraadpleegd kunnen worden. Een bestuurs- 
maatregel, waarbij die stukken van het hoofdarchief gescheiden 
en naar een ander dep6t zouden worden overgebracht, zou naar 
het mij voorkomt, geene aanbeveling verdienen.". 

Dit stuk werd door Uwe Excellentie in mijne handen ge- 
steld en gaf mij aanleiding bij schrijven van 26 September 
op te merken, dat ik mij niet had uitgelaten over het beginsel, 
dat aan de door den heer Hingman voorgestelde splitsing ten 
grondslag was gelegd, omdat ik dat niet kende en het eerst thans 
van den Algemeenen rijksarchivaris vernomen had. Ik bestreed 
daarop die splitsing, die, volgens de opvattingen van 1876 ge- 
wenscnt, thans na vasstelling der regels van 1897 ongeoorloofd 
was geworden, omdat thans niet langer het beginsel geldt, dat 
een archief eene verzameling historische documenten is, die om 
praktische redenen van het eene depot naar het andere kunnen 
worden verplaatst. Niet van de historische beteekenis der stukken, 
maar van hunne herkomst behoort hunne plaatsing in het eene 
of het andere depot af té hangen. 

Ten ox>zichte der plaats, waar de archieven, afkomstig van de 
rentmeesters der Nassausche domeingoederen en der Generali- 



Digitized by 



Google 



244 

teitsont vangers in Staats- Vlaanderen, in hun geheel behooren te 
berusten, zeide ik ten slotte het volgende: „Dat de w^ze, waarop 
de zaak tot heden geregeld werd, bij de beantwoording dier 
vraag buiten beschouwing moet blijven, spreekt van zelf. In de 
eerste plaats reeds, omdat in 1876 het depot te Middelburg nog 
provinciaal depot was en het Rijk dus huiverig was de rijks- 
archieven daar te deponeeren. Maar bovendien, de oude regeling 
ging uit van eene archief beschouwing, die thans verouderd is, 
en waarmede de bekende regelen van 1897 hebben gebrokeiL 
Alleen aan die regelen moet het aanhangige vraagpunt worden 
getoetst. 

Nu geeft art. 3 eene omschrijving van de bestanddeelen van 
een provinciaal dep6t en vermeldt daarbij in de 4^ plaats: de 
archieven van colleges en personen, op het tegenwoordig grond' 
gebied der provincie gejungeerd hebbende, die krachtens bestnnre- 
maatregel in het depot geplaatst zijn. De Algemeene rijksarchi- 
varis heeft dit voorschrift aangehaald, maar daarbij ongelukkig 
de onderstreepte woorden uitgelaten. Daarop komt het echter 
juist aan. Zij geven te kennen, dat de archieven van ambtenaren 
en colleges, die niet over het geheele rijk maar over eene pro- 
vincie of een gedeelte er van hebben gefungeerd, zoo zij in een 
rijksdepöt worden opgenomen, behooren te worden geplaatst 
in het depot in die provincie, op wier grondgebied zij nebben 
gefungeerd. De rentmeesters der domeinen van het huis van 
Nassau te Hulst, te Vere, te Kortgene enz. en evenzoo de rent- 
meesters der grafelijkbeidsdomeinen in Staats- Vlaanderen hebben 
allen gefungeerd op het tegenwoordig grondgebied der provincie 
Zeeland; en hunne archieven behooren dus bij bestuursmaat- 
regel in het Zeeuwsche depot te worden geplaatst. 

Wat voert de Algemeene rijksarchivaris nu hiertegen aan? 
Zoo ik wel zie, niet veel anders dan dit, dat er een zeker ver- 
band bestaat tusschen de archieven dier rentmeesters en dat 
van den Nassauschen domeinraad. Dat verband bestaat echter 
tusschen het archief van elk centraal college en die van de 
plaatselijke ambtenaren, die er onder ressorteeren ; en de leer, 
dat dit verband zou moeten leiden tot de bijeenvoeging van 
beiden in één archiefdepót, zou, consequent 'toegepast, er toe 
brengen, dat alle archieven in het depot te 's-6ravenhage werden 
geconcentreerd. Dat heeft de Regeering echter nooit gewild ; zij 
heeft in elke provincie een rijksdepöt gevestigd, en nu moeten 
ook de archieven in dier voege over die elf depóte verdeeld 
worden, dat de archieven der plaatselijke autoriteiten in de 
provinciale depots, die der centrale autoriteiten in het Algemeen 
rijksarchief worden geplaatst. Dat beginsel is gehuldigd bij het 
opnemen der rechterlijke archieven in de rijksdepóts, en er is 



Digitized by 



Google 



246 

m. L geen redelijke grond te vinden om het ten opzichte van 
deze rentmeestersarchieven in het bijzonder buiten toepassing 
te honden. 

Den 14®° October besliste daarop Uwe Excellentie, dat aan 
het Zeeawsche depot zouden worden overgedragen: !• de in het 
Algemeen rijksardiiefdep6t berustende archieven, afkomstig van 
de rentmeesters der Nassausche domeingoederen in Zeeland en 
▼an andere rentmeesters en ontvangers hoofdzakelijk van de 
Generaliteit in Staats- Vlaanderen ; 2« de eventueel in gemeld 
depot aanwezige archieven van rentmeesters der grafeliike 
domeinen in beland en van ontvangers van provinciale be- 
lastingen aldaar; en 3® de in 1900 door den Directeur der 
Registratie en domeinen te Middelburg aan dat depot toege- 
zonden stukken, die betrekking hebben op de domeinen der 
prinsen van Oranje. 

Mijne billijke verwachting, dat na de gevallene beslissing de 
overdracht der* bedoelde archiefstukken zou volgen, werd teleur- 
gesteld. Den 31®° October berichtte mij de Algemeene rijks- 
aichivariSy dat hij over deze zaak met Uwe Excellentie in nader 
overleg getreden was, en 20 November d.a.v. ontving ik om 
bericht en raad eene memorie d.d. 4 November, die over die 
zaak door den Algemeenen rijksarchivaris aan Uwe Excellentie 
geschreven was. Hierin wees de Algemeene rijksarchivaris er op, 
dat het bij de overdracht dezer stukken eene zaak betreft, wel 
schijnbaar onbeduidend, maar die wegens het daarin gehuldigde 
beginsel ver strekkende gevolgen kan hebben. Dit werd in de 
vozende uiteenzetting betoogd: 

„Ongetwijfeld steunt de meening Uwer Excellentie, dat de 
archieven der rentmeesters der Nassausche domeinen in Zeeland 
in het Zeeuwsche depot moeten worden bewaard, op de opvat- 
ting, dat het archief eener administratie bewaard moet worden 
in het archiefdepót van die provincie, op wier gebied zij ge- 
vestigd is geweest. 

Ik zou het zeer bedenkelijk vinden, indien dat beginsel, 
althans wat de oude archieven betreft, zonder eenig voorbehoud 
werd toegepast. Bepaaldelijk voor het Rijksarchief zou dit nood- 
lottige gevolgen hebben. 

In mijne beschouwingen dienaangaande zal ik hier niet de 
verschillende archieven ter sprake brengen, welke zich in dat 
depot bevinden, maar mij bepalen tot archieven, welke op de 
administratie der domeinen betrekking hebben, en wel, omdat 
deze thans aan de orde zijn, tot de archieven der Nassausche 
domeinen. 

Het zal niet overbodig zijn met een kort woord in herinnering 
te brengen, waaruit die archieven bestaan. 



Digitized by 



Google 



246 

De Graven van Nassau, die later Prinsen van Oranje zün ge- 
worden, hadden een groot aantal bezittingen in de nooiaelijKe 
en zuidelijke Nederlanden, die, toen de oudste tak met Willem m 
was uitgestorven, aan den jongeren tak, dien der Frieeche stad- 
houders, waaruit Hare Majesteit de Koningin a&tamt, zijn'over- 
gegaan. Hoofdzakelijk werden zij verkregen 8oor het huwelijk 
van Engelbert van Nassau met Johanna, erfdochter der heeien 
van Breda uit het huis van Polanen, en van Willem, Prins van 
Oranje, met Anna, erfdochter der Graven van Buren uit het 
huis van Egmond. Aan deze aangeërfde goederen werden vde 
andere toegevoegd, die door aankoop of op andere wijze waren 
verkregen. Nadat de Franschen tijdens de omwenteling, onder 
het voorgeven dat zij aan den Erfstadhouder Willem V den 
oorlog hadden verklaard, zich krachtens oorlogsrecht die goede- 
ren hadden toegeëigend, werden zii door hen aan de Nederlandsche 
republiek voor een buitensporig hooge geldsom ^erkocht, zoodat 
zij onder de Staatsdomeinen werden opgenomen. 

De bezittingen in Noord-Nederland waren bijna alle graaf- 
schappen en heerlijkheden, die over het grondgebied der tegen- 
woordige provinciën verspreid lagen. 

Sedert het einde der XVI® eeuw stonden die heerlijkheden 
onder het beheer van de Raden en Rekenmeesters der Nassausche 
domeinen, die in den Haag gevestigd waren. 

Voordat die heerlijkheden onder dat bestuur kwamen, vorm- 
den zij min of meer afzonderlijke administraties, die voor een 
deel althans binnen het gebied dier heerlijkheden gevestigd 
waren. 

De Domeinraad had van zijn archief met de archieven van 
die talrijke heerlijkheden, naarmate die in zijn bezit kwamen, 
een geheel gevormd, zoodat de stukken van zijne eigene admi- 
nistratie zich direct aansloten bij die van de vroegere afzonderlijke 
administraties. 

Deze verzameling werd met de grootste zorg bewaard en heeft 
eene ordening ondergaan, waarbij de losse stukken, in verband 
met de inrichting der administratie van den Domeinraad 
systematisch ingedeeld en gerangschikt waren geworden en vde 
dezer in die volgorde tot boekdeelen, van uitvoerige indices 
voorzien, ingebonden waren, terwijl er van de duizenden char- j 
ters meerdere zeer uitvoerige inventarissen bewerkt zijn geworden. | 

Daar de meeste goederen door huwelijk of bij testament ver- 
kregen waren, staat dit voor de geschiedenis van het Nassausche 
vorstenhuis allerbelangrijkst geheel in het nauwste verband met 
het familie-archief der Nassau's, dat met het archief der Stad- 
houderlijke Secretarie den kern uitmaakt van het Huisarchief 
van Hare Majesteit de Koningin. 



Digitized by 



Google 



247 

Door dit overzicht zal het duidelijk geworden zijn, dat de 
Naseansche domeinarchieven een geheel vormen, dat uit ver- 
schillende onderdeden bestaat, maar van dien aard is en zoodanig 
is ingericht, dat men die deelen niet zou kunnen scheiden 
zonder dat geheel te schenden en aan den ouderlingen samen- 
hang afbreuk te doen. 

Past men ten opzichte van die verzameling het beginsel toe, 
dat het archief eener administratie bewaard^ moet worden in 
het archief-depdt van die provincie, op wier gebied zij geves- 
tigd is geweest, dan zou men de archieven der Nassausche 
heerlijkheden, dagteekenende van vóór het beheer van den 
Domeinraad, van het archief van dien raad moeten afzonderen 
en naar de depots van die provinciën moeten overbrengen, waarin 
die heerlijkheden vroeger gelegen waren. Het belangrijke histo- 
rische geheel der Nassausche domeinarchieven zou worden ver- 
broken en zijne bescheiden zouden in tal van archieven en 
archie^ee versnipperd worden, die over het geheele land ver- 
spreid zonden geraken. 

Ik kan mij niet voorstellen, dat Uwe Excellentie zulk eene 
regeling zou kunnen goedkeuren. 

Naar het mij voorkomt, is zulk eene regeling onvermijdelijk, 
indien Uwe Excellentie bij Hare beslissing blijft, dat de archie- 
ven van de rentmeesters der Nassausche domeinen in Zeeland 
naar het Zeeuwsche depot moeten overgaan. Immers die beslis- 
sing is niets anders dan de toepassing ten opzichte van de 
Nassausche domeinarchieven van hetzelfde zooeven aangeduide 
b^nsel. 

Ten slotte meen ik de aandacht Uwer Excellentie er op te 
moeten vestigen, dat de medegedeelde beschouwingen van dein 
nevengemeld schrijven genoemde archieven alleen die van de 
rentmeesters der Nassausche domeinen betreffen. Tegen de 
afgifte van de oVerige, met name die van de Generaliteits- 
ontvangers en rentmeesters heb ik, voor zooverre zij in het 
Rijksarchief aanwezig mochten zijn, alleen het bezwaar, dat ik 
in mgn vorig schrijven heb opgenoemd. De archieven vanreken- 
pUchtige ambtenaren uit vroegeren tijd zyn zoo onvolledig, dat 
zij het best bij het archief van het hoofdbestuur worden be- 
waard." 

Bij schrijven van 29 November 1901 refuteerde ik de door 
den Algemeenen rijksarchivaris geopperde bezwaren en toonde 
ik aan, dat zijne vrees voor desorganisatie van het archief van 
den Nassauschen domeinraad zonder grond was. „Tweeërlei", 
200 schreef ik, „behoort te worden onderscheiden. In het schrij- 
ven van den Algemeenen rijksarchivaris wordt gehandeld over 
de archieven der verschillende heerlijkheden, baronieën en 



Digitized by 



Google 



248 

graafschappen, die successievelijk met de Nassausche domeinen 
vereenigd zijn en geplaatst onder het beheer van den domein- 
raad, naar wiens archief toen tevens de archieven dier verschil- 
lende heerlijkheden zijn overgebracht. 

Geheel onderscheiden van deze archieven zijn echter die, 
waarover de bovenaangehaalde beslissing Uwer Excellentie nit- 
sluitend handelt, nl. de archieven der locale rentmeesters der 
domeinen van het huis van Nassau; deze ambtenaren hadden 
eigene administratiën, welke naderhand met hunne archieven 
overgegaan zijn op de ambtenaren der registratie en domeinen 
in de verschillende inspectiën. Van daar zijn zij eerst in 1876, 
toen de Nassausche domeinraad dus reeds lang was opgeheven, 
naar het Algemeen rijksarchief overgebracht. Zij hebben 
dus nooit deel uitgemaakt van het archief van den 
Nassauschen domeinraad. Alleen de verplaatsing dier in 
1876 overgedragene archieven is door Uwe Ëxcelllentie gelast 
De vóór 1795 met het archief van den domeinraad vereenigde 
archieven der Nassausche heerlijkheden worden door datb^hiit 
niet getroffen. 

Ook dwaalt de Algemeene rijksarchivaris, waar hij meent, dat 
de consequente toepassing van het beginsel, dat aan Uwer 
Excellenties beschikking ten grondslag ligt, leiden zou ook tot 
de overbrenging van de archieven der Nassausche heerlijkheden 
naar de provinciale depots. Immers de beslissing Uwer Excel- 
lentie is niet anders dan de logische toepassing van de begin- 
selen, geformuleerd in het schrijven van Uwer ExcellentieB 
ambtsvoorganger d.d. 10 Juni 1897 L» A afdeeling K. W. Wil 
men dus het beginsel weten, dat aan die beslissing ten grond- 
slag ligt, dan heeft men die regelen te raadplegen. In die 
regelen nu lees ik het volgende: 

Ilb. Met het archief van een bestuur behoaren in één archief- 
depot vereenigd te worden de archieven van die besturen, wier rechUn 
of functièn zijn overgegaan op eerst vermeld bestuur, 

III. Het depot der oude Rijksarchieven in eene provincie be- 
staat uit: 

a. de archieven enz. 

c die van de besturen, wier rechten of functièn opdevoomuUige 
provinciale of departementale besturen zijn overgegaan. 

d. die van de colleges of personen, op het tegenwoordig grond- 
gebied der provinoie gefungeerd hebbende^ welke krachtens bestuurs- 
maatregel in het depot geplaatst zijn. 

Hieruit volgt dus, dat voorop geplaatst is het beginsel, dat 
de archieven van besturen, wier rechten of functiën op een 
ander bestuur zijn overgegaan, met de archieven van dat andere 
bestuur in één depot moeten worden bewaard. De rechten en 



Digitized by 



Google 



249 

fuDctiën, uitgeoefend door de heeren en de besturen der ver- 
schillende heerlijkheden, die later de Nassausche domeinen 
vormden, zijn overgegaan op de prinsen van Oranje en op den 
Nassauschen domeinraad, die hunne goederen beheerde ; derhalve 
behooren de archieven dier heerlijkheden bewaard te worden in 
hetzelfde depot, waarin het archief van den domeinraad bewaard 
wordt d. w. z. in het Algemeen rijksarchief. 

Met de archieven van de plaatselijke rentmeesters dier do- 
meinen, die hiervan wel onderscheiden moeten worden, is het 
een ander geval. De functiën dier ambtenaren zijn overgegaan 
op de nog bestaande ambtenaren der registratie en domeinen, 
en die hebben dus ook de archieven dier rentmeesters bij hunne 
eigene archieven bewaard. Zij zouden daar nog berusten, wanneer 
hier niet een bestuursmaatregel tusschen beiden was getreden 
en hunne overbrenging naar de Rijksdep6ts had gelast. Bij een 
diergelijken bestuursmaatregel nu, waarbij archieven, tot nu toe 
bij het nieuw archief van een ambtenaar bewaard, onder het 
beheer van een archivaris worden geplaatst, geldt het beginsel 
in regel Uld uitgesproken, dat de archieven der colleges of 
personen, op het grondgebied eener provincie gefungeerd hebbende, 
naar het Rajksdepöt in die provincie worden overgebracht. Het 
is dus geheel overeenkomstig dat voorschrift, dat de archieven 
van de rentmeesters der Zeeuwsche domeinen in het Zeeuwsche 
depot moeten worden bewaard. 

Om ten overvloede volkomen duidelijk te maken, dat de 
beginselen, in de boven aangehaalde regelen neergelegd, nooit 
kunnen leiden tot de overbrenging van de archieven der Nas- 
sausche heerlijkheden zelven naar de provinciale depots, veroor- 
loof ik mij Uwer Excellenties aandacht te vestigen op de notulen 
van de vergadering van Rijksarchivarissen, in 1895 gehouden, 
welke in de Verslagen omtrent 's rijks oude archieven XVIII 
staan afgedrukt. Tweeërlei beginsel werd in die bijeenkomst 
tegenover elkander geplaatst. Het eene, voorgestaan door den Alge- 
meenen Rijksarchivaris, was aldus geformuleerd: „De archieven 
van de eoUeges en ambtenaren^ die dezelfde gemeenschap vertegen- 
waordigefiy behooren bij elkander en vormen te aamen de archieven 
dier gemeenschap.^^ Hiertegen was door mij een amendement voor- 
gesteld : „Met het archief van een college of persoon behooren in 
étn archiefdepdt vereenigd te worden de archieven van de colleges 
of personen^ wier rechten of funtién zijn overgegaan op eerst vermeld 
college of persoon?^ In de notulen nu lezen wij het volgende (blz. 
215 en 216> 

„Omgekeerd wijst de heer Fruin den Voorzitter (d. i. den 
Algemeenen Rijksarchivaris) op de consequenties van diens 
systeem, volgens welke de archieven der Nassausche heerlijk- 



Digitized by 



Google 



260 

heden Breda, IJeelstein, Vere etc. over de provinciale dep6t8 
moeten worden verdeeld." 

„De Voorzttter zegt de consequenties van zijn systeem te aan- 
vaarden, al zullen er eenige uitzonderingen moeten worden 
gemaakt. De archieven der Nassausche heerlijkheden zou hij 
gaarne tusschen de provinciën verdeden, maar die regeling stuit 
op hare practische onuitvoerbaarheid af, daar die archieven 
met van dat van den Nassauschen Domeinraad kunnen worden 
gescheiden." 

„De heer Fruin merkt op, dat juist het feit, dat de Voor- 
zitter erkent, dat de archieven der Nassausche heerlijkheden niet 
van dat van den Nassauschen domeinraad kunnen worden ge- 
scheiden, tegen het stelsel van den Voorzitter en voor zijn eigen 
stelsel pleit." 

Uit het bovenstaande volgt m. i. zoo duidelijk mogelijk, dat 
juist de consequente toepassing van het toen door den Algemee- 
nen Rijksarchivaris voorgestane beginsel de overbrenging van de 
archieven der Nassausche heerlijkheden naar de provinciale 
depots vorderde, en dat het door den Algemeenen Rijksarchivaris 
bestreden stelsel (dat echter door de vergadering werd aange- 
nomen en met wijziging van de redactie in de regelen van 10 
Juni 1897 overgenomen werd) zich juist daarin van het eerste 
stelsel onderscheidde. De Algemeene Rijksarchivaris kan dns 
gerust zijn. Ware z ij n stelsel van archiefregeling aangenomen, 
dan had er inderdaad grond bestaan voor de vrees, die hij koes- 
tert; maar nu dat stelsel niet aangenomen is, is ook voor zijne 
vrees geen reden meer. 

Resumeerende constateer ik derhalve, dat er in Uwer Excellen- 
ties beschikking van 14 October 1901 nr. 2412 K. W. geen sprake 
is van overbrenging van archieven, welke deel hebben uitge- 
maakt van het archief van den Nassauschen domeinraad, zooals 
ten onrechte wordt verondersteld in het nader schrijven van den 
Algemeenen Rijksarchivaris, maar uitsluitend van de archieven 
van de in Zeeland geresideerd en gefungeerd hebbende rent- 
meesters, welke nooit een bestanddeel van het domeinraads- 
archief hebben gevormd, doch na de opheffing dezer rentmeesters 
zijn overgedragen aan de inspecteurs der registratie en eerst in 
1876 naar het Algemeen rijksarchiefdepót te 's-Gravenhage wer- 
den overgebracht. Voorts dat de teruggave aan het rijksarchief- 
depöt in Zeeland is bevolen geheel in overeenstemming met de 
bij ministeriëele beschikking van 10 Juni 1897 La A K. W. 
vast^^estelde regelen omtrent de bewaring van 's Rijks archieven, 
zoodat er geenerlei aanleiding is om op deze beslissing terug te 



Digitized by 



Google 



251 

komen. Eindelijk dat de meening, als zoude gemelde beslissing 
medebrengen, dat van het domeinraadsarchief zouden moeten 
gescheiden worden de archieven van graafschappen en heerlijk- 
heden, welke daarvan deel uitmaken, zonder grond is, daar 
diezelfde regelen zich tegen zulk een scheiding verzetten.'^ 

Eene nadere beschikking Uwer Excellentie op het verzoek 
van den Algemeenen rijksarchivaris is niet tot mijne kennis 
gekomen. 

Het Zeeuwsche depot leed in 1901 één verlies. Bij ministeriëele 
beschikking d.d. 24 Januari 1901 werd ik op mijn verzoek ge- 
machtigd aan het Algemeen rijksarchief over te dragen een 
charter d.d. 1466 Augustus 11, waarbij het coUatierecht eener 
vicarie op het St. Adrianusaltaar in de kerk te Dreischor wordt 
overgedragen aan een monnik in het klooster Den Hem bij 
Schoonhoven, welke monnik het coUatierecht weder aan het 
prioraat van dat klooster verbindt. Dit stuk, dat uit de Chel- 
tenhamsche collectie afkomstig was, schijnt deel te hebben uit- 
gemaakt van het archief van het klooster Den Hem, dat op het 
Algemeen rijksarchief berust. De overdracht had bij proces- ver- 
baal van 25 Januari plaats. . 

Nog moet ik mededeelen, dat ik den Algemeenen Rijks- 
aTchivaris op zijn verzoek eene opgave deed toekomen van alle 
documenten, in het depot berustende, welke voor eene even- 
tueele ruiling tusschen Nederland en Pruisen in aanmerking 
zouden komen. 

Vn. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van be- 
langrijke onuitgegeven beseheiden voor het archief in de provincie 
van gewicht en berustende in andere binnenlandsche en 
buitenlandsche archieven. 

In verband met de vraag, waar de oude archieven, vóór 1876, 
berustende onder . de inspecteurs der registratie in Zeeland, be- 
hooren te worden opgeborgen, nam ik afschrift van het rapport, 
door den heer Hingman over zijne verrichtingen en de door 
hem voorgestelde berging dier archieven aan den minister van 
financiën den 23®° October 1876 uitgebracht. De minuut van 
dit stuk berust in het Algemeen Rijksarchief. 

VIII. Gebruik van het archief gemaoM door en inlichtingen ver- 
strekt aan autoriteiten en particulieren, 

In 1901 werden inlichtingen gevraagd door: 

den Algemeenen Rijksarchivaris over het archief van den 
hoofdontvanger der convooien en licenten te Middelburg na 
1814, 



Digitized by 



Google 



252 

den archivaris der gemeente Vlissingen over een quohier der 
huizen aldaar, 

den archivaris der gemeente Dordrecht over de geschiedenlB 
der posterijen, 

den Staatsarchivaris te Munster over Westfaalsche oorkonden 
uit de jaren 1301—1325, 

den ontvanger-griffier van den polder Ooster- en Sir-Jansland 
over den oorsprong van de retributie, door tiendheffers aan dien 
polder verschuldigd, 

den heer dr. L. Wagenaar te Middelburg over de onlusten, 
die in 1778 Walcheren teisterden, 

den heer W. O. Swaving aldaar over de inbeslagneming van 
de lading van het schip San Jacop en de goederen van den 
reiziger Carletti in 1602, 

den heer dr. J. G. Voegler aldaar over de opschriften der 
tapijten, die in de Statenzaal hebben gehangen, 

den heer J. De Kruyter te Goes over de kerk aldaar en de 
predikanten van Kapelle en Biezelinge, 

den heer A. Hollestelle te Tholen over de uitkeering, door 
graaf Willem V aan Philippus a Leydis toegekend, 

den heer C. F. Haje te Amsterdam over een in 1663 voor- 
komenden heer van Stavenisse, 

den heer D. Keesing aldaar over het geslacht van Tholen, 

den heer dr H. C. Rogge aldaar over verschillende bijzonder- 
heden betreffende het geslacht van Reygersberch, 

den heer jhr. mr. V. L. M. De Stuers te VGravenhage over 
den overgang der kerk te Goes aan de Hervormden, 

den heer G. L. Van der Waarden aldaar over het wapen 
der heerlijkheid Waarde, 

den heer mr. J. H. De Stoppelaar aldaar over de latere lot- 
gevallen van Balthasar de Moucheron, 

den heer dr. C. Hofstede de Groot aldaar over den gedepu- 
teerde ter Generaliteit Veth in 1646, 

den heer dr. F. J. L. Kramer te Utrecht over de onlusten, 
die in 1778 op Walcheren hebben plaats gehad, 

den heer C. A. De Kruyff aldaar over de familie van 
Renesse, 

den heer H. H. Barge aldaar over den Axelschen predikant 
Scharp, 

den heer J. J. Van Oordt tot BunschotenteVelp over de gene- 
alogie der familie Van Oordt, 

den heer dr. L. Knappert te Assen over de vicarie van 
St. Adrianus in de kerk te Dreischor, 

den heer K. De Hartogh te Geertruidenberg over de affaire 
des fusils te Vere, 



Digitized by 



Google 



253 

den heer P. K. Dommisse te Lage Zwaluwe over verschillende 
grafelijkheidsrekeningen, 

den heer A. A. Beekman te Schiedam over verschillende 
ordonnantiën in waterschapszaken, 

den heer A. Bernhard te Gent over een stuk uit het rechterlijk 
archief van Axel, 

de heeren dr. F. Kennis aldaar, A. Guillain te Maubeuge en 
J. W. Perrels te Vere over de lotgevallen van de schilders- 
familie De Mabnze, 

en den heer prof. G. Schanz te Würzburg over de verschillende 
voorschriften, die in Zeeland gegolden hebben omtrent de hef- 
fing van het collateraal en andere belastingen op den overgang. 

Afschriften werden verschaft aan den ontvanger-griffier van 
den polder Ooster- en Sir-Jansland, de heeren dr. Ij. Wagenaar 
te Middelburg, J. Hoeksma te Amsterdam, mr. J. H. De Stop- 

eiar te 's-Gravenhage, dr. L. Knappert te Assen en A. A. 
kman te Schiedam. 

De heer eerste-luitenant Bogaert hield zich weder met krijgs- 
geschied kundige nasporingen onledig. Het in dit depot zoo rijk 
vertegenwoordigde tijdvak van den Oostenrijkschen successie- 
oorlog was weder het onderwerp zijner onderzoekingen. 

Ten behoeve van den heer ï\ Galand te 's-Gravenhage werden 
verschillende registers, behoorende tot het hier gedeponeerde 
archief van Breskens, tijdelijk naar het Algemeen rijksarchief 
overgebracht en daar door hem geraadpleegd. Evenzoo ontving 
de heer G. van Rijn eenige stukken uit het archief der 
Commerciecompagnie ter raadpleging in het archief der ge- 
meente Rotterdam. 

Meermalen had ik ook aanleiding voor te mijnen bureele 
verrichte nasporingen inlichtingen elders te vragen. Ik ben 
voor de mij verleende hulp verplicht aan den Algemeenen 
Tgksarchivaris, den archivaris der gemeente Vlissingen, het ge- 
meentebestuur van en den heer J. W. Perrels te Vere, den 
heer A. HoUestelle te Tholen en den archivaris der gemeente 
Antwerpen. 

In het Zeeuwsche dep6t werden tijdelijk geplaatst archiefstukken 
uit Tholen, Goes, Vere en uit het rijksarchiefdepót te Utrecht 
om door mij bij onderzoekingen geraadpleegd te worden. 

IX. üitkomsi der bemoeiingen met gemeente-, veen-, waterschaps- 
en andere archieven. 

In 1901 kwam ik in aanraking met de gemeentelijke archieven 
te Middelburg, Vere, Arnemuiden, Domburg, Zieriksee en Aarden- 



Digitized by 



Google 



254 

burg. Door den heer J. A. Zip werd ik in de gelegenheid gesteld 
kennis te nemen van eenige stukken, waarvan het oudste van 
17 October 1489 dateerde, die bij onderzoek betrekking bleken 
te hebben op het fruiteniersgilde te Middelburg. Op mijn advies 
werden zij toen door den heer Zip aan het gemeentelijk archief 
geschonken. 

Mij werd medegedeeld, dat vroeger in het gemeentearchief te 
Vere had berust het origineele contract tusschen Balthasar de 
Moucheron en Pierre Lemoynne d.d. 1600, maar dat dit thans 
aldaar niet meer aanwezig was en waarschijnlijk omstreeks 1860 
zou zijn ontvreemd. Een door mii ingesteld onderzoek toonde 
aan, dat de eenige grond, waarop ait gerucht berustte, deze was, 
dat in het gemeentearchief aanwezig is een omslag met het 
opschrift: „Ballance des livres de la compagnie entre Balthasar 
de Moucheron et Pierre Lemoynne jusques k ce jour 1 Janvier 
1600." De winst- en verliesrekening, die in dien omslag vroeger 
bewaard zal zijn geweest, ontbrak thans wel is waar; maar ten 
eerste was in het gemeentearchief wel gezocht naar een contract, 
maar niet naar eene balans, en ten tweede bleek uit niets, dat 
dat stuk nog in de 19^ eeuw in het gemeentearchief aanwezig 
was geweest. 

De heer J. W. Enschedé te Haarlem wenschte afschriften te 
nemen uit registers, berustende in het gemeentearchief te Ame- 
muiden, en riep daarvoor' mijne tusschenkomst in. Ik gaf hem 
in overweging het gemeentebestuur te verzoeken de door hem 
bedoelde stukken op te zenden naar het archief of de biblitheek 
te Haarlem ; eerst als daartegen bezwaren mochten bestaan, ver- 
klaarde ik mij bereid mijne tusschenkomst te verleenen. Ik 
hoorde niets naders van de zaak, die dus zeker t«n genode van 
den heer Enschedé is geschikt. 

Omtrent de overbrenging van het nog te Domburg achter- 
gebleven gedeelte van het rechterlijk archief heb ik re^s boven 
gesproken. Den 29«° Juni had ik ook de ministeriëele aan- 
schrijvingen ontvangen, waarin mij opgedragen werd van de 
gemeentebesturen van Zieriksee en Aardenburg het daar nog 
berustend rechterlijk archief over te nemen. Na eene langdurige 
correspondentie met het gemeentebestuur van Zieriksee, waaruit 
mij bleek, dat het bestuur nog altijd volhardde op zijn vroeger 
ingenomen standpunt, nl. dat het niet wist, dat zich in het 
gemeentearchief stukken bevonden, die rijkseigendom waren, 
en dat het den rijksarchivaris geen toegang kon verleenen tot 
het gemeentearchief om daaromtrent een onderzoek in te stellen, 
begaf ik mij op uitdruk keiijken last Uwer Excellentie d.d. 28 
September 1901 nogmaals naar Zieriksee en verzocht toegang 
tot het gemeentearchief om een onderzoek in te stellen, wat mij 



Digitized by 



Google 



255 

niet werd toegestaan. Toen ik daarop inzage vroeg van deelen, 
tot het rechterlijk archief behoorende, die ik vermoed, dat in 
het gemeentearchief berusten, ontving ik van den secretaris ten 
antwoord, dat hij mij alleen kon laten zien die stukken die in 
de jaarverslagen van 1899 en 1900 zijn vermeld (stukken van 
rechterlijken aard worden daarin niet genoemd). Wel werd mij 
de geheele ongeordende massa getoond, maar zonder dat ik 
in de gelegenheid werd gesteld er een onderzoek in in te 
stellen. 

Met de ordening, zoo deelde men mij mede, zal regelmatig 
worden voortgegaan. Met die werkzaamheid is een ambtenaar 
ter secretarie belast, die wel is waar veel ijver en belangstelling 
toont, maar zich alleen met de regeling kan bezig houden, wan- 
neer zijn werk ter secretarie hem niet in beslag neemt. Ik zag 
mij dus verplicht Uwe Excellentie mede te deelen, dat ik aan 
de opdracht van 29 Juni door de weigering van het gemeente- 
bestuur niet kon voldoen. 

Den 15«° October schreef Uwe Excellentie daarop aan den 
Commissaris der Koningin in de provincie Zeeland het volgende: 
„Het blijkt thans afdoende, dat Burgemeester en Wethouders 
van Zieriksee weigerachtig zijn mede te werken tot uitvoering 
der bedoelde organieke Koninklijke besluiten, en ik heb mitsdien 
de eer ü. H. E. G. te verzoeken het noodige te doen, opdat 
niet alleen het vereischte onderzoek onbelemmerd geschiede, 
maar ook de bij die besluiten bedoelde rechterlijke archieven 
aan den rijksarchivaris in Zeeland worden overgegeven." Door 
den Commissaris werd als resultaat zijnerbemoeiingen een schrij- 
ven van het gemeentebestuur d.d. 28 October 1901 overgelegd. 
Daarbij deelde het mede, dat de regeling van het archief ver- 
moedelijk nog twee jaren duren zal, dat tot heden geen rechterlijk 
archief is geïnventariseerd en dat het onzeker is, dat zich oud- 
rechterlijk archief in het gemeentearchief bevindt. Op grond 
daarvan stelde het gemeentebestuur voor de „zaak tot de na 
de ordening van het oud-archief alhier, dus tot over ongeveer 
twee jaren — als wanneer met zekerheid is vast te stellen, of 
zich in het gemeentearchief al dan niet oud-rechterlijk archief 
bevindt — te laten rusten'^ Intusschen verklaarde het gemeente- 
bestuur zich bereid om, wanneer bij het ordenen stukken voor- 
kwamen, waarop het Rijk wellicht aanspraak zou kunnen maken, 
daarvan onmiddellijk aan den Commissaris kennis te geven, 
„opdat alsdan zou kunnen worden beslist of die stukken al dan 
niet aan. het Rijk moeten worden afgestaan". De Commissaris 
ondersteunde dat voorstel bij Uwe Excellentie. Ik meende dat 
niet te mogen doen. Op zich zelf kon er, meende ik, tegen een 
uitstel van nog twee jaren bij eene reeds zoo lang hangende 



Digitized by 



Google 



256 

zaak geen bezwaar bestaan. ,, Wanneer dan ook het gemeente- 
bestuur van Zieriksee bij de eerste aanmaning van den rijks- 
aichivaris in Zeeland omtrent de overdracht der rechterlijke 
archieven onder rijksbeheer het bedoelde uitstel had verzocht, 
dan zou er m. i. geen bezwaar zijn geweest aan dat verzoek te 
voldoen. Hier echter is het een ander geval. Sinds 1895, toen 
de eerste aanvrage tot het gemeentebestuur werd gericht, tot in 
den a&eloopen zomer, heeft dat bestuur niet anders gedaan dan 
uitvluchten gezocht om zich te onttrekken aan de op hem rustende 
verplichting, of liever het heeft die verplichting ontkend. Het 
gemeentebestuur heeft geweigerd den rijksarchivaris in Zeeland 
toegang te verleenen tot het gemeentearchief om te onderzoeken, 
of zich daarin rechterlijk archief bevindt, en het heeft rich 
nimmer bereid verklaard om het rechterlijk archief, dat zich 
nog in het gemeentearchief mocht bevinden, aan het Rijk af 
te geven." Ook in het laatste schrijven heeft het gemeente- 
bestuur dat standpunt niet verlaten, en ik meende dus in over- 
weging te moeten geven „het gevraagde uitstel van twee jaren 
alleen te verleenen, wanneer het gemeentebestuur alvorens 
10. zal hebben erkend de bevoegdheid van het Rijk om door 
een zijner ambtenaren te doen onderzoeken, of zich in het ge- 
meentelijk archief nog rechterlijk archief bevindt, en 2o. zich 
bereid zal hebben verklaard om het rechterlijk archief, dat bij dat 
onderzoek mocht blijken in het gemeentearchief aanwezig te 
zijn, naar het rijksarchiefdepöt in Zeeland over te brengen". 

Wat de opmerking betrof, dat het niet vaststaat, dat zich 
werkelijk rechterlijk archief in het gemeentearchief bevindt, 
wees ik er op, dat die onzekerheid uitsluitend te wijten was aan 
de weigering van het gemeentebestuur om mij in de gelegenheid 
te stellen een onderzoek in te stellen, terwijl ik tevens de aan- 
dacht vestigde op verschillende registers van rechterlijken aard, 
op een ouden mventaris van het gemeentearchief vermeld, en 
op het transportregister, over welks herkomst ik in het jaar- 
verslag over 1896 gehandeld heb. (Verslagen omtrent 's rijkst- 
oude archieven XIX blz. 224.) 

Uwe Excellentie heeft zich evenwel blijkens schrijven d.d. 23 
December 1901 met mijne bezwaren niet vereeniga, maar het 
uitstel, gelijk het gemeentebestuur het had gevraagd, ver- 
leend. 

Wat mijne pogingen aangaat om het rechterlijk archief, dat 
nog altijd te Aardenburg berust, hierheen over te brengen, den 
24®" Augustus deelde het gemeentebestuur mij mede, dat het 
zich tot Uwe Excellentie had gewend om zijne bezwaren tegen 
die overbrenging kenbaar te maken. Ik heb de beslissing Uwer 
Excellentie in deze nog niet ontvangen. 



Digitized by 



Google 



257 

Met kerkelijke archieven kwam ik in 1901 niet in aanraking. 
Alleen hi^d ik gelegenheid den scriba van het classicaal bestuur 
van Middelburg te wijzen op het feit, dat in 1900 door het 
classicaal bestuur van Amsterdam verschillende stukken waren 
verworven, waaronder ook een drietal brieven, geadresseerd aan 
het classis van Walcheren, die dus in het archief van het Mid- 
delburgsche classicaal bestuur schenen tehuis te behooren. Of 
de scriba zich deze zaak aangetrokken heeft en zoo ja met welk 
gevolg, is mij onbekend gebleven. 

Ten slotte moet ik nog mededeelen, dat de bestuurderen der 
godshuizen te Middelburg den heer C. De Waard hebben opge- 
dragen de archieven der godshuizen te regelen. De heer De Waard 
he^ dien zeer omvangrijken arbeid op zich genomen en ik heb 
hem gemachtigd zich daartoe buiten de bureau-uren te bedie- 
oen van de lokalen van het archiefgebouw, waarheen de archie- 
ven der godshuizen derhalve tijdelijk zijn overgebracht. Ook 
heb ik o^ mij genomen op de inrichting van den inventaris 
eenig toezicht uit te oefenen. In het volgend verslag hoop ik 
aangaande deze zaak meer te zullen kunnen mededeelen. 

Bij ministeriëele aanschrijving d.d. 28 April •1893 (nr. 813 
K. W.) werd den .rijksarchivaris in Zeeland opgedragen in zijn 
jaarverslag te rapporteeren omtrent den 

Toestand der rechterlijke archieven van Middelburg. 

Ik heb, wat dit onderwerp aangaat, op het volgende te wijzen. 
Bq besluit van 11 October 1901 werd den gemeentearchivaris 
M. H. Van Visvliet wegens voortdurende ongesteldheid met 
iogang van 1 Juli 1901 eervol ontslag verleend, en in zijne 
plaats benoemd de heer W. O. Swaving, toen adjunct-archivaris. 
De heer Van Visvliet heeft gedurende den tiid, dat hij als 
gemeentearchivariH werkzaam was, veel in het belang van het 
archief met name ook van de rechterlijke archieven, die de 
gemeente van het Rijk in bruikleen heeft, verricht, en het is te 
betreuren, dat zijn gezondheidstoestand hem niet veroorloofd 
heeft dat werk geheel te voltooien. Immers de inventaris der 
rechterlijke archieven van Middelburg is wel is waar in den 
loop van dit jaar afgedrukt, maar de daarbij onmisbare inlei- 
ding heeft de heer Van Visvliet niet meer kunnen bewerken. 
Gelukkig heeft de heer W. O. Swaving de voltooing ook van 
dit deel der taak van zijn voorganger op zich genomen, en 
men mag verwachten, dat binnen niet te lang tijdsverloop de 

(1901; 17 



Digitized by 



Google 



258 

inleiding voltooid en de inventaris voor het publiek verkrijg- 
baar zal ziin. 

Bij een bezoek, door mij aan het rechteriijk archief gebracht, 
bleek mij, dat er plannen zijn gevormd tot verplaatsing van 
de gemeentelijke archieven. Die verplaatsing schijnt mij voor 
het gemeentearchief zelf niet in allen deele eene verbetering 
toe, maar de rechterlijke archieven zouden, eene verdieping 
lager geplaatst, zeker beter geborgen zijn, dan thans het geval i& 



Middelburg, Februari 1902. 



De Rijksarchivaris in Zeeland^ 
R. Fbuin. 



Digitized by 



Google 



259 
Bijlage. 



Het archief der Engelsche gemeente 
te Middelburg. 



Inleiding. 



De Engelsche gemeente te Middelburg, waarvan het archief 
thans in het depot van het Rijksarchief in Zeeland berust, werd 
opgericht in 1623. (1) Tot 1629 hield zij hare godsdienstoefe- 
BÏngen in een vertrek der voormalige Engelsche court (West- 
Indische huis), daarna in de kapel van het Cellebroedersklooster, 
die haar bij de verdeeling der kerken onder de kerkgenoot- 
schappen in 1798, definitief als eigendom werd toegewezen. 

De vaststelling der wetten geschiedde den 23®° Maart 1639. 
Ze werden herzien den 8®" en lö®"* April 1643, den 26«° Augustus 
1665, den 1«° April 1708 en na eene kleine wijziging in Sep- 
tember 1762, opnieuw den 26®° Augustus 1768. Daarna werd den 
17" Maart 1800 weder eene commissie voor wetsherziening 
benoemd en den 29«o November d. a. v. werden de „gerevi- 
deerde en nieuw ontworpen consistoriewetten door alle de leden 
goedgekeurd en gearresteerd en (nam) broeder De Steur op zich 
dezelve in bizonder boek over te schrijven". In dit boek, dat 
bij den scriba der Engelsche gemeente berust, zijn ook de nieuw 
herziene wetten van 6 April 1823 ingeschreven met de onder- 
teekeningen tot 1870. Toen stelde de in dat jaar benoemde 
commissie van wetsherziening aan den kerkeraad voor om l^de 
geheel verouderde wetten van 1823 vervallen te verklaren, en 



(1) Het nieuwe kerkzegel, dat in 1762 voor het te zoek geraakte oude in 
ét plaats kwam, bestaat uit een korenmaat (?) — geen altaar, gelijk de 
Zdandia illostrata I blz. 298 zegt — waarop een kandelaar met een bran- 
dende kaars en een opengeslagen bijbel geplaatst zijn, de laatste met het 
•pichrifl: fHoly Bible £. C. M.« Het randschrift luidt: cLet your light 
liiine». (Akten van den kerkeraad d.d. 14 Februari 1762.) 



Digitized by 



Google 



260 

2^ om óf een nieuw reglement samen te stellen óf voorloopig 
zonder reglement alles te regelen bij besluiten der vergadering. 
Als gevolg van dit voorstel werden den 28«" October 1872 nieuwe 
wetten vastgesteld, bestaande uit 8 artikelen. Ook deze zijn in 
het bij den scriba berustende boek ingeschreven en onderteekend 
tot 1891. 

Den 7®*^ September 1645 werd de Engelsche kerk te Middel- 
burg, evenals die te Vlissingen, vereenigd met de classis van 
Walcheren ingevolge resolutie van de Staten van Zeeland van 
22 Juli daarbevorens. 

Bij Koninklgk Besluit van 27 Juni 1816 werd bepaald, dat 
voortaan beide genoemde gemeenten door één predikant bediend 
zouden worden. 

De archiefstukken bevinden zich in een uitstekenden toestand. 
Uit de akten van den kerkeraad blijkt dan ook telkens, dat er 
althans in de 19e eeuw groote zorg voor gedragen werd. In het 
begin van die eeuw bestond er reeds eene bijzondere commissie 
voor het archief, waarvan één lid meer bepaaldelijk als archivariB 
fungeerde. De oudste inventaris, die 27 nummers telt, is van 
25 Augustus 1775. Tot 1839 werd het archief in de kerk bewaard. 
Toen echter stelde de archivaris J. J. Berdenis van Berlekom 
voor om in het vervolg de archiefstukken in zijn huis te depo- 
neeren, „as by humidity they are spoiling in the church and 
threatened with a total destruction". Dit voorstel werd dank- 
baar aangenomen en Van Berlekom deed zijn best om het archief 
in ordelijken toestand te brengen. Te dien einde bezigde hij ook 
het wel is waar radikale, maar tevens ietwat bedenkelijke middel 
om alles op te ruimen, wat reeds in erge mate geleden had. 
Den 26®" Juni toch werd hn door den kerkeraad gemachtigd 
„to destroy many old books of gathering and printed instrumenta 
of no value, entirely spoiled and half consumed by humidity". 
Van het overblijvende vervaardigde hij tezelfder tijd een inven- 
taris van 38 nummers, waarvan een exemplaar gedeponeerd werd 
bij de archiefstukken, een bij den scriba van den kerkeraad en 
een bij dien van het Engelsch gezelschap (Notulen Ëngelsch 
gezelschap 22 Februari 1837, 2 Maart en 26 Juni 1839). Bij den 
dood van Van Berlekom werd den 8®" Maart 1846 tot z^n 
opvolger gekozen W. J. Zip, die eenige jaren later een nieuwen 
inventaris samenstelde van 56 nummers ; deze werd bewaard bij 
de relatieven tot de akten van den kerkeraad, terwijl een copie 
werd ingeschreven in het „Book of possessions" (nr. 36), 

Toen het classicaal bestuur van Middelburg een aanschriiving 
zond om zorg te dragen voor de archiefetukken, antwoordde de 
kerkeraad den li^^ Maart 1849, ,,dat het kerkelijk archief onge- 
schonden bewaard en de index der relatieven, tot het vermelde 



Digitized by 



Google 



261 

archief behoorende, zorgvuldig bijgehouden (werd)". (Akten van 
den kerkeraad 17 December 1849.) Thans evenwel is deze index 
der relatieven slechts gedeeltelijk meer aanwezig. (Zie nrs. 10 
11, 18 en 19.) 

Op verzoek van den kerkeraad belastte Zip zich den 20«° 
Juni 1860 „by continuance" met de zorg voor het archief. Na 
ajn dood wordt in de akten van geen archivaris meer melding 
gemaakt. 

Zomer 1901. E. Wiersum. 

Inventaris. 
I. Het archief van den kerkeraad. 

N.B. De kerkeraad bestond behalve uit den predikant uit ouder- 
lingen en diakenen. De leden werden gekozen door de lidmaten op 
nominatie van een dubbeltal, sinds 1645 opgemaakt door het collegium 
qoalificatum, bestaande uit den kerkeraad en twee afgevaardigden van 
den magistraat van Middelburg (Akten 28 Maart 1642 en 18 October 
1645). Bij aftreding der leden werden in den regel de oud-leden her- 
kozen. Voorzitter was de predikant, die ook bij staking van stemmen 
den doorslag gaf. 

In het laatst van 1623 werden de eerste ouderlingen en diakenen 
gekozen, 3 van elke categorie, doch de laatsten kregen eerst den 
2|en December 1642 zitting en stem in alle consistoriale vergaderingen. 
Den 17en October 1649 werd het aantal ouderlingen uitgebreid tot 4, 
het aantal diakenen verminderd tot 2, van welke jaarlijks 2 ouder- 
lingen en 1 diaken moesten aftreden. Den 5en September 1762 werd 
ook het aantal diakenen op 4 gebracht, waarvan jaarlijks de helft 
aftrad. Bij de nieuwe wetten van 28 October 1872 evenwel werd 
bepaald, dat de kerkeraad «at least» twee ouderlingen en twee diakenen 
moest tellen ; en sedert dien tijd is dit minimum niet overschreden. 

1-9. Aktenboek van den kerkeraad. (1) 1624—1866. 

9 deelen. 

N.B. Hierin ook de akten van het collegium qualificatum. 

1. 1624-1664. 

N.B. De vaststelling der wetten voor den kerkeraad ge- 
schiedde den 23®!^ Maart 1639; op dezen datum zijn zij in 
dit deel geregistreerd ; ze werden herzien op 8 en 15 April 
1643 en toen eveneens in dit deel ingeschreven en onder- 
teekend tot 1664. Voorin een chronologische inhoudsopgave, 
achterin een trouwregister van 1624 tot 1645, een doop- 
register en een register van lidmaten van 1642 tot 1645. 



(1) Bij den scriba der Engelsche gemeente bevindt zich het aktenboek van 
éea tijd na 1866, bestaande uit twee deelen. 



Digitized by 



Google 



262 

2. 1665-1721. 

N.B. Voorin de wetten en reglementen van 1665 met de 
onderteek eningen tot 1707, dan 1 April 1708 herriening der 
wetten met de onderteekeningen tot 1767. De akten yin 
Januari tot Juli 1681 zijn uit dit deel gescheurd en ver- 
vangen door extracten uit die akten. Zie pag. 135 en de 
akten van 21 October en 26 November 1682 en van 12 
Januari en 13 Mei 1683. Achterin eene chronologiscbe 
inhoudsopgave, die echter, wat betreft de aanwijzing der 
laatste pagina*s, onjuist is. 

3. 1722—1761. 

N.B. Op pag. 111 staat genoteerd, cdat de notulen be- 
ginnende met 10 December 1759 betreffende de zaak van 
ds. Worsly niet zyn ingeboekt op haar beboorlyke plaats, 
aangezien de vergadering bij het opkoomen van die mak 
was geresolveert, desweegens niets te boeken, voordat haar 
van de schuld van dom. Worsly zoude zijn gebleeken.* 
Achterin het vertoog van den kerkeraad aan de classis 
van Walcheren en andere stukken betreffende de zaak van 
ds. Worsley. Aan het einde eene lijst der obligatiên, be- 
hoerende aan de armen, van 5 Februari 1758. 

4. 1761—1774. 

N.B. Op pag. 15 en pag. 118 wetten en reglementen, 
de laatste van 28 Augustus 1768 met de onderteekeningen 
tot 1799. 

5. 1774—1786. 

6. 1785—1796. 

7. 1796—1808. 

N.B. In 1800 werden de wetten opnieuw herzien en 
volgens de akten van 29 November ingeschreven in een 
afzonderlijk boek. (1) 

8. 1808—1888. 

N.B. Hierin ook de akten van den gecombineerden 
Engelschen kerkeraad van Middelburg en Vlissingen U 
October 1818 (zie nr. 26). De nieuwe wetten, die den 
6^° April 1823 gearresteerd werden, zijn niet in dit deel 
ingeschreven, maar in het hieronder in de noot genoemde 
boek. 

(1) Dit boek bevat ook de onderteekeningen der kerkeraadsleden tot 1822, 
daarna de nieuwe wetten van 6 April 1823 met de onderteekeningen tot 1870 
en ten slotte de opnieuw herziene wetten van 18 October 1872 met deonder> 
teekeningen tot 1891. Als nog in gebruik zijnde, berust het bij den scriba 
der Engelsche gemeente. Een afschrift der wetten van 1800 met de onder- 
teekeningen tot 1822 komt voor in nr. 37. 



j Digitized by 



Google 



263 

9. 1839—1866. 

10—17. Relatieven tot de akten van den kerkeraad. 1675— -1878. 

8 banden. 

N.6. Behalve in nr. 10 en in de eerste helft van nr. 11 wordt steeds 
verwezen naar de desbetreffende akten. 

10. 1676-1776. 

N.B. De stukken z\jn genummerd 1 tot 200. Voorin een 
chronologische index. Vele stukken zijn geliasseerd geweest. 

11. 1777—1800. 

N.B. De stukken zijn genummerd 201 tot 442. Voorin 
een chronologische index. Vele stukken zijn geliasseerd 
geweest. 

12. 1801—1808. 

N.B. De stukken zijn genummerd 443 tot 519. 

13. 1808—1824. 

N.B. De stukken zijn genummerd 2 tot 151, nr. 1 ont- 
breekt. Zie den voorgaanden band nr. 501 b. 

14. 1825—1838. 

N.B. De stukken zijn genummerd 152 tot 346. 

15. 1839—1854. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 212. Van 1853 
af bevinden zich hierin ook de begrootingen en rekeningen 
van de diakonie (zie nr. 52). 

16. 1856—1866. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 168. Van 1857 
af bevinden zich hierin ook de begrootingen en rekeningen 
van de kerkelQke inkomsten en uitgaven (zie nr. 63). 

17. 1867—1878. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 200. Na 1869 
verdwijnen de begrootingen en rekeningen van de kerke- 
lijke inkomsten en uitgaven ten gevolge van het nieuwe 
reglement op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen 
van 17 Juni 1870 (uitgevaardigd 21 Juli 1870). Zie de 
stukken hierover in dezen band en in het archief van den 
kerkvoogd, waarin ook eenige relatieven tot de akten van 
den kerkeraad na 1878 worden aangetrofifen. 



Digitized by 



Google 



264 

18. Chronologische index der stukken, voorkomende in nr. 10 
en in het eerste gedeelte van nr. 11. 1675—1800. 

1 stuk. 
N.B. Deze index bevat de nummers 1 tot 409. 

19. Chronologische index der stukken voorkomende in het 
eerste gedeelte van nr. 13. 1808-1817. 

1 stuk. 

N.B. Deze index bevat de nummers 1 tot 87. No. 1 behoort echter 
thuis in den band nr. 12. 

20. Stukken betreffende de zaak van ds. George Hughes 
Worsley. 1759—1760. 

1 band. 

N.B. Voorin een index van den inhoud der stukken. In de ver- 
gadering van den kerkeraad van 5 Mei 1771 werd de ouderling S. M. 
van der Heyden Sinclair gemachtigd «to put in order all the pieoes 
relative tho the affair of Mr. H. Worsley» (zie nr. 4). — G. H. Worsley 
werd 6 Mei 1759 beroepen. Kort na zijne bevestiging bleek, dat zgne 
getuigschriften valsch waren en hij niet gerechtigd was den dienst 
uit te oefenen; 9 October 1760 werd zijn beroeping onwettig verklaard 
en zijn naam uit het register der predikanten geroyeerd. 

21. Stukken betreffende de zaak van ds. Samuel Wilcocke. 
1794—1796. 

1 dossier. 

N.B. Op den omslag staat: «papers belonging to the resolutions 
papers etc. of the Englisch church and must be annexed to nr. 25 
of the inventary. A pacquet of letters and copie of lettera, concerning 
different relations between the church-officers and the minister of 
the worship nr. 25.» — Ds. Samuel Wilcocke, in 1794 bij de nadering 
der Franschen naar Engeland vertrokken, was, niettegenstaande de 
dringende aanmaningen van den kerkeraad, niet te bewegen tot 
terugkeer. Toen in 1796 bericht kwam, dat hij krankzinnig was ge- 
worden, werd hij uit zijn ambt ontslagen. Zie ook nr. 11. 

22. Stukken betreffende de Schotsche court en de Schotsche 
kerk te Vere. 1822. 

1 pak. 

N.B. Hierbij vele retroacta van 1690 tot 1799, o. a. een lijst der archief- 
stukken van de Schotsche kerk van 14 December 1799. Op den om- 
slag staat : «these papers belongs to the affair of the late scotch coart 
at Campvere; cf. acts of the6of January 1822,29of December 1822.v — 
Na vernietiging van het Schotsche stapelcontract en het intrekken van 
het tractement voor den predikant der Schotsche gemeente te Vere 
in 1799, hadden de leden van den stapel en van den kerkeraad zich 
vereenigd tot eene comité om de kerkelijke eigendommen en fondsen 



Digitized by 



Google 



265 

in stand te houden. De beheerder, de ouderling Falconer, gaf ze 
echter over aan den Engelschen vice-consul. In 1822 stelde de kerke- 
raad van de Engelsche gemeente te Middelburg pogingen in het werk 
om ze in handen te krijgen ten bate van de armen der voormalige 
Schotsche gemeente, die nu bij de Engelsche gemeente in Middelburg 
om steun aanklopten. Deze pogingen leidden echter tot geen resultaat. 

23. Kwitanties, behoorende bij de kerkelijke rekeningen. 
1809—1866. 

1 pak. 

N.B. Deze kwitanties behooren thuis bij de relatieven van den kerke- 
raad, doch zijn afzonderlijk bewaard; die van 1866 tot 1869 echter 
zpn bij genoemde relatieven ingebonden (zie nr. 17); de latere be- 
vinden zich in het archief van den kerkvoogd. Dit pak bestaat uit 
verscheidene pakken en liassen. 

24. Extracten uit het aktenboek van den kerkeraad. 
1623—1735. 

1 deel. 

N.B. Voorin een index van den inhoud, eene lijst der ieden van den 
kerkeraad 1712 tot 1742, en eene lijst van lidmaten 1722 tot 1740. 
Achterin extracten iiit het doop- en trouwboek 1693 tot 1739. 

25. Extracten nit het aktenboek van den kerkeraad. 
1623—1735. 

1 deel. 

N.B. De inhoud van dit deel is volkomen gelijk aan dien van nr. 24. 
Voorin staat: «extract uyt het grootboek van de Engelse kerk». 

26. Aktenboek van den gecombineerden kerkeraad der 
Engelsche gemeente te Middelburg en te Vlissingen. 1847. 

1 deel. 

N.B. Voorin eenige losse relatieven tot deze akten. — De vergaderingen 
van dezen gecombineerden kerkeraad werden gehouden voor het be- 
roepen van den gemeenschappelijk en predikant. De akten van de 
eerste vergadering, te dien einde gehouden 11 October 1818, bevinden 
zich in nr. 8, terwijl deze akten van 1847 ook geboekt zijn in nr. 9. 

27 en 28. Trouw-, doop- en lidmatenboek. (1) 1624—1819. 

2 deelen. 

27. 1624—1721. 

N.B. Hetzelfde trouwregister tot 1645 komt ook voor in 
nr. 1, waarin tevens het doopregister en het register van 
lidmaten voorkomen van 1642 tot 1645. 



(1) Bij den scriba der Engelsche gemeente bevindt zich een dubbel exem- 
plaar van het trouw-, doop- en lidmatenboek van 1819 tot 1901, waarin ook 
voorkomt eene lijst van lidmaten van 1736 tot 1837 (zie nr. 28). 



Digitized by 



Google 



266 



28. 1722-1819. 



N.B. Het trouwboek loopt slechts tot lÖlO. Aan het 
einde staat: «The 9 Jan. 1811 all this relations of mar- 
riages, celebrated since 7 of April 1624 till 23 of Dec 1810 
in the EngUsch church, are inserted and added by the 
register of civil authority. See acts Jan. 1811 and certi- 
ficate of this nr. 31 by the charters.» Van het lidmaten- 
boek hierin alleen het begin 1722 tot 1723. Zie de noot 
onder aan de voorgaande pagina. 

29. Lidmatenboek. 1796-1839. 

1 deeL 

N.B. Dit boek bestaat uit twee lysten van lidmaten, de eerste van 
1796, bijgehouden tot 1798, en de andere van 1837, bügehouden tot 
1839. Achterin een lijst van lidmaten, die getrouw deelnamen aan 
het Heilig Avondmaal, 1781 tot 1808. 

30. Lijsten van lidmaten, ouderlingen en diakenen. 1778 — 1837. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eenige stukken, betrekking hebbende op lidmaten. 
1838 tot 1841. 

31. Attestatiën van lidmaten en bijbehoorende extracten uit 
den burgerlijken stand. 1801—1877. 

1 pak. 

N.B. De meeste stukken zijn geliasseerd geweest, doch de Ua» is 
gebroken. 

32. Lijst van predikanten, ouderlingen en diakenen. 1624— 
1847. 

1 deeL 

N.B. Voorin eenige bijzonderheden betreffende de gemeente. Deze 
lijst is in 1770 gedrukt en daarna bijgehouden tot 1847. 

33. Lijst van predikanten, ouderlingen en diakenen. 1624— 
1791. 

1 deel. 

N.B. Voorin staat: «manuscript of copie van het in 1770 bij Pieter 
de Goebert te Middelburg uitgekomen werkje, getiteld : Naamlijst der 
predikanten der Engelsche gemeente te Middelburg 1628—1770» 
(zie nr. 32). 

34. Stukken betreffende vacatures en beroepingen van pre- 
dikanten. 1802—1847. 

1 pak. 

35. Stukken betreffende de verkiezing van notabelen. 1869— 
1871. 

1 pak. 



Digitized by 



Google 



267 

36. Register van eigendommen en archiefstukken. 1768 — 1849. 

1 deel. 

N.B. In dit deel komen voor: l^ een lijst van zilverwerk d.d. c. 
1768, bijgehouden tot 1869 ; 2^. lijsten van obligatiën der kerk en na 
de splitsing der fondsen lijsten van obligatiën van het kerkefonds en 
van het armenfonds dd. 1800, bijgehouden tot 1843 ; 3^ lysten van 
archie£stukken, bijbels en psalmboeken van 1775, 1776, 1839 en 1849, 
welke , laatste is bijgehouden tot 1879. Dit deel heeft waarschijnlijk 
eerst in het archief van de diakonie berust, daarna in dat van den 
ontvanger der kerkelijke fondsen en is later, toen in 1843 de obliga- 
tiën lüeiloe behoorende verkocht waren, en de ontvanger in 1848 van 
de zorg voor het zilverwerk ontheven werd (zie nr. 9, 20 Apiil 1848), 
overgebracht naar het archief van den kerkeraad, wiens scriba de 
lijsten der archiefstukken heeft bijgehouden. 

37. Extracten uit de resolutiën van den Raad van Middel- 
burg betreffende de Engelsche kerk. 1675—1796. 

1 deel. 

N.B. Hierachter de wetten der kerk van 1800 mot de onderteeke- 
ningen tot 1822 (zie de noot onder aan de pag. bij nr. 7), eenigo 
aanteekeniugen betreffende de Schotsche kerk te Vere van 1779 tot 
1822, o. a. eene lijst van archiefstukken van 1799 en eene lijst van 
archiefstukken der Engelsche kerk van 1839. 

38 en 39. Wetten der classis van Walcheren, 1713—1779. 

2 deelen. 

38. 1713. 

N.B. Achterin bijvoegsels op de clas.sicale wetten tot 1738. 

39. 1779. 

N.B. Achterin geschreven bijvoegsels op de classicale 
wetten. 1780—1798. 

40. Stukken betreffende de classicale vergaderingen. 1801 — 
1816. 

1 

II. Het archief der diakonie, 

N.B. Het beheer van alle goederen der gemeente berustte bij de 
diakonie, zoowel van die der kerk als van de armenfondsen. Hoewel de 
administratiên dezer beide fondsen aanvankelijk gescheiden gehouden 
waren, was in verloop van tijd groote verwarring ontstaan. Eerst in 
1800 werd hierin verbetering gebracht. Den 4en Januari stelde name- 
lijk de commissie voor het maken van een plan voor den publieken 
eeredienst aan den kerkeraad voor, om van nu af aan de kerke- en 
de armenrekeningen streng van elkaar te scheiden. Dit voorstel werd 
aangenomen en de commissie zond den 10®° Februari d. a. v. een 



Digitized by 



Google 



268 

uitvoerig concept-plan van scheiding in. In de vergadering van den 
kerkeraad van 17 Maart werd de zaak tot stand gebracht Voortaan 
zouden de diakenen alleen het armenfonds beheeren, waarvan de 
inkomsten zouden bestaan uit intresten van obligatiên, legaten, giften 
en collecten. Zij moesten hiermee zorgen voor armenbedeeling en voor 
vuur by godsdienstoefeningen en kerkeraadsvergaderingen en boven- 
dien jaarlijks f 40 storten in het kerkefonds als bijdrage voor het 
traktement van den koster. Ten gevolge van deze splitsing zijn enkele 
registers, oorspronkelgk bij de diakonie in gebruik, na 1800 in andere 
handen overgegaan (zie nr. 36 en de noot bij afdeéling IV). 

41—52. Rekeningboek der diakonie. 1624-~1865. 

12 deelen. 

N B. Dit rekeningboek bevat de rekeningen van de tweemaandeiijksche 
ontvangsten en uitgaven van den baheerenden diaken, algehoord door 
den kerkeraad, in het begin steeds om de twee maanden. Na 1833 
komen alleen de jaarlijksche rekeningen voor, waarvan de maandelijk- 
sche ontvangsten en uitgaven zijn opgeteekend. 

41. 1624—1634. 

N.B. Voorin eene lijst van voorwerpen onder het beheer 
van de diakonie. Na de rekening van 8 Februari 1632 
komen lijsten van personen voor, die bijdragen tot het 
traktement van den predikant, met opgave van het bedrag 
en ook van de wijze van uitkeering. 1624 tot 1634. 

42. 1634—1643. 

N.B. De rekeningen beginnen eerst met pag. 31. Voorin 
eene lijst van voorwerpen onder het beheer van de diakonie 
en de lijsten van personen, die bijdragen tot het traktement 
van den predikant, met opgave van het bedrag en ook van 
de wijze van uitkeering. 1634 tot 1643. Achterin en ook 
op pag. 29 en 30 eenige aanteekeningen van den diaken 
over de jaren 1637 tot 1643. Hierin ook eenige losse 
kwitanties. Op het titelblad staat: 

qMemorand. 

1. The ministers accompts with the people, who paid 
him a part of his salary. 

2. The churches accompt*' 

43. 1644—1652. 

N.B. Voorin eene lijst van voorwerpen onder het beheer 
van de diakonie. Dan de rekeningen van de geldmiddelen 
der kerk (ontvangsten: wekeiyksche collecten, driemaan- 
delyksche contributiën, interesten, legaten; uitgaven: trakte- 
ment van den predikant, reparaties, huisschatting enz.) van 
1644 tot 1650; achterin deze rekeningen van 1650 tot 1652. 



Digitized by 



Google 



269 

44. 1662-1665. 

N.B. De rekeningen van 1662 tot 1665 bevinden zich 
voorin; hierachter die van 1652 tot 1662. Op de beide 
eerste pagina's staan rekeningen van geldmiddelen der 
kerk van 1661 tot 1664. 

46. 1666-1684. 

46. 1684-1699. 

47. 1700—1714. 

48. 1714—1729. 

49. 1729—1768. 

N.B. Achterin twee lijsten van obligatiên, toebehoorende 
aan de kerk, de èene van 1765r en de andere zonder jaartal, 
en twee lijsten van zitplaatsen in de kerk van 1765 en 
1767. Het vervolg op deze Ivjst van zitplaatsen wordt ver- 
meld in de noot op afdeeling IV. 

50. 1768—1798. 

61. 1798^1832. 

N.B. Na 1809 worden vrij geregeld de rekeningen van 
de inkomsten en uitgaven per drie maanden opgesteld en 
afgehoord. Hierin eenige losse kwitanties. 

52. 1883—1865. 

N.B. Hierin komen alleen jaarl^ksche rekeningen voor. 
De maandelijksche ontvangsten en uitgaven zijn in het 
begin niet, later wel opgeteekend. Van 1853 af zijn in dit 
deel alleen de concept-rekeningen opgenomen en worden 
de definitieve rekeningen met de begroetingen aangetroffen 
in de relatieven tot de akten van den kerkeraad. Zie nr. 9, 
6 November 1858: cThe deacons deliver the budget of their 
administration for the year 1854, made up according to 
the prescribtion of the classical direction», en het alge- 
meen reglement op de diakonie-administratie bij de Neder- 
landsche Hervormde kerk, in werking getreden 1 Januari 
1853 (zie nr. 15). 

S3 en 54. Collectenboek. 1766-1857. 

2 deelen. 

53. 1766—1806. 

54. 1807—1857. 

N.B. Hierachter eene l^st van by den dienst aanwezige 
kerkeraadsleden van 1841 tot 1847 en daarna van afwezige 
kerkeraadsleden van 1848 tot 1857. 



Digitized by 



Google 



270 

55. Inventaris van den boedel van Jan Kemp. 1747. 

1 pak. 

N.B. Hierbij vele bijhoorende boedelpapieren. Zie nr. 49, waar 7 
April 1748 de rekening- courant van dezen boedel wordt goedgekeurd. 

56. Inventaris van den boedel van Sarah King, weduwe Van 
Velsen. 1795. 

N.B. Hierbij eenige bijbehoorende stukken. 

57. Ordonnantie op het admitteeren van vreemdelingen bin- 
nen dé stad Middelburg en hare ambachten. 1777. 

1 stuk. 



UI. Het archief van den ontvanger der kerkelijke fondsen, 

N.B. Bij de scheiding in 1800 van armenfonds en kerkefonds was 
de administratie van het laatste aan den geheelen kerkeraad opge- 
dragen. Deze stelde uit zijn midden hiervoor een ontvanger aan. Den 
17en Maart 1800 werd als zoodanig benoemd de onderling W. Exrik, 
terwijl tot het kerkefonds gebracht werden : interesten van obligatiên, 
legaten, giften, contributiën en collecten bij aanneming van lidmaten, 
ondertrouw enz., collecten voor het onderhoud der kerk, het geld 
der zitplaatsen en de opbrengst in de bussen, ten behoeve der kerk 
geplaatst. Bovendien zouden ook de boeten der kerkeraadsleden, die 
tot hiertoe aan het Engelsch gezelschap behoorden, voortaan aan het 
kerkefonds vervallen. Ten laste van dit fonds kwamen natuurlijk het 
onderhoud van de kerk, het traktement van den koster» enz. 

Deze administratie bleef langen tijd bestaan. Ook toen in 1819 een 
nieuw reglement op de administratie der kerkelijke fondsen en de 
kosten van den eeredienst bij de Hervormde gemeenten in Zeeland 
werd ingevoerd en de kerkerkad werd uitgennodigd om toe te treden, 
besloot deze den l^i^ April 1819 tto depose this resolution for fiitare 
information if need», m. a. w. de zaak bleef zooals zij was. 

58. Reglementen op de administratie der kerkelijke fondsen 
en de kosten van den eeredienst bij de Hervormde gemeenten 
in Zeeland. 1819 en 1820. 

2 stukken. 

N.B. Het eerste stuk is geadresseerd aan de kerkelijke administratie 
der Engelsche gemeente. Er is op aangeteekend : csee the acts of the 
1 of April 1819 and an exemplar of this is given to the Receiver 
and administrator of the churchfunds». Hierb\j het adres van de ge- 
committeerden uit de Zeeuwsche classes ter reclame van de geeste- 
liike goederen en fondsen aan het wetgevend lichaam der Bataafsche 
republiek. 1800. 



Digitized by 



Google 



271 

59. Aanteekeningen over de eigendommen der kerk. 1799— 
1855. 

1 pak. 

N.6. Hierby eenige polissen van brandassurantie. 1851 — 1870. Op 
den omslag staat: «bewijs en eigendom van het kerkgebouw der 
Engelsche gemeente te Middelburg*. * 

60. Stukken betreffende de financiën der kerk. 1800-1842. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eenige schuldbekentenissen en akten van overdracht 
van obligatiën ten behoeve van de gemeente, de kerk en de diakonie. 
1762—1800. 

61 en 62. Boetenboek van leden van den kerkeraad. 1787—1836. 

2 deelen. 

N.B. Vóór 1800 kwamen deze boeten in de kas van het Engelsch 
gezelschap (zie nr. 72), na dien tijd in die van het kerkefonds. 

61. 1787—1880. 

N.B. Hierachter eene lijst van boeten en collecten van 
1834 tot 1837. Voorin een index van persoonsnamen van 
pag. 1 tot 97, achterin een dito van pag. 134 tot 158. 

62. 1834-1836. 

N.B. Hierin ook de boeten van .leden van het Engelsch 
gezelschap (zie nr. 73). Voorin een index van persoonsnamen. 

63. Begrootingen en rekeningen van de kerkelijke inkomsten 
en uitgaven. 1867-1868. 

1 pak. 

N.B. Van 1857 af bevinden zich deze begrootingen en rekeningen 
ook in de relatieven tot de akten van den kerkeraad. Zie nr. 9, 12 
Februari 1857 : «in the same time resolved that yearly in the month 
of October a budget shall be made up and the same for 1857 shall 
be arrested in the first ioUowing meeting; in order to avoid the 
amalgamation of the^ revenues and expenditures of different years.» 
Zie nr. 16. 

IV. Het archief van den kerkvoogd (1). 

N.6. Eerst in 1869 onderging de kerkelijke administratie eene be- 
langrijke wijziging. Ingevolge het besluit van het Algemeen college 
van Toezicht op het beheer der goederen van de Hervormde gemeenten 



(1) Bij den kerkvoogd der gemeente berust het register van zitplaatsen 
ixi de kerk van 1769 tot 1806 met een lacune tot 1848 en daarna weder 
bijgehouden tot heden. 



Digitized by 



Google 



272 

van 12 October 1868 nr. 40, waartoe ook de Engelsche gemeente 
toetrad, werd voortaan het beheer der kerkelyke goederen opgedragen 
aan een kerkvoogd onder medewerking van notabelen en onder 
toezicht van he^ Provinciaal en van het Algemeen college, liet Alge- 
meen reglement voor de Hervormde gemeenten werd vastgesteld 17 
Juni 1870, terwijl ingevolge art 8 van het Algemeen reglement door 
kerkvoogd en notabelen der Engelsche gemeente een plaatselijk regle- 
ment werd gearresteerd den 31©» Mei 1875. Volgens dit reglement 
wordt de kerkvoogd door notabelen benoemd voor den tijd van drie 
jaar. Hij is herkiesbaar. De notabelen worden voor den tijd van vier 
jaar gekozen uit en door de stemgerechtigde leden. Hun aantal is 
twee, waarvan om de twee jaar één aftreedt, die eveneens herkies- 
baar is. 

64. Stukken, ingekomen bij en uitgegaan van den kerkvoogd. 
1869—1886. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eenige relatieven tot de akten van den kerkeraad na 
1878 (zie nr. 17). 

65. Begrootingen en rekeningen van de kerkelijke inkomsten 
en uitgaven. 1869— 1886. 

1 pak. 

N.B. De begrooting van 1869 is nog gearresteerd door den kerke- 
raad, de rekening opgemaakt door den kerkvoogd, reeds gearresteerd 
door notabelen. Tevens z^n de kwitanties, die vóór 1869 bij de rela- 
tieven tot de akten van den kerkeraad zich bevinden, nu hier aan- 
wezig (zie nr. 17 en nr. 64). 

V. Het archief van het Engelsch gezelschap. 

N.B. Dit gezelschap, opgericht in 1759, bestond uit leden en oud- 
leden van den kerkeraad. Het doel was hoofdzakelijk een gezellig 
samenzijn. In de wetten van 1769 worden slechts 5 artikelen gewijd 
aan voorstellen, besluiten en werkzaamheden (Gap. IV §7 — 11), terwijl 
bij de herziening der wetten in 1799 alleen terloops een uur wordt 
bepaald voor mogelijke «deliberations» (Gap. IV § 5). Van 1816 
tot 1834 ontbreken niet alleen de notulen, maar ook de 
rekeningen van het gezelschap. Eveneens zijn voor dat tijdvak 
de aanteekeningen der boeten afwezig. Waarschijnlyk is het gezel- 
schap toen eenigen tijd ontbonden geweest. Althans aan het hoofd 
van het nieuwe notulenboek van 1884 staat: «first meeting of the 
Englishcompany on Wednesday the 17tbe Sept. 1834», terwijl tevens 
in de vergadering van 26 November d.a.v. nieuwe wetten gearresteerd 
worden. Ook de aard en strekking schijnt na dien tijd gew^zigd te 
zijn. Het gezelschap is ernstiger geworden. De «vriendelijke* maal- 
tijden en uitstapjes naar Domburg, die blijkens de rekeningen vroeger 
veelvuldig voorkwamen, behooren nu groolendeels tot het verleden. 
Misschien ook al omdat niet alleen in 1800 reeds de boeten der 
kerkeraadsleden aan het kerkefonds waren toegewezen, maar ook na 



Digitized by 



Google 



273 

1836 de boeten der leden van het gezelschap afgeschaft schijnen te 
zijn — en de kas dientengevolge minder goed gespekt was. De bijeen- 
komsten zijn nu hoofdzakelijk voorvergaderingen van die van den 
kerkeraad en worden soms zelfs aangemerkt als werkelijke consisto- 
riale vergaderingen (concept-notulen 5 Maart 1846). In Cap. I art. 4 
van de nieuwe wetten wordt dan ook bepaald, dat «the assemblies of 
this company will tend particularly to deliberate upon matters con- 
cerning the English church». Naast de materiëele belangen der kerk 
(reparatiën van het kerkgebouw, verkoop van eigendommen, bewaren 
van archie&tukken) komen ook ter sprake het maken van nominatiën 
voor leden van den kerkeraad, het arresteeren der rekeningen van 
den kerkelijken ontvanger en van de diakonierekeningen, het aan- 
stellen van een organist, het zenden van kinderen naar koloniën van 
weldadigheid, het verstrekken van subsidiën voor onderricht aan kin- 
deren van onvermogende ouders enz. enz. Het gezelschap is waar- 
schijnlijk kort na 1847 opgeheven. 

66. Wetten en notulen van het Engelsch gezelschap met de 
onderteekening der nieuwe leden. 1769 — 1812. 

1 deel. 

N.B. De notulen loopen tot 1773, gevolgd door die van 26 Jan. en 
2 Februari 1785, die betrekking hebben op de feestelijke herdenking 
van het 25-jarig bestaan van het gezelschap. Hierachter het gedicht, 
uitgesproken door den predikant Samuel Wolcocke bij dat jubileum. 

67. Wetten en notulen van het Engelsch gezelschap. 1769— 
1773. 

1 deel. 

N B. Deze wetten en notulen zijn een copie van nr. 66. Bovendien 
vóór in dit deel het formulier van verbintenis, vastgesteld door de 
nationale synode in 1619, met een bijvoegsel volgens resolutie van de 
classis van Walcheren van 1693 en een afschrift van de wetten der 
kerk van 1665 tot 1768 mede met de onderteekeningen tot 1782 (zie 
nrs. 2 en 4). 

68. Wetten van het Engelsch gezelschap. 1769—1799. 

1 deel. 

N.B. Deze wetten zijn eveneens eene copie van nr. 66. Ook in dit 
deel bevindt zich het formulier van verbintenis, vastgesteld door de 
nationale synode in 1619, en een afschrift van de wetten der kerk 
van 1768 (zie nr. 4). Achterin het gedicht, uitgesproken door den 
predikant Samuel Wilcocke bij het 25-jarig jubileum van het gezel- 
schap in 1785, en eene naamlijst van predikanten, diakenen en ouder- 
Ungen 1623 tot 1816. 

69. Wetten van het Engelsch gezelschap. 1834. 

1 stuk. 

NB. Deze wetten zijn onderteekend tot ± 1840. 
(1901) 18 



Digitized by 



Google 



274 

70. Notulen van het Engelsch gezelschap. 1834—1843. 

l deeL 
N.B. De notulen van 1773 tot 1834 ontbreken. 

71. Concept-notulen van het Engelsch gezelschap. 1844 — 1847. 

1 pak. 

N.B. Blijkbaar is van deze notulen nooit een net exemplaar ver- 
vervaardigd. Hierbij enkele ingekomen stukken. 

72 en 73. Rekeningen van het Engelsch gezelschap. 1768 — 1845. 

1 deel en 1 pak. 

72. 1768—1816. 

1 deel. 

N.B. Deze rekeningen, opgemaakt door den ontvanger, 
zijn f^oedgekeurd door de leden en onderteekend door den 
praeses van het gezelschap. Tot de inkomsten behooren 
behalve de boeten der leden van het gezelschap tot 1800 
ook de boeten der kerkeraadsleden. Zie de wetten van 1769 
Gap. III ^ 3 en nrs. 61 en 62. Voorin staat : c Accounts of 
the English company at Middelburg with the forfeits païd 
by the mombers». 

73. 1835-1845. 

1 pak. 

N.B. Deze rekeningen, opgemaakt door den ontvanger, 
zijn gearresteerd door den praeses en den scriba van het 
gezelschap. Alleen in de eerste rekening komen nog boeien 
voor (zie nr. 62), na 1836 bestaan de inkomsten alleen oit 
de contributiën der leden. In dit pak ook eenige kwitantièn. 
De rekeningen van 1816 tot 1835 ontbreken. 

74. Gedicht, uitgesproken door den predikant Samuel Wilcocke 
bij het 25 jarig jubileum van het gezelschap. 1785. 

1 stuk. 



Digitized by 



Google 



275 



Het Rijksarchief in Utrecht. 

I. Toestand van de bewaarplaats van het archief. 

De toegang uit den kelder van het Hoog Militair Gerechts- 
hof naar de kelders onder mijn archief is in het afgeloopene 
jaar volgens mijn wensch dichtgemetseld. Enkele der kelders, 
waaraan sinds jaren niets gedaan was, zijn daarna gereinigd, 
waarna de conciërge ze in gewoon onderhoud heeft overgenomen. 
Zoodra de met brandstoffen gevulde kelders ledig zijn, zullen ook 
dezen eens goed onderhanden genomen en gewit moeten worden. 

Bij de te dezer gelegenheia gedane inspectie bleek het, dat 
in het gewelf van den voorkelder onder de bureaux een gat 
aanwezig was, zonder twijfel afkomstig van een ouden schoor- 
steen en door verzuim niet gedicht. Dergelijke communicatie 
van een met brandstoffen gevulden kelder met het archief 
scheen mij met het oog op brandgevaar zeer ongewenscht; boven- 
dien werd daardoor het veelvuldig voorkomen van vleermuizen op 
de bureaux verklaard; op mijn verzoek heeft de hoofdopzichter 
het eat gedicht. Later, toen de in den voorkelder geborgene 
brandstoffen opraakten, zijn in denzelfden kelder nog twee 
dergelijke gaten ontdekt; ik vertrouw, dat ook dezen gedicht 
zullen worden. 

De vocht en de schimmel in de onderste doozen der charter- 
kasten zijn onveranderd gebleven. Ik heb de aandacht van den 
hoofdopzichter er op gevestigd, dat de vorm en de plaats van 
sommige plekken in de buitenmuren schenen aan te duiden, 
dat gebreken aan de goot daartoe aanleiding hadden gegeven. 

II. Toestand der reddirigs- en brandbltischmiddelen. 

De blusch- en reddingsmiddelen zijn door het nieuwe perso- 
neel als gewoonlijk geïnspecteerd. Gebreken van belang zijn 
daarbij niet ontdekt; wegens het lekken der brandkranen zijn 
echter koperen emmertjes aangeschaft. 

De nieuwe regeling van het brandpersoneel voldoet goed : 
terwijl vroeger bij het voorkomen van brand nooit een deraan- 
genomene personen verscheen, waren bij een onbeteekenenden 



Digitized by VjOOQIC 



276 

brand in de buurt van het archiefgebouw in het afgeloopene 
jaar 8 van de 10 personen hier aanwezig. 

Het waterverbruik bliift volgens de aanwijzing van den water- 
meter onwaarschijnlijk hoog en onwaarschijnlijk ongeregeld* In 
het afgeloopene jaar is daarom de watermeter vanwege de directie 
van de Waterleiding-maatschappij onder toezicht van een dezer- 
zijds gestelden persoon beproefd, doch tot mijne verwondering 
met het resultaat, dat geen gebrek ontdekt werd. £}ene ver- 
klaring der zonderlinge verschillen schijnt niet te geven. 

Omtrent de blijkens mijn vorig verslag aan Uwe Excellentie 
gesignaleerde gebrekkige inrichting van den reddingstoestel heb 
ik nog niets vernomen. 

II*. Toegankelijkheid van het archief. 

In het begin van het vorige jaar machtigde Uwe Excellentie 
mij, om gedurende de maanden November tot en met Maart 
het archief te 3 uur te sluiten. In overleg met de ambtenaren 
heb ik echter geene aanleiding gevonden, om van deze ver- 
gunning gebruik te maken ; alleen in de maand December is 
het wel eens noodig iets vóór 4 uur te sluiten, omdat het dag- 
licht ons verlaat. 

III. Toestand van de archiefversamelingen. 

Over het in mijn vorig verslag beschrevene herstellen der 
opgeplakte bisschoppelijke charters, heb ik in het afgeloopene 
jaar eene uitvoerige correspondentie gevoerd met den Alge- 
meenen rijks-archivaris, die meende zich met het gevolgde pro- 
cédé niet in allen deele te kunnen vereenigen. 2iOover ik kan 
nagaan, is het mij gelukt zijne grootste bezwaren w^ te nemen; 
en ik twiifel niet, of het zal mij mogelijk zijn, hem van de doel- 
matigheid van het gevolgde procédé te overtuigen, zoodra mg 
de gelegenheid geboden wordt hem de herstelde stukken eens 
te toonen. Daar de met de hersteliings-werkzaamheden belaste 
persoon het in het afgeloopene jaar zeer druk had, zün die werk- 
zaamheden nog niet voortgezet: nii de zwaarst beschadigde 
charters hersteld waren, scheen de voortzetting van het werk 
zonder bezwaar eenigen tijd verschoven te kunnen worden. 

Het herstellen van de banden der schepenarchieven van het 
platteland der provincie is in het afgeloopene jaar geroeid 
voortgezet, doch door den grooten omvang van het werk weder 
weinig gevorderd. Op het laatst van het jaar verzocht ik den 
binder het werk tijdelijk te staken, om zijne zorgen te wijden 



Digitized by 



Google 



277 

aan de klooBter-archieven, waarover ik aanstonds spreken zal 
en die hem allicht gedurende het volgende jaar zullen bezig- 
houden. 

Van ouds berustte op mijn bureau een zeer groot aantal oude 
eikenhouten charterkistjes, afkomstig van een der kapittelen, 
doch buiten gebruik gesteld sedert de charters in kartonnen 
doezen geborgen zijn. Voor deze kistjes was geene andere bewaar- 

E laats te vinden dan de kelder, en in het afgeloopene jaar bleek 
et, dat eenige dientengevolge verrot waren. Ik heb derhalve 
aan mijne ambtgenooten gevraagd, of een hunner wellicht be* 
hoefte aan zulke kisties had. Bij mijne ambtgenooten in Noord- 
holland en Noordbrabant bleek dit inderdaad het geval te zijn, 
en met machtiging van Uwe Excellentie heb ik aan ieder 
hunner een 60-tal kistjes toegezonden. Later komende aanvragers 
heb ik naar hen moeten verwijzen. 

IV. Werkzaamheden en voortgang der inventarisatie en der 
ordening van het archief. 

De bewerking van het archief van het kapittel van Oudmun- 
Bter is in den voorzomer geheel afgeloopen. Wel blijft ook nu 
nog bij dit archief eene veel grootere massa ongeordende rommel 
over (waaronder zelfs vrij wat stukken van andere kapittelen) 
dan elders; maar volgens mijn werkplan kan ik mij daarmede 
thans niet inlaten. De voltooide inventaris, nog eens herzien 
en door samenvoeging van nummers gewijzigd, telt 832 nummers 
waarbij de in het vorige verslag vermelde losse papieren overal 
ingedeeld zijn. Met het overschrijven van den inventaris houdt de 
klerk zich bezig; wanneer dit werk voltooid is, zal natuurlijk 
het geheele archief volgens dezen inventaris gerangschikt en 
opnieuw genummerd moeten worden. 

De inventaris van de archieven der Staten- en Ridderschaps- 
conventen, ten vorigen jare door Dr. De HuUu voltooid, is 
thans geheel in het net geschreven; hij bevat 567 nummers. 
Deze archieven zijn daarna opnieuw geordend en volgens den 
inventaris genummerd. Bij deze gelegenheid zijn deze stukken, 
waaraan scSert het overlijden van Dr. Vermeulen niets gedaan 
was, allen van nieuwe omslagen voorzien; de talrijke pakken 
rekeningen zijn in portefeuilles geborgen. Aan den binder is 
daarna opgedragen, alle middeleeuwsche stukken te binden; 
daarna zullen de ingenaaide en geheel kromgetrokkene rekeningen 
opnieuw genaaid worden, terwijl de door muizen zwaar bescha- 
digde perkamenten banden van nieuwe ruggen voorzien zullen 
worden. Dit werk zal geruimen tijd kosten. 



Digitized by 



Google — 



278 

Met de nieuwe beschrijving van de vrij talrijke charters der 
klooBtérs heeft Dr. De HuUu een aanvang gemaakt. De charters 
van Ter Horst bij Renen, van St. Jan te Wijk en van St Jan 
te Montfoort en die van de balye van St. Catharyne waren 
geheel afgewerkt, toen de later te vermelden inspectie Dr. De 
HuUu in dit werk kwam storen. 

In den zomer nam ik de in mijn vorig verslag besprokene 
herziening der door Dr. Brom nagelatene regesten van het oor- 
kondenboek van Utrecht tot 1301 ter hand, met het oog op de 
reeds besprokene publicatie daarvan. Ik had mij voorgesteld, 
dat het werk vlug zou vorderen; maar het viel niet mede. De 
regesten zijn, zooals van zelf spreekt, in den loop van een paar 
jaren nu en dan nedergeschreven zonder bedoeling on^ ze te 
doen drukken. Natuurlijk zijn ze dus wat ongelijkmatig bewerkt 
en niet met zooveel zorg als men besteedt aan eene voor den 
druk bestemde verzameling. Zoodra ik de herziening der dag- 
teekeningen, waartoe ik mij aanvankelijk had willen beperken, 
ter hand nam, werd mij dit feit duidelijk, en ik zag mij dus 
verplicht de beschrijvingen hier en daar (zoo goed het ging 
zonder raadpleging der stukken) wat af te ronden. Vooral ook 
moesten de verwijzingen naar de bronnen vrij wat verduide- 
lijkt worden, wat vooral noodig was bij vele handschriften van 
mijn archief, die na de aanhaling een ander nummer gekregen 
hadden dan het voorloopige, door Dr. Brom aangehaalde. 

Mijne hoofdwerkzaamneden aan de regesten betrof echter de 
bewerking der dagteekeningen, die ik thans allen \oluit aan 
het hoofd der regesten heb afgeschreven en herleid volgens den 
Nieuwjaarsstijl. Dr. Brom, die zijn arbeid nog niet definitief 
afgesloten had, was ten dezen niet geheel consequent geweest. 
Nu alle dagteekeningen volgens eenzelfde systeem herleid werden, 
bleken zoodoende verschillende oorkonden dubbel aanwezig te 
zijn; eene der twee werd dan natuurlijk verwijderd. 

Nu en dan bleek de herleiding tot oen Nieuwjaarsstijl natnur- 
tuurlijk tot onbevredigende resultaten aanleiding te geven ; ik 
heb al deze gevallen aangeteekend, teneinde ten slotte te over- 
wegen, of en in hoeverre ze mij aanleiding geven, om voor 
de betrokkene kanselarijen te besluiten tot het gebruik van een 
anderen dan den Nieuwjaarsstijl. Het resultaat kan ik nog niet 
definitief overzien; wel heeft het mij getroffen, dat tot nog toe 
eerst ver in de 13* eeuw bepaalde bewijzen van het volgen van 
den Paaschstiil gevonden zijn. Het schijnt dus ten slotte in hoofd- 
zaak in het bisdom Utrecht gegaan te zijn zooals elders: tegen 
het midden der 13* eeuw is de oorspronkelijke kanselarijstijl 
(denkelijk die van Nieuwjaar) allengs vervangen door dien van 
O. L. Vrouwen-Boodschap of van Paschen. Het verschil tusschen 



Digitized by 



Google 



279 

Utrecht en andere gewesten zou dan alleen dit zijn, dat deze 
nieuwe Btijl zich daar niet gehandhaafd heeft, doch reeds in 
1310 weder door den Kerststal vervangen is. Een volgend jaar 
hoop ik over deze belangrijke aangelegenheid uitvoeriger mede- 
deehngen te kunnen doen. Tegelijk zal ik dan denkelijk in staat 
zijn eene meer nauwkeurige lijst te geven vanderegeeringsjaren 
der TJtrechtsche bisschoppen dan tot nu toe bekend was: alles, 
wat mij bij het herzien der regesten dienaangaande is voorge- 
komen, heb ik nauwkeurig aangeteekend. 

De herziening der regesten is thans gevorderd tot 1275, zoo- 
dat slechts 26 jaren meer te behandelen overblijven. Het ver- 
dient evenwel opmerking, dat de uit deze 26 jaren bewaarde 
oorkonden meer dan een derde van het geheele materiaal 
omvatten. 

Bij het herzieningswerk bleken onverwachts natuurlijk nog 
tal van andere kleine werkzaamheden noodig te zijn. Zoo 
moesten nog verscheidene afschriften vervaardigd worden 
(waarbij ik weder de gewaardeerde welwillendheid van den 
Algemeenen rijksarchivaris mocht ondervinden). Van de bij 
deze gelegenheid gedane onderzoekingen vermeld ik alleen die 
omtrent den datum van den stadbrief van Zwolle, waarbij 
overtuigend bleek, dat men geheel ten onrechte aan het over- 
geleverde jaar 1230 getwijfeld heeft. 

Over het archief der O. R. C. Clerezy valt ditmaal weder een 
en ander te berichten. Ten vorigen jare kon ik mededeelen, 
dat de archivaris van Rotterdam zich bereid verklaard had, de 
vrij omvangrijke verzameling stukken van het St. Ursula-klooster 
te Schiedam te inventariseeren. In het afgeloopene jaar verklaarde 
zich ook de Algemeene rijksarchivaris bereid, de werkzaamheden 
aan dit archief te doen hervatten. 

Behalve de bovenbedoelde Schiedamsche stukken, bevat de 
volumineuse afdeeling van dit archief, die de provincie Zuid- 
holland betreft, in hoofdzaak twee verzamelingen van stukken : 
betreffende de Delftsche en de Leidsche kloosters. De Delftsche 
afdeeling was vroeger reeds van wege het Algemeene rijks- 
archief bewerkt, terwijl de archivaris van Leiden het uitzicht 
geopend had, dat hij mettertijd de Leidsche stukken zou be- 
werken. Ik wendde mij thans allereerst tot zijn onlangs opgetreden 
opvolger met de vraag, of hij bereid was, de belofte van zijn 
voorganger gestand te doen. Tot mijne vreugde verklaarde zich 
de nieuwe titularis aanstonds bereid, om in den loop van het 
jaar 1902 het werk ter hand te nemen. Voor den Algemeenen 
rijksarchivaris bleef dus alleen over de bewerking van eene 
verzameling stukken betreffende verschillende plaatsen in Zuid- 
holland, die slechts één kistje en ééne portereuille vulden. Ik 



Digitized by 



Google 



280 

heb die beiden aanstonds aan het Algemeene rijksarchief opge- 
zonden; het werk is waarschijnlijk reeds in gang. De charteiB 
van het Schiedamsche St. Ursula-klooster heb ik op het laatst 
van het jaar in goede orde uit Rotterdam terugontvangen, 
met belofte dat de daarvan vervaardigde inventaris, na her* 
zien en overgeschreven te zijn, spoedig volgen zou. 

Met betrekking tot de historisch-statistische kaarten heb ik 
nog niets gedaan, en ook geene voorbereidende maatregelen 
daarvoor genomen, daar de kaarten der provincie Utrecht nog 
niet compleet waren. Bij het verslag, dat de rijksarchivarissen 
jaarlijks aan de Centrale commissie voor de kaarten zullen uit- 
Ijrengen, van welke verplichting ik mij ten vorigen jare voor 
het eerst kweet, vestigde ik echter de aandacht der commissie 
op de wenschelijkheid om te trachten de grenzen der kerkelijke 
gemeenten in kaart te brengen. Zou dit echter gelukken, dan 
scheen het noodig, dat van wege de commissie het terrein 
eenigszins voorbereid en de medewerking der kerkelijke autori- 
teiten verkregen werd. Ik hoop, dat het de commissie gelukken 
zal, om zoodoende deze belangrijke aangelegenheid althans 
mogelijk te maken. 

Nooit is er van wege het ütrechtsche rijksarchief werk ge- 
maakt van het bijeenbrengen van eene verzameling af beeldingen 
van belangrijke gebouwen in de provincie, zooals dit bij andere 
depots wel geschiedt. De reden daarvan was, dat bij het 
ütrechtsche gemeentearchief sedert lange jaren een topographi- 
sche atlas der provincie was aangelegd; het scheen onnoodig 
en ongewenscht, om daarmede te concurreeren en zoodoende 
twee vrij wel gelijke verzamelingen te verkrijgen. Doch sedert 
eenigen tijd bleek de ijver van het stedelijk bestuur op dit 
punt te verflauwen, — niet onbegrijpelijk trouwens, daar het bij- 
eenbrengen eener dergelijke verzameling eigenlijk niet op den 
weg van dit bestuur ligt. Toevallig vernam ik echter, dat m het 
afgeloopeue jaar door Burgemeester en Wethouders eindel^k 
definitief besloten was, de verzameling niet verder te vervolgen. 
Toen scheen het dus tijd om op te treden, daar de nog zeer 
onvolledige provinciale atlas der gemeente thans stellig allengs 
geheel verouderen en op den duur vergeten worden zou. fit 
wendde mij derhalve tot üwe Excellentie, met het voorstel mg 
te machtigen tot het aanleggen van een provincialen atlas en 
om, zoo daartoe besloten werd, mij tevens op te dragen, daar- 
mede een begin te maken door te trachten den geheelen pro- 
vincialen atlas van de gemeente over te nemen, met de be- 
doeling om op dit reeds eenigszins belangrijke begin met ijver 
voort te bouwen. 

Mijn voorstel had een onverwacht gelukkig resultaat Van 



• Digitized by 



Google 



281 

wege Uwe Excellentie werd mij de verlangde machtiging aan- 
stonds verleend, en toen ik mij dientengevolge tot Burgemeester 
en Wethouders van Utrecht wendde, werd ik spoedig op het 
aU^aangenaamst verrast door het besluit van den gemeenteraad 
(d.d. 19 December 1901), genomen op voorstel van Burgemeester 
en Wethouders, waarbij de geheele provinciale atlas kosteloos 
aan het rijks-archief werd afgestaan, met uitzondering van 
enkele kaartboeken en kaarten, behoorende tot de archieven 
van sommige in het gemeente-archief opgenomene gestichten. 

De atlas bestaat uit 11 groote portefeuilles, benevens ver- 
schillende afzonderlijke verzamelingen van teekeningen en 
prenten, waaronder vermelding verdient de' niet fraaie maar 
buitengewoon uitgebreide verzameling teekeningen, omstreeks 
1730 vervaardigd door L. P. Serrurier. Een niet onbelangrijk 
b^n derhalve, waarop gemakkelijk kan worden voortgebouwd! 
Aanstonds heb ik daarvan werk gemaakt: een volgend 
jaar hoop ik nadere bijzonderheden te kunnen mededeelen. 

In nujn vorig verslag vermeldde ik het bijeenbrengen eener 
fraaie verzameling afgietsels van bisschoppelijke zegels. Ik had 
gehoopt die verzameling in het afgeloopene jaar te kunnen 
aanvullen, en daarna de beschrijvingen uit te breiden en te 
verbeteren. Doch daarvan is niets gekomen en het werk blijkt, 
lal het goed gedaan worden, zoo uiterst tijdroovend, dat ik 
daartoe voorloopig geen kans zie. Ik vergenoeg er mü dus mede, 
om alvast de voorloopige lijst der collectie als bijlage bij dit 
verslag te voegen. 

V. In druk uitgegeven bescheiden, behoorende tot het archief. 

De in vroegere verslagen uitvoerig besprokene tabellen van 
middeleeuwsche graanprijzen, door Mr. J. A. Sillem ontleend 
aan het archief van het Domkapittel, zijn in het afgeloopene 
jaar verschenen in de Verslagen en mededeelingen der a/deeling 
Letterkunde van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Ver- 
der gaf Dr. G. Brom in het 27® deel van het Archief voor de 
geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht eenige inventarissen van 
kerksieraden van het kapittel van Oudmunster uit. Dr. P. Q. 
Brondgeest liet in zijne uitvoerige Geschiedenis van de balije van 
8t. Catharina en van het Driekoningengasthuis te Utrecht ver- 
scheidene stukken uit mijn archief afdrukken, die deze balye 
betroffen. Mr. R. Fruin deed in de Verslagen en mededeelingen 
der Vereeniging tot uitgave van rechtsbronnen (IV. 4) opnemen twee 
akten uit het protocol van den notaris Willem Buer in het 
archief van Oudmunster. En de heer J. Kalf voegde een afdruk 
van een brief van den bekenden Willem Heda aan het Dom- 



Digitized by 



Google 



282 

kapittel (dd. 1524) achter znne Geichiedenis der middeUeuwMhe 
kunstweverij in Nederland (Verslag van het St. Bemulphus- 
gilde over 1900). 

Vermelding verdient nog, dat Dr. J. de Hullu eenige stukken 
uit het archief van Veenraden (met welks regeling hij zich in 
opdracht van Gedeputeerde. Staten bezighoudt) toevoegde aan 
zijne belangrijke studie over De stichting der parochie VeenendaaL 
in het 27* deel van het bovengenoemde Archief van het aartè- 
bisdom Utrecht. 



VI. Aanwinsten en verliezen. 

De verkregene aanwinsten waren ditmaal niet zeer belangrijk. 
Ik was in de gelegenheid aan te koopen een afschrift van den 
fundatiebrief van twee beurzen in het te Utrecht op te richten 
seminarie door den Domkanunnik Maximiliaan van Walecaple 
(1579), en een belangrijk charter betreffende tolvrijdom uit het 
archief van het ütrechteche Karthuizerklooster;eene andere (min 
belangrijke) oorkonde uit het archief van het St. Agnietenklooster 
te Renen ontging mij door den te hoogen prijs. Over de groote, 
maar niet zeer belangrijke verzameling stukken, ten geschenke 
ontvangen van den heer baron Van Tuyll van Zuylen bericht 
ik tJwe Excellentie onder eene volgende rubriek. Op mijn ver- 
zoek had de kerkeraad van Bunschoten de welwillendheid aan 
mijn depot af te staan eenige 17e eeuwsche transportregiBters 
van dat gerecht, door Dr. De Hullu in het kerkelijk archief 
ontdekt. Evenzoo wae de Algemeene Rijks-archivaris zoo goed 
mij toe te zenden eenige stukken, ontdekt in het archief van 
Oudewater, doch behoorende in die van verschillende omliggende 
kleine plaatsen ; daar deze archieven in bruikleen in mijn depot 
berusten, heb ik de stukken daarmede vereenigd. 

Onder de verdere aanwinsten vestig ik de aandacht op de 
verblijdende toeneming van gedrukte stukken, die wijzen op de 
steeds voortgaande ordening en uitgaaf van archieven ten onzent. 
Twee oorkondenboeken : De Fremery's verdienstelijk Supplement 
op het oorkondenboek van Van den Bergh, en een nieuwe bundel 
van Van Doominck's Geldersche akten, ontleend aan registers 
van het archief te Dusseldorp. En daarnaast niet minder dan 
acht inventarissen : voorop het statige boek van F^ith over 
de archieven der zijlvestenijen, en daarnaast inventarissen van 
de kerkelijke archieven in Overijssel en van de Burgerlijke 
Stands-archieven aldaar, van de archieven van Spanbroek en 
van de St. Janskerk te Gouda, en eindelijk van drie kleine 
archieQes in bet Groningsche depot. 



Digitized by 



Google 



283 

Gevrichtig waren ditmaal de verliezen. Met de collectie Booth 
is voor lange jaren in het archief aangekomen een 16« eeuwsch 
cartnlarium in 4 doelen van de Johanniter-kommanderij te 
Haarlem, waarbij adch aansloot een zoogenaamd „prothocol" 
Tan 1572, waarin vele stukken uit dien tijd waren afgeschreven. 
Dat deze deelen behoorden in het rijks-archief in Noordholland, 
kon geen oogenblik twijfelachtig zijn ; maar ik had steeds uit- 
geteld om de afgifte voor te stellen, omdat ik hoopte voor 
het onherstelbare verlies, geleden door het nagenoeg geheel 
teloorgaan van het archief van de Johanniterbalye van St. Catha- 
rpe, in den inhoud dezer deelen althans eenige vergoeding te 
yinden. Doch toen deze verwachting op den duur ongegrond 
bleek, stelde ik Uwer Excellentie's ambtsvoorganger voor, mij 
tot de afgifte te machtigen. Zooals te verwachten was, bleek 
miin ambtgenoot, toen die machtiging verleend was, met deze 
belangrijke aanwinst voor zijn depot hoogelij kingenomen. — Bij 
de regeling van het archief van het Domkapittel had ik aan- 
getroffen een fragment van het protocol van den notaris Jan 
Neyse, kanunnik van het kapittel te Zalt-Bommel, d.d. 1432 — 
1440. Ik had steeds gehoopt, dat het mij gelukken zou de 
daarbij behoorende quaterns te vinden en daarom de afgifte 
uitgesteld ; doch nu ook de regeling van het archief van Oud- 
munster vruchteloos afgeloopen was, meende ik het stuk te 
moeten afgeven aan mijn ambtgenoot in Gelderland, in wiens 
depot het afgedwaalde stuk eigenaardig behoorde. Aldus is met 
uwer Excellentie's machtiging geschied. — Bij de regeling van het 
archief van Oudmunster hield ik over een brief van den kar- 
dinaal De Granvelle aan een kanunnik van het kapittel, inder- 
tijd met de collectie Beeldsnijder van Voshol door het rijk 
aangekocht en voorloopig ingedeeld bij het archief van Oud- 
munster, waar het stuk echter thans niet bleek te behooren. 
Eene latere notitie op het stuk maakte het mij duidelijk, dat 
de brief afkomstig was uit het thans hier bewaarde archief der 
Oud R. C. Clerezy. Hij betreft de collatie van een der Delftsche 
pastoraten, en het is dus hoogst waarschijnlijk, dat het stuk behoord 
heeft bij de talrijke Delftsche stukken der Clerezy. Met verlof 
van uwer Excellentie's ambtsvoorganger heb ik het dus, na 
kenni^eving aan den Aartsbisschop, daarbij gevoegd. 

Van Uwe Excellentie ontving ik het verzoek om opgave van 
stukken in mijn depot, die in aanmerking zouden kunnen komen 
voor eene ruiling van archieven met de Pruissische regeering. 
Daar ik gewoon ben (zooals ook uit bovenstaande mededeelingen 
blijkt) om, zoodra ik niet in mijn depot behoorende archieven 
ontdek, die aan Uwe Excellentie ter overplaatsing te signaleeren, 
moest ik echter antwoorden, dat alles, wat voor bovenbedoelde 



Digitized by 



Google 



284 

ruiling in aanmerking zou kunnen komen, door mij reeds voorlang 
op Uwer Excellentie's last was afgegeven aan den Algemeenen 
Rijks-archivaris. 

VII. uitslag der pogingen, om a/schriften te verkrijgen van 

belangrijke onuitgegevene bescheiden, voor het hoofdarchief 

der provincie van gewicht en berustende in andere 

WnneTi- en buitenUmdsche archieven. 

De heer Dr. M. Schoengen te Leeuwarden had de goedheid 
mij ter inzage toe te zenden eene oude lijst van bisschoppelijke 
charters, die hij gevonden had in het Gaobema-archief te Leeu- 
warden. Uit eenige aanwijzingen maakte ik op, dat deze charters 
destijds berustten (en grootendeels nog berusten") in het archief 
van het Domkapittel. Het scheen mij van belang de lijst te 
bezitten, en met vergunning van Dr. Schoengen deed ik dus 
daarvan een afschrift vervaardigen, dat ik daarna in chronolo- 
gische volgorde deed brengen. 

Minder gelukkig slaagde ik bij eene andere poging. CJit eene 
aanteekening in een ten vorigen jare aangekocht handschrift 
maakte ik op, dat mijn ambtsvoorganger indertijd inzage had 
gehad van een leenregister van het huis Hindersteyn, dat in de 
door mij bijeengebrachte verzameling leenregisters ontbreekt. 
Ik beproefde terstond het nog op te sporen, maar het mocht mij 
tot mijn leedwezen niet gelukken. 

VUL Gebruik van hei archief gemaakt en inlichtingen verstrekt 
aan autoriteiten en partictUieren, 

Zeer vele belangrijke onderzoekingen werden in het afgeloopene 
jaar in mijn depot gedaan. Ik vestig daaronder de aandacht op de 
studie van den heer J. S. Theissen te Leeuwarden, die zich 
heeft voorgenomen, aan de hand der bewaarde bisschoppelijke 
rekeningen de administratie van het Sticht te beschrijven, zooals 
zich die kort voor de translatie der temporaliteit ontwikkeld 
had. Een arbeid, die wellicht gevolgd zal worden door de uitgaaf 
der overgeblevene rekeningen. — Niet minder belang boezemt mij 
in de studie van den heer Mr. S. Muller Hz. te Rotterdam, die 
de kerkelijke verdeeling der middeleeuwen, vooral die in aarts- 
diakonaten en dekanaten, wenscht nategaan en in kaart te 
brengen, waaraan hij zal ten grondslag leggen de lijsten d^ 
parochiën in de fabriekrekeningen van den Dom, die hij daarbij 
waarschijnlijk in het licht zal geven. — Müne aandacht is ook ge- 
vestigd op de onderzoekingen van Mr. J. 6. C. Joosting te Assen, 



Digitized by 



Google 



285 

die de inrichting der middeleeuwsche kerkelijke rechtspraak 
bestudeert en daartoe de in velerlei opzicht belangrijke serie 
protocollen der notarissen van het Domkapittel successievelijk 
wenscht door te zien. — Met groote volharding was de hoogleeraar 
Kramer het geheele jaar door op mijn bureau werkzaam tot het 
doen van naeporingen voor het stellen der noten bij het belang- 
rijke dagboek van 6. J. van Harden broek. — De archivaris van Rot- 
terdam schreef herhaaldelijk om inlichtingen over allerlei punten, 
in betrekking staande tot de door hem bewerkte regesten voor 
de geschiedenis van Rotterdam, waartoe hij ook tal van stukken 
uit mijn depot op zijn bureau verlangde in te zien. — Meer dan 
eens werd ik ook geraadpleegd door Dr. Krumbholtz te Munster 
over vraagpunten betreffende het door hem bewerkte oorkonden- 
boek. — De krijgsgeschiedkundige nasporingen in de archieven der 
kleine Utrechtsche steden hielden den luitenant Meyboom nog 
het geheele jaar bezig : herhaaldelijk werden stukken uit die 
archieven te zijnen behoeve tijdelijk op mijn bureau gedepo- 
neerd. — Vermelding verdient nog, dat i\ aan den Algemeenen 
Rijksarchivaris kon toezenden een afschrift van een onbekend 
charter van graaf Dirk VI van Holland van 1125, dat ik ont- 
dekte onder het materiaal voor het oorkondenboek van Utrecht, 
waar de heer De Fremery het ongelukkig over het hoofd gezien 
had. Daar van dezen graaf slechts ééne enkele oorkonde bekend 
is, was de vondst van eenig belang, te meer omdat eene ondui- 
delijke aanteekening betreffende de oorkonde in een der oude 
grafelijke kanselarij-registers daardoor begrijpelijk werd. — Het 
getal genealogische nasporingen was weder zeer groot; ik geef 
het op Uwe Excellentie daarvan eene lijst mede te deelen. Twee 
bezoeken uit het buitenland werden mij door den Algemeenen 
Rijks-archivaris aangekondigd: dat van professor Lameire uit 
Lyon en dat van den majoor Aurel de Lebeau uit Weenen; 
doch geen van beiden is verschenen. 

Ook het archief van de Oud R. C. Clerezy werd weder bijzon- 
der druk geraadpleegd. Boven sprak ik reeds van de verzending 
der charters van het St. Ursula-klooster te Schiedam en de stukken 
betreffende Zuidholland naar het archief van Rotterdam en het 
Algemeene rijks-archief. Doch bovendien werden geraadpleegd: 
de charters van Coninxvelt, de stukken betreffende het beheer 
der EgoQondsche abdij na de incorporatie bij het bisdom Haarlem, 
de stukken nagelaten door den kanunnik van St. Jan Aernt 
van Esch, eene rekening van het St. Catharyne-klooster van 
1578, de papieren van professor Paulus Meruia, de Leidsche 
papieren afkomstig van H. van Heussen en eene kroniek van 
een Spaanschgezinden Utrechtenaar over de jaren 1566—1576. 
Verschillende onderzoekingen gaven natuurlijk tot deze raad- 



Digitized by 



Google 



286 

pleging aanleiding ; het laatstgenoemde stuk is belangrijk gebleken 
en zal waarschijnlijk in excerpt uitgegeven worden. 

Ook door verzending naar elders werd in het afgeloopene jaar 
vrij druk van mijne archieven gebruik gemaakt: stukken weraen 
daartoe gedeponeerd op het Algemeene rijksarchief, het archief 
van Rotterdam, het Staats-archief te Munster, de Koninklijke 
bibliotheek, het Seminarie te Warmond en de Leidsche bibliotheek, 
ten behoeve van de heeren Gijsberti Hodenpiü te 's-Gravenhage, 
J. H. W. Unger te Rotterdam, Dr. Krumbholtz te Munster, 
baron Wittert van Hoogland te 's-Gravenhage, professor A. H. 
L. Hensen te Warmond en professor P. J. Blok te Leiden. Deze 
verzendingen werden in het afgeloopene jaar nog eenigszins 
vergemakkelijkt door het besluit van Uwer Excellentie's ambte- 
voorganger, waarbij ik gemachtigd werd, op aanvrage archief- 
stukken toe te zenden aan de Koninklijke bibliotheek en aan 
de archieven van Leiden en Middelburg. 

Omgekeerd werden mij stukken ter raadpleging voor bezoekers 
toegezonden door het archief van IJsselstein, het Staatsarchief 
te Dusseldorp, het archief van Rotterdam, de Bibliotheek te 
üpsala, de Bibliotheek te Kopenhagen en het rijksarchief in 
Overijssel, ten behoeve van de heeren H. J. Meyboom, P, N. 
van Doorninck, C. A. de Kruyfif en G. W. Kemkamp. 

IX. Uitkomst van de bemoeiingen met gemeente-, waterschaps" en 
andere archieven. 

Onder deze rubriek heb ik ditmaal zeer belangrijke zaken 
mede te deelen. 

Door den Algemeenen rijksarchivaris werd mij^Uwer Excel- 
lentie's wensch overgebracht, dat ook in deze provincie, evenals 
in de meeste andere provinciën geschied was, een onderzoek 
zou ingesteld worden naar den toestand der kerkelijke archieven. 
Het tijdstip scheen voor zulk een onderzoek niet bnzonder 
gunstig, daar juist thans door de Synode der Nederduitsch- 
Hervormde gemeente de tusschenkomst van het rijk in deze 
materie met zekere bitsheid is afgewezen. Ik vreesde dus, dat 
de chartermeester Dr. De HuUu, wien ik het werk opdroeg, in 
meer dan eene plaats op moeilijkheden zou stuiten. Doch deze 
vrees is (zonder twijfel door het taktvol optreden van Dr. De 
HuUu) gelukkig ongegrond gebleken. Terwijl het Provinciaal 
kerkbestuur nog geene beslissing genomen heeft, weigerden wel 
is waar het Klassikaal bestuur van Utrecht en de Kerkeraden 
van de Nederduitsch-Hervormde en de Waalsche gemeenten 
te Utrecht; maar overigens maakten alleen de kerkeraden van 



Digitized by 



Google 



287 

Bunnik en van Linschoten bezwaar, den heer De Hallu te 
ontvangen. Ook bij de Katholieke kerkbesturen was de ont- 
vangst (met ééne enkele uitzondering) voorkomend. Maar daar 
bleek zelden of nooit iets aanwezig te zijn, dat de moeite van 
het vertoonen loonde. Vele parochiën zijn eerst na 1853 opge- 
richt, en in de andere is blijkbaar door den druk der tijden 
weinig ten papiere gesteld. De oude doop- en huwelijksregisters, 
in 1811 overgebracht naar het archief van den Burgerlijken 
Stand, bestaan nagenoeg zonder uitzondering in huiselijke zak- 
boekjes: de oude, voor hen onleesbare papieren, door sommige 
pastoors thans te voorschijn gebracht, bevatten steeds alleen 
eigendomsbewijzen van het terrein van kerk en pastorie; zelfs 
het archief van den Aartsbisschop, waar Z. D. H. de goedheid 
had mij persoonlijk rond te leiden, bevatte geene stukken ouder 
dan het begin der 19« eeuw, met uitzondering van vijf brieven- 
boeken van de aartspriesters Godfr. Ram van Schalkwijk en Nic. 
Gomes, en van de akten betreffende de bisschopswijding van 
Jansenius, die de ironie van het lot onbegrijpelijker wijze hierheen 
had doen afdwalen. 

Alleen over de archieven der Nederduitsch-Hervormde ker- 
spelen valt dus iets mede te deelen. Het doet mij leed, dat het 
oordeel over den toestand daarvan beslist ongunstig luiden moet. 
Geheel geordend en geïnventariseerd naar den eisch bleken 
alleen de archieven van de classis Amersfoort en den kerkeraad 
van Soest (twee uitzonderingen, te danken aan de loffelijke zorg 
van Ds. J. J. Bos, thans te Amersfoort); bevredigend was ook 
de toestand van de archieven der kerkeraden van Ter Aa en 
Benschop en van de kerkvoogdijen van Benschop en Loenen. 
De overige archieven waren onvolkomen geordend; in zeer vele 
was niet de minste orde te bespeuren; soms waren zelfs de 
verschillende archieven niet behoorlijk gescheiden. De berging, 
natuurlijk hier iets beter dan daar, was bijna overal onvol- 
doende, zeer dikwijls van dien aard, dat de ondergang van 
het archief met zekerheid te voorspellen was, indien in den toe- 
stand geene verbetering werd gebracht, daar vocht en ongedierte 
in de kille hallen der kerkgebouwen wedijverden, om de reeds 
zwaar aangetaste papieren te doen vergaan. Brandkasten vindt 
men te Montfoort, Werkhoven en Soest; het spreekt echter van 
zelf, dat die slechts dienst zullen kunnen doen, zoolang 
de archieven zich niet noemenswaardig uitbreiden. Ook het 
beheer liet dikwijls veel, somtijds alles te wenschen over. Veel 
is dientengevolge reeds teloor gegaan (alleen te Westbroek wer- 
den nog een paar stukken uit de Katholieke periode ontdekt) en 
de plaatsing van sommige archieven in de woning van den 
predikant, soms tusschen de deelen zijner boekerij, maakte het 



Digitized by 



Google 



maar al te duidelijk, op welke wijze de andere archieven dik- 
wijls verloren waren gegaan. Het is zeer te hopen, dat de ker- 
kelijke autoriteiten, die een levendigen indruk blijken te hebben 
van het belang der stukken, zich daarvan doordrongen zullen 
toonen door ook daadwerkelijk op te treden en de stukken, die 
de geschiedenis der Nederduitsch-Hervormde kerk bevatten, te 
redden voor het gevaar, waarmede hun verwaarloosde t^en- 
woordige toestand ze bedreigt. 

Het verslag van Dr. De HuUu, dat ik eerstdaags met eene 
begeleidende nota aan Uwe Excellentie hoop toe te zenden, zal 
omtrent een en ander nadere bijzonderheden bevatten. Op twee 
punten wensch ik nog Uwer Éxcellentie's bijzondere aandacht 
te vestigen: 

1^. In de archieven der kerkeraden van Bunschoten, Kamerik, 
Eemnes-buiten en Odijk ontdekte Dr. De Hullu oude rechter- 
lijke archieven dier plaateen. Ik heb die natuurliik dadelijk 
oi)gevraagd voor mijn depot. De kerkeraad van Bunschoten heeft 
mij de stukken bereidwillig afgestaan; van de andere heb ik 
óf geen öf een uitstellend antwoord ontvangen. 

2o. Zeer veel grooter was het getal der oude doop- en huwelqks- 
registers, die Dr. De Hullu nog in de kerkeraadsarchieven aan- 
trof. Van een aantal dezer stukken was een duplicaat in de 
gemeentehuizen voorhanden, zoodat de afgifte dezer stukken in 
1811 blijkbaar niet verzuimd, maar met opzet niet geschied was. 
Maar de lijst der overblijvende stukken was nog buitengewoon 
lang, veel langer dan ik gedacht had. In ongeveer de helft 
dezer gevallen zijn de doop- en huwelijksakten geschreven in 
r^isters, die tot het kerkarchief behoorden en moeten blijven 
behooren, zoodat de kerkeraad tegen eene afgifte daarvan den- 
kelijk bezwaar zou maken. In die gevallen zou het gemeente- 
bestuur zich moeten helpen door het nemen van een afschrift. 
In de andere gevallen schijnt tegen eene eventueele afgifte der 
registers aan het gemeentebiestuur op aanvrage geen overw^end 
bezwaar te bestaan. In ieder geval schijnt die aanvrage gedaan 
te moeten worden. Ik beveel de zaak in de belangstellende aan- 
dacht van Uwe Excellentie aan ; zij schijnt mij van veel gewicht, 
daar alleen, wanneer zij behoorlijk geregeld is, de gemeente- 
besturen kunen voldoen aan hunne wettelijke verplichting tot 
het geven van extracten uit de bedoelde registers. De volledige 
Igst der betrokkene stukken is bij Dr. De Hullu's rapport gevoegd. 

Toen ik aan Dr. De Hullu opdroeg, om ter voldoening aan 
Uwer Excellentie's verlangen omtrent de kerkelijke archieven, 
de provincie te gaan bereizen, meende ik hem tegelijk te moeten 
uitnoodigen, de gelegenheid waar te nemen voor de inspectie 
van de oude archieven van den Burgerl\jken Stand op de gemeente» 



Digitized by 



Google 



289 

huizen. Door onderscheidene mijner ambl^enooten in andere 
provinciën waren deze archieven vroeger of later onderzocht en 
grïnventariseerd ; ik meende dus, dat het doelmatig zou zijn. de 
gelegenheid thans waar te nemen, om ook hier dergelijk onder- 
zoek te doen instellen. Ook van deze taak heeft Dr. De HuUu 
zich voortreffelijk gekweten. Van de voorhandene stukken op de 
verschillende gemeentehuizen heeft hij eene lange lijst samen- 
gesteld, die ik eerstdaags aan Uwe Excellentie hoop toe te zenden. 

Afgaande op vroegere partieele onderzoekingen van mij zei ven, 
had ik mij voorgesteld, dat de toestand ook van deze archieven 
zeer ongunstig zou blijken. Maar die vrees was ongegrond : alleen 
te Benschop, Breukelen, Hoenkoop, Kockengen, Polsbroek, West- 
broek en Zuilen bleken enkele stukken in verwaarloosden toe- 
stand te verkeeren. Dr. De Hullu gaf den beheerders steeds den 
laad, deze stukken aan mij op te zenden ter herstelling. Aan 
dezen raad is vrij algemeen gevolg gegeven : de binder van het 
archief heeft in zijn vrijen tijd de stukken van Benschop, Hoen- 
koop, Kockengen, Polsbroek en Westbroek tegen vergoeding 
hersteld ; Zuilen verkoos zijn eigen binder te gebruiken ; Breu- 
kelen heeft nog geene beslissing genomen. Zoo is ook deze zaak 
ten gevolge van de gedane inspectie bevredigend geregeld. 

Een gerucht, dat in het Gouvernementsgebouw van eene 
naburige provincie bij een onderzoek op den zolder toevallig nog 
eene groote massa stukken ouder dan 1813 ontdekt zou zijn, 
gaf mij aanleiding, den griffier der Staten van Utrecht te ver- 
zoeken, nogmaals een grondig onderzoek te willen instellen in 
alle bergplaatsen van het Gouvernementsgebouw naar stukken 
vóór 18l§, die dus in mijn depot zouden behooren. Doch dit 
onderzoek is geheel vruchteloos geweest. 

Voor een paar jaren had ik een bezoek ontvangen van den 
nieuw benoemden archivaris van Amersfoort, die op verlangen 
van Burgemeesters en Wethouders de hand wenschte te slaan 
aan de samenstelling van den inventaris van het archief en 
zich voornam daarmede spoed te maken. Hij verzocht mij om 
eoiige inlichtingen, die ik hem natuurlijk gaarne gaf, mij be- 
schikbaar stellende voor verdere aanvragen. Toen ik verder 
niets vernam, vreesde ik echter reeds dat de zaak opgegeven 
was, toen Dr. Reynders mij op het laatst van het jaar verraste 
met den geheel voltooiden inventaris. Doch hoe hoogelijk ik 
ook ingenomen was met deze voortvarendheid, de zaak had 
natuurlijk eene keerzijde : beschrijving en ordening der stukken 
droc^n op vele plaatsen de sporen van de weinige ervaring 
Tan Dr. Reynders in het archiefbeheer. Voor eene geheele om- 
werking van den inventaris was het thans natuurlijk te laat; 
maar de heer Reynders bleek zeer bereid, om van mijne op- 

(1901) 19 



Digitized by 



Google 



290 

merkingen kennis te nemen en daarna zijn inventaris nog eens 
door te werken. Ik heb hem met aandranin; verzocht niet te 
vreezen om het mij lastig te maken, en telkens wanneer hg 
meende inlichtingen te behoeven, mij daarom te vragen. 
Reeds heeft hij tot mijn genoegen van dezen wenk gebruik 
gemaakt. Ik hoop, dat de inventaris, al zal die niet in allen 
deele volgens de regels zijn ingericht, de goede gevolgen van 
dit overleg zal vertoonen. 

De burgemeester van IJselstein raadpleegde mij over de 
opneming van eenige stukken uit het archief van Oadewater, 
hem toegezonden door den Algemeenen rijks-archivaris, in het 
archief zijner gemeente. Ik verheugde mij zeer over deze nauw- 
gezetheid, te meer daar de bedoelde stukken bleken te behooren 
bij andere, die reeds in den inventaris van het archief beschre- 
ven waren. 

Vrij wat tijd besteedde ik in het afgeloopene jaar aan het oude 
archief van het kasteel Zuylen. De nieuwe eigenaar, de heer 
baren Van Tuyll van Zuylen, heeft zich met belangstellende zorg 
ten taak gesteld, het geheele, zeer omvangrijke oude archief van 
het huis (met inbegrip van verscheidene in den kelder ontdekte 
kisten met stukken) persoonlijk na te gaan. Evenals voor een 
paar jaren de heer baron D'Aumale van Hardenbroek, wenscht 
nij alle papieren van andere familiën, door erfenis toevallig in 
zijn bezit gekomen, benevens alle staatepapieren, door sommige- 
fijner voorvaderen krachtens hunne ambten bijeengebracht, uit 
zijn archief te verwijderen en de rest, zijn eigenlijk üamilie- 
archief,* te ordenen en te inventeriseeren. Toen hij mij raad- 
pleegde, verzocht ik hem met aandrang, niets te willen vemie- 
. tigen, voordat hij dit aan mij getoond had. Dientengevolge 
ontving ik herhaaldelijk vele kisten met oude papieren, waar- 
mede ik naar goedvinden kon handelen. Eigenlifk schenrpapier 
vond ik daaronder weinig; maar ook niet vele stukken van 
groot belang. Mijn depot verkreeg eene groote massa stukken 
uit de 18« eeuw, ingekomen bij verschillende heeren Van Toyll, 
als leden der Stoten van Utrecht, — eene collectie, zeer om- 
vangrijk, maar die ten slotte wellicht blijken zal de plaatoraimte 
niet waard te zijn, die zij zou moeten innemen. Daarnaaat nog 
eenige opzichzelf staande stukken zonder groot belang, waar- 
onder ik echter vermeld een paar 17« eeuwsche rekeningen en 
manualen van Utrechtsche kloosters, — van belang omdat deze 
stukken meestal vernietigd zijn en dus in het archief ontbreken. 
De Algemeene rijks-archivaris zond de eerste partij Zuylensche 
stukken, die ik hem toezond, als onbelangrijk terug ; de tweede 
behield hij echter, omdat zich daaronder bevonden eenige dupli- 
caten van gezantschapsverbalen en staten van oorlog, die gemak 



Digitized by 



Google 



291 

zouden geven bij het uitleenen dezer dikwijls geraadpleegde 
stokken. Doch de belangrijkste aanwinst verkreeg het archief 
der gemeente Amsterdam : onder de papieren der Amster- 
damsdie familie Velters, die de heer Van Tiiyll mij toe- 
zond, vond ik verschillende deelen met rekeningen van den 
40»» penning over Amsterdam van omstreeks 1680, van belang, 
omdat zij inlichtingen geven over de overdracht der huizen en 
andere vaste goederen aldaar en de daarvoor bestede prijzen, 
— benevens een groot pak koopmansboeken van het handels- 
hois Velters nit denzelfden tijd, die mij nög belangrijker sche- 
nen, omdat dergelijke, voor Amsterdam's handelsgeschiedenis 
stellig hoogst gewichtige bronnen uit den aard der zaak bijna 
geheel vernietigd zijn en dus hoogst zelden voorkomen. Mijn 
Amsterdamsche ambtgenoot bleek dan ook met deze beide zeer 
on?erwachte geschenken ten hoogste ingenomen. 

Over het zeer omvangrijke archief van Veenraden, met welks 
regeling Dr. De HuUu zich in opdracht van Gedeputeerde 
Staten bezighoudt, kan ik Uwe Excellentie ditmaal niet veel berich- 
ten. De regeling is nog niet voltooid; maar het was te voorzien, 
dat deze zeer tijdroovend zijn zou. De talrijke reizen, door 
Dr. De HuUu in het afgeloopene jaar ondernomen voor de 
inspectie der kerkelijke archieven, hebben natuurlijk op de 
regeling van het archief van Veenraden, waarvoor de heer 
De Hrdlu alleen de avonduren beschikbaar heeft, een ongun- 
stigen invloed geoefend. 



utrecht. Februari 1902. 



De rijksarchivaris in Utrecht, 
S. Muller Fz. 



Digitized by 



Google 



292 
Bijlage. 



LIJ S T 

van afgietsels van de zegels der Utrechtsche bisschoppen, 
voorhanden in het r^ksarchief in Utrecht 



1. Bisschop Willem. 1064. (Archief . stad Zutphen). 

2. Bisschop Conrad. 1094. (Inventaris Vermeulen, n®. 7). 

3. Bisschop Borchard. 1101. (Inventaris Vermeulen, n?. 8). 

4. Bisschop Godebald. 1126. (Inventaris Vermeulen, n<>. 15). 

5. Bisschop Andreas van Cuyck. 1131. (Inventaris Vermeulen, 

no. 17). 

6. Bisschop Andreas van Cuyck. 1139. (Inventaris Vermeulen, 

n«. 20). 

7. Bisschop Herman van Hoorn. 1155. (Inventaris Vermeulen, 

no. 21.) 

8. Bisschop Godfried van Renen. 1156. (Inventaris Vermeulen, 

n^ 23). 

9. Bisschop Godfried van Renen. 1163. (Inventaris Vermeulen, 



isscnop < 
n». 24). 



10. Bisschop Godfried van Renen. 1172. (Inventaris Vermeulen, 

n^ 31). 

11. Bisschop Godfried van Renen. 1176. (Inventaris Vermeulen, 

no. 33). 

12. Bisschop Dirk II van Are. 1208. (CJoll. Philipps, St Marie 

no. 3). 

13. Bisschop Otto II van Lippe. 1226. (Inventaris Vermeulen, 

no. 69). 

14. Elect Otto III van Holland. 1240. (Inventaris Vermeulen, 

no. 112). 



Digitized by 



Google 



15. Elect Otto III van Holland. 1240 (tegenzegel). (Inventaris 

Venneulen, n**. 122). 

16. Bisschop Otto III vanHolland. 1247. (Inventaris Vermeulen, 

no. 149). 

17. Bisschop Otto III van Holland. 1247 (tegenzegel). (Inven- 

taris Vermeulen, n*^. 149). 

18. Elect GoBwin van Randerode (als proost van St. Jan). 1227. 

(Inventaris Vermeulen, n<>. 78). 

19. Elect Ooswin van Randerode (als proost van St. Jan). 1249. 

(Inventaris Vermeulen, n^. 161). 

20. Elect Goswin van Randerode (als Domproost van Keulen). 

1247. (Inventaris Vermeulen, n*». 149). 

21. Elect Goswin van Randerode (als Domproost van Keulen). 

1247 (tegenzegel). (Inventaris Vermeulen, n^». 149). 

22. Elect Goswin van Randerode. 1249. (Inventaris Vermeulen, 

n^ 161). 

23. Elect Goswin van Randerode. 1249 (tegenzegel). (Inventaris 

Vermeulen, n<>. 161). 

24. Elect Hendrik van Vianden. 1260. (Inventaris Vermeulen, 

n^ 166). 

25. Bisschop Hendrik van Vianden. 1269. (Inventaris Vermeu- 

len, n^ 234). 

26. Bisschop Hendrik van Vianden. 1258 (tegenzegel). (Inven- 

taris Vermeulen, n°. 226). 

N.B. De bisschop gebruikte dit tegenzegel reeds als elect 
in 1250: zie Inventaris Vermeulen n^. 166. 

27. Elect Jan I van Nassau. 1271. (Inventaris Vermeulen, n^, 291). 

28. Elect Jan I van Nassau. 1273 (tegenzegel). (Inventaris Ver- 

meulen, n<'. 309). 

29. Bisschop Jan II van Sierck. 1292. (Inventaris Vermeulen, 

n^ 483). 

30. Bisschop Willem van Mechelen. 1297. (Inventaris Vermeulen, 

no. 586). 

3L Bisschop Willem van Mechelen. 1297 (tegenzegel). (Inven- 
taris Vermeulen, n«>. 686). 

82. Bisschop Guy van Avesnes. 1300. (Inventaris archief stad 
utrecht, no. 346). 

33. Bisschop Guy van Avesnes. 1303. (Inventaris archief stad 
utrecht, no. 76). 



Digitized by 



Google 



294 

34.. Bisschop Guy van Avesnes. 1303 (tegenzegel). (Inventaris 
archief stad Utrecht, n^. 76). 

35. Bisschop Guy van Avesnes. 1305—1314. (Inventaris archief 

stad Utrecht, no. 357). 

36. Bisschop Guy van Avesnes. 1305— 1314 (tegenzegel). (Inven- 

taris archief stad Utrecht, n^. 80). 

37. Bisschop Frederik van Sierck. 1318—1322. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^ 86). 

38. Bisschop Frederik van Sierck. 1318 (tegenzegel). (Inven- 

taris archief stad Utrecht, n^. 86). 

39. Elect Jan van Bronchorst. 1322. (Inventaris archief stad 

Utrecht, n^. 92). 

40. Bisschop Jan van Diest. 1323 — 1328. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^ 94). 

41. Bisschop Jan van Diest. 1323 — 1328 (tegenzegel). (Inven- 

taris archief stad Utrecht, n<>. 94). 

42. Bisschop Jan van Diest. 1324 — 1332. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^ 360;. 

43. Bisschop Jan van Diest. 1329—1332. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^ 363). 

44. Bisschop Jan van Arkel. 1343 — 1363. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^. 407). 

45. Bisschop Jan van Arkel. 1343 — 1363 (tegenzegel). (Inven- 

taris archief stad Utrecht, n^. 103). 

46. Bisschop Jan van Virnenborch. 1366. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n'^. 114). 

47. Bisschop Aernt van Hoern. 1371—1378. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^. 115). 

48. Bisschop Aernt van Hoern. 1375. (Inventaris archief stad 

Utrecht, n». 116). 

49. Bisschop Florens van Wevelichoven. 1379 — 1392. (Inventaris 

archief stad Utrecht, n°. 118). 

50. Bisschop Florens van Wevelichoven. 1386. (Inventaris archiei 

stad Utrecht, n^. 120). 

51. Bisschop Frederik van Blankenheim. 1393 — 1422. (Inven- 

taris archief stad Utrecht, n<>. 423). 

52. Bisschop Frederik van Blankenheim. 1406. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^ 129). 



Digitized by 



Google 



295 

53. Elect Zweder van Oulenborch. 1425. (Inventaris archief stad 

Utrecht, no. 455). 

54. Bisschop Rudolf van Diepholt. 1427-1429. (Inventaris 

archief stad Utrecht, n*>. 141). 

55. Bisschop Rudolf van Diepholt. 1427 (tegenzegel). (Inven- 

taris archief stad Utrecht, n°. 141). 

56. Bisschop Rudolf van Diepholt. 1433. (Inventaris' archief 

stad Utrecht, n^. 143). 

57. Bisschop Rudolf van Diepholt. 1436—1450. (Inventaris 

archief stad Utrecht, n^'. 523). 

58. Elect Gijsbrecht van Brederode. 1443. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n«». 146). 

59. Elect Gijsbrecht van Brederode. 1456. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n*^. 477). 

60. Elect Gijsbrecht van Brederode. 1458—1468. (Inventaris 

archief stad Utrecht, n^. 524). 

61. Bisschop David van Bourgondië. 1456—1496. (CoU. Losse 

zegels). 

62. Bisschop David van Bourgondië. 1456 — 1481. (Inventaris 

archief stad Utrecht, n^. 147). 

63. Bisschop David van Bourgondië. 1493. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^. 490). 

64. Bisschop Frederik van Baden. 1496. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^. 160). 

65. Bisschop Frederik van Baden. 1512. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^ 496). 

66. Bisschop Philips van Bourgondië. 1517. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n*». 167). 

67. Bisschop Philips van Bourgondië. 1518. (Inventaris archief 

stad Utrecht, n^. 293). 

68. Elect Hendrik van Beyeren. 1525—1528. (Coll. Losse zegels). 

69. Elect Hendrik van Beyeren. 1525. (Inventaris archief stad 

Utrecht, n°. 500). 

70. Elect Hendrik van Beyeren. 1526. (Inventaris archief stad 

Utrecht, no. 171). 

71. Bleet Hendrik van Beyeren. 1528. (Inventaris archief stad 

Utrecht, no. 174). 

72. Elect Hendrik van Beyeren. 1525—1528 (tegenzegel). (Coll. 

Losse zegels). 



Digitized by 



Google 



296 



Het Rijksarchief in Friesland. 

I. Toestand der hewaarplaaJtB van hei archief. 

Ingevolge het bestek van het tweejaarlijksch onderhoud, dat 
in dit jaar is aanbesteed, werd het hout- en ijzerwerk aan de 
achtergevels van het hoofd- en het bijgebouw geverfd. 

Boven aan den voorgevel van het hoofdgebouw waren op 
enkele plaatsen verschijnselen van vocht. Uitwendig was die 
muur daar wit uitgeslagen en inwendig liet de bepleistering 
los. Daar deze vocht waarschijnlijk veroorzaakt werd door lek- 
kages van de op dien muur liggende dakgoot, werd deze her- 
haaldelijk nauwkeurig onderzocht, en nu bleek, dat van de 
looden platen in deze goot de soldeeringen door de zonnewarmte 
eenigszins los lieten. Daarom werden dekplanken ter afwering 
van die warmte in de goot aangebracht. Voorts werden de 
witte uitslag en de bepleistering verwijderd, en de muur werd 
aldaar inwendig na eenigen tijd opnieuw bepleisterd. In den 
kelder werd boven de beide verwarmingsketels een ijzeren kap 
aangebracht en de beide rookbuizen werden in één van de twee 
schoorsteenen geleid. De andere schoorsteen dient nu als v^i- 
tilatiekoker, waardoor zooveel mogelijk voorkomen wordt, dat 
overmatig warme lucht en ver brandings -gassen zich in den 
kelder en verder in het gebouw verspreiden. Van een der ver- 
warmingsketels moest de rooster, daar die doorgebrand was, door 
een nieuw vervangen worden. Overigens bleven deze ketels en 
ook het warmwater-buizennet in goeden staat. 

Het meubilair werd vermeerderd met twee kleine tafels. 

De toestand van de werkkamers is niet beter, doch zelfe 
minder dan vroeger. In vorige jaren was alleen gedurende den 
tijd, waarin gestc^okt werd de atmospheer daar gewoonlijk on- 
dragelijk, terwijl in den zomer daar weinig hinder van onder- 
venden werd; doch in den laatsten zomer bleek, bij herhaalde 
proefnemingen een verblijf gedurende langeren tijd aldaar ook 
meestal niet mogelijk te zijn. 

Zooals ik in mijne vorige jaarverslagen mededeelde is reeds 



Digitized by 



Google 



297 

op veTBchillende wijzen getracht dezen binder weg te nemen, 
en thans is de lucht in die vertrekken door een chemicus eenige 
malen onderzocht; doch de oorzaak van de bedorven atmos- 
pheer is niet gevonden. 

Daar er in de archief-afdeeling van het gebouw geen andere 
werkkamer en kamer voor het publiek is, belemmert deze toe- 
stand het geregelde werk en de geregelde* administratie op zeer 
bedenkelijke wiize. 

Ook deed zien de behoefte aan een sorteerkamer sterk gevoe- 
len, vóóral bij de ontvangst van gemeente- en andere archieven. 
Daar deze archieven vaak uit vochtige bewaarplaatsen komen, 
is het zeer gewenscht ze eerst ter droging en tot een nauwkeurig 
onderzoek, vóóral ook met het oog op schadelijke insecten, 
eenigen tijd in een vertrek, afgezonderd van de overige archief- 
verzamelingen, te kunnen houden. 

II. Toestand der reddings- en hrandbluschmiddelen. 

De beide extinctenrs werden nagezien en in goeden staat be- 
bevonden. De brandkranen en slangen werden onderzocht, de 
laatsten vóóral ook bij de aankoppeling aan de kranen, waar zij 
het meest aan bederf onderhevig zijn ; doch geen van allen had 
eenige reparatie noodig. 

In de nabijheid van het gebouw, ten Noorden daarvan, was 
in den laatsten zomer des nachts een vrij hevige uitslaande 
brand. Daardoor werd de aandacht gevestigd op eene leemte in 
de hrandbluschmiddelen. In het bijgebouw zijn namelijk beneden 
in den gang bij de conciërgewoning en op de verdieping in de 
fiuma-bibliotheek brandkranen; doch op den zolder daarboven 
was er geen; terwijl juist aan die zijde het gebouw niet vrij 
staat Daarom werd nu op dien zolder een brandkraan, met 
slang en straalpijp aangebracht en tevens een luik in het dak 
aan de Noordzijde gemaakt, zoodat nu dreigend brandgevaar 
aldaar zooveel mogelijk kan afgeweerd worden. Ook werd een 
proef genomen met deze nieuwe brandslang tegelijk met die van 
den zolder van het hoofdgebouw, om den druk van de water- 
leiding te kunnen bepalen. Deze proefneming had een zeer 
bevredigend resultaat. 

Om in tijd van brand of brandgevaar een voldoend aantal 
personen te hebben tot vervoer der archieven, komt het mij 
voor, vóóral met het oog op nachtelijken brand, dat het zeer 
gewenscht zou zijn zoo daarvoor een aantal van de hier in 
garnizoen zijnde militairen kon disponibel gesteld worden. Op 
mijn deswege aan Uwer Ezcellenties ambtsvoorganger gedaan 
voorstel, heb ik alsnog geene beschikking bekomen. 



Digitized by 



Google 



298 

III. Hei personeel. 

Bij Koninklijk besluit van 19 Februari 1901 werd de heer 
Dr. M. Schoengen van adjunct-commies bevorderd tot commiefi 
bij het Rijksarchief alhier. Overigens is in het personeel geen 
verandering gekomen.^ 

IV. Toestand der archiefverzamelingen. 

Van de rechterlijke archieven werd weder een aantal deelen her- 
steld of opnieuw gebonden. De nieuwe banden worden van rug- 
titels voorzien, zooveel mogelijk overeenkomende met die van de 
oude banden. De losse stukken van die archieven voor zoover 
gesorteerd, en ook de stukken uit het gemeente-archief van 
Smallingerland ontvangen, zijn in portefeuilles geborgen. Thans 
zijn de stukken der nedergerechten bijna alle in portefeuilles. 

Van het in bruikleen verkregen archief Schwartzenberg waren 
op weinige uitzonderingen na, alle stukken, toen ik ze ontving, 
reeds in portefeuilles, ook vele charters met afhangende zegels. 
Deze laatsten zijn voorloopig in groote doozen gelegd, ten einde 
verdere beschadiging der zegels, waarvan verscheidene reeds erg 
geschonden waren, te voorkomen; doch zullen nu ieder afzon- 
derlijk in kleine doozen geborgen worden, op dezelfde wijze als 
de klooster- en andere charters alhier bewaard worden. De 
laatstgenoemden zijn nu alle in die voor hen bestemde doozen. 

Een gedeelte van het archief onderging een grondige schoon- 
maak, hetgeen sedert de overbrenging naar ae tegenwoordige 
bewaarplaats nog niet geschied was. De banden en portefeuilles 
werden in de buitenlucht uitgeklopt en afgeborsteld, en van de 
planken werd het stof afgenomen. Het overig gedeelte van het 
archief zal in dezen zomer op dezelfde wijze behandeld worden. 

V. Werkzaamheden en voortgang der ordening en der 
inventarisatie van het archief. 

Tot op een zeer klein gedeelte na kwam de sorteering der 
losse stukken van de nedergerechten gereed. 

De omvangrijke collectie stukken van het gerecht van Won- 
seradeel werd geordend, en geborgen in 66 portefeuilles. Het 
zijn o. a. Processen 1677—1810, Informatiën 1719—1790, Ad- 
viezen 1686—1810, Declaratiën vap gerechtskosten 1745—1810, 
Missives van het gerechtshof van Friesland 1744 — 1795, Inven- 
tarissen van boedels van minderjarigen 1670^1810, Processen- 



Digitized by 



Google 



299 

verbaal van gehouden boelgoeden 1735 — 1791, Boedelscheidingen 
1714—1810, Rekeningen van curatoren 1713-1810, Obligatiën 
1699—1799, Koopbrieven 1632-1811, Reversalen 1664—1794, Tes- 
tamenten 1704 — 1805. Onder deze stukken, die reeds in 1880 bij 
de ontruiming van het vorige gemeentehuis, dat te Bolsward was, 
naar het gerechtshof alhier zijn overgebracht,, bevonden zich 
vele stukken van administratieven aard, die aan de gemeente 
znllen terug gezonden worden. 

Dei^elijke stukken werden ook onder de rechterlijke stukken 
van Weetdongeradeel gevonden. Bijna alle deze stukken hebben 
erg door vervuring geleden, meer dan van eenig ander gerecht. 
Het was daardoor bij de overneming der rechterlijke archieven 
hoogst bezwaarlijk de recEterlijke van de overige stukken nauw- 
keurig te scheiden. Zij werden daarom destijds ter nadere sor- 
teering naar hier gezonden. De stukken, die het minst vervuurd 
z^D, worden uitgezocht en, na zooveel mogelijk schoongemaakt 
te zijn, wordt ieder proces in een afzonderlijk omslag gelegd. 
Er is echter een vrij groot aantal stukken, die zoodanig gele- 
den hebben, dat zij moeielijk in bruikbaren toestand te brengen 
znllen zijn. 

Voorts werden nog gesorteerd kleinere collecties stukken be- 
hoorende tot de rechterlijke archieven van Idaarderadeel, IJlst, 
KoUumerland en Nieuw-Kruisland, Rauwerderhem en Staveren. 

Thans zijn de losse stukken der nedergerechten grootendeels 
in zoodanige orde, dat zij beschreven en in den inventaris 
kunnen opgenomen worden. Met de definitieve inventariseering 
der rechterlijke archieven werd begonnen. Echter wordt hierbij 
nog veel onderzoek vereischt, v66ral van de oudere registers. 
Tot in de eerste helft der 17® eeuw werd namelijk vaak voor 
registratie van akten van velerlei soort slechts één register ge- 
bruikt; terwijl in lateren tijd meest voor ieder soort een afzon- 
derlijk register werd aangelegd. 

flet is daarom noodig te onderzoeken van welke soort akten 
in de oudere registers voorkomen in aansluiting bij de latere 
Seriën registers. 

Van het archief van het gerechtshof moet nog een e verzame- 
ling stukken, meerendeels afkomstig van commissarissen, geor- 
dend worden; doch de stukken van crimineele en civiele pro- 
cessen zijn nog in hun oorspronkelijken toestand, die van ieder 
proces in een linnen zak, waarop een parkamenten strook met 
de namen der partijen, bewaard gebleven. Voor de beschrijving 
18 deze toestand derhalve geen bezwaar. Zij kunnen dan later, 
zoodra daarvoor tijd zal gevonden worden, in portefeuilles worden 
gerangschikt. 

De beschrijving der stukken, afkomstig van den senatusjudi- 



Digitized by 



Google 



300 

cialis der Franeker academie werd door Dr. Schoengen tot op 
een zeer klein gedeelte na voltooid. 

Aan het archief der familie Thoe Schwartzenberg en Hohen- 
lansberg, dat in het vorige jaar in bruikleen ontvangen werd, 
moest nog geruimen tijd besteed worden, om de stukken met 
den inventaris te confronteeren, hetgeen in het vorige jaar slechts 
ten deele had kunnen geschieden. Er bleken verscheidene stuk- 
ken te ontbrekeo. Dit werd in den inventaris aangeteekend. De 
stukken, die niet in den inventaris voorkomen, werden beschre- 
ven en afzonderlijk gehouden. Voorts werden alle stukken ge- 
nummerd en werd die nummering ook in den inventaris aan- 
geteekend, zoodat thans de stukken gemakkelijk te vinden zyn, 
en het archief zonder gevaar voor verstoring der orde kan ge- 
bruikt worden. Ten slotte werd een proces- verbaal van in bruik- 
leen-neming in triplo opgemaakt en geteekend, waarvan ik een 
exemplaar bij mijn schrijven van 80 Augustus 1.L aan Uwe 
Excellentie deed toekomen. 

De verzameling stukken, die ik in het vorige iaar uit het ge- 
meente-archief van Smallingerland ontving, werd gesorteerd. Het 
zijn de volgende : 

Ingekomen stukken. (Meerendeels gedrukte missives van 
Gedep. Staten enz.) 1616—1811. 

Publikatiën, plakkaten, notificatiën van de Staten-Generaal, de 
Staten van Friesland enz. 1674—1811. 

Stem-beeognes betreffende : 1® de benoeming van dorprechtere. 
1795 — 1797 ; 2® de verplaatsing van de districts-rechtkamer 
1796 ; 3® de benoeming van een schoolmeester. 1796 ; 4« eene 
instructie voor eene commissie van de lantaarngelden 1798; 
5® grondvergaderingen. 1796—1806; 6® kiezersvergaderingen. 
1796—1803. 

Stemregisters, opgemaakt ingevolge de publikatie van 18 Febr. 
1803. 

Stemreglement 28 Juli 1804, en reglement voor het gemeente- 
bestuur van het district Smallingerland. 1804. 

Processen-verbaal van stemming van departementale en 
arrondisseraentskiezers, vrederechters en suppleanten van vrede- 
rechters, in het kanton Beetsterzwaag. 1813. 

Registers van rijtuigen en jachten (voor de belasting). 1799— 
1804. 

Afrekening over de deelskosten van Smallingerland. 1796. 
Staten der 40« penning. 1803, 1804. 



Digitized by 



Google 



301 



YI. De in druk uitgegeven beseheiden, behaorende tot het archief, 

Eenige brieven, meerendeels in cijferschrift geschreven, van 
Prins Mauritz aan Jhr. Edssard Tjarda van Starkenborch, van 
de jaren 1621 — 1624, uit het Scnwartzenberg-archief, werden 
door den heer F. H. v. d. Kop,^ 1® luitenant alhier, ontcijferd 
en met eene inleiding en toelichtingen door Z.Ed. gepubliceerd 
in den dl^^ jaargang van „De Navorscher". 

VII. Aanmnsten en Verliezen. 
A. Handschriften. 

In het vorige jaar had ik van den heer Jhr. S. W. H. A. 
van Beijma thoe Kingma te Heerenveen eene lijst van het 
archief zijner familie te leen. Van deze lijst werd toen een 
afschrift genomen. 

Onderscheidene leden dezer familie hebben openbare ambten 
in deze provincie bekleed o. a. gedeputeerde staat, raadsheer in 
het gerechtshof, secretaris der admiraliteit, rentmeester der 
domeinen, militaire ambten enz. Zooals mij uit genoemde lijst 
bleek, bevat dit archief belangrijke stukken, en om nader met 
die stukken bekend te worden verzocht ik den heer van Beijma 
het archief ter inzage te mogen ontvangen, hetgeen mij wel- 
willend werd toegestaan. 

In 5 kisten ontving ik de geheele verzameling. 

Behalve eenige stukken, die nogal door vocht geleden heb- 
ben, is het arcluef over het algemeen in vrij goeden staat. 

Het was grootendeels in pakken samengebonden, doch vele 
pakken bevatten zeer ongelijksoortige stukken. Van hetmeeren- 
deel dezer pakken en van de banden wordt op genoemde lijst 
de inhoud deels globaal, deels gespecificeerd vermeld. De stukken 
dateeren bijna alle van de 1® helft der 17® tot in de 1® helft 
der 19* eeuw. Er zijn o.a. stukken betrefiende de Friesche ad- 
miraliteit, de dijksbesturen van de vijfdeels dijken, van zeven 
grietenijen en stad Slooten, en van Oostdongeradeel, enkele 
Stukken over leenen of studiebeurzen, het eiland Ameland, 
geestelijke goederen enz. ; voorts is er een groot aantal proces- 
stukken, eigendomsbewijzen en andere boedelstukken, aanstel- 
lingen tot publieke ambten, brieven enz. Ten deele is dit archief 
ook eene aanvulling van de in 1899 ontvangen verzameling 
stukken, die bijna alle afkomstig zijn van Coert Lambertus 
van Beijma, uit de tweede helft der 18® en het begin der 
19« eeuw. 



Digitized by 



Google 



302 

Met den heer v. Beijma ben ik thans overeengekomen, dat 
dit archief tot wederopzeggens toe alhier zal blijven gedeponeerd. 

Voorts werden nog alhier gedeponeerd uit het gemeente-archief 
van Smallingerland, de volgende banden en stukken afkom- 
stig van : 

a. de grietenij (Tot December 1811). 

• 1. Floreen-kohier. 1798. 

2. Stem-kohier. 1788. 

3. Kohieren van de lOO en lOOO» penning, 1703, 1705, 1706, 
1708, 1710, 1711, 1714, 1715, 1717, 1718, 1721, 1722, 1727,1728. 
1730, 1731, 1742—1747, 1750—1753, 1759, 1760, 1764—1769, 
1771-1774, 1779, 1781—1784, 1786, 1787, 1791— 1793. 48 cahiers. 

4. Kohieren v. d. 100« penning. 1723, 1725, 1732, 1733, 1736. 
5 cahiers. 

5. Kohieren v. d. 125® penning. 1738, 1739. 2 cahiers. 

6. Lijsten van verandering in het floreen-kohier van 1798, het 
specie-kohier van 1804 en het reëel-kohier van 1805. 

7. Specieboekjes van Oudega. 1780, 1782. 2 dln. 

8. Kwitantiën van ontvangst der 100® penn. 1778—1788. 

9. Kohieren van ontvangst der 50® penn. 1794, 1795, 2» ter- 
mijn, 1798, 1® termijn. 

10. Kohier van ontvangst der 25® penn. 1796, 6® terragn. 

11. Kohier van ontvangst van Vj^ %. 1796. 

12. Suppletoir-kohier van alle zoodanige vastigheden als men 
bij de overbrenging in het groot kohier niet heeft kunnen vinden. 
1807—1811. 1 cahier. 

13. Processen-verbaal van verpachting van belastingen- 1676 
en 1741—1748. 

14. Register van ontvangen consentgelden enz. 1804. 

15. Register van ontvang van de belasting wegens publieke 
verkoop van roerende goederen. 1807—1811. 

16. Extracten uit het resolutieboek van den Raad van Finan- 
tien V. Friesland in zake belastingen van patent enz. 1806, 1807. 



Digitized by 



Google 



803 

17. Lijaten van betaalde zegels voor patenten. 1806. 
. 18. Plan V. belasting voor het district Smallingerland. 1809. 

19. Concept-kohier en andere stukken betreffende verschil- 
lende belastingen. 1717—1811. 

20. Lijst van ontvangen missives. 1796—1802. 

21. Lijsten van proclamatiën, en notificatiën, die afgekondigd 
rijn. 1795—1802. 

22. Minuten van verzonden missives en publicatiën. 1693—1811. 

23. Stukken betreffende de grensscheiding tusschen Opster- 
land en Smallingerland. 1726 e. v. 

24. Staat betreffende de rundvee-ziekte. 1773—1774. 

25. Bekeningboek van de gecommitteerden tot de slatting 
van 'tDragt en tot de Postbrug. 1773—1859. 

26. Rekeningboek van de gecommitteerden van de Kletster- 
yaart 1767—1819. 

27. Legger van de onderhoudplichtigen^ en andere stukken 
betreffende de Leppedijk, verschillende vaarten, waterlossingen 
en w^en. 1723—1793. 

28. Brandmeestersboek van Dragten. 1770—1848. 

29. Rekeningboek van de schoolvoogden te Rottevalle. 1747 — 
1812. 

30. Stukken betreffende onderhoud van armen. 1784—1809. 

31. Stukken betreffende volkstelling en bevolking. 1796—1811. 

32. Proces- verbaal van de aanstelling van een nieuw bestuur 
van Smallingerland. 1798. 

33. Rekest van de gewapende burgermacht van Opeinde en 
Hottevalle aan het Intermediair administratief bestuur om „den 
nog aangebleven" procureur fiscaal Jan Jansonius uit zijne be- 
^kking te ontslaan. 1798. 

34. L[iventaris van het archief van Smallingerland, 20 Aug. 
1799 door den van zijn ambt ontzetten secretaris K. P. Pel 
overgedragen aan den secretaris S. F. Reiding. 

35. Registratieboek van „extraord. en partic. zaken" (Betreff. 
het aanstellen v. Drosten enz.). 1802-1804. 



Digitized by 



Google 



304 

36. LiJBt van afgegeven binnenlandsche paspoorten. 1811. 

37. Tabel van de tolhekken in Smallingerland. 1811. 

38. Stukken betreffende eene buitengewone werving van 
manschappen en paarden voor de landmacht. 1809. 

39. Stukken betreffende de conscriptie. 1811. 

40. Lijsten van inkwartiering te Dragten. Znd. j. 

41. Proces-verbaal van ontzegeling en overdracht van het 
rechterlijk archief van Smallingerland aan gecommitteerden en 
den Keizerlijken Procureur. 27/29 Juli 1811. 

42. Stukken van onderscheiden aard. 1717 — 1811. 

43. Registers, waarin copiën van rekeningen van pastoriên 
en kerkvoogdijen van de verschillende dorpen der grietenij. 
1. 1681—1709, 2. 1709—1739, 3. 1742—1749, 4. 1750—1777, 
5. 1778—1794, 6. 1796—1804, 7. 1805—1824. 7 banden. 

h. den Secretaris der grietenij, F. Reiding, als ge- 
committeerde van de eigenaren der Folgera-veenen, 
en administrator van de veenen der erven 
Hillema. 

1. Boekie, waarin copiën der proclamatiën van verkoop van 
veenen. 1646—1663. 

2. Processen-verbaal met bijbehoorende stukken van publieke 
verkoopingen van veengronden. 1772 — 1797. 

3. Rekeningen en lijsten van verdeeling der opbrengst van 
veenen onder de erven Hillema. 1774—1796. 

c. de gemeente Dragten (Jan. 1812 — Sept. 1816). 

1. Ingekomen stukken. 1812—1816. 7 portef. 

2. Registers van genomen besluiten, verzonden missives, aan- 
schrijvingen, bekendmakingen enz. van den maire. 1812 — 1813. 

3. Minuten van eenige verzonden brieven door den maire. 1812. 

4. Registers op het budget van de gemeente. 1812, 1813. 
2 stuks. 

5. Kohieren der grondbelasting. 1812, 1815. 2 stuks. 



Digitized by 



Google 



305 

6. Kohieren der grondbelasting benevens personeel en meu- 
bilair. 1812, 1815, 1816. 

7. Lijsten van repartitiën. 1812—1816. 5 stuks. 

8. Memorie van beklag over den aanslag in de verponding. 
1812. 

9. Kohieren van de belasting op runderen, paarden en 
schapen. 1812, 1813. 

10. Instructiën en modellen voor den gemeente-ontvanger. 
(1811). 

11. Ingekomen stukken bij den gemeente-ontvanger. 1813 — 
1816. 

12. Stukken betreffende een vriiwilligen personeelen omslag 
over de ingezetenen voor onderhoud van armen. 1813, 1815, 1816. 

13. Registers van afgegeven patenten. 1812 — 1816. 

14. Ldste des six cents contribuables les plus imposés du 
département de la Frise. 1812. (Gedrukt). 

15. Extracten uit belastingregisters. 1813. 

16. Instruction générale sur la conscription. Modèles. (1811). 
(Gedrukt). 

17. Journal du maire pour servir k 1'inscription deconscrits. 
(1809, 1810, 1811), 1812, 1813, z. j., 1815. 7 stks. 

18. Liste alphabétique des conscrits. (1809, 1810, 1811,) 1812, 
1815, 1816. 6 stks. 

19. Stukken betreffende vrijwillige giften voor de landmilitie. 
1813. 

20. Certificaten van de maires betreffende lotelingen bij de 
landmilitie. 1814. 

21. Register van manspersonen van 20 tot 40 jaren in de 
gemeente Dragten, voor de formatie van eene nationale garde. 
1813. 

22. Stukken betreffende 4 geleverde ruiters met paarden door 
het kanton Beetsterzwaag. 1813. 

23. Stukken betreffende inkwartiering, geleverde paarden 
enz. 1814. 

(1901) 20 



Digitized by 



Google 



306 

24. Naamlijsten en andere stukken betreffende den land- 
storm. 1814, 1815. 

25. Stukken betreffende kustbewaarders. 1811 — 1813. 

26. Binnenlandsche paspoorten. 1812, 1813. 

27. Lijst van afgegeven paspoorten aan onvermogenden. 1812. 

d. de gemeente Oudega. (Jan. 1812 — Sept. 1816). 

1. Ingekomen stukken. 1812 — 1816. 6 portef. 

2. Copiën van missives met processen-verbaal, betreffende 
strafzaken, van den maire aan den Keizerl. procureur bg de 
rechtbank te Heerenveen en den ontvanger der registratie. 
1812—1814. 1 cahier. 

3. Registers op het budget van de gemeente. 1812 — 1815. 
4 stuks. 

4. Kohieren van grondbelasting. Gebouwd 1812, ongebouwd 
1815. 

5. Kohier van personeel en meubilair. 1812. 

6. Lijsten van veranderingen in de registers van verponding 
en personeel. 1813 — 1815. 

7. Lijsten van repartitiën. 1812—1816. 

8. Adviezen van de zetters op rekesten of bezwaren tegen de 
directe belastingen. 1812, 1813. 

9. Journal du maire pour servir k 1'inscription de conacritfi. 
(1809, 1810, 18110 1812, 1813, z. j. 1816. 7 stks. 

10. Liste alphabétique des conscrits. (1809, 1810, 1811,) 1812, 
1815, 1816. 6 stks. 

11. Inventaris van alle boeken, stukken en papieren, behoo- 
rende aan de voormalige gemeente Oudega. Zna. j. 

Op eene auctie, gehouden door de firma Burgersdijk en Nier- 
mans te Leiden, werd aangekocht: 

Een band, bevattende verschillende stukken betreffende de 
Friesche landsdagen enz. 1581 — 1595. 

Op het schutblad van dezen band is met een 17*^ eeuwsche 
hand geschreven: „Politiecque stucken, raakende de Friesae 
landtsdagen en besoignes aldaer voorgevallen beginnende met 



Digitized by 



Google 



307 

den jare 1586, tot zijn eijgen gebruick versamelt door Feiicke 
Tetmans, bij andere Tatmane, grietman van ütingeradeel en 
Bubst. grietman van Aengwirden omtrent saken op lantsdagen 
voorgekomen in de jaren 1586 en vervolgens". 

Meerendeels zijn deze stukken copieën, doch enkele zijn in 
origiDali. Bovengenoemde Tetmans is ook lid van Gedeputeerde 
Staten van Friesland geweest. Vandaar dat in dezen band eenige 
stukken van Gedeputeerde Staten uitgegaan of aan haar gericht 
in originali gevonden worden o. a. Punten van beraadslaging 
door Ged. Staten aan de Staten voorgesteld, en enkele brieven 
en stukken van de Staten-Generaal en van den Stadhouder 
Willem Lodewijk.' Overigens zijn in dezen band copieën o.a. van 
Staatsresolutiën, instructiën van gecommitteerden ter Generaliteit, 
missives aan en minuten van missives van Gedeputeerde Staten 
en de Staten van Friesland, rekesten aan de Staten enz. 

Van verscheidene van die stukken bezat het archief noch het 
origineel noch eene copie. Vóóral ook zijn in dezen band merk- 
waardig de copieën van enkele rekeningen van landsontvangers, 
waarvan uit die jaren geene in het archief aanwezig was ; name- 
lijk rekeningen a. van den ontvanger-generaal der klooster- 
opkomsten van 1588, 1589 en 1593, 6. van den rentmeester- 
generaal, betreffende 1«. de domeinen 1589, 1590, 1594, 2«. het 
Bildt 1588, 1589 en 1593, c. van den ontvanger der confiscatiën 
1587, 1589 en 1593, d. van den ontvanger-generaal der floreen- 
rente 1589, 1590, 1593 en 1594. 



B, Boekwerken. 



Van Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken 
ontving het archief: 

o. Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven. XXII, XXIII. 
1899, 1900. 's-Grav. 1900—1901. 

6. A. J. Flament, De rijksarchieven te Roermond in 1899. 
ld. in 1900 en 1901. 

c. Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van geschiedenis 
en kunst. XXII. 1899. 's-Grav. 1900. 

d, G. Busken Huet, Derde verslag van onderzoekingen naar 
archivalia te Parijs, belangrijk voor de geschiedenis van 
Nederland, op last der regeering ingesteld. 's-Grav. 1901. 



Digitized by 



Google 



e. P. J. Blok, Verslag van onderzoekingen naar archivalia 
in Italië, belangrijk voor de geschiedenis van Nederland. 
's-Grav. 1901. 

ƒ. Middelnederlandsch woordenboek, door wl. Dr. E. Verwqs 
en Dr. J. Verdam. 5^ dl, 6^ en ?• afl. 's Grav. 1900. 

Van de Heeren Gedeputeerde Staten van Friesland: 

Verslag van den toestand der provincie Friesland over 
1900. Leeuward. 1901. 

Van Heeren Burgemeester en Wethouders van Leeuwarden: 

Tweede supplement op den catalogus der stedelijke 
bibliotheek van Leeuwarden. Leeuw. 1901. 

Van de Commissie van beheer van het Provinciaal museum 
van oudheden in Drenthe: 

Verslagen van de Commissie aan Gedeputeerde Staten 
over 1900. Assen 1901. 

Van het Friesch genootschap van Geschied-, Oudheid- en 
Taalkunde: 

72® Verslag van het Genootschap, over 1899/1900. 

Van den heer Algemeene Rijksarchivaris: 

Notulen van de 11<) bijeenkomst der Rijksarchivarissen 
op Dinsdag 16 October 1900. 

Van den heer Directeur van het Pensioenfonds voor weduwen 
en weezen van burgerlijke ambtenaren: 

Tweede wetenschappelijke balans van het pensioenfonds. 
(Met 14 staten). 's-Grav. 1901. 

Van den heer Rijksarchivaris in Overijssel: 

a. Doop-, trouw- en doodboeken in de burgerlijke en 
kerkelijke gemeenten in de provincie Overijssel, be- 
nevens overzicht van de kerkelijke archieven in die 
provincie. 

6. Overzicht der doop-, trouw- en doodboeken berustende 
in het oud-archief der gemeente Zwolle. 

Van den heer Rijksarchivaris in Groningen : 

a. Mr. C. P. L. Rutgers, Inventaris van het huisarchief 
Farmsum, berustende in het Rijksarchief in Groningen. 
1901. 



Digitized by 



Google 



i 



309 

6. Dezelfde, Familiearchief van het geslacht van Bolhuis 
te WarflFum. 

Van den heer Th. Morren te 's-Gravenhage : 

J. de Fremery, Oorkondenboek van Holland en Zeeland 
tot het einde ,van het HoUandsche huis. Supplement. 
's-Grav. 1901. 

Van de schrijvers: 

[Inventaris van het] Huisarchief AUersma, door Mr. J. A. 
Feith. 

Catalogus der inventarissen van de archieven der voor- 
malige zijlvestenijen en dijkrechten in de provincie Gronin- 
gen. Gron. 1901, door denzelfde. 

Ordening en inventarisatie van oude gemeente-archieven 
in Noordbrabant. 's-Hertogenb. 1900, door Mr. A. C. Bondam. 

Bevordering van een behoorlijke bewaring van gemeente- 
en waterschapsarchieven in Noordbrabant. 's-Hertogenb., 
door denzelfde. 

Inventaris van het archief der heerlijkheid en der ge- 
meente Spanbroek, door C. J. Gonnet. 

Brieven van prins Maurits aan Jhr. Edzard Tjarda van 
Starkenborch v. 1621, '22, '23 en '24. ütr. 1899, door F. H. 
V. d. Kop. (Overdruk). 

Open brief aan Mr. R. Fruin, door M. G. Wildeman. 
Tweede open brief aan Mr. R. Fruin, door denzelfde. 

Door aankoop werd verkregen : 

Nederlandsch archievenblad. Orgaan van de Vereeniging 
van archivarissen in Nederland, 1900/1901. n» 3, 4 en 1901/ 
1902, no 1. 

Archivalische Zeitschrift. Herausgeg. durch das Bayerische 
allgeraeine Reichsarchiv in München. Neue Folge. 9' Bd. 
München 1900. 

Mittbeilungen der K. Preussischen Archivverwaltung. 
Hft. 5. A. Warsehauwer, Die Stadtischen Archive in der 
Provinz Posen. Leipzig 1901. 

A. Capelli, Lexicon abbreviaturarum. Wörterbuch lateini- 
scher und italienischer Abkürzungen. Leipzig 1901. 



Digitized by 



Google 



310 

C. Paoli, Grundriss zu Vorlesungen ueber Lateinische 
Palaeographie und ürkundenlehre. 11. Schrift- und Buecher- 
wesen. Aus dem Italienischen uebersetzt von K. Lohmeijer. 
Innsbrnck 1895. 

F. Rühl, Chronologie des MittelaltQra und der Nenzeit. 
Mit zahlreichen Tabellen. Berlin 1897. 

8. Muller Fz., „De Paleograaf'. (In: Weekblad -voor bur- 
gerlijke administratie. 1901). 

C. M. Ueber die Einrichtung und Ordnung von Fainilien- 
Archiven. Wien 1901. 

M. Goovaerts, Inventaires des archives de la Belgique, 
publiés par ordre du gouvernement. Tom. I. Brux. 1^. 

La Flandre oriëntale et ses anciennes archives. Manud 
de renseignements, publié par F. H. d'Hoop. Alost 1886. 

M. J. Neudegger, Bayerische Archivrepertorien und ür- 
kundenregister, im Reichsarchiv zu München v. 1314 — 1812. 
München 1899/1900. ' 

E. Heydenreich, Die Bedeutung der Stadtarchive, ihre 
Einrichtung und Verwaltung. Vortrag, gehalten auf Anre- 
gung des Thüringer Archivtages auf der Hauptversammlung 
des Thüringer Stadteverbandes in Weimar am 30 Juni 
1900. Erfurt 1901. 



boi 



J. Th. de Raadt, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des 
►ays avoisinants (Belgique-Royaume des Pays-feas — Luxem- 
urg — AUemagne— France). Recueil historique et héraldique. 
Tomé III, 40 fase, IV, 1« fase. Brux. 1901. 

H. Zondervan, Allgemeine Kartenkunde. Ein Abriss ihrer 
Geschichte und ihrer Methoden. Mit 32 Figuren im Textu. 
auf 5 Tafeln. Leipzig 1901. 

Ueber historische Grundkarten. K. Lamprecht, Zur Orca- 
nisation der Grundkartenforschung. — B. R. Kotzschie, 
Die Technik der Grundkarteneinzeichnung. (Sonderabdr. aus: 
Deutsche Geschichtsblatter). Gotha 1900. 

H. Wildhaut, Handbuch der Quellenkunde zur Deutschen 
Geschichte. Bnd. I, II. Arnsberg 1898—1900. 



Digitized by 



Google 



311 

Th. Lindner, Die Deutsche Hanse. Ihre Geschichte und 
Bedeutuhg. 2» Aufl. Leipzig 1901. 

G. H. Gengler, üeber die deutechen Stadteprivilegien des 
16«^, 17«' u. 18«' Jahrhunderts. Znd. j. 

Realencyklopadie für protestantische Theologie und Kirche. 
Begründet v. J. J. Herzog. 3® Aufl. herausg. von A. Hauck. 
Bd. 1—10, Hft. 3. Leipzig 1896—1901. 

Wetzer u. Welte's, Kirchenlexicon oder Encyklopadie der 
Katholischen Theologie und ihrer Hülfswissenschaften. 
2« Aufl. Preiburg i. B. 1882-1901. 12 Ede.; 

A. Hauck, Kirchengeschichte Deutschlands. Thl. I u. II 
(2^ Aufl.), IIT. Leipzig 1896-1900. 

A. Tibus, Gründungsgeschichte der Stifter, Pfarrkirchen, 
Klöster und Kapellen im Bereiche des alten Bisthums Man- 
ster, mit Ausschluss des ehemaligen friesischen Theils. Thl. I. 
Munster 1867—85. 

F. Winter, Die Cistercienser des nordöstlichen Deutsch- 
lands. Ein .Beitrag zur Kirchen- und Culturgeschichte des 
Deutschen Mittelalterg. Gotha 1868-71. 3 Thle. 

J. Linneborn, Die Reformation der Westfalischen Bene- 
dictinerklöster im 15 Jahrhundert durch die Bursfelder 
Kongregation. Inaug. Dissert. Munster 1899. 

F. Wecken, XJntersuchungen über das ürkundenwesen der 
Bischöfe von Minden im XIII Jahrhundert (1206—1293). 
Inaug. Diss. Marburg 1900. 

C. R. Hermans, Annales canonicorum regularium S. Augus- 
tini ordinis S. crusis. Silvae Ducis 1858. 3 vol. 

P. Q. Brondgeest, Bijdragen tot de geschiedenis van het 
gasthuis, het klooster en de balije van St. Catharina der 
Johanniter ridders en van het Driekoningengasthuis te 
Utrecht. Hilversum 1901. 

H. Brunner, Grundzüge der Deutschen Rechtsgeschichte. 
Leipzig 1901. 

R. His, Das Strafrecht der Friesen im Mittelalter. Leip- 
zig 1901. 

R. Michels, Zur Vorgeschichte von Ludwigs XIV Einfall 
in Holland. Halle a. S. 1900. 



Digitized by 



Google 



312 

Minerva, Jahrbuch der gelehrten Welt. Herausgeg. von 
Dr. K. Trübner. 11« Jahrg. 1901—1902. Strassburg 1902. 

Provinciale Almanak van Friesland voor 1901. Leeuw. 

Historisch-statistische schetskaart van het Koninkrijk der 
Nederlanden. Bladen n». 1 (Titelblad), 5, 9, 13, 14, 15, 
19, 20, 21, (van ieder 2 exempl.), n^ 6 en 10, (van ieder 
152 exempl.) (Van het Historisch genootschap te Utrecht 
ontvangen). 

VIII. uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van be* 

langrijke onuitgegeven bescheiden, voor het archief in ae provincie 

van gewicht en berustende in andere binnen- en huiien-- 

landsche archieven. 

Tot het nemen van dergelijke afschriften deed zich in dit jaar 
geene gelegenheid voor. 

IX. Het gebruik van het archief gemaakt door en inlichtingen 
verstrekt aan autoriteiten en particulieren. 

In het algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage werden gede- 
poneerd ten gebruike van den heer Dr. W. W. v. d. Meulen 
aldaar : 

Brieven en stukken van v. d. Capellen, enz. 1782 — 1784. 
(Uit de verzameling stukken van C. L. v. Beyma). 

Na daartoe verkregen machtiging werden in het gymnasium 
te Roermond gedeponeerd ten behoeve van den heer P. Bruissink, 
aldaar : 

Eenige stukken betreflTende de Heerema-, Hettema- en 
Albada-leenen. 

Ten gebruike van den heer Dr. M. Schoengen alhier werden 
uit het Rijksarchief in Overijssel en het gemeente-archief van 
Zwolle eenige stukken, rakende het schoolwezen van Overijssel 
en het fraterhuis te Zwolle, alhier gedeponeerd. 

De heer A. M. Reijntjes, secretaris van het dijksbestuur der 
vijf deelen zeedijken buitendijks, verzocht om inlichting, 
omtrent den verkoop van een stuk grond, door de kerk- 
voogdij der Ned. Herv. gemeente te Komwerd aan dat diiks- 
bestuur. Naar hij meende moest die verkoop plaats genad 
hebben in de 2e helft der 18« eeuw. Een daarnaar alhier inge- 
steld onderzoek leidde tot geen resultaat; doch ik kon Z.E. 
wijzen op een rekeningboek van genoemde kerkvoogdij uit die 



Digitized by 



Google 



313 

jaren, berastende in het gemeente-archief van Wonseradeel. Vol- 
geos ontvangen bericht werd door dat rekeningboek de kwestie 
opgeloBt. Er bleek namelijk liit, dat er geen eigendomsoverdracht 
van den grond had plaats gehad, doch dat er aarde en zoden 
daaruit aan het dijksbestuur verkocht waren. 

Aan den heer Mr. R. P. Cleveringa Az., te Heerenveen, werd 
inlichting verstrekt omtrent het gebruik van erfpacht in Fries- 
land in vroegeren tijd. 

Het alhier berustend Schwartzenberg-archief gaf aanleiding tot 
een schrijven van den heer James S. Clark, te New- York, waarin 
deze mij om naricht verzocht omtrent Helena Eieonora Elisabeth 
Carlossonius. Deze werd ondersteld eene afstammeling te zijn 
van den graaf Gustav Carlsson, die met een lid der familie thoe 
Schwartzenberg en Hohenlansberg gehuwd is geweest. Het is 
mij echter niet mogen gelukken gegevens te vinden, die dit ver- 
moeden bevestigen. 

Aan den heer Dr. G. Schanz, hoogleeraar te Würzburg, werd 
opgave gedaan omtrent de eerste invoering en de wijze van 
heffing der successie-belasting in Friesland. 

Ten behoeve van het Westphalische ürkundenbuch werd aan 
den heer Krumbholz, archivaris te Munster, medegedeeld, welke 
charters betreffende het Munstersche Friesland uit de jaren 
1301—1325 alhier berusten. 

Een vraag van den heer W. Goossens, te Rolduc, of uit de 
kloostercharters alhier iets blijkt omtrent de verhouding ^•an de 
klooeters van reguliere kanunniken van den H. Augustinus 
(later Windesheimer kloosters) in deze provincie tot de abdij 
Elooeterrade, moest ontkennend beantwoord worden, daar slechts 
weinige stukken uit lateren tijd van enkele van die kloosters 
alhier berusten. 

Naar aanleiding van het onderzoek, vroeger door mij in het 
Dresdener archief ingesteld ontving ik twee aanvragen tot het 
verstrekken van inlichting. De eene, van den heer P. H. Meek- 
hoff Doombosch te Bafloo, betrof Willem XJbbema, kanselier in 
Oostfriesland tijdens graaf Edzard. De andere, van den heer Mr. 
J. C. Overvoorde, archivaris te Leiden, betrof een bode-dienst 
tusBchen Meissen en Friesland tijdens graaf George v. Saksen 
ingesteld. Aan beide heeren werd bericht, dat mij omtrent het 
door hen gevraagde niets gebleken is. 

Aan het verzoek van den heer K. Vos, te Rotterdam, om op- 
gave van de namen van hen, die in April 1535 geëxecuteerd 



Digitized by 



Google 



314 

zijn wegens het oproer te Oldeklooster of wegens „herdoopen", 
werd voldaan. 

De heer J. Oerlemans, te Drongelen, ontving bericht omtrent 
het jaar van uitgave van een kaart van Friesland. 

Den heer Dr. H. C. Rogge, oud-hoogléeraar te AmBterdam, 
werd inlichting verstrekt omtrent Frederik baron thoeSchwart- 
zenberg en Hohenlansberg, gecommitteerde ter Generaliteit, over- 
leden in 1640. 

Voor den heer Mr. S. Hannema, te 's-Gravenhage, werden 
onderzoekingen gedaan in de rechterlijke archieven van Frane- 
keradeel, Hemelumer Old^haert en jNoordwolde, Wonseradeel 
en Wijmbritseradeel, aangaande eenige leden zijner familie. 

Uit eenige bij de Staten van Friesland ingekomen brieven, 
en andere stukken, werd aan den heer F. de Witt Huberts, 
kapitein der Infanterie te Leiden, op diens verzoek, een en 
ander medegedeeld omtrent het verblijf van Zweedsche hulp- 
troepen hier te lande in de jaren 1688—1697. 

Aan den heer Mr. T. Binnerts, te Heerenveen, werd opgave 
verstrekt omtrent den oorsprong van de brug met het recht 
van tolheffing daarop over de Kuinder bij Oldeboorn. 

Op verzoek van den heer Jhr. J. H. Hora Siccama, te 's-Gra- 
venhage, werd een onderzoek ingesteld naar den naam van een 
persoon, die als „grand-bailli de la Frise" in de jaren 1696— 
1700 in een handschrift vermeld wordt. 

Voorts bezochten de volgende heeren persoonlijk het archief: 

De heer F. H. v. d. Kop, 1® luitenant der Infanterie, alhier, 
zette zijne onderzoekingen voor de krijgsgeschiedenis gedurende 
een gedeelte van het jaar voort. 

De heer S. Gorter, te Firdgum, stelde een onderzoek in aan- 
gaande de eigendommen van de kerkvoogdij te Firdgum. Eenige 
gegevens daarvoor konden Z.Ed. verstrekt worden, hoofdzakelijk 
uit het alhier berustend oud-archief van het Provinciaal college 
van toezicht over de kerkelijke fondsen. 

De heer S. Haagsma, te Sn eek. deed nasporingen in de rech- 
terlijke archieven, hoofdzakelijk die van Sneek. 

De heer Mr. J. A. Stoop, alhier, nam inzage van eenige stuk- 
ken betreffende de pastorie -goederen der gemeente Hoomster- 
zwaag, Jubbega en Schurega. 



Digitized by 



Google 



315 

De heer K. Gorter, BecretariB van het college van kerkvoog- 
den der Ned. Hervormde gemeente te Opeinde, kwam in verband 
met zijn in het vorig jaar gedaan onderzoek betreffende de 
paatorie-goederen van aie gemeente, nog eenige inlichtingen 
Yiagen. 

De heer Mr. C. C. Pahlig, te Sneek, zette zijne nasporingen 
in de rechterlijke archieven van Sneek en Wijmbriteeradeel 
Toort naar atu&ken betreffende de landerijen, genaamd „Het 
convent Ee". 

De heer Mr. A. D. H. Pockema Andreae, alhier, informeerde 
naar stukken uit het begin der 19® eeuw betreffende steriele 
gronden in deze Provincie. 

De heer Mr. F. C. J. A. Boeles, alhier, nam inzage van eenige 
rekeningboeken van kerkvoogdijen en van enkele klooster- 
stokken. 

De heer Mr. J. M. van Hettinga Tromp, alhier, vroeg inlich- 
ting over de voorwaarden waaronder gronden onder het dorp 
Hnizam gelegen, door de kerkvoogdij van dat dorp vroeger 
verkocht zijn. 

De heer R. v. d. Veen, te Lemmer, zocht alhier, echter zon- 
der resultaat, naar stukken betreffende de rechten en verplich- 
tingen van de gemeente Lemsterland ten opzichte van den 
kerktoren aldaar, bepaaldelijk met het oog op het klokluiden. 

De heer H. W. M. Hupkes, predikant te Menaldum, nam 
inzage van eenige stukken betreffende de pastoriegoederen van 
Menaldum. 

Uit het album der Franeker academie werden inlichtingen 
verstrekt : 

0. aan Mr. A. S. Miedema, te 's-Gravenhage, omtrent Johannes 
HenricuB Weerman. 

6. aan Dr. P. C. Molhuijsen, te Leiden, omtrent Michael 

Tophaeus of Dobos. 
c. aan Dr. W. Zuidema, te Amsterdam, omtrent Arnoldus 

ter Croye. 

A6chriften werden gegeven : 

1. aan den heer Mr. S. Hannema, te 's-Gravenhage. 

a. van akten van 19 Maart 1635 en 18 Februari 1647 uit 
het wees-scheidingboek van Franekeradeel v. 1632 — 1668. 



Digitized by 



Google 



316 

b. van eene akte v. 19 Dec. 1634 uit het inventariflatie- 
boek van Pranekeradeel v. 1627—1643. 

c. van eene akte v. 4 Dec. 1634 uit het autorisatieboek 
van Franekeradeel. 

d. van eene akte uit het proclamatieboek van Franekeradeel 
van 1611—1638. 

2. aan den heer P. J. D. v.Slooten, predikant te Heeren veen: 

Extracten uit het corpora-reëelkohier van Schoter- 
land van 1798, en het floreen-kohier van Schoterland 
van 1798, betreflFende Hoornsterzwaag. 

3. aan den heer S. Gorter, te Firdgum: 

a, van rekeningen van de kerkvoogdij van Firdgum over 
1824, 1840, 1841, 1853, 1864. 

b. extracten uit de floreen-kohieren van Barradeel van 1788 
en 1798. 

4. aan den heer Mr. J. A. Stoop, te Leeuwarden: 

a. van articulen informatoir van 't Hof van Friesland, 
betreffende verkoop van 70 morgen veen door de kerk- 
voogdij van Hoornsterzwaag. 1804. 

b. van een rapport van 1832 betreffende Hoornsterzwaag. 

c. van een proces-verbaal van 1832 betreffende Hoornster- 
zwaag. 

5. aan den heer Dr. J. A. Bruins, predikant te Idaard : 

a. van den inventaris van pastoriegoederen van Woutera- 

woude 1828. 
6. van den staat van alle goederen en inkomsten van 

kerkdijken oorsprong, strekkende tot bezoldiging van 

den schoolmeester van het dorp Boer. 
c, extract uit den inventaris van pastorie-, kosterie- en 

vicarie-goederen van de gemeente Ried en Boer. 

6. aan den heer H. W. M. Hupkes, predikant te Menaldum : 

Extract uit het floreen-kohier van Menalduma- 
deel betreffende pastorie-goederen van Menaldum. 

7. aan den heer T. van Hettinga Tromp alhier: 

Extract uit het memoriaalboek van het Hof van 
Friesland van 1643—1654, betreffende gronden van de 
kerkvoogdij van Huizum. 



Digitized by 



Google 



317 
Voor afschriften werd f 24.60 ontvangen. 

Van den heer Algemeene Rijksarchivaris ontving ik bericht, 
dat de heer Lameire, hoogleeraar te Lyon, en de heer Aurel de 
Ie Beau, Majoor in Oostenrijkschen dienst, het voornemen hebben 
onderzoekingen in de Nederlandsche archieven in te stellen. Tot 
nog toe werd het depot alhier door genoemde heeren niet 
bezocht. 



X. Uükomat der bemoeiingen met gemeenie-y waterschaps- en 
andere archieven. 

Zooals hierboven in de 7® af deeling gemeld is, werd mij uit 
het gemeente-archief van Smallingerland nog een aantal banden 
en stukken toegezonden. 

Tevens ontving ik van daar, op mijn verzoek, de oude doop- 
en trouwboeken voor korten tijd ter leen, om ze te beschrijven, 
en, daar de meeste banden in slechten toestand waren, deze 
hier, op kosten der gemeente, te laten opknappen. Het in het 
vorige jaar nieuw gebouwde gemeentehuis van Smallingerland 
is een ruim gebouw. Beneden zijn de secretarie, secretaris- en 
kadasterkamers, en conciërgewoning; en op de verdieping zijn 
de raadzaal en burgemeesterskamer. Een brandvrij kluis, gren- 
zende aan de secretarie, is bestemd voor archiefbewaarplaats. 

Zoodra het metselwerk voldoende droog zal zijn, zullen o. a. 
de registers van den burgerlijken stand, de notulen van den 
raad en die van het dagelijksch bestuur, daarin geplaatst worden. 
De ingekomen stukken, althans de oudere, en de bijlagen van 
de rekeningen zullen echter daarin wel geen plaats kunnen 
vinden, en op den zolder moeten blijven, alwaar zij nu bewaard 
worden. 

Het Provinciaal college van toezicht op het beheer der goede- 
deren en fondsen der Hervormde gemeenten in Friesland be- 
richtte mij, dat, naar aanleiding van een schrijven van het 
Algemeen college van toezicht betrekkelijk de te nemen maat- 
regelen om de ordening, inventarisatie en goede bewaring der 
oude kerkelijke archieven beter te verzekeren, het college be- 
sloten had, behoudens overleg met mij, de kerkvoogden der 
aangesloten gemeenten in Friesland uit te noodigen, de in hun 
archief aanwezige oude boeken en papieren, die niet meer ge- 
braikt worden, ter ordening, inventarisatie en goede bewaring 
op te zenden aan het Rijksarchief alhier. Het college verzocht 
mijn bericht of het in deze op mijne instemming en medewer- 
king mocht rekenen. 



Digitized by 



Google 



318 

Daar deze maatregel mij voor het behoud van deze archieven 
zeer wenschelijk voorkwam, gaf ik aan Uwer Excellenties ambts* 
voorganger in overweging mij machtiging te verleenen die ar- 
chieven in bruikleen te nemen. Tevens gafik Uwer Excellenties 
ambtsvoorganger te kennen dat het m. i. wenschelijk zoude 
zijn, dat door mij aan de kerkvoogdijen, die zich niet bij het 
College hebben aangesloten, per circulaire bericht worde, dat 
zij hunne archieven alhier in bruikleen kunnen geven. Ook 
stelde ik voor, de kosten van overzending, bind- en kartonwerk 
daaraan, door het Rijk te doen dragen. Naar aanleiding van 
dit voorstel werd ik door Uwe Excellentie gemachtigd de ar- 
chieven, die het College van toezicht mij wenschte toe te zenden, 
in bruikleen te nemen, mits daarvan een proces-verbaal opge- 
maakt worde, waarin oepalingen o. a. omtrent het gebruik en 
ook den tijd van bruikleen vermeld worden. Uwe Excellentie 
had echter bezwaar tegen het zenden van bovengenoemde eiren- 
laires, en ook om de kosten van overzending en reparatie door 
het Rijk te doen dragen. - 

Aan het college van toezicht gaf ik toen in overwegins onder 
de gestelde voorwaarden de archieven in bruikleen voor den tijd 
van 25 jaren aan het Rijksarchief alhier toe te zenden. Het 
college antwoordde mij, dat het zich gaarne met mijn voorstel 
zou willen vereenigen, wanneer niet de voorwaarde gesteld was, 
dat de kosten van overzending, bind-, kantonwerk en reparatie 
niet ten laste van het Rijk mogen worden gebracht, omaat het 
College niet over zoo ruime middelen te b^chikken heeft, dat 
het deze kosten voor zijne rekening zou mosen nemen, en indien 
het de kerkvoogdijen voor de betaling dier kosten aansprakelijk 
stelde, het College de overtuiging heeft, dat de maatregel zonder 
gevolg zou blijven. 

Den inhoud van dit schrijven, deelde ik aan Dwe Excellentie 
bij mijn missive van 13 December 11. mede. 

Bij de ontruiming van een hiiis alhier, vroeger door de 
familie v. Bienema bewoond, werd mij door een der familie- 
leden verzocht, te onderzoeken, of eene collectie papieren, die 
in dat huis gevonden was, zou kunnen vernietigd worden, en 
indien dit niet het geval was, ze in het archief op te nemen, 
zoo zij daarvoor in aanmerking konden komen. Het bleken 
stukken uit de eerste helft der 19® eeuw te zijn, afkomstig 
meest van den controleur der directe belastingen te Leeuwarden, 
G. N. Muiier, o. a. ingekomen stukken, een journaal, waarin 
aanteekening van ingekomen en verzonden missives, inspecties 
van ontvangerskantoren enz. Voorloopig heb ik de stukken in 
bewaring genomen. Naar mij door den Heer Controleur der 
directe belastingen alhier werd medegedeeld is er voor dergelijke 



Digitized by 



Google 



319 

Btakken geen algemeene bewaarplaats, en bestaat er ook waar- 
schijnKjk geen bezwaar ze te vernietigen. 

Ingeyolge de aanschrijving van Uwer Excellenties ambts- 
voorganger van 28 April 1893, n». 813, Afd. K. W., bezocht ik 
de gemeentearchieven van Leeuwarden en Bolsward, ten einde 
m^ te overtuigen van de veilige bewaring en de wijze van be- 
handeling der aan deze gemeenten in bewaring toevertrouwde 
rechterlijke archieven. Op heide plaatsen bevond ik die archieven 
in goeden staat, en het bleek mij opnieuw, dat steeds de noo- 
dige zorg aan de bewaring daarvan besteed wordt. 

De archivaris in Friesland^ 
Leeuwarden, 28 Febr. 1902. J. L. Berns. 



Digitized by 



Google 



320 



Het Ryksarchief in OverijsseL 

I. Toestand der bewaarplaats van het Archief, 

De reeds in het vorige jaarverslag vermelde verbetering inde 
verwarming der archief lokalen, zoomede het weren van den Ud- 
derlijken tocht door gedeeltelijke verdubbeling van sommige 
vensters, bleven ook dit jaar stof tot verblijding opleveren. 
Bezoekers, die den vroegeren toestand gekend hebben en daar- 
door wel eens werden afgeschrikt, prijzen deze veranderingen 
zeer, waardoor het verblijf in de werkkamer aanmerkelijk ifl 
veraangenaamd. Van het venster van het door den archivanB 
gebruikte torenkamertje is thans ook het bovengedeelte verdub- 
beld, zoodat daar alle tocht is buitengesloten. Ik hoop dat, in 
vervolg van tijd, ook de tot dusver gedeeltelijk verdubbelde 
ramen in die verbetering mogen deelen. 

De onpractische electrische verlichting van den trap, waarover 
ik in mijn vorig verslag klaagde, is thans afgeschaft. In de plaats 
daarvan zijn op verschillende hoogte twee goede gasgloeilicht- 
branders aangebracht, waardoor de trap behoorlijk wordt ver- 
licht, en de bestijging, — niet zelden een schrikbeeld voor den 
bezoeker — zonder bijzonder inconvenient kan plaats hebben. 

Nog eene andere verbetering kan ik tot mijn genoegen ver- 
melden. Het was een belangrijk bezwaar, dat tot de twe^e ver- 
dieping, waar de eigenlijke archieven zijn ondergebracht, aan 
droge, warme lucht geen toetred kon worden verleend. Thans 
zijn in den zolder tusschen de eerste en tweede verdieping vier 
openingen aangebracht, die met luikjes kunnen worden gesloten. 
Bij het openzetten daarvan kan de warme lucht uit het bene- 
denlokaal, waar eene goede vulkachel brandt, naar de bovenver- 
dieping opstijgen, en zich daar verspreiden. Het ligt voor de 
hand, dat deze maatregel, al is hij niet afdoende en niet te ver- 
gelijken b.v. met eene centrale verwarming, toch in elk geval 
aan de conditie der stukken ten goede moet komen. Ook wordt 
het betreden der tweede verdieping, op winterdagen eene koude 
onderneming, hierdoor wat minder bezwaarlijk. 
Het afsluiten der nissen in de Sassenpoort, b.v. met een een- 



Digitized by 



Google 



321 

voudig Gothiek afsluithek, om de voortdurende verontreiniging 
dier plaatsen tegen te gaan, bleef tot dusverre een pium votum. 
Wel is er een en andermaal over gesproken en geschreven, wel 
heb ik dienaangaande een onderhoud gehad met een Haagsch 
deskundige, resultaat heeft dit niet opgeleverd. Toch neem ik 
de vrijheid op die afsluitingen te blijven aandringen: de onrein- 
heid bij den ingang van het archief maakt op den bezoeker een 
ïonderlingen indruk en bezorgt den conciërge — die hierin 
trouwens met ijver het zijne doet — onnoodigen en onaange- 
namen arbeid. 

Het uurwerk in den toren loopt geregeld en verkeerde voort- 
durend in goeden toestand. 

In het ameublement tan het archief kwam slechts weinig 
verandering. Ten behoeve van den adjunct-commies werd een 
eikenhouten schrijftafel, bij het andere meubilair passend, aan- 
geschaft. De tafel, tot dusverre daarvoor gebezigd, nad verschil- 
lende inconvenienten, zij was veel te laag en bemoeielijkte dus 
het schrijven zeer; bovendien bezat het meubel geene enkele 
gelegenheid tot berging van schrijfbehoeften, papieren, enz. De 
andere, geriefelijk ingerichte, schrijftafel vervangt nu de oude 
op gunstige w^ze. 

Nog werd ten behoeve der bibliotheek van het archief eene 
nieuwe ladder vervaardigd, lang genoeg om daarmede de hoogste 
boekenplanken te kunnen bereiken. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

Deze werden als gewoonlijk op bepaalde tijden nagezien en 
yerkeeren in goeden staat. Ook de bliksemafleider bleek bij 
onderzoek in orde te zijn. 

III. Personeel. 

Het personeel zelf ondervond dit jaar geene verandering. De 
amanuensis bij het archief, de heer Geesink, werd bevorderd 
tot adjunct-commies, met ingang van 1 Januari 1902. 

In mijne goede meening ten opzichte van dien ambtenaar, 
in. het vorige verslag uitgesproken, werd ik gedurende hetafge- 
loopen jaar ten volle bevestigd, zoodat deze rangsverhooging 
m^ zeer aangenaam was. 

IV. Toestand der archiefverzamelmg. 

Ete verzameling bleef in zeer goeden toestand verkeeren. Wat 
de vochtigheid der muren betreft, waarover ik ten vorigen jare 
i (lUOl) 21 



Digitized by 



Google 



322 

klaagde, deze is niet toegenomen. Ik nam minder sporen van 
uitslag en schimmel waar dan vroeger. De in den zolaer aange- 
brachte openingen tot het doorlaten van warme lucht, waarover 
in de eerste afdeeling van dit verslag uitvoeriger is gesproken, 
zullen hierop een gunstige werking blijven uitoefenen» al lift 
het voor de hand, dat de buitenmuren van een gebouw als de 
Sassenpoort, vóór de restauratie zoo grondig verwaarloosd, vrij 
wat tijd noodig zullen hebben om tot eene behoorlijke mate 
van droogheid te geraken. 

De conciërge-binder ging, als andere bezigheden hem niet 
riepen, geregeld voort met het herstellen of vernieuwen van de 
banden der prothocollen enz. waar dat wenschelijk bleek. Het 
het oog op het aantal banden, dat herstelling behoeft, ligt bet 
voor de hand, dat deze arbeid nog geruimen tijd zal voortduren. 

Eene vrij omvangrijke schenking van archivalia door de erven 
Mr. A. A. van WulflPten Palthe te Almelo (waarover nader), 
deed weder uitkomen, hoe onvoldoende de capaciteit is der 
bewaarplaats. Er kan thans, om zoo te spreken, niets meer worden 
ondergebracht en de tijd is wellicht niet verre, dat dit bezwaar 
op hinderlijke wijze zal worden gevoeld. Want van vergrooting 
of uitbreiding kan bij dit poortgebouw, uit den aard der zaak, 
geen sprake zijn. 

V. Verslag van de werkzaamheden en van den voortgang der 
inventarisatie en ordening van het archief. 

De voortzetting mijner inventarisatie van het archief der Over- 
ijsselsche Ridderschap stuitte op onverwachte moeilijkheden. Niet 
alleen was soms, naar aanleiding van een of ander twijfelachtig 
punt, een historisch onderzoek noodig, een veel ernstiger bezwaar 
deed zich voor. Min of meer toevallig ontdekte ik, dat in het 
archief der Staten zich prothocollen en stukken bevonden, die 
ongetwijfeld deel hadden uitgemaakt van het archief der Rid- 
derschap. Het is hoogstwaarschijnlijk, dat zich terzelfder plaatse 
nog andere, uit- het Ridderschapsarchief herkomstige, papieren 
bevinden. Om nu voorttegaan met het samenstellen van een 
inventaris, bij het zekere vooruitzicht dien arbeid vroeger of 
later te moeten omwerken of aanvullen — dit kwam mij zeer 
onraadzaam voor. Zoo nam ik dan het besluit de inventarisatie 
van het Ridderschapsarchief, die zoover gevorderd is, dat zü 
later zonder groote moeite weder kan worden opgenomen, voor- 
eerst te laten rusten, en wendde mij tot de Rechterlijke Archieven. 
Een inventaris daarvan kwam mij ook uit een practisch oogpunt 
van veel nut voor. De adjunct-commies was reeds ten voiigen 
jare met voorbereidende beschrijvingen dienaangaande b^g 



Digitized by 



Google 



323 

geireest, en ik heb het voornemen de aangevangen inventarisatie, 
waartoe, zooveel ik weet, alle materiaal voorhanden is, ook verder 
geregeld te vervolgen. 

Met den adjunct-commies werd een globale lijst vervaar- 
digd van eene vrij omvangrijke en niet onbelangrijke schenking, 
door de erven Mr. A. A. van Wulfften Palthe te Almelo aan 
het Rgksarchief gedaan. In den zomer van 1901 kwam deze 
collectie, nagelaten door den Heer Mr. A. A. van Wulfilen 
Palthe te Oldenzaal, in 4 kisten gepakt, ten archieve aan. De 
inhoud bestond grootendeels ait prothocollen tot verschillende 
rechterlijke archieven behoorende, doch ook talrijke stukken van 
administratieven aard werden — meerendeels goed bewaard — 
daaronder aangetroffen. 

Verschillende leden der familie Palthe hebben voorheen in 
Twenthe rechterlijke en andere betrekkingen bekleed, en zoo 
zijn — gelijk meestal geschiedt — tal van officieele prothocollen 
in hunne particuliere bibliotheken blijven berusten. Deze schen- 
king vormt eene belangrijke bijdrage voor de Rechterlijke 
Archieven, waardoor verschillende leemten op gelukkige wijze 
kunnen worden aangevuld. De genoemde lijst volgt onder de 
rubriek „aanwinsten^'. 

Voorts werd mijn tijd nu en dan nogal in beslag genomen 
door verschillende onderzoekingen, meest voor particulieren, 
gelijk uit de daarvan opgemaakte lijst kan blijken. 

De adjunctKX>mmies, de heer Geesink, zette zijne voorbereidende 
werkzaamheden tot inventarisatie der Rechterlijke Archieven 
voort. Verder vervaardigde hij een alphabetische Kaart-Catalogus 
op de boekerij van het archief, en bewerkte bovendien een 
inventaris van de ten archieve berustende kaarten-verzameling. 

VI. Opgave der in druk uitgegeven be&cheiden, behoarende 
tot Jiet archief, 

' Het is mij niet bekend, dat in het afgeloopen jaar aan archief- 
stukken in hun geheel door den druk openbaarheid is gegeven. 

VII. Aanwinsten en verliezen. 
De aanwinsten waren: 

A. Handschriften. 
Door schenking: 

Van de erven Mr, A. A, van Wulfften Palthe te Almelo {van 
loelie schenking reeds onder V nadere medededing is gedaan) : 



Digitized by 



Google 



324 
Stad Oldbnzaal. 

1. Prothocol van cessien, transporteD, testamenten enz. 

1641 Maart 8—1651 Jan. 8. 

2. Dito van 1651 Maart 5—1658 Oct. 29. 2 dln. fol 

3. Prothocol van contentieuse zaken. 

1755 Nov. 19—1763 Febr. 2. 1 dl. foL 

4. Prothocol van civiele sententien. 

1755 Febr. 1—1784 Oct. 13. 1 dL fol. 

5. Losse stukken uit procedures etc. 

17e, 18* en begin 19« eeuw. 3 portef. 

6. Bekeningen der geredimeerde goederen van de StadOlden- 
zaal, 1721—1731. 1 portef. 

7. Rekeningen van den Ambtman Borgerink, wegens de 
Praebsdie en de Vicarijen van Oldenzaal, geresumeerd voor 
de HH. V. d. Ridderschap. 

1751, 1752, 1754, 1756, 1760—1762, 1764-1777, 1779, 
1782 en 1785. 1 pakket 

8. Rekeningen (ontv. en uitg.) van den kerkmeester, van 
Plechelmikerk te Oldenzaal. 

1748—1751, 1754—1761, 1763, 1764, 1767, 1771, 1773, 
1777, 1780, 1782 en 1783. 1 pakket 

N.B. Hierbij register van uitgaven der Proviserie. 1770 — 1785. 

9. Stukken en quitantien betreffende de administratie van 
Plechelmikerk te Oldenzaal. 

2« helft der 18« eeuw. 1 pakket 

10. Stukken betreffende beroepingen in de Ned. Herv. Kerk te 
Oldenzaal. 

18® eeuw. 1 omslag. 

11. Stukken betreffende het recht der Stad Oldenzaal tot de 
jacht. Met retroacta. 

Begin 18» eeuw. 1 pakket 

12. Rekeningen (ont. en uitg.) van den Armenstaat van den 
Provisor van het L. V. Gilde en Heil. Geest Gasthuis te 
Oldenzaal. 



Digitized by 



Google 



325 

1734/35, 1735/36, 1736/37, 1737/38, 1738/39, 1740/41, 

1741/42, 1742/43, 1743/44, 1745/46, 1747/48, 1748/49, 

1750/51, 1751/52, 1752/53, 1753/64, 1754/55, 1755/56, 

1756/57, 1758/59, 1759/60, 1760/61, 1761/62, 1762/63, 

1764/65, 1765/66, 1766/67, 1767/68, 1768/69, 1769/70, 

1771/72, 1772/73, 1774/75, 1775/76, 1776/77, 1777/78,- 

1778/79, 1779/80, 1783/84, 1784/85. 1 pakket. 

13. Deelen en losse stukken betreffende de administratie van 
den Armenstaat, van O. L. V. Gilde, Heil. Geest Gasthuis 
en Capittel te Oldenzaal. 

17« en 18« eeuw. 1 pakket. 

14. Rekeningen en dergel. stukken betreffende de Lat. School 
te Oldenzaal. 

laatste helft 17^ en eerste helft 18® eeuw. 1 pakket. 

15. Rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van den Hof 
te Oldenzaal voor den B^» . Sloet, Heer van Singraven. 

laatste helft 18® eeuw. 1 portef. 

Landqebicht Oldenzaal. 

Prothocol van ordin. Procedures. 

16. 1604 December 28—1613 September 25. 

17. 1608 Januari 10—1624 September 8 en 
1628 Januari 19—1630 Juni 13. 

18. 1630 Juni 19-1635 April 27. 

19. 1643 September 2—1647 Januari 9. 

20. 1647 Januari 16-1649 Juli 7. 

21. 1649 September 8—1652 December 11. 

22. 1653 Januari 8—1655 Augustus 22. 

23. 1655 September 8—1658 November 27. 

24. 1658 December 4—1661 Januari 16. 

25. 1661 Januari 19—1664 Mei 20. 

26. 1664 Mei 21-1669 April 15. 

27. 1672 Maart 16—1677 Januari 27. 

28. 1677 Februari 1—1679 Mei 3. 



Digitized by 



Google 



326 



29. 


1679 Mei 


10—1682 December 


16. 


30. 


1683 Jannari 


6—1685 Februari 


7., 


31. 


16&5 Februari 


14—1687 Februari 


5. 


.32. 


1687 Februari 


12-1689 Mei 


11. 


33. 


1689 Juni 


10-1693 Mei 


13. 


34. 


1693 Mei 


20—1695 September 


25. 


35. 


1695 September 


28-1698 November 26. 


36. 


1700 September 


7—1702 Augustus 


28. 


37. 


1702 September 


16-1704 JuU 


12. 


38. 


1704 JuU 


19—1706 Juni 


19. 


39. 


1706 Juni 


26—1708 Januari 


21. 


40. 


1708 Januari 


28-1709 November 23. 


41. 


1711 October 


24—1713 Februari 


11. 


42. 


1713 Februari 


18—1714 November 10. 


43. 


1714 November 17-1717 Maart 


20. 


44. 


1717 April 


10-1719 October 


7. 


45. 


1719 October 


7-1721 Maart 


18. 


46. 


1721 Maart 


22—1723 Januari 


30. 


47. 


1723 Januari 


30—1724 December 


16. 


48. 


1726 Februari 


23-1727 Juni 


18. 


49. 


1727 Juni 


21-1729 Mei 


21. 


50. 


1732 Maart 


1—1735 Mei 


14. 


61. 


1735 April 


21-1740 September 


24. 


52. 


1740 October 


1-1744 Juli 


29. 


53. 


1744 September 


19—1748 Maart 


23. 


54. 


1748 MPArt 


30—1752 April 


12. 


55. 


1752 April 


28—1756 Juni 


16. 


56. 


1756 Juni 


16-1759 September 


26. 



Digitized by 



Google 



327 

61. 1769 October 3-1763 Juni 1. 

188. 1778 April 1-1782 Juni 5. 43 dln fol. 

Prothocol van ceesien, transporten, testamenten etc. 
69. 1635. September 5—1651 Februari 1. 

60. 1661 October 4—1687 November 21. 

61. 1687 November 26—1705 December 27. 

62. 1708 Maart 31—1717 Maart 22. 

N.B. Hierin de 50e penning: 1722— 17!27. 

63. 1717 Mei 4—1726 April 16. 5 dln fol. 

Prothocol van sententien (civiel en crim.). 

64. 1728 Januari 3—1747 April 22. 

65. 1747 September 16-1752 Juli 21. 

66. 1753 Februari 14—1760 September 17. 

67. 1761 September 16 -1767 Maart 18. 

68. 1767 November 25—1773 September 11. 5 dln fol. 

Prothocol van gerechtelijke verkoopingen, desolate boe- 
dels etc. 

69. 1727 Juni 15—1752. 

70. 1770 Februari 14-1787 December 7. 2 dln fol. 

Ontvangboek van verponding enz. 
1728—1741. 

1742-1752. 

1753—1767. 

1768—1789. 4 dln fol. 

Prothocol van transporten etc. 

75. 1761 September 8-1769 Januari 18. 

76. 1769 Maart 6-1785 Februari 28. 2 dln fol. 

77. Losse stukken (extracten, memoriën, verbalen en derg.) 



Digitized by 



Google 



328 

betreffende verschiUehde procedures voor het Landgericht 
te Oldenzaal. 

18® en begin 19® eeuw. 5 pakketten. 

78. Register van höltingen der marke Beuningen, 

1684 Sept. 25—1856 Juni 4. 1 dl fol. 

N.B. Hierin los de acte van verdeeling der marke Beuningen. 

79. Register van het Boerschap en Dorp Losser. 

1728—1741. 1 dl fol. 

80. Rekening van de marke Duider. 

1746—1755. 1 dl. fol. 

Rekening van de marken Beuningen, Valthe en Rossum. 

81. 1755—1766. 

82. 1766-1779. 

83. 1793—1800. 3 dln. foL 

84. Rekening van de marke Lutte. 

1778—1786. 1 dl. fol. 

85. Stukken (concepten en derg.) betreffende de verdeeling van 
eenige marken w. o. Duider, Hasselo en Weerselo. 

18® eeuw. 1. pakket. 

86. Boek van ontvangsten van het Landrentambt van Twenthe. 

1745__1751. 1 dl. fol. 

87. Finantieele stukken, hoofdzakelijk rakende de gemeene 
middelen in Twenthe. 

18® en 19® eeuw. 2 pakketten. 

88. Losse stukken (extracten, memorien etc.) betreffende ver- 
schillende procedures voor het Landgericht van Twenthe 
en andere gerichten. 

18® en begin 19® eeuw. 1 pakket. 

89. Missives aan den rigter van Oldenzaal, betreffende het 
transport van troepen. 

1806 e. V. j. 1 portet 

90. Opmetingen van verschillende erven en landerijen in 
Twenthe. 

Laatste helft 18® en begin 19® eeuw. 1 pakket 

91. Extracten uit het boek van ver koopingen van Nationale 
Domeinen in Twenthe. 

Begin 19® eeuw. 1 pakket 



Digitized by 



Google 



329 

92. AanBchrijvingen en instructien betreffende het canton 
Oldenzaal. 

1811—1813. 1 pakket. 

93. Stukken betreffende zaken behandeld voor het yredegerigt 
van het canton Oldenzaal. 

1813. 1 pakket 

9i Procesverbalen van getuigenverhooren in een proces over 
landerijen in de marke Volte onder Weerselo. 

1813. 1 pakket. 

95. Stukken (extracten, verbalen, memorien etc.) betrekkelijk 
verschillende procedures voor het landgericht te Ootmarsum. 
18« eeuw. 1 pakket. 

96. Dito stukken van het landgericht te Delden. 

18* eeuw. 1 pakket. 

97. Dito voor het landgericht te Enschede. 

18« eeuw. 1 pakket. 

98. Stukken uit processen van Vrouwe S. C. T. van Rechteren, 
behandeld voor het landgericht te Almelo. 

Laatst 18® en begin 19® eeuw. 1 pakket. 

99. Stukken betreffende de finantiën en administratie van het 
huis Everloo. 

Laatste helft 18* eeuw. 1 pakket. 

100. Brieven over commercieele aangelegenheden van de HH. 
Willink, Rappard en Swiers aan G. W. Ameling. 

Laatste helft 18» eeuw. 1 pakket. 

101. Rekeningen betreffende de kerkpacht te Losser. 

1730-1742. 1 portef. 

102. Stukken en brieven (copijen en orig.) betreffende de grens- 
scheiding tusschen Overijssel en Munster. 

1770-1804. 1 portef. 

103. Stukken in afschrift, betreffende de grensscheiding van 
Overijssel en Bentheim. 

2e helft 18e eeuw, 1 dl. fol. 

104. Stukken betreffende de bezittingen der familien Hodenpijl 
en Stoevelaar en van der Wijck, 

18» eeuw. * 1 pakket. 



Digitized by 



Google 



330 

105. Stukken betreffende de ontvangst van Claas Gappers, 
collecteur te Diepenheim. 

Midden IS^ eeuw. 1 omslag. 

106. Stukken betrefifende bezittingen der abdij Werden in 
Twenthe bij Oldenzaal. 

1768. 1 omslag. 

107. Stukken betreffende de administratie van ontvan{;Hten en 
uitgaven van den Vrijheer van Twickel, gevoerd door 
Procureur Palthe. 

1747-1759. 1 pakket 

108. Instructien, notificatien, reglementen etc. 

1692, 1693, 1748, 1749, 1755. 1 omslag. 

109. Requesten ingekomen bij Ridd. en St. van Overgssel. 

18^ eeuw. 5 stukken in 1 omslag. 

110. Middelen tot behoud en genezing der runderen. 

2 stukken in 1 omslag. 
N.B. Gedrukt. 

111. Concept-Regeeringsreglement van VoUenhove. 

1787. 1 catem. 

Van den heer Henkelman te Zutphen: 

Ben stuk betreffende de reparatie van de kerk te Bathmen. 
1720. 

Van mr. R. E. Hattirik te Almelo: 

Drie charters betreffende de marken van Lutte uit de jaren 
1636, 1655 en 1656. 

Van mr. J. C. van Sonsbeech te Druten. 

Eene verzameling stukken betreffende de verdeeling der marke 
Assendorp. 

19® eeuw. 

D oor aankoop : 

Van den heer A. A. Vorsterman van Oyen te Rijswijk: 

Vijf charters uit de jaren 1448, 1459, 1539, 1502, 1562 zijnde 
koopbrieven van landen onder Olst, in de Vuijling en Wijhe, 
benevens eene kwijting voor de koopsom van land onder Rande. 



Digitized by 



Google 



331 

Op eene auctie-van Stochum. Nov. 1901: 

Algemeene Hofregten der zes Hoven in Twenthe. 
18« eeuw. 

Sententieboek van Steenwijker Garspel. 
1600—1618. 

Keuren, Ordonnantien, Statuten, etc. voor de stad Steenwijk. 
1703. 

B. Boekwerken. 

Door schenking: 

Van Zijne Excellentie den Minister van Binnenl. Zaken. 

ff. Busken Huet, Derde Verslag van onderzoekingen naar 
archivalia te Parijs etc. 1 dl. 8°. 

Prof. Dr. P. J. Blok, Verslag van onderzoekingen naar archi- 
valia in Italië etc. 1 dl. 8«. 

Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven. XXII en XXIII, 
1899 en 1900. 2 dln. 8^ 

Verslag betreffende de Rijksarchieven te Roermond, in 1899. 
1 dL 8o. 

De Rijksarchieven te Roermond in 1900 en 1901. 1 dl. 8<>. 

Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van Geschiedenis en 
Kunst. XXII, 1 dl. 8°. 

Publications de Limbourg, deel 36. 1 dl. S^. 

Woordenboek der Nederlandsche taal, VI, 1® afl.; III, 2® afl.; 
n, 16« afl.; XI, 6« afl. 

Van Gedeputeerde Staten der provincie Overijsel: 

Verslag van Gredep. Staten aan de Staten van Overijsel omtrent 
den toestand der provincie in 1900. 1 dl. 8^. 

Van mr, J. Acquoy te Deventer. 
Uit de geschiedenis der stad Deventer. II (overdruk). 8<*. 
Verslag van het Gemeentearchief van Deventer over 1900. 8<\ 



Digitized by 



Google 



332 

Van de commissie van het Prov. Museum van Oudheden eU. 

in Drenthe: 

Verslag aan de Gedep. Staten over 1900. 8^. 

Van den heer Th. Morren, (namens de erven de Fremery) : 

Oorkondenboek van Holland en Zeeland. Supplement door 
James de Fremery. 1 dl. #. 

Van het Natuurkundig Genootschap te Groningen : 
Honderdste Verslag, over het jaar 1900. 8o. 
Het 100-jarig bestaan van het Natuurkundig (Genootschap. 8o. 

Van den WelEerwaarden Beer O. A. Meijer, Ord. Pred. 
te Nijmegen : 

G. A. Meijer. O. P. Het Dominicanerklooster te Zwolle 1901. 
1 dl. 80. 

Van den heer Bijksarchivaris in Groningen : 

Mr, J. A. Feith. Catalogus der Inventarissen van de Archieven 
der voormalige Zijlvestenijen en Dijkrechten in de provincie 
Groningen. 1901. 1 dl. 8». 

Mr. J. A. Feith. Inventaris van het Huisarchief Allersnuu 
1901. 1 dl. 80. 

Van het Gemeentebestuur van Deventer: 

De Hullu en Acquoy. De Cameraarsrekeningen van Deventer, 
dl. V. Bladwijzer. 1 dl. 8o. 

Van Mr. B. E. Hattink te Almelo: 

Verschillende overdrukken uit: Kleine Bijdragen tot de Ge- 
schiedenis van Overijssel; Uit Overijssers verleden; Aanteeke- 
ningen betreffende de geslachten Cramer en Palthe. 80. 

Van het Gemeentebestuur van Leeuwarden : 

Tweede Supplement op den Catalogus der Stedelijke Biblio- 
theek van Leeuwarden. 1901. 8o. 

Van den heer Bijksarchivaris in Noordbrabant : 

Verslag der Oude Gemeente- en Waterschapsarchieven, over 
1899 en 1900. 8o. 



Digitized by 



Google 



833 

Van dm lieer Bijksarchivaris in Noordholland : 

lüTentaris van het archief der Heerlijkheid en Gemeente 
Spanbroek. 1901. 1 dl. 8o. 

Van Mr. Rutgers té Zwolle : 

Mr. C. P. L. Rutgers, Inventaris van het Huisarchief 
Farmsum. 1901. 1 dl. 8o. 

Mr. C. P. L. Rutgers^ Inventaris van het Familie-archief van 
Bolhuis. 1901. 8P. 

Van den heer Gemeentearchivaris te Utrecht: 

G. Sertanj Inventaris van het oude archief van het Bureau 
van den Burgerlijken Stand der gemeente utrecht. 8^. 

Van den heer J. Wijnbeek te Zwolle: 

J. Wijnbeek, Overzicht der doop-, trouw- en doodboeken be- 
nistende in het oud-archief der gemeente Zwolle. 1901. SP. 

Van den heer J. H. A. Bovman te Kampen : 

J. H. A. Bonman, Geschiedkundige aanteekeningen over Blok- 
xijl en omgeving. 1901- 1 dl. 4o. 

Door aankoop: 

Wappenbuch des WestfSlischen Adels. Lieferung 10—11. 
1901. 40. 

Mittheilungen aus dem Stadtarchiv von Cöln. 30^. Heft. 

1900. 8P. 

WeUer und Wetter, Kirchenlexicon. 130^« Heft. 1901. 8». 

Archief voor de Geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. 
dL 27, afl. 1-8. 1901. 8». 

Neues Archiv der Gesellschaft für altere Deutsche Geschichts- 
kunde. Band 26, 2«« und 3«« Heft; Band 27, 1^ Heft, 1901. 8o. 

Fruin^s Verspreide Geschriften, afl. 15—27. 8o. 

iWppoW, OlivierCromwell- Wilhelm Hl. Anhang zu Wilhelm III. 

1901. 80. 

De Jager, Middeleeuwsche keuren der stad Brielle. 1901. 8^. 



Digitized by 



Google 



834 

P. N. van Daominck, Acten betreffende Grelre en Zutphen. 
1377-1397 en 1400—1404. 1901, 2 dln. 8o. 

C. P. J. Dommisse, Geschiedenis der Westpoort te VliBsingeiL 
Afl. 2—5. 80. t-^ "t> 

De Wapenheraut, 5e Jaargang. 4o. 

Rijksarchiefgebouwen in Nederland. 4P. 

Kok, Vaderlandsch Woordenboek, met aanhangsel. 1785— 
1799. 38 dln. 8o. 

Witsen Oeysbeek, Biographisch, Anthologisch en Critisch Woor- 
denboek der Nederl. Dichters. 1821—1823. 8». 

Biographie üniverselle. 1843—1847. 10 dln. 8o. 

Nouvelle Methode raisonnée du blason. 1780. 8^. 

De Stoppelaar, Balthasar de Moucheron. 1901. 8^. 

Bijdragen voor Vaderl. Geschiedenis en Oudheidkunde, 4^ reeks, 
2c deel, afl. 1—3. 1901. 9>. 

Van Alphen, Kerkelijk Handboek, 1901. 8o. 

F. H. D'Hoop, La Flandre Oriëntale et ses anciennes Archi- 
ves. 1886. 80. 

Overvoordej Bescherming van Monumenten, 1901. 8». 

Nederlandsch Archievenblad 1900—1901. &• afl., 1901—19(12, 
Ie afl. 

Zeitschrift für Vaterl. Geschichte und Altherthumskunde. 
Band 58. 8». 

Sachse, Mecklenburgische Urkunden und Daten, 1900. 8o. 

/. H. Ort, Oudheidkundige aanteekeningen betr. Nederland 
en zijne bewoners. III. Oldenzaal tijdens de Salische Franken. 
1900. 8». 

Dr, Eis, Strafrecht der Frieeen im Mittelalter. 1901. 8o. 

Dr. Marün, Leven en werken van Gerard Dou, 1901. 9>. 

Dr. Kemkamp, Over Robert Fruin, 1901. 8o. 

Dr. R. Fruin, Staatsinstellingen van Nederland, (ed. Colair 
brander). 1901. 8o. 



Digitized by 



Google 



335 

ƒ. C. Wagner, Mecklenburgsche troepen. 1788—1796. 1901. 8o. 

Dr. Bob. Scholten, Das CistercienserinneDkloster Grafenthal 
(Vallis Comitis) 1899. 8». 

Hoef er, Aanteekeningen betr. de kerk te Hattem. Met bijlagen. 
2 dln. 80. 1900. 

Chronica Hungarorum. 1900. 4®. 

Enschedéy Technisch onderzoek naar de uitvinding der Boek- 
drukkunst. 1901. 80. 

Verwijs en Verdam^ Middelned. Woordenboek, II afl. 8—11. 

Van den Bosch, Neerlands verleden in steen en beeld. 1901. 8». 

Dumbar, Verhandeling over het graafschap Goor, etc. 1859. 8^. 

Bijdragen tot de geschiedenis van Overijssel, 2® serie, 3® dl., 
afl. 2, 3, 4 

Bulletin van den Ned. Oudheidk. Bond. II. 8o. 

Wrangel, Betrekkingen tusschen Zweden en Nederland. 1901. 8o. 

Raussel, Orange. 1901. 8». 

Bijdragen tot de gesch. van het Bisdom Haarlem, dl. 26, 
afl. 1—3. 

De Navorscher. 1851—1901. 51 dln. 8o. 

Rogge en Pijper ^ Ned. Archief voor Kerkgeschiedenis; Nieuwe 
serie, 1« dl. afl. 3. 1901. 8». 

Haje, Greheime Correspondentie van Abraham de Wicquefort. 
1901. 80. 

Wijndelfs, Catalogus van Academ. Proefschriften. 1815 — 1900. 
I. 1901. 80. 

Lamprechi, Zur jüngsten Deutschen Vergangenheit I. 1902. 8o. 
(Erganzungsband der Deutschen Geschichte.) 

CappéUij Lexion Abbreviaturarum. 1901. 8o. 

Nomina Geographica Neerlandica, dl. 1—5. 1885-1901. 8o. 

Hittheilungen der Preusischen Archivverwaltung. Heft 5. 

Dr. Nalbandian, Leop. v. Rankes Bildungsjahre etc. 1902. 8o. 

Amsterdamsch Jaarboekje voor 1902. 8o. 



Digitized by 



Google 



336 

Mr, J. A. Feith, Dit Groningens verleden. 1902. 8». 

Groningsche Volksalmanak voor 1902. 8». 

Mr. Meesters, De Steenwijker Meente. 1881. S^. 

Vonnis in zake Dr. Cramer namens Twenthe contra B**^ Mulart 
tot Bakkenhage en Odink. 1780. 4o. 

Deductie van G. L. G. van Pridaeh, rakende zijne beschrij- 
ving in de Ridderschap van Overijssel. 1786. 4^. 

Houck, Gids voor Deventer en omstr. 1901. 8®. 

Minerva, jaargang 1897/98—1901/2. 

Oud-Holland 18® jaargang 1 — 4, 19® jaargang 1—3. 4^. 

Blok, Geschiedenis van het Ned. Volk. dl. V 1902. 8^. 

Mirbi, Quellen zur Geschichte des Papstthums. 1901. 8P. 

Staatsalmanak voor 1902. 

Dr. J. S. van Veen, Rechtsbronnen der stad Tiel. 1901. 8». 

Jaarboekje voor de provincie Overijssel voor 1902. 8^. 

Prinsen, CoUecteana van Gerardus Geldenhauer Noviomagos. 
1901. 8o. 

Verliezen znn dit jaar niet geleden. Alleen is een prothoool 
bevattende Recessen vaii Geldersche landdagen, dat bg de 
schenking-Palthe aanwezig was, na bekomen machtiging, aan 
het Rijksarchief in Gelderland overgedragen. 

VIII. uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van be- 
langrijke, onuitgegeven bescheiden voor het archief van 
de Prov. van gewicht, en berustende in andere 
binnen- en buitenlandsche archieven. 

Dergelijke pogingen zijn in het afgeloopen jaar niet aangewend. 

IX. Gebruik van het archief gemaakt door, en inlichtingen verstrekt 
aan authoriteiten en particulieren. 

Schriftelijke inlichtingen werden verstrekt aan: 

Mr. A. S. Miedema te 's-Gravenhage, betrekkelgk de feunilien 
Wemink en Weerman. 



Digitized by 



Google 



337 

ƒ. HL W. Everseriy adj.-commies bij het rijksarchief te Maas- 
tricht, aangaande het geslacht van Romunde! 

Dr. Krumbhoh, Staatsarchivar te Munster i/W, over oorkonden 
op Munster betrekkelijk, tnsschen 1301 en 1325. 

Mr. A. S. Miedema te 's-Oravenhage, nopens de wapens der 
&miliën Lasonder, Bossier en Teyler. 

Mr. R. E. Hattink te Almelo, die afschrift ontving van een 
charter van 1419, uit het archief van het klooster Albergen. 

Mr. D. Engelberts te Wijk-Maastricht, betreffende het huis 
Grumsmühlen en de familie Engelberts. 

Mr. R. E. Haitink te Almelo, over de familiën Palthe en 
Cramer, die in verband daarmede extracten ontving uit de Kesol. 
der Provisioneele Representanten. 

/. H. A. Bouman, Inspecteur der Dir. belastingen te Kampen, 
over de vlag door prins Maurits toegekend aan Blokzijl. 

C. H. PeUrSy Rijksbouwmeester te 's-Gravenhage, over deu 
bouw der eerste Hervormde Kerk te Blokzijl. 

Mr. S. Muller Fen.^ Rijksarchivaris te Utrecht, over het juiste 
jaarcijfer van den Stadbrief van Zwolle. 

M. O. Wildeman te 's-Gravenhage, aangaande de afstamming 
7an een paar leden der familie van Ewsum. 

/. H. A. Bouman te Kampen, betreffende het schoutambt van 
Hendrik Morre. 

P. Berends, adj.-commies bij het Rijksarchief te 's-Gravenhage, 
over eenige leden van het geslacht van Reede. 

Stukken behoorende tot het Rijksarchiefdepöt te Zwolle wer- 
den op verlangen toegezonden aan de H.H.: 

a. Dr. M. Sehoengen te Leeuwarden, die in het Rijksarchief 
aldaar, ter raadpleging ontving eenige stukken betreffende 
het vroegere onderwijs in Overijssel. 

5. Mr. J. P. A. Baron Mulert, die in het Gemeentearchief te 
Kampen ter bestudeering ontving twee Registers van Bis- 
schop Rud. van Diepholt. 

(1901) 22 



Digitized by 



Google 



338 

e, C, A. de Kruyff, die in het Rijksarchief te Utrecht ter 
raadpleging ontving ettelijke prothocollen, behoorende tot 
de rechterlijke archieven van ötad en Schoutambt Hasselt. 

Aan het Rijksarchief te Zwolle werden wederkeerig de navol- 
gende stukken toegezonden, om iu de werkkamer van het 
archiefgebouw te worden bestudeerd: 

ten behoeve van Mr, O. P. L. Rutgers^ te Zwolle : 
Van den Hoogen Raad van Adel te 's-Gravenhage : 
Eene M.S. genealogie van het geslacht Ripperda. 

Gothaisches Geneal. Taschenbuch der Freiherrlichen Hauser, 
für 1894. 

Van het Rijksarchief in Groningen : 

Eene M.S. genealogie van het geslacht Ripperda. 

Van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage : 

Een prothocol met getuigenverhooren enz. in zake eene be- 
schuldiging tegen den Overste in flessischen dienst, Carl 
Rabenhaupt. 

ten behoeve van Mr. H. Ö. Jordens te ZwoUe : 

Van het Rijksarchief in Groningen : 

Eene collectie oude kaarten der provincie Groningen, in ver- 
band met het verblijf der familie Wemdly in dat gewest. 

Voorts werd het archief persoonlijk bezocht door de H^. 

Mr. O. WicherKnk te Zwolle, die onderzoek deed naar den 
loop van eene wetering in Salland. 

J. Fabius te Utrecht, die nasporingen deed naar leden van zgn 
geslacht. 

4. W. C. Keijzer te Wijhe, voor het wapen dier familie. 

Willem Koops te de Wijk, die een familieonderzoek instelde 
met behulp van een charter uit 1361. 

F. A. Hoefer te Hattem, die de stukken betreffende het stifl 
ter Hunnep onderzocht. 



Digitized by 



Google 



339 

Mr, J, P. A. Baron Mulert, te Kampen, die verschillende 
zegels van leden der familie Mulert vergeleek. 

J7. Schummelketely te Hasselt, voor een onderzoek naar de 
rechten van honders van eendekooijen. 

Jhr. Mr. B. de Jonge, te Zntphen, voor een onderzoek naar 
den verkoop eener tiende onder Zenderen, tijdens het Fransche 

bewind. 

* X. üithomat der bemoeiingen met gemeente-^ waterschaps- en 
andere archieven. 

Deze bemoeiingen hadden in het afgeloopen jaar niet plaats. 

De Rijksarchivaris in Overijssel, 

C. P. L. RüTQBBS. 

Zwolle, 20 Februari 1902. 



Digitized by 



Google 



340* 



Het Rijksarchief in Groningen. 

I. Toestand der bewaarplaats van het archief. 

In den nazomer van 1901 werd het lokaal tot berging van 
archieven, gelegen op de derde verdieping boven de kamer van 
den archivaris en in het voorjaar van 1900 gebouwd, door mij 
in gebruik gesteld. Alhoewel het mij voorkomt, dat de wind, 
welke bij opening der tegenover elkander gelegen tuimelraampjee 
door het lokaal speelt, de nog mogelijk uit de ten vorigen jare 
gemetselde muren opstijgende vochtige dampen grootendeels 
verdrijft, is toch een bezwaar aan dit lokaal als bewaarplaats 
van archieven verbonden. Dit bezwaar is, dat het lokaal niet 
verwarmd kan worden, zoodat voor de daar geborgen archieven 
niet die gewenschte droge lucht kan worden verkregen, welke 
voor het voortdurend behoud van papier en perkament een 
levenseisch is. Aan dit bezwaar kan echter gemakkelijk tegemoet 
worden gekomen. Zonder groote vertimmering en hooge koeten 
kan m. i. een der buizen van de centrale verwarming worden 
verlengd en naar een hoek van dit lokaal worden geleid. Ik 
beveel dit denkbeeld gaarne ter overweging aan Uwe E}xcel- 
lentie aan. 

Wat de centrale verwarming betreft, mijn in het vorig vei- 
slag uitgesproken wensch tot verbetering is geheel en al vervuld. 
Een nauwkeurig onderzoek van het verwarmingstoestel had in 
1901 plaats; hierbij kwamen twee oorzaken voor de slechte 
werking van het toestel aan het licht: lo. vervuiling en daar- 
door verstopping, 2^. min oordeelkundig stoken. Nu het eerste 
bezwaar uit aen weg is geruimd en het stoken door mij aan een 
ander persoon is opgedragen, blijkt de centrale verwarming van 
het magazijn aan de hoogst gestelde verwachtingen te kunnen 
voldoen. Die warmte en droge lucht worden echter niet goed- 
koop verkregen : de hoeveelh^en brandstof, hoofdzakelijk cokes, 
welke het toestel verslindt, zijn groot en hebben op het budget 
mijner uitgaven een ongunstigen invloed uitgeoefend. 

In het magazijn werden de tien nog opengebleven vakken der 
bovenste verdieping in 1901 met netwerk gevuld. 



Digitized by 



Google 



341 

Nog ééD wensch blijft ter vervulling over. Deze geldt de water- 
leiding. Met bet oog op stukvriezen wordt reeds in de maand 
November op last van den heer Hoofdopzichter van 's Rijks ge- 
bouwen de waterleiding afgesloten en eerst einde Maart of begin 
Anril weder geopend. Ongeveer vijf maanden is dus hetarchief- 
geoouw van water verstoken. Ten behoeve van schoonmaken 
van gangen en trappen, van het dagelijks eenige malen reinigen 
der handen en van verder huiselijk gebruik moet telkens het 
water bij emmers door den bode uit het nabijgelegen provincie- 
huis worden gehaald. Dit ongerief zoude kunnen worden ver- 
holpen door, bij afsluiting der overiee waterleidingsbuizen in den 
winter, eene afzonderlijke buis, leidende naar de in de nieuwe 
bodekamer zich bevindende kraan, aan te leggen en deze het 
gansche jaar in het gebruik te stellen. Het gevaar voor bevrie- 
zen is zeker bij deze buis zeer gering. 

II. Toestand der reddings- en brandblibschmiddelen. 

Bovenstaande middelen, bestaande uit brandkranen der water- 
leiding met slangen, brandbluschflesschen, extincteur, zakken 
en reddingkoker, verkeeren in goeden staat en werden op gere- 
gelde tijden beproefd. Eenige kleine herstellingen werden door 
bemiddeling der gemeentelijke brandweer in orde gebracht. 

De bij de brandinstructie voorgeschreven oefeningen door het 
corps assistenten bij den reddingsdienst zijn op de daarvoor 
bepaalde tijden geregeld gehouden. De vraag mag worden over- 
wogen of, nu in het gebouw ten gevolge der goede werking van 
de centrale verwarming bijna den geheelen winter geregeld eene 
temperatuur van 60 1 60 graden Fahrenheit wordt behouden, 
het afsluiten van de waterleiding gedurende vijf maanden in 
den winter noe langer noodig is. Uit een oogpunt van veilig- 
heid voor brandgevaar is die afsluiting zeker niet te verdedigen ; 
ter voorkoming van waterschade door stuk vriezen der water- 
leidingsbuizen zoude de beslissing over het al of niet afsluiten 
der waterleiding en daarmede de verantwoordelijkheid op den 
ondergeteekende kunnen worden overgebracht. 

III. Toestand van de archiefverzameling. 

Door den bode-boekbinder werd geregeld doorgegaan met het 
henstellen of opnieuw inbinden van registers, waartoe vooral de 
uit de dorpen gekomen waterschapsarchieven vele hulpbehoe- 
vende boekdeelen leverden. De vele tijd, vooral in den winter 
in beslag genomen door de zorg voor het stoken van het ver- 



Digitized by 



Google 



342 

warmingstoestel en het voorzien van brandstoffen der vier kamers 
van het arehiefgebouw en andere huiselijke diensten, was oor- 
zaak, dat dien beambte niet zooveel tijd voor het inbinden van 
boeken beschikbaar bleef als in vorige jaren. Bovendien werden 
door hem een paar duizend charterzakjes vervaardigd. Hei 
resultaat der besprekingen op de elfde bijeenkomst van Rqks- 
archivarissen in October 1900 omtrent de beste wijze van be- 
waring van charters deed mij besluiten met de tot dusverre in 
het Groningsche archief gevolgde wijze van bewaring te breken. 
Het kwam mij voor, dat de charters behoorende tot de rijl- 
vestenijarchieven en tot de drie archieven, waarvan de inventa- 
rissen in 1901 bij het jaarverslag van 190)0 als bijlagen werden 
gedrukt, het eerst voor de betere wijze van bewaring in aan- 
merking kwamen. Met de verdere vervanging der hier gebrui- 
kelijke omslagen door charterzakjes zal geleidelijk worden 
voortgegaan, naar gelang de inventarissen van de verschillende 
archieven gereed zijn of gereed zullen komen. Naar aanleiding 
van de in de drie laatste jaren verschenen geschriften van 
Dr. Otto Posse en Dr. E. Schill over het bewaren en verduur^ 
zamen van handschriften door middel van zapon en aangemoe- 
digd door de goede resultaten, welke Dr. Schoengen, commiee 
aan het rijksarchief te Leeuwarden, van zijne proefnemingen 
op dit gebied had verkregen, besloot ik ook eens een proef met 
zaponbehandeling te nemen. De adj. -commies Bos belastte zich 
gaarne met die proefneming en nam daartoe eenige door ver- 
vuring bijna vergane papieren en zeer zwakke perkamenten 
onderhanden. De resultaten waren verrassend en volkomen be- 
antwoordend aan de verwachtingen, door de berichten van 
proefnemingen in Duitschland en Leeuwarden opgewekt. Het 
met zapon gedrenkte, door vervuring geheel murw geworden 
papier is weder stevig en buigzaam geworden en bezit thans, 
een jaar na de behandeling, nog diezelfde goede eigenschappen. 
Alle gevaar voor afbrokkeling schijnt geweken. Bii de perka- 
menten charters ziet men een soortgelijk resultaat: de kleefttof, 
welke het zapon bevat, heeft de croüte, voorkomende op den 
schrijf kant van het perkament, en welke door vocht en ouder- 
dom wel eens loslaat, weder vastgemaakt, terwijl bij het 
hechten van gescheurde of beschadigde charters slechts een 
zeer bescheiden gebruik van het opplakken van Japansch 
papier behoeft te worden gemaakt, omdat de doorschijnende 
dunne laag droog geworden zapon doorgaans voldoende is om 
kleine scheuren van het charter te hechten. De verkregen goede 
resultaten geven mij voldoende aanleiding om met de zapon- 
behandeling van beschadigde archiefstukken voort te gaan. 



Digitized by 



Google 



343 

IV. Werkzaamheden en voortgang der invefitarüatie en 
ordening van het archief. 

Ook in 1901 namen de waterschapsarcbieven een groot deel 
van den beschikbaren tijd in beslag. Mocht ik in het vorige 
jaarverslag mededeelen : „Op het archief van één zijl vest na 
«gn alle oude zijlvestenij- en dijkrechtarchieven betreffende 
het gebied van de tegenwoordige provincie Groningen thans 
geïnventariseerd en voor het meerendeel naar het rijksarchief 
te Groningen overgebracht", het is mij aangenaam thans te 
kunnen berichten, dat ook dit laatste ontbrekende archief is 
binnengekomen en geïnventariseerd. Bij besluit van 29 Mei 1901 
bepaalde het Hoofdbestuur van het waterschap Oldambt, dat 
het archief van het voormalige Termunterzijlvest in bruikleen 
zou worden afgestaan aan het Rijksarchiefdepöt te Groningen. 
Eenige dagen daarna zijn die archieven van Nieuwolda naar 
Groningen overgebracht en werd door mij met grooten spoed 
aan het inventariseeren van dit archief gearbeid. Immers reeds 
was de „Catalogus der Inventarissen van de Archieven der 
voormalige Zijlvestenijen en Dijkrechten in de provincie Gro- 
ningen" inmiddels grootendeels afgedrukt en wachtte de ver- 
schijning van dit werk op het gere^komen van den inventaris 
van het Termunterzijlvest. In Augustus kon de genoemde cata- 
logus, thans mede voorzien van indices van persoonsnamen, 
van plaatsnamen en van voorhanden zegels en bevattende de 
inventarissen van 36 zijlvestenijen en dijkrechten, het licht zien. 
De catalogus, als op zich zelf staand boek te Groningen bij de 
Erven B. van der Kamp gedrukt en uitgegeven, werd overeen- 
komstig miin daartoe door Uwer Excellentie ambtsvoorganger 
goedgekeurd voorstel, op ruime schaal onder archiefdepóts, 
waterschapebesturen en autoriteiten verspreid en verder tegen 
den prijs van f 3.00 in den handel gebracht. Met eenige vol- 
doening zie ik op het tot stand komen van dezen arbeid terug, 
omdat daarmede weder een veilige bewaring en een vruchtbaar 
gebruik zijn verzekerd van oude archieven, welke vijf jaren 
geleden nog in allerlei dorpen waren verspreid en ongeordend, 
dus niet voor het gebruik geschikt, en half vergeten in parti- 
culiere huizen van secretarissen of in herbergen werden bewaard. 
Al bestaat de mogelijkheid, dat zich bij particulieren nog stukken 
bevinden, welke uit deze archieven zijn afgedwaald, groot kan 
dit aantal niet zijn en in elk geval, zoo zij voor den dag 
mochten komen, kunnen zij gemakkelijk worden ingelijfd, nu 
inventarissen zijn gemaakt van de archieven van alle voormalige 
zijlvestenijen en dijkrechten. 

Het nazien der drukproeven van den 24 vellen druks grooten 



Digitized by 



Google 



344 

Catalogus nam veel tijd in beslag ; niet minder het conigeeren 
der drie inventarissen, welke als bijlagen bij het vorige jaar- 
verslag in 1901 zijn gedrukt, en welke eveneens ongeveer 30 
vellen druks hebben gevraagd. Vooral de Inventaris van het 
Huisarchief Farmsum vroeg veel tijd, aangezien naarmate van 
het ontvangen der afgedrukte vellen, en in verband met hunne 
paginatuur, de indices van eigennamen en van zegels moesten 
worden saamgesteld. Naar aanleiding toch der overigens zeer 
welwillende critiek, welke de één jaar te voren eveneens door 
Mr. Rutgers bewerkte Inventaris van het familiearchief van het 
geslacht van Ewsum had mogen ondergaan, was het mij ge- 
wenscht voorgekomen genoemde indices alsnog aan den Inven- 
taris van het Huisarchief Farmsum toe te voegen. 

Nog met een ander waterschapsarchief had ik mij in het afge- 
loopen jaar te bemoeien. Een aantal stukken betreffende het 
waterschap Oud-Bonder-Nieuwland in Oostfriesland op de grenzen 
der provincie Groningen was door den Rijksarchivaris in Drenthe 
(zie verslag 1900 blz. 8 en 808) aan den heer Algemeenen Rijksarchi- 
varis toegezonden, die deze stukken met goedvinden van Uwer 
Excellentie ambtsvoorganger ter sorteering aan mij „als bekend 
met den lokalen toestand" heeft gezonden. Bij onderzoek bleek 
mij deze vrij verwarde collectie eene verzameling stukken te 
bevatten, ten deele behoorend tot het archief van de in 1605 
opgerichte „Compagnie van het Bonder nij eland", ten deele behoo- 
rende aan een der participanten in genoemden polder. In een 
uitvoerig schrijven aan den heer Algemeenen Rijksarchivaris heb 
ik de korte geschiedenis van deze Compagnie medegedeeld, den 
vermoedelijken loop van zaken uiteengezet, welke tot het ontstaan 
van deze verwarde collectie heeft geleid, en eindelijk de redenen 
aangegeven, waarom deze stukken voor Nederland van zoogoed 
als geen belang zijn. Aan dat schrijven heb ik het verzoek toe- 
gevoegd deze stukken te mogen gebruiken voor een eventueeie 
ruiling van stukken met het Staatsarchiv te Aurich. Ik hoopte 
toch tegen de bewuste stukken, welke in genoemd Staatsarchiv 
op hunne plaats zouden zijn, een vijftal oorkonden uit de 15^ 
eeuw te kunnen inruilen, welke behooren tot het archief van 
het in de provincie Groningen gelegen hebbende klooster Flori- 
dus Hortus te Wittewierum en welke thans in genoemd Staats- 
archiv worden bewaard. Na daartoe bekomen machtiging ben 
ik met het Staatsarchiv in onderhandeling getreden over bedoelde 
ruiling. Deze is evenwel niet tot stand gekomen. Wel werd door 
den heer General-Direktor der Königlichen Staatsarchive te Berlijn 
erkend, dat gewenschte 5 oorkonden naar Nederland behoorden 
te worden overgebracht, doch „bei der Geringfiigigkeit des Qegeri' 
standes erscheint es nicht angemessen die erforderliohe AUer- 



Digitized by 



Google 



345 

höchste Genehmigung Bchon jetzt nachzusuchen," zoo werd mij 
bericht. Aangezien dus aan de Duitsche zijde principieel tegen 
de Yoorgeetelde ruiling geen bezwaar bestaat, doch enkel de ge- 
ringe beteekenis van de onderwerpen dezer ruiling aan genoemde 
zijde een beletsel zijn, heb ik den heer Algemeenen Rijksarchi- 
varis in overweging gegeven Uwe Excellentie te verzoeken bij 
de archivalia, welke voor eene ruiling tusschen Nederland en 
Pruisen in aanmerking komen, de bovengenoemde archivalia te 
willen voegen, üit een ongeveer een maand daarna ontvangen 
verzoek tot opgave der in het archief onder mijn beheer zich 
bevindende stukken, welke voor eene eventueele ruiling tusschen 
Nederland en Pruisen in aanmerking komen, mag ik met vreugde 
de gevolgtrekking maken, dat eene grootere ruiling tusschen 
genoemde staten wordt voorbereid. 

Nog van eene andere collectie stukken betreffende een polder 
mocht ik inzage nemen. Door Mevr. de Wed. Mr. A. J. Thomassen 
è Tliuessink van der Hoop van Slochteren werden in mijne 
handen ter beoordeeling gesteld twee kisten met stukken betref- 
fende de inpoldering en het beheer van een der DoUardpolders. 
Aangezien oeze stukken mij bij onderzoek bleken niette vormen 
het archief van het bestuur van den polder, doch enkel stukken, 
welke waren ingekomen bij of opgemaakt door een der deelge- 
nooten in den polder, terwijl dezelfde stukken (meer compleet) 
tevens voorkomen in het huisarchief Farmsum, heb ik bij mijn 
uitgebracht advies geene pogingen aangewend deze collectie 
papieren voor het Bijksarchiefdepót in Groningen machtig te 
worden. 

Door den adjunct-commies, den heer P. G. Bos, werd voort- 
gegaan met de schifting der thans chronologisch geordende 
archiefstukken op de wijze, als dit in mijn vorig Verslag (blz. 
401) uitvoeriger is medegedeeld. Het is een arbeid, welke veel 
studie, oplettendheid en nauwkeurigheid eischt en soms slechts 
zeer langzaam kan vorderen. In 1902 hoop ik mij mede aan 
dien ar^id van omwerking van de chronologische tot eene 
systematische indeeling der archiefstukken te kunnen zetten. 
Óns werk zoude zeker een snelleren voortgang hebben, indien 
niet de talrijke aanvragen om inlichtingen en het geregelde 
bezoek van een aantal onderzoekers veel tijd in beslag namen. 
Vooral het op last van HH. Gedeputeerde Staten ingestelde 
onderzoek naar het eigendomsrecht van de zoogenaamde „pen- 
ning" ten noorden van Kroddeburen vroeg vele uren, doch 
leidde tot een volkomen bevredigend resultaat. Ik kan niet 
nalaten er op te wijzen, dat de reeds jaren lang bestaande 
kwestie zeker niet uit de wereld zoude zijn gekomen, indien de 
archieven van de zijlvestenijen ongeordend in de waterschaps- 



Digitized by 



Google 



346 

huizen waren gebleven. In deze pas aangeworven archieven toch 
werden de gegevens tot oplossing der kwestie gevonden. 

In het voorjaar van 1901 verzocht Mej. W. J. Canter Cremers 
alhier eenige uren per dag te mogen werkzaam zijn op bet 
archief met zoodanigen arbeid, als mij wenschelijk mocht voor- 
komen. Ik kende bij ondervinding de nauwgezetheid, welke den 
arbeid van genoemde dame kenmerkt uit de beschrijvingen der 
collecties munten, penningen en der historische en andere 
atlassen van het Museum alhier en had dus tegen deze mede- 
werking geen bezwaar. Nadat door Mej. Cremers een alpbabe- 
tischen index van eigennamen en zaken was gemaakt op de tien 
deelen der „Bijdragen tot de Geschiedenis en Oudheidkunde, 
inzonderheid der provincie Groningen, onder redactie van Acker 
Stratingh, Feith en Boeles", een index, welke bij historische 
studiën over dit gewest het onderzoek zeer vergemakkelijkt, 
werd het register, bevattende den korten en zakelijken inhoud 
der resolutiën van Burgemeesteren en Raad der Stad Groningen 
onder handen 'genomen. In het archief der Stad Groningen be- 
vinden zich n.1. drie deelen van bovengenoemd register, hetwelk 
plotseling midden in een deel op 22 September 1741 ophoudt 
Mej. Cremers maakt zich thans verdienstelijk met het voort- 
zetten van genoemd register en excerpeerde daartoe in hetafge- 
loopen jaar de resolutiën van 22 Sept. 1741 — 1 Januari 1750. 

Door den klerk, die mij voortdurend behulpzaam was met 
het definitief ordenen, verzorgen en bergen der archieven over- 
eenkomstig de inventarissen, welke in dit jaar totstandkwamen, 
werd het maken van een afschift der drie oudste registers van 
resolutiën van het Aduarderzijdvest (Zie Verslag 1899, blz. 362) 
voltooid. 

V. Opgave der in druk uitgegeven bescheiden^ behoorende 
tot het archief. 

Door Mr. J. G. C. Joosting te Assen werd in druk uitgegeven 
het in 1897 (Zie verslag 1897, blz. 283) in het provinciehuis te 
Groningen ontdekte charter van 1480 van de commanderij der 
Johanniters te Oosterwierum, zijnde een transsumpt van een 
aantal (meerendeels onbekende) pauselijke bullen, bevattende 
privilegiën voor de hospitaalridders van St. Jan te Jeruzalem. 
De heer Joosting voegde aan de uitgave van dit zeer belangrijke 
en omvangrijke <5harter toe de uitgave van twee andere charters 
van 1482 en 1486, eveneens behoorende tot het archief 
van bovengenoemde commanderij en strekkende tot verduide- 
lijking der beteekenis van het charter van 1480. De publicatie 



Digitized by 



Google 



347 

had plaats in het „Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis'* 
dl. I, afl. 3 Cs-Gravenhage 1901) blz. 275-313. 

In den Groningschen Volksalmanak voor 1902, blz. 137, werd 
door den druk openbaarheid gegeven aan de onder n^. 1 der 
in dit jaar geschonken handschriften vermelde „Waerschuwing". 

Overigens is het mij niet bekend, dat aan stukken uit het 
archiefdepót te Groningen in hun geheel door den druk open- 
baarheid is gegeven. Wel zijn natuurlijk, zooals bij het ruime 
gebruik, dat van de in het depot berustende bronnen wordt ge- 
maakt, is te verwachten, meer of minder groote aanhalingen en 
brokstukken in door onderscheidene schrijvers uitgegeven ver- 
handelingen opgenomen. 

VI. Aanwinsten en Verliezen. 

De aanwinsten waren : 

Handschriften. 

Door schenking: 

Van den heer H, van Santen, te ^s-Gravenhage : 

Eene „Waerschuwing" van den ontvanger B. Wichers te 
Baflo, dd. 21 Februari 1826, hoe zich te diens kantore te ge- 
dragen. 

Van dm heer J, H. van Denderen te Groningen : 

Resolutieboek van het bakkersgilde te Groningen, 3 Septem- 
ber 1781— ö November 1828. 1 deel. 

Van den heer D. SchoÜens Bosch, te Groningen : 

Een „brieve van bestellinge'' gegeven door Georg van Lalaing, 
Graaf van Rennen berch, als stadhouder, en Burgemeesteren 
en Raad van Groningen aan den hopman Pouwels van Blanck- 
vort „Co. Mat. scholt te Hardenberch" tot het oprichten van 
een „vendel goede Nederlandsche soldaten", 10 Maart 1580. 
(een charter). 

Door inbruikleengeving : 

Van hei Hoofdbestuur van hei Waterschap Old>amht : 

Het archief van het voormalige Termunter-zijlvest. (Zie het 
medegedeelde in Hoofdstuk IV.) 



Digitized by 



Google 



348 

Door aankoop : 
Geene. 

Boekwerken. 

Door schenking. 

Van Z. E. den Minister van Binnenlandsche Zaken : 

Middel-Nederlandsch Woordanboek van wijlen Dr. E. Verwijs 
en Dr. J. Verdam, dl. V, afl. 6, 7, 8 en 9. 

Derde Verslag van onderzoekingen naar Archivalia te Parijs, 
belangrijk voor de Geschiedenis van Nederland, op last der 
regeering ingesteld door G. Busken Huet. 's-Gravenhage 1901. 

Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven XXII, 1899, 
's-Gravenhage 1900. 

De Rijksarchieven te Roermond in 1899. 

Verslag van onderzoekingen naar archivalia in Italië, be- 
langrijk voor de Geschiedenis van Nederland, op last der 
regeering ingesteld door Prof. Dr. P. J. Blok. . 

Woordenboek der Nederlandsche taal van Prof. Dr. M. de 
Vries e. a. dl. VII, afl. 1, dl. III, afl. 11, dl. II, afl. 16, dl. 
XI, afl. 6. • 

Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van Geschiedenis 
en Kunst, XXII, 1899. 

Van de Commissie van Bestuur van het Provinciaal Museum nm 
Oudheden en Qeschiedh Voorwerpen in Drenthe : 

Het verslag van genoemde commissie over 1900. 

Van de erven van den heer James de Fremery door bemiddeling 
van den heer Th. Morren te] 's-Gravenhage : 

Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot het einde van 
het HoUandsche huis. Supplement bewerkt door James de 
Fremery. 's-Gravenhage 1901. 

Van den heer Oemeente-archivaris te Utrecht: 

Verslag over het voorgevallene in de gemeenteverzamelingen 
in 1900. 

Van den heer Directeur van het Munt- en Penningkabinei te 
^s-Gravenhage : 

Verslag over genoemd kabinet van het jaar 1899. 



Digitized by 



Google 



349 

Van het Q-emeeniébeêtuur win Groningen: 

V^erslag over den toestand der gemeente Groningen over het 
jaar 1900. 

Van den heer Gemeente-arehwarie te DordreM: 
Toestand van het archief der gemeente Dordrecht over 1900. 

Van den heer Commiaaarü der Koningin in de provincie Groningen: 

Verslag van den Toestand der provincie Groningen over 
het jaar 1900. 

Van den heer Gemeentearchivaris te Rotterdam: 

Verslag van de Commissie voor h^t archief der gemeente 
Rotterdam over het jaar 1900. 

Van het Oemeentébeetuur van Deventer: 
De cameraarsrekeningen van Deventer, bladw^zer 5^ II. 

Van het Gemeentebestuur van Leeuwarden: 

Tweede supplement op den catalogus der stedelijke Biblio- 
theek van Leeuwarden. Leeuwarden 1901. 

Van Mr, J. GJ C. Jooeting te Assen : 

Onuitgegeven pauselijke bullen, verleend aan de hospitaal- 
broeders van den H. Johannes te Jeruzalem, medegedeeld 
door Mr. J. G. C. Joosting. (Overdruk.) 

Van den heer Rijksarchivaris in Noordbrabant : 

Verslag omtrent de Oude gemeente- en waterschapsarchieven 
in Noordbrabant over de jaren 1899 en 1900. 

Jaarverslag met verslag der aanwinsten en verdere bijlagen, 
betreffende s Rijks Oud- en Nieuw Provinciaal Archief te 
's Hertogenbosch in 1900, door Mr. A. C. Bondam. 

Van den heer Rijksarchivaris in Noordholland: 

Inventaris van het Archief der Heerlijkheid en der gemeente 
Spanbroek. 



Digitized by 



Google 



. 350 

Van den heer Algemeenen Rijksarchivaris: 

Notulen der elfde bijeenkomBt der rijksarchivarisflen op 
Dinsdag 16 October 1900. 

Van den heer Rijksarchivaris in Over^sel: 

Doop- Trouw- en Doodboeken in de Burgerlijke en Kerkelijke 
Gremeenten in de provincie Overüssel benevens Overzicht van 
de Kerkelijke Arcnieven in die rrovincie. 

Overzicht der' Doop- Trouw- en Doodboeken berustende in 
het Oud-Archief der gemeente Zwolle. 

Door aankoop: 

Groninger Regeeringsalnmnak voor 1901. 

Groningsche Volksalmanak, Jaarboekje voor G^schiedeniB, 
Oudheid- en Taalkunde der provincie Groningen voor 1901. 

Mr. W. J. C. van Hasselt, Verzameling van Nederlandsche 
Staatsregelingen en Grondwetten. 6o druk. Schoonhoven. 189a. 

Jan Wagenaar, Vaderlandsche historie. Met alle vervolgen, 
79 deelen. 

Bijdragen tot de kennis der provincie Groningen en omge- 
legen streken. Deel I, 3*» en 4^* stuk. 

Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1901. 

Gesta abbatum orti sancte Marie, (jedenkschriften van de 
abdij Mariengaarde in Friesland. Uitgegeven door Aem. W. 
Wijbrands. Leeuwarden 1879. 

Acht geschriften betreffende de viering van den 300-jarigcn 
gedenkdag van den slag bij Heiligerlee 1868. 

Th. de Renesse, Dictionnaire des figures héraldiques, Tomé 
VI fase. I, II. 

De Wapenheraut, jaargang 1901. 

Eenige in de pamöettenverzameling ontbrekende Groninger 
pamfletten uit de jaren 1790—1797. 

De Navorscher, jaargang 1901. 

Dr. Adolph Hofmeister. Die Matrikel der Universitat Roatock 
IV, Rostock 1901. 



Digitized by 



Google 



351 

J. C. P. van Epen, Naamregister op het Stam- en Wapen- 
boek van aanzienlijke Nederlandsche familiën. Brussel 19Ö0. 

Dr. Otto Poese, Handschriflen-Konservirung, Dresden 1899. 

M. Pron, Manuel de paléographie. 2^ ed. Paris 1892. 

Prof. Dr. Ed. Heydenreich. Die Bedeutung der Stadtarchive, 
ihre Einrichtung und Verwaltung. Erfurt 1901. 

S. Blaupot ten Cate, Geschiedenis der Doopsgezinden in 
Groningen, Overijssel en Oostfriesland, 2 dln. 1842. 

M. Brouerins van Nidek, Analecta medii aevi, waarin de 
kronieken van Sicke Beninge. Sybe Jarichs en Tjalling Aykema, 
Amsterdam 1725. 

Westfalisches Urkundenbuch Bd. VII. Abth. 1. Munster 1901. 

Quedam narracio de Groninghe, de Thrente, de Covordia et 
de diversis aliis sub diversis Episcopis Trajectensibns ed. Mr. 
C. Pijnacker Hordijk. Utrecht 1888. 

Adriano Capelli, Lexicon abbreviaturarum, Leipzig 1901. 

Mr. J. A. Feith, Uit Groningen's Verleden, Groningen. 1902. 

E. W. Moes, Iconographia Batava, afl. 29 en 30. 

Verder werden eenige bladen ontvangen van de historisch- 
statistische kaarten van Nederland, waarop echter nog geene 
deelen van de provincie Groningen voorkwamen, waardoor 
van deze kaartramen nog geen gebruik is gemaakt. 



De verlieeen bestonden enkel in het afstaan van twee folio- 
handschriften, bevattende het ééne eene copie van het octrooi 
Ier West-Indische compagnie van 1621 met afschrift van eenige 
bijbehoorende stukken ; het andere eene verzameling gedrukte 
en geschreven stukken betreffende de West-Indische Compagnie 
in het algemeen en de Kamer van Stad en Lande in het bizonder 
?an 1682 — 1691. Deze handschriften werden ingevolge de mach- 
tiging van Uwe Excellentie dd. 20 Maart 1901, n*. 742, Afd. 
E« W. overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief te 's-Gra- 
venhage. 



Digitized by 



Google 



352 

VII. Uitslag der pogingen om afêchriften te verkrijgen wm beloMg' 

rijke onuitgegeven heseheiden, voor het archief vtm de provincie 

van gewicht en berustenae in andere binnen-^ en bwiten- 

landsche archieven. 

Dergelijke pogingen werden in 1901 niet aangewend. 

Vin. Gebnêik gemaakt van het archief door en inlichtingen ver- 
strekt aan autoriteiten en particulieren. 

Schriftelijke inlichtingen werden verstrekt aan: 

den Directeur van het Koninklijk Munt- en Penningkabinet te 
'e-Gravenhage, betreffende de muntvondeten in de provincie 
Groningen in het jaar 1900. 

Dr. Th. Haakma Tresling te Winschoten, betreffende genees-, 
heel- en vroedkundigen in de provincie Groningen in het begin 
der 19*« eeuw. 

Notaris Jhr. R. A. Quintus te Groningen, over de eigenaren 
en bewoners van een huis in de Poelestraat in de 17^® en 
18*« eeuw. 

Dr. A. Pekelharing te Groningen, omtrent de to^ankelijkheid 
der gemeentearchieven. 

H.H. Gedeputeerde Blaten der wovincie Groningen, betreffende 
een molencontract voor de Meednuizerpolder van 1809. 

Prof. Dr. Pavl Friderirq te Gent, betreffende aflaatbrieven uit 
de 14e, 15e en 16® eeuw, te Groningen bewaard. 



Mr. J. G. C. Joosting, a. Over de reformatie in de 15^« eeuw 
der Johanniter commanderij te Oosterwierum, h. Over het 
rentmeesterschap van Johan van Metelen te Groningen. 

Prof. Dr. H. C. Rogge te Amsterdam, over een in 1638 te 
Groningen gesloten huwelijk van Nic. Milander en madame 
de la Plate. 

Dr. KrumhhoUz, Königl. Staatsarqhivar te Munster i/W, be- 
treffende eene pauselijke bul van 1304. 

A. Meijer te Midwolde, over de betrekkingen tusschen het 
huis te Nienoord en de grietenij Vredewold. 

den Ambtenaar van het O. M. hij de kantongerechten te Groningen, 
betreffende de registratie door den prefect van de Westereems 



Digitized by 



Google 



868 

ran het bij Statenresolutie van 7 Februari 1793 vastgestelde 
tarief van tolgelden te hefifen bij de Eekwerderklap onder Wir- 
dam en van die bij de Noordhornergadraaibrug. 

Frof. Oearg Schans te Würzburg, over de ontwikkeling der 
collaterale successie in de provincie Groningen gedurende de 
17*« en 18*® eeuw. Hem werd ook eene Duitsche vertaling van 
de ordonnantie van 16 Januari 1793 toegezonden. 

ü. H. van Notten te Nieuwersluis, betreffende Unico Wilkens 
in de 18**® eeuw te Groningen. 

Den Rentmeester der Stadshezittingen te Groningen, over de 
registratie door den prefect van de Westereems van de heflBng 
der sluisgelden in de bezittingen der stad Groningen, ingevolge 
het Keizerlijk decreet van 11 October 1811. 

Dr. C Hofstede de Groot te 's-Gravenhage, omtrent de familie 
Gerlacius. 

H.H. Gedeputeerde Staten der promncie Groningen, omtrent het 
eigendomsrecht van de zoogenaamde „penning" ten noorden van 
Eioddeburen aan den Stadsweg gelegen. 

H. Broekema te Schildwolde, over het recht van vrije scheep- 
vaart voor de ingelanden van het Woldzijlvest langs de Groeve 
door het Eemskanaal. 

Den Rijksarchivaris in Overijssel, betreffende de familie Werndley. 

Dr. H. T. Colenbrander te 's-Gravenhage, betreffende tekst en 
z^el van eene oorkonde van 1 Februari 1342. (Oorkondenboek 
van Groningen en Drenthe n®. 367). 

E. W. Moes te Amsterdam, over eenige 17® eeuwsche schilders, 
die te Groningen hebben gewoond. 

/. W. Enschedé te Haarlem, over het door Hemony aan Gro- 
ningen geleverde klokkenspel. 

M. H. H, Michelsj gemeente-archivaris te Venlo, over de 
familie Everwijn of Eberwein. 

Dr, E. Brugvnans te 's-Gravenhage, over het illumineeren van 
handschriften in het klooster te Selwerd. 

Dr. W. Stein te Breslau, over eenige plaatsnamen en lokale 
uitdrukkingen in een brief van 23 Februari 1464 van' Bremen 
aan Groningen. 

(1901) 23 



Digitized by 



Google 



354 

Jhr, Mr, J. JE. A, van Panhuys te de Leek, voor wien uit 
wapens op oude portretten geplaatst de voorgestelde personen 
werden bepaald. 

H. Petitpied, vice-concul van Frankrijk te Amsterdam, over de 
prefecten of burggraven en het wapen van Groningen. 

J, A, R. Kymmdl te Assen, over eenige l?** eeuwsche brieven 
van Drenthen in het archief te Groningen berustende. 

Den Hoofdcommies^ Chef der ée Afdeeling Prov. griffie te (jto- 
ningen, betreffende een plan van indijking van den Noordpolder 
in 1811. 

Prof Dr, Richard Ehrenbera te Rostock, over het verblijf van 
graaf Clancarty op het eiland Rottum. 

Mr. A. W. Romkes te Groningen, over een in 1798 door de 
kerkvoogdij te Noordbroek gesloten contract betreffende de ver- 
plichting tot het onderhoud der scholen aldaar. 

J. E. N. van Dompseler te 's-Gravenhage, betrekkelijk de 
familie van Dompseler. 

H. Reimersj cand. theol. te Aurich, over handschriften van 
Ubbo Ëmmius. 

Verder werden nog handschriften van verzegelingen, meeren- 
deels bekleracontracten, verstrekt aan de heeren notarissen 
M. Wiertaema te Groningen, Mr. W. A. Offerham te Nieuwolda, 
if. Zeven te Wildervank, J. J. Offerhaus en O. Fontein te Win- 
schoten, W. Koning te Zuidhorn en de heeren Jhr. Mr. E. 
Tjarda van Starkenborgh te Groningen en P. M. Bob te Zijldijk. 
Voor deze afschriften werd aan schrijfgelden ontvangen ƒ9.40, 
welke bij den rijksbetaalmeester zijn gestort. 

Stukken, behoorende tot het Rijksarchiefdepót te Groningen, 
werden op verlangen toegezonden aan: 

Mr, G, P. L. Rutgera te Zwolle, die in het Rijksarchief aldaar 
ter bestudeering ontving het h. s. genealogie Kipperda (Huis- 
archief Farmsum no. 942). 

Mr. JordenSj kantonrechter te Zwolle, die in het Rijksarchief 
aldaar ter inzage verkreeg een aantal oude kaarten van de 
provincie Groningen. 



Digitized by 



Google 



365 

Mr. J. &. C. Joosting, die in het gemeente archief te Knmegen 
Ier collationneering ontving de door hem uitgegeven charters 
der oommanderij te Oosterwierum (Zie boven sub V). 

Wederkeerig werden aan het Rijksarchief in Groningen de 
navolgende stukken toegezonden om in de werkkamer van het 
archiefgebouw te worden bestudeerd: 

ten behoeve van Dr. L. Franken te Nieuwe Pekela : 

van het Algemeen Rijksarchief te 's-Oravenhage: 
Stukken betreffende convooien en licenten uit het archief 
Oldenbameveld. 

ten behoeve van den heer J. Huges, litt. neerl. docts. te 
Groningen : 

van het Algemeen Rijksarchief te VGravenhage : 
Secreete resolutiën van de Staten-Generaal van de jaren 1733, 
1734, 1735, alsmede Missives van gezanten aan den raadpen- 
sionaris Van Slingeland 1727—1736. 

ten behoeve van Dr. J. A. Worp te Groningen : 

van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage : 
Recherches Historiques concernant les Chambres de Rhéto- 
rique établies dans les Pays-Bas. 

ten behoeve van Prof. Dr. O, H. TA. -Bu«scmaier te Groningen : 

van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage : 

De onderschepte brieven van den Pranschen gezant d'Affry, 

alsmede de secreete resolutiën der Staten-Generaal van de jaren 

1755_57. 

ten behoeve van Frof. Mr, J. Domela Nieuwenkuis te Groningen : 

van het Rijksarchief te Utrecht : 

het hs. van Amold van Buchell, bevattende aanteekeningen 
van de vergaderingen der regenten van het tuchthuis te Utrecht 

ten behoeve van Dr. I. Mendels te Groningen : 

van het Algemeen R^ksarchief te 's-Gravenhage : 
Een aantal stukken uit de verzameling van Maanen (vermeld 
onder de aanwinsten van 1900). 

ten behoeve van den heer A. J. van der Meulen^ litt. neerl. 
doctB. te Sneek : 

van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage : 

Stakken uit het archief van den raadpensionaris Van de 



Digitized by 



Google 



856 

Spiegel, alsmede de secreete notulen der Staten-Generaal van 
1787 en 1788. 

Het archief werd persoonlijk bezocht en de daar aanwezige 
stukken geraadpleegd door de genoemde heeren, te wier behoeve 
stukken waren overgezonden, alsmede door de heeren : 

P, R. Bos te Groningen, voor een onderzoek naar den loop 
der bevolking in het begin der 19e eeuw in de provincie Gro- 
ningen en van enkele steden en dorpen daarin gelegen. 

A, J. Smith te Groningen, die eene studie maakte van de 
aanwassen en inpolderingen van de provincie Groningen. 

Mej. W. J. Canter CremerSj die een index op enkele boeken 
samenstelde en een verkorte inhoudsopgave van de Raadsreso- 
lutiën sedert 1742 vervaardigde. 

R. R. Sijkens te Groningen, die een onderzoek instelde naar 
het lager onderwijs in de provincie Groningen, ten tijde iet 
regeering van Koning Lodewijk. 

Mr. H. D, Ouyot te Groningen, voor een onderzoek naar eenige 
te Groningen gewoond hebbende réfugiés en over het proces van 
G. H. ten Berge in 1685. 

Prof, Mr. J. Domela Nieuwenhuis te Groningen, in zake oude 
tuchthuisreglementen van het Provincaal tuchthuis van Gronin- 
gen en elders. 

Prof. Dr. C. H. TL Bu88emaker te Groningen, voor een 
onderzoek naar de stipendia der Hongaarsche studenten aan de 
hoogeschool te Groningen. 

E. van Mesdag, cand.-notaris te Groningen, voor een onder- 
zoek naar een erfdienstbaarheid onder Haren, vermeld in een 
stokleggingsbrief. 

O. Snel^ Ie luitenant der infanterie, die zijne krijgsgeechied- 
kundige nasporingen voortzette. 

P. M. Bos te Zijldijk, die de beklembrieven van het Zandster- 
voorwerk onderzocht. 

P. H. Meekhoff Doortibosch jr. te Baflo, voor een onderzoek naar 
het geslacht Jarges en onderscheidene kleine onderzoekingen. 

Mr. C: P. L. Rutgers te Zwolle, die leden van het geslacht 
Ripperda naspoorde en de krijgsbedrijven van Rabenhaupt aan 
eex)i onderzoek onderwierp. 



Digitized by 



Google 



357 

Conrad Meijer, litt. neerl. cand. te Groningen, die in de Resolutiën 
der Staten-Generaal uit het midden der 18e eeuw een onder- 
zoek deed. 

F. Ludwigs, theol. cand. te Utrecht, voor een onderzoek in de 
Synodale acten van Stad en Lande, betrefifende de verbetering 
der kerkgezangen in het einde der 18e eeuw. 

Dr. J, Bergima te Groningen, voor een onderzoek omtrent' de 
leden van het geslacht Ubbena. 

/. W, Enschede te Haarlem, voor een onderzoek omtrent in 
het archief aanwezige musicalia. 

Mr. J. M. A. BoelanU te Groningen, die een onderzoek in- 
stelde, welke tollen, weg- en bruggelden enz. ingevolge het Kei- 
zerlijk decreet van 21 October 1811 door den Prefect waren 
bevestigd. 

W. Nieland en P. Nieland te Wirdum, voor een onderzoek 
betreffende de Eekwerderklap. 

Dr. C. Mensinga te Zwolle, die inlichtingen vroeg omtrent de 
oudste kaarten van Stad en Lande. 

Dr. T. J. de Boer te Groningen, die inzage nam van het 
handschrift van den hoogleeraar Paulus Hulsius. 

Mr. 8. Oratama te Rotterdam, die enkele handschriften raad- 
pleegde betrekkelijk de totstandkoming van den Nieuwjaarsstijl 
m de provincie Groningen. 

C. H. van Fenema te Groningen, die genealogische onderzoe- 
kingen instelde betreffende de familie Van Fenema. 

/. H. Goêsea litt. neerl. doet. te 's-Gravenhage, die onderzoe- 
kingen deed betreffende de buurmande te Groningen. 

Jhr. Mr. J. F Lewe van Nijenatein te Groningen, die een 
onderzoek instelde naar de bewoners van verschillende Omme- 
lander kasteelen in .de 17® eeuw en eene genealogie van het 
geslacht Lewe samenstelde. 

D. H. Blaupot ten Cate, civiel-ingenieur te Groningen, voor 
een onderzoek naar de ontwikkeling der kanalen in de provincie 
Groningen in de 19* eeuw. 

G. Reinders te Groningen, voor eene studie omtrent het type 
van vee in de Ommelanden en rondom de stad Groningen in 
vorige eeuwen. 



Digitized by 



Google 



358 

H, W. C. Wolthers te Groningen, die zich bezig hield met 
het vervaardigen van eene genealogie van het burgemeesterlqk 
geslacht Wolthers te Groningen. 

Ook nu werden bovendien van allerlei personen, die zich 
daartoe aanmeldden, korte inlichtingen verstrekt, veelal van 
genealogischen of heraldieken aard, veelal betreffende de numis- 
matiek of oudheidkunde, nog meer in zaken van beklemrechi 

IX. Uitkomst van de bemoeiingen met gemeente- en 
waterschapaarchieven. 

Betreffende gemeentearchieven hadden in 1901 geene be- 
moeiingen plaats. Betreffende de bemoeiingen met waterschape- 
archieven is een en ander medegedeeld in hoofdstuk IV. ik 
kan hier nog bijvoegen, dat door mij pogingen zijn aangewend 
tot het verkrijgen van een oude kaart van de noordelijke kost 
met bijbehoorende streken van de provincie Groningen, berus- 
tende in het archief van het betrekkelijk nieuw opgerichte 
waterschap De Oostpolder te Uithuizermeeden. Op mgn vensoek 
werd afwijzend bescnikt. 



Groningen, 4 Februari 1902. 



De Rijksarchivaris in Groningen^ 
J. A. Peith. 



Digitized by 



Google 



369 



Het Ryksarchief in Drenthe. 

I. Toestand der bewaarplaats van het archief» 

Niet meer behoeft er gevraagd te worden: „Wachter, wat is 
„er van den nacht?" „Het daghet in het Oosten" is vervangen 
door den vollen dag: het rijksgebouw voor de bewaring van 
's rijks archieven in Drenthe is in gebruik genomen. De boven- 
woning aan den Noordersingel, hoewel in sommige opzichten 
f(een ongeschikt verblijf, is vervangen door een fraai ingericht, 
brandvrij gebouw, dat eenige menschenlevens lang zijne functiën 
zal kunnen vervullen. 

Bij schrijven van Uwe Excellentie dd. 17 Augustus 1901 N^. 
1871* Afdeeling K. W. werd mij medegedeeld, dat het gebouw 
te mijner beschikking zou worden gesteld. 23 Augustus d. a. v. 
had oe overdracht plaats, op proces-verbaal. 

Nu ik mijn verslag schrijf heb ik reeds gedurende enkele 
maanden nader kennis gemaakt met het nieuwe gebouw ; ik kan 
dus reeds eenigermate oordeelen over zijne deugden en gebreken, 
voor zooverre mijne ervaringen tot nu toe strekken. En het ver- 
heugt mij ten zeerste, in hoofdzaak niet dan aangename onder- 
vindingen te kunnen mededeelen. 

Het depot zelf schijnt droog te zijn, althans geen spoor is 
ontdekt van het tegendeel; de verwarming is daar voldoende 
bij vorst, helder licht geeft groot gemak bij het nazien van 
stukken ter plaatse. De inrichting is zeer doelmatig, doordat 
dit gebouw het jongste is en daarbij konden benuttigd worden 
de ervaringen, omtrent de oudere depots opgedaan. Voor zoover 
thans reeds een oordeel kan worden geveld, zal het aan alle 
eischen voldoen. 

Verbonden met het depot doch zelfstandig staat daarnaast een 
ander gebouw, waarin de bureaux van het rijksarchief zijn 
gevestigd op de bovenverdieping, terwijl de gelijkvloersche 
vertrekken zijn ingericht tot museum. In de kelders is gelegen- 
heid de brandstoffen te bergen, terwijl zich daar ook bevinden 
de toestellen voor de centrale verwarming van het depot en het 
moBeum. Hierdoor is dus het depot zelf volkomen brandvrij. De 
buieaux geven niet alleen een fraaien indruk, maar zijn ook 



Digitized by 



Google 



360 

practisch in het gebruik. Ook in dit opricht zijn geen wen- 
schen te uiten, behalve dat op de zaal voor de bezoekers met 
moeite een bij vorst voldoende warmte is te verkrijgen. Het 
verplaatsen van den kachel bracht reeds eenige verbetering aan; 
zoo noodig zal verdubbeling van den pijp daarbij worden aan- 
wend; mocht ook dit niet helpen, dan zal een kachel, die meer 
warmte uitstraalt dan de tegenwoordige gewenscht zijn. 

Hieraan verbind ik terstond de bespreking van het andere 
euvel. Zoowel in den ouden kloostergang als in den bovengang 
zijn ernstige lekken geweest. Waarschijnlgk is hieraan scnnld 
de zwakke helling der leien daken, waardoor de wind, de leien 
oplichtend, aan regen of sneeuw gelegenheid gaf tUBSchen de 
naden van het hout hun vocht naar binnen te doen vloeien. Ook 
kunnen iiskegels, van de hoogere goten vallende, leien breken. 
Bepaald ninderlijk is dit gebrek niet, doch eenige voorriening 
is hierin waarschijnlijk niet ongewenscht. De betrokken opzichter 
van 's rijks gebouwen, wien ik erover sprak, was van oordeel, 
dat een planken mantel in den winter wellicht goede diensten 
zou bewijzen. 

Sporen van vocht zijn in de bureaux niet aan te wijzen. 
Wanneer in de eerste jaren behoorlijk wordt gestookt, zal ook 
bij regelmatig doorstoken later geen vrees daarvoor behoeven te 
bestaan. 

Uit dit een en ander, ervaringen opgedaan juist niet in het 
voordeeligst jaargetijde, blijkt, dat ik terecht mijne ingenomen- 
heid mocht uitspreken over de ingebruikneming van het rijks- 
gebouw. 

Zoo spoedig mogelijk werd na de overdracht de bovenwoning 
door mij ontruimd en het nieuwe gebouw betrokken. De tijd 
van het jaar was voor die verhuizing zeer geschikt, slechts 
zelden bracht het weer verhindering aan, zoodat vrij geroeid 
kon worden voorl^ewerkt. De dagen, waarop regen het vervoer 
belette, konden worden gebruikt voor het opnijschen der stukken 
naar de bovenste verdieping van het depot, die, als op dezelfde 
hoogte gelegen als de bureaux, het eerst door mij werd m gebruik 
genomen. Voor de toewijding bij die verhuizing betoond door 
den tijdelijken bode R. Visser komt hem een woord van waar- 
deering toe. Doch verder moet ik ook met erkentelijkheid gewBg 
maken van de groote welwillendheid van den griffier der 
arrondissements-rechtbank alhier Mr. A. W. baron van Imhofi, 
die een zijner klerken toestond mij vele dagen bij het transport 
hulp te verleenen ; met ijver heeft J. Boxma zich van rijne 
taak gekweten. In verband met die overbrenging werd door het 
rijk de huur van de bovenwoning geëindigd met 1 November 



Digitized by 



Google 



361 

1901 ; doch de eigenaar, de heer W. Somer, was zoo vriendelijk 
toe te staan, dat de meubels, die niet zouden worden mede- 
genomen naar het rijksgebouw, ter plaatse zouden blijven staan, 
totdat de verkoop ervan kon plaats hebben. Van alle zijden 
heeft men dus de overbrenging gemakkelijk gemaakt. 

De museum-zaal en de oude kloostergang, benevens eene groote 
kam^ gelegen onder de archiefbureaux, zün tegen zeer matige 
huur in gebruik gegeven voor het provinciaal museum in Drenthe, 
dat vroeger ook aan den Noordersingel de gastvriiheid van het 
rijk genoot In verband met dit vernieuwd blijk van welwil- 
lendheid tegenover het museum werden door Uwe Excellentie 
Gedeputeerde Staten dezer provincie opmerkzaam gemaakt op 
het gewenschte, dat eenige archivalia in het museum aanwezig 
almog zouden worden a&estaan aan het rijk. Naar mij is ver- 
zekerd zijn de onderhandelingen hierover nog niet tot een ge- 
wenscht einde gebracht. Toch mag de verwachting worden 
uitgesproken, dat de groote tegemoetkoming van het rijk zal 
worden op prijs gesteld en de afstand der archivalia zal volgen ; 
te meer waar deze stukken voor het museum zonder groote 
waarde zijn en een aanzienlijke geldelijke vergoeding door Uwe 
Excellentie werd aangeboden. 

De vraag der museum-commissie, aan Uwe Excellentie door 
Gedeputeerde Staten overgebracht, om een sleutel van de buiten- 
deur van het archief te ontvangen, werd door U ontkennend 
beantwoord, uit overweging, dat de volle verantwoordelijkheid 
voor het gebouw gelegd was op mijne schouders. Zulk eene 
verantwooming te doen deelen door meerderen zou immers 
eigenaardige moeilijkheden kunnen opleveren. Bovendien kunnen 
de leden der commissie gedurende den bureautijd steeds het 
museum bezoeken, terwijl hun daarbuiten zoo mogelijk ook de 
gelegenheid zal worden verschaft. Meer resultaat kan niet worden 
bereikt, zelfs al bezat buiten mij nog één der commissieleden 
een sleutel, terwijl alle verantwoordelijkheid dan zou vervallen. 

De overbrenging der oudheden van den Noordersingel naar 
het nieuwe gebouw heeft plaats gehad onder toezicht van den 
tijdelgken b^e van het archief, die tevens de commissie ter 
tijde staat. Waar de amanuensis toen met langdurig verlof af- 
wezig was, ontriefde mij dit natuurlijk zeer; ik meende echter 
der oommissie geen beter bewijs te kunnen geven van mijne 
gevoelens voor het museum. Daarom heb ik ook den bode vele 
dagen laten werken aan de ordening in het museum, die nu nog 
slechts wacht op een paar kasten en eene bespreking der com- 
missie omtrent de plaatsing van eenige voorwerpen, om geheel 
voltooid te zijn. Dan zal ook het publiek zich kunnen overtuigen 



Digitized by 



Google 



van de groote verbetering, die het rijk door de stichting van dit 
gebouw heeft aangebracht voor de bewaring van archief en 
muBeum. 

II. Toestand der reddings- en hrandbluschmiddden. 

Voor zooveel noodig werd de bliksemafleider nagegaan, om 
vast te stellen, dat zijne werking niet gestoord was. De overige 
benoodigheden blijven in goeden staat verkeeren, zij werden 
medegenomen naar het rijksgebouw, al is het onwaarschijnlgk 
dat zij daar noodig zullen zijn. Nieuwe voorwerpen behoefden 
niet te worden aangeschaft. 

Het nieuwe gebouw is voorzien van 11 bliksemafleiders, 2 
brandkranen (1 boven en 1 beneden), branddeuren sluiten het 
depot af, ijzeren luiken waarborgen tegen brand-invloeden van 
buiten, de muren zijn solied (65 k 85 c.M. dik^. Zooveel mogelijk 
zijn dus voorzorgsmaatregelen genomen voor ae veiligheid. 

III. Toestand der archiefverzamelingen. 

Evenmin als ten vorigen jare zijn hieromtrent belangrijke 
bizonderheden te vermelden. In het begin van het jaar kon de 
bode zijn tijd geven aan het binden van boeken, die herstel- 
ling behoefden, aan het vervaardigen van portefeuilles ens. 
Later was het noodig reeds enkele voorbereidende maatregelen 
te nemen met het oog op de te verwachten verhuizing. Met 
open ramen werd alles flink uitgeklopt, afgestoft en voor zooveel 
noodig door steviger touw of lint verzekerd tegen uiteenvallen 
bij eenigszins haastig aanvatten. Sommige serieën werden nog 
genummerd. Zoodoende kon de verhuizing met een genist hart 
worden tegemoet gezien. Zij is inderdaad afgeloopen, zonder dat 
er onheilen of minder gewenschte eventualiteiten met de stuk- 
ken zijn voorgevallen. Én thans, nu in het nieuwe gebouw de 
stukken geborgen zijn, blijkt ook, welk eene groote verbetering 
dit voor de orde is. Het is thans voor het eerst mogelijk, de 
archieven in een goede volgorde te plaatsen, wat vroeger door 
het gebonden zijn aan de beschikbare ruimte in allerlei kamertjes 
niet doenlijk was. Thans zal ook meerdere zorg kunnen aange- 
wend worden voor eene nette verzorging der archivalia, die met 
het oog op de verhuizing zooveel mogelijk was uitgesteld. 
Telkens na afwerking van een archief zal nu beter dan vroeger 
ook de materieele toestand eene verbetering ondergaan, die 
blijvend kan zijn. 



Digitized by 



Google 



IV. Bsrwmed, 

In het afgeloopen jaar bleek de noodzakelijkheid, dat de amanu- 
ensifl, de heer J. A. R. Kymmell, niet langer aan het archief ver- 
bonden bleef. Op mijn voorstel werd hem echter, op zijn verzoek, 
met ingang van 15 Februari 1902 eervol ontslag verleend. 

V. Werhiaamheden en voortgang der inventarisatie en der 
ordening van het archief. 

Het behoeft wel niet in den breede te worden betoogd, dat 
de omstandigheden van het afgeloopen jaar haren invloed heb- 
ben doen gevoelen op de werkzaamheden der inventarisatie. 
Een groot deel toch van den tijd, die niet in beslag werd ge- 
nomen door de overbrenging der archieven en hunne ordening 
in het nieuwe gebouw, moest worden besteed aan de voorbe- 
reiding dier verhuizing. De verhuizing en opstelling zelve kostte 
natuurlijk mijn geheelen tijd. Evenals in ae vorige jaren heeft 
ook in het afgeloopene de noodzakelijkheid, om mij niet te 
bepalen tot één archief doch aan meerdere tegelijk te werken, 
eenigen invloed doen gevoelen. Ten zeerste zou het mij daarom 
verheugen, wanneer dit voortaan niet het geval behoeft te zijn. 
omdat dit zoowel het werken veraangenaamt als den voortgang 
der inventarisatie bevordert. 

Aan de archieven van Ridderschap en Eigenerfden en van 
Drost en Gedeputeerden en de besturen en personen, die hunne 
functiën na 1795 hebben waargenomen, konden verscheidene 
dossiers worden toegevoegd, ook enkele stukken in serieën 
worden ingelascht. De regeling dezer archieven is thans voor 
Ve gereed, doch zal nog veel tijd kosten, omdat het residu, dat 
te regelen blijft, alleen uit losse stukken bestaat. Wel zijn daar- 
onder zeer vele brieven, die in eene der gevormde serieën be- 
hooren te worden ingevoegd, doch zekerheid daaromtrent kan 
slechts met zeer veel moeite verkregen worden. Reeds in mijn 
vorig verslag wees ik erop, hoe geen dossier mag ontbloot 
worden van de daarbij behoorende brieven en dat dus telkens 
moet worden vastgesteld, welke brieven naar de serieën moeten 
worden overgebracht. Waar nu eene serie brieven van de 
Staten-Generaal . eene lacune vertoont van 81 jaren, die nog uit 
verschillende bundels en later gevormde dossiers bijeen moeten 
gebracht worden, daar blijkt tevens van den omvang der te 
verrichten taak. En toch is deze arbeid noodzakelijk, omdat 
men niet een brief, die over verschillende zaken handelt, kan 
leggen in een dossier over ééne dier zaken en in de dossiers 
betreffende de andere zaken een briefje met verwijzing naar het 
bewuste dossier. 



Digitized by 



Google 



364 

Het is te verwachten, dat wanneer alle brieven, die tot serieën 
moeten worden vereenigd, aan de bundels en dossiers ontnomen 
zijn, de alsnog te regelen stukken teruggebracht zullen zijn tot 
ongeveer drie vierde of minder; eene juiste grens is hier uit den 
aard der zaak niet te geven, doch eene zeer belangrijke reductie 
mag worden verwacht. 

Bij voortduring blijven de oude inventarissen goede diensten 
bewijzen. Voor de reconstructie van de Staten-archieven tot 
1800 zijn zij van bizondere waarde, iets waarop ik reeds vroeger 
de aandacht vestigde. 

Voortgezet werd de regeling der rechterlijke archieven, be- 
paaldelijk van die der Schulteugerechten. Hierbij deden dch 
eigenaardige belemmeringen voor. De registratie der acten hing 
indertijd geheel af van het belang, dat partijen of een harerbq 
registratie meenden te hebben. In tegenstelling met hetgeen 
elders geschiedde, heeft daardoor de inboeking in Drenthe zeer 
ongeregeld plaats gehad. Sommige acten werden eerst ingeschre- 
ven eene halve eeuw, nadat zij waren verleden. Zoodoende moe- 
ten de registers geheel worden nagegaan ter vaststelling van de 
data der geboekte acten, een werk, dat niet bezwaarlijk is, doch 
evenmin kan gezegd worden opwekkend te zijn en dat zeer veel 
tijd kost. Dit is grootendeels afgeloopen. Wat de losse stukken, 
van de schuitengerechten afkomstig, betreft, deze bevatten 
meermalen in een pak elementen van verschillende afkomst, 
die dus ook uitgezocht en afzonderlijk beschreven moeten wor- 
den. De stukken ouder dan 1810 zijn over het algemeen stukken 
ter registratie ingezonden bij den schulte. Vooral met betrek- 
king tot schuldbekentenissen werd deze gewoonte gevolgd, wan- 
neer de schuld betaald was en de acte dus moest worden geroyeerd; 
de schuldeischer had geen belang bij de acte en liet haar achter 
bij den schulte, terwijl de schuldenaar, op grond van het royement 
en misschien van eene kwijting, onverschillig schijnt te ziin ge- 
weest omtrent het al of niet voortbestaan van zijn „handschrift". 
Sedert 1810 zijn voor de meeste schuitengerechten aanwezig de 
minuten van de acten van vrijwillige rechtspraak, doorgaans 
vergezeld van lijsten, al of niet gesplitst naar de soort dier 
acten. In hoofdzaak mag dit worden aangenomen, al komen uit- 
zonderingen veelmaals voor. Immers, nadat iji 1805 het zegel 
voor de onderhavige acten ook in Drenthe was ingevoerd ge- 
worden, was de schulte verplicht den ambtenaar, met de con- 
trole belast, inzage te geven van de acten. Zoo bestaan van 
eenzelfde acte meerdere exemplaren, op verschillende tijden 
ter controleering aangeboden. Nu schijnt het aan geen twijfel 
onderhevig, dat slechts één exemplaar en wel de minute be- 
stemd was om deel uit te maken van het archief van het 



Digitized by 



Google 



365 

scbultengerecht, terwijl daarentegen de afschriften vervaardigd 
zullen zijn geweest ten behoeve van partijen. Enkelen van hen 
waren misschien niet actief of meenden genoeg zekerheid te 
hebben, dan dat zij de kosten van het afschrift ervoor over 
hadden; zoo kunnen deze stukken in een archief zijn achter* 
gebleven. 

Het ordenen en beschrijven dezer losse stukken is op een 
paar portefeuilles na gereea, zoodat dan de archieven der schui- 
tengerechten in Drenthe geregeld zijn. De rechterlijke archieven 
zijn dan beschreven behalve een rij portefeuilles, wier inhoud 
vermoedelijk tot enkele serieën zal terug te brengen zijn. 

In den tijd, die mij ter beschikking overbleef, nam ik de 
regeling ter hand van het archief der abdij te Assen. Omtrent 
de saecalarisatie van hare goederen heeft wijlen de provinciale 
archivaris J. S. Magnin reeds mededeelingen gedaan (1); aan 
Drost en Gedeputeerden werd het opzicht en de administratie 
ervan toevertrouwd: „ende welverstaende, datt beide juffrouwen- 
„stiften (2) sullen blyven ende gehouden worden in wesen ende 
„datt uuiitte voerseyde giestelicke goederen betaeltt sullen mee- 
nten worden de alimentatien" (3). Om naar behooren hieraan te 
voldoen moesten zij ontvangen de archieven der beide abdijen; 
groote moeite veroorzaakte hierbij de weigerachtigheid, die men 
te Dikninge ondervond, te Assen schijnen geene bezwaren te 
zijn gerezen. In verband met den gestelden eisch werd voor 
i^ere abdij een rentmeester aangesteld, die geheel als ambtenaar 
der Staten werd beschouwd, zijne aanstelling van de regeering 
van het landschap ontving, aan haar rekening en verantwoor- 
ding deed, zij het dan ook dat in den beginne b^ het afleggen 
dier rekening ook geestelijke zusters tegenwoordig waren. Sedert 
dien tijd is er dus niet meer sprake van een archief der abdij 
te Assen ; hetgeen daarna bewaard is gebleven vormt een deel 
van het archief der Staten of Gredeputeerde Staten van Drenthe; 
voor zooverre er misschien niet een archief van den rentmeester 
van Assen, zooals de bewuste ambtenaar werd genoemd, heeft 
bestaan. 

In de meergemelde oude inventarissen zijn de archieven der 
beide abdijen slechts met enkele woorden vermeld ; alle speci- 
ficatie der stukken ontbreekt. De inventaris dd. 1627, die meer- 
dere stukken niet noemt, welke toch toen aanwezig zijn geweest. 



(1) J. S. Hagnin, De voormalige kloosters in Drenthe, 2e druk. Heerenveen, 
1846, blz. 258 volg. 

(2) NL te Assen en Dikninge. 

(3) Instructie dd. 1601 voor het College van Gedeputeerden voor de land- 
schap Drenthe, art. iX. 



Digitized by 



Google 



866 

noemt wel rekeningen door den rentmeester van Assen aan het 
landschap afgelegd, maar niet het oude archief. De inventariB 
dd. 1679 is zeer kort in bare beschrijving. In verband met ,4^ 
,.invasie der vijanden in den jaere 1665 ende 1672" warenmassa's 
archivalia in kisten gepakt en zoo buiten Assen in veiligheid 
gebracht, om later weer naar Drenthe's hoofdplaats temg te 
keeren. Zoo was „G" later „H*', de „kiste voor Dickninge ende 
„Assen". Behalve het archief der eerstgenoemde abdij bevonden 
zich verder daarin : „2 aen d' zuytzijde nae de deur d' stucken, 
„brieven, blaflfaerts van Assen". Deze omschrijving, die uiteret 
vaag is, werd eerst in 1829 verbeterd, doordat Magnin alle 
stukken in regest in zijn inventaris opnam. Toch wijzen die 
enkele woorden aan, dat er sedert archivalia zijn verloren g^aan. 
Immers aannemende, dat de term „stucken" aanduidt de papieren, 
documenten en „brieven" de charters van het archief der abdq, 
dan blijft onverantwoord „blaffaerts", zulke registers zijn thans 
niet meer aanwezig. Te betreuren is dit vooral hierom, omdat 
van de losse „stucken" en „brieven" allicht eeniffe in verloop 
van tijd zijn verloren gegaan ; de „blaffaert" had dus zijn plicht 
kunnen doen, door zulke stukken voor ons te bewaren. Waar 
de „blaffaerts" zijn ondergegaan, mag worden aangenomen, dat 
ook verscheidene charters en stukken dienselfden weg zijn 
opgegaan. 

De inventaris begeleid door een regestenlijst is gereed, reeds 
in het net geschreven en behoeft nog slechts te worden gecol- 
lationeerd. 

VI. In druk uitgegeven bescheiden behoorende tot het archief. 

Ten behoeve van enkele opstellen in den Drenthschen Volks- 
almanak voor 1901 is gebruik gemaakt van bescheiden in mijn 
depot. Verder zijn, voorzooverre mij is bekend, geene bescheiden 
door den druk bekend gemaakt. 

VII. Aanirinsten en verliezen. 

In vorige verslagen kon ik mededeelen, dat verschillende be- 
sturen der Nederduitsche Hervormde kerk hunne archieven of 
het oudste gedeelte daarvan in bruikleen hadden aangeboden 
aan het rijk ter bewaring in het Drenthsch dep6t. Ik had de 
hoop gekoesterd, dat de ingebruikneming van het rijksgebouw 
aanleiding zou hebben gegeven, dat ik wederom de aanwinst 
van een kerkelijk archief kon vermelden, doch zie mij daarin 
teleurgesteld. Wel heeft de secretaris van het Provinciaal College 
van Toezicht mij een paar malen verzekerd, dat het archief van 



Digitized by 



Google 



367 

dat college op zeer onvoldoende wijze bewaard werd. Daarop 
was mijne verwachting, ook het oudste gedeelte van dit archief 
ia bruikleen te verfaijgen, gebouwd. In verband met hetgeen 
ik omtrent de tegenwoordige biewaring van den secretaris vernam, 
meen ik te mogen hopen, dat eene plaatsing van het archief in 
het nieuwe brandvrije depot niet lang meer op zich zal laten 
wachten. Althans wanneer niet door de verschillende besturen 
in de Nederduitsch Hervormde kerk maatregelen worden getrof- 
fen tot het bewaren hunner archieven. 

Eene aanwinst voor mijn depot niet zonder belang ontving ik 
in het najaar; de omstandigheden waaronder deze geschiedde 
zijn van dien aard, dat de mededeeling ervan misschien voor 
andere provinciën nuttig kan wezen. Indertijd berustten hier ten 
kantore van hypotheken en kadaster de proces-verbalen van de 
grensscheiding van (b^na) alle gemeenten in duplo. Ten behoeve 
der gemeenten werd toen door den Minister van Financiën be- 
sloten, de dubbele exemplaren aan de betrokken gemeentebestu- 
ren te zenden. Dit is geschied. Doch in het laatst van October 
werd mij door den inspecteur der belastingen C. G. J. A. van 
Genderen Stort, toen te Emmen thans te Groningen, medege- 
deeld, dat de (sedert overleden) burgemeester van Emmen hem 
het proces-verbaal dier gemeente had geschonken. Hij verklaarde 
zich bereid het af te staan, doch wees tevens op de wensche- 
lijkheid het verloren gaan der proces- verbalen te voorkomen of 
tegen te gaan. Daarom richtte ik op 30 October 1901 (No. 190) 
een rondschrijven aan de burgemeesters van alle Drenthsche ge- 
meenten,' behalve Emmen (1). Het gevolg daarvan was, dat: 

a. 9 burgemeesters verklaarden goede berging voor het stuk 
te hebben en het daarom wenschten te behouden (2); 

&. 13 burgemeesters het proces- verbaal aan mij toezonden (3); 

c. 10 burgemeesters in gebreke bleven te antwoorden (4); 

i de burgemeester van Assen bericht zond geen proces-ver- 
baal te hebben ontvangen. 

De heer van Genderen Stort, sedert een p^r malen herinnerd 
aan zijne belofte, deed mij noch het proces-verbaal der gemeente 
Emmen geworden, nóch eenige mededeeling toekomen, waarom 
hg dit nfdiet. 

&fet erkenteliikheid behoort hier ten slotte te worden vermeld 



(1) Zie bijlage 1. 

(2) N.1. van: Anlo, Coevorden, Meppel, Oosterhesselen, Roden, Ruinerwold, 
Vries, de Wyk, Zuidwolde. 

(8) N.I. van : Beilen, Dalen, Diever, Gasselte, Gieten, Havelte, Hoogeveen, 
NijeYeen, Norch, Odoorn, Ruinen, Vledder, Zuidlaren. 

(4) N 1. van : Borger, Dwingelo, Eeldc, Peize, Rolde, Schoonebeek, Sleen, 
Smüde, Westerbork, Zweelo. 



Digitized by 



Google 



het geschenk van de erfgenamen van den heer James de Fremery : 
Supplement op het oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 
bet einde van het HoUandsche huis. 

VIII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen^ ent. 

Ook in het afgeloopen jaar bestond er geene aanleiding tot 
het nemen of doen vervaardigen van afschriften van elders be- 
waarde stukken ten behoeve van mijn depot. 

IX. Gebruik van het archief gemaakt door en inlichtingen verstreU 
aan autoriteUen en particulieren. 

Van zeer uiteenloopenden aard waren als naar gewoonte de 
door mij verstrekte inlichtingen. 

Zoo ontving de directeur van het krijgsgeschiedkundig archief 
van den generalen staf mededeelingen omtrent de geschiedenis der 
Meppeler Courant. 

^oo kon aan Dr. Krumbholtz, königlicher Archi var te Munster, 
afschrift worden gezonden van eene oorkonde dd. 16 Juni 1813. 
Meerdere „Monasteriensia" ten behoeve van het vervolg van het 
Westfalisches Urkundenbuch, 1301 — 1325, Abtheilung Munster 
(uit te geven door de Historische Gommission der Provinz Weel- 
falen) konden echter niet worden verstrekt. 

Aan Uwer Excellenties ambtsvooi^nger werden a&chriften 
gezonden van besluiten en publicatiën omtrent de zorg voor 
hunebedden, uitgegeven door Drost en Gedeputeerden, den 
landdrost en den gouverneur dezer provincie. 

Voor den toestand der heidevelaen in Drenthe in vromere 
eeuwen bestaan slechts zeer verspreide gegevens ; den directeur 
van het rijkslandbouwproefstation te Groningen werden daarom 
eenige boeken gezonden, waarin over het onderwerp gehandeld 
wordt, in afwachting van een nader door hem m te stellen 
persoonlijk onderzoek. 

De Ie luitenant A. B. F. Feickens, alhier, werd op de hoogte 
gesteld van den stand van de krijgsgeschiedkundige nasporingen 
in mijn dep6t. Deze werden in het najaar voortgezet over 1800— 
1810 door den 2^^ luitenant Stork, alhier in garnizoen. 

Aan Dr. H. Blink te 'sGravenhage werden inlichtingen ver- 
strekt omtrent de oudst bekiende veenbranden in Drenthe. 

De van regeeringswege in uitzicht gestelde bezoeken van prol 
Lameire te Lyon en den majoor Aurel de Ie Beau (op last van 
het Ministerie van Oorlog van Oostenrijk — Hongarije), welke 
laatste het tijdvak van 1746 — 1748 zou onderzoeken, vonden 
niet plaats. 



Digitized by 



Google 



369 

Ten behoeve van den beer A. J. van der Meulen, litt. docts. 
en leeraar te Sneek, ontving ik vele stukken uit bet archief- van- 
de-Spi^el, uit het algemeen rijksarchief. Te zijnen behoeve 
wendde ik mij ook tot den directeur van bet huisarchief van 
Hare Majesteit de Koningin, doch ontving mededeeling, dat 
stukken uit dat archief niet worden uitgeleend en dat men, om 
inzage daarvan te verkrijgen, het ver7X)ek om toegang tot dat 
archief rechtstreeks aan Hare Majesteit heeft te richten, onder 
opgave van bet onderwerp der studie. 

Voor eigen gebruik ontving ik een handschrift uit het huis- 
archief van Hardenbroek, waarin voorkomt een necrologium der 
St Servaas-abdij te Utrecht, mij welwillend ter inzage verstrekt 
door den heer 6. C. D. d'Aumale baron van Hardenbroek te 
Utrecht, — eenige charters uit het archief der commanderij te 
Oosterwierum, uit het rijksarchief te Groningen, — een vijftal 
charters uit de archieven der Utrechtsche gilden, uit het ge- 
meente-archief van Utrecht, — het afschrift eener Geldersche 
kroniek, door J. I. Pontanus in zijne Historiae Gelricae aange- 
duid als Anonymus, uit de rijksuniversiteitsbibliotheek te Utrecht, 
— eenige Niimeegsche schepenprotocoUen, uit het rechterlijk 
archief van N^megen, — en een tweetal notarieele protocollen 
uit het kapittelarchief van den Dom, uit het rijksarchief te Utrecht. 

X. Uitslag der bemoeiingen met gemeente-, waterschaps- 
en andere archieven. 

In den loop van 1901 werd ik uitgenoodigd den prijs te be- 
palen, waarvoor ik ten behoeve van mijn depot zou willen aan- 
koopen eene verzameling charters. Bij onderzoek bleek mij, dat 
dit in hoofdzaak waren particuliere stukken (overdrachten van 
onroerend goed en schuldbekentenissen uit de 17<*« eeuw en 
jonger) en verder eenige charters behoorende tot het archief 
der Ned. Herv. Diaconie te Peize. Het kwam mij voor, dat de 
waarde der particuliere stukken, omdat hier de registers aan- 
wezig zijn, waarin zij moeten zijn ingeschreven, terug te brengen 
wag tot niets; terwijl naar mijne meening een bestuur wel kan 
aanbieden inbruikleengeving van zijn archief, doch dat het 
niet geraden is zulk een archief te koopen, tenzij dat het 
bizonder belangrijk is. Het eerste werd geweigerd, het laatste 
geval was geenszins aanwezig; de stukken zijn dus te Peize 
gebleven. 

Beteren uitslag leverde een onderzoek ter provinciale griflSe 
ingesteld naar stukken, ouder dan 1813 en dus behoorende in 
mijn depot. Welwillend werd ik daartoe door den griffier der 
Staten in de gelegenheid gesteld. Mijn onderzoek, dat uit den 

(1901) 24 



Digitized by 



Google 



870 

aard der zaak elechte globaal kon geschieden, deed mij vinden 
de gemeente-begrootingen van 1812 en 1813 en het provisioneel 
reglement voor de secretarij van het landdrostambt van Drenthe, 
dd. 1 Februari 1808. Gedeputeerde Staten dezer provincie, met 
de aanwezigheid dier stukken in kennis gesteld, hebben ze afge- 
staan aan het rijksarchief in Drenthe. 

Aan den algemeenen rijksarchivaris, die namens Uwe Excel- 
lentie opgave verzocht van stukken, in aanmerking komende 
voor eene eventueele ruiling tusschen Nederland en Pruiasen,! 
konden zulke stukken vooralsnog niet worden aangewezen. i 

De rijksarchivaris in Drenthe^ 

JOOSTINQ. 

Assen, 26 Februari 1902. 



Digitized by 



Google 



371 

Bijlage I. 

DABCHIEF. 

in 
^***®- Asfum. 30 October 1901. 

N« 190. 

der werp: 

iMh-wliaal van 
IMelieiëtog. 



Een paar jaren geleden is ü door den hypotheekbewaarder 
alhier toegezonden het procesverbaal van de grensscheiding 
tosschen Uwe gemeente en de aanliggende gemeenten. 

Mij is echter bekend geworden, dat niet in alle gemeenten 
de gelegenheid bestaat tot eene goede bewaring van dat stuk. 
Misschien mist ook Qij daarvoor eene goede bewaarplaats. 

Bij geschillen over grensscheiding vervoegt men zich bij mij, 
tenemoe uit het dep6t van 's rijks archieven in Drenthe licht 
over de joiste grens te ontvangen. Daarvoor zouden, gelijk niet 
nader lietoogd behoeft te worden, die processen-verbaal van 
groot nut zijn. 

Het zij mij daarom veroorloofd U in overweging te geven, 
genoemd proces-verbaal te deponeeren in het nieuw gestichte 
brandvrij gebouw voor het depot van 's rijks archieven in Drenthe. 
Gaarne verklaar ik mij bereid, U steeds de gewenschte inlich- 
tingen, ook uit de verdere stukken onder mijn beheer, te ver- 
schaffen, wanneer Gij deze mocht verlangen. 



De rijksarchioaria in Drenthe, 

JOOSTING. 



w Heer Burgemeester 
femeefUs 



Digitized by 



Google 



872 



Het Ryksarchief in Limburg. 

I. Toestand der bewaarpUmta van het archief. 

De toestand mag voldoende genoemd worden. Des winteis, 
door het stoken der kachels, en des zomers, door het openzetten 
van deuren en ramen voor de zonnewarmte en versene lucht, 
wordt zooveel mogelijk de vocht geweerd. 

Maar ik meen hier Uwe Excellentie er op te moeten wijzen, 
dat eene centrale verwarming veel voordeelen zou opleveren, 
door het besparen van brandstoffen en omdat dan de lokalen 
spoediger, regelmatiger en beter zouden verwarmd worden. 

Gedurende het atgeloopen jaar werd een klein tochtportaal 
gebouwd in eikenhout met ruiten van fiesschenglae, in den 
stijl der gothieke kerk, waarin dit archief is gevestigd, bg den 
ingang in het choor ten N. O. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

Deze bevinden zich in bevredigenden toestand, die tot geene 
verandering of vernieuwing aanleiding gaf. De bliksemafleider 
werd op tijd geprobeerd. 

III. Toestand der archief-veraamelingen, 

In het afgeloopen jaar werden wederom van portefeuilles voor- 
zien vele dossiers processtukken in 1884 overgenomen van de 
griffie der arrondissements-rechtbank alhier en afkomstig van 
oude schepenbanken; voor dat doel werden vele nieuwe porte- 
feuilles vervaardigd. Ook werden de in den loop van het jaar 
ingekomen archieven en bescheiden grootendeels m portefeuilles 
gepakt. 



Digitized by 



Google 



373 

IV. Werkzaamheden en voortgang der inveTtiarisatie en 
ordening van hei archief. 

In de eerste plaats moet ik Uwe Excellentie er wederom 
op wijzen, dat, gelijk uitvoeriger uit Hoofdstuk V en VIII 
blijken zal, dit jaar de verstrekte inlichtingen zeer menigvuldig 
zijn geweest en dientengevolge veel tijd hebben ingenomen. 
Verder vorderde de schifting der Roermondsche archieven, 
waartoe ik door Uwer Excellentie's Ambtsvoorganger bij missieve 
van 19 April 1901 No. 966, afd. K. W., werd benoemd, met de 
voorbereidende werkzaamheden alsmede de gevolgen daarvan — 
vooral het overbrengen in dit Rijksarchiefgebouw, dat tot eene 
algeheele verplaatsing aller archiefvérzamelingen aanleiding gaf — 
veel tijd, meer tijd dan de gewone bureau-uren, zoodat twee weken 
lang tot 's avonds 7 uren is gewerkt. Ter gelegenheid dezer ver- 
plaatsing werden al de archivalia gerangschikt en geplaatst 
volgens de verschillende souvereine staten, waarvan het grond- 
gebied thans, geheel of gedeeltelijk, deel uitmaakt van de pro- 
vincie Limburg en in elke souvereiniteit volgens de collegiën 
van bestuur, ambtenaren, schepenbanken, onder rechterlijk en 
administratief opzicht (zoover de oude gemeente-archieven ook 
op dit Rijksarchief zijn), gilden, kerkelijke en geestelijke 
instellingen (abdijen, wereldlijke kapittels, kloosters en broeder- 
schappen). 

Ook de dienstreizen tot het zoeken, schiften en inpakken der 
rechterlijke archieven in andere plaatsen namen veel tijd in 
beslag. Het resultaat van dit alles blijkt uit de bijlage tot 
Hoofdstuk VI van dit verslag. 

Eene groote menigte archivalia in 1891 ten geschenke ont- 
vangen van den baron de Woulmont te Gors-op-Leeuw, werd 
naar aanleiding van consultatie door de familie de Groote, 
waarvan leden het ambt van landrentmeester van de graaf- 
schappen Valkenberg en Daelhem, commissaris der Staten van 
het graafschap Valkenberg enz. in de 16<*® en 17*6 eeuw uitoefen- 
den, door mij geschift; een schifting, die een verrassend resul- 
taat opleverde. Een dertigtal portefeuilles, vol met ineenge- 
vouwen papieren, meestal zonder orde in enveloppen gestoken, 
bleken te bevatten: 

archivalia van den landrentmeester van de graafschappen 
Valkenberg en Daelhem in het laatst der 16® en de eerste + 
35 jaren der 17*® eeuw; 

van de Commissarissen der Staten van het graafschap Val- 
kenberg van j: 16Ö0 tot + 1770, waaronder tal van merk- 
waardige stukken over de verdeeling der landen van Overmaas, 
nL de correspondentie met de agenten in den Haag — deels in 



Digitized by 



Google 



374 

cijferechrift — , idem met de gedeputeerden, naar den Haag afge- 
vaardigd, met den Spaanschen gezant in den Haag en dien te 
Brussel enz.; 

insgelijks van militaire commissarissen uit de familie de Groote 
in België en de plaatsen in Frankrijk door den Koning van 
Spanje bemachtigd, als bijv. Calais; 

insgelijks familie-papieren der familiën de Groote, von Hammer- 
stein, von Hartman, von Schwartsenberg, Metteeoven enz. 

Met het schiften en inpakken der archivalia, afkomstig van 
de oude schepenbanken van het arrondissement Maastricht 
werd door den heer commies-chartermeester voortgegaan (zie 
myn jaarverslag over 1899).. Bij deze gelegenheid werden weder- 
om de dossiers processen, afkomstig van de schepenbanken 
der gemeenten, die thans Belgisch zijn, afgezonderd, met het 
oog op een eventueelen ruil met België. 

Door den adjunct-commies werd gewerkt aan den inventaris 
der zegels, terwijl de volontair F. Dazert onder mijne leiding 
werkte aan het inventariseeren der aanwinsten enz. 

V. In druk uitgegeven besdieiden behoorende tot het archief. 

Door dr. P. Doppler, commies-chartermeester bij dit Rijks- 
archief, werden in druk uitgegeven : 

Schepenbrieven van St. Servaaskapittel te Maastricht. 

Deze verschenen in de : „Publications de la Société historiqne 
et archéologique dans Ie duchê de Limbourg" tome XXXIV, 
1901. Maastricht, Leiter— Nijpels. 1901. »>. 

Door den heer W. Simenon, leeraar der geschiedenie aan het 
seminarie van St. Truiden, werd in datzelfde deel uitgegeven: 

„Geschiedenis der voormalige heerlijkheid Vlytingen, hoofd- 
bank der elf banken van St Servaas." 

Daarvoor werden door hem zeer vele documenten in dit Rijks- 
archief berustende overgeschreven of geëxcerpeerd. 

In de „Maasgouw, orgaan voor Limburgsche geechiedenJB, 
taal- en letterkunde", 23"*ejaargangl901, verschenen de volgende 
artikelen, welke geheel of gedeeltelijk ontleend zijn aan dit Rijks- 
archief, of waarvoor althans daarvan is gebruik gemaakt : 

Door dr. P. Doppler voornoemd : 

Bijdrage tot de geschiedenis der familie van Haren (p. 2). 

Een veiligheidsmaatregel te Breust en Eysden genomen in 
1750 (p. 2—3). 



Digitized by 



Google 



376 

De Moutmolen van den hertog te Maastricht (p. 5 — 6). 

Ëenige bizonderbeden aangaande het Minderbroedersklooster 
te Maastricht (p. 7). 

De kapel van den H. Greorgius te Maastricht (p. 9—10). 

Magistraat te Venlo in 1647, 1653 en 1662 (p. 17—18). 

Een vrijgeleide-brief voor de baronie Breust in 1702 (p. 18 — 19). 

Rechten en emolumenten der schepenbank Berg (p. 22 — 23). 

Aanstelling tot stadhouder der grondheerlijkheid Nenburg in 
1743 (p. 25). 

Verkoop van het kasteel Nenburg en der heerlijkheden Gulpen 
en Margraten in 1769 (p. 29—30). 

De bankbode te Holset— Vaals— Vijlen in 1777 (p. 41- 42). 

Bijdragen tot de geschiedenis van het Augustijnenklooster te 
Maasiricht (p. 46—47). 

Bezoldiging der leden van het Souverein Hof van Gelder te 
Roermond in 1795 (p. 49—50). 

Verordening voor de nachtwacht in het graafschap Grons vel dt 
in 1786 (p. 63—54). 

Volmacht door Ferdinand, graaf van fPlettenberg op Herman 
Frans Brauman, burgemeester van Aken 27 Mei 1733. (p. 66— 67). 

Bijdrage tot de geschiedenis van het klooster der Predikheeren 
te Sittard (p. 69). 

Grensscheiding tusschen de heerlijkheden Horst en Sevennm 
in 1744 vastgesteld (p. 74—75). 

Een rekwest aan de Rekenkamer te Brussel in 1615, ter 
bekoming van eikenboomen uit 'sKonings domeinen in de 
Landen van Overmaas (p. 75 — 76). 

Een orgelmaker te Maastricht in de XV® eeuw (p. 76). 

Een rekwest van het adellijk vronwenstift St. Gerlach aan den 
Raad van Finantiën te Brussel in 1605 (p. 77—78). 

Een handschrift over Maastricht (p. 81 — 82). 

Eene aanstelling tot schepen te St. Stevensweert (p. 89). 



Digitized by 



Google 



376 

De leden der schepenbank Genl — Bunde — üleetraten in 1718, 
1737, 1762 en 1776 (p. 93, 94). 

Door Jo8. M. H. Eversen, adjunct-commies bij dit RijkBarchief: 

Het zegel der schepenbank van Bemelen op het einde der 
XlIIe eeuw (p. 16). 

Beschrijving der origineele zegelstempels op het Rijksarchief 
in de provincie Limburg berustende (p. 79 — 80, 84, 87 — 88, 92, 
95—96). 

Ghroniek der stad Maastricht samengesteld door Ludovicus 
Loyens, griflSer bij het Luiksch gerecht te Maastricht (p. 82—87, 
90-91, 94—95). 

Door den zeer eerw. zeer gel. heer W. H. Goossens te Roldac : 

Bijdrage tot de geschiedenis van het klooster St. Barbaraweerd 
onder Lom (p. 10—11). 

Door den ondergeteekende: 

Copie de V Information donnée pour direction de l'installation 
de son Excellence Monseigneur Ie baron et Grand-Commandeur 
de Reichsach pour Ie 1® aoüt 1715 (p. 1—2). 

Eene muntevaluatie uit 1518 (p. 11). 

Het hertogdom Limburg (p. 37). 

Een lied op de inhuldiging van baron Clemens Lotharius van 
Fürstenberg te Horst op 4 Januari 1755 (p. 73—74). 

VI. Aanwinsten en verliezen. 
A. ARCHIEVEN. 

De archivalia, in het afgeloopen jaar 1901 verkregen, zijn 
talrijk, daar, door het beëindigen der Roermondsche archief- 
kwestie, al de archieven door de deskundigen aan het Rijk toe- 
gewezen, naar dit archiefdepöt werden overgebracht. Daarvan 
doe ik, evenals van de overige aanwinsten door schenking, 
koop of overname ingevolge wettelijke bepalingen verkregen, af- 
zonderlijke opgaaf in bijlage I. 

Wat het tweede punt van dit hoofdstuk betreft, namelijk 
verliezen, moet ik vermelden den afstand, met machtiging van 
Uwe Excellentie d.d. 16 December 1901, N^ 3018. Afd. K. W., 



Digitized by 



Google 



377 

van de bescheiden afkomstig van het archief der heeren van 
Steevoort in Belgisch Limburg in de 17® eeuw bezeten door de 
fgumilie de Groote, alsmede van andere papieren dier familie. 

B, ZEQELSTEMPELS, zie bijlage I sub. B. 
C. PLANNEN EN KAARTEN 
Door aankoop. 

Platte grond van Maastricht, waarop in kleuren aangegeven 
is de verdeeling der gesloopte vestinggronden, bestemd voor 
verschillende doeleinden (na 1873). H. 0.50 M., br. 0.70 M.; 
gelithografeerd, met de hand gekleurd. 

„Plan de la ville de Maestricht"; in den rechter bovenhoek 
het Vrijthof met de kerken van St. Servaas en St. Jan, in den 
rechterbenedenhoek het stadhuis. H. 0.44 M., br. 0.55 M. Armand 
fecit. Colion delineavit; lithographie de Jobard. 

„Plan de Maestricht" circa 1860; h. 0.22 M., br. 0.18 M.; ge- 
lithografeerd. 

id. id. Kleurendruk. 

,,Plan van 't Leger der Geallieerden gecampeert onder Maes- 
„tricht 14 May 1703, Fransche en Nederlandsche titel en aan- 
.,wijzingen. G. A. Mosburger du Regiment DopfF (1) Dragons, 
„levée est (jAc) fecit. I. U. Col F.*'. Met gravuur in den rechter 
bovenhoek voorstellende den Nederlandschen leeuw zich verde- 
digend tegen den Gallischen haan. H. 0.30 M., br. 0.375 M. 
Gegraveerd, üit een boek „Tom, II n». 7". 

Platte grond van Roermond. G. Bodenehr excud. Aug. Vind. 
nit een boek „n». 85". H. 0.12 M., br. 0.16 M. De titel is: 

„Ruremond eine gross und wohl befestigte Statt in Geldern, 
„sie liegt an der Maas, auf einer schonen und fruchtbaren ebene. 
„Sie war anfangs nur ein Dorff, aber von den Grafen Ottone 
„III in Geldem A® 1230 mit Mauren umgeben. Nach deren 
^bgang aber war sie 50 Jahr mit dem Herzogthum Jülich 
„vereiniget (2), hierauf kam es an die familie von Egmond, und 



(1) Daniël Wolfgang baron DopCT gouverneur te Maastricht van 1713 — 1718. 

(2) Daar is niets van waar; wel was Roermond, gelijk met heel Gelderland, 
een tijd lang onder de heerschappij der hertogen van Gelderland, die ook 
hertogen van Gulick waren. 



Digitized by 



Google 



378 

„nachgehends an Spanien (1). Unter den Clöstern is die Cart- 
„hans das ansehnhchste. In der letzten Niederlandischen revo- 
„lution hat sie viel Belagerungen, ausgestanden, gleichwie sie 
„noch lezlich A? 1702 von den HoUandern erobert worden". 

Gezicht op de belegering van Venlo in 1702; met in den 
linker bovenhoek een platte 'grond der vesting Venlo. H. 0.18 M,, 
br. 0.26 M. Gegraveerd. Uit een boek. De titel is: 

„Abriss und Beschriebung der Stadt Venlo in Spanischer 
„Gelderland, wie solche nach etlich wochiger Belagerang der 
„Römischen Kayserlichen Majestat Hohen Alliirten Völckem 
„als Königl. Englischen und Preussischen, wie anch deren Herren 
„Staaten nach gelroflfener Capitulation von den Frantzosen über- 
„geben worden (2). 

Gezicht op Venlo. Boven de plaat: „Libido se ipsam punit." 
Daaronder: „Venlo in Gelder." Onder de plaat: „Sae}>ins ipea 
sibi poenae immoderata libido est, Nam scabie et morbis corpus 
iuvenile flagellat", daaronder een Duitsch vers van gelijke strek- 
king; rechts eene af beelding van een man aan een boom gebonden 
die gegeeseld wordt door een man met bokspooten. In dorso 
staat met potlood : „Meissen 1624". H. 0.065 M., br. 0.135 M. 
Dit een boek „48". 

„Plan van wegen, pleinen en waterleidingen op de voormalige 
„vestinggronden van Venlo, ontworpen door den ingenieur voor 
„de ontmanteling der vestingen in gemeen overleg met Burge- 
„meester en Wethouders van Venlo, ter uitvoering van art. 1, 
j.litt. b, der acte van 24 September 1872 geregistreerd te Venlo 
den 24 September 1872 deel 40, fol. 103 verso vak 7." H. 0.675 
M., br. 0.78 M. In kleurendruk. 

„Fossa sanctae Mariae quae et Eugeniana dicitur vulgo De 
„Nieuwe Grift. — Fossa haec a Rheno ad Mosam duci coepta 
„est anno CIOIOCXXVII Auspiciis Serenissimae Principis Ibs- 
„bellae Clarae Eugeniae Hispaniarum Infantis, Belgicae Guber- 
„natricis. Excudit Guilj. Janssonius Blaeuw". H. 0.385 M., br. 
0.506 M. Gekleurd. Uit den atlas van Blaêuw. 

„Fossa Eugeniana, quae a Rheno ad Mosam duci coepta est 
„anno CIOIOCXXVII ductu comitis Henrici van den Berge". 
Amstelodami, sumptibus Henrici Hondii. H. 0.365" M., br. 
0.49 M. Uit den atlas van Hondius. 



(1) Dat Roermond aan Spanje kwam is natuurlijk ook niet waar; eenige 
hertogen van Gelderland waren tevens Koning van Spanje. 

(2) In 1702. 



Digitized by 



Google 



879 

,^t. Stevenswert et les environs situeé dans la Gueldre Es- 
„pagnol è deux lieues de Roermond". Plattegrond. H. 0.18 M., 
br. 0.30 M. Gregraveerd uit een boek „3ö". 

Platte grond der vesting „Genep". H. 0.125 M., br, 0.18 M. 
Gf^raveerd. 

„Plan figuratief van de goederen binnen de gemeente Kerk- 
„rade hertogdom Limburg gelegen, opgemaakt op verzoek van 
„den HoogWelGeb. heer graaf de Marchant et d'Ansembourg 
door 8. I^p. Palmen, geadmitteerd landmeter te Merkelbeeck. 
H. 0.50 M., br. 0.69 M. 19« eeuw. Geteekend en gekleurd. 

„Tafelen welcher alle gehörige Werck-Zeuge zur Kriegs-Kunst, 
„VestungB-bau und Artillerie, zu Belagerung der Staetter, Ves- 
„tungen und Schlösser in Feld-Slachten Heer Lager und Lager 
„Plaetzen auch allerlei Schiff und See Materialien vorgestelt 
„werden, edirt von Johann Baptista Homann der Röm. Kais. 
Maj. Geographo in Numberg". H. 0.47 M., br. 0.57 M. Kleu- 
rendruk. • 

„A plan of Maestricht with the adjacient villages where the 
„battle was fought June 21. By T. Jefierys, geographer to this 
„Royal Highness the Prince of Wales. H. 0.195 M., br. 0.23 M. 

(In: „The Gentleman's Magazine and historical Chronicle. 
„Vol. XVII for the year 1747" en behoort bij het artikel : „Foreign 
„hietory. — Holland and Brabant. Letter from a Gentleman in 
„Flandres, who saw the late action" p. 344 en 346). 

„A new and correct plan of the City and Fortifications of 
„Maestricht by T. Jefferys geographer to his Royal Highness 
„the Prince of Wales''. H. 0.165 M., br. 0.20 M. 

(In : »The Gentleman's Magazine and historical Chronicle vol. 
XVIirtor the year 1748", en behoort bij het artikel: „Account 
of the'Fortress of Maestricht from La Martinière" p. 168.) 

Door overname: 

Bij de archieven, overgenomen van de gemeente Roermond : 

I'ÏSS April 16. Platte grond met doorsnede van een te ver- 
lengen vleugel van het Karthuizerklooster te Roermond. Getee- 
kend door J. J. Snabers, gezworen bouwmeester van Roermond. 
In kleur. H. 0.48, br. 0.65. 

Gelicht uit de portefeuille : Gepreposeerden tot de opgeheven 
kloosters te Roermond. 



Digitized by 



Google 



] 



380 

Platte grond van het adellijk klooster van St Gerlach te 
Houthem. In kleur. H. 0.50 M., br. 0.415 M. 

Gelicht uit de portefeuille: Gepreposeerden tot de opgeheven 
kloosters te Roermond. 

Platte grond van de „Camere van den Raede van Gelderlandt" 
te Roermond. (Kladteekenlng). H. 0.29. M., br. 0.18 M. 

Platte grond van eene der verdiepingen van het Elanselarij- 
gebouw te Hoermond. (Kladteekenlng). H. 0.30. M., br. 0.19 M. 

In dorso : Platte grond van eene andere verdieping van den boaw. 

De heide laatsten zijn gelicht uit eene portefeuille met archieven 
van het Hof van Spaansch Gelderland te Roermond, hetreffende het 
cancellarie-gehouw. 

Opstand van den voor- en binnenkant van het klooster Maria- 
Weide te Venlo. In kleuren. H. 0.29 M., br. 0.45 M. 

Gelicht uit eene portefeuille met processen van het Hof van 
Spaansch Gelderland te Roermond. 

Platte grond met opstand-teekening van een gebouw. Br. 0.43 M. 
In kleur. (De opstanden kan men omhoog zetten.) 

Eene kaart van Roermonds omstreken, waar onder anderen: 
„Sint Nicolas Huysken". Gekleurd. H. 0.51 M., br. 0.41 M. Onder- 
aan links staat geschreven : Exhibitum ten veirbaele van den 23 
Aprilis 1659 bij den Ad*. G. Bordels. 

Gediend hehbende in rechten en afgedwaald van een proces-dossier. 

Teekening van een te bouwen vestingmuur met heiwerk. Ge- 
kleurd. H. 0.51 M., br. 0.50 M. 

Partie d' un plan de la ville de Ruremonde. Gekleurd. H. 0.18 M., 
br. 0.235 M. 

(De beide laatste teekeningen zijn gelicht uit het archief van 
den majoor-controleur der fortificatiên te Roermond). 

De volgende kaarten zijn afkomstig van processen gevoerd 
voor het Hof van het Staatsch Overkwartier te Venlo (N<> 2 
zeker) of voor een schepenbank in het Spaansch-Oostenrijksch 

of Staatsch Overkwartier : 

• 

De loop der Roer bij S' Odiliënberg. In kleur. 2 Ex. respec ti e- 
velijk hoog 0.47 M., br. 0.63 M. en h. 0.41 M., br. 0.54 M. 

Het Hazelaarsbroeck onder Ohé-Laak. In klenr. H. 0.74 M., 
br. 0.69 M. 



Digitized by 



Google 



381 

Eene gemeenteplaats voor het Gr. huis Walburg, onder Laak. 
2 Ex. Reep. l». in kleur, H. 0.35 M., br. 0.46 M. en 2^. H. 
0,39 M. en br. 0.615 M. 

Aanwas door de Maas onder Wessem. In kleur. H. 0.48 M., 
en br. 0.70 M. 

Limieten tusschen Roermond en S*Odiliënberg en de heerlijk- 
heid Daelenbroek. In kleur. H. 0.33 M., br. 0.935 M. 

Groot en Klein Pardelaer (onder Odiliënberg). In kleur. H. 
0.45 M., br. 0.76 M. 

D. BOEKEN. 

a. Door geschenk : 
van Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken: 

6. Busken Huet. Derde verslag van onderzoekingen naar archi- 
valia te Parijs, belangrijk voor ae geschiedenis van Nederland, 
op last der Regeering ingesteld. 's-Gravenhage, W. F. van 
Stockum en Zoon, 1901. 8o. 

Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven. XXIII. 1900. 
'8*Gravenhage. Algemeene landsdrukkerij. 1901. 8^. 

Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van geschiedenis en 
kunst. XXII. 1899. 's-Gravenhage, Algemeene landsdrukkerij. 

1900. »>. 

Verslag omtrent het Rijks museum van oudheden te Leiden 
over 1899/1900. 's-Gravenhage, Algemeene landsdrukkerij. 

1901. 80. 

Van de Gedeputeerde Staten in Limburg : 

Verslag van den toestand van het hertogdom Limburg in het 
jaar 1900 gedaan aan de Provinciale Staten door de Gedepu- 
teerde Staten. Maastricht, Leiter-Nijpels. 1901. 8». 

Van de Gedeputeerde Staten in Drenthe : 

Verslag van de Commissie van Bestuur van het provinciaal 
Maaeum van oudheden en geschiedkundige voorwerpen in 
Drenthe aan de Gedeputeerde Staten over 1900. Assen, van 
Gorcum et Co. 1901. 8o. 



Digitized by 



Google 



382 

Van het Gemeentebestuur van Maastricht: 

Verslag van den toestand der gemeente Maastricht over het 
jaar 1900, uitgebracht aan den Gremeenteraad door Burgemeester 
en Wethouders. Maastricht, Leiter-Nijpels, 1901. 8<*. 

Notulen der vergaderingen van den Gemeenteraad van 
Maastricht gedurende het jaar 1900. Maastricht, Leiter-Nijpek 
1901. kl. fol. 

Van het Gemeentebestuur van Dordrecht : 

Toestand van het archief der gemeente Dordrecht over 1900. 
Haarlem, Gebr. de Waard. 1901. »>. 

Van het Gtemeentebestuur van Haarlem : 

Verslag over den toestand der Gemeente-bibliotheek te Haarlem 
over het jaar 1900. Haarlem, Gebr. Nobels, 1901. 8o. 

Van het Gemeentebestuur van Leeuwarden: 

Tweede supplement op den catalogus der stedelijke bibliotheek 
van Leeuwarden. Leeuwarden, W. E^khoflF & Zoon. 1901. 8^. 

Door tusschenkomst van den heer Algemeenen Kijksarchivaris 
te VGravenhage : 

Fremery, J. de, Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 
het einde van het HoUandsche huis. Supplement. 's-Gravenhage, 
Martinus Nijhoff. 1901. #. 

door tusschenkomst van den heer Rijksarchivaris in Groningen: 

Feith, J. A., Catalogus der inventarissen van de archieven 
der voormalige Zeijlvestenijen en Dijkrechten in de provincie 
Groningen, meerendeels gedeponeerd in het Rijksarchief ie 
Groningen. Groningen, £rven É. van der Kamp. 1901. 8o. 

Idem, Huisarchief AUersma. 's-Gravenhage. Algemeene Lands- 
drukkerij. 1901. 80. (1) 

Idem, Familiearchief van het geslacht van Bolhuis te War£Euni. 
's-Gravenhage, Algemeene Landsdrukkerij. 1901. 8'. (1) 



(1) Overdruk uit de jaarverslagen aan Zijne Excellentie den Minister van 
Binnenlandsche Zaken. 



Digitized by 



Google 



383 

Door tuBSchenkomst van den RijksarchivariB in Noord- 
Brabant : 

Bondam, A. C, Jaarverslag met verslag der aanwinsten van 
'8 Rijks oud- en nieuw Provinciaal Archief te 's Hertogenbosch in 
1899 en 1900 's-Gravenhage, Algemeene Landsdrukkerij. 1900/1901. 

—, Verslag omtrent de oude Gemeente- en Waterschapsarchieven 
in Noord-Brabant, uitgebracht aan de Gedeputeerde Staten der 
provincie, 1900 en 1901. 's Hertogenbosch, Lutkie en Cranenburg. 
1900/1901. 8». 

Door tusschenkomst van den heer Rijksarchivaris in Noord- 
floUand: 

Archief van Spanbroek, 's Gravenhage, Algemeene Lands- 
drukkerij. 1901. 80. (1) 

Door tusschenkomst van den heer Rijksarchivaris in Overijssel : 

Doop-, trouw- en doodboeken in de burgerlijke en kerkelijke 
gemeenten in de provincie Overijssel, benevens Overzicht van 
de kerkelijke archieven in die provincie, 's Gravenhage, Alge- 
meene Landsdrukkerij. 1901. 8o. (1) 

Overzicht der doop-, trouw- en doodboeken berustende in het 
oud-archief der gemeente Zwolle. Zwolle, La Rivière en Voor- 
hoeve. 80. 

Van zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken 
in België, door tusschenkomst van üwe Excellentie : 

Bulletin des Commissions royales d'art et d'archéologie. 39* 
année. Bruxelles, M. Hayez. 1900. 8«. 

Potter, Fr. de en Broeckaert, J., Geschiedenis van de gemeenten 
der provincie Oost-Vlaanderen. Vijfde reeks. — Arrondissement 
Aalst Zevende deel. Gent, A. SifFer. 1900. 8». 

Van de Commission royale d'histoire te Brussel : 

Invent&ire des cartulaires Belges, conservés k Pétranger. 
Bruxelles, Kiessling et Qo. 1899. 8». 

Inventaire des obituaires belges (eoUégiales et maisons reli- 
gieuses). Bruxelles, Kiessling & Co. 1899. 8^ 



(1) Overdruk uit de jaarverslagen. 



Digitized by 



Google 



384 

Bacha, Eug., La chronique Liégeoise en 1402. Braxelles, Kiessling 
et Co. 1900. 8o. 

Pirenne, H., Le soulèvement de la Flandre maritime de 1323— 
1328. Documents inédits. Bruxelles, Kiessling & Co. 1900. 8». 

Gilliodt8-van Severen, L., Relations politiques des Pays-Bafi 
et de PAngleterre sous le règne de Phihppe II. torn. XL üou- 
vernement du duc de Panne. 1« Partie. Bruxelles, Kiessling 4 
Co. 1900. 40. 

Devillers, L., Chartes du chapitre de Sainte-Waudru deMons. 
Bruxelles, Kiessling & Co. 1899. 4^. torn. L 

Delescluse, A. et Hanquet, K., Nouvelles chartes inédites de 
Tabbaye d'Orval. Bruxelles, Kiessling & Co. 1900. 4o. 

Bormans, S., et Schoolmeesters, E., Cartulaire de Téglise Saint- 
Lambert de Liége, torn. IV. Bruxelles, Kiessling et Co, 1900. 4^ 

Van den heer A. Keurenaer, hoofdingenieur van den Waterstaat 
in Limburg: 

Keurenaer, A., Mededeeling over de waterbeweging in het 
Krabbersgat bij Enkhuizen. 's-Gravenhage, Gebr. J. & H. Langen- 
huysen. 1894. 4o. 

(Overgedrukt uit de notulen der vergadering van het Koninklijk 
Instituut van Ingenieurs.— 1894). 

Meetkunstige beschrijving van het Koningrijk der Nederlanden, 
bevattende de getallen waarden, gebruikt bij de samenstelling van 
de topographische en militaire kaart van het Rijk, uitg^^even 
op last van het Ministerie van Oorlog door het Topographisch 
bureau. 's-Gravenhage, Martinus Nyhoff. 1861. 4P. 

Van den ondergeteekende : 

Albers S. J., P., Dionysius de Kartuizer en zijne werken. 
Utrecht, P. W. van de Weijer. 1897. 8^. 

Idem, Het algemeen overzicht der kerkgeschiedenis van pastoor 
Coppens. Utrecht, P. W. van de Weijer. 1901. 8^. 

Idem, Over het ontstaan van het Episcopaat. Utrecht. P. W. van 
de Weijer. 1901. 8^. 

AUard, H. J., De vereenigde Nederlanden onder Koning Wil- 
lem I. Utrecht, P. W. van de Weyer. 1900. 8». 



Digitized by 



Google 



385 

Idem, Canisiana. Utrecht, P. W. van de Weijer. 1901. 8^. 

Chestret de HanefFe, de, L'élection d'une abbesse de Thorn en 
1577. Bruxelles, Hayez. 1901. 8». 

Inscription Mérovingienne, note par Joseph Demarteau. Deux 
anciennes inscriptions de Maestricht, lettre de Mgr. Georges 
Monchamp. Liége, Demarteau, 1901. kl. 8^. 

Monchamp, G., Une inscription mérovingienne inédite ft Glons 
(province de Liége). Liége, H. Dessain, 1901. kl. 8^. 

Nuyts, J. M., Levensbericht van G. D. L, B^nquinet. Leiden, 
E. J. Brill, 1901. 8». 

b. Door aankoop. 

Weiland P., Nederduitsch Letterkundig woordenboek. Antwer- 
pen, J. P. van Dieren et Co. 1843/1844. 2 dln. gr. 8^ 

Idem, Nederduitsche Spraakkunst. Antwerpen, J. P. van Dieren 
et O. gr. 80. 

Du Cange, Glossaire fran9ois, faisant suite au Glossarium 
mediae et infimae Latinitatis. Niort, L. Favre. 1879, 2 dln. 8^. 

Borel, Dictionnaire des termes du Vieux Frangois ou trésor 
des recherches et antiquités Gauloises et Francoises... Niort, L. 
Favre. 1882. 2 dln. 8». 

Ragueau, F., et Laurière, Eus. de, Glossaire du droit Frangois.... 
précédeé d'un: Essai sur les orïgines du Droit frangais depuis 
les Celtes jusqu' k la rédaction officielle des coutumes et suivie 
du: Glossaire du code féodal. publié par L. Favre. Niort, L. 
Favre. 1882. 4o. 

Försteman, Ernst, Altdeutsches Namenbuch. Erster Band, 
Pereonennamen. Bonn, P. Hanstein 1900, 4^. (voor zoover ver- 
schenen.) 

Serrure, C. P., Vaderlandsch Museum voor Nederduitsche 
letterkunde, oudheid en geschiedenis. Gent, C. Annoot — Braeck- 
man. 1855—1858. H. Harte, 1859—1863. 5 dln. 8^. 

Ernst, M., Les oflSciers de justice au pays de Liège. Liége, 
J. Desoer, 1875. 8o. 

Deckherus Falkenbourgus, J. C. Joh., Dissertationum iuris et 
decisionum super illis factarum in magnis supremisque Consiliis 
Buae Maiestatis in Belgio, qua in Private, qua in magno Mech- 
Uniensi, qua in supremo Brabantiae, qua in Suprema Curia 

(1901) 25 



Digitized by 



Google 



1 



386 

feudali Brabantiae. qua in aliis libri duo. Bmxellis, Johannee 
MeursiuB. 1631. Fol., met portret door C. Gallé. , 

Fonnulaire d'une procédure avec la preuve ordinaire par | 
témoins, suivant Ie nouveau reglement Judiciaire du 3 Novembre 

1786. Bruxelles, Matt. Lemaire. 1787. Fol. 

' I 

Arrété qui ordonne la publication dans les quatre départemens j 
de la rive gauche du Rhin des bois relatives k l'administration { 
et k Taliénation des Domaines nationaux k la liquidation et aa 

Eaiement des Dettes nationales. Paris, imprimerie de la Repu- 
lique. 80. (Fransche en Duitsche tekst). 

Thonissen, J. J., L'organisation judiciaire, Ie droit pénal et la 
procédure pénale de la lol salique, précédés d'une étude sor 
toutes les classes de la population mentionnées dans Ie textede 
cette loi. 2« Edition. Bruxelles, Bruylant, Christophe et Co., 
1882. 80. 

Godet, Emm. V., Essai sur rhistoire externe du droit dans la 
Gaule et dans la Belgique, sous la période franque et la période 
feodale. Liége, J. Desoer. 1830. 8». 

Bavay, de, Justice criminelle du duc d'Albe. Bruxelles, Erom. 
Devroye. 1855. 8o. 

Bemmelen, P. van, Le système de la propriété mobilière, droit 
antérieur, système du code civil, droit lutur. Leide, E, J. Brill. 
1887, 80. 

PouUet, Edm., Essai sur l'histoire du droit criminel dana 
1'ancienne principauté de Liége. Bruxelles, F. Hayez. 1874. 4*. 

Wedel, M. H. de, Disputatie juridica de antiquissima Genna- 
nicarum civitatum pensione vulgo Orbede... Francofurti ad 
Viadrum, Christophorus Zeitlerus. KI. 4®. 

Hubert, Eug., La torture aux Pays-Bas autrichiens pendant 
le X VIU siècle. Son application, ses partisans et ses adversairea. 
Son abolition. Bruxelles, Hayez. 1897. 4P. 

Chokier, Joh. a., Commentaria in regulas Cancellariae Apoeto- 
licae sive in glossemata Alphonsi Sotto, glossatoris nuncupati ... 
Coloniae Agrippinae, Joh. Kinchius. 1621. 4P, 

Jus Belgarum circa buUarum Pontificiarum receptionem. Zonder 
titelblad. 18* Eeuw. kl. 40. 

Statistieke beschrijving van Gelderland, uitgegeven door de 
Commissie van Landbouw. Arnhem, P. Nijhoff. 1826. 9*. 



Digitized by 



Google 



ï 



387 

Wijnne, J. A., Geschiedenis van het Vaderland. Groningen, 
J. B. Wolters. 1882. »>. 

Bannier, W. A. F., De landgrenzen van Nederland. I (tot aan 
den Rijn). Leiden, firma C. Kooyker. 1900. 8^. 

Gachard, L. P., Analectes Belgiques, ou recueil de pièces iné- 
dites, mémoires, notices, faits et anecdotes concernant Phistoire 
des Pays-Bas. Bruxelles, Auguste Wahlen. 1830. 8o. 

Gachard, Mémoire sur la composition et les attributions des 
anciens états de Brabant, sur les formalités observées par eux 
dans les délibérations relatives aux demandes des aides et sub- 
sides et sur les contestations qu'ils eurent avec Ie gouvernement 
sous Ie règne de Marie-Thérèse. (Bruxelles) 4^. 

Idem, Notice des manuscrits concernant l'histoire de la Belgique, 
ui existent è, la bibliothèque impériale k Vienne. Bruxelles, 
Muquart. 1864. 8^. 

Kot, Ch., Les pagï de* la Belgique et leurs subdivisions pen- 
dant Ie Moyen Age. (Bruxelles, F. Hayez, 1874. 4o.). 

Henauxy Perd., Histoire du pays de Liége suivie du tableau 
de la constitution Liégeoise en 1788. Liége, J. Desoer. 1851. 8^. 

Die Reicbs-Matrikel aller Kreise. Nebst den Usual-Matrikeln 
des Kaiserlichen und Reichs-Kammergerichts. Ulm, Stettenischer 
Buchhandlung. 1796. 8». 

Sfunt Genois, Jules de, Histoire des avoueries en Belgique. 
Bruxelles, Hauman, Cattoir <fe Co. 1837. SP. 

Wauters, Alph., Le duc Jean 1 et Ie Brabant sous Ie règne 
de ce prince (1267—1294). Bruxelles, M. Hayez. 1862. 8». 

Convention entre rimpératrice Reine de Hongrie et de Bohème 
et le Roi très-chrétien, concernant les Bénéfices Réguliers. Con- 
clue k Bruxelles le 14 Octobre 1775. Bruxelles, Imprimerie 
royale. 1775. 4». 

Doomick, F. N. van, Acten betreffende Gelre en Zutphen 
1376—1392 uit het Staatsarchief te Dusseldorp, register B n». 23. 
Haarlem, Gebr. van Brederode. 1900. 8». 

De geheele geschapenheyt vandt 't different ende executie 
vant Huys te Leuth ende bij gevolge tegens den Graef van 
Flodrof door den Hertogh van Nieuborgh ende hoedanigh het 
met die saecke gelegen is. Delft, voor Pieter Verstraeet in 
'tCalf Moyses, An. Ch. MDCLXII kl 4^. — Brief vande Heeren 



Digitized by 



Google 



388 

Staeten Generael aan den Hertogh van Nieuburgh, veraoeckende 
satisfactie van 't gestorte bloet, voort Hnys Leuth, Item 
d'Antwoorde door den Hertogh daer op gevolght, en 't geene 
verders tot het vervolgh van die Historie dient. Te Leyden voor 
Jan Mutzaert, 1662 4^. — Antwoorde van de Gresanten van 
Vranckryck ende andere Fursten vande Ligue tot Franckfnrt 
vergadert, op den Brieflf van de Heeren Staten Generael wegens 
de voorgevallen saken van Lenth. Midtsgaders een Extract 
Schrijvens van den Heer Ambassadeur Boreel meldende, hoe 
dat de Leutsche saecke, bij 't Fransche Hof gerecommandeert 
staet. Willem-Stadt, door Theunis Eenkom, anno MDCLXII, 
kl. 40. — De gantsche procedure, gelegentheydt, ende executie, op 
den Huyse ende casteel Leuth bij Mastricht, op de Nieuw- 
burghsche Volckeren, daer in gelogeert, ende al 't geene tot 
dato dezes 26 Octob. 1662, is voorgevallen en hoe sich de ge- 
ligueerde Fursten aenden Rhyn haer dit werck soecken te be- 
moeyen. Naer de copye te Mastricht, voor de Weduwe van 
Susanna Soldaten-Crans anno 1662 4*^. — Antwoort-brief vanden 
Hertogh van Nieuwburgh. Aende Heeren Staten Generael waer 
by hy beweert, recht, ende fondament t' hebben, om de Gere- 
formeerde Evangelische Luytersche Religions verwanten uyt syn 
Furstendom Gulick ende Bergh te verdryven etc. Item een 
schriftelicke naerder sommatie, ende memoriael vanden Baron 
de Lerordt des Hertoghs Afoesanter in HoUant, eyschende 
satisfactie, over sekere gepretendeerde attentaten op syn Volck in 
Leuth, ten voorleden Jare gedaen, midtsgaders over diergelycken 
gepretendeerden, door d' Heeren Staten Volck in 't Landt van 
Gulick gedaen, geweldige Logementen brantschattinge, plunde- 
ringe van kercken, graven etc. Gedruckt naer de copye voor 
Christiaen Pietersz tot Delft anno 1663. 4». 

Maas, P. J., Coup d'oeil historique sur Neeroeteren k propos 
d'un sceau gothique de la même commune. Hasselt, Winand 
Kloek. 1900. 80/ 

Corstens, J. F., Breda. Geschiedkundige bijzonderheden L 
Breda, P. C. G. Peereboom. 1900. 8». 

Stadt und Festung Venlo, besonders in kriegsgeschichtlicher 
Beziehung. Coblenz, Karl Baedeker. 1839. 8^. 

Ennen, L., Geschichte der Stadt Köln. Düsseldorf, L. Schwann. 

1880. 80. 

Freson, Arm., Souvenirs personnels (1824—1841) etcorrespon- 
dance diplomatique de Joseph Lebeau. Liége, A. N. Lebègue et 
0\ 1883. 8^ 



Digitized by 



Google 



389 

Reusens, E. H. J., Promotions de la faculté des arts del'Uni- 
Ycreité de Louvain. 1428—1797. Louvain, Ch. Peeters. 1869. 8». 

Diploma Caroli M. Iinperatoris de scholis Osnabrugensis 
ecclesiae Graecis et Latinis critice expensum. 1717. 4®. 

Schayes, A. G. B., Mémoire sur les documens du moyen ê,ge 
relatifs èi la Belgique ... en réponse k la question suivante proposée 
par r Académie royale de Bruxelles : Quelles ressources trouve-t-on 
dans les chroniqueurs et autres écrivains du moyen &ge pour 
Hiifitoire de la Belgique avant et pendant la domination Romaine, 
en faisant concorder ces matériaux avec les données chronologi- 
ques, dont on ne conteste pas 1'authenticité, et en discutant la 
valeur de ces témoignages nistoriques? (Bruxelles. 4*^.). 

Laforet, J. B., Dissertatie inauguralis de Alcuino instauratore 

edentiarum in Occidente sub Carolo Magno Lovanii, van 

linthout et socii. 1851. 8°. 

(Abry) (1), Recueil héraldique des bourguemestres delanoble 
dté de Liége, oü Ton voit la généalogie des évêques et princès, 
de la noblesse et des principales families de ce Pais avec leurs 
inscriptions et épitaphes. Liége, Jean-Philippe Gramme. 1720. foP. 

Borman, C. de, Les échevins de la Souveraine justice de 
Liége, tome second (Étge moderne). D. Cormaux. 1899. 4^. 

Vapereau, G., Dictionnaire universel des Contemporains conte- 
nant toutes les personnes notables de la France et des pays 
étrangers. Paris, L. Hachette et Co. 1865. 8o. 

Robinet, Dr., Adolphe Robert et Le Chaplain, J., Dictionnaire 
hifltorique et bibliographique de la révoliition et de 1'empire, 
1789-1815. Paris. 2 Dln. 8^. 

Ije vensbeschrijvingen van de voornaamste persoonen, die, ten 
tijde der revolutie in Vrankrijk zijn geguillotineerd geworden : 
Behelzende schetsen van hun caracter en opgaave hunner mis- 
daaden. Haage, J. C. Leeuwenstijn. 1802. 8». 

Bordier, H., Histoire ecclésiastique des Francs par Saint Grégoire, 
évêque de Tours (depuis 573 jusqu' en 594). Paris, Firmin-Didot 
ftères. fils et Co. 1859. 2 Dln. kl. 8». 



{}) Het werk wordt gewoonlijk aan H. Loyens toegeschreven, die alleen 
bet le deel van het supplement schreef. 



Digitized by 



Google 



390 

Handboekje voor de zaken der Roomsch Katholieke eere- 
dienst; jaargang 8, 10—26, 28—31. VGravenhage. J. AH. 
van Langenhuysen. 1853 — 1872. 's-Hertogenbosch, G. Mosmans. 
1875—1878. 22 dln. kl. 8o. 

Le Mémorial, revue des interets religieux. Nouvelle serie, tem. 
I— XIX. Liége, V«. Verhoven— Debeur, 1873—1881. Donnay 
frères et soeurs, 1882—1891. 19 deelen. 4o, 

Wickede, Fried. von, Die Vogtei in den geistlichen Stiftern 
des frankischen Reiches von ihrer Entstehung bis zum Aussterben 
der Karolinger in Deutschland. Lübeck, Max Schmidt. 1886. 8^. 

Scholten, Rob., Das Cistercienserinnen-Kloster Grafenthal oder 
Vallip Comitis zu Asperden im Kreise Kleve. Kleve, Fr. Boas 
Wwe. 1899. 8*. 

Reissermayer, J., Der grosse Christentag zu Regensburg 1471. 
Regensburg, Demmersche Buchdruckerei. 1888. 8®. 

Herman, Von den Schicksalen des Klosters Lehnin und dea 
Hauses Brandenburg. Düsseldorf, Johann Wilhelm Röggeraih. 
1808. 80. 

Osborn, M., Theatrum diabolorum Berlin, Mayer & 

Muller. 1893. »>. 

Parochiale, id est, liber in quo plane continentur, ea quae 
pastores praestare oportet in administratione Sacramentorum et 
aliis plensque peragendis, quae ad parochiale munus spectant 
lussu et authoritate Ser™* ac R°^* Domini D. Ferdinandi a Bavaria 
Episcopi et Principis Leodiensis ad usum Pastorum Dioecesifi 
Ijeodiensis magna cura hac novissima editione emendatum et 
auctum. Leodii, apud Haeredes Guilielmi Hovü. 1641. 4^. 

Bogaerts, F., Histoire du culte des Saints en Belqique-, envi- 
sagé comme element social. Anvers, J. E. Buschmann. 1848. 8*. 

Molanus, J., De historia SS. imaginum et picturarum pro 
vero earum usu contra abusus, libri quatuor. Lovanii, typis 
Academicis. 1771. 4^. 

Salles, F., Annales de l'ordre Teutonique ou de Sainte-Marie- 
de-Jérusalem depuis son origine jusqu' è nos jours etdaservioe 
de santé volontaire. Paris, Société générale de librairie catholique. 
1887. 80. 



Digitized by 



Google 



391 

Album OU coUection complete et historique des costumes de 
la oonr de Rome, des ordres monastiques, religieux et militaires 
et des congrégations séculaires des deux sexes. 2*^°^® édition. 
Paris, Ancienne maison Silvestre, E. Camerlinck. 1862. 4o. 

Hezenmans, J. C. A.^ De commanderij der Duitsche orde te 
Vucht met een aanhangsel over die te Gemert. 's Hertogenbosch, 
Gebr. Muller. 1887. 8^. 

(Overdruk uit de werken van het Provinciaal Genootschap van 
Kunsten en Wetenschappen in Noord-B rabant. Nieuwe Reeks. n^. 2). 

Katalog der Freiherrlich von Lipperheideschen Sammlungfür 
Kostumwissenschaft mit Abbildungen. Dritte Abtheilung. Bücher- 
sammlung. Band I. Berlin, Verlag von Franz Lipperheide. 8o. 

Bleichman alias Helmond, Is. Zach., Historische Nachricht 
von dem Sachsischen Gross-Hertzoglichen Majestat-Siegel. welches 
vor Alters ünterschiedliche Hertzoge von Sachsen georauchet 
ans wichtigen und raren Diplomatibus, nebst einigen politischen 
Reflexionibus, an das Licht gegeben. Jena, Hellerische Buch- 
druckerey. 1725. 4«. 

Endrulat, Bernhard, Niederrheinische Stadtesiegel des 12teQ 
bis 16ten Jahrhunderts. Düsseldorf, L. Vosz & Co. 1882. 4°. 

Seyler, G. A., Geschichte der Siegel. Leipzig, P. Friesenhahn. 
1894. 8o. 

Malderghem, J. van, Les fleurs de lis de Tancienne monarchie 
fran9aise, leur origine, leur nature, leur symbolisme. Bruxelles, 
Henri Lamertin. 1894. 8«. 

Idem, Du pourpre en héraldique. Bruxelles, Alfr. Vromant & 
Co. 1898. So. 

Dambreville, Et., Abrégé chronologique de l'histoire des ordres 
de chevalerie, depuis TOrdre de Saint-Jean de Jérusalem ou de 
Malte en 1118 jusqu^è TOrdre royal de HoUande, en 1807. Paris, 
Hacquart. 1807. 8o. 

Rochemont, G. L. de, en Bischoflf,J., Geschiedkundige beschrij- 
ving der oudere en nieuwere, thans bestaande ridderorden, zoo 

in als buiten Europa Amsterdam, Jb Da Cunha & Co. 

1848. 4^ Met atlas gr. 4^ 

Soixante-quatre quartiers de S. A. S. Marie Léopoldine, prin- 
cesse de Nassau, regue chanoinesse è, Nivelles en 1666. 



Digitized by 



Google 



392 

Ablaing van Gieesenburg, W. J. d\ De ridderschappen in het 
koninkrijk der Nederiandenof de geschiedenis, regeling en zamen- 
stelling van den stand der edelen van 1814 tot 1850. 's Graven- 
hage, C. van Doorn en zoon. 1875. 4°* 

Idem, De ridderschap van het kwartier van Nijmegen, namen 
en stamdeelen van de sedert 1587 verschenen edelen. Uitgegeven 
met een geschiedkundig overzicht door Mr. P. A. N. S. van 
Meurs. 's Gravenhage, W. P. van Stockum en Zoon. 1990. 4**. 

Liste de la noblesse titrée avant 1793. Bruxelles, P. BoeseL 
1873. 8^. 

Nedopil, Leop., Dentsche Adelsproben aus dem Deutschen 
Ordens-Central-Archive. Vierter Band. — Supplement. Wien, 

1881. 80. 

Die Wappen der Deutschen Freiherrlichen und Adeligen Fami- 
lien in genauer, voUstandiger und allgemein verstandUcher Be- 
schreibung. Leipzig, T. O. Weigel. 1855—1857. 4 bndn. 8^. 

(Vegiano de), Nobiliaire des Pays-Bas et du comité de Bour- 
gogne, contenant les Villes, Terres et Seigneuries, érigées en 
titre de Principauté, Duché, Marquisat, Comté, Vicomté et 
Baronnie : Les Personnes qui ont éte honorées de la dignité de 
chevalier : Les Families nobles qui ont obtenu des ornemene i 
leurs Armes et Ie Nom et les Armes de ceux qui ont étéanno- 
blis OU réhabilités par les Princes des augustes maisons d'Autriche 
et de Bourgogne, depuis Ie règne de Philippe Ie Bon, duc de 
Bourgogne et de Brabant etc. jusqu'è la mort de 1'emperenr 
Charles VI. Louvain, Jean Jacobs. 1760. 2 Dln. kl. »>. 

— , Supplément au nobiliaire des Pays-Bas et du comté de 
Bourgogne (1420—1555). Gand, Duquesne. 1861. KL 8o. 

Le nouveau vrai supplément aux deux volumes du nobiliaire 
des Pays-Bas et de Bourgogne ou Mélanges de Généalogie et de 
Chronologie avec le Blason des Armoiries. Gand, Duquesne. 

1861. Kl. 80. 

Nobiliaire du duché de Lorraine et de Bar avec le blaaon 

de leurs armes è. commencer depuis 1382. Gand, Duquesne. 

1862. Kl. 80. 

Bevy, C. J. de, Histoire de la noblesse hereditaire et succes- 
sive des Gaulois, des Frangois et des autres peuples de l'Europe, 
de leur gouvernement depuis 57 ans avant notre ère jusqu'i 
présent. Liége, Dumoulin, 1791. 4o. 



Digitized by 



Google 



393 

Gothaischer genealc^ischer Hof-Kalender auf das Jahr 1829. 
- 66» Jahrgang. Gtotha, Justus Perthes. 12o. 

Idem, auf das Jahr 1830. 67« Jahrgang. Gotha, Justus Perthes. 12q. 

Genealogisches Taschenbuch der deutschen Graflichen Hauser 
auf das Jahr 1827, 1829, 1831, 1835—1861, 1863—1867, 1870, 
1872, 1880—1889. Gotha, Justus Perthes. 48 Dln. 12». 

Gothaisches genealogischer Taschenbuch der Freiherrlichen 
Hauser. 1875, 1876,1880—1891. Gotha, Justus Perthes. 14 Dl. 12». 

Etudes numismatiques. — Nouvelle classification d'une mon- 
naie de Cologne attribuée 4 tort è, Parchevêque Hildebolde. 
J880. 80. 

(Overdrak uit de iRevue beige de numismatique, année 1880^). 

Reusens, (E. H. J.), Eléments de paléographie. Louvain, Ch. 
Peeters, 1899. 8». 

Delsaux, Ch., L'architecture et les monuments du moyen ^ge 
i Uége. Liége, Felix Oudart. 1847. 8o. 

Pascal, J. B. E., Institutions de Part chrétien pour Pintelli- 
gence et Pexécution des sujets religieux ou documents puisés 
aux Bources de PEcriture Sainte, de la Tradition catholique, des 
Légendes et des Attributs sous Ie point de vue de la peinture, 
de la sculpture et de la gravure. Paris, Ambroise Bray. 1856. 
2 Dln. 80. 

Mestwerdt, G., Verzeichniss und kurze Beschreibung der 
Sammlung von Alterthumsgegenstanden lm Rathhaus der stadt 
Cleve. Cleve, Koch. 1877. 8». 

Rapports faits è la Chambre des Représentants Ie 23 novembre 
1842 par Ie Ministre des Affaires Etrangères sur Ie traite entre 
la Belgique et les Pays-Bas et la convention de commerce et de 
öavigation intérieure, signés k La Haye, Ie 5 novembre 1842.— 
Cartes. Bruxelles, Em. Devroye et C». 1842. Fol. 

Bibliographie de Belgique. — Journal officiel de lalibrairie 
pnblié sous les auspices du Ministre de Plntérieur et de l'Instruc- 
tion publique par Ie cercle beige de la librairie et de Timprimerie 
a?ec Ie concours de PoflBice international de bibliographie. — 
l'ables abrégées de la classification bibliographique decimale. 
Bruxelles. 8». 



Digitized by 



Google 



394 

Favre, L., Les patois de la France. Recueil de Chants, Noëls, 
Fables, Dictons, Di^ogues, fragments de Poèmes, composés en 
principaux dialectes de la France, précédés d'une étude sur 
rorigine des Patois sur les langues d'Oil et d'Oc et sur leure 
limites. Niort, L. Favre. 1882. 8». 

Poten, B., Handwörterbuch der gesamten Militarwissenschaflen 
mit erlauternden Abbildungen. Band 1 — 9. Bielefeld und Leipzig, 
Velhagen & Klasing. 1877—1880. 9 Dln. foP. 

VII. Uitslag der pogingen om afschrift ie verkrijgen van belang 
rijke onuitgegeven bescheiden, voor het hoofd-archief in de 

provincie van gewicht en berustende in andere 
binnen- of buitenlandsche archieven. 

Onder dit opzicht valt dit jaar niets bizonders te vermelden. 

VIII. Gebruik, van het archief gfmaakt en inlichtingen verstrekt 

aan autoriteiten en particulieren. 

Behalve de krijgsgeschiedkundige nasporingen door de 1*^ 
Luitenants de Visser en Dyserinck werd van dit Rijksarchief 
gebruik gemaakt door de volgende autoriteiten en particulieren, 
die wij naar tijdsorde vermelden en wel eerst die schriftelijk om 
inlichtingen vroegen en daarna die persoonlijk in ons archief 
opzoekingen deden. 

Schriftelijke inlichtingen verkregen : 

De heer P. H. A. Martini Buijs, ingenieur te 's-Gravenhage, 
aangaande archieven van het klooster Bedbur bij Kleef met hei 
oog op genealogische opzoekingen, betreffende het geslacht 
Loenersloot. 

De heer W. A. Oostendijk te Nijmegen over het oude en het 
tegenwoordige hertogdom Limburg en het verband daarvan tot 
de hertogdommen Gelder en Brabant. 

De baron van Wittenhorst — Sonsfeldt te Frankfort a/d M. over 
de origineele acte van het verdrag van Venlo, in 1543 gesloten 
tusschen Keizer Karel V en Willem van Gelder, aan welk ver- 
drag het zegel van een zijner voorouders heer te Horst zich 
bevindt. 

De graaf I. de Marchant et d'Ansenbourg, burgemeester te 
Amstenrade (L.), over de akte van verheffing in den adelstand 
zijner familie. 



Digitized by 



Google 



r 



395 

De zeer eerw. heer Jos. Hahn S. J., te Verviere, over een 
beneficie ter eere van het H. Kruis in de St. Maartenskerk te 
Wijck-Maastricht en over de Calvinisten te Maastricht en om- 
streken in de 16® eeuw. 

Mejufir. Marie de Man, conservatrice van het muntkabinet 
te Middelburg, over den naam „Gelendi*' voorkomende op eene 
munt. 

De heer Dr. Keiler, beambte aan het Stadsarchief te Keulen, 
verkreeg afschrift van een viertal oorkonden uit het archief der 
voormalige abdij Susteren. 

De heer J. Bake, ambtenaar bij het Openbaar Ministerie bij 
een der kantongerechten te Amsterdam, over de archieven der 
&inilie van Heurn en over den natuurlijken zoon van Jacob III 
van Home. 

De heer E. Bellenche te Brussel over het verblijf van Marl- 
boTough te Maastricht in 1702 en 1708. 

De heer Burgemeester van Valkenberg betrefifende tafereelen, 
betrekking -hebbende op de geschiedenis van het land van 
Valkenberg, dienende tot beschildering van de raadzaal van het 
stadhuis aldaar. 

De heer H. Brugman, onderbibliothecaris der Koninklijke 
bibliotheek te 's-Gravenhage, over handschriften, afkomstig van 
het kapittel van St. Servaas en van het klooster der Kruis- 
heeren te dezer stede. 

De heer H. Quittard te Parijs over den bekenden musicus 
Henricus Dumont, geboren te Maastricht, (1) koorzanger van 
0. L. Vrouwe-kapittel en later kanonik van St. Servaas-kapittel 
aldaar en daarna meester der koninklijke kapel van Lodewijk AlV. 

De heer ridder C. de Borman te Schalckhoven over het kasteel 
van Op-Canne. 

De heer E. W. Moes, onder-directeur van 's Rijks prenten- 
kabinet te Amsterdam, over bizonderheden aangaande Egidius 
BnysBchen en Godefridus Thisius, kanoniken van S. Servaas- 
kapittel alhier en de voornamen van generaal de Dopff, militair 
eommandant dezer stad. 



(1) Dit is bij dit onderzoek gebleken en was te voren onbekend. 



Digitized by 



Google 



A 



396 

De heer Jhr. Mr. J. H. Hora Siccama over het verhoor door den 
Krijgsraad te Maastricht van mevroaw van Sonteland geboren 
Johanua Dorothea Lindenaar, die in 1703 aldaar werd aange- 
houden op verdenking, den commies van het kruitmagazijn te 
Luik te hebben willen overhalen, dat magazijn te doen springen. 

De heer J. van Egeren raadsheer aan het Hof van appel te 
Gend, over de bezetting van het kasteel Holtmulen te Tegelen. 

De heer K. Theunissen, notaris te Roermond, over het testament 
van Pastoor üyttenhoven, te Roermond overleden den lO**" 
September 1783. 

Het Gemeentebestuur alhier gegevens over J. P. Minckelere, 
als ontdekker van de lichtgevende eigenschap van het steen- 
kolengas en den eersten toepasser daarvan. 

Verder werd het archief tot het doen van onderzoekingen 
bezocht door de volgende personen: 

Den heer A. Keurenaar, hoofdingenieur van den Waterstaat in 
deze provincie, die nasporingen deed over het „Canal duNord" 
ter verbinding van Maas en Rijn onder Napoleon I, de fossa 
Eugeniana, met het zelfde doel begonnen in 1627 en de Maas in 
Limburg. 

Den heer Ph. F. W. van Romondt, 1«*«° Luitenant der in&n« 
terie alhier, die nasporingen deed van genealogischen aard. 

Den heer A. Holvoet te Valkenberg, die wederom genealo- 
gische nasporingen deed betreffende de Maastrichter familie 
van Hees. 

Den heer J. Lejeune, aannemer te St. Pieter, die inzage nam 
der vestingkaarten der stad en meer bizonder der vestingwerken 
buiten de voormalige St. Pieterspoort. 

Den heer J. van Gils, directeur van het stadsteekeninstituut 
alhier, die inlichtingen inwon over den voorgevel der voormalige 
Augustijnenkerk en zijne versiering. 

Den heer Mr. Haex, advokaat, die inzage nam der akte van 
3 Germinal an 5(23 Maart 1797), waarbii het klooster Sla vanten, 
te St. Pieter gelegen, als domein verkocht werd, wat insgelijkB 
door den heer Mr. Edm. J. M. Jaspar, advokaat alhier, werd 
verricht. 



Digitized by 



Google 



397 

Den Zeer eerwaarden heer W. Simenon, leeraar aan het klein- 
seminarie te St. Truiden, die meermalen op ons archief werk- 
zaam was en stof verzamelde voor de geschiedenis van het dorp 
Vlijtingen (Belgisch Limburg), voorheen de hoofdbank der banken 
van St. Servaas alhier. 

Den Zeer eerwaarden heer G. Hustinx, oud-leeraar van het 
bisschoppelijk college te Roermond, wegens genealogische en 
heraldische doeleinden. 

Den heer P. de Groote, minister-resident van Z. M. den Koning 
der Belgen in Perzië, die meerdere dagen werkzaam was voor 
nasporingen over zijne familie in het archief der voormalige heer- 
lijkheid Strucht, der rentmeesters van Valkenberg en Daelhem, enz. 

Den heer Palmen te Steevoort voor hetzelfde doeleinde. 

Den Zeer eerwaarden heer H. P. A. van Hasselt, directeur van 
het college der Kruisheeren te Maeseyck, die meermalen het 
archief bezocht, om stof te verzamelen voor eene geschiedenis 
van het klooster zijner orde alhier en dat te Venlo en wienook 
met machtiging van Uwer Excellentie's Ambtsvoorganger, archi- 
valia van die kloosters geleend werden. 

Den Zeer eerwaarden heer Dr. H. J. Loman. Ev. Luth. predi- 
kant, die inlichtingen inwon over het terrein, waarop de Luthersche 
kerk gebouwd is en die gewaarmerkt afschrift verkreeg van de 
akte van verkoop van eene schuur met verdere toebehooren in 
de Hondstraat alhier aan de gemeente der Augsburgsche Confessie 
dd. 8 December 1633. 

Den heer Heinrich Kelleter, dr. phil., werkzaam aan het 
Staatsarchief te Düsseldorf, die onderzoekingen instelde in de 
registers der Keurkeulsche mankamer te Heerlen. 

Den Zeer eerwaarden fr. Martinus Tiesselinck, O. F. M. alhier, 
die meerdere dagen alhier werkzaam was en stof verzamelde 
yoor eene levensbeschrijving van Johannes Montanus (a Monte), 
eersten Bisschop van Deventer. 

Den heer Jos. Maeckl, leeraar aan het gymnasium te Erkelenz, 
die inzage nam van de bescheiden en documenten betreffende 
Erkelenz. 

Den heer J. Geelen, commies ter gemeente-secretarie alhier, 
die meermalen op het archief werkzaam was voor genealogische 
doeleinden. 



Digitized by 



Google 



398 

Den heer C. F. J. Rieber, bouwkundig ingenieur, die eene 
copie nam van eene oude teekening van het voormalig kasteel 
Valkenberg, voorkomend op de kaart van Valkenberg door den 
keizerlijken cartograaf Jacob van Deventer, circa 1550. 

IX. üitkomaien van de bemoeiingen mei gemeente-, \Daier8chapk- 
en andere archieven. 

Aangaande dit hoofdstuk valt dit jaar niets te vermeld^fL 

De Rijkearchivaris in Limbwf^ 
A. J. A. FLAMENT. 
Maastricht, 10 April 1902. 



Digitized by 



Google 



399 
Bijlage I. 



AANWINSTEN. 

A. ARCHIVALIA. 

a. door schenking : 

Van den heer P. Sarolea alhier, 

1782 — 1795. Register der pachten van het klooster der An- 
nnntiaten te Wijck-Maastricht. Fol. 

Dit register heeft na de opheffing van het klooster behoord aan 
eene tante des schenkers, Maria Gertrudis Withoff, een der laatst 
overgebleven leden van voornoeoid klooster. 

Van iemand die onbekend wenscht te blijven : 

P. 1496 September 12. Akte van toestemming door den 
pastoor van Arcen aan het klooster St. Barbara-Weert te Lom 
onder Arcen, om eene kapel te bouwen en er voor de leden 
van het klooster en eenige andere personen, in de akte genoemd, 
de godsdienstoefeningen te houden en de H. H. Sacramenten 
toe te dienen. 

Orig. op perkament. 

2^. 1741 Juli 26. Akte van benoeming door het leenhof van 
Brabant van Nicolaas Vielvoye tot deszelfs leenvinder in de 
provincie Limburg en de landen van Overmaas. 

Orig. op perkament. 

In dorso: Akte van eedsaflegging van dezelfde dagteekening. 

3°. 1671 - 1709. Transportregister van het „Roesendaels leen- 
hof' (1) te Oud-Valkenberg. Fol. obl. 

Verso: 

1753—1787 idem idem. 

20. 1710—1751 idem idem. 

30. 1780—1794 idem idem. 



(1) Dit leenhof was eigenlijk een laathof. 



Digitized by 



Google 



400 

Van de familie Lebene te Eysden : 

1668 — 1701. „Register toebehoorende den heer Nicolaus Thelen, 
„doctor medicus binnen deser stadt Maestricht resideerende 
„inbaldende sijne renten, actiën, landen als andersinta begin- 
„nende met den 25 Aprilis 1668". Reg. fol. 

Van den heer E. Kemmerling alhier: 

18« en 19« eeuw. Een bundel bescheiden afkomstig uit het 
archief der gemeente Heerlen. 

Van iemand die onbekend wenscht te blijven: 

1681—1686. Gedingregister van het leen- en laathof te Doen- 
rade. Fol. 

b. door aankoop : 
Doenrade. 

P. 1596—1794. Register der 'leen verheffingen van het adellijk 
huis Doenrade. Fol. 

2®. 1673—1756. Een bundel met transporten gerealiseerd voor 
de laten van het adellijk huis Doenrade. Minuten. 

30. 1698—1728. „Laetcarte" van dat huis. 

40. 17® eeuw. „Gorten uyttreck over die zins(»rte des huys 
Doenraet raeckende de amortementen en de jaerlixen pacht". 

5®. 17® en 18® eeuw. Extracten uit het cijnsregister. 

6®. 1705—1717. „Staet ende specificatie van den resterenden 
chins'' van dat huis. 

70. 1712. Meeting van het „huys van Doenraet bestaende in 
weyden, bosschen ende landerijen" door den gezworen landmeter 
Johannes Bollen. 

Afschrift op papier. 

80. 1712. „Extract uyt de meetinge gedaene door den geswoo- 
ren lantraeter Joannes Bollen". 

d^. 1794—1810. Register der erfpachten en cijnzen. 

10^. 18® eeuw. Lijst der laten van het adellijk huis Doenrade. 



Digitized by 



Google 



401 

e. door overname bedoeld bij wettelijke bepalingen. 

Door tasschenkomst van den Zeer eerwaarden heer Pastoor te 
Limbricht : 

a) heerlijkheid Limbricht. 

1669 — 1671. Fragment van een register van inkomsten 
en uitgaven van den heer. fol. 

b) Willige justitie. 

1732 October 12. Attestatie van ingezetenen van Lim- 
bricht wegens het land tusschen „Muhlenweyer en de 
Bovenstraet". 
Minuut. 

e) Civiel-rechterlijk. 

17« eeuw. Een bundel met losse processale stukken, 
d) gemeentelijk. 

1651. Staat der schatting van het jaar 1651. 

Van het gemeentebestuur van Wanssum : 

a) Vóór het Fransch bestuur : 

1715—1802. Plakkaten vaii de Hooge Regeering in 2 
portefeuilles. 

6) Willige justitie. 

18« eeuw. Een bundel overdrachten, momboirszaken en 
gerechtelijke verklaringen. 

c) Civiele justitie. 

18e eeuw. Een bundel stukken van civiele processen. 

1769. Voordracht door de schepenen van Wanssum aan den 
heer dier plaats tot benoeming van een schepen. 

Met marginale apostille van 11 December 1769 door F. O. van 
Lynden-van Hemmen, heer tot Wanssum, tot benoeming van Her- 
man nus Kessels. 

1770. Rekwest van voornoemden Hermannus Kessels aan het 
Hof van Pruissisch Gelder met verzoek tot examen voor die 
plaats te worden toegelaten. 

Met marginale apostille van 17 Januari 1770, waarbij hij toegelaten 
wordt. 

In fine: 1770 Februari 12. Attestatie van schout en schepenen, dat 
hij in hunne tegenwoordigheid den eed als schepen heeft afgelegd. 

(1901) 26 



Digitized by 



Google 



402 

d) Qemeentelijk. 
1761. Gemeenterekening over 1761. 

Idem met bijlagen over de jaren 1765, 1757—68, 1760, 
1770—1787, 1789, 1794-1796. 

Een bundel losse bescheiden betreffende de armentafel. 

Heerlijkheid Wanssum en Geysteren. 

1766 Juli 16. Verpachting der taxe voor beide voornoemde 
gemeenten. 

Geysteren. 

1792 December 28. Verklaring door G. Knops, dat de gerichte- 
bode van Geysteren, op bevel van den schout Hafifmans beslag 
gelegd heeft op dat gedeelte der verkochte goederen van wijlen 
Jan Dukers en Helena van Wylyck, wat toegevallen was aan 
Johan Kessels, als mede-erfgenaam (1). 



(1) Dit is hei eeoige stuk op dit Rüksarchief, waaruit blijkt dat Geysteren 
een afzonderlijk schepen gerecht had. Tocrn de familie van Schellart, heer vtn 
Geysteren, van 1673 tot 1766 Wanssum bezat, heeft zij beide dorpen en 
schepenbanken tot eene heerl\jkheid vereenigd. 



Digitized by 



Google 



403 



Arehiyalia, OYergenomen op het Raadhuis te Roermond den 
ie*»»» Augustus 1894, den l?"»»» September en l?"»»" 
October 1895 en den IT'en jyu igoi. 

(N.6. De stqkken waarnaar verwezen wordt, zijn die van den 
inventaris-Sivré. — G.A. beteekent: Gemeente-Archief. Overal waar 
stak, pagina of omslag en no. vermeld is, is bedoeld 6.A., tenzij anders 
is aangewezen. Waar de beschrijving van den heer Sivré ontbrak, is 
die door de onze aangevuld. 

V66b hbt Fransch Bbstuub. 

Spaansch-Oostenryksch Gelderland. 

I. ARCHIEF VAN HET SOUVEREIN HOF VAN SPAANSCH- 
OOSTENRIJKSCH GELDERLAND TE ROERMOND (1). 

[Souverein Hof van Gelder te Roermond. Piecaal-apoBtillen- 
boek 1677—1681 ; id. roUe 1677—1681, waarschijnlijk afkomfltig 
van een lid der familie Bou wens— van der Boy en, lid van het 
Hof en heer van Venray. Gevonden te Venray op het Raadhuis. 
Reg. 40.] (2). 

[1547 —1627. Een register, getiteld op het plat : „Register desen 
hove aengaande, inhoudende ordonnanciën, de inrichting van 
het Hof betreffende ; in copie". Reg. fol.]. 



(1) De archivalia van het Hof, in 1682 naar Arnhem gevoerd, en aldaar 
achtergebleven in 1682 en in den loop van 1895 naar dit Rijks-archief over- 
gebracht, zijn beschreven in de «Verslagen omtrent *s Rijks oude archieven" 
over 1895, bijlage I, pag. 496—515, 595—667. 

In Brussel, in het algemeen Rijksarchief, bevindt zich de geheele registra- 
tuur na 1632, die reeds tweemaal door brand deerlijk is gehavend, nh eens 
te Roermond in 1665 en eens te Brussel in 1827 in het paleis der Etats- 
Généraux. Zie mijn jaarverslag over 1894, p. 330, 331, 353, 439. 

(2) Volledigheidshalve vermelden wij bij het Hofarchief en dat der Staten ook 
de weinige registers, niet te Roermond overgenomen. Zij zijn tusschen vier- 
kante haakjes geplaatst. 



Digitized by 



Google 



404 

1601—1676. „Begrijp van de documenten ende stucken, voorts 
van de placaeten tot 1756, die geregistreert syn, in differente 
boecken, berustende ter cancellerye van Gelderland tot Rure- 
monde ex libris Syben." In fine een geschiedenis, getituleerd : 
„Den staat vant Overquartier des vurstendombs Gelre, getroc- 
ken uyt den geenen, by den landrentmeester van Afferden, in 
den jaere 1729 geformeert." Reg. fol. 

1547 — 1700. Een bundel documenten, zijnde stukken, inge- 
komen bij het Hof en afschriften, later verkeerdelijk bijeenge- 
bonden in één band. 

Benoemingen, ordonnantiën, gratiebrieven. 

1584 September 15. Benoeming van Willem Griep tot kanse- 
lier door Filips II. Perkament. Stuk I, pag. 14. 

1595 November 3. Commissie van den hoofd-tresorier-generaal 
en gecommitteerden van de financiën — die kennis bekomen 
hadden, dat vele leenen, in Gelderland gelegen, sedert jaren niet 
verheven waren — op Willem Criep, Cancellier, om tot die ver- 
heffing te doen overgaan. Perk. Stuk I, pag. 385. 

1614 September 18. Bevel van de Aartshertogen, dat de zaak 
van Barbara Vrezen, door de Cancellarie, 18 Augustus 1.1. beticht 
van tooverii, zal blijven ter kennisneming aan den schout en 
schepenen der stad Venlo. Met bijlagen. Perk. 

Stuk I, pag. 336. 

1618 Juli 14. Verbanning ten eeuwigen dage door den Groo- 
ten Raad van Mechelen van Otto Adriaan Baltbasar van Flodorff 
met verbeurdverklaring zijner goederen. Orig. perk. get. F. van 
der Schelde. Stuk I, pag. 484. 

1672 Maart 2, Gratiebrief door Koning Karel, in zijn Hof van 
Gelder, ten behoeve van den bode des Hofs Goert Soens. Perk. 

1673 Februari 16. Mandement van koning Karel omtrent het 
uitvoeren van graan. Perk. 

1677 December 18. Brieven van executoriën verleend aan 
den Raad en rekenmeester Jacques Bierens, om achterstallen te 
innen. Perk. 

1680 November 21. Benoeming door den Souvereinen Raad 
te Roermond, van JohannesMarcus, na het overlijden vanThomas 
Nabels, tot bode van dien Raad. Orig. perk., zegel verloren. 



Digitized by 



Google 



405 

1722 Mei 9. Ordonnantie van Keizer Karel VI tot revisie van 
een vonnis, op verzoek van Frans Herman graafdeLeerod. Perk. 

1726 November 12. Ordonnantie van Karel, „Roomsch Koning," 
(Keizer Karel VI) tot de groote rivisie van een vonnis van 1726 
Juli 13, op verzoek van Jan Baptista Cruysancker, oud-burge- 
meester van Roermond. Perk. 

1737 October 2. Hofordonnantie (1) door Keizer Karel VI. Perk. 

1740. Minuut proces-verbaal van dB uitvaart van Karel VI. 
Op papier. 

1741 December 2. Benoeming door Maria Theresia van rech- 
ters, om een proces te reviseeren tusschen den raadsheer van 
den Berg van Roermond en I. A. I. Costerius, schout te Weert. 
Perk. 

1746 September 2. Ordonnantie door Maria Theresia tot groote 
riviaie in een proces tusschen Gerard Gooien ter eenre en de 
weduwe van Jan Collaer en haar tweeden man Charles Lassance 
ter andere zijde, naar aanleiding van het aanleggen van vesting- 
werken. Perk. 

Dossiers, liassen en losse stukken, meerendeels processen of 
fragmenten daarvan. 

3934 nummers, geplaatst in 64 portefeuilles. 

(Hiervan bestaat een inventaris in Ms, door wijlen den heer Sivré 
vervaardigd, in afschrift. De stukken zijn door elkaar zonder 
chronologische volgorde in portefeuilles geplaatst. 

Dossiers van processen tusschen de erf voogd en van Roermond 
en de gemeente Roermond, verder niet geïnventariseerd. In 
port. 42. 

Verschillende liassen en losse stukken als boven, door den 
heer Sivré in 45 portefeuilles gerangschikt, doch hierin stukken 
van archieven van andere colleges, b.v. van de Staten des 
Overkwartiers te Roermond enz,, nog te trieeren. (Zie jaarverslag 
over 1899 pag. 763.) 

In een der dossiers een plan van het klooster Mariaweyde te 
Venlo. Zie hiervoor onder kaarten. 

Dossiers van processen in 22 portefeuilles. 



(1) Over de inrichting enz. van het Souverein Hof. 



Digitized by 



Google 



406 

1662—1665. Vierjarige rekening van den ontvanger der 
exploiten, afgehoord 20 Juli 1667 in de rekenkamer, folio. 

1698, 1699, 1700. Minuten van decreten. 

Dossiers betreflTende de verwikkelingen over de souvereiniteit 
van 't Land van Thorn tusschen de Abdis en den Koning van 
Spanje, als hertog van Gelderland. In 1 portefeuille. 

17^« en 18<^« eeuwen. Verschillen over de souvereiniteit der 
heerlijkheid Daelenbroek, tusschen den Hertog van Gelderland 
en dien van Gulik. Dossiers processen. In 2 portefeuilles. 

1711 — 1715. Tractaten hierover. In 1 portefeuille. 

Liassen met appointementen van het Hof en attestatiën van 
den griffier. In 4 portefeuilles. 

Rekwesten aan het Hof met apostillen. In 1 portefeuille. 

Octrooien van het Hof. In 1 portefeuille. 

Stukken van het Hof als administratief lichaam. In 2 porte- 
feuilles. 

In eene dier 2 portef. plannen tot herbouwing van het Hof. Zie 
hiervoor onder kaarten. 

Dossiers en stukken van crimineel-rechterlijken aard. In 1 
portefeuille. 

Dossiers en stukken over de samenstelling van het Hof en 
archivalia van het Hof als administratief lichaam. In 1 portefeuille. 

1741. Lijst der religieusen van de kloosters der Ursulinen 
Godsweert en Godsboomgaart en van het Begijnhof te Roermond. 

1782—1783. Gerechtsjura. Lijst. In 1 portefeuille. 

Bizondere losse bescheiden op papier door den heer Sivré 
afzonderlijk geregistreerd en m het gemeente-archief ge- 
plaatst. 

1457 Mei 6. Stuk II, pag. 86. 

1569 Mei 10. Stuk II, pag. 99. 

1582 Juni 21. Stuk II, pag. 105. 

1582 December 23. Stuk II, pag. 251. 



Digitized by 



Google 



407 

1582 December. , Stuk II, pag. 250. 

1589 April 1. Stuk II, pag. 251. 

1595 December 7. Stuk II, pag. 129. 

1597. Brieven van den prior van het klooster Belhem bij 
Doetinchem (Hof administratief). 

1601 November 15. Stuk II, pag. 188. 

1608 Februari 23. Stuk II, pag. 415. 

1608 Augustus 17. Stuk II, pag. 416—417 

1616 October 6. Stuk IV, pag. 151. 

1645 April 22. Stuk IV, pag. 285—286. 

[1648 September 21. Aankondiging van „openbaere beva- 
ringe ende visitatie der middelsanden" in de Maas]. (Legaat 
Slangben, burgemeester van Honsbroek). 

[1656 Januari 18. Schrijven van den Grouverneur-generaal 
der Zuidelijke Nederlanden aan het Souverein Hof te Roermond, 
ten einde inlichtingen te bekomen omtrent de waarheid der be- 
wering van die van Nijmegen, dat zij vrij zouden zijn van tollen 
op de Maas. (ïeteekend : Leopold]. (Legaat Slanghen). 

[1656 Februari 14 en Juli 25. Twee stukken over de indaging 
van Christoffel Schenk van Nydeggen en Willem van Merwijk 
voor de Chambre mi-partie, door de Chambre mi-partie en den 
Raad van State te Brussel]. (Legaat Slanghen). 

1657 Januari 4. Stuk IV, pag. 390. 

1661 Maart 8. Stuk IV, pag. 403. 

[1663 October 24. Schrijven van den Gouverneur-generaal 
der Zuid. Nederlanden aan het Souverein Hof van Gelder, om 
zonder verder uitstel het proces, dat die van Nijmegen voor 
hetzelve hebben hangende, af te doen. Geteekend: Louis de 
Benavides]. (Legaat Slanghen). 

1665 Juli .10. Stuk IV, pag. 415 

1667. Stuk IV, pag. 425. 

1674 Juli 6. Stuk IV, pag. 448. 



Digitized by 



Google 



408 

1676 Augustus 22. Ontvluchting vftn een ter dood veroor- 
deelden soldaat in het klooster der KecoUecten te Roermond. 

1679 Juli 13. (Omslag G. A. 41, n». 9). Reglement voor den 
Raad van Grelre door Karel II van Spanje. Afschrift van een 
gedrukt plakkaat. 

Circa 1679. Terres franches scituées dans Ie pays de Gueldres 
[ui payent leurs rations et k quoy elles sont taxées. — 1679. 
""erres franches scituées dans Ie pays de Gueldres et confinsqni 
ne payent point et ont sceu obtenir surcéances et exemptiona 
soubs divers prétextes comme se trouve dans les vieux livres 
et listes des receveurs. 






1680 Maart 2. (Omslag G. A. 38, N». 16). Schrijven van de 
Universiteit te Leuven over de studiën in de philosophie buiten 
deze Universiteit. Met apostille van het Hof van 1680 Maart 2. 

1680 Mei 20. (Omslag G. A. 35, No. 2). Benoeming van den 
prins van Nassau tot gouverneur van het Overkwartier door 
Karel II van Spanje. Copie, 

1680 November 9. (Omslag G. A. 43, N». 14). Schrijven van 
wege den Koning van Spanje over den staat der goederen en 
schulden der stad Roermond. 

1681 November 19. (Omslag G. A. 41, N^. 25). Schrijven 
namens den Koning van Spanje aan den Gouverneur en het 
Hof, over het verzoek tot afstand van Erkelenz en omliggende 
dorpen door den hertog van Nieuborgh, om advies. Met 
advies enz. 

1683 Februari 22. (Omslag G. A. 43, N^ 10). Advies van den 
Raad-momboir over het verzoek van Roermond en Venlo betref- 
fende de ontvangst van vreemde munten. 

1683 Augustus 21. (Omslag G. A. 42, N». 2). Verzoek van 
den momboir aan den Koning van Spanje, om de archieven 
uit Arnhem ontvangen (1), niet naar het Jesuïeten-college, maar 
in zijn hotel. deoudeRekenkamer ofnaar het Karthuizer^looster 
te Roermond te brengen. Origineel en copie (?). 

1685 Juli 10. (Omslag G. A. 43, N». 16). Schrijven van don 
Francisco Antonio de Agurto, Luitenant-gouverneur-genenud der 
Zuidelijke Nederlanden, begeleidende de overzending van het 
plakkaat van dienzelfden dag over de landloopers. Met minuut 

(1) Zie hierna Staten- Archief, pag. 419 den inventaris. 



Digitized by 



Google 



409 



Tan den brief waarbij het plakkaat werd verzonden door 
het Hof. 

1685 Augustus 20. (Omslag G. A. 42, N^. 28). Schrijven, namens 
den koning van Spanje, om advies op een voorstel van „certains 
zeleux touchant Testablissement d'une personne dans chasque 
ville pour y recueillir et garder les minutes et registres des 
notaires defuncts". 

1689 April 6. (Omslag G. A. 41, N». 13). Schrijven aan den 
Koning en zijn Geheimen Kaad over 't voorstel van 4 gedepu- 
teerden der Staten omtrent het vaststellen van eene jaarlijksche 
toelage voor den Raad uit de opbrengst van gezegeld papier 
voor de processen, gevoerd in de Cancellarie. 

1695 April 18. (Omslag G. A. 38, N». 8). Schrijven aan 
denzelfde over 't rekwest aan Burgemeester, Schepenen en Kaad 
van Roermond betrefiende 't muntrecht. 

1695 April 27. (Omslag G. A. 44, N«. 7). Toezending door 
den Gouverneur-gen. van België van 't plakkaat van dien dag over 
't niet toelaten van personen tot bedieningen, waartoe de graad 
van licentiaat of de functie van advocaat werd gevorderd, dan 
die 4 jaar aan een universiteit ouder 's Konings gehoorzaamheid 
staande hadden gestudeerd. 



November 5. (Omslag G. A. 44, N'>. 10). Toezending, 
Damens den Koning, van eenige punten, ten einde volgens hun 
inhoud een plakkaat tegen de vagebonden uit te vaardigen. 

1699 Maart 6. (Omslag G. A. 41, N». 27). Overzending door 
den Gouverneur-gen. van België van het plakkaat over hazard- 
spelen. Met minuut van een schrijven ter verdere verzending. 

1699 Augustus 27. (Omslag G. A. 41, M 28). Overzending door 
denzelfde van het plakkaat van dienzelfden dag over vrijdom 
van accijns van goeaeren in België gefabriceerd, gaande van de 
eene provincie naar de andere. Met minuut als boven. In 't 
Pransch en Nederlandsch. 

1700 Mei 26. (Omslag G. A. 46, N». 21). Verzoek van den 
Erfvoogd van Roermond, dat de bode der erfvoogdij den verkoop 
van een huis onder de jurisdictie daarvan zou kunnen publi- 
ceeren en de Magistraat van Roermond worden belet hier tegen 
te handelen (de Magistraat wilde niet, dat zijn bode dien ver- 



Digitized by 



Google 



410 

koop zou publiceeren in de straten niet behoorende onder de 
erfvoogdij). 

Inliggend brieven van beleening der erfvoogdij d.d. 1599 Jani 30, 
door Isabella Clara Eugenia, met omschrijving der jurisdictie. 

1717 Mei 25. (Omslag G.A. 46, N». 31). Reglement der Staten- 
Generaal voor het Staatsch Overkwartier over de jacht. Copie. 

1719 Juli 5. Korte inhoud der ampliatie van het decreet van 
dien datum. 

1725 April 21. (Omslag G. A. 64, No. 18). Schrijven en felici- 
tatie aan den Gouverneur ad interim der Oostenrijkeche Neder- 
landen, Viric Philippe Laurent, graaf van Daun, prins van 
Thiano. 

1725 Mei 26. Dankbrief der Gouvernante van België Marie 
Elisabeth van .Oostenrijk uit Weenen, wegens felicitatie bij haar 
benoeming. 

1727 April 13— Juni 19. (Omslag G. A.46, N^. 26). Briefwisse- 
ling van den Gouverneur-gen. en het Hof over de benoeming van 
den Commandant van Roermond, luitenant-kolonel JeanMaeetro 
de Negretti, met de autoriteiten en praeëminentiën der voor- 
malige Stadhouders van het Overkwartier. Een exemplaar van 
het schrijven van 13 April in origineel; 't overige copie. 

1734 Augustus 14. (Omslag G. A. 48, N»: 10). Schrijven van 
Marie Elisabeth, Gouvernante der Zuidelijke Nederlanden, aan 
den momboir van het Hof van Gelder te Roermond, hem gelas- 
tende te waken tegen het wederrechtelijk voeren van adellijke 
titels, ridderorden enz. 

1738 November 25. (Omslag G. A. 47, N^. 14). Schrijven van 
den Gouverneur der duidelijke Nederlanden over het verschil 
van rang, zitting enz. tusschen den burgemeester en raadsheer 
van den Bergh ten eenre en de raadsheeren der 2^« Kamer 
Kroonenbroeck en Brovens ter andere zijde. 

1740 October 17. (Omslag G. A. 51, N». 4.) Proces-verbaal van 
aanbesteding van 't maken van een houten brug over de Roer. 

1746 September 18. (Omslag G. A. 49, N^. 13). Opcomman- 
deering door het Hof van al het hooi te Roermond. Met stokken 
daarop betrekkelijk. 

1747 October 17. (Omslag G. A. 47, N». 20). „Specificatie der 
„Bisschoppelycke rechten wegens dispensatien ende andere diverse 



Digitized by 



Google 



411 

,,expeditien eygenhandigh opgestelt door den Eerw. Heere Deeken 
„DiBpa-, Gereproduceert ten verbaele den 17 October 1747". 

1749 October 2. (Omslag G. A. 47, N». 13\ Schrijven van den 
Gonverneur-gen. van België, .over ongeoorloofd geldagio. Met 
stukken daarop betrekkelijk. 

1750 October 7. (Omslag G. A. 46, N®. 36). Schrijven van Maria 
Theresia over de benoeming van twee raadsheeren bij het Hof. 
October 27. Antwoord van het Hof (minuut). 

1753 Februari 28. „Brieven van sijne Koninklijke Hoogheid 
,,rakende het sterfhuis van wijlen haere Doorluchtigheid Hen- 
„drine Christina Hertoginne van Brunswijk Wolfenbuttel binnen 
„dese stad overleden". Met retroacta. 

1753 Mei 18. Attestatien omtrent de waarde van negen soorten 
guldens. 

1753 September 15. (Omslag G. A. 50, N». 20). Schrijven van 
Antoine Othon markies van Botta Adorno, gevolmachtigd minister 
der Keizerin voor het Gouvernement-generaal der Zuidelijke 
Nederlanden, kennis gevende van zijne vervanging door graaf 
Karel de Cobenzl. Met copie dier benoeming en tevens tot 
Gouverneur-generaal ad interim, telkens als de Gouverneur zou 
afwezig zijn.' 

1761 October 17. (Omslag G. A. 50, N«. 28). Schrijven met 
decreet der publicatie door den Gouverneur-gen. der Zuidelijke 
Nederlanden over de controle der studiebeurzen bij de Universiteit 
te Leuven, door die Universiteit. 

1764 April 10. (Omslag G. A. 9, N». 41). Aanstelling door het 
Hof van Dionysius Mackay, geboren te Maastricht (1) tot 
drukker van het Hof, als marginale apostille op zijn rekwest. 

Afschriften van: 

Doop-, trouw- en dood- of begrafenisregisters der volgende 
parochiën en kloosterkerken enz. 

ingevolge decreten der Oostenrijksche Regeering van 7 
Maart 1754 en6 Augustus 1778 enz. (zie jaarversl. 1894, p. 326 
en 327. Bijl. A, Hfstk. II). 

Doop-, trouw- en sterfregisters van de parochie van St. Chris- 
toffel te Roermond. 1779—1793. Over 1781, 1782 en 1783 ook 



(1) Leerling van den boekdrukker en boekhandelaar van Gulpen te Maas- 
tricht, gelijk uit het rekwest blijkt. 



Digitized by 



Google 



412 

begrafenissen op het Begijnhof te Roermond en over 1781 be- 
grafenissen bij de Minderbroeders te Roermond. 

Elmpt (thans Rijn — Pruissbn). 

a, (1) Copieën ingeleverd door de schepenen aan het Souverein 
Hof te Roermond van de dubbelen, hun krachtens decreet 
van Maria Theresia van 7 Maart 1754 verstrekt. 

1. 1754—1768 inclusief; 2. 1769—1777 inclusief. 

h. (1) Registers ingeleverd door de pastoors bij het Hof inge- 
volge decreet van Maria Theresia dd. 6 Augustus 1778. 

1. 1779, 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782, 6. 1783, 6. 1784, 7. 1785, 
8. 1786, 9. 1787, 10. 1788, 11. 1789 en '90, 12. 1792, 
13. 1793. 

In het register van 1793 bevindt zich eene lijst der doop-, 
trouw- en sterfregisters berustende op de pastorie. 

Herten, Merüm en Ool. 

a. 1. 1754, 2. 1756, 3. 1757, 4. 1758, 5. 1759. 

b. 1. 1793 (doopregister), 2. 1793 (sterfregister)/ 

Katbrt, Kelpen en Ooler. 

Katert, Kelpen en Ooler behoorden tot 1794 kerkelijk onder 
het bisdom Luik, parochie Grathem (land van Thorn) en 
wereldlijk onder Wessem, Oostenrijksch Gelderland (thans be- 
hoort Katert grootendeels onder de gemeente Heel en Panheel, 
en Kelpen en Ooler en een deel van Katert onder (irathem.) 

b. 1. 1781, 2. 1782, 3. 1786, 4. 1787, 5. 1788, 6. 1789. 
7. 1790, 8. 1791, 9. 1792, 10. 1793. 

Leveroy, 

liCveroy behoorde vroeger onder de schepenbank en thans 
onder de gemeente Nederweert. 

a. 1. 1769-1778 inclusief. 



(1) Ten einde onnoodigen omslag te vermijden, is onder de gemeenten, die 
volgen, de letter herhaald en niet de geheele titel. 



Digitized by 



Google 



413 

h. 1778—79 (beginnende met 17 September 1778 en eindigende 
einde 1779) : in fine lijst der registers van de pastoreele 
registers; 2. 1780, 3. 1781, 4. 1783, 5. 1784, 6. 1785, 
7. 1786, 8. 1787, 9. 1788, 10. 1789, 11. 1790, 12. 1791. 

Mbyel. 

b. 1. 1779 Juni huwelijken, 2. 1782 Januari— Februari doopen, 
3. 1783 doopen en begrafenissen, 4. 1786 doopen, 5. 1788 
doopen, huwelijken en begrafenissen, 6. 1793 doopen, 
huwelijken en begrafenissen. 

NEDEBCBnoHTEN (thaus Rijn-Pruissen), 

o. 1. 1754—1758, 2. 1759, 3. 1760, 4. 1761, 5. 1762, 6. 1763, 

7. 1764, 8. 1765. 

b. 1. 1779, 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782, 5. 1783, 6. 1784, 7. 1785, 

8. 1787, 9. 1788, 10. 1789, 11. 1790, 12. 1791, 13. 1792, 
14. 1793. Met' lijst der registra pastoralia berustende op 
de pastorie, vooraan in het register van 1779. 

OvEBCBUCHTBN (thaus Rijn-Pruisseu). 

o. 1. 1760, 2. 1761,' 3. 1763, 4. 1765, 5. 1767. 

6. 1. 1779. 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782. 5.1783, 6.1784, 7.1785, 

8. 1786, 9. 1787, 10. 1788, 11. 1789, 12. 1790, 13. 1791, 
14. 1792, 15. 1793. 

Neder- en Overcruchten (thans Rijn-Pruissen). 

o. 1. 1766, 2. 1768. 

Nederweert. 

b. 1. 1779 (3 registertjes), 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782, 5. 1783 
(3 rep.), 6. 1784 (3 reg.), 7. 1785 (3 reg.), 8. 1786 (3reg.), 

9. 1787 (3 reg.), 10. 1788 (2 regist., geen van de dooden), 
11. 1789 (3 reg.), 12. 1790 (8 reg.), 13. 1791 (3 reg.), 
14. 1792 (2 reg., doopen en begrafenissen bijeen), 15. 1793 
(3 reg.). 

Obbioht en Papenhoven. (1) 

a. 1. 1754 — 1778 (registers voor copie-conforme geteekend door 
de pastoors). 



(1) Onder de parochie Papenhoven ressorteerde, gelijk thans nog, het GuUcksche 
dorp Grevenbicht. 



Digitized by 



Google 



414 

2. 1754—1769 incluis, voor Papenho ven. Voor Obbicht van 
1753—1768 voor de huwelijken en tot 1769 voor de andere 
categorieën (copie van den secretaris). 

Obbicht. 

a. 1. 1769—1770 (huwelijken tot 1769 einde November, 
doopen van October 1769 tot en met April 1770, sterften 
van Juni 1769 tot en met Januari 1770). 

b. 1. 1779, 2. 1780, 3. 1781, 4. 1783, 5. 1784, 6. 1785. 

Papenhoven. 

a. 1. 1769—1770 (huwelijken van 1769 October tot en met 
1770 Januari, doopen van Augustus tot Mei 1770, over- 
lijden 1770 Mei en Juni). 

6. 1. 1779, 2. 1780, 8. 1781, 4. 1782, 5.. 1783, 6.1784, 7.1785. 

SWALMBN en ASSELT. 

1. 8 walmen : 

b. 1. 1779, 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782, 5.' 1783, 6. 1784, 7. 1785, 
8. 1786, 9. 1787, 10. 1788, 11. 1789, 12. 1791, 13. 1792; 
14. 1794. 

2. Asselt : 

b. Doop- en begrafenisregisters : 1. 1779, 2. 1780, 3. 1781, 
4. 1782, 5. 1784, 6. 1785, 7. 1786, 8. 1787, 9. 1788, 10. 1789, 
11. 1790, 12. 1791. 

Weert. 

1. Parochiekerk St. Martinus en „buitenye" : 

a. 1. 1763—1778. 

b. 1. 1779, 2. 1780, 3. 1782, 4. 1783, 5. 1784, 6. 1785,(doopb. 
afzonderlijk), 7. 1786 (3 registers), 8. 1787 (2 reg., doopb. 
afzonderlijk), 9. 1788 (2 reg., doopboek afzonderlgk), 
10. 1789 (2 reg., doopboek afzonderlijk), 11. 1791, 12. 1792, 
13. 1793. 

2. Kloosters der Minderbroeders — RecoUecten: 

a, Begrafenisregister 1769—1778, daarachter lijst der register8 
van begrafenissen in de kerk en op het kerkhof der 



Digitized by 



Google 



415 



Minderbroeders; idem van de gedoopten en gehuwden op 
het kasteel te Weert door en voor dezelfde paters, achter 
het voorgaande sub la gebonden. 

b. 1. 1779, 2. 1780. 

3. Swartbroeck (1): 

Alleen doopregisters. 

6. 1. 1779, 2. 1780, 3. 1782, 4. 1783, 5. 1784, 6. 1785, 7. 1786, 
8. 1787, 9, 1788, 10. 1789, 11. 1791, 1798. 

4. Tungelroy (1) : 

6. 1. 1783, 2. 1784, 3. 1785, 4. 1786, 5. 1787, 6. 1788, 7. 1789, 
8. 1790, 9. 1791, 10. 1792, 11. 1793. 

Wegqebq (thans Rijn-Pruissen). 

a. 1. 1759, 2. 1760, 3, 1761, 4. 1762, 5. 1764, 6. 1766, 7. 1766, 
8. 1767, 9. 1768. 

b. 1. 1779. 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782, 5. 1783, 6.1784, 7.1785, 
8. 1786, 9. 1787, 10. 1788, 11. 1789, 12. 1790, 13. 1791, 
14. 1792, 15. 1793. 

Wessem. 

b. 1. 1779, 2. 1780, 3. 1781, 4. 1782, 5. 1783, 6. 1784, 7. 1787, 
8. 1788, 9. 1789, 10. 1790, 11. 1791, 12. 1793. 

Crimineele zaken door het Hof behandeld. 

1527 Januari 15. Stuk II, pag. 247. (2) 

1587 Juni 15—26. Tooverij. Stuk II, pag. 402. 

1598 April 26. Stuk II, pag. 254. 

1600 October 7. Tooverij. Stuk II, pag. 407-408. 

1607 Juli 6. Stuk II, pag. 314. 

1609 Juli 20. Stuk II, pag. 421. 



(1) Bevinden zich in dezelfde respectieve registers als die van Weert. 

(2) Overal op deze pagina en de 2 volgende is aangehaald stuk en pagina 
iet afd. Roermondsch Gemeente-archief van den inventaris Sivré. 



Digitized by 



Google 



416 



1613 October 25. Over het geschikte hout, om toovenaare Ie 
verbranden, n.1. eikenhout. Stuk II, pag. 455. 

1614 Februari 8. Inbeslagneming van goederen van geëxecu- 
teerde toovenaars. Stuk II, pag. 457. 

1614 November 14. Tooverij. Stuk II, pag. 461. 

1615 Januari 20. Inbeslagneming van goederen van geëxecu- 
teerde toovenaars. Stuk II, pag. 462. 

1615 Februari 13. Idem. Stuk III, pag. 97. 

1615 October 5. Tooverij. Stuk III, pag. 99. 
1615. Stuk III, pag. 97. 
1615. Stuk II, pag. 462. 

1616 Januari 8. Inbeslagneming van nfeubelen van geëxecu- 
teerde toovenaars. Stuk III, pag. 102. 

Verder werden nog overgenomen de volgende copieën, ge- 
deeltelijk afzonderlijk in den inventaris van Sivré vermeld, die 
deels zeker, deels waarschijnlijk, gediend hebben in processen: 

Stukken betreffende de heeren van Hillenraede en Swalmen: 

1452 Maart 30. Copie betreffende deheeren van Hillenraede en 



Swalmen. 




Stuk II, pag. 


84. 


1473 Augustus 26. 


ld. ld. 


Stuk II, pag. 


89. 


1556. 


ld. ld. 


Stuk I, pag. 


66. 



1496 Augustus 11. Decreet van Karel van Egmont, Hertog 
van Gelder, waarbij hij ten voordeele van de Karthuizers be- 
vestigt de schenking der novaaltienden te Helder en Broek- 
huysen. Afschrift naar eene Latijnsche vertaling van 1697 Maart 
12. Andere stukken, daarop betrekking hebbende. (Vergun- 
ning door den Legaat des Pausen, den Bisschop van Luik enz.) 
Catal. Guillon, N». 640. 

1565 September 11. Huweliikscontract tusschen Jan Marnix 
de Toulouse en Maria van Hammercour. Vidimus van een 
notarieel afschrift door schepenen van Emrick, dd. 1598 October 3. 
(Omslag G. A. 31 N». 30). Stuk IV, pag. 118. 



Digitized by 



Google 



417 

1570 April 6. Huwelijkscontract tusschen Ivo Hoen van 
Cartils en Anna van Ghoir. Vidimus van het origineel door 
schepenen van Emrick, dd. 1598 October 3. Stuk IV, pag. 119. 

1588 Maart 12. Stichting van een beneficie voor een priester 
als opzichter der scholen en schoolmeester tot het geven van 
christelijk onderricht en zang te Horst. Stuk IV, pag. 129/130. 

1590—1621. Testamenten der familie Boenen van Venlo, in 't 
bijzonder Matthias Boenen, pastoor te Valkenberg, verleden voor 
den pastoor te Venlo en de schepenbank aldaar. (Grossen). 

17e eeuw. Papieren, betreffende de familie van Berlo. 
Hierin o. a. : 

1597 Februari 11. Huwelijkscontract tusschen Karel de Berlo 
en Agatha de Merode. Copie. (Omslag G. A. 32, n^. 31). 

Stuk IV, pag. 136—137. 

(Deze stukken hebben gediend in een proces van den baron 
de Berlo, tegen de vrouwe de Keverberghe, geboren barones de 
Berlo, 17^® eeuw). 

Circa 1756. Dossier van een proces betreffende de souvereiniteit 
(suzereiniteit) over 't graafschap Hom, tusschen het Rijk en het 
hertogdom Gelre. Ook over de aanspraken van den Koningvan 
Pruissen en den Prins-bisschop van Luik daarop. 

Proces tusschen het Begijnhof en den advocaat Loyens. 
Hierin: 1414 Januari 21 (Omslag G. A. 41, m 1). 

Stuk IV, pag. 84. 

Larjdrentmeester-GeneraaL 

[1700. „Derde rekeninghe, bewijs ende reliqua van Ernest 
Albert van Afferden, Heere van Coesen ende Wijer, als Raedt 
ende landtrentmeester-generaal van de beden en de subsidiën in 
Gelderlandt".] 

1717. „1***® Reeckeninge van Johan Fran9ois de Bruyne, heer 
van Abserberge, raedt en de rentmeester-generaal over de subsidie 
des Oostenrijks Gelders". 

1718. 2^« rekening. 

1719. 3*« rekening. 
1729. 13*® rekening. 

Charter. 
1603 Mei 16. stuk IV, pag. 140. 



(1901) 27 



Digitized by 



Google 



418 



II. P. B. VAN DER RENNE, GRIFFIER VAN HET HOF, ALS 
ADMINISTRATEUR DER GESÜPPRIMEERDE KliOOS- 
TERS DOOR JOZEF II. (KARTHUIZERS, KRUIS- 
HEEREN, CARMELITESSEN, DOMINICANESSEN, UR- 
SULINEN, PENITENTEN, GODSWEERT, CLARISSEN, 
MARIA-GAARD, GODS-BOOMGAARD). 

1784 — 1794. Een bundel documenten in 1 portefeuille. 
Hierin o. a. : 

1784. De oonditiën van den verkoop der goederen van 
-het adellijk klooster St. Gerlach bij Houthem. Met grondplan 

van dit klooster en van het voormalige Karthuizersklooster Ie 
Roermond, waarheen de religieusen van Houthem— -St. Gerlach 
waren overgeplaatst. Zie hiervoor onder kaarten. 

1785. Journal de recettes et dépenses pour l'administration 
des biens du convent supprimé des Chartreux è. Ruremonde 
pour Pannée de comptabilité 1785. 

1788—1789. Idem idem. 



lil. GEPREPOSEERDEN TOT DE ADMINISTRATIE VAN 
DE GOEDEREN DER GEWEZEN JESUIETEN. 

1774 November 17. Verkoopacte van een perceel land, gelegen 
in het Kerk veld te Maasniel. Acte geteekend door Maria Theresia. 
Copie op perkament. Met voorwaarden der openbare veiling, 
die te voren had plaats gehad. In portefeuille. 



IV. REKENKAMER (1). 

1600 Januari 10. (Omslag G. A. 28, no. 6) Stuk II, pag. 406—407. 
1612 November 29. (Omslag G. A. 26, no. 10) Stuk II, pag. 446—447. 



(1) De archivalia van de Rekenkamer, in 1632 naar Arnhem gevoerd en 
aldaar achtergebleven in 1682 en in den loop van 1895 naar dit Rijks-archief 



Digitized by 



Google 



419 

1621 Maart 17. (Omslag G.A. 29, no. 8) Stuk III, pag. 112— 113: 

1623. 3 copieën van stukken aan de Rekenkamer. 

1641 — 1645. Dossier van eene zaak van den Maasschipper 
Piron Watlée- 

1656. 2 stukken betreffende het fort St. Michel. Ingekomen 
brief en antwoord. 

(Of en in hoeverre deze archivalia inderdaad deel uitgemaakt 
hebben van het archief der rekenkamer is niet met volle zeker- 
heid te beslissen). 



V. STATEN. 



[Inventaris Sijben, zie Jaarverslag over 1894, p. 377 — 378, 
Bijlage A Hfdst. VII]. 

ifi^t^lfi^^ Origineele Kwartiersrecessen. 4 bundels. 

1656—1689. Origineele Kwartiersrecessen. In 20 banden folio 
gebonden. 

1690—1691, 1697-1708, 1723—1725, 1747—1752, 1759—1761, 
1767 — 1785, 1787—1794. Origineele kwartiersrecessen. 11 Liassen 
in 9 port. 

1590-1602, 1600-^1608, 1607—1701, 1717-1769, 1781—1794. 
Kwartiersrecessen. 44 Registers folio. 



overgebracht, zijn beschreven inde * Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven" 
over 1895, bijlage I, pag. 515—594. 

Te Brussel in het algemeen Rijksarchief bevinden zich : 

1541 — 1785. 16 Registers met charters, patenten, octrooien, missieven enz., 
verzonden door de Hooge Regeering. 16,Dln. 

1558 — 1636. Register met instructiên en organisatie der rekenkamer. 1 
Deel folio. 

1964—1703. 7 Registers met resolutiën en appointementen. Fol. 

1580— 16S7. 12 Registers betreffende de officieren, rekenplichtigen, borg- 
stellingen enz. Folio. 

1538 — 1696. 14 Registers over domeinen, verpandingen enz. Folio. 

1655—1677. 3 Registers betreffende de leenen. Folio. 

XV11<1« eeuw. 6 registers van verschillenden inhoud. Fol. 



Digitized by 



Google 



420 

' 1583-1689. Doleantiën, ordres enz., 1583-1608; 1608-1616 
1616-1621; 1621—1624; 1602—1630; 1623-1649; 1648-1651 
1637, 1648, 1650-1652; 1607, 1648, 1652—1655; 1655—16.56 
1657—1658; 1658—1660, 1660—1665; 1666—1670; 1671—1675 
1675—1679; 1680—1684; 1684—1689; 1687—1689. 19 dln. foï. 
gemerkt 1— XVII, XVIII 1, XVIII 2. 

1197 — 1719. Code des principaux traites, conventions, chartres 
et documens du duché de Gueldre, avec un traite méthodique 
de Vusage que Ton en peut tirer, cum notis. 2 Dln. 4°. Ms. eind 
der 18o eeuw. 

1611— '19. Minuten van het Geldersch landrecht. In 4 port 

1720. Manuael van de beden en subsidiën int Oostenryck Gel- 
derlandt beginnende metten 1 Januari 1720. Reg. in fol. 

1600 (1). Verhandelingen van negociatiën van Staeth n°. 7. 

1343—1637. Legerboeck berusttende in d' archieven van de 
ridderschappe ende steden representerende de Staeten des Over- 
quartiers vant Hertochdom Gelder, waerinne verscheydene privi- 
legiën, chartres, commissiën, instructiën, doleantiën, resolutiën, 
tractaten ende brieven des voorscreven Overquartiers sijn gere- 
gistreert. 1 bnd. fol®. 

1589. Extract uyt seker register berustende in syne Majesteyts 
finantiën geintituleert: Copie de Tinventaire des chartres de 
Brabant et autres reposans en la tour du chancelier de Vilvor- 
den, fait et renouvellé en l'an XVc IIIIxx IX. 

C. 1683. Inventaris der Arnemse pampiren (2). Reg. fol. 

1550—1698. Ridder-cedel vant Overquartier van Gelderland. 
Reg. fol. obl. 

46 gekleurde kwartierstaten op perkament van leden der rid- 
derschap van Gelderland (3); deze zijn van: 



(1) Der Staten-Generaal te Brussel. 

(2) Processen afkomstig van het Souverein Hof te Roermond en in 1632 
Tan daar naar het Souverein Hof te Arnhem gevoerd. Dit exemplaar behoorde 
tot het Staten-archief ; te Brussel in het Algemeen Rijks-archief is het 
exemplaar van het Souverein Hof te Roermond. 

Zie verder jaarverslag 1894, pag. 357 en volgende: 

(3) Thans is deze verzameling met twee afgedwaalde kwartierstaten ge- 
completeerd, waarom wij hier eene volledige beschrijving geven, volgend voor 't 
overige de beschrijving van Sivré : Uitvoerig en beredeneerd verslag vanden 
toestand der gemeente Boermand over 1866. Roerm. Jos. Raemaekers. 8*. 
p. 51—55. De laatste staat was, toen Sivré zijne beschrijving gaf, nog in den 
album en is thans weder daarmede vereenigd. 



Digitized by 



Google 



r 



421 

Otto Guillielmus Schenck van Nijdeken (Nijdeggen). 

van Eyll (op de keerzijde staat: 6 Mei 1656). 

Bernsau. 

Brempt. 

Ërtzbach. 

Ludgerus vrijheer van Winckelhuisen, heer te Meerlo. 

Bernsau von Hardenberg. 

Ferdinand, vrijheer van der Hovelieh. 

Philips Willem, vrijheer van Nesselrode, heer te EJriss- 
hoven en Thumb, ambtman te Steinbach. 

Bertrand van Nesselrode te Erishoven. 

Theodoor Hendrik van Langen tot Wilich. 

Dirk Wolter baron van Lynden de Aspremont, heer van 
Hemmen en Blitterswyck enz. ambtman, schout en dijk- 
graaf van tusschen Maas en Waal. 

Wijenhorst. 

Hendrik van Raesfelt, tot den Gastendonck, enz. Gead- 
mitteert ad honores in Januario 1665. 

Bernhard Pallandt de Broeckhuysen, TUI en Hameren. 
Admissus 20 Novembris 1668. 

Willem Lodewijk van Efiferen. Geadmitteert 

den 24 January 1679. 

Philip Willem, vrijheer van Winckelhuisen, heer te Meerlo. 
Aangenomen den 5 Juli 1679. 

Gaspar van Merwijk, heer van Kessel. Presentatum .... 
den 6 Febr. 1681. 

Johan Frederik baron van Schaesberg. Presentatum . . . . 
den derden October 1681. 

Anton Werner Guido von Pallandt zu Eyli, Hammeren 
und Herr zu Broickhuisen. Gepresenteert op den landt- 
dagh den 18 Juli 1683. (1) 

(1) Deze staat was vóór 1818 blijkens bet opschrift in dorso: «Inventaire 
du 2 novcmbre 1818 Lilt. P. N". 282» uit den album verdwenen en geknipt 
(zooals ook blijkt ait een gedeelte van de formuul van presentatie zicb op de 
overgeblevene strook bevindende). In dorso der andere staten bevindt zich dit 
opschrift niet. Sivré vermeldt dezen staat dan ook niet in zyn beschryving. 



Digitized by 



Google 



422 

Eberhard Frans von Ketzgen zu Altkrikenbeck. Opge- 
swooren den 22 December 1685. 

Adolphus Reinerus Antonius von Gelre zu Bree. Presen- 
tatum in volle vergaderinghe den 26 Aprilis 1689. 

Grodefroid, vrijheer van Schenck van Niedeggen. Comparuit 
op de Riddercamer den 11 October 1690. 

Philip Christofifel Freyherr von Loe zu Wiscb. Presentatum 
in volle vergaederinghe den 11 Oetobris 1690. 

Gerard Assuere von Horion, Herr zu Colonster, Angleur. 
Poll, Panheel, Heel enz. Presentatum den 3 Octob. 1692. 

Johan Wilhelm Baron van Wittenhorst. Presentatuoi in 
volle vergaederinghe den 5 Oetobris 1692. 

Philip Frederick Ambrosius Frijheer von Schellardt. Pre- 
sentatum in volle vergaderinghe van 4 April 1696. 

Jelis Ari Wemer von Bocholtz. Presentatum in volle ver- 
gaederinghe van 31 Octob. 1696. 

Philipp Bertram Freyherr von Hochkirchen des Furten- 
thumbs Gülich. Landthoffmeister probans von wegen 
des hauss zu Potten unter Hinsbeck. Comparuit in de 
generaele vergaederinghe van 22 Maert 1697. 

Eduwart Bernard von und zu Bocholtz. Admissus 11 Augusti 
1697. 

J. Arnold von Baexen van Nieuwenbroeck totBeael. Pre- 
sentatum in volle vergaderinghe den 16 December 1698. 

Theodorus Frans van Merwijck. Admissus op den lant- 
dach den 23 Mei 1700 vant huis Oeyen onder Kessel. 

Frangois Charl Baron de Nesselrod, pour la maison de 
Weckbergh. Admissus et comparuit ten vergaederinghe tot 
Ruremonde den 26 February 1717. 

Frans Arnolt Adrian Marquis von und zu Hoensbroech. 
Admissus tot Ruremonde den 6 Julij 1719. 

Johan Frederick de Geloes. De opsweeringhe ende admissie 
is geschiet in de vergaederinghe tot Ruremonde den 6 
Julij 1719. 

Carolus Franciscus Baro de Nesselrod in Erenshoven. 
Admissus op den lantdag tot Ruremonde den 17 Decena- 
her 1736. 



Digitized by 



Google 



423 

Johan Frederick Amold Adolph Marquis von undt zu 
Hoensbroech. 

Edmond Frans Fredrick von Rohe, Herr zu Elmpt und 
Bimmen. Presentatum den 21 December 1746. 

Alexander Antoin von Rohe, Herr zu Elmpt und Bimmen. 
Presentatum 6 April 1747, 

Otto Juliufl August, Freyherr von Gelder zu Elmpt. Den 
25 November 1760 admissus est et praestitit juramentum. 

Phillippus Damianus, Marquis von und zu Hoensbroech. 
Den 17 Januarij 1760 admissus est et praestitit juramentum. 

Christian August Constantin von Wymar zu Kirchberg. 
Praesentatum den 1 Februarii 1780. 

Twee wapens, waaronder de namen : Guilliaume de Waes. 
Fran9oise de Fallois. 

Christian August Constantin von Wijmar zu Kirchberg. 
(In dubbel.) 

Frederick August Anton von Bothraer. Admissus den 12 
October 1787. 

18® eeuw. Eerste repertorium der Pruysische gelderse archive 
berustende in de commission aldaar, ende behelsende de rubriquen 
van No. 1 tot No. 47 incluys. Een deel folio: 

Idem van 48—74. 

Circa 1753. Een register getiteld: concerneerende d'heerlyck- 
hyt Broeckhuysen, Bree, Helden etc. met lijst van stukken van 
circa 1700— circa 1754. 

Qrca 1744. Montfortisches inventarium, met lijst van stukken 
van 1706—1744. 

[Avis du conseil de Brabant du 6 Janvier 1737. La consti- 
tution de ce conseil y est dëduite, avec ses privileges, préroga- 
tives et prééminences. En outre, qu'il a Ie pouvoir, d'accorder et 
dépécher toutes sortes d'actions, et que ceux des douanes et 
finances ne peuvent établir que ce pouvoir n'apartiendroit pas 
au conseil. (copieën)]. 

N.B. In 1737 is eene verandering gekomen in de inrichting van 
het Hof van Gelder, dat onder den naam van Raad van Gelderland 
toen met den Roermondschen magistraat vereenigd en in twee kamers 
verdeeld werd (zie mijn jaarverslag over 1894, p. 323). Dit geschiedde 
tot groote misnoegd heid der Staten ; wellicht is toen afschrift van dit 
advies in het Staten-archief te Roermond gekomen. 

De titel is van de hand des syndicus der Staten, J. B. S^ben. 



Digitized by 



Google 



424 

Charters en Documenten op papier (1). 

Volgens de regesten (of inventarisatie) van den heer Sivré in 
zijn gedrukten inventaris, 

1404 September 1. Ridder Heinric van Reygersuliete, schout 
van Antwerpen, en schepenen en raad van die stad maken eene 
ordonnantie over de betaling van de lijfrenten, die vroeger door 
den hertog van Gelre in Brabant verkocht waren, en waarvan 
een groot gedeelte in het bezit is van de inwoners hunner stad. 
Orig. op perkament. 

1419 October 25. Vergelijk getroflFen tusschen den hertog van 
Gelder en Gulick, en de ridderschap en steden van Gelder. 
Orig. op perkament. 

1477 (Augustus 6) Des donresdaigs na sente Petersdach ad 
vincula. — Johan van Arendale, heer tot Well, bekent dat de 
vorstin Catharina, dochter van Gelre en Gulik, in naam van den 
hertog Adolf, van de vier hoofdsteden en van de stad Venlo, 
betaling ontvangen heeft van 3200 Rijnsche guldens, die op het 
drostambt van Gelre gevestigd waren. 
Orig. op perkament. 

1493 (Juli 22) Des manendaigs na sente Margrietendaich. — 
Hertog ICarel bevestigt èn vermeerdert de rechten van het kwar- 
tier E^rmond; medebezegeld door Reyner, here tot Brochnys, 
Evert van Wilp, Willem van Ghent en de stad Roermond. 
Orig. op perkament. 

1503 Februari 5. Verbond van de ridderschap en steden van 
het Overkwartier, om bij afwezigheid van den Hertog, die naar 
Frankrijk gereisd is, het land en voornamelijk het Overkwartier 
voor hem te bewaren, den gemeenen vijand uit hunne huum 
krachtigen weerstand te bieden en met geen buitenlandschen 
vorst eigenmachtig in onderhandeling te treden. 
Orig. op perkament. 

1538 Februari 2. Willem, zoon van den hertog van Kleefi 
Gulik en Berg, vergunt aan de ridderschap en steden van het 
Overkwartier om ten allen tijde den landdag te kunnen samen- 



(1) De documenten op papier zijn voor een klein deel, misschien ten onrechte, 
afgezonderd van de omslagen, die na de charters volgen. Zoover niet anders 
is vermeld, zijn deze stukken geïnventariseerd of geregesteerd i^' stuk 1^ afd-, 
oud-Geldersch archief. 



Digitized by 



Google 



425 

roepen. Daar hij nog geen zegel bezit, verzocht hij zijn vader 
om voor hem te zegelen. 
Orig. op perkament. 

1538 Februari 10. Willem, zoon van den hertog van Kleef, 
Gnlik en Berg, tot beschermer des lands en opvolger van hertog 
Karel van Gelre gekozen, bekent dat hij met de hand op het 
H. Evangelie gezworen en beloofd heeft, de ridderschap, burge- 
meester, schepenen, raden, burgers en ingezetenen vanhetRoer- 
mondsch Kwartier te beschermen en te helpen als zijne gebo- 
rene onderdanen, en bevestigt tevens alle vrijheden, die zij van 
vroegere vorsten verworven hebben. 
Orig. op perkament. 

1556 April 21. Filips van Montmorency, graaf van Home, 
stedhouder van Gelderland, verklaart, door Koning Filips daar- 
toe gemachtigd, hulde en eed te hebben ontvangen van ridder- 
schap en steden des Overkwartiers, met inlassching der akte van 
afstand van Karel V en van het formulier van den eed door 
Koning Filips en de Staten van het Overkwartier gedaan. 
Orig. op perkament. 

1556 Mei 28. In onser stat van Breussele den XXVIII»'» 
dach van Meye. — Filips II bevestigt het tractaat in 1543 vóór 
Venlo gesloten, met inlassching van de woorden van dit verdrag. 
Orig. op perkament. 

1570 Maart. (Omslag G. A. 10, N^. 10). Kennisgeving van 
bannerheeren, ridderschap, hoofd- en kleine steden van het 
vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen aan den hertog van 
Alva, dat zij de verdeeling van de ingewilligde 100.000 Carolus 
gulden gemaakt en de betaling van den eersten termijn op St. 
Petrus ad Cathedram gesteld hadden; dat evenwel door den 
plaats gehad hebbenden grooten watersnood, zooals bij menschen- 
geheugen nooit gezien is, de landerijen en beesten eene ontzag- 
gelijk groote schade geleden hebben, zoodat met groote moeite 
bij de onderdanen de penningen tot de reparatie der dijken 
kunnen worden ingevorderd, redenen waarom zij verzoeken, dat 
de betaling van dien eersten termijn tot St. Michielsdag moge 
worden uitgesteld. 

In margine bevindt zich het antwoord van den hertog van Alva, 
gedagteekend 16 Maart 1570. 

1576. (Omslag G. A. 22, N». i). stuk II, pag. 100—101. 

1595 Juni 30. Filips II, eene bede aangevraagd hebbende aan 
ridderschap en steden van het Overkwartier van Gelderland, 



Digitized by 



Google 



426 

representeerende de Staten van dat kwartier, ten bedrage van 
72000 Carolus-guldens, om te dienen tot onderhoud van het 
krijgsvolk in de steden en plaatsen aldaar, stelt zich, na kennis 
genomen te hebben van het verzoekschrift dier Staten, tevreden 
met de door hen aangeboden 24000 gulden, en zulks ter consi- 
deratie van de langdurige oorlogen en de overgroote lasten, die 
dientengevolge door vermeld kwartier gedragen worden. 
Orig. op perkament. 

1598 Augustus 25. De aartshertog Albert neemt bezit van het 
Overkwartier in naam van de infante Isabella, na de prestatie 
van de gewone leden. 

Orig. op perkament. 

1609 Juni 20. De aartshertogen Albert en Isabella geven, op 
de voordracht van den Souvereinen Raad en met goedkeuring 
van hunnen particulieren Raad, nieuwe instructiën voor de 
kanselarij, bestaande in 48 artikelen. 
Orig. op perkament. 

1611 October 12. De aartshertogen Albert en Isabella regelen, 
op het verzoek van ridderschap en steden van Gelderland, de 
aflossing der renten, door de ingezetenen van het hertogdom 
verschuldigd. 

Orig. op perkament. 

1612 November 16. De aartshertogen Albert en Isabella geven 
voorschriften aangaande de kleine reviwe der vonnissen in het 
Overkwartier van Gelderland. 

Afschrift op perkament. 

1614 Mei 18. De aartshertogen Albert en Isabella, een bede 
aangevraagd hebbende aan de Staten van het Overkwartier ten 
bedrage van 70.000 gulden voor een jaar tot onderhoud van het 
krijgsvolk, stellen zich met de door de Staten aangeboden 
48000 gulden tevreden en geven daarvan dezen brief van non- 
prejuditie. 

Orig. op perkament. 

1615 Januari 31. De aartshertogen Albert en Isabella, eene 
bede aangevraagd hebbende aan de Staten van het Overkwartier 
ten bedrage van 70.000 gulden, stellen zich met de door de 
Staten aangeboden 45000 gulden tevreden en geven daarvan 
brief van non-prejuditie. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



427 

1616 Mei 26. De aartshertogen Albert en Isabella, uit kracht 
eener volmacht van Filips III, ridderschap en hoofdsteden van 
het Overkwartier beschreven hebbende, om den eed te komen 
afl^en aan genoemden Filips III, geven aan de afgevaardigden 
van dit kwartier, die daartoe te Moriment verschenen, akte van 
DOD-prejuditie en zulks omdat deze beschrijving plaats had 
buiten het vorstendom Gelderland, hetwelk in strijd is met de 
privilegiën daar zulks binnen de grenzen van dat land had 
Dehooren te geschieden. 
Orig. op perkament. 

1616 September 22. De aartshertogen Albert en Isabella, eene 
bede aangevraagd hebbende aan de Staten van het Overkwartier 
ten bedrage van 70000 gulden, stellen zich met de aangeboden 
som van 48000 gulden tevreden en geven daarvan brief van 
non-prejuditie. 

Orig. op perkament. 

1619 Mei 14. De aartshertogen Albert en Isabella, aan de 
Staten van het Overkwartier eene bede aangevraagd hebbende 
van 60000 gulden, stellen zich met 50 000 tevreden en geven 
daarvan dezen brief van non-prejuditie. 
Orig. op perkament. 

1619 September 20. De aartshertogen Albert en Isabella, geven 
octrooi aan de Staten van het Overkwartier, om het landrecht 
van dat kwartier te mogen doen drukken en zulks bij eenen 
drukker naar hunne keuze. 

Orig. op perkament. 

1620 April 19. De aartshertogen Albert en Isabella geven 
brieven van non-prejuditie wegens eene bede van 60 000 gulden, 
hun door de Staten van het Overkwartier toegestaan. 

Orig. op perkament. 

1621 Januari 19. De aartshertogen Abert en Isabella geven 
brieven van non-prejuditie wegens eene bede van 50 000 gulden, 
hun door de Staten van het Overkwartier toegestaan. 

Orig. op perkament. 

1622 Juli 13. Filips IV geeft brieven van non-prejuditie 
wegens eene bede van 51000 gulden, hem door het Overkwartier 
toegestaan. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



428 

1622 November 4. Filips IV geeft brieven van non-prejaditie 
wegenB eene bede van 18000 gulden, hem door de Staten van 
het O verkwartier toegestaan. 

Orig. op perkament. 

1623 Maart 27. Filips IV geeft brieven van non-prejnditie 
aan de afgevaardigden van het Overkwartier van Grelderland, 
die zich naar Brussel begeven hadden, om hem den eed van 
getrouwheid at te leggen. 

Orig. op perkament. 

1623 Juni 25. Adriaan van Hoensbroeck, erfmaarschalk van 
het vorstendom Gelder, Johan van Wittenhorst, Gaspar van 
Merwick, Willem Moeitz, burgemeester van Roermond en Hen- 
drik de Dartz, burgemeester van Venlo, allen gedeputeerden van 
de Staten van Gelderland, certificeeren, dat zij de open brieven 
ontvangen hebben aangaande de eedsaflegging van de infante 
Isabella, in naam van Filips IV, en den eed van getrouwheid 
aan den koning door de Staten van Gelderland a^elegd, met 
inlassching van het formulier van die eeden. 
Orig. op perkament. 

1649 Januari 30. Rentebrief ten laste der Staten van het 
Overkwartier ten behoeve van Agnes de la Nativité, genaamd 
Boesmans, eerwaarde moeder der Ursulinen te Roermond. (Stuk 
IV. pag. 11.) 

Orig. op perkament. | 

1652 Juli 9. Filips IV vergunt aan de raadsleden met den 
korten tabbaart dezelfde jaarwedde, welke door die van den 
langen tabbaart genoten wordt. 
Orig. op perkament. 

1655 Juni 23. Filips IV besloten hebbende, ter bestrijding 
der groote kosten, veroorzaakt door den langdurigen oorlog, 
dien hij met Frankrijk heeft moeten voeren, zijne heerlijkheden 
in het vorstendom Gelder te verkoopen, ziet van dezen verkoop 
af, vermits de Staten van die provincie hem eene tegemoet- 
koming aanbieden van 100.000 livres, welke hij aanneemt, 
belovende voortaan het grondgebied van Gelderland niet te 
verdeelen. 

Orig. op perkament. 

1666 Februari 24. Inhuldigingsakte van Karel II, als hertog 
van Gelderland, gegeven door Philips Balthasar van Gendt, 
prins, graaf van Isenghien, stadhouder van Gelderland, met 



Digitized by 



Google 



429 

inlassching van de volmachten hem daartoe gegeven en het 
formulier van de eeden, dientengevolge door hem en de ridder- 
schap van het Overkwartier afgelegd. 

Orig. op perkament. 

1670 Februari 3. Lodewijk XIV, koning van Frankrijk, in 
aanmerking nemende de lange gevangenschap op het kasteel 
van Sedan, van Willem baron van Merwick, Otto Lodewijk 
baron de Blancart en Gerard Bordels, oud-burgemeester van 
Roermond, als gijzelaars voor het Overkwartier van Gelderland, 
vermindert het losgeld van 230.000 livres, tot de betaling waar- 
van zij zich bij het verdrag van St. Cornelimunster van 29 Mei 
1668 verbonden hadden, tot op 132.000 livres, en beveelt hunne 
losl&ting, zoodra van de betaling dier som in handen van den 
heer Carlier, intendant van politie in Henegouwen, zal geble- 
ken zijn. 

Orig. op perkament. 

1670 Maart 28. Brief van den heer Carlier, intendant van 

Eolitie in Henegouwen, waarin hij bekent, de som van 132 000 
vres ontvangen te hebben en de vrijstelling der gijzelaars 
verzocht. 

Orig. op papier. 

1670 Mei 24. Afschrift, geauthentiseerd door twee notarissen 
van Sedan, van het bevel tot vrijstelling der gijzelaars. 

Op papier. 

1677 April 12. Karel II verleent octrooi aan de Staten van 
het Overkwartier tot het aangaan eener leening van dertigduizend 
pataoons. 

Orig. op perkament. 

1678 Februari 15. Koning Karel II maakt een reglement, 
vervat in 25 artikelen, omtrent de administratie van het vorsten- 
dom Gelre. 

Orig. op perkament. 

1679 Juli 8. Koning Karel II geeft uitbreiding aan het regle- 
ment van den 15«o Februari 1678. 

Orig. op perkament. 

1686 Juli 2. Suppressie van het Hof. 
Op papier. 



Digitized by 



Google 



^ 



430 

1687 Maart 18. Verzoekschrift aan den Koning tot instand- 
houding van het Hof. 
Op papier. 

1687 November 8. Herroeping van de lettres patentes van 
2 Juli 1686. 

Op papier. 3 Afschriften. 

1694 October 18. Octrooi verleend . aan de Staten van het 
Overkwartier tot het opnemen eener som van 120.000 gulden. 
(Uitvoerig en beredeneerd verslag van den toestand van Roer- 
mond 1866, p. 30 NO. 51). 
Orig. op perkament. 

1702 Februari 21. Inhuldigingsakte van Filips V als hertog 
van Gelder, gegeven door Filips Emmanuel, graaf en prins van 
Home, stadhouder van Gelder, aan de Staten van het Over- 
kwartier; met inlassching van de volmacht, hem daartoe verleend, 
en het formulier der eeden, dientengevolge door hem en de 
ridderschap afgelegd. 

Orig. op perkament. 

1716 Juli 1. Stukken betrekkelijk de benoeming van Barth. 
Wittenhorst tot costumieren raad. 

Copieên op papier. 

1718 Maart 14. Benoeming van Fran9. Arn. Adr. markgraaf! 
van Hoensbroeck tot costumieren raad. 

Copie op papier. 

1719 December 6. Inhuldigingsakte van den keizer KarelVI 
als hertog van Grelderland, gegeven door Francois Gaspar van 
Hemselrode, fungeerend stadhouder en kanselier van Gelder 
aan de Staten van het hertogdom Gelder ; met inlassching van 
de volmacht, hem daartoe verleend, en het formulier dereeden, 
dientengevolge door hem en de ridderschap afgelegd. 

Orig. op perkament. 

1720 Mei 8. Nieuwe samenstelling van 't Hof. 

Copie op papier. 

1744 Mei 18. Inhuldigings-akte van Maria Theresia als 
hertogin van Gelder, gegeven door Franciscus Joeephup 
Xaverius, graaf van Baillet, kanselier van den souvereinen raad 
van Gelderland, fungeerend stadhouder, aan de ridderschap en 



Digitized by 



Google 



431 

gedeputeerden der hoofdstad van het Overkwartier, represen- 
teerende de Staten van het vorstendom Grelder, inlassching 
zijner volmacht daartoe en het formulier van de eeden dienten- 
gevolge door hem en de Staten afgelegd. 
Orig. op perkament. 

1765 Januari 8. De kanselier St. Vaast bericht aan de Staten, 
dat de Landvoogd verzoekt, dat hem de laatste goedgekeurde 
rekening worde 'toegezonden. 

Orig. op papier. 

1765 Januari 10. Aanneming door Cobenzl, gevolmachtigde 
minister van Maria Theresia, eener som van 18000 Brab. gul- 
dens, als eene aide voor het loopend jaar J765 door de Staten 
to^estaan, alsmede eener som van 200O gulden als subsidie tot 
onderhoud van het Hof voor het jaar 1765. 

Orig. op papier. 

1765 April 6. Reces van de Staten van het vorstendom 
Gelder, bevelende de toezending der bij den brief van 8 Januari 
verzochte rekening aan den kanselier en handelende over het 
invorderen der toegestane aide en subsidie voormeld. 

Minuut op papier. 

1765 April 22. Schrijven aan de Staten door den graaf van 
Cobenzl, dat hij de in-, uit- en doorvoerrechten in het departe- 
ment van Roermond heeft afgeschaft, behalve die welke op de 
rivier de Maas geheven worden, enz. 

Orig. op papier. 

1765 Mei 4. De thesaurier-generaal, de raadsleden en com- 
miezen der finantiën van Z. M. zenden afschrift aan de Staten 
van een brief, door hen gezonden aan de ontvangers der rech- 
ten te Roermond, aangaande de afschaffing van de in-, uit- en 
doorvoerrechten in het departement Roermond. 

Orig. op papier. 

1765 Mei 14. Vier minuten van brieven der Stalen aan- 
gaande hetzelfde onderwerp. Adhaesie van de regenten van 
Weert. Nederweert en Wessem aan de bepalingen, vervat in den 
brief van 29 April 1765. Adhaesie van de regenten der vrij- 
heerlijkheid Meijel. 

Orig. op papier en minuten. 



Digitized by 



Google 



432 

1766 December 10. Akte van aanneming door Karel van Lotha- 
ringen eener subsidie voor 1767 van 18000 gulden en eener 
subsidie tot onderhoud van het Hof van 2000 gulden. 

Orig. op papier. 

1767 Februari 19. De Staten van Gelderland geven bevel tot 
het reduceeren der renten van het vorstendom van 4 op 3Vj V 

Minuut op papier. 

1767 October 3. Instructie voor N. Tackoen, kanselier van 
den Raad in Gelderland aangaande hetgeen hij van wege de 
Keizerin-weduwe voor te dragen heeft in de eerste vergadering 
der Staten van het vorstendom. 

Afschrift op papier. 

1767. Verschillende stukken aangaande de verandering van de 
breedte van het karrenspoor in de provincie Geldeiland. 
Minuten en afscliriften op papier. 

1767 December 21. De Staten van Gelderland maken een ver- 
toog tegen het verbod om de philosophie te onderwijz^en in het 
bisschoppelijk seminarie van Roermond. 
Minuut op papier. 

1767 December 23. De Staten van Gelderland geven hunoc 
bezwaren te kennen aangaande de voorgedragen subsidie voor | 
het jaar 1768 tot bijdrage van 36000 gulden Brab. ! 

Minuut op papier. 

1768 Januari 3. Overwegingen betrekkelijk het vertoog van 
de Staten, strekkende, om de vergunning te bekomen &i de 
onderdanen van Oostenrijksch Gelderland, de philosophie mogen 
beoefenen in het bisschoppelijk seminarie van Roermond. 

Minuten en bijlagen op papier. 

1768 Januari 11. Karel van Lotharingen neemt van de Staten 
van Gelderland aan 18000 gulden als subsidie voor het ja&r 
1768 en 2000 gulden tot onderhoud van het Hof. 
Orig. op papier. 

1768 Mei 14. De Raad van domeinen en finantiën te Brussel 
vraagt inlichtingen bij de Staten aangaande eene heerschende 
veeziekte in het land van Kleef en de middelen om die te keeren; 
met antwoord van de Staten. 
Orig. en minuten op papier. 



Digitized by 



Google 



433 

1768 September 18. Verklaringen door den pensionaris van de 
Staten van Oostenrijksch Grelderland, dat de mannelijke adellijke 
personen stem en zitting hebben in de vergadering dier Staten, 
wanneer zij den ouderdom van 20 jaren bereikt hebben en de 
vereischte hoedanigheden daartoe bezitten. 
Minunt op papier. 

1768 November 12. Instructie voor den kanselier van den Raad 
van Gelderland aangaande hetgeen hij namens de Keizerin voor 
te dragen heeft in de eerstkomende vergadering der Staten van 
het Vorstendom. 

Afschrift op papier. 

1769 Januari 2. De Staten van Gelderland geven aan den 
landvoogd hunne bezwaren te kennen aangaande het voorge- 
dragen subsidie voor het jaar 1769. 

Minuten op papier. 

1769 Januari 14. E[arel van Lotharingen neemt de subsidie 
van 18000 gld. aan, door de Staten van Gelderland voor 1769 
toegestaan, en van 2000 gulden voor het onderhoud van het Hof. 
Orig. op papier. 

1769. Heilwenschen van de Staten bij gelegenheid van het 
25-jarig bestuur van Karel van Lotharingen als gouverneur- 
generaal der Nederlanden ; met antwoord van den landvoogd. 
Orig. en minuten op papier. 

1769 October 2. Bericht van den T-andvoogd aan de Staten, 
dat Z. M. het besluit genomen heeft, om eene der eerst open- 
vallende prebenden bij het adellijk Kapittel van Kanonikessen 
te Praag of te Inspruck aan eene jonkvrouw in Nederland ge- 
boren te verleenen. 
Orig. op papier. 

1769 December 19. De Raad van Domeinen en Financiën 
sendt aan de Staten van Gelderland eene memorie van den 
magistraat van Roermond, houdende verzoek, den inwoners dier 
stad te verbieden, goederen daarin te brengen tot nadeel der 
gilden en kooplieden. 
Orig. op papier. 

1769U-1770. Verschillende stukken betreffende de gevraagde 
snbsidiën voor het dienstjaar 1770 en de aanneming door den 
landvoogd van het door de Staten toegestane bedrag. 
Orig. en minuten op papier. 

(1901) 28 



Digitized by 



Google 



434 

1770 Januari 8. De keizerin-weduwe vraagt aan de Staten 
van Grelderland opgave van de verschillende lasten, die in de 
uitgestrektheid hunner administratie bestaan, van de verschil- 
lende soorten van belastingen, die zijn ingevoerd, om deze te 
voldoen, van de verschillende vrijdommen daarvan en eindelijk 
van de bescheiden, waarop die vrijdommen gegrond zijn. 
Orig. op papier. 

1770 Maart 29. De Keizerin-weduwe zendt afschrift van een 
decreet houdende afschaffing van de vrijdommen in de openbare 
lasten, welke die van het Gulden Vlies en de Kamerheeren tot 
dusverre genoten hebben. 
Orig. op papier. 

1770 April 2. De Raad van Domeinen en Financiën zendt 
aan de Staten ten fine van advies een vertoog van burgemees- 
teren, schepenen en regenten van het land van Weert, Neder» 
weert en Wessem, aangaande de betaling der som van fls. 21O00 
br. hun opgelegd bij de afschaffing van de in-, uit- en doorvoer- 
rechten, volgens het besluit van den landvoogd van 22 AprU 1 765. 
Orig. op papier. 

1770 Mei 12. De Staten zenden aan de Koningin-weduwe de 
opgaven, door haar verlangd bij brief van 8 Januari 1770. 

Minuten. 

1770 Mei 28. De Landvoogd bericht, dat H. M. de Kelzeriiii 
Maria Theresia tot gevolmachtigd Minister in de NederlandM 
benoemd heeft den prins George Adam de Starhemberg in d^ 
plaats van den overleden graaf de Cobenzl. 
Ong. op papier. 

1770 November 3. De Landvoogd zendt exemplaren van twee 
verschillende declaratiën, inhoudende gevorderde bewnzen tok 
toelating bij de ridderschap en bij de Kapittels van Kanoni- 
kessen in deze landen. 
Orig. op papier. 

1770 November 10. De Landvoogd bericht aan de Staten, dal 
Keizerin Maria Theresia den titel van „Altesse" verleend heefi 
aan hare kanseliers, belast met het departement der Nederlanden 
bij haar persoon, wanneer deze zooals thans het geval is, prinaen 
van het Keizerrijk zijn, en zulks bn uitzondering op den alge- 
meenen regel, die voorschrijft, dat aeze titel alleen aan de sou- 
vereine prinsen toekomt. 

Orig. op papier. 



Digitized by 



Google 



435 

1770 December 20. De Baad van Domeinen en Financiën te 
BruBBel deelt aan de Staten mede een afschrift eener ordonnantie 
y»n den Prins-bisschop van Luik, waarbij de kleine koperen 
mnnten o! Doitsche mitrailles in het land van Luik verboden 
worden en vraagt, of het te vreezen is, dat deze slechte munt 
naar de Oostenrijksche provincie Grelderland zal vloeien, en welke 
middelen men zoude kunnen aanwenden om dit te keeren. 
Orig. op papier. 

1770 December 23. De Staten schrijven een brief van aanbe- 
veling aan den Landvoogd ten voordeele van den markies van 
Hoensbroek, bij gelegenheid vanden opengevallen bisschopszetel 
te Roermond. 

Orig. op papier. 

1777. Verschillende stukken betreflFende de gevraagde subsi- 
diën voor het dienstjaar 1777 en de aanneming door den Land- 
voogd van het door de Staten toegestane bedrag. 
Orig. op papier. 

1777 Februari 24. De Landvoogd machtigt de Staten op te 
nemen eene som van 20000 gulden wisselgeld tot den minst 
mogelijken interest; hij bepaalt dat deze som moet aangewend 
worden tot betaling van de achterstallige subsidiën. 
Orig. op papier. 

1777 April 14. De Landvoogd zendt eene gedrukte nota, 
inhoudende de maatregelen, die hare Majesteit de Keizerin- 
weduwe genomen heeft ten opzichte van de studiën en de opvoe- 
ding der jetigd in de Nederlanden ; terwijl deze nota de oprichting 
yan een college-pensionnaat te Roermond op kosten der schat- 
Idgt gebiedt, vraagt hij inlichtingen aangaande de leeraren, 
daaraan te verbinden. 
Orig. op papier. 

1777 September 23. De Staten maken een vertoog over den 
toestand der stad Roermond en der dorpen Swalmen en Echt, 
tot het bekomen van verzachting in de betaling van hun aandeel 
in het subsidie. 

Minute op papier. 

1777 November 15. De Staten zenden aan den Landvoogd 
eene memorie betreffende de hoedanigheden, die gevorderd 
worden om met de betrekking van adellijk lid in den Kaad van 
Gelderland bekleed te worden. 
Minute op papier. 



Digitized by 



Google 



436 

1777 — 1778. Stukken betreflfende de gevraagde eubsidiën voor 
het dienstjaar 1778 en de aanneming door den Landvoogd van 
het door de Staten toegestane bedrag. 
Orig. en minuten op papier. 

1778 Januari 22. De Landvoogd machtigt de Staten tot het 
opnemen eener som van 20000 gulden wisselgeld tot den minst 
mogelijken interest; hij bepaalt, dat deze som moet aangewend 
worden tot betaling van de achterstallige subsidiën. 
Orig. op papier. 

1778 November 30. De Baad van Domeinen en Financiën 
geeft kennis aan de Staten, dat de Landvoogd machtiging ver- 
leend heeft tot het opnemen eener som van 9781,8 sols en 7 
deniers tegen den minsten interest, strekkende tot voldoening 
van achterstallige subsidiën en van het makelaarsloon. 

Orig. op papier. 

1778 — 1779. Stukken betreffende de gevraagde subsidiën voor 
het dienstjaar 1779 en de aanneming door den Landvoogd nu 
het door de Staten toegestane, als 18 000 gl. Br. voor gewoon 
subsidie, 2000 gl. voor subsidie tot onderhoud van het Hof en 
20000 gulden als don gratuit. 
Orig. en minuten op papier. 

1779 Januari 20. De Staten van Gelderland maken eene noU 
tegen de invoering van een bruggegeld op de steenen brug te 
Boermond en stellen als equivalent daarvan eene belasting, te 
heffen aan de stadspoorten voor de personen, die binnenkomen 
na het uur der sluiting. 

Minute op papier. 

1779. Verschillende stukken aangaande een tweede don 
gratuit door de Staten van Gelderland toegestaan voor bet 
jaar 1779. 

Orig. op papier en minuten. 

1779 November 3. De Staten zenden een vertoog aan den 
Landvoogd aangaande eene voorgestelde belasting op de tienden 
in Gelderland. 

Minute op papier. 

1780. Stukken, betreffende de aanvraag van den heer van 
Weimar om als riddermatig persoon toegelaten te worden tot 
de vergaderingen van de Staten van Oostenrijksch Gelder. 

Orig. en minuten op papier. 



Digitized by 



Google 



437 

1780. Stukken, betreffende de gevraagde subsidiën voor het 
dienstjaar 1780 en de aanneming door den Landvoogd van het 
door de Staten toegestane bedrag, als 18000 galden voor gewoon 
subsidie en 2000 gulden voor subsidie tot het onderhoud voor 
het Hof. 

Orig. en minuten op papier. 

1780 Maart 29. De Staten geven kennis aan den Landvoogd 
dat het door hem toegestaan subsidie van 20000 gulden voor 
den bouw der brug over de Roer met de overige subsidiën 
opgenomen is tegen den interest van 4 en 5 %. Daar zij dit 
geld evenwel in Holland bekomen kunnen tegen den interest 
van 3Vi %, vragen zij octrooi, om een kapitaal tegen dezen 
interest te mogen opnemen, teneinde het kapitaal, tegen eenen 
hoogeren interest opgenomen, daaruit af te lossen. 

Minute op papier. 

1780 Juli 10. George Adam, prins van Starhemberg, geeft 
kennis van zijne benoeming tot waarnemend Landvoogd bij het 
overlijden van den Prins van Lotharingen. 

Orig. op papier. 

1780 October 18. De waarnemende Landvoogd geeft kennis 
ran de benoeming tot Landvoogden der Aartshertogen Maria 
Christina en Albert van Saxen-Tesschen. 

Orig. op papier. 

1780 December 10. Kennisgeving aan de Staten van het over- 
igen van hare Majesteit de Keizerin en Koningin-weduwe. 

Orig. op papier. 

1780 — 1781. Stukken, betreffende gevraagde subsidiën voor 
het dienstjaar 1781 en de aanneming door den Landvoogd van 
het door de Staten toegestane, als 18000 gulden voor gewoon 
Bubeidie en 2000 gulden voor subsidie tot onderhoud van het Hof. 

Orig. op papier. 

1781 Juni — Juli. Brieven van Dotrenge, agent der Staten van 
Gelder te Brussel, aan Syben, burgemeester van Roermond, over 
de aanstaande komst van keizer Jozef II ; relaas van de aan- 
komst des keizers binnen Roermond. 

Orig. Fransch en minute op papier. 



Digitized by 



Google 



438 

1781 Mei 6. De Keizer en Koning zendt een veri^larend en 
uitbreidend decreet van art. XII van het reglement van 28 Sep- 
tember 1769 aangaande de bewijzen van adeldom voor de adeliyke 
kapittels. 

Orig. op papier. * 

1781 AugustuB 20. Relaas van de inauguratie van Zijne Keiz. 
en Kon. Majesteit Jozef II als hertog van Gelre en graaf vaü 
Zutphen, geschied te Roermond den 20«*<^" Augustus 1781. 

Orig. op perkament en minute op papier. 

1781 Augustus 20. Inhuldigingsacte van Jozef II, als hertog 
van Gelderland, gegeven door WUlem Jozef Luytgens, kanselier 
van den souvereinen Raad van Grelderland, fungeerend stad- 
houder, met inlassching der hem verstrekte volmacht en 
het formulier van de eeden door hem en de ridderschap 
afgelegd. 

Op papier. Geteekend : G. J. Luytgens, mij present : O. P. van Danghen, 
secretaris van den Raad van Gelderland, met het uithangend z^ 
van den kanselier in rood was. 

1781 November 5. De Aartshertogen zenden een schrijven 
aan de Staten aangaande de dwaling (bévue), begaan in het 
koor der kathedrale kerk bij gelegenheid der inauguratie, 
betrekkelijk de plaats voor den vertegenwoordiger van Zijne 
Majesteit. | 

Orig. met bijlage ; fr. geteekend : Marie, Albert. Op papier. ' 

1781- 1782. Stukken, betreffende de gevraagde subsidiën voor 
het dienstjaar 1782 en de aanneming door den Landvoogd van 
het door de Staten toegestane becSag, als 18000 gulden voor 
gewoon subsidie en 2000 gulden voor subsidie tot onderhoud 
van het Hof. 

Orig. en minuten op papier. 

1782 Januari 7. De Keizer en Konins zendt een decreet, 
bepalende, dat degenen, die naar eene adeUijke prebende dingen, 
alvorens benoemd te worden, bewijzen moeten geleverd hebben, 
omschreven bij het reglement van 23 September 1769 en de 
daarop gevolgde decreten, en daarbij eene declaratie van het 
Kapittel moeten overleggen, waarin zij de prebende vragen, 
inhoudende dat hunne aanneming geene moeielijkheden in den 
weg staan. 

Orig. op papier. 



Digitized by 



Google 



439 



1782 Februari 28. Staat van onkosten, gratificatiën enz. ver- 
oorzaakt door de inauguratie van Zijne Keiz. en Kon. Majesteit 
Jozef II, als hertog van Gelder en graaf van Zutphen. 
Minnte op papier. 

1782 Juli 24. De Keizer en Koning, zendt eene declaratie aan- 
gaande de bewijzen, die moeten worden bijgebracht om aange- 
nomen te kunnen worden in de adellijke kapittels van Maubeuge 
en Denain. 

Orig. op papier. 

1782 November 14. De Staten verstrekken eene opgave van 
de ambten, die zij te vergeven hebben, met omschrijving van 
het gezag en de emolumenten, daaraan verbonden. 

Minute op papier. 

1782. stukken betreffende subsidiën voor het jaar 1783. 
Orig. en minuten op papier. 

1788 April 30. „Liste de 1'import d'un trimestre des gages des 
chancelier, conseillers, grefl&er et suppóts du conseil deGueldre, 
échu Ie dernier avril 1783". Goedgekeurd door F. B. van der 
Renne, 12 Mei 1783. 

1783 Juni 10. De Landvoogden berichten aan de Staten, dat 
de Keizer en Koning tot gevolmachtigd mijiister bij hunne per- 
sonen benoemd heeft den graaf Louis de Barbiano en Belgioso^ 
ter vervanging van den graaf van Starhemberg. 

Orig. op papier. 

1783 December 24. De Staten geven eene verklaring af van 
de deugdelijkheid der wapens van Bichardis Maria Wendeline 
van der Heyden. 

Minuten op papier. 

1783 — 1784. Stukken, betreffende de subsidiën voor de jaren 
1784 en 1785. 

Orig. en minuten op papier. 

1784 April 7. De Landvoogden zenden een schriiven van den 
Keizer en Koning, inhoudende de oogmerken en de fundamen- 
teele beginselen, waarnaar hij verlangt dat, tot welzijn zijner 
volken, de zaken behandeld worden, en waarnaar alle ambtena- 
ren en staatsdienaren zich te gedragen hebben in de publieke 
administratie, die hun is toevertrouwd. 

Orig. op papier. 



Digitized by 



Google 



440 

1784 October 20. De Raad van Domeinen en Financiën zendt 
tot advies van de Staten eene aanvraag van Jan Hendrik Stephan 
tot het bekomen van een octrooi tot oprichting eener papier- 
fabriek op de rivier de Swalm bij Grachten. Inliggend het advies 
van de Staten. 

Orig. op papier. 

1787 Maart 13. De Landvoogden berichten, dat Zijne Majesteit 
den nieuwen intendanten en commissarissen in de provmciën 
vrijstelling verleend heeft van de rechten, die door de Staten 
geheven worden, op denzelfden voet als de Raadsheeren van zqu 
Gouvernement genieten. 
Orig. op papier. 

1787 April 2. Proces- verbaal van de verkiezing van vijf rech- 
ters bij de nieuw op te richten rechtbank van eersten aanleg 
te Roermond. 

Orig. op papier. 

1787 Mei 28. Declaratie van den Keizer en Koning, inhou- 
dende opheffing van de intendantiën. 
Gedrukt exemplaar. 

1787 October 12. De Staten van Brabant benoemen den pen- 
sionaris van Antwerpen, om met den pensionaris van Gelder- 
land samen te werken tot herstel der inbreuken, gemaakt op 
de voorrechten en privilegiën van de Staten van Gelderland. 
Oeauthentiseerd extract op papier get. de Cock. 

1787 October 26. Stukken betrekkelijk de benoeming van den 
graaf van Trautmansdorff tot gevolmachtigd minister bij de 
Landvoogden. 

Orig. op papier en min aten. 

1787 November 21. De Staten richten een vertoog tot den 
Keizer en Koning ten voordeele van de Universiteit van Leuven 
tot het teruggeven van het recht van nominatie, haar bij decreet 
van 24 November 1783 ontnomen. 

Minute op papier. 

1788 Februari. Stukken, betrekking hebbende ojp deafechaf- 
fing van de in-, uit- en doorvoerrechten in het Oostenr^ksch 
Gelderland. 

Minute op papier. 



Digitized by 



Google 



441 

1788 Augustus 11. De Staten vragen de vereeniging vanden 
Soavereinen Raad te Roermond met den magistraat van die stad, 
op denzelfden voet als zulks bij diploma van 2 October 1737 
geregeld was. 

Minute op papier. 

1788 October 10. Joannes Gtoossens, marktschipper van Roer- 
mond op Mook, vraagt vergunning aan de Staten, om tot meer- 
der gerief van den handel, een wekelijkschen dienst op Maastricht 
te mogen inrichten. Voorgebracht 22 Nov. 1788. 
Orig. op papier. 

1788—1789. Stukken aangaande het te verleenen gewoon 
subsidie door de Staten voor het jaar 1789. 
Orig. op papier. 

Afgeloste schuldbrieven die alleen door de 

Staten waren afgegeven, of tevens door het 

Hoofdgerecht te Roermond bevestigd. 

1633 October 3. Brief van Ridderschan en steden van het 
Spaansch Overkwartier, bevestigend de gelaopname ten bedrage 
van 600 rijksdaalders ten laste van dat Overkwartier. 
Orig. op perkament. 

1653 Mei 7. Brief van de Staten van het Spaansch Over- 
kwartier, bevestigend de opname van een kapitaal ten bedrage 
van 1680 gulden ten behoeve van dat Overkwartier. 
Orig. op perkament. 

1653 Mei 7. Acte van de ridderschap en steden van het 
Spaansch Overkwartier, bevestigend de opname van een kapi- 
taal van 1800 patacons bij Antonius- Vosterman J. U. L. te 
Roennond. 

Orig. op perk. Met transfixen van 1779 November 15 en 1789 Februari 18. 

1660 Juli 28. Brief van de Staten van het Spaansch Over- 
kwartier, bevestigend de geldopname ten bedrage van 8000 
rijksdaalders. 

Orig. op perkament. 

1665 Mei 20. Brief van de Staten van het Spaansch Over- 
kwartier, bevestigend de opname van een kapitaal van 1200 
zilveren dukaten. 

Orig. op perkament. Met transfix van 1779 November 15. 



Digitized by VjOOQIC 

^ I 



442 

1701 Mei 20. Schepenbrief van Roermond, bevestigende een 
geldopname ten behoeve van de Staten van het Overkwartier. 

Orig. op perkament. Met transfix van 1711 Maart 16 (van ieder 
2 exemplaren). 

1738 April 19. Brief van de Staten van het OoBtenrqksch 
Gelderiand, bevestigende de opname van een kapitaal van 17.000 
gulden tot betaling van het aandeel der bijdragen van de Oosten- 
rijksche Nederlanden aan de Keizerin van Oostenrijk, tot het 
voortzetten van den oorlog tegen de Turken. 
Orig. perkament. Gecancelleerd. 

1740 Maart 31. Brief van de Staten van het Ooetenrijksch 
Overkwartier bevestigende de opname van een kapitaal van 
500 patacons. 

Orig. op perkament, gecancelleerd. 

1758 Juli 19. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roer- 
mond, bevestigend de opname ten behoeve der Staten van het 
Oostenrijksch Overkwartier eener som van 375 patacons. 

In dorso: 1767 4 Juli. Aflossing van dat kapitaal. 

Orig. op perkament. 

1759 Mei 4. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roer- 
mond, bevestigend de opname 'door de Staten van het Oosten- 
rijksch Overkwartier van een kapitaal van 3000 patacons. 

In dorso: 1766 Januari 3. Aflossing van dat kapitaal. 

Orig. op perkament. 

1759 Mei 4. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roermond, 
bevestigend de opname l^j de gemeente Swalmen door de Staten 
van het Oostenrijksch Overkwartier van een kapitaal van lOOÜ 
patacons. 

In dorso: 1767 Juli 6. Aflossing van dat kapitaal. 

Orig. op perkament. 

1759 Mei 4. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roermond, 
bevestigend de opname bij de regeerders van Wegberg van een 
kapitaal van 1000 patacons ten behoeve der Staten van het 
Oostenrijksch Overkwartier. 

In dorso : 1766 Juli 4. Aflossing van dat kapitaal. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



443 

1759 Juli 13. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roer- 
mond, bevestigend de opname van een kapitaal van 1000 patacons 
ten behoeve van de Staten van het Oostenrijksch Overkwartier. 

Grecancelleerd 1762 November 18. 
Orig. op perkament. 

1761 December 7. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname ten behoeve van het Oosten- 
rijkflch Overkwartier van een kapitaal van 750 patacons bij 
den ontvanger Beanmont. 

In dorso : 1772 December 1. Aflossing van die som. 

Orig. op perkament. 

1761 December 7. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname door de Staten van het Oosten- 
rijksch Overkwartier eener som van 1500 patacons tot betaling 
van het buitengewoon subsidie aan den Keizer toegestaan bij 
besluit van 4 December 1760. 

In dorso: 1767 Februari 26, Aflossing dier som. 
Orig. op perkament. 

1761 December 7. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname bij Gertrudis Wenmans van 
eene som van 500 patacons ten behoeve der Staten van het 
Oostenrijksch Overkwartier. 
Orig. op perkament. 

1761 December 7. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname ten behoeve der Staten van het 
Oostenrijksch Overkwartier van eene hoofdsom van 500 patacons. 

In dorso: 1768 Februari 20. Aflossing dier som. 

Orig. op perkament. Met transfix van 1764 Januari 20, waarbij 
overdracht van dat kapitaal aan het gilde der huui*vaarders te 
Roermond. 

1764 Mei 1. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roer- 
mond, bevestigend de opname bij P. H. Petit, kanonik en öfficiaal 
van Roermond, der kapitale som van 1800 patacons. 

In dorso : 1768 Februari 8. Aflossing dier som. 
Orig. op perkament. 

1764 Mei 1. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roer- 
mond, bevestigend de opname door de Staten van het Oosten- 
rijksch Overkwartier van eene som van 600 patacons. 

In dorso : 1768 Maart 8. Aflossing van die som, 
Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



444 

1764 Mei 1. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roermond, 
bevestigend de opname door de Staten van het Oostenrijksch 
Overkwartier van eene som van 2400 patacons. 

In dorso: 1766 Februari 4« Aflossing van die som. 
Orig. op perkament. 

1764 Mei 1. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van Roermond, 
bevestigend de opname van een som van 200 gnlden brab. door de 
Staten van het Oostenrijksch Overkwartier bij Agatha Dollhopffin. 

In dorso : 1772 Maart 12. Aflossing van die som. I 

Orig. op perkament. 

1767 November 27. Schepenbrief van het hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname door de Staten van het 
Oostenrijksch Overkwartie van eene som van 300 pattacons. 

In dorso : 1776 September 18. Aflossing dier som. 
Orig. op perkament. 

1767 November 27. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname door de Staten van het Oosten- 
rijksch Overkwartier van eene som van 125 patacons. 

In dorso: 1773 Mei 14. Aflossing dier som. 
Orig. op perkament. 

1768 December 16. Schepenbrief van het Hoofdgerecht van 
Roermond, bevestigend de opname bij Le Jeune, rector van het 
beneficie van den H. Michael en het H. Kruis in de Kathedrale 
kerk aldaar, van eene som van 500 pattacons. | 

Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij jonker Paulue Josephus 
Hyacinthus van der Aa van een kapitaal van 3000 gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij den vicomte deFraulavan 
de som van 1000 gulden brabantsch, wisselgeld. 

In fine; 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname van een kapitaal van 8000 
gulden. 

In dorso: 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



445 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij den vicomte de Fraula van 
een kapitaal van 1000 gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. AfloBBing van dat kapitaal. 

Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij jonker Robert Franyois 
Xavier Le Candele van een kapitaal van 3000 gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossmg van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij jonker Frans Emmanuel 
van Ertborn eener som van 1000 gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij jonker Robert Franciscus 
XaveriuB Le Candele van eene som van 3000 gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. A£fossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij den vicomte de Fraula 
eener som van lOOO gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van die som. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij den vicomte de Fraula van 
een kapitaal van 1000 gulden wisselgeld. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch O ver- 
kwartier, bevestigend de opname bij voornoemden vicomte van 
eene som van 1000 gulden wisselgeld. 

In fine : 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch O ver- 
kwartier, bevestigend de opname bij Johannes Jozef Panin van 
een kapitaal van 1000 gulden wisselgeld. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



446 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijkach Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij den vicomte deFraulavan 
eene som van 1000 Brab. gulden wiflselgeid. 

In fine: 1781 Mei 19. AÉossing van die som. 
Orig. üp perkament. 

1774 Mei 26. Brief van de Staten van het Oostenrijksch Over- 
kwartier, bevestigend de opname bij den ridder Jozef Hendrich 
de Bosschaert eener hoofdsom van 5000 gulden Brab. 

In dorso : 1781 Mei 19 : Aflossing van die som. 
Orig. op perkament. 

1776 Augustus 2. Brief van de Staten van het Oostenrijksch 
Overkwartier, bevestigend de opname bij den vicomte de Fnxjh 
van eene som van 10000 gulden Brab. ten laste, dier Staten. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van die som. 
Orig. op perkament. 

1776 Augustus 2. Brief van de Staten van het Oostenrijksch 
Overkwartier, bevestigend de opname bij Jozef Meijers van een 
kapitaal van 10000 gulden. 

In fine: 1781 Mei 19. Aflossing van dat kapitaal. 
Orig. op perkament. 

1779 Maart 10. Volmacht door de Staten aan Johan Baptist 
Süben, hun raadpensionaris, tot opname van een kapitaal groot 
32000 gulden. 

Orig. op papier. 

1779 Maart 15. Acte van notaris Petrus Schepmans te Ant- 
werpen, waarb^ Jan Baptist Sijben, raadpensionaris der Staten 
van het Oostenrijksch Overkwartier te Antwerpen opneemt de kapi- 
tale som van 32 000, waarvan 16000 gulden bij vrouwe Maria 
Catharina Wellens, douairière van wijlen Engelbert Maria Jozef 
Borrekens en 16000 gulden bij hare dochter, vrouwe Maria 
Theresia Josepha Borrekens, wed. van jonker Frans Jan Moietus. 

In fine : 17ol Januari 3. Aflossing dier twee kapitalen. 
Orig. op papier. 

1589—1668. Ingekomen stukken bij de Staten van het Over- 
kwartier en minuten van stukken, van hen uitgegaan, verpakt 
in 53 portefeuilles, getiteld „Oud Geldersch Archief' en bijna 
alle geregesteerd door Sivré met andere stukken, zich bevindend 
in de reg. „kwartiersrecessen**, „doleantiën en orders" en het 
„legerboeck" hierboven vermeld, in 11 verschillende afleveringen 
van den „inventaris van het Oud archief der gemeente Roer- 



Digitized by 



Google 



447 

mond", verschenen als bijlagen tot het verslag van den toestand 
der gemeente Roermond van 1868—1883, nl. in I st., 2^ afl. : 
1362, 13 Dec.— 1633, 20 Nov., pg. 121-185; I st., 3** afl. : 1368, 
9 Aug.-1614, 9 Dec., pg. 269—337; II st., !•*« afl.: 1428, 11 
Dec.— 1618, 21 Dec., pg. 3-79 ; II st., 2de afl. : 1600, 4 Oct.— 
1627, 8 Dec., pg. 161—246; II st., 3** afl.: 1555, 8 Sept.-1631, 
29 Maart, pg. 821-890; III st., 1»^ afl.: 1604, 27 Mei— 1646, 
3Sept., pg. 3—94; lU st., 2d« afl.: 1622, 2 Mei— 1662, pg. 159— 
187; III st., 3d« afl.: 1597, 24 Maart-1655, 3 Sept., pg. 301- 
368; IVd« st, 1'^ afl. : 1587, 9 Aug.— 1656, 29 Dec., pg. 3-80; 
IVde Bt., 2de afl. : 1657, Januari— December tot 1661—1663, pg. 157— 
228;IVde 8t.,3de afl.: 1662—1668, 16 Jan., pg. 299-376. 

1680 en 1684 — 1794. Stukken als boven, zonder inventaris. 
In 22 port. getiteld «Overkwartier». 

De volgende archieven bevinden zich in portefeuilles : 

1539. Copieën van twee brieven van Antoon, hertog van 
Calabrië en Lotharingen, waarin hij verzoekt, na den dood des 
hertogs van Gelderland, als hertog aangenomen te worden ; met 
antwoord der Staten van het Overkwartier van Grelderland, te 
Roermond verzameld. 

1555 Februari 13. G. A. Omslag 31, No. 29. Stuk IV, p. 113. 

Circa 1595—1664. (1) 

Begin der 17<^« eeuw. Memorie over den toestand van het 
Overkwartier in het begin der 17^« eeuw. 

1601—1617. 

1601-1669. 

1602—1621. „Farden" 21, 26, 30, 36, 42, 61— 65, 71, 72 inven- 
taris Syben van circa 1750 (zie hiervoor p. 419). 

1610—1617. 

1610—1623. 

1620. Ontvangstbewijzen van gedrukte exemplaren van het 
Undrecht des Overkwartiers. 



(i) Waar alleen de jaartallen vermeld zijn, geldt het stukken naar tijds- 
orde geplaatst, maar vei*der niet geïnventariseerd. 



Digitized by 



Google 



448 

1652—1661. Stukken van het Gouvernement te Brussel, inge- 
komen bij de Staten. Origineelen en copieën. Liasse. 

1653 — circa 1687 en „farde" 61 venneld in inventaris Bijben. 

Circa 1655 — 1661. Bundel stukken, betrekking hebbende op 
beden, subsidiën en den omslag daarvan. 

1665—1692. 

1669—1671. Stukken betrekking hebbende op de ostagiere 
der O verkwartiers te Sedan. 

1774. Correspondentie met den intendant de Brouchoven- 

1674—1678. Stukken betreffende Pransche contributiën. 

1677 — 1679. Correspondentie van Gedeputeerde Staten met 
Dumouceau, intendant van Lodewijk XIV. 

Circa 1677— circa 1692. 

1679-1683. 

1681 — 1687. Convocatiebrieven. Minuten. 

1684. Fransche contributiën. 

1688 — 1693. „Pragments des donatife" (au gouverneur du 
Haut-Quartier de Gueldre). 

1695—1700. Brieven van Blocqeau, agent der Staten te 
Brussel. 

1698. 

17^« Eeuw. Stukken uit de 17*« eeuw in 9 portefeuilles. 

1713 Oct. Extract uit het verbaal van de liquidatie en ver- 
deeling der schulden en lasten van het Overkwartier van Gel- 
derland. 

1713. Informatie omtrent de oude archieven te Roermond. 
1 stuk. 

Na 1715. Stukken, gediend hebbende tot de inventarisatie 
der archieven van de Staten krachtens het Barrièretractaat 

1717—1750. Postwezen. 



Digitized by 



Google 



449 

1744 October 28 Document betreffende de Karthuizers te 
Roermond. (1) 

Op papier (omslag G. A. 46, No. 32). 

1758. Rekeningen voor het onderhoud der Hannoversche 

troq>en. 

Circa 1765. ' Bewijzen om tot de de Ridderschap toegelaten te 
worden van Christ. Aug. Const. von Wij mar zu Kirchberg. 

1787 Maart 15. ld. van Casp. Franz. Andreas Willem Jos. von 
Elmendorö zu Elmendorffburg. 

1787 Maart 17. ld. van Joh. Adolph Ludewig von Bothmer 
zum Schweigerhoff. 

Voorts wapen van von Buren. 

ld. van van Brockhuisen. 

In 1 portefeuille. 
1790. 

1789 December 30 en 1790. Correspondentie van de Staten 
omtrent het beheer der goederen van de gesupprimeerde kloosters 
te Roermond met den bestuurder L. J. Clout, de Sltaten-generaal 
der Belgische provinciën enz. 

[1790 Juli 30. Brief van de Staten van het O verkwartier aan 
die van Brabant over eene poging der Weertenaren, om zich 
van Gelderland te scheiden.] 

Misschien het origineel en is dan afkomstig van het archief der Staten 
Tan Brabant te Brussel. 

1790—1796. Lijst van almanakken en papier, geleverd aan 
de Staten van Gelderland door G. Gruyters. 
Aan den buitenkant staat : Patriotisme. (!) 



Onraadspenningen, 
nórie over het beheer dei 

1783. 12 Memorien over de onraadspenningen door Sijben. 



Circa 1670. Memorie over het beheer der Onraadspenningen 
door de Staten. 



(1) Niet zeker of iiet bij het Staten-archief behoort. 

(1901) 29 



Digitized by 



Google 



^ 



450 

1610 en volgende jaren. Rekenboekje van kosten gemaaki 
door de Staten van het Overkwartier. Waarschijnlijk van den 
Ontvanger der Onraadspenningen. Folio, S^. Oblong. 

1601—1684. Rekeningen van den Ontvanger der Onraads- 
penningen, 12 Registers (aldus verdeeld: 1601-1624,1625-1637, 
1638-1649, 1650-1657, 1658-1660, 1661—1667, 1668-1669, 
1670—1673, 1674-1675, 1676-1680, 1681-1684). 

1766-1767, 1769-1786, (1779, 1780, 1785 in duplo; 1784 ge- 
bonden achter een der beide rekening— registers 1785). 

1601 — 1785 (met lacunen). Lijst der Onraadspenningen: 
liassen en bandels. In 65 portefeuilles. 



Gedeputeerden als gijzelaars naar het kasteel te 
Sedan tijdens den inval van Lodewijk XIV. (1) 

1668—1670. Correspondentie, zijnde brieven in origineel aan 
deze gedeputeerden gezonden van wege de Staten des Over- 
kwartiers en andere personen en minaten van de door hen 
geschreven brieven. Bundel, later verkeerdelijk bijeengebonden. 



Schepenbanken, laathoven, kerkelyke instellingen en gilden 
in het Spaansch-Oostenryksch Overkwartier van Gelderland. 

VI. HOOFDGERECHT ROERMOND. 

1548-1659, 1670—1702, 1708-1796. Overdrachten. 34 Rq?is- 
ters fol. 

1569, 1597-1598, 1601-1607, 1609, 1611—1613. Minuten van 
allerhande acten, gezegeld door de schepenen. Liassen en frag- 
menten. In ééne portefeuille. 

1618-1622. Idem idem in één portefeuille. 

1627, 1633-1637. Idem idem. 



(1) Later wellicht in het Staten -archief geplaatst. 



Digitized by 



Google 



451 

1653—1654, 1660—1661, 1668, 1676, 1686, 1688, 1701, 1703, 
1709, 1711, 1714, 1718, 1720, 1724—1727, 1787, 1789. Minuten 
▼an allerhande gerechtelijke acten. In 1 portefeuille. 

17^« en 18'*« eeuwen. Transporten en verklaringen. In 3 port. 

1756 — 1758. Overdrachten. In 1 portefeuille. 

1609—1777. Procesverbalen van openbare verkoopen of uit- 
roepen. In 1 portefeuille. 

1628—1796. Testamenten. 7 Registers folio. 

1628—1718. Geopende testamenten. In 1 portefeuille. 

1706 en na 1713, 1784. Momboirsrekeningen. 1 portefeuille. 

1657— circa 1660. Gerichtsjura voor den secretaris. Lijsten in 
1 portefeuille. 

1451—1487. Vonnissen. Register in folio, bevattende 105 bladen 
perkament. 

1427-1577. Oirvedenboek. 31 Bladz. klein 8». 

1787—1796. Apostillenboek. Pol. 

1657—1659. Contra-vacatieboek. Fol. 

1578—1589. Gerechtelijke invorderingen. Register 8o. oblong. 
Fragment. 

16^ eeuw. Jaargedingenboek. Folio, oblong. 
Fragment. 

16^®, 17^« en 18*^ eeuw. 2633 dossiers processen, waarop een 
inventaris vervaardigd door den heer Sivré, zonder chronologische 
orde in 88 portefeuilles geplaatst. 

308 dossiers processen, waarop door de deskundigen, benoemd 
door de Arrondissements-Rechtbank te Roermond, dd. 21 Oct. 
1898, een inventaris alleen der procedeerende partijen is ver- 
Taardigd, zonder chronologische orde. In 5 portefeuilles. 

De volgende stukken behooren tot processen, doch zijn in den 
voornoemden inventaris op verschillende plaatsen als afzonder- 
l^ke op zichzelf staande documenten behandeld ; wellicht zijn 
^ in te lasschen in de processen, hierboven beschreven. 



Digitized by 



Google 



462 

Stukken van een proces in zake de erfgenamen van jonkheer 
Johan van Vlodrop, gedaagden tegen de erfgenamen van jonker 
Johan van Vlatten, ambtman te Duren, klageren. Hierin : 

1491 Juli 22. Omslag (G.A.) 40, n». 26. Stuk IV, pag. 93. 

1514 Juni 12. Omslag (G.AÓ 40, n^. 24. Stuk IV, pag. 97. 

1544 Augustus 5. Omslag (G.A.) 46, no. 16. Verdrag tusachen 
Wilhelm van Vlodrop en Reinard van Vlatten, erfiBchenker 
en Robbert van Plettenbergh, heer te Drimborn en Lantzkroenc 
over de goederen hunner echtgenooten. 

1556 October 15. Omslag (G.A.) 40, n^. 25. Stuk IV, pag. 114. 

Afschriften van stukken en verklaring, overgelegd in een proces 
in zake den baron van Neerijssen, als erfvoogd der stad Roer- 
mond, tegen den schout der stad Roermond. Hierin o. a. : 

1592 Januari 26. Omslag (G.A.) 34, n». 29. Stuk IV, pag. 132. 
1593 Juni 16. Omslag (G.A.) 40, n». 27. Verdeeling der goederen 
tusschen de kinderen van Lutter van Vlodrop, erfvoogd, door de 
ouders. 

1599 Juni 30. Omslag (G.A.) 40, n^ 22. Stuk IV, pag. 138. 
4 copieën). 

1608 Mei 17. Omslag (G.A.) 40, n». 23. Verheffing der erf- 
voogdij door Johan van Vlodrop. 

1610 10 Februari (lees Januari) 29. Omslag (G.A.) 25,n<^.24. 
Stuk II, pag. 423—424. 

1660 December 3. Omslag (G.A) 38, no. 19. Stuk IV, pag. 408. 

Dossiers processen geïnventariseerd door den heer Sivré. In 
1 portefeuille. 

Processen in appel voor het Hoofdgerecht van de schepenban- 
ken te Gelre, Venlo, Middelaar, Obbicht, Bree, Stralen enz., 
waarvan bestaat de lijst der partijen. 31 Dossiers. In 1 portefeuille. 

Dossiers processen, o. a. 5 processen in appel van Thom uit 
de 16o eeuw. In 5 portefeuilles. 

Dossiers processen, waaronder ook appellen. In 4 portefeuillefl. 

1662, 1663, 1667, 1669—1674, 1680. Minuten van vonnissen. 
10 liassen. In 1 portefeuille. 

17® — 18® Eeuw. Minuten van overdrachten, kondschap en 
andere akten. 2 portefeuilles. 

1723. Gerechtsjura. — XVI<^« eeuw. Tarief van gerechtsjara. 
Lijsten in 1 portefeuille. 



Digitized by 



Google 



453 

18d« eeuw. Inventarisatie der speciën en de bijliggende anno- 
tatiën in de oude archief-kamer op het raadhuis te Roermond. 
In 1 portefeuille. 

De volgende documenten op papier, door den heer Sivré afzon- 
derlijk gerangschikt en beschreven in den gedrukten inventaris 
van het gemeente-archief. 

Algemeene zaken. 

1585 Sept. 7. Omslag G. A. 13, N». 3. Stuk I, pag. 268. 

1608 Januari 11. Omslag G. A. 18, N». 37. Stuk n, pag. 415. 

Willige justitie. 

1605 Januari 8. Omslag G. A. 24, N». 10. Stuk II, pag. 270—271 



1606 December 20 
1633 April 12. 
1633 Juni 8. 
1633 Augustus 20. 
1647 Maart 21. 



27, 


1) 


19. 


Ö5, 


)) 


5. 


55, 


99 


4. 


56, 


» 


6. 


19, 


n 


13. 



n, 



411—412 



IV, „ 289. 



Civiele justitie. 



1520 Maart 11. Omslag G.A. 19, N^. 5. Stuk I, pag. 61. 

1576 April 17. „ „ 13, „ 23. „ I, „ 240, 271 

1596 Februari 20. „ „ 22, „ 29. „ II, „ 253. 

1614 December 13. „ „ 28, „ 16. „ II, „ 461 

1632 Februari 3, Maart 5 en 9. Omslag G.A. 31, N^. 43. Stuk 
IV, pag. 241—242. 

Crimineele justitie. 



1563 Juli 11. Omslag 


G.A 


21, NO. 45. Stuk II, pag. 97. 


1573 Februari 12; 13. 


» 


ï) 


12, „ 54. „ I, 


„ 236. 


1598 November 30. 


}j 


s» 


28, „ 14. „ II, , 


, 40^-406. 


L600 October 4. 


)) 


jj 


21, „ 48. „ II, , 


, 135. 


1600 October 6. 


)) 


,) 


17, „ 7. „ II, , 


, 407. 


1618 December 17. 


j) 


j) 


26, „ 37. „ II, , 


, 456. 


1623 September 27. 


)J 


Jï 


34, „ 13. „ IV, , 


, 231. 


1632 December 23. 


IJ 


ïj 


33, „ 23. „ IV, 


, 246. 


1662 Februari 26. 


» 


J> 


36, „9. „IV, , 


, 406. 



Na 1566. Getuigenverhoor van een „rebel", wiens goederen ver- 
beurd verklaard waren. 
Minuut. 



Digitized by 



Google 



454 



Ketterij. 



1568 October 6. 


Omslag 


G.A. 


14, N». 20. Stuk I, 


pag 


.345. 


1569 Maart 16. 


}> 


jj 


15, „ 


63. 


JJ •*•> 


)9 


346-348. 


1569 November 16. 


1) 


?J 


2, „ 


1. 


?> -^1 


• J> 


84. 


1569 October— Dec, 


}> 


JJ 


5. « 


17. 


J> "^» 


}} 


84. 


1569 December 22. 


j) 


)j 


5, ), 


23. 


» ■*"1 


n 


84-85. 


1569—1570. 


jj 


ï) 


16, „ 


8. 


» ■•-> 


91 


348. 


1570 Januari 23. 


JJ 


ÏJ 


15. „ 


64. 


IJ "^J 


11 


348— 34a; 


1570 Maart 18. 


)) 


JJ 


12, „ 


21. 


ÏJ -^J 


» 


234, 


1571 Maart 29. 


j) 


ï> 


15, „ 


65. 


?J ■''1 


IJ 


349-35a 


1573 Maart 26. 


)) 


)) 


10, „ 


18. 


J> •*•» 


J) 


103. 


1676 Februari 16. 


JJ 


Hek 


16, „ 
serij. 


2. 


jj -^y 


J> 


352-3.» 


1581 Juli 4. 


Omslag 


G.A. 


14,N«.19.StukI, 


pag 


.360. 


1594 Maart 


>j 


jj 


1, „ 


3. 


„ I, 


JJ 


380. 


1606 Mei 16. 


}} 


)) 


25, „ 


65. 


„ n, 


j) 


410-41L 


1609 Juni 19. 


}i 


)J 


28, „ 


3. 


„ II, 


JJ 


420. 


1611 JuU 20. 


)> 


)) 


25, „ 


61. 


„ II. 


*) 


433. 


1612 Maart 20 en ! 


23. „ 


JJ 


27, „ 


2. 


„ II. 


}) 


441. 


1613 April. 


)• 


>; 


26, „ 


41. 


„ II. 


ïj 


451. 


1613 December 30. 


}} 


j> 


16, „ 


17. 


„ n, 


JJ 


456. 


1614 


JJ 


J> 


37, „ 


6. 


„iv, 


J> 


148. 



Koopmansboeken en papieren als bewijs in rechten gediend 
hebbende. In 4 portef. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank, die gedeeltelijk 
als bewijs in rechten gediend hebben en die kunnen strekken 
tot aanvulling voor den tijd, dat de schepenregisters nog niet 
bestonden of verloren zijn. Mogelijk is het dat eenige zijn afge- 
dwaald van archieven van geestelijke instellingen, 

1307 Juni 12. Verkoop van een huis te Roermond. 

Orig. op perkament. 

1860 Maart 14. Overdracht van eene jaarlijksche rente van 
6 schellingen. 

Orig. op perkament. 

1365 December 13. Verkoop en overdracht van een huis te 
Roermond in de „sente Nyclaes straten". 
Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



455 

1374 Maart 17. Ruil van het derde deel van een hols van 
Jan van Kadekirken voor het derde deel van dat van Ratten 
van Amer. 

Orig. op perkament. 

1377 Jnli 19. Inerfpachtneming van 1 morgen en 8 roeden 
akkerland. 

Orig. op perkament. 

1385 Januari 5. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 40 schellingen. 

Orig. op perkament. 

1386 Mei 27. Ontheffing eener schuldvordering van 14 Gel- 
dersche guldens. 

Orig. op perkament. 

1389 Mei 29. Verkoop eener jaarlijksche rente van 9 schel- 
lingen uit een huis nabij het Predikheerenklooster „i^ der 
Monsterstraten." 

1399 Juni 12. Verklaring van Mette, echtgenoote van Peter 
van lierop, dat deze naar welgevallen handelen kan met zijne 
goederen onder de jurisdictie der schepenbank Roermond gelegen. 
Orig. op perkament. 

1399 October 9. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van V2 schild. 

Orig. op perkament. Transfix van een brief van 1373 September 23, 
met transfix van 1381 October 18 en 1392 Juli 17. 

1411 Januari 21. Verkoop van de helft van een huis in de 
„Veltstraeten". 

Orig. op perkament. 

1414 October 27. Verkoop en overdracht van een aandeel 
in de jaarlijksche cijnzen, nagelaten door Gertruyden Baken, 
„cloester joufifrouw" te Roermond. 
Orig. op perkament 

1423 September 17. Verkoop van de helft van een huis 
t^enover „der Cloosterwant" gelegen. 
Orig. op perkament. 

1423 September 17. Overdracht eener jaarlijksche erfrente 
van 14 schellingen. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



456 

1429 Januari 1. Toezegging eener lijfrente van P/i malcler 
rogge losbare pacht. i 

Orig. op perkament» 

1430 October 25. Verkoop der helft van twee ,^talen** land| 
buiten de „Nyelre" poort. 

Orig. op perkament. 

1431 October 29. Verkoop en overdracht van een hnis in de 
Brugstraat. 

Transfix van een brief van : 1388 Mei 23 ; met transfixen van 1491 
Juni 7 en 1431 Mei 21. Orig. op perkament. 

1434 September 30. Verkoop en overdracht eener jaarlijkflchaj 
erf rente van 2 gouden Geldersche gulden. 

Orig. op perkament. I 

1439 September 8. Verkoop en overdracht van het hai«i 
„duyfhuys" en de halve „haeffve" daarbij gelegen „op d«| 

UjQK. • » 

Transfis van brieven van : 1435 Februari 21 en 1439 Maart 4. Oi^ 
op perkament 

1456 Januari 4. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche renti 
van 272 Overlandsche Rijnsche gulden. 

Orig. op perkament. 

1458 Juni 23. Verkoop en overdracht van een „stael" lan 
buiten de „Nyelre porten". 

Orig. op perkament. 

1458 Juli 31. Verkoop en overdracht van een jaarlijksdi^ 
rente van 1 Rijnschen gulden uit een huis bij den munr da 
stad. gelegen. 

Orig. op perkament. 

1459 Januari 5. Overdracht van een zesde deel van eenhoij 
bij den kloostermuur. 

Orig. op perkament. 

1460 Augustus 23. Verkoop en overdracht eener jaarlijkscW 
rente van 2 Rijnsche gulden. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



457 

1467 November 13. Verkoop en overdracht van rechten op 
een huis met verdere toebehooren bij het „in opper Kerckhoff " (1). 
Orig. op perkament. 

1470 Augustus 28. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
lente Tan 2 Rijnsche galden. 

Orig. op perkament Transfix van een brief van 1446 Februari 2, 
met transfix van 1447 Maart 3. 

1479 December 6. Verkoop en overdracht van de helft van 
een huis en Vé ^^n ^^ andere helft van dat huis in de „Hegge- 
Btraiten." 

Orig. op perkament. 

1481 Mei 4. Beschud van 2V2 „stale" lands. 

Orig. op perkament. Transfix van brief van: 1411 Mei 3; met 
transfix van 1481 Maart 20. 

1481 Juni 19. Verkoop en overdracht van 2 morgen akker- 
land» tusschen Herten en Rure „in ^^n Ruyrevelde" gelegen. 
Orig. op perkament. 

1483 Maart 11. Verkoop en overdracht van een stal. 
Orig. op perkament. 

1483 Juni 27.. Terkoop en overdracht van rechten op een 
stuk land van 1% stale buiten de „Zwartbroecke.'* 
Orig. op perkament. 

1492 Januari 7. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 5 Rijnsche gulden uit een huis in de „Scomeker- 
Btraten" en van verschillende stukken akkerland. 
Orig. op perkament. 

15*« eeuw. Verkoop van een huis aan Dirk Schoemeker. 
Orig. op perkament (gedeeltelijk). 

1505 December 21. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 3 Rijnsche gulden. 

Orig. op perkament. Transfix van een brief van 1455 October 29. 

1507 April 16. Verkoop en overdracht van het derde deel 
van 7 „stalen" lands buiten de „Nyelre" poort. 

Orig. op perkament. Transfix van een brief van 1488 Maart 31. 



(1) Dat gedeelte van Roermond, waar de parochiekerk en het kerkhof liggen 
werd t/n Op*^ geheeten ; een gedeelte daarbuiten heet nog 9 Buiten Üp". 



Digitized by 



Google 



458 

1512 October 29. Volmacht door Geraxd Kaiser op Mathiaa 
Schrijver tot uitvoering zijner vorderingen ten laste van zijnen 
schoonbroeder Jacob van Mechelen. 
Orig. op perkament. 

J519 Februari 3. Verkoop en overdracht van 3 stalen landa 
buiten de Nielerpoort 

Orig. op perkament. 

1519 Februari 9. Verkoop en overdracht eener jaarlijkacbe 
rente van 2 Hornsche postulaat-gulden. (1) 
Orig. op perkament. 

1526 September 10. Notariëele acte waarbij huwelijksoontnct 
tusschen Dirk Hoefft en Katharina Venkens. 
Orig. op perkament. Gecancelleerd. 

1533 October 17. Verklaring van niet te zullen opvorderen 
eene schuld van 1000 Hornsche gulden tijdens het leven det 
schuldenaren. 

Orig. op perkament. 

1552 September 24. Schuldbekentenis eener jaarlijksche 1^- 
rente van 2 malder rogge. 
Orig. op perkament. 

1555 Maart 20. Overdracht van eene huisplaats in de Via-i 
schersweerd, wegens ruil voor 4 sester roggen. | 

Orig. op perkament. 

1557 Maart 4. Gerechtelijke aanvaarding van een schikking 
getroffen in een geschil over een muur tusschen de erven van 
Stoffer van Dulcken en Peter van Straelen. 

Orig. op perkament. 

1558 Februari 19. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 12 Brab. gulden. 

Orig. op perkament. 

1559 Januari 26. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 6 currentgulden. 

Orig. op perkament. Transfix van een brief van 1511 Januari 4. 



(1) Aldus genaamd wyl deze gulden was geslagen terwyi Jan van Hornc 
postuleerde of dong naar de waardigheid van prins-bisschop van Luik. 



Digitized by 



Google 



459 

1561 Februari 15. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 12 ^^ Brab. gulden uit hei huis van Johan vanCryp. 
Orig. op perkament. 

1567 November 15. Verkoop en overdracht van 16 roeden 
lands buiten de Nielerpoort gelegen. 

Orig. op perkament. Transfix van eenenbrief van 1567 November 15. 

1571 April 18. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche rente 
van 1^2 zilveren daler staande op twee huizen. 
Orig. op perkament. 

1588 Maart 14. Overdracht van rechten op een huis in de 
„Beggaertstrate" gelegen. 
Orig. op perkament. 

1591 Februari 25. Overdracht eener jaarlijksche rente van 5 
Geldersche „reydergulden"' staande op de helft van een huis 
naast dat van Arnt van den Bosch gelegen. 

Orig. op perkament. Transfix van eenen brief van 1551 November 
13 ; met een transfix van 15SS Maart 31. 

1594 April 23. Overdracht van 2^2 stael akkerlands, gelegen 
op den Laeck. 

Orig. op perkament. Transfiix van een brief van 15S2 Januari 26. 

1595 Februari 15. Verkoop en overdracht van een stuk „van 
den Heyr ofif Gemeinte" achter de Kapel van O. ly. V. in 't Zand. 

Orig. op perkament. 

1620 Februari 4. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
lente van 31 gulden, gevestigd op een huis in de Stege. 

In dorso : 1621 Maart 27. Aflossing dier rente. 
Orig. op perkament. 

1625 Juli 7. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche rente 
van 25 rijksdaalders, gevestigd op een huis in de Minderbroe- 
dersstraat. 

Orig. op perkament. 

1625 October 9. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 18 gulden, gevestigd op een huis achter de Leufie en 
op 4 j^stael" lands buiten het Swartbroeck gelegen. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



460 

1626 Maart 14. Verkoop en overdracht eenerjaarl^jksche rente 
van 6 gulden 50 stuivers, gevestigd op een huie op den Scheu- 
tenbercb. 

Orig. op perkament (gecancelleerd). 

1627 November 22. Verkoop en overdracht eener jaarlijksche 
rente van 12 gulden, gevestigd op een huis op den „Scheuten- 
berch". 

In dorso: 1693 Augustus 14. Aflossing dier rente. 
Orig. op perkament. 

1629 Maart 23. Ruil van rechten op eene timmerplaats met 
kelder tegen een moestuin achter het „Cruytz'- gelegen. 
Orig. op perkament. 

1669 Februari 12. Overdracht van een huis aan het Swart- 
broeck en van twee „staelen" lands buiten het Swartbroeck gelegen. 
Orig. op perkament. 

1661 Mei 9. Opname van een kapitaal van 600 gulden t^ien 
eene rente van 12 gulden 's j aars. 
Orig. op perkament 

1664 Maart 4. Opname van een kapitaal van 300 gulden bij 
den pastoor en de kerkmeesters van Horst. 
In dorso : 1707 November 24. Aflossing van dat kapitaal. 

1672 April 9. Opname van een kapitaal van 600 rijksdaalders | 
tegen eene rente van 37 V2 dier daalders. 
Ong. op perkament. 

1674 October 9. Opname bij Gerard Dominicus Elant, heer 
in Westerdael, Langewolt, La Motte en Agenbroeck van een , 
kapita'i] ran 160 rijksdaalders tegen eene jaarlijksche rente van 
9 dier daalders. | 

Orig. op perkament. | 

1679 Maart 22. Opname van een kapitaal van 400 rijksdaal- 
ders tegen eene jaarlijksche rente van 20 dier daalders. 
Orig. op perkament. 

1703 Februari 12. Opname eener kapitale som van 400 rijks- 
daalders wegens verkoop eener jaarlijksche rente van 20 rijks* 
daalders. 

Orig. op perkament. In dorso : 1709 September 2. Aflossing van dat 
kapitaal. 



Digitized by 



Google 



461 

1703 Mei 23. Overdracht van de helft van een kapitaal van 
100 specie-rijksdaalder, welke 14 October 1664 opgenomen waren 
door Gerard Caelen. 

Orig. op perkament. Transfix van een brief van 1664 October 14. 
In dorso : 1726 Februari 9. Aflossing daarvan. 

1713 Januari 24. Overdracht van eigendomsrechten op het 
huis „den Keyser" in de Neerstraet gelegen. 
Orig. op perkament. 

1719 December 13. Opname van eene kapitale som van 
honderd patacons. 

Orig. op perkament 
1725 Augustus 4. Overdracht van een huis in de Brugstraat. 
Orig. op perkament. 

1730 April 12. Verkoop van een huis met verdere toebehoo- 
ren in de Munsterstraat. 
Orig. op perkament. 



VIL LAATHOF DER ERFVOOGDIJ TE ROERMOND 
VOOR ROERMOND. 



1580 Juli 2. Stuk IV, pag. 128. 

1665 April 24. Laatbrief, bevestigende den verkoop van een 
uis in de „Schwalmekerstraaf'. 

1737 April 30. Brief van relief van het goed „Klein Pairlo". 



Vm. OUD BISDOM ROERMOND (1) 
van vóór de opheffing door het Fransch Bestuur in 1796. 

1676 „Ontfenck ende vuytgaeflf der Hove A» 1676 S. Jan Bapt. 
beginnende". Reg. 8^ vil. 

Charters en andere documenten op perkament. 
1654 November 18. Stuk IV, pag. 385. 

1667. Breve van paus Alexander VII tot dispensatie voor 

(1) Een gedeelte van dit archief bevindt zich in het Algemeen Rijks-archief 
te Brussel, de meeste, stukken in het Bisschoppel^k seminarie te Roermond. 



Digitized by 



Google 



462 

Johannes Cornelii in de gestelde tijden voor de drie gioote 
wijdingen. 

1701 November 21. Bevestiging door paus Clemens XI van 
de benoeming van Angelus d'Ongnies tot bisschop van Roer- 
mond. 

Orig. perkament. Latijn. Zegel verloren. 

1711 Augustus 2. Voorstelling door Ferd. Sigism. Theodor 
baron van Schaesberg van Henr. Georg. Wiggerman tot het 
beneficium castrense. 

1716 Juni 30. Schepenbrief van Wessem, bevestigend de 
overdracht van beemden en weiden aan het bisdom Roermond. 

1716 Juni 30. Schepenbrief van Wessem, bevestigend de 
overdracht van den Eeeckbaent. aan het bisdom Roermond. 

1718 September 6. Schepenbrief van Wessem, bevestigend de 
overdracht van eenen „baent" aan het bisdom Roermond. 



j>^ 



1721 September 15. Verleening van brieven van placet door 
Keizer Karel VI aan Franciscus Sanguessa, provinciaal der 
RecoUecten, tot het ten uitvoerleggen der apostolische bullen, 
waardoor hij tot coadjutor van den Bisschop van Roermond, met 
recht van opvolging benoemd is. 

Fransch ; get. I. B. de Heems ; zegel verloren. 

1734 April 12. Vergunning van Keizer Karel VI aan Frans 
Lod. Sanguessa, bisschop van Roermond, om de 600 kroonen, 
door den Palatijnschen Keurvorst aan zijnen voorganger geschon- 
ken, te mogen aannemen en aanwenden ter betaling der koop- 
som van het huis te Roermond naast het klooster der zusters 
Karmelietessen gelegen ; voorts om dit huis aan die zusters af 
te staan in ruiling met den moestuin, geënclaveerd in den 
tuin van het bisschoppelijk paleis, die aan deze laatsten door 
Anna Sibilla du Monceaux geschonken was. 

Fi-ansch, met het beschadigd majesteitszegel van den Keixer in rood was. 

1734 April. Vergunning van Keizer Karel VI aan Frans Lod. 
Sanguessa, bisschop van Roermond, om den moestuin, die door 
Anna Sibilla du Monceaux aan het Karmelietessenklooster te 
Roermond geschonken was, tegen een naast dat klooster gelegen 
huis te ruilen. 

Orig.; geteekend Le Roy. 



Digitized by 



Google 



468 

1746 Maart 28. Bevestiging door paus Benedictus XIV van 
de benoeming van Joannes Antonius de Robiano, tot Bisschop 
van Roermond. 

Zegel verloren. 

1751 April 30. Verlof van paus Benedictus XIV aan den 
Bisechop van Roermond om gedurende de H. Mis eene biret te 
dragen. 

1770 Januari 10 Aflaat verleend door paus Clemens XIV 
aan elke kerk van het Bisdom, wanneer zij voor het eerst door 
den Bisschop bezocht werd. 

1770 Januari 10. Vergunning van paus Clemens XIV aan den 
Biflflchop van Roermond, gegeven voor 7 jaren, om geprivilegi- 
eerde altaren te verleenen. 

1770 Januari 10. Aflaat verleend door paus Clemens XIV 
aan hen, die de eerste H. Mis van den Bisschop van Roermond 
bijwonen. 

1775 Mei 29. Bevestiging door paus Rus VI van de benoe- 
ming van Philippus Damianus de Hoensbroeck tot Bisschop van 
Roermond. 

Zegel verloren. 

1775 Mei 29. Verleening door paus Pius VI van een vollen 
aflaat in articulo mortis aan Bisschop van Roermond Philippus 
Damianus van Hoensbroeck. 

1775 Mei 29. Verleening van paus Pius VI van een aflaat 
aan al de kerken van het bisdom Roermond op den dag dat de 
Bisschop zijne eerste H. Mis doet. 

1775 Mei 30. Aflaat verleend door Pius VI aan de geeste- 
lijken, dié door den Bisschop van Roermond op missie gezonden 
worden, alsook aan de wereldlijke personen in de plaatsen, waar 
de missie plaats heeft. 

1779 November 13. Vergunning van paus Pius VI aan den 
Bisschop van Roermond, om gedurende de H. Mis een biret te 
dragen. 

1782 April 9. Dispensatie van leeftijd voor het ontvangen 
der H. Priesterwijding. 

1783 Augustus 8. Huwelij ksdispensatie, gegeven door paus 
Kus VI. 



Digitized by 



Google 



464 

Stukken op papier. 
1573 Augustus 14. Stuk IV, pag. 120. 

1601 Mei 17. „ IV, „ 139. 

IV 144 



1606 Juli 18. 


1611. 


1626 October 2 


1664 Mei 9. 


1666. 


1667 Juni 15. 



V 


II, 


„ 439. 


»> 


IV, 


„ 236. 


JJ 


IV. 


„ 411. 


?J 


rv, 


„ 420- 



„ IV, „ 427. 

1684 April 10. Decreet van Lodewijk XIV, geteekend J. P. 
de Cordes, met verzendbrief van denzelfden, gericht aan den 
Bisschop van Roermond en den raadsheer Blommart, door welk 
decreet bevolen wordt aan de mannen der wet voor elk dorp 
van het diocees Roermond, ambtshalve, in vereeniging met de 
pastoors en kapellaans van hunne dorpen, op schrLFt inlich- 
tingen te geven, behoorlijk geverifieerd door oe registers, ain- 
teekeningen en andere documenten, over het bedrag der inkom- 
sten en toevallige baten van eiken pastoor en kapellaan van 
genoemd bisdom, alles binnen den tijd van drie maaanden. 
Cateloog Ouillon, N'. 629. 

1 692 Januari 15. Brief van de Regeering te Brussel aan den 
Bisschop van Roermond om hem te verzoekeneene keuze te doea 
tusschen drie candidaten voor de plaats van burgemeester van 
Roermond. 

Gataloog Ouillon, N^ 745. 

1696 September 13. Reductie van Missen in de Parochie- 
kerk te Venlo. 

1701 October 11. Eigenhandige brief van den Bisschop van 
Atrecht aan den Bisschop van Roermond. 

Gat. Ouillon, N*. 688. 

1702 Augustus 17. Eigenhandige brief van de hertogin van 
Noailles aan den bisschop van Roermond. 

Gat. Ouillon, N°. 746. 

1702 Augustus 23. ) Eigenhandige brieven vanden Bisschop van 
November 9. | Gent aan dien van Roermond. 
Gat. Ouillon, N°. 750. 



Digitized by 



Google 



465 

1702 September 22. Brief van Humbert Guillaume de Prin- 
cipiano, bisschop van Mechelen, aan den Bisschop van Roermond. 
Cat. Guilion, N*. öS^. 

1702 November 1. Verbod van Antoon, prins van Sleeswij k- 
Holstein, kommandant van Roermond, om aan de paarden en 
knechts van den Bisschop eenig beletsel in den w^ te leggen. 
Met het zegel van den prins. Gat. Guillon, N°. 590. 

1705 Augustus 28. Brief van den Aartsbisschop van Reims 
aan den bisschop van Roermond, over de gevangenschap van den 
heer Brouet, pastoor te Gespunsard. 
Cat. Guilion, N'. 748. 

1705—1707. Brieven van Tuyl van Serooskerken namens de 
Staten-Generaal over machtiging van den Bisschop om naar 
Brussel te gaan; over het aanbieden van zün paleis aan de afge- 
vaardigden der Staten-Generaal ; over vergoeding voor het klooster 
der Penitenten, wegens afstand van hunne kerk aan de Protes- 
tanten ; over het inwinnen van des Bisschops advies bij vacante 
Bchepenplaatsen en in den Raad van Gelder te Roermond ; over 
fiimüiezaken van baron van Tuyl. 

Cat. Guilion, N». 747 (onjuist) en N». 655. 

1706 — 1708. Stukken, gericht aan den Bisschop van Roermond, 
betrekking hebbende op de schadeloosstelling, gevraagd door de 
Penitenten van Roermond wegens de schade, die zij geleden 
hebben door aan de Protestanten het gebruik van hunne kerk 
te laten. Dossier. 

Cat. Guilion, N^ 683. 

1708. Correspondentie over «den aankoop van een stuk grond 
voor den Bisschop door den Keurvorst van den Palts, met den 
graaf Wartenbergh te Brussel. 

1716 Mei 31. Brief van H. LeClercq, jesuïet te Luik, aan den 
Bisschop van Roermond over eene landkaart van het bisdom 
Roermond. 

Zie hierover artikel van J. Jos. Habets in de vPublications de la société 
historique et archéologique dans leduchédeLimbourg."dl. XXV, p. 421. 

1716 Sept. 18. Contract tusschen de geërfden, schepenen en 
regeerders van Herten-Merum-en-Ool ter eenre en Jean Royen, 
meester timmerman te Roermond, ter andere zijde, voor het 
leveren van timmerhout voor de kosterij en de school te Herten. 

(1901) 80 



Digitized by 



Google 



466 

. 1721 Februari 17. Eigenhandige brief van graaf d'OngnieB aan 
den Bisschop van Roermond en brieven van de gravin d'Hermal, 
familielid van den Bisschop aan dezer;. 
Cat. Guillon, N». 752. 

1721 October 26. Brief van den Bisschop van Doornik aan 
dien van Roermond. 

Cat. Guillon, N'. 751. 

1721 en 1722. Verschillende brieven van de abbé's Santini 
en Spinelli, later nuntii te Brussel, aan den Bisschop van 
Roermond. 

Cat. Guillon, N'. 754. 

1785 Juli 9. Bevel van Keizer Karel.VI aan den Bisschop en 
gegradueerde kanoniken van Roermond, om in het vervolg geene 
kanoniken meer toe te laten, die niet den graad van licen- 
tiaat aan de Universiteit van Leuven verkregen hebben, overeen- 
komstig het plakkaat van 20 October 1781. 

1740 Augustus 18. Brief van den Bisschop van Roermond aan 
de Regeering te Brussel over de verschuiving van feestdagen. 

Cat. Guillon, N*. 769. 

1746 Mei 4. Brief van gelukwensching door de Cancellarie van 
Gelderland te Roermond gezonden aan Mgr. de Robiano, wegens 
zijne benoeming tot bisschop van Roermond. 
Orig. Cat. Guillon, N^ 693. 

1749 — 1753. Over het recht van asyl in gewijde plaatsen en 
correspondentie met het Gouvernement te Brussel en met den 
Aartsbisschop van Mechelen daarover. 

1758 April 10. Eigenhandige brief met zegel van de abdis 
van het Munster te Roermond, Maria Cecilia baronnes van Eyck, 
aan den Bisschop van Roermond Joannes Antonius, tot het 
verkrijgen van de benoeming van Jan Michel de Gock tot 
pastoor van Aldenkerk. (De verzoekster had het recht van 
presentatie). 

1781 December 5. Brief van Marie Christine en Albert, Gou- 
verneurs der Zuidelijke Nederlanden aan den Bisschop van 
Roermond over huwelijksdispensaties. 

1782 Mei 1. Brief van Marie Christine en Albert, Gou vemems 
der Zuidelijke Nederlanden, aan den Bisschop van Roermond over 
godsdienstvrijheid en het geven van ambten aan Protestanten. 

Cat. Guillon, N". 706. 



Digitized by 



Google 



467 

1782 October 10. Brief van Marie Christine en Albert, Gouver- 
neurs der Zuidelijke Nederlanden, aan den Bisschop van Roermond 
over huwelij ksdispensaties. 

1783 April 30- Brief van Marie Christine en Albert, Gouver- 
neurs der Zuidelijke Nederlanden, aan den Bisschop van Roermond 
over gemengde huwelijken. 

1783 Juni 25. Brief van den Cancellier en de raadsheeren van 
den Souvereinen raad van Z. M. in Gelderland aan den Bis- 
schop van Roermond over gemengde huwelijken en huwelijks- 
proclamatiën. 

1784 Mei 3. Eigenhandige brief van Isabella van St. Jean 
Nepomuoenus, geboren Robbertz, supérieure van het klooster der 
Drsulinen, te Roermond, aan den Bisschop van Roermond, ten 
einde het noodzakelijk verlof te verkrijgen om het feest van de 
gelukzalige stichtster, Angela de Merici, voor dat jaar over te 
brengen van 31 Mei op 7 Juni. 

1785 Dec. 31. j Drie brieven, waarvan twee eigenhandig, 

1786 Mei 30. van kardinaal de Franckenberg Aartsbisschop 

1786 Juli 9. ! van Mechelen, aan den bisschop van Roermond 
met betrekking tot de edicten van Jozef II over kerkelijke zaken. 

Cat. GuiUon, N*. 761. 

1787 Januari 21. Brief van Marie Christine en Albert, Gou- 
verneurs der Zuidelijke Nederlanden, aan den Bisschop van 
Roermond, inhoudende verbod aan dezen, om aan seminaristen 
van Leuven, die den leergang van het kerkelijk recht aldaar 
niet willen volgen, gunsten te verleenen. 

1790 April 8. Brief van de „Königl. Preuss. zum Geldrischen 
lindes Administrations Collegio verordnete Geheimte (?) auch 
Krieges und Domainen Rathe" aan den Bisschop van Roermond 
met verzoek, dat deze de geestelijkheid te Kevelaer zal gelasten, 
spoedig een einde te maaken aan de vertooningen in deze plaats 
van een vrouw, die door den duivel bezeten is. 

Rekeningen en ingekomen stukken. In een portefeuille. 

Pauselijke afiaaisbrieven op perkament, wellicht bestemd voor de 

verschillende kerken en kapellen, hierna genoemd, doch niet 

verzonden door den Bisschop : 

1721 Juli 5. Van Innocentius XIII aan de kapel van Onze 
lieve Vrouw in 't Zand te Roermond. 



Digitized by 



Google 



468 

1750 Mei 11. Van Benedictus XIV aan de kapel van St. Leonard 
te Schaesberg. 

1756 November 16. Van Benedictus XIV aan de parochie- 
kerk te Meerssen. 

1757 November 15. Van Benedictus XIV aan de parochiekerk 
te Schaesberg. 

1767 December 18. Van Clemens XIII aan de parochiekerk 
van de H.H. Petrus en Paulus te Schaesberg. 

1772 November 7. Van Clemens XIV aan de Kapel van O. L. 
Vrouw te Elmpt (Rijn-Pruissen), 

1773 Mei 25. Van Clemens XIV aan de parochiekerk van 
Arcen. 

1773 Mei 25. Van Clemens XIV aan de parochiekerk van 
Lobberich (Rijn-Pruissen). 

1774 Januari 11. Van Clemens XIV aan de parochiekerk van 
Lottum. 

1774 Juli 28. Van Clemens XIV aan de parochiekerk van 
de H.H. Petrus en Paulus te Schaesberg. 

1774 Augustus 12. Van Clemens XIV aan de parochiekerk 
van de H.H. Petrus en Paulus te Schaesberg. 

1777 Maart 12. Van Pius VI aan de parochiekerk van Wan- 
roy (N. Brab.). 

1778 November 11. Van Pius VI aan de kerk der Kruisheeren 
van Ste Agatha (N. Brab.). 

1779 Februari 21. Van Pius VI aan de kerk der Minder- 
broeders te Nijmegen. 

1781 December 7. Van Pius VI aan de kerk van Pona 
St*« Helenae (Pont bij Gelder). 

1781 Juni 1. Van Pius VI aan de parochiekerk van Beers 
(N. Brab.). 

1787 Mei 7. Van Pius VI aan de kerk van het Oratorie te 
Kevelaer (Rijn-Pruissen). 

1792 September 4. Van Pius VI aan de broederechap der 
H. Barbara in de Parochiekerk van Puyfifelyck (Gelderland). 



Digitized by 



Google 



469 

IX. KAPITTEL VAN DEN H. GEEST TE ROERMOND, 

tot 1361 Kapittel van St Petrus te Odiliënberg en in 1566 
vereenigd met het Kathedraal Kapittel te Roermond. 

1343—1500. Cartularium van het Kapittel van St. Petrus te 
Odiliënberg en van den H. Greest te Roermond. Ms. 16« eeuw. Fol. 

1600. „Register und Legerboeck der renthen, pachten, lande- 
ryen, hoeven, zynsen und ander incomsten so dat Eerw. Capittel 
der Cathedrael kercken des heyligen Gheest binnen Ruremundt, 
incommende heeft ex, antiquo corpore prebendarum et incor- 
porationibus tam antiquis quam novis similiter ex eiusdem ecclesie 
presentiis." Fol. 

1669. Ontvangst-register van geldrenten. 12<*. • 

1671—1675. Idem. »> obl. 

1671-1687. Idem. 4o. 

1676—1676. Idem. 4». 

Charters, op perkament zoover niet 
anders is vermeld. 

1297 November 29. Met vidimus der schepenen van Roermond 
dd. 1375 Mei 12. Stuk III, pag. 220. 

1322 April 6. „ III, „ 228. 

1323 Februari 12. „ III, „ 229. 

1350 April 10. Met transfix van 1392 Dec. 11 en 1414 
December 20 (1). Stuk III, pag. 232. 

1351 Augustus 31. Met transfix van 1388 Juli 22(1). 

Stuk II, pag. 80. 

1356 Maart 2. Statuten van het Kapittel. „ III, „ 374. 

1357 Februari 22. „ III, „ 375. 
1357 April 4. „ III, „ 236. 



(1) Wij vermelden deze charters op den datum van den hoofdbrief, wijl uit 
geen hunner transfixen het verband met het Kapittel direct blijkt. De transfix 
van 1388 Jul> 22 van den hoofdbrief van 1351 Aug. 31 en de transfix van 
1381 Aug. 4 van den hoofdbrief van 1371 Mei 25, gelijk meerdere /ioo/d&nev6n, 
behelzen overdrachten ten behoeve van den kanonik Gerard Muggenbroek of 
zijne familie, die, gelijk uit andere charters blijkt, stichtingen en schenkingen 
aan het Kapittel deed. 



Digitized by 



Google 



470 

1360 Mei 25. Stuk III, pag. 237. 

1361 Maart 5. Overbrenging van het Kapittel naar Roer- 
mond. Stuk III, pag. 237. 



1361 Maart 17. Idem. „ 


III. 


„ 237. 


1361 April 3. Idem. „ 


III. 


„ 237. 


1361 April 8. Idem. „ 


III, 


„ 238. 


1363 September 22. „ 


III, 


„ 238. 


1368 Februari 9. „ 


m, 


„ 240. 


1371 Mei 25. Met transfix 1381 Aug. 14 (1). „ 


III, 


„ 241. 



1372 Mei 13. Stuk III, pag. 378. 

1375 Mei 12. Vidimus van den hiervoor genoemden brief van 
1297 November 29. 

1376 October 19. Stuk III, pag. 242—243. 
1376 November 6. „ ni, „ 243. 

1376 November 6. „ III, „ 243. 

1377 Juli 15. „ III, „ 243-244. 
1382 Juli 31. „ III, „ 245. 
1385 Maart 2. „ III, „ 246. 

1388 Juli 27. „ III, „ 247. 

1389 Maart 7. „ II, „ 81—82. 

1390 Maart 7. Met transfix van 23 Nov. 1391. (2). 

Stuk III, pag. 248. 

1390 October 28 „ III, „ 249. 

1392 December 27. „ III, „ 250. 
1394 Februari 2. Zie p. 472 op 1430 Juli 13. 

1394 December 8. „ III, „ 250. 



(1) Zie noot op page 469. 

(2) Deze transfix is als het ware het supplement van den hoofdbrief, als nl. 
behelzende eene schenking aan eene stichting in den hoofdbrief beschreven ; 
daarom zijn deze charters vermeld op den datum des hoofdsbriefs. 



Digitized by 



Google 



471 



1397 Mei 25. 


Stuk ni, 


p^ 


, 251. 


1398 Maart 17. 


» 


ni, 


ïj 


251-252 


1399 Juni 7. 


JJ 


III, 


V 


252. 


1399 Juni 20. 


>J 


III, 


j) 


252. 


1400 Juni 24. 


>' 


III. 


« 


253. 


1403 Juni 25. 


» 


II, 


» 


82. 


1404 December 8. 


J> 


III, 


w 


285. 


1408 April 9. 


>5 


III, 


» 


256. 


1409 Februari 1. Transfix 


van een brief van 1390 November 17 
Stuk ni, pag. 249—250. 


1411 September 2. 


ïj 


II, 


J> 


83. 


1415 September 7. 


j> 


in, 


i) 


887. 


1419 Februari 14. 


jï 


III, 


J> 


388. 


1422 Mei 11. 


j> 


III, 


» 


260. 


1422 Juni 20. 


ïj 


III, 


J> 


261.' 


1422 October 15. 


}? 


II, 


JJ 


83. 



1424 April 14. Schepenbrief van Roermond, bevestigend de 
in erfpachtneming van een huis, tusschen de woningen van het 
kapittel van den H. Gteest gelegen. 

1425 Februari 15. Stuk III, pag. 390. 

1425 Augustus 20. „ IH, „ 390-391. 

1425 December 10. „ III, „ 391. 

1428 Januari 6. „ III, „ 263-264. 

1428 Februari 2. Schepenbrief van Roermond, bevestigend de 
overdracht van eene jaarlijksche rente van 1 Overlandschen 
Rijnschen gulden ten behoeve der presentie des Kapittels. 

1428 Augustus 1. •Schepenbrief van Roermond, bevestigend 
de overdracht van eene jaarlijksche rente, zijnde transfix van 
een schepenbrief van Roermond van 1408 Januari 25. 

Stuk II, pag. 83. 

1429 October 10. „ III, „ 391—392. 



Digitized by 



Google 



472 

1430 Mei 14. Arnold Neutken en zijn zoon Pieter verkoopen 
aan Johan van Essen, pastoor te Echt, een huis, gelegen te 
Roermond „achter der muyren opt oever bij heeren Wemere 
thorne. 

Zegels verloren. 

1480 Mei 27. Stuk III, p. 264-265. 

1430 Juni 1. „ III, p. 392—393. 

1430 Juli 13. Schepenbrief van Roermond, bevestigende de 
overdracht van de 2® helft van een jaarcijns (de overdracht van 
de 1® helft geschiedt in den hoofdbrief van 1394 Februari 2) 
ten behoeve der presentie. 

1430 September 6. Met transfix van Sept. 9. (1) 

Stuk III, pag. 393. 

1430 October 9. 

1430 December 1. 

1431 Mei 6. 
1431 Juni 1. 
1433 November 7. 
1437 Juni 8. 

1437 December 22. 

1438 Maart 17. 

1439 Mei 1. 

1440 April 25. Transfix van een charter van 1438. 

Stuk III, pag. 270—271. 

1460 Augustus 14. „ Hl, „ 275—276. 

1451 Juli 8. Brief van den laathof van Asselt, bevestigende 
de overdracht van een bunder land aan Johannes Moelener. 

1451 September 30. Stuk III, pag. 402. 



III, 


j> 


394-395. 


III, 


» 


395—396. 


m, 


»> 


265. 


III, 


j> 


396. 


III, 


9} 


397. 


III, 


»1 


399. 


III. 


» 


899-400. 


III, 


>5 


400. 


III, 


'ï 


401. 



(1) In den transfixbrief wordt door den Aartsdiaken van Kempenland eene 
machtiging tot incorporatie gegeven, welke de Bisschop van Luik in den 
hoofdbrief geeft. Daarom zijn beide charters op den datum van den hoofdbrief 
vermeld. 



Digitized by 



Google 



473 

1454 September 27. Overdracht van 1 malder rogge ten behoeve 
der presentiën en 1 malder ten behoeve van den roededrager. 
(Transfix van een brief van 1396 Maart 12). 

1455 Juli 24. Stuk I, pag. 208. 
1457 Februari 14. „ III, „ 404. 

1457 Juli 20. „ III, „ 404. 

1458 Juli 22. „ III, „ 405. 

1458 Augustus 9. Schepenbrief van Roermond, bevestigende den 
verkoop en de overdracht van een huis in de Hevgestraat aan 
bet Kapittel van den H. Geest. Transfix van een brief van 1458 
M 24. 

1460 Februari 5. Met transfix van 1460 Juni 10, zijnde eene 



notarieele akte ter bevestiging. 


Stuk m, 


pag- 


406. 


1460 Mei 12. 


J) 


III. 


>J 


280. 


1460 Juni 28. 


>J 


III, 




405-406, 


1460 November 19. 


ï> 


III, 




280. 


1461 Juli 3. 


« 


III, 




406—407. 


1462 Juni 6. 


J> 


III, 




407. 


1463 Februari 1, 


V 


III, 




281—282. 



1468 Januari 13. Schepenbrief van Roermond, bevestigende 
het getuigenis onder eede van Maes en Ruth Timmerman, dat 
aj „oever twintich jair neest verleden off langher" in de kerk 
van Vlodrop getimmerd hebben en het schip van die kerk 
hebben helpen maken en dat zij „due ter tijt geynen sulre in 
der vurscreven kircken gemaeckt en vonden, dan eyn cleyne 
geleympt kemerken gemaickt aen den clocken thoern dair men 
nyet wail eyne kuwe ynne hedde mogen setten." 
Zegels verloren. 

1468 Maart 17. Stuk III, pag. 409—410. 

1469 December 27. „ III, „ 410—411. 

1471 Juni 4. „ IH, „ 283. 

1472 April 7. Schepenbrief van Roermond, bevestigende de 
overdracht van een jaarlij kschen cijns van 1 Rij nschen gulden 
aan de presentie, Transfix van een charter van 1457 Februari 19, 



Digitized by 



Google 



474 

1473 Juli 9. Schepenbrief van Roermond, bevestigend de 
aflossing van een jaarlijksche rente van 3 Rijnsche guldens door 
het Kapittel. 

1475 April 14.. Stuk UI, pag. 413. 

1476 November 16. „ III, „ 286. 

1479 Januari 17. Tranfix van een charter van 1453 Februari 24, 
met een transfix van 1470 December 4. Stuk III, pag. 403. 

1479 November 22. „ III, „ 288. 

1480 Januari 19. Transfix van een charter van 1471 Juli 19. 

Stuk III, pag, 411. 



1480 Maart 16. 


» 


ni, 


» 


288-289. 


1480 Maart 27. 


» 


ni, 


,j 


289. 


1482 Februari 6. 


>^ 


m, 


n 


416. 


1482 Maart 12— September 3. 


» 


III, 


„ 


289-290. 


1485 Augustus 11. 


J) 


III, 


« 


291-292. 


1486 December 27. 


»» 


III, 


» 


293. 


1487 Februari 19. 


W 


III, 


» 


293. 


1487 December 26. 


?J 


m, 


„ 


293 2»i 


1489 October 1. 


n 


III, 


,> 


419. 


1490 Januari 27. 


jj 


III, 


,? 


295. 


1491 Juni 9. 


)> 


III, 


„ 


295. 


1491 Juni 9. 


« 


III, 


„ 


296. 


1491. 


j> 


m, 


;> 


296. 


1493 Februari 14. 


» 


III, 


» 


420. 


1493 Augustus 15. 


» 


ni, 


» 


297. 


1494 Augustus 10. 


V 


III, 


» 


421. 


1496 Februari 3. 


»9 


III, 


n 


423. 


1500 Mei 9. 


» 


IV, 


» 


93. 



Digitized by 



Google 



475 



1500 Juni 10. 

Omslag 14 n». 12 (Op papier) Stuk 

1502 Januari 25. „ 

1509 Augustus 4. „ 

1511 Maart 27. 

1515 November 23. „ 

1517 Maart 2. 

1517 April 27. „ 

1520 Februari 3. „ 

1520 Februari 25. „ 

1521 October 5. „ 
1527 Februari 1. „ 
1530 Maart 18. 
1532 Maart 20. „ 

1532 Augustus 13. Schepenbrief van Roermond, bevestigende 
de stichting van een jaargetijde in de kapittelkerk van den H. 
Geest aldaar, met een Gelderschen gulden jaarlijksche rente. 
Transfix van een brief van 1413 Mei 16, met transfixen van 
1490 Augustus 14 en 1491 April 9. 
Orig. op perkament. 

1535 September 4. Stuk IV, pag. 105. 

1536 Februari 5. Schepenbrief van Roermond, bevestigende 
de overdracht van een stuk akkerland, groot 7 morgen, naast 
het land van het Gasthuis gelegen. 



I. pag- 


340. 


III, 


» 


298-299. 


III, 


}9 


424. 


IV, 


>J 


96. 


IV, 


» 


98. 


IV, 


ï 


99. 


m, 


)} 


299—300. 


IV, 


J 


100. 


IV, 


J 


100—101. 


IV, 


> 


101. 


IV, , 


1 


102-103. 


III, 


y 


300. 


IV, 


» 


105. 



1536 Maart 16. 
1540 Februari 28. 
1542 Mei 26. 
1-544 Augustus 8. 
1648 Januari 21. 

1548 Januari 28. 

1549 October 26. 



Stuk IV, pag. 105. 



IV, 


J? 


107. 


IV, 




107. 


IV, 




108. 


IV, 




109. 


IV, 




109. 


IV, 




110—111. 



Digitized by 



Google 



476 

1556 Januari 24. Schepen brief der „dinckbanck van für der 
Haeghen", transfix van een charter van 1544 Juli 24, waarbij 
een cijns van 5 Brab. gulden aan Arett Bruynincks van Achellen, 
kanonik van den H. Geest, wordt overgedragen. 



1560 Januari 10. 

1561 November 26. 



Stuk IV, pag. 115. 
„ IV, „ 11&-117. 



1569 Juni 28. Verklaring der schepenen van „Ulenberghe^ 
betreffende het overgeven van een pachtbrief des kapittels van 
den H. Geest aan den pachter van Dalregoet (Ingen Daill) te 
Odiliënberg. Zegel der Sepulchrienen te Odiliënberg. 

1573 Februari 22. Stuk TV, pag. 119—120. 

1583 Augustus 24. 

1584 Januari 5. 

1585 Januari 10. 

1586 Juni 14. 
1592 Novenaber 10. 
1596 Juni 21. 

1600 Juni 23. 

1601 Mei 1. 

1604 September 15. 

1606 Juni 8. 

1606 December 22. 

1611. Schepenbrief van Swalmen, bevestigende de erkenniog 
van verkoop aan Christoffel Schenk van Nijdeggen, heer van 
Hillenraad, van rentebrie ven, gevestigd op die gemeente van 
1577 December 27, 1593 April 23 en 1579 November 30. Zie 
stuk IV, p. 122 en 133. 



IV, 


)> 


125. 


IV, 


» 


126. 


IV. 


» 


126—127. 


IV, 


» 


128. 


IV, 


» 


132-133. 


IV, 


>J 


134. 


IV, 


)9 


138. 


IV, 


» 


139. 


IV, 


» 


141. 


IV, 


» 


144. 


IV, 


M 


144—145. 



1616 Juli 16. 



Stuk IV, p^. 151. 



1619 Augustus 22. Schepenbrief van Swalmen, bevestigende 
de overdracht eener jaarlijksche rente van 12 dubbele Spaansche 
ducatons aan Maria Puitlincks. 

In dorso : 1630 September. Overdracht dier rente aan haren 
broeder en hare erfgenamen. 



Digitized by 



Google 



477 

1621 Februari 13. Stuk IV, pag. 230. 

1619 Augustus 22. Schepenbrief van Swalmen, bevestigende 
de overdracht eener jaarlijksche rente van 18 gulden 15 stuiver 
Roermondsche munt, aan het Begijnhof te Roermond. 

In dorso: 1622 November 29. Aflossing van die rente door 
Petrns Pollius, deken van het Kathedraal Kapittel te Roermond. 

1623 October 1. Stuk IV, pag. 231-232. 

1624 Maart 30. „ IV, „ 232. 

1625 April 10. „ IV, „ 233. 
1625 AprU 12. „ IV, „ 233. 

1625 April 16. Schepenbrief van Linne, transfix van een 
charter van 1616 April 1. Door den transfix wordt de rente, in 
den hoofdbrief vermeld, aan Petrus Pollius, deken van het 
kapittel, ten behoeve van het altaar van St. Silvester in die 
kerk overgedragen. Stuk IV, pag. 149. 

1625 Juni 18. 
1625 October ^. 
1627 Januari 16. 
1627 Januari 16. 
1627 Maart 1. 
1627 Juni 1. 
1627 Augustus 23. 
1630 December 4. 

1619 Augustus 22. Schepenbrief van Swalmen, bevestigende 
de overdracht door de regeerders van Swalmen eener jaarlijksche 
rente van 60 Roermondsche guldens. 

In dorso : 1630 December 24. Aflossing der rente door den 
deken Hueckhoven. 

1639 Juli 7. 

1648 October 1. 

1651 November 24. 

1655 Augustus 11. 



IV, 


J> 


233. 




IV, 


)> 


234. 




IV, 


ï» 


236. 




IV. 


w 


23Ö- 


-286. 


IV, 


» 


236. 




IV, 


1> 


286- 


-287. 


IV, 


w 


237. 




IV, 


. V 


241. 





IV, 


„ 279. 


IV, 


„ 293. 


IV, 


„ 296. 


IV, 


„ 386. 



Digitized by 



Google 



478 

1B55 AugiiBtus 19. Stuk IV, pag. 386. 

1655 Augustus 28. „ IV, „ 387. 

1659 Juli 81. „ IV, „ 400. 

1662 Maart 2. „ IV, „ 407. 

1655 September 23. Brief des laathofis van Asselt, inhoudende 
„erfbuytinge" (erfwisseling) tusschen het Kapittel en Pran9oig 
Bitot, gouverneur van Roermond. 

1662 Mei 27. Schepenbrief van Swalmen, waarbij wordt be- 
vestigd de opname van 1100 specie-rijksdaalders bij het Kathe- 
draal Kapittel. 

1665 Februari 13. Schepenbrief van Echt, waarbij wordt be- 
vestigd de opname van een kapitaal van 100 gulden Roermonds 
bij het Kapittel. 

1665 Mei 11. Schepenbrief van Echt, waarbij wordt bevestigd 
de opname van een kapitaal van 100 gld. Boermonds bij het 
Kapittel. 

1666 Maart 20. Stuk IV, pag. 421. 

1666 Augustus 10. Schepenbrief van Echt, bevestigende geld- 
opname van 310 gld. Roermondsch b^ het Kapittel. 

1669 Juli 31. . Stuk IV, pa«. 433-434. 

1674 Januari 28 „ IV, „ 444. 

1674 Maart 29. Schepenbrief van Linne, bevestigend de geld- 
opname door het dorp Linne bq het Kapittel. 

1674 April 24. Stuk IV, pag. 446. 

1681 Januari 6. Schepenbrief van Swalmen, bevestigend de 
overdracht van een rentebrief op de gemeente Swalmen van 
260 rijksdaalders. Met transöx van 1735 December 6. 

Blijkens een dorsale inscriptie heeft die brief behoord aan 
het beneficie, gefondeerd door den Eerw. Heer Chrifltianiw 
Helmers. Uit de twee charters zelve blijkt niet de relatie tot het 
Kapittel. 

1684 Maart 24. Schuldbekentenis van het kapittel ten behoeve 
van Robertus Nicolaus Elsrack, priester, wegens eene som van 
300 rijksdaalders specie. 

1693 October 6. Proces-verbaal door J. A Puren, kanonik 
en Hendrik Henrici, rentmeester van het Kapittel, die, als ge- 



Digitized by 



Google 



479 

• 

Tolmachtigden van dit Kapittel, de steenen grenspalen naast de 
eigendommen onder Odiliënberg gelegen, waarvan de tienden 
aan het Kapittel toebehoorden, hadden gelegd. 

1701 November 21. Breve van paus Clemens XI, waarbij hij 
het Kapittel kennis geeft van de bevestiging van Angelus d'Ongnies 
en d'Estrée als bisschop van Roermond. 

1701 November 21. Breve v^n denzelfde, aan de geestelijkheid 
▼an de stad en het diocees Roermond hetzelfde mededeelend. 

1709 Mei 27. Schepenbrief van Roermond, bevestigend de 
opname van een kapitaal van 150 pattacons, behoorende aan 
het altaar van O. L. Vrouw in de Kathedraal. 

1710 October 29. Vergunning van het Hof van Gelder te 
Roermond voor Tilman Edmund Woestingh van het „placitum 
regium" tot het ten uitvoer leggen eener pauselijke bul, gedag- 
teekend uit Rome den 10«° Maart 1709, waarbij hij tot kanonik 
en cantor der Kathedrale kerk te Roermond benoemd is. 

1713 November 28. Schepenbrief van S walmen, waarbij een 
kapitaal van 200 pattacons permissiegeld wordt opgenomen door 
de heerlijkheid Swalmen van den bezitter der prebende theolo- 
gaal,door kanonik van Elsrack gesticht. Transnx van een sche- 
penbrief van Swalmen van 1688 Januari 27, waarbij een schuld- 
brief dezer gemeente, van gelijk bedrag aan de weesmeesters te 
Roermond wordt verkocht. 

1716 Juni 9. Transfix van een charter van 1661 Juni 30 met 
transfixen van 1711 Februari 3 en 1711 Juli 20. 

Stuk IV, pag. 404. 

1716 Augustus 5. Octrooi van het Hof van Gelder te Roer- 
mond aan bet Kapittel der kathedrale kerk aldaar tot het ver- 
koopen van een bouwhof gelegen te Leeuwen onder de heerlijk- 
heia Dalenbroek, onder voorwaarde, dat de daarvan komende 
gelden binnen zes maanden op eene andere wijze belegd worden. 

1721 Mei 28. Breve van paus Innocentius XIII, waarbij hij 
het Kapittel kennis geeft van de bevestiging der benoeming 
van Frans Lodewijk de Sanguessa tot coadjutor van den Bisschop 
van Roermond, met recht van opvolging. (Doos XIV, N^. 9, G.A.) 

1728 Juni 20. Schepenbrief van Roermond, bevestigende geld- 
opname door schepenen en raad dier stad van 1000 pattacons 
specie Spaansche munt, van het kapittel „veteris corporis". (1) 
Op papier. 

(1) Dat is de oudere prebenden. 



Digitized by 



Google 



480 

1732 December 4. Schepenbrief van 8 walmen, bevestigende 
eene geldopname van 360 pattacons bij het Kathedraal Kapittel. 
Op papier. 

1735 Maart 29. Schepenbrief van Venlo, bevestigende den ver- 
koop van een kapitaal van 2000 pattacons, staande op de Staten 
van het Oostenrijksch Overkwartier, aan het Kapittel door den 
rentmeesterBalthazar Thomassen, volmacht hebbende van Joannes 
Dominicus Swart, hofraad van den Kenrvorst van den Paltz. 

1739 Februari 19. Confirmatiebrief van Frans Lud. SangueBsa, 
bisschop van Roermond, van de stichting van drie wekelyksche 
missen in de kerk van Kuckhoven, die door Joannes OUere, 
primissarins der parochiekerk van Coslar, gedaan werd. 

1746 Maart 28. Breve van paus Benedictus XIV aan het 
Kapittel van Roermond, lnhou(]bnde de bevestiging van Joseph 
Antoon de Robiano als bisschop van Roermond. 

1758 April 6. Schepenbrief van Roermond, bevestigende de 
opname van een kapitaal van 100 pattacons bij den rector van 
het altaar O. L. Vrouw in de kathedrale kerk te Roermond. 

1779 November 15. Schepenbrief van Venlo, bevestigende de 
overdracht van een kapitaal van 2900 pattacons, staande op de 
onraadspenningen van het Overkwartier (Staatsch gedeelte) aan 
de bedienaars der Vogliaansche prebenden van het Kapittel. 
Transfix van een schepenbrief van Venlo van 1764 October 22. 

1784 December 14. Octrooi van het Hof van Gtelder te Roer- 
mond aan het Kapittel te Roermond, tot het op intrest nemen 
eener som van 18^0 pattacons. 

1785 December 1. Octrooi van het Hof van Gelder te Venlo 
aan het Kathedraal Kapittel van Roermond, tot het in bezit 
nemen der tienden, gelegen onder Posterholt in het ambt Mont- 
fort, welke tienden, toebehoord hadden aan de gesupprimeerde 
Karthuizers te Roermond en die het Kapittel den 8^° November U 
bij koop verkregen had. 

1786 Juli 13. Brieven van relief van het Hof van Gelder te 
Venlo voor Godefridus Adrianus Emmanuel van Afferden, advo- 
kaat, ten behoeve van het Kathedraal Kapittel te Roermond, met 
de tienden te Posterholt, in het ambt Montfort gelegen. 

1789 Mei 13. Octrooi van het Hof van Gelder te Venlo, aan 
het Kapittel te Roermond, om, ten gevolge van een akkoord met 
J. F. Schoolmeesters, pastoor te St. Odiliënberg, over te gaan tot 



Digitized by 



Google 



481 

den openbaren verkoop der reëele goederen, tot hei corpus dier 
paatone behoorende. 

1791 Juli 18. Indult van paus Pius VI tot suppressie van 
een kanonikaat voor den tijd van 40 jaren tot oelging van 
schuld, aan het Kapittel der Kathedraal te Roermond. 

1792 November 8. Benoeming van den pastoor van Velden 
door Christiaan August, baron van Wymar, heer te Arcen en 
Velden. 

Dubia. 

1415 September 7. Overdracht ten behoeve van Vos. 

Stuk III, pag. 387. 

1537 April 24. Schepenbrief van Nijmegen, bevestigende den 
verkoop en de overdracht aan Henrich Uwens, brouwer, van 
eenen weerd, onder Leuth bij Nijmegen gelegen. 

■ 1539 September 2. Schepenbrief van Echt, bevestigende den 
verkoop eener jaarlijksche rente van 2 bescheiden Hornsche 
guldens. (Later heeft deze brief behoord aan de kosterij te Echt.) 

1648 Februari 6. Schepenbrief van Nijmegen, bevestigend den 
verkoop en de overdracht van een vierde deel van een „camp 
landtz* onder Leuth bij Nijmegen gelegen, ten behoeve van de 
weduwe Hendrik uwens. 

1579 Januari 13. Schepenbrief van Heumen-Malden-en-Beek, 
bevestigende verkoop en overdracht van landerijen onder Heumen- 
Halden-en-Beek gelegen, aan Johan van Kessel. 



X. OFFICIALAAT VAN HET BISDOM ROERMOND ALDAAR. 

1659 December 4. Schrijven van Hieronymus, abt van 
Koningsberg, pauselijk internuntius in België en het graafschap 
Bourgondië, opdragende aan den ofl&ciaal van Roermond de 
uitvoering der dispensatie in den derden graad van bloedver- 
wantschap, die hij aan Henricus Gulies en Mechtildis Moeder- 
camp verleend heeft. 

Orig. op perkament. 

1668 Mei 24. Breve van paus Clemens IX, aan de Bisschop- 
pen van Namen en Roermond of aan hunne officialen de 
ueëindiging opdragende van een proces tusschen Ignatius 
Boelmans en Anna Raedermaeckers, dat voor zijn auditor 
Bemardinus Scannel] i gebracht was. 
Orig. op perkament. 

(1901) 31 



Digitized by 



Google 



482 

1685 April 6. Schrijven van SebastianuB Antonins, graaf van 
Tanara, pauselijk nuntius voor België, aan den officiaal van 
Roermond, waarbij dispensatie in bloedverwantschap voor het 
aangaan van een huwelijk. 
Orig. op perkament. 

1695 November 13. Breve van paus Innocentius XII, belas- 
tende den ofiSciaal van Roermond met de dispensatie in bloed- 
verwantschap, na degelijk ingesteld onderzoek. 
Orig. op perkament. 

1751 Juli 14. Breve van paus Innocentius XIV, belastende 
den oflBiciaal van Roermond met het geven van dispensatie in 
bloedverwantschap en huwelijksbelofte. 
Orig. op perkament. 

1764 November 14. Breve van paus Clemens XIII, belastende 
den officiaal van Roermond met de dispensatie in bloedverwant- 
schap voor een huwelijk. 
Orig. op perkament. 

1769 Januari 11. Breve van paus Clemens XIII, belastende 
den officiaal van Roermond met de dispensatie in bloedver- 
wantschap voor het aangaan van een huwelijk. 
Orig. op perkament. 

1771 Juni 26. Breve van paus Clemens XIV, waarbij de 
officiaal van Roermond belast wordt met de dispensatie in aan- 
verwantschap, voor een huwelijk tusschen Jacob Buschers en 
Marie Heydiens. 

Orig. op perkament. 

1793 Juli 3. Schrijven van Caesar Brancadoro, pauselijk 
nuntius te Brussel, belastende den officiaal van Roermond met 
de huwelijksdispensatie wegens bloedverwantschap, verleend 
aan Mathias Vernaeg en Sybilla Hendrixhs. 
Orig. op perkament. 



XI. SEMINARIE VAN HET BISDOM ROERMOND ALDAAR. 

1621 September 7. Schuldbekentenis. Stuk. IV, pag. 238. 
Perkament. 

1666 Januari 23. -Schuldbekentenis. Stuk IV, pag. 420. 
Perkament. 



Digitized by 



Google 



483 

1726 November 21. Schepenbrief van Roermond, waarbij 
wordt verklaard, dat Henricns Natalis van Baerll, als gevol- 
machtigde van zijne huisvrouw en van Anna Eleonora Gilkens, 
zijne schoonzuster, verkoopt aan de provisoren van het bisschop- 
pelijk seminarie te Roermond hun ouderlijk huis, gelegen, op 
de „Hamstrate" aldaar. 

Orig. op perkament met drie zegels in groen was. 

1740 October 12. Testamentaire beschikking van Frans Lud. 
Sanguessa, bisschop van Roermond, ten gunste van het seminarie, 
bij geval van een renuntiatie door de Minderbroeders aldaar. 
Omslag G. A. 46, N». 85. Op papier. 

1768 December 16. Schepenbrief van Roermond, waarbij wordt 
verklaard, dat de Staten van Oostenrijksch Gelderland opgenomen 
hebben van pater Herfs, als regent van het bisschoppelijk semi- 
narie, de som van 200 pattacons. 

Perkament. 

1779 Juli 28. Opname eener som van 1400 Brabantsche gulden 
door de Staten van Oostenrijksch Gelderland van het seminarie. 



Broederschappen te Roermond. 

XII. BROEDERSCHAP VAN HET H. SACRAMENT IN 
DE PAROCHIEKERK. 

1595 — 1783-Register van het broederschap van het H. Sacrament 
des Altaars in de Kathedrale kerk te Roermond ; met de statuten 
der broederen. 4°. 

Catalogus Guillon, NO. 89. 

Charters. 

1353 Mei 16. Doos VI, n». 54. Stuk III, pag. 232. 

1360 April 23. „ VI, no. 43. „ III, „ 236—237. 

1457 December 20. Overdracht van eene jaarlijksche rente 
van 1 Rijnschen en 1 Postulaatgulden. Transfix van brieven van 
1451 Augustus 29 en 1457 December 5. 

1458 Januari 30. Doos V, n». 9. Stuk II, pag. 87. 

1458 Februari 1. „ VI, n?. 27. „ III, „ 278. 

1459 Mei 14. „ VI, n^. 95. „ III, „ 279. 

1460 April 20. „ VI, no. 61. „ III, „ 280. 



Digitized by 



Google 



i 



484 

1461 September 26. Transfix van een charter van 1460 Sep- 
tember 6. Doos VII G.A., no. 49. Stuk III, pag. 401. 

1463 April 25. Transfix van een charter van 1389 AugastnsS. 
Doos VI G.A., n». 57. Stuk IH, pag. 248. 



1467 Februari 1. 


Doos VII, n". 53. 




Stuk III, pag. 


40Ö. 


1470 December 12. 


JJ 


VI, „ 89. 


! 

1 


71 


ni, ., 


283. 


1490 Januari 3. 


V 


V, „17. 


( 


« 


II, „ 


90. 


1507 Juli 24. 


>1 


X, „ 8. 


• G.A. 


» 


IV, „ 


95. 


1510 Maart 20. 


» 


V, „16. 




J7 


n, „ 


90. 


1511 Mei 21. 


>J 


VIII, „ 36. 




» 


IV, „ 


96. 


1511 October 9. 


J> 


VII, „ 57. 




»J 


IV, „ 


97. 



XIII. BROEDERSCHAP VAN HET H. GRAF. 

1366 Mei 25. Transfix van een charter van 1836 Mei 3. 
Doos VIII, no. 39 G.A. Stuk III, pag. 369-37a 

1372 Augustus 29. Transfix van een charter van 1341 April 23. 
Doos VI, nO. 45 G.A. Stuk III, p^. 230. 



XIV. BROEDERSCHAP EN KAPEL VAN ST. CORNELIS. 

1415 Maart 24. Overdracht ten voordeele van het broederschap. 

Stuk II, pag. 81. 

1421 Januari 16. Idem ten voordeele van de kapel. Transfixen 
van een charter van 1385 Augustus 9. Stuk II, pag. 81. 

XV. O. L. VROUWE BROEDERSCHAP „OP DER PORTEN". 

1490—1753. „Oude en nieuwe stifftinghen, statuten ende ren- 
ten des autaers ende broederschaps van O. L. Vrouwe" te Roer- 
mond. Reg. fol. 

Catalogus Gaillon, n°. 94. 

Charter. 
1470 September 5. Doos VI, n^. 88 G.A. Stuk UI, pag. 283. 



Digitized by 



Google 



485 

Stukken op papier. 
1665 October 20. Omslag G. A. 37 m 29. Stuk IV, pag.418. 
1668 Juli 13. „ „ 37 „ 29. „ IV, „ 430. 



XVI. BROEDERSCHAP VAN ST. JACOB. 

Charters. 
1472 December 8. Doos VII, n». 33. Stuk III, pag. 412. 

1588 Juni 23. „ VIII, „ 21. „ IV, „ 130. 



XVII. BROEDERSCHAP VAN SINT ANNA EN LENDERICH. 
1518 November 29. Doos III, n». 49. Stuk I, pag. 222. 



XVIIL BROEDERSCHAP VAN SINT JAN EN 
SINT MATTHYS. 

1615. Rekenboek op papier — 1413 en later. Ledenlijst op 
perkament Later bijeengebonden. 
Catalogus Guillon, N» 90. 

1696 December 7. Schepenbrief van Linne. bevestigende de 
opname van 50 pattacons tegen een jaarrente van 6, bij deze 
broederschap door Peter van Vlodrop. 
Perkament. 



XIX. BEGIJNHOF. 

15« Eeuw. Cartularium van het Begijnhof te Roermond. Perk. 

15ö en 16® Eeuw. Een register met copieën van rentebrieven 
enz. (Cartularium.) Schrift der 16^® eeuw, later aangevuld. 
CaUlogus Guillon, N*. 141. 



Digitized by 



Google 



486 

1409 Augustus 13. Schepenbrief van Roermond, bevestigende 
de stichting in de kerk van het Begijnhof, van het jaargetijde 
van Heyn Duymen en Metten zijn vrouw. 
Perkament. 

1438 October 16, Schepenbrief van Kessel, bevestigend een 
overdracht van een cijns van 2 malder rogge en 2 kapoenen 
aan den pastoor van het Begijnhof. 

Transfix van een schepenbrief van Kessel van 1429 October 1& 
Perkament. 

1470 Juni 15. Perkament. Stuk IV, pag. 89. 

1486 October 1. „ „ III, „ m. i 

1493 Augustus 5. (Catalog. Guillon. N». 299.) „ III, „ 291. 1 

1498. „ „ „ III, „ 39«| 

1501 Augustus 28. Transfix van een charter van 1419 Biaait 
13, met andere transfixen van 1447 Augustus 31, 1448 Mei 24 
1492 Mei 24. Stuk III, pag. 388, m 

1515 December 5. Perkament. „ IV, „ 98. 

1519 Februari 9. Transfix van een charter van 1481 October 22. 

Stuk III, pag. 418-419. 



1453 Januari 6. Perkament. 


U 


IV, 


?J 


111-iia 


1658 Augustus 10. „ 


ïJ 


IV, 


?> 


114. 


1569 November 10. „ 


V 


IV, 


ï> 


119. 


1576 November 5. „ 


1» 


IV, 


» 


121. 


1619 JuU 16. 


)> 


IV, 


» 


153-154 


1660 Mei 11. 


ï> 


IV, 


»J 


402. 



1719 Juli 11. Schepenbrief van Swalmen, bevestigende de 
opname van een kapitaal van 150 Rijksdaalders, goede permissie 
munt, door de gemeente Swalmen bij het Begijnhof te Roermond. 
Transfix van een charter van 1668 Augustus 27, met een charter 
van 1697 November 27. 

Perkament. 
1279 Juli. Copie op papier. Stuk II, pag. 392. 

1324 Maart 2. „ „ II, „ 391 



Digitized by 



Google 



487 

1431 Maart 24. Copie op papier. Stuk IT, pag. 892. 

1432 Juli 10. „ „ „ II, „ 393. 

1670 Augustus 27. Omslag G. A. 46 no. 20. Protestatie van 
de moeder en discreten van het Begijnhof tegen het gerucht, 
alsof zij opdracht gegeven hadden tot overdracht of verkoop van 
het B^jnnof aan eene andere geestelijke instelling. 
Copie op papier. 

1693 Augustus 17. Akte van schenking met verschillende 
verklaringen, betreffende de vervulling der voorwaarden in het 
stuk vermeld. 

Op papier. 

XX. COLLEGIE DER JESUIETEN TE ROERMOND. (1) 

1645 en volgende jaren. Rationes menstruae. Reg. fol. 4». 
1725—1727. Betaling van arbeiders. Reg. fol. 
1751. Annotanda pro collegio Ruraemundano. Reg. fol. obl. 
18» Eeuw. Ontvangst- en uitgavenregister. Reg. kl. 49. 

1609 — 1772. Archieven van het JesuietencoUege te Roermond, 
zoover zij in laatstgenoemd jaar te Roermond zijn achtergelaten 
en niet naar Brussel zijn gevoerd ; bevattende : correspondentie, 
rekeningen, titels en pachtbrieven van goederen te Maesniel, 
Odiliënberg enz., over de goederen ingebracht door leden der 
Sociëteit, stukken van processen ; documenten betreffende staties 
der Jesuieten in de 25even Vereenigde Provinciën, eenige stukken 
getiteld : „negotia externorum*'. Onder deze laatste de volgende 
stukken door Sivré afzonderlijk vermeld en gedeeltelijk ver- 
keerdelijk geclasseerd: 

In het oud-Geldersch archief: 

1661 Februari 15. Omslag 37, N^. 42. Libellus apologeticus 
nostri patris P. Valeriani ord. Cap. contra P. P. Societatis. 

Stuk IV, p. 218. 

1619 September 15. Hofarchief. Omslag 54, N«. .66. Decreet 
van het gerecht der stad Wijk bij Duurstede in zake het diffe- 
rent op rekwesten tusschen Joh. van Isendoorn, schout oflScii nom. 



(1) Een gedeelte van dit archief bevindt zich in het Algemeen Rijks-archief 
te Brussel. 



Digitized by 



Google 



34, 




17. 


„ IV, 


»J 


138. 


34, 




16. 


„ IV, 


n 


146. 


34, 




15. 


» IV. 


» 


147. 


3, 




34. 


„ in, 


J> 


146-147. 


29, 




15. 


„ III, 


» 


149. 


29, 




18. 


„ IV, 


>ï 


289—290. 


23, 




19. 


„ IV, 


>? 


290-291. 


33, 




20. 


„ IV, 


>j 


291. 



488 

requirant ter eenre, en eenige personen, die eene predicatie van 
pater Foppens op 5 Juli 1679 hadden bijgewoond, ter andere zijde, 
deze laaatsten in eene boete veroordeelende. 

In het gemeente-archief: 

1586 Januari 5. Omslag 13, n». 52. Stuk I, pag. 258—259. 

1599 Januari 26. „ 

(negotia externorum). 

1609 Mei 22. 
(Idem.) 

1609 Juli 24. 
(Idem.) 

1634 April 27. 
1634 October 14. 

1647 Mei 13. 

1648 Maart 28. „ 

1648 AprU 5. 

(over de benoeming van Calenus tot bisschop van Roer- 
mond, die van Jansenisme verdacht werd. 

Hierover zal men de Jesuïeten, als deskundige theologanten 
geconsulteerd hebben). 

1766 October 22. Omslag 54, no. 19. Schrijven namens het 
Hof van Gelder; met overzending van een plakkaat over het 
doceeren der plilosophie. 

1753 October 16. Omslag 65, n^. 21. Aanteekening over twee 
fundaties van aalmoezen bij de Jesuïeten. 

Alles samen in 9 portefeuilles en nog te classeeren. 

17® en 18« Eeuw. Doodstijdingen van Jesuïeten elders over- 
leden en gezonden aan de Jesuieten te Roermond. In 2 portef., 
alfabetisch gerangschikt. 

Charters. 
1419 Februari 14. Schepenbrief van Swalmen. 
1514 September 8. Betreffende de hoeve „Speyck" te MaeenieL 
1531 October 14. Stuk IV, p. 104. 

1569 Augustus 7. Schepenbrief van Maesniel, betreflFende eene 
j aarlij ksche rente van 6 daalders. 



Digitized by 



Google 



489 

1570 October 18. Schepenbrief van Maesniel, betreffende de 
hoeve de „Speyk" aldaar. 

Met transfixen van 1593 April 23, 1573 Juni 1, 1574 Juni 10 
en 1592 April 16. 

1573 Maart 22. (2 exemplaren). Stuk IV pag. 120 

1574 October 18. Schepenbrief van Maesniel, betreffende de 
hoeve de „Speyck" aldaar. 

1577 Maart 31. Schepenbrief van Maasniel, waarbij opname bij 
Nicolaas Spe van eene som van 350 daalder. Stuk IV, p. 121. 
Oecancelleerd. Orig. op perkament. 

1577 Augustus 10. Schepenbrief van Maesniel, betrefiende 
de hoeve de „Speyck" aldaar. 

1579 Januari 24. Schepenbrief van Maesniel, betreffende de 
hoeve de „Speyck" aldaar. 

1593 September 14. Schepenbrief van Maasniel betrefiende 
de hoeve ae „Speyck" uldaar. 

1593 Februari 18. Idem, idem. 

1603 Mei 16. Stuk IV, pag. 140. 

1651 Januari 10. Stuk IV, pag. 295. 

1653 Februari 1. Schepenbrief van Maesniel, betrefiende den 
verkoop van een gedeelte van het ,*,Maesbroeck" aldaar. 

1659 October 21. Stuk IV, pag. 400. 

1617 Februari 5. 

1617 November 25. 

1626 Juni 18. 

1628 Juü 7. 

1630 April 18. 

1637 November 7. 

1641 Februari 1. Schepenbrief van Antwerpen. 

1643 Januari 31. Stuk IV, pag. 283. 

1645 Juni 6. Minnelijke schikking, aangaande de hoeve de 
,^pik^ 



j» 



IV, 


»J 


152. 


III, 


» 


107. 


IV, 


» 


235. 


IV, 


» 


237—238. 


III, 


J) 


128. 


III, 


>J 


154. 



Digitized by 



Google 



490 

1645 Juni 23. Schepenbrief van S. Stevensweert, waarbij over- 
dracht aen de Jesuïeten te Roermond van rechten op de hoeve 
de „Speyck" te Maesniel. 

1645 Juni 23. Schepenbrief van Echt, waarbij overdracht 
aan de Jesuïeten te Roermond van een aandeel in de hoeve de 
„Spik" te Maesniel. 

1645 Juni 26. Schepenbrief van Montfort, betreflfende de • 
hoeve de „Speyck" te Maesniel. 

1646 October 22. Betreffende den aankoop van de pacht- 
hoeve de Spik te Maesniel door de Jesuïten van Roermond. 

1647 October 10. Stuk IV, pag. 290. 

1650 December 16. Verkoop van den hof 'tSittard te 
St. Odiliënberg aan de Jesuieten te Roermond; met andere 
stukken dienaangaande. 

1662 November 3. Legitimatie-brieven door Philips IV, 
Koning van Spanje, in zijn Hof te Roermond, voor Louisa. 
dochter van Vincent Siceram, schepen te Roermond, en van 
Lucretia Gerards. (1) 

1663 December 20. Kwitantie aan haar wegens de legitimatie- 
kosten, door den Ontvanger-generaal van 'sKonings domeinen. 

1666 September 23. Opname van een kapitaal van 600 pat- 
tacons bij Jan Bapt. Bierens, kanonik te Aken. 

1667 September 20. Schepenbrief van Asselt en S walmen 
waarbij opname van een kapitaal van 314 gulden. 

1669 Juli 11. Schepenbrief van St. Odiliënberg, betreffende de 
opname eener som van 200 rijksdaalders bij Jndocus van den 
Hove ten behoeve van dat dorp. 

1680 Juni 3. Brief van aggreatie, wegens den koop en ordi- 
nantie tot het investieeren van de óroote en Kleine Diergaarde 
aan de Jesuieten te Roermond. 

1681 Februari 8. Schepenbrief van St. Odiliënberg, betreffende 
kapitalen die de Jesuieten van Roermond hebben ten laste van 
het dorp St. Odiliënberg. 



(1) Goederen van haar afkomstig werden later aan de Jesuieten geschonken, 
zoo zullen deze charters ook aan de Jesuieten zijn gekomen. 



Digitized by 



Google 



491 

1684 November 16. Schepenbrief van St. Odiliënberg, waarbij 
oüname door de Jesuieten te Roermond van een kapitaal van 
40O specie-rijksdaalderB. 

In dorso: 1690 Maart 13. Aflossing van dat kapitaal. 

1687 Mei 26. Schepenbrief van St. Odiliënberg, waarbij op- 
name door de Jesuieten te Roermond van een hoofdsom van 
lOOO pattacons. 

In dorso: 1690 Maart 4. Aflossing van die som. 

1688 October 18. Opening van het graf van Johanna Baptista 
van Randeraedt, begraven in de kerk der Jesuieten. 

1694 October 27. Schepenbrief van Herten, Merum en Ooi, 
waarbij transport aan het college der Jesuieten te Roermond 
van een perceel gronds met verschillende stukken daartoe be- 
hoorende. 

. 1710 Juni 23. Schepenbrief van Maesniel, waarbij opname 
van een kapitaal van 500 pattacons door de Jeauieten te Roermond. 

1711 Augustus 6. Schepenbrief van Maasniel waarbij opname 
door de Jesuiten te Roermond van eene hoofdsom van 5(X) pat- 
tacons. 

In dorso: 1715 October 6. Aflossing dier som. 

1722 September 28. Schenking aan de Jesuiten door Petrus 
Claessens van land te Maesniel. 
Op papier. 

1725 December 10. Verheffing voor het Ijcenhof v. h, Staatsch 
Overkwartier te Venlo van den hof genaamd de Diergaarde 
te Echt 



Kloosters te Roermond. 

XXI. KARTHÜIZERS. (1) 

1389 April 25. Perkament. Stuk II, pag. 82. 

1442 September 20. „ „ III, „ 273. 

1472 September 14. Omslag 31 N«. 23. „ III, „ 285. 
Op papier. 



0) Een gedeelte van dit archief bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief 
te Brussel. 



Digitized by 



Google 



492 

XXII. KRUISHEEREN. (1) 

1566 April 16. Perkament. Stuk IV, pag. 118. 

1677 Mei 13. Omslag 38 N^. 11. Sauvegarde van Alexander 
vrijheer van Spaan voor de hofstede de Roer, behoorende aan 
de Kruiisheeren te Roermond. 
Op papier. 



XXIII. HIERONYMIETEN. 
(Reguliere kanoniken, Congregatie van Windesheim)- 

Charters. 

1444 Augustus 11. Stuk III, pag. 273. 

1445 Mei 22. 

1446 April 4. 

1446 Augustus 27. 

1454 December 6. 

1477 April 16. (Catal. Guillon, N«. 648.) 

1479 Maart 17. 

1481 December 16. 

1484 April 4. 

1492 Juni 13. 

1509 Februari 14. (Catal. Guillon, NO. 648.) „ III, 

1530 Mei 5. 

1555 October 3. 



rii, 


ï) 


274 


III, 


» 


274. 


m, 


»> 


273-27i 


n, 


5) 


85. 


III, 


» 


414. 


ni, 


)J 


414. 


III, 


?> 


415. 


III, 


>J 


290—291. 


III. 


» 


296. 


III, 


W 


424. 


IV, 


J> 


104. 


IV, 


» 


113-114 



XXIV. MINDERBROEDERS. 

1311 Juli 21. Perkament. Stuk III, pag. 225. 

1527 Februari 17. „ „ IV, „ 103. 



(I) Een gedeelte van dit archief bevindt zich in het algemeen Rijksarchief 
te Brussel. 



Digitized by 



Google 



493 

XXV. KLOOSTER VAN ST. THEOBALD OF TEWALD 

DER REGAARDEN. 

(3* oMe van den H. Franciscus). 

Charters. 

1474 Maart 17. \ Stuk III, pag. 285. 

(Catal.Guillon,N».454.) „ III, „ 288. 

„ III, „ 290. 



1480 Januari 24. 
1483 Juli 23. 



II, 


V 


85. 


II. 


>J 


87. 


II, 


1ï 


87. 


IV, 


?) 


99-100, 


IV, 


J> 


261. 



XXVI. KLOOSTER MARIAGAARDE te Roermond. (1) 
Der Reguliere Kanonikessen. 

1453 Maart 22. Perkament. Stuk II, pag. 85. 

1455 Augustus 6. „ 

1463 Juli 7. 

1463 December 6. „ 

1519 Juli 24. 

1636 Maart 1. 

1694 Juni 25. Aflaatsbrief van Reginaldus Cools, bisschop 
van Roermond, vóór hen, die de kapel van den H. Jozef in hun 
klooster op zekere dagen bezoeken en de voorgeschreven gebeden 
verrichten zouden. 
Op papier. 

1730 November 7. Brieven van venia aetatis door het Hof 
te Roermond, aan Anna Gertrudis Crompvoet, oud 21 jaren, doch- 
ter van wijlen Amold Crompvoet en Margaretha van Wessem, 
tot het verkoopen harer patrimonieele goederen „tot uitvindinge 
van haere dote ende speelpenninck", ten einde zich te kunnen 
bleven in het kanonikessen-klooster van Maria-Gaard te 
Roermond. 

Orig. perkament met het beschadigde zegel van 't hof in rood was. 

1670 — 1742. Eenige documenten op papier. 



(1) Zie noot op pag. 492. 



Digitized by 



Google — 



494 

XXVII. GODS-BOOMGAARD OF ZWARTE 

AUGUSTINESSEN. (1) 

(3* orde van St. Augustinus) 

1678 — 1784. Eenige documenten op papier, waaronder schrij- 
ven van den BisBchop van Roermond aan de zustere over het 
gedrag door haar te volgen na de suppressie door Jozef II. 

1699 November 14. Vergunning van Reginaldus Cools, bisschop 
van Roermond, om aalmoezen in te zamelen. 
Op papier. 

1760 Augustus 30. Aflaatsbrief van paus Clemens XIII voor 
het bezoeken der kloosterkapel. 
Op perkament. 



XXVIII. MARIA-WEE. (Dominicanessen). 

1744. Boeck der iaergetijden van alle afgestorve relegieusen, 
weldoenders, bichtvaders van het Clooster Maria- Wee. Reg. KI. 4«. 

1523 Maart 28. Perkament. Stuk II, pag. 91. 

1704 Mei 16. Schepenbrief van St. Stevens weert bevestigende 
eene opname van 100 pattacons permissiegeld bij boven ver- 
meld klooster. 

1641. Quitantie van verrichte werkzaamheden. Op papier. 



XXIX. KLOOSTER „GODSWEERT". 



?»^ 



(Zusters der 3® orde van St. Pranciscus). 

1674. Statuten. Reg. kl. 4». 

18® eeuw. Manier van inkleeding; oflScie van de professie. 
Reg. kl. 4P. 

1677 Januari. Schepenbrief van Postert (Posterholt), bevesti- 
gende de opname van 300 specie-rijksdaalders tegen eene rente 
van 18 en 3 oord-rijksdaalders. 



(1) Zie noot op pag. 492. 



Digitized by 



Google 



495 
XXX. CLARISSEN. 

1518 April 28. Document betreffende „Susters hooff.'' 
Afschrift op papier. 

1766 Mei. Aflaatsbrief van Pius VI voor het bezoek van de 
klooBterkapel. 

Perkament. 



XXXI. CARMELITESSEN. (1) 

1728 Juni 26. Goedkeuring door Franc. Lud. Sanguessa, 
bisschop van Roermond, van de stichting eener wekelijksche 
Mis in de kerk der zusters Karmelitessen te Roermond. 
Op papier. 



XXXII. URSULINEN. 

1718 Februari 16. Verslag van de viering van het eerste 
jubilé der orde op dien dag. 
Op papier. 

Gilden te Roermond. 

XXXIII. SNIJDERSGILDE. 

1669 Juli 16. Schepenbrief van Roermond, waarbij opname 
bij het gilde der snijders van een kapitaal van 400 gulden. 



XXXIV. GEWANDMAKERSGILD. 

1584 Juni 7. Omslag 19 G. A., n» 23. Op papier. Stuk II, p. 106. 

1623 Febr. 16. Omslag 29 G. A., no. 41. Op papier. 

Stuk III, p. 118-119. 



XXXV. KRAMERSGILD. 
1576. Omslag 19 G. A., nO. 4. Op papier. Stuk II, pag. 99. 



(1) Een gedeelte van dit archief bevindt zich in het Algemeen Rijksarchief 
te Brassel. 



Digitized by 



Google 



496 
XXXVI LEIDEKKERS- EN MUYREN (metselaars) -GILD. 

1523 October 3. Omslag G. A. 19, n». 15, op papier. Met 
afschrift. Stuk II, pag. 92. 

Zegel van het oorspronkelijk afgevallen, van de copie nog aanwezif. 



XXXVIL BROUWERSGILD. 
1616 Mei 30. Omslag G. A. 26, n». 1. Op papier. Stuk III, p. 103. 



XXXVin. LINNENWEVERSGILD. 

1540 November 18. Omslag G. A. 13, vfi, 25. Perkament. 

Stuk I, pag. 226. 

XXXIX. MILITAIRE COMMANDANT van Roermond. 

1632 Juni 27. Omslag G. A. 31, n». 27. Op papier. 

Stuk IV, pag. 248. 

1632 Aug. 16. „ „ „ 31, no. 28. Op napier. 

•Stuk IV; pag. 244-245 
16* eeuw. Minuut van een brief van Cicogna, commandant 
van Roermond, aan graaf Herman van den Berg. 



XL. ELETTO EN ZIJN RAAD TE ROERMOND. (1) 

I ^P papier- 

Stuk IV, pag. 142. 



1604 November 9. Omslag G. A. n<>. 36, op papier 



XLI. AUDITEUR-MILITAIRE TE ROERMOND. 

. 1664 October 8. Benoeming van Godfried Lindtgens tol 
auditeur-militaire v/h. Overkwartier. Op perk. Stuk IV, pag. 337. 

17o EJeuw. Fragment van een boek, waarin aanvragen van 
vonnis met advies van den auditeur. 

1647, 1653, 1669. Losse stukken op papier. 



(1) Titel van den gekozen overste van de geroutineerde Spaanscbe troepen. 



Digitized by 



Google 



497 

XLIT. MAJOOR-CONTROLEUR DER FORTIFICATIËN 
TE ROERMOND. 

1749. Bestek en conditiën van reparatiën aan de vesting- 
werken; met bijbehoorende stukken. Op papier. Tot dit dossier 
behooren 2 kaarten. Zie hiervoor onder kaarten. 



XLIII. ARCHIEF DER HEEREN VAN DAELENBROECK. 

1457 Februari 27. In pandschapstelling der heerlijkheid door 
Johan, gra^ van Nassau-Sarbruck en zijn gemalin Johanna van 
Loen, voor eene som van 5000 Rijnsche guldens, aan Godard van 
Vlodorp heer van Leuth en Katharina van Winandsrade, zijne 
echtgenoote. 

Orig. op perkament. Zegel verloren. 

Machtiging of Octrooien v. h. 'Hof van Gelder te Roermond tot 
belasting der heerlijkheid en prolongatie daarvan. 
Op perkament. 

1754 Maart 16. (Prolongatie) Met 8400 gld. Luiksch. 

1775 Juli 28. Met 4000 pattacons. 

1775 October 26. (Prolongatie) Met 1400 pattacons. 

1775 October 26. Octrooi. Met 1000 pattacons en op 1781 
Juli 1 prolongatie voor 6 jaar. 

1777 Juni 27. Prolongatie met 6800 guldens wisselgeld. 

1784 Juli 31. Octrooi voor 1000 pattacons. 

1702—1772. Een register inhoudende akten in leenzaken be- 
treffende het huis-Daelenbroeck. Fol. 

1721 — 1723. Rekeningen-register van den rentmeester der 
beerlijkheid Daelenbroeck. Fol. 

1740—1793. Een register inhoudende de „vaercijnzen" die jaar- 
lijks door ingezetenen van Maesniel aan den heer van Daelen- 
broeck moesten woeden geleverd. (Dit register aangelegd in 1740 
loopt tot 1793). Fol. 

1765. Register der goederen gelegen onder Maesniel en Herten, 
die keurmedig, leenroerig en cijnsplichtig zijn ten behoeve van 
het huis Daelenbroeck. Pol. 

i8« eeuw. Dossiers processen der heeren van Daelenbroeck 
gevoerd voor het Hof van Oostenrijksch Gelder. In 2 portefeuilles. 

(1901) 32 



Digitized by 



Google 



498 

XLIV. SCHEPENBANK VOOR DE HEERLUKHEID 
DAELENBROECK? 

1696 — 1735. Voogdgedingen-register zoo van de Maesnieler 
als Oler zijde. Fol. 

18® eeuw. Dossiers processen zoo van de beide justitiën ie | 
samen, als andere gerechtelijke akten, ook gemeentelijke zaken | 
1 Portefeuille. 



XLV. ADMINISTRATIE DER GEHEELE HEERLUKHEID 
DAELENBROECK. 

1716 — 1785. Resolutiën en akkoorden betreflTende de vrije 
heerlijkheid Daelenbroeck. 



Schepenbanken en Laathoven der hceriykheid Daelenbroeek. 

XLVI. SCHEPENBANK HERTEN-MERUM-EN-OOL. 

A. Schepenbank cds rechterlijk college. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1633 Mei 1. Overdracht. 

1691 Februari 17. Overdracht. 

1784 Februari 18. Geldopname. 

1695—1795. Overdrachten. 6 Reg. fol. (1695-4736 met alf. tafels) 

1695-1724, 1748—1782. Rollen. 4 Reg. fol. (1695—1724, von- 
nissen en arrestenboeck ; 1748 — 1762 met alfab. index). 

Dossiers processen. In 3 portefeuilles. 

1754 — 1778. Afschriften van doop-, trouw- en sterfakten. 
Reg. folio. 

B. Als dorpsbestuur.. 
1553 April 12. Benoeming van Burgemeester. Stuk IV, pag. 112. 



Digitized by 



Google 



499 

XLVII. SCHEPENBANK TE MAESNIEL. 

Charters uitgegaan van die schepenbank. 

1450 Jannari 21. Stuk IV, pag. 83. 

1550 Juni 26. „ IV, „ 111. 

1695 Maart 12. Overdracht. 

1696—1796. Overdrachten. 10 Reg. fol. (met alfab. index over 
1696—1768.) 

1568—1601. Gredingenregister (met vonnissen). Pol. 

1634-1668. 

1668—84. 

1684 — 95. „* (met index.) „ 

1696—1701. „ (achterin : 1696—1703 apostillen). 

1701-1704. „ „ „ „ 1701—1704 

met al&b. index). Fol. 

1715—1780. Gedingen (ook apostillen). 7 Reg. fol. (van 1715— 
1724, met index). 

1695 — 1747. Vonnissenboek (achterin: 1695 — 1725 arresten, met 
index). Fol. 

Processen-dossiers. In 2 portefeuilles. 

B. Als dorpabeatuur, 

1744. Kapitalen aan de gemeente verschuldigd van 1744 en 
volgende jaren, met aanteekening van de betaalde renten. Reg. fol. 

18e eeuw. Bunderboek van Maesniel, Leeuwen en Assenray. 
Register, fol. 



XLVni. LA ATBANK VAN DEN ERFVOOGD, TE LEEUWEN. (1) 
Charter uitgegaan van die laatbank. 
1613 November 29. Stuk IV, pag. 147—148. 



U) Gemeente Maesniel. 



Digitized by 



Google 



1 



500 

XLIX. HEERLIJKHEID HILLENRADE OF ASSELT 
EN SWALMEN. 

1522 September 17. Perkament. Stuk II, pag. 91. 

1614 Januari 11. „ „ III, „ 96. 

1618 October 31, „ „ III, „ 109. 

1619 Juni 17. „ „ II, „ 352. 
1655 Januari 18. „ „ IV, „ 3&5. 
1668 April 6. „ „ IV, „ 429. 

1678 Maart 20. Octrooi van Karel II van Spanje, in zijn Hof 
van Gelder te Roermond, ten gunste van Christ. Schenck van 
Neydeggen, Heer van Hillenraedt, S walmen en Asselt, om te 
mogen disponeeren over zijne goederen. Op perkament Het 
dossier (testament en andere papieren.)- 

1679 Augustus 7. Octrooi van Karel II van Spanje, in zijn 
hof van Gelder te Roermond, aan Maria Schenck de Nijdeggen. 
echtgenoote van Ferdinand van Hovelicb, heer te Lauwenburg 
etc., om bij testament te mogen beschikken over hare leengoede- 
ren gelegen in de heerlijkheden Blyenbeek, Grubbenvorst, te 
Nieuwstad, Wetten en elders. Perkament. 

1696 Januari 9. Schepenbrief van Roermond, bevestigende 
overdracht aan Arnold, baron van Schenck van Nijdeggen, van 
twee kapitalen groot 8000 pattacona en 27000 gulden op het 
Overkwartier. Perkament. 



L. SCHEPENBANK ASSELT EN SWALMEN. 
A. Schepenbank cUs rechterlijk coUegie, 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1404 April 5. Stuk III, pag. 385. 

1543 December 21. Huwelijkscontract. 

1575 October 31. Schepenbrief, bevestigende den verkoop aan 
Theuwissen van Dückkenn, burger van Roermond, eener jaar- 
lijksche pacht van 2 malder rogge en eene rente van 4 daalders. 

1577 November 22. Afgeloste schuldbrief. 

1631 April 27. Schepenbrief, bevestigende de overdracht aan 
Johan ahn die Beeck en zijne vrouw Windelken Quiten van 
een stuk land op den Oebergh gelegen. 



Digitized by 



Google 



501 

1727—1767. Overdrachten Register. Fol. 

1767—1776 „ „ (ook een akte van 1793). Pol. 

1780—1787. „ „ (met alfabethischen index). „ 

1788-1795. 

B. Als Dorpabeatuur. 

1379 Juli 2. Copie op papier. Stuk I, pag. 192. 

1493 November 18. (de doe. 1493—1616 op perk.) 

Stuk III, pag. 298. 

1580 April 9. Algeloste echuldbrief. 

1582^ Januari 25. Afgeloste schuldbrief met transfix van 1611 
Jan. 22 en 1614. 

1582 Juni 25. Afgeloste schuldbrief. 

1586 April 17. „ „ Stuk IV, pag. 127—128. 

1589 Jan. 27. 

1589 Juni 14. „ „ 

1616 Juni 10. „ „ Stuk IV, pag. 150. 

1694 Maart 13. Brief der schepenen van Asselt en Swalmen, 
waarbij zij aan Greurt Janssen een brief geven tot betaling, 
vanwege nunne gemeente, van een jaarlijksch recht van 51/2 
rijksdaalder, wegens opgenomen kapitaal van 100 rijksdaalders. 

1699 April 7. Afgeloste schuldbrief. Op papier. 

1785 April 1. „Cöpie des Ordres donnés par S. E. Ie général- 
commandant aux cinq régiments wallons pour faire cesser les 
exces des recruteurs." Op papier. 



LI. LAATHOP VAN ASSELT. 
Laatbrieven uitgegaan van het Laathof. 

1419 Februari 14. Perk. Met transfix van 1506 Juli 24. 

1450 Januari 11. Laatbrief van het laathof der voogdij van 
Roermond te Asselt, bevestigend de overdracht door Sibrecht 



Digitized by 



Google 



502 

Herkenbosch en zijne echtgenoote Gertrudis, van vier bunders 
en een morgen land, gelegen in het kerspel Asselt ter plaatse 
genaamd Op ghen Raede, aan Stats Haltartz en zijne echtgenoote 
Aleidis. G. A. Doos VI, n<>. 7. 
Orig. op perkament. 

1539. September 17. 

1622. December 27. 

1705—1795. Overdrachten. Register fol. 



Lil. MEYEL. Heerlijkheid. 

(Archief der Heeren). 

1663 Juni 11. Octrooi door Koning Philips IV van Spanje, 
in het Hof van Gelder, aan vrouwe Uenrina van Broeckhoven, 
weduwe van Adriaan Dirrix, tot opname van een kapitaal van 
2000 patacons ten laste der heerlijkheid Meyel. 



LUI. SCHEPENBANK NEDERWEERT. 

A. Schepenbank als rechterlijk collegie. 

1626-— 52. Overdrachten. Met alfab. index. Reg. folio. 

1684—1710. „ „ „ „ (met akten van 

1712 en 1715). Reg. fol. 

1708—24. Overdrachten (ook eene akte van 1730). Reg. foL 

1723—52. „ Reg. fol. 

1781—91. „ met alfab. index. R^. fol. 

1791—96. „ Reg. fol. 

1794 — 1796. Protocol der judicieele akten en contracten der 
heerlijkheid Nederweert. Reg. fol. 

1744 — 62. Momboor- en requestenboek. Reg. fol. 

1763—75. „ „ „ „ „ 

1740—94. Testamentenboek. 3 Reg. fol. 

1692—1714; 1762—1777; 1785—1796. Jaargedingen. 5 R^. fol. 



Digitized by 



Google 



503 

1773—96. Apostillen 4 Reg. fol. 

1772—94. Vonnissenboek. Reg. fol. 

1754 — 93. Vonnissen-protocol (gegeven in de raden van 
Brussel, Mechelen en Roermond). Reg. fol. 

1732—93. Arrestenboek. Reg. fol. 

1764—94. Officierol van den schout (met akte van 1783). 
2 Reg. fol. 

1682—1755. Boek van ordonnantiën, waarin de benoemingen 
van gerichts- en raadsbeambten, met de eeden. Reg. fol. 

1773 — 95. Register der paspoorten, fol. 

Dossiers met processen. In 1 portef. 



LIV. LAATHOP VAN ST. SERV AASKAPITTEL (TE 
MAASTRICHT) TE NEDERWEERT. 

1582—1766. Overdrachten. Reg. fol. 



LV. SCHEPENBANK WEERT. 

Schepenbank als rechtelijk collegie. 

1591—1593; 1691—1693; 1714—1796. Overdrachten. 10 Reg. fol. 

1727—1795. Protocollen van allerhandejudicieele akten (testa- 
menten enz.). 9 Reg. fol. 

1734—1769. Apostillen- en requestenboek, ook betreffende 
voogdijakten. 1 Reg. fol. 
Dossiers met processen. In 2 portef. 



LVI. LEENHOF VOOR DE HEERLIJKHEDEN WEERT, 
NEDERWEERT EN WESSEM. 

1719 — 1794. Overdrachten, protocollen en processen. 1 Reg. 

9 Registers der opheldingen en relievementen der leenen: 
1.559—86: 1612 — 29 (daarachter relievementen van leenen, een. 
lijst der leengoederen van de graven van Horne, heeren te 



Digitized by 



Google 



.504 

Weert van 1326-1613); 1637~'49; 1659- '85 (ook protocollen 
der vergaderingen van de leenzaal van 1662— '69 en 1718); 1666— 
'75; 1685—^91; 1692—1706; 1706— '18; (1—8 ook overdrachten) 
1718-1782. 

1710—1782. Leenproceduurrol. Fol. (1). 

3 Registers van het Leynrou- of Jan Rutten- of Jan Coelen- 
leen, behoorende aan Stephanus Wamesius J. (J. D., professor te 
Leuven, te Weert gelegen: 1562-1605 (2 ex. 1 Fol. en 1 Fol. 
obl.) ; 1619—1684 en 1582—1678 (1). Leen verheffingen van het Jan 
Rutten's leen voor het leenhof van den heer van Weert. 



LVIL LAATHOF VAN S. SERV AAS-KAPITTEL (VAN 
MAASTRICHT) TE WEERT. 

5 Registers met overdrachten 1640 — 1671 (en eene akte van 
1693); 1651—54 (minuut); 1729—70; 1770-92; 1792-96. 



Kloosters. 

LVIII. DER PENITENTEN-RECOLLECTINEN OF 

CONCEPTIONISTEN. 

1674 April 2. Stuk IV, pag. 444. 

1678 Juli 20. Schuldbrief van de stad Weert, ten behoeve van 
Gieles Straven, voor een som van 1287 gulden Weerter munt 

1679 Juni 3. Overdracht, bevestigd door schepenen van Weert, 
door Peter van der Putten, rentmeester van de commanderie 
der Duiteche Orde te Gemert, van een rente van een kapitaal 
van 1100 pattacons aan het klooster. 



LIX. VAN O. L. VROUWE WIJNGAARD. 
Eanonikessen-regulieren. 
1465 September 20. Stuk IV, pag. 87—87. 



(1) De ongeregelde volgorde der registei*s noodzaakte tot deze gedetailleerde 
opsomming. 



Digitized by 



Google 



505 

LX. SCHEPENBANK WESSEM. 
A. Schepenbank ah rechterlijk colUgie. 

1668—1706: 1711—1732; 1742-1796. Overdrachten ; 8 Reg. fol. 
(Alfab. index'1696— 1706 r 1711— 1732; 1742—1788). 

1668 — '95. Register met overdrachten. Fol. 

1652— '68. Gedingen (ook overdrachten van die jaren). Reg. fol. 

1671—1791. Gedingen. 6 Reg. fol. 

1791 — '96. Gedingboek (de titel is : RoUe — apostillen, en ordin- 
nantieboek) 1 Reg. foL 

1786 — '96. Protocollen van Zegel en brieven. Reg. fol. 

1788 — '89. Register inhoudende eenige belastingen tot het 
doen van momboirs-rekeningen en eene akte van aanstelling 
van momboirs. Pol. 

Doesiers van processen. In 23 portef. 

6. Als dorpsbestuur. 

1481 December 27. Afgeloste schuldbrief; met transfixenvan 
1527 Februari 23, 1590 Februari 23, 1581 November 18, 1711 
Februari 13. 

1569 Juni 23. Afgeloste schuldbrief; met transfixen van 1637 
Juni 25, 1640 Juni 24. 

1648 December 29. Afgeloste schuldbrief; met transfixen van 
1652 December 31 en 1680 September 13. 



LXI. PASTORIE TE WESSEM. 

1691 November 20. Mandaat van den Aartsdiaken van Kem- 
penland, Ferdinand graaf van Berloz of den OflSciaal, tegen 
K. Meijer, laatman van Thorn en de schepenen van Grathem 
w^ens aantasten der tienden van de pastorij Wessem etc. 
Op papier. 



Digitized by 



Google 



506 

Staatsch Overkwartier yan Gelderland. 

LXII. SOÜVEREIN HOF VAN HET STAATSCH OVER- 
KWARTIER TE VENLO. 

I. Van het Hof in het algemeen. 

1717 — 1790. Origineele resolutiën van de Staten-Generaal der 
Vereenigde Nederlanden. 10 Registers fol. 

1717—1764; 1767—1773 en 1786-1794. Resolutiën der Staten- 
Generaal. 6 Registers fol. 

1707—1722. Plakkaten-boek. 1 Register fol. 

1717—1795. Plakkaten, bevelschriften en publicaties zoo door 
de Staten als door het Hof. Bundels in 30 rortefeuilles. 

1733-1791. Eedboek. 1 Reg. fol. 

1717—1794. Octrooien-boek. 2 Reg. fol. 

1717 — 1794. Register der berichten en adviezen van het Hof 
aan de Staten-Generaal. 5 Reg. fol. 

1786 — 1795. „Register der ontfangen missiven en resolutiëii 
so van Hunne Hoog Mogende die heeren Staten-Generaal, als 
van Hunne Edele Mogende de heeren Raden van Staat." 1 Reg. fol. 

1717 — 1795. Correspondentie: bundels en liassen. In zeven 
portefeuilles. 

1769-1793. Notulenboek. 1 Reg. fol. 

1717—1795. Ordinaire apostillenboek. 10 Reg. fol. 

1736—1792. Secreet-apostillenboek. 1 Reg. fol. 

1717 — 1730. Extraordinair vacatieboek, betreffende zaken 

van administratieven aard, ordonnantiën op memoriën, requesten 

tot het doen publiceeren van plakkaten, resolutiën enz. 1 Reg. folio. 

NB. In fine copie uit het ordinair vacatieboek hierna, van 1723 tot 17S5. 

IL Het Hof als rechterlijk college. 

1717—1794. Vonnissenboek. 5 Reg. fol. 

1717—1795. Gemeen rollenboek. 7 Reg. fol. 

1717-— 1795. Vacatieboek ; met lacunen van 1780 November 
13 tot 1785 Januari 1 en van 1788—1793. 10 Reg. fol. 



Digitized by 



Google 



507 

1719—1733. Contra-vacatieboek. 4 Reg. fol. 

1717—1794. Procuratieboek. 6 „ 

1717—1794, Reviflie-rollenboek. 5 „ „ 

1717—1794. Arrestenboek. Reg. fol. 

1717 — 1795. Relaasboek; elk register gerangschikt volgens 
de verschillende advokaten. 15 Reg. fol. 

(I. 1717—1719; II. 1724—1727; III. 1728-1733; IV. 1732— 
1735; V. 1736—1747; VI. 1748—1754; VIL 1755-1756; VIII. 
1755-1766; IX. 1755-1776; X. 1765—1770; XL 1771—1776; 
XIL 1776—1781 ; XIIL 1780-1788 („inbegrepende de posten 
van het Hoö en den Fiscaal, als notulen van den Deurwaarder") ; 
XIV. 1782—1788; XV. 1788-1795). 

1717—1765 en 1775. Comraissarissen-apostülenboek. 2 Reg. fol. 

1717-1794. Fiscaal-roUenboek. 3 Reg. fol. 

1717—1795. Fiscaal-apostillenboek. 2 Reg. fol. 

1717-1789. Distributieboek. 1 Reg. fol. 

1728—1757. Ordonnantiën, gegeven op de verbalen van 
snbhastatie. 1 Reg. fol. 

1727—1794. Recepissenboek. 1 Reg. fol. 

1773—1774. Crimineel protokolboek. 1 Reg. fol. 

1723—1726. „Reken inghe van den Ontvanger van exploicten 
van den Hove van Gelderland, afgehoord in de Generaliteits- 
rekenkamer 7 Oct. 1727". 1 Reg. fol. 

1786-1793. Gerechtsjura. 1 Reg. fol. 

1712. Rekeningen der voogden van de minderjarige kinderen 
van Andreas Ketels. 1 Reg. fol. 

1728 Januari 30. Bevel der Staten-Generaal aan het Hof van 
Venlo tot revisie van een vonnis in een proces tusschen den 
graaf van Styrum en den graaf van Hompesch, heere van 
Stevensweert. rerkament. 

1777 Dec. 1. Brief van de Staten-Generaal, als Hertog van 
Gelderland, in hun Hof te Venlo, aan de drossarden- voogden, 
schepengerechten en andere beambten, die macht van executie 
hebben, om de personen die van Dionysius Smitshuysen, in 
leven rentmeester der gereserveerde domeinen der Staten- 



Digitized by 



Google 



508 

(generaal in het ambt van Montfort, onder goedkeuring der Staten- 
Generaal voornoemd, gronden ter beakkering in de Ëchterheide 
of zoogenaamd 's Koningsbosch gepacht hadden, de achterstallige 
pacht te doen betalen. Perkament. 

Het Hof als administratief collegie. 

10. 1609—1704; 1721—1791; 2». 1554—1794. Reglementen 
boeken. 2 Reg. fol. 

1774 September 7. „Missive van de Raaden en Reeken- 
„meesters van Zijne Hoogheid den Heere Prince ven Orangeen 
„Nassau, houdende klagten over het gedrag van het Hof vao 
„het Overquartier van Gelderland gehouden, in prejudicie van 
„de Hooge Rechten en Geregtigheeden van de Heerlijkheid 
„Montfort en dessells Heer, met verzoek om voorziening dea- 
„weeges". 

„Aan gemelde Hof om berigt met surcheantie hangende de 
„deliberatie". — (Op bovengemelden datum door de Staten- 
Generaal om advies gezonden aan het Hof van Venlo). Gedrukt 

1793 Juli 5. Memorie van het voorgevallene in den ampte 
van Montfort ter oorzaken van de aannaedering der FraDSche 
armee. Registertje fol. 

1785 — 1793. Afschriften der doop-, trouw- en sterfregiBtere 
van de kerk van den H. Martinus te Venlo en van de Her- 
vormde gemeente aldaar, voorts van de parochiekerken van 
Echt, Roosteren, Maasbracht, Nieuwstad, Beesel, Belfeld, Linne, 
Montfort, Odiliënberg, Posterholt, Vlodrop, St. Stevensweert 
Obbicht, Papenhoven, ingeleverd bij het Hof te Venlo, krachtens 
decreet der Staten-Generaal d.d. 10 Nov. 1784. 9 R^isters folio. 

1792. Idem van Odiliënberg. 1 Reg. fol. dubbel. 

1794. Idem van Posterholt. 1 Reg. fol. dubbel. 

1789 Juli 15. Publicatie omtrent het inrichten der gemeente- 
rekeningen van het ambt Montfort en de heerlijkheden van het 
Staatsch Overkwartier van Gelderland. Reg. folio. 

Land rent me es ter -Generaal. 

1734 — 1758. Apostillenboeck der gemeente-rekeningen. 1 Reg. 
fol. (In fine: extracten der Resolutiën van de Staten-GeneraaL 
17® en 18* eeuw dooreen). 



Digitized by 



Google 



609 

1762-1772. Jonrnaal van den Raad en landrentmeester van 
Afferden, wegens- de ontvangsten en uitgaven van subsidiën, 
onraad, domeinen, enz. 1 Reg. fol. 

1783—1784. „Rekening en bewijs van de administratie, ont- 
vangst en uitgaaf der goederen, renten en erven voortijts gede- 
fructeert door de gesuprimeerde kloosters binnen de stad Roer- 
mond en gelegen onder het gebied van den Staat.'* 1783 en 1784. 
1 Reg. fol. 

1764 — 1781. Manuaal van subsidiën en beden. 2 Reg. fol. 

1713—1768. „Specieboecken". 3 Reg. fol. obl. 

1719—1723. Rentenboek. 1 Reg. fol. 

Het Hof als leenhof. 

1717—1792. Index feudorum, inhoudende de opvolging der 
leengoederen gelegen onder Beesel, Belfeld, Echt, Linne, Maas- 
bracht, Montfort, Nieuwstad, Odiliënberg, Posterholt, Roosteren, 
St. Stevensweert, Venlo en Vlodrop. 1 Reg. fol. 

1724—1792. Register der leenakten. 1 Reg. fol. 
1721 - 1794, Idem der kleine leenakten. 1 Reg. fol. 

Leenbrieven van het Leenhof van Staatsch 
Gelderland te Venlo uitgegaan. 

1732 Januari 24. VerheflSngsbrief van het leengoed „Corn- 
Yoet" onder Echt in het land van Montfort gelegen. 
Orig. op perkament. 

1738 October 22. Verheffingsbrief van het „Barbedax" leen- 
goed, onder Echt in het land van Montfort gelegen. 

1766 April 7. Octrooi van het Hof tot opname van geld op 
het „Pölsken" te Echt. 

1766 April 23. Verheffingsbrief van de halve „Helmeulen", 
voor de stad Venlo gelegen. 
Orig. op perkament. 

1765 April 22. Octrooi door de Staten-Generaal voor Willem 
Peetera, tot opname van eene som van 1301 pattacons en 1 schel- 



Digitized by 



Google 



510 

ling en daarvoor te verbinden den hof „to Lerop off den Jongen- 
hoff", onder Odiliënberg gelden en leenroerig- van het leenhd 
van het Staatsch Overkwartier. 
Orig. op perkament. 

1766 October 22. Verheffingsbrief van het leen „R^itzuchoven" 
onder Echt, ambt van Montfort, gelegen. 
Orig. op perkament. 

1766 December 19. Verheffingsbrief van het leen „mg^^ Nol- 
ken" onder Roosteren, ambt van Montfort, gelegen. 
Orig. op perkament. 

1768 Januari 29. Verheffingsbrief van het leengoed „ingeu 
Dorden" onder Echt, ambt van Montfort, gelegen. 
Orig. op perkament. 

1768 Maart 1. Verheffingsbriefvan het „eerste Roermontdeen" 
onder Echt, ambt van Montfort, gelegen. 
Orig. op perkament. 

1771 Januari 26. Verheffing van 10 morgen akkerland uit de 
groots hoeve, een kluppelleen onder Belfeld. 
Orig. op perkament. 



Drostambt, schepenbanken, laathoven en kerkeiyke uistelling^^n 
van het Staatsch overkwartier van Gelderland* 

LXIII. SCHEPENBANK VENLO. 

A. als rechterlijk collegie. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1414 Augustus 23. Bevestiging van den verkoop van een 
huis op den ,.SchricseP\ 
Orig. op perkament. 

1425 Maart 17. Bevestiging van eene overdracht van eene 
,,hoefstat ende erf' te Venlo gelegen, tegenover de hoeve van 
den hertog. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



511 

1427 Juli 11. BeveBtiging van eene afpanding van een half 
Imia met „toelhove" te Venlo. 
Orig. op perkament. 

1448 Februari 21. Bevestiging van den verkoop en overdracht 
van een half huis met aanhoorigheden, te Venlo „op ten Schrixel" 
gelegen. 

Orig. op perkament. 

1583. Bevestiging eener bekentenis door Thomas Janssen van 
de betaling eener som van 46 gulden, zijnde het restant van 
den koopprijs der goederen van wijlen Agnes Duysen. 
Orig. Op perkament. 

1593 Maart 30. Bevestiging van een verkoop van een huis 
^met dem Colhoff, upfart, schuyr" en verdere toebehooren, in 
de Lomstraat te Venlo. 

Met transfixen van 1604 October 25 en 1669 October 29. 

1709 Juli 5. Bevestiging van den verkoop van een huis met erf, 
te Venlo op den hoek der „Holstraete" gelegen. 

Orig' op perkament. 

1716 December 24. Bevestiging van een verkoop door de 
mombooren der onmondige kinderen van kapitein Thibault van 
een huis, te Venlo op de Groote Markt gelegen. 

Orig. op perkament. 

1718 Juni 10. Bevestiging van den verkoop en overdracht 
I eener jaarlijksche rente van 20 rijksdaalders. 

Orig. op perkament. 

1723 Juli 12. Bevestiging van den verkoop van een moestuin 
buiten de Laerpoort te Venlo. 

Orig. op perkament. 

i 1728 April 26. Bevestiging van de overdracht van eenige 
kapitalen, waaronder een ten laste van het Overkwartier. 

Orig. op perkament. 

1733 October 23. Bevestiging van den verkoop van een huis 
met erf te Venlo op den hoek der „Holstraete" gelegen. 

Orig. op perkament. 



Digitized by 



Google 



512 

1762 April 16. Bevestiging eener verpanding van : l^. een 
huiB op den hoek der „Holstrate'^ ; 2«. een idem in de Joden- 
straat; 30. een moestuin van ongeveer 80 roeden buiten de 
„Laerpoerte". 

Met transfix van 1763 Mei 25. 
Orig. op perkament. 

1770 Januari 24. Bevestiging van een verpanding van een 
huis met erf op de „groote Kerkstraete". 
Orig. op perkament 

1772 December 2. Bevestiging van eene overdracht en 

afstand van rechten op: P een huis op de „Vleesstraete", 

2® een huis op de „Kleyn Kerkstraete", 3® een huis met erf 

op het „Wijngaertstraetje", 4«een moestuin buiten de „Laerpoorte^ 

Orig. op perkament. 

1775 Maart 30. Bevestiging van rechten op goederen van 
Herman Keeres, verpand aan Daumière geneesheer. 
Orig. op perkament. 

1791 October 5. Bevestiging van den verkoop van een hois 
op de Steenstraet. 

Orig. op perkament. 

B. Als dorpsbesfuur. 
1758. Massaboek. Fol. 



LXIV. DROSSAARDIJ VAN HET AMBT MONTPORT. 

1564 September 15. Minnelijke schikking in een geschil tofl- 
schen die van Roosteren en Illichoven ter eenre, en die van 
Houtum en Illichoven ter andere zijde, over veedrift en weide- 
gang op den „Scheydtacker*'. 
Orig. op papier. 

1594 April 4. Geboorte-attest van Aret Leysten te Mont- 
fort door de schepenen aldaar. 
Orig. op papier. 

+ 1654. Acte van koning Philips betreffende overdracht van 
het ambt Montfort aan den nrins van Oranje in ruil voor de 
heerlijkheid St. Stevensweert, óhe en Laak, aan hem toegezegd 
bij den vrede van Munster. 
Afschrift op papier. 



Digitized by 



Google 



513 

1666 Februari 1. Inventaris van oude registers en beschei- 
den betreffende de domeinen en de inkomsten van biet ambt 
Montfort. 

Op papier. 

1681 Maart 12. Besluit van de Raden en den mnntmeester- 
generaal van den Koning over de waarde van den Rijnschen 
gulden. 

Op papier. 

1696 October 3. Rekwest aan de rekenkamer te 's-Graven- 
hage door die van het ambt Montfoort tot vrijdom van den 
40» penning. 

Copia copiase op papier. 

1706 November 21. Octrooi door de Staten-Generaal aan die 
van St. Stevensweert en Ohe en Laak tot aflossing van een kapitaal 
met een ander tegen minderen interest. 
Afschrift op papier. 

1710. Rekening van den schatheffer van Montfort, Willem 
van Poll. over het jaar 1710, afgehoord 1711 Mei 22. 
Orig. op papier. 

1745 September 22. Octrooi door het Hof van Gelder te 
Venlo aan die van Vlodrop tot verkoop van gemeentegronden. 

Met de voorwaarden van den verkoop en andere annexe 
stukken. 

Op papier. 

1775 Mei. Vergunning door die van Echt aan den rent- 
meester van den prins van Oranje, Michiels, om op gemeente- 
grond naast de Molenbeeck eenen stal te bouwen. 

Extract op papier. 

1776 Juli 17. Schrijven van den rentmeester van het Staat«ch 
Overkwartier aan de pachters der tienden van de Staten-Gene- 
raal op 's Koningsbosch, over het innen dier tienden. 

Afschrift op papier. 

1779 Juli 13. Attest van Willem Geurdts, dat hij geen hinder 
had van timmeringen naast zijn boomgaard. 
Orig. op papier. 
1779 September 6. Advies van het Hof van Gelder te 
Venlo, over het recht van gebod en verbod en het maken van 
politiereglementen door de heerlijkheden. 
A&chrift op papier. 

(1901) 83 



Digitized by 



Google 



514 

1786. Stukken, betreffende den vrijdom van schatting der 
tienden voor het kapittel van Sint Servaas te Maastricht en van 
het kathedraal kapittel te Roermond. 
Afschrift op papier. 

1791. Stukken, betreffende het stapelrecht in het land van 
Montfort. 

Orig. en afschriften op papier. 

1800. Stukken, betreffende het maken eener houten brug oyer 
de gracht tuBSchen Maasbracht en Linne. 
Orig. met twee teekeningen. 



Schepenbanken, laatbanken, kerkeiyke instellingen van het 
ambt Montfort. 

LXV. SCHEPENBANK ECHT. . 

A. Schepenbank als rechterlijk college. 

1662—1686, 1703-1720, 1720-1755, 1757—1796. Overdrachten. 
12 Reg. folio (Achter het register 1757— 1771 : testamenten 176^- 
1767 en alfab. indices van 1735—1771 en 1780-1706). 

1682—1691, 1709—1751, 1750—1796. Protocol van z^els en 
brieven. 6 Reg. folio (de registers 1776— 1780 en 1786 -1794 naet 
alfab. index. 

1515—1568, 1621—1626, 1633—1653, 1662-1666, 1668—1685, 
1688—1693, 1701—1708, 1720—1735, 1723—1796 (tot 1 Messidor 
an IV vervolgd door de ,Ju8tice de paix'') Gredingen 9 reg. folio. 

1689—1796. Arresten en protocollen. 1 Reg. folio. 

Dossiers met processen. In 9 portefeuilles. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1584 April 29. Stuk IV, pag. 126. 

1617 Januari 28 bevestigende den verkoop van eene jaarrente 
van 6 gulden en vijf stuiver aan Leonardus Bouten. 

1665 Januari 11. Verkoop en overdracht aan Catharina Peters, 
weduwe van Johan Spree Lt. Burgemeester en schepen van 



Digitized by 



Google 



515 

Roermond, eener jaarlijksche rente van 16 en 1 oort speciedaal- 
ders voor de som van 325 dier daalders. 
Orig. op perkament. 

B. Al8 dorpsbestuur, 

1630 — 1680. Verpachtingen van het Hazelaarsbroek door het 
dorpsbestuur. 1 Reg. folio. 

166.— 1666, 1667, 1670-1671. Schatcednlen- 5 Reg. folio. 

1698. Boenderboek. 1 Reg. fol. 

1582 Juni 17. Afgeloste schuldbrief der gemeente Echt, Perk. 

1674 Mei 21. 



LXVI. SCHEPENBANK BEESEL EN BELFELD. 

A. Schepenbank als rechterlijk college. 

1561—1743 en 1752-1796 (in 't laatste register, nl. van 1771— 
1796 verso: 1789 — 1794 momboirsrekeningen. — Dit register 
wellicht enkel van Beesel.) Overdrachten. 4 Reg. fol. 

1772-1793. Overdrachten, alleen van Belfeld(?} 1 Reg. fol. 

1548—1617, 1659-1674, 1676-1718, 1722-1755 (en 1761) 
1786 — 1794. Gedingen 10 Reg. fol. — Achter het register over 
1735—1755 en 1761: apostillen van 1777—1787 en ordonnantiën 
uit 173&— 1756, 1776—1780, 1781, 1785-1787 en in het register 
1786—1794 ook apostillen). 

Dossiers processen, In 1 port. 

Charters uitgegaan van de schepenbank. 
1486 September 1. Doos VI, n^. 94 G. A. Stuk III, pag. 292. 

B. Ah dorpAestuur, 
Bundels. In 11 portefeuilles. 



Digitized by 



Google 



516 

LXVII. SCHEPENBANK LINNE. 

Schepenbank als rechterlijk collegie, 

1791 — 1796 (verso: Legalisatie van het testament van J. K, 
F. baron de Neer 1772) Overdrachten. 1 Reg. fol. 

1772-1792. Gedingen. 1 Reg. foL- 

Schepenbrieven, op perk., uitgegaan van de 
schepenbank. 

1462 April 25. Stuk III, pag. 407. 

1559 December 26. (ten behoeve der familie de Coquiel) 

Stuk IV, pag. 115. 

1560 December 20. (ten behoeve de familie de (3oquiel) 

Stuk IV, pag. 116. 

1663 Juli 12. bevestigende een overdracht. 

1708 Juli 8. bevestigende eene renteconstitutie door den 
baron van Elshout ten behoeve van Dorothe Borsch. 



LX VIII. SCHEPENBANK MONTPORT. 

A. Schepenbank als rechterlijk college, 

1789-1796. Overdrachten (verso: 1686—1789 voogdij-akten). 
1 Reg. fol. 

1722—1751. Gedingen. 1 Reg. fol. 

Dossiers processen. In 1 port. 

Charter uitgegaan van de schepenbank. 
1600 Mei 11. Schepenbrief bevestigende geldopname. Perk. 

B. Als dorp^estuur. 
1694 November 20. Afgeloste schuldbrief. Perk. 



Digitized by 



Google 



517 

LXIX. SCHEPENBANK NIEUWSTAD. 

A. Schepenbank aü rechterlijk college. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1481 Mei 24, waarbij bevestigd wordt, dat Arnold Ploechs- 
kens schuldig is aan Pauwels Vurwers eene jaarlijksche pacht 
van 1 malder rogge. 

Orig. op perkament. 

1551 Februari 15. Bevestigende den verkoop eener jaarlijksche 
rente van IV2 ©» Vie „cruytsryksdaalders" aan Petrus Deckers 
van Maeseyck. 

Orig. op perkament. 

1666 Maart 6. Bevestigende eene renteconstutie ten laste 
van Mathys Beuckelaer, burger aldaar, en ten behoeve van Jan 
van Laer scholtis der stad. 

B. Als dorp^eatuur, 

1655 Mei 15. Schepenbrief, bevestigende den verkoop door de 
gemeente van een jaarrente. Afgeloste schuldbrief. Perk. 



LXX. SCHEPENBANK ST. ODILIENBERG. 
Schepenbank als rechterlijk collegie» 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 
1569 April 9. Perk. Stuk IV, pag. 118-119. 

1641 Augustus 5. „ „ IV, „ 282. 



LXXI. KLOOSTER VAN HET GRAF. 

(Paters Sepulchrienen). 

Charters. 

1473 Januari 21. Met transfix van 1473 December 16. (1) 

Stuk III, pag. 412—413. 



(1) Waarbij de in den hoofdbrief gestelde panden in het bezit des kloos- 
ters worden gesteld wegens niet-betaling op den vervaldag. 



Digitized by 



Google 



518 



1476 April 7. 


Stuk III, 


pag- 


285. 


1481 November 10. 


ï? 


III, 


J> 


289. 


1483 Maart 12. 


?J 


IV, 


ÏJ 


90. 


1488 October 3. 


V 


III, 


» 


418. 


1488 October 3. 


?J 


III. 


» 


294-295. 


1515 April 13. 


H 


III, 


»J 


299. 


1518 Mei 26. 


» 


IV, 


?> 


124. 


1681 Mei 26. 


ÏJ 


IV, 


" 


124. 



LXXII. SCHEPENBANK VLODROP-POSTERHOLT. 
A. Schepenbank als rechterlijk college. 

1748—1793. Overdrachten. 2 Reg. folio. (In het 2e reg. nl. over 
1780—1793, voorin: copie van 1778; verso: 1785— 1792 rekenin- 
gen van momboiren van onmondige kinderen). 

1769—1794. Gedingen. 1 Reg. folio. 

Schepenbrief uitgegaan van de schepenbank. 
1416 November 4. Schepenbrief. Perk. Stuk IV, pag. 84. 

B. Als dorptbestuur, 
1662— circa 1665. Schatcedule. 1 Reg. folio. 



LXXIII. LAATBANK VAN HET HUIS VLODROP. 

Laatbrieven, op perk. uitgegaan van de laatbank. 

1664 Januari 18. Laatbrief ten behoeve der famiUe BordeU. 

Stuk IV, pag. 410. 

1668 December 8. Laatbrief ten behoeve van Johan Graeven. 



Digitized by 



Google 



519 

LXXIV. LEENHOF DER HEERLIJKLEID 
ST. STEVENSWEERT. 

1687—1700. LeenverheflBngen. 1 Bundel in 1 port. 

1760. Denombrement van het„Jacob Lensenleen" behoorende 
onder Walborgh. 



LXXV. SCHEPENBANK ST. STEVENSWEERT. 
A. Schepenbank ah rechterlijk college. 

1502—1566, 1553—1561, 1583 (ook 1571)— 1606, 1620—1630 
(in fine : stamtafel der familiën Baets en Larabreohts), 1630 — 
1648 (de akten van 17 Maart -13 Juli 1647 ontbreken), 1643— 
1715, 1725—1796 (1). Overdrachten 17 Reg. fol. . 

1514—1553, 1574—1587, 1594—1605,1596-1598,1611—1630 
(week- en voogdgedingen), 1630-^1633 (daarachter verso; over- 
drachten 1715—1725), 1645—1668, 1675—1749, 1752—1795. Ge- 
dingen. 27 Reg. folio. 

1680—1795. Arrestenboek. Reg. folio. 

Dossiers van processen. In 30 portefeuilles 

Schepenbrieven, op perk. uitgegaan van de 
schepenbank. 

1549 April 30. Bevestigende geldopname. Stuk IV, pag. 110. 

1550 April. Getuigenverhoor omtrent een weg. 

1571 Februari 24, bevestigende den verkoop van erfpacht. 
1711 Januari 12, bevestigende geldopname. 

B. Als dorpsbesiuur, 
1649—1666. Politieke resolutiën. 1 Reg. fol. 
1658 Juni 28. Afgeloste schuldbrief. 
Bundels. In 4 portefeuilles. 



(1) Achter het register van 1659—1674 een acte van 1678. 



Digitized by 



Google 



520 
LXXVI. HEERLIJKHEID OBBICHT-PAPENHOVEN. 

Archief der heeren. 

1703—1706. Pachtboek met aanteekenitigen van betaling. 
Aangelegd volgens het oude pachtboek van 1658. 

1673 Juni 27. Reliefbrief van de heerlijkheid. Stuk IV, pag. 441. 



LXXVII. LAATHOF TE OBBICHT-PAPENHOVEN. 
1564. Cijnsregister der heeren. 



Pruissisch Gelderland. 
Schepenbanken, laathoven en kerkelQke instellingen. 

LXXVIII. LAATHOF TE BLERICK. 

1552. Cijnsregister van Christoüel van Wylack, heer tot Lot- 
tum, en Detderyck van Drijpt (te Blerick) kl. 4^. 



LXXIX. HEERLIJKHBIDSARCHIEF VAN BLITTERSWIJK. 

1604 Juni 16. Reliefbrief der heerlijkheid. Stuk IV, pag. 141. 

Op perkament. 

1648 Januari 28. Stuk IV, pag. 290. 

Op perkament. 

1756 Juni 30. Brief van relief door Willem V, stadhouder 
der Ver. Provinciën in zijn leenhof van Cuyk te Grave, ten 
behoeve van Frans Godart, baron van Lijnden. 
Op papier. 



LXXX. SCHEPENBANK GRÜBBENVORST. 

AU dorpsbestuur. 

1703 Maart 8. Algeloste schuldbrief. Op perk. 
Op perkament. 



Digitized by 



Google 



r 



621 

LXXXI. SCHEPENBANK HELDEN EN KES8EL. 

Schepenbank als rechterlijk collegie. 

Schepenbrieven, op perk., uitgegaan van de 
schepenbank. 

1448. Suntte Beloenden dach der heilijger joeffrouwen. Over- 
dracht van erfpacht. 

1449 Mei 25. Overdracht. Stuk IV, pag. 86-87. 

1454 Augustus 17. Overdracht van goed. 

1455 Maart 13. Overdracht van erfpacht. 

1457 Januari 13. Overdracht van erfpacht. 

1571 November 30. Overdracht van land. 

1589. October 1. Overdracht van goed. (Schepenbank van 
Kessel alleen.) 

1670 Augustus 3. Schulbekentenis; met transfix van de sche- 
penbank van Kessel alleen van 1690 Augustus 17. 



LXXXII. HEERLIJKHEID HORST. (1) 

Archief der heeren : 

1544. Maart 22. Huwelijkscontract tusschen Johan van Voerst, 
heer van Doirenweert en Maria van Wittenhorst, dochter van 
Johan van Wittenhorst en Josina van Weze. 
Orig. op perkament en afschrift op papier. 

1554 November 22. Johan Schoermans verkoopt aan de echte- 
lieden Johan van Wittenhorst en Josina van Weze een jaarrente 
van 40 Brabantsche guldens. 
Orig. op perkament. 

1556 Februari 23. De echtelieden Frederik Torck, heer te 
Hemert, en Maria van Wittenhost, bekennen van hunne ouders, 
Johan van Wittenhorst en Josina van Weze eene som van 3000 
Joachim-daalders ontvangen te hebben. 
Orig. op papier. 

(l) Zoover niets is aangegeven, is de beschrijving ontleend aan de jaarver- 
slagen van den heer Sivré over 1887. p. 78-79 en 1888 p. 130—131. 



Digitized by 



Google 



522 

1558 Augustus 31. Filips II, Koning van Spanje, geeft het 
drostambt Montfort in pandschap aan de echtelieden Johan van 
Wittenhorst en Margaretha van Brederode, voor eene som van 
1000 ponden Vlaamsch. 

(Gelijktijdig afschrift). 

1562 Maart 23. Vincent Voss van Zwartsenborgh, drost van 
Middelaar, en zijne echtgenoote Jacoba van Wittenhorst verklaren 
van hunne ouders Johan van Wittenhorst en Josina van Weze, 
eene som van 1000 daalders ontvangen te hebben. 
Origineel op papier. 

1565 April 9. Dirk van Wittenhorst, proost te Bist, domheer 
te Luik en te Utrecht, verklaart van zijn vader, Johan van 
Wittenhorst, 1000 Brabantsche guldens ontvangen te hebben. 

Orig. op perkament. 

1575 Mei 15. Huwelijkscontract tusschen Walraven van Wit- 
tenhorst, zoon van Johan van Wittenhorst en Margaretha van 
Brederode ter eenre, en Margaretha van Dom, dochter van Johan 
van Dorn, heer te Deurn en Brakel en Josina van Erp, ter 
andere zijde. 

Orig. en afschrift. 

1579 — 1628. Twintig brieven, geschreven door Walraven 
Willem van Wittenhorst, krijgsraad en overste van 1000 kuras- 
siers, aan zijn broeder, Johan, heer te Horst. 
Orig. 

1588 Januari 1. Akkoord tusschen Arnold van Bocholts 
en de schepenbank van Horst, waarbij deze laatste den eerste 
wederom in het bezit stelt van eene hoeve, die door den oorlog 
verwoest werd. 

1595 Augustus 18. Walraven van Wittenhorst beleent jonker 
Johan van Broekhuizen met het leen van „Coninxberch" onder 
Horst gelegen. 

1607 Mei 2. De aartshertogen Albert en Isabella verleenen 
octrooi aan Johan van Wittenhorst en zijne echtgenoote, Catha- 
rine van Bentinck, tot vrije beschikking over hunne goederen 
in Brabant en in het land van Overmaes. 
Orig. op perkament. Zegel verloren. 

1607 September 15. Orig. op perkament. Stuk IV, pag. 145. 



Digitized by 



Google 



523 

1610 October 31. De vermelde Aartshertogen verklaren, dat 
Walraven van Wittenhorst, heer te Horst en ambtman van het 
land van Kessel, die heerlijkheid en dat ambt aan zijn oudsten 
zoon, Johan van Wittenhorst heeft afgestaan. 
Gelijktijdig afschrift. 

1618 October 6. De veldmaarschalk Bernabo Campo getuigt, 
dat Walraven van Wittenhorst, kapitein eener compagnie Waalsche 
ruiters, bij de belegering en verovering van Vercelli, zoomede 
bij de schermutseling op de grens van AUessandro, zich als een 
dapper ridder heeft gedragen. 

Orig. Italiaansch. Gedagt. uit Milaan. 

1630 April 4. Origineel op perkament. Stuk III, pag. 128. 

1633 Februari 15. De Magistraat van Aken getuigt, dat Anna 
Voss van Zwartsenbourgh, weduwe van Walraven van Witten- 
horst, heer van Horst en Middelaar, en hare dochter Johanna 
Jacoba van Wittenhorst nog in leven zijn en te Aken wonen. 

Geauth. afschrift. 

1636 Juni 29. Johan van Wittenhorst, heer te Horst, staat 
die heerlijkheid bij gifte onder de levenden af aan zijn neef 
Jonker Hans Godard Frans Huyn van Geleen. 
Geauth. afschrüt. 

1644 October 6. Origineel op perkament. Stuk IV, pag. 285. 

1659. Stukken, betrekking hebbende op den verkoop der 
heerlijkheid Horst door Amold Wolfgang Huyn van Geleen aan 
Willem Vincent van Wittenhorst. 

1695. Verschillende stukken, betrefiende de bannale molens 
onder de heerlijkheid Horst. 

1707 Maart 27. Verklaring, waaruit blijkt, dat de heeren van 
Horst de bevoegdbeid bezaten, om de schepenen aldaar aan te 
stellen. 

1714 Augustus 4. Schuldbekentenis ten laste van het kerspel 
St. Odiliënberg ten behoeve van Bartholomeus van Wittenhorst, 
keizerlijk hofraad en postmeester van 't Overkwartier van Gel- 
derland en zijne echtgenoote Maria Anna van Mattencloot. 
Orig. op perkament. Zege^ verloren. 

(Uitvoerig en beredeneerd verslag van den toestand der gemeente 
Roermond, 1866, pag. 29, n". 48). 



Digitized by 



Google 



524 

1725. Stukken behoorende tot een proces tuBScÜen Fr. van 
Wittenhorst-Sonneveld en den baron van Pürstenberg over het 
bezit der heerlijkheid Horst. 

1730. Twee verzoekschriften door den gravin van Arberg en 
Frezin, vrouwe der heerlijkheid Horst, gericht aan den generaal- 
majoor baron von Röseler, gouverneur te Gelder, strekkende om 
de gewelddadige wervingen op haar gebied te doen ophouden. 

1738 Augustus 17. Gerechterlijke verklaring, waaruit blijkt, 
dat de gravin van Arberg en Prezin op 17 September 1736 bij 
testament over hare goederen beschikt heeft ten voordeele van 
Maria Alexandrina van Fürstenberg. 

1787 Juli 27. Testament van den Rijksvrijheer Clemenfl 
Lotharius van Fürstenberg, voorlaatsten heer van Horst. 



LXXXin. SCHEPENBANK HORST. 
A. Als rechterlijk collegie, 

1670—1737, 1761—1783. Overdrachten. 3 Reg. fol. (Inventaris 
Dessain en Sivré.) 

1609 Juni 20. Afschrift van de kanselarij-instructie, gegeven 
door de aartshertogen Albert en Isabella. 

1611 October 24. Verklaring a&egeven door jonker Johan 
van Broekhuizen, aangaande zijn bloedverwantschap met den 
kapitein jonker Arnold van Bocholtz. 

1613 September 16. Plakkaat aangaande de revisie van von- 
nissen. 



1629. Verschillende zeer belangrijke stukken in een crimineel 
proces, gevoerd voor de schepenbank van Horst en daarna over- 
gebracht voor het Hof van Gelder te Roermond. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1653. Overdracht van een erfcijns. Met transfix van 1618 
Maart 5, doch geschreven en onderteekend 1 Juli. 



Digitized by 



Google 



525 

B. Als darpsbestuttr. 

14» en 15^ Eeuw. Ben cartularium, bestaande uit 6 katernen 
papier, die blijkbaar op verscbillende tijden geschreven, later 
bij elkander gevoegd zijn geworden. Het bevat de privilegie- 
brieven, zoo door de hertogen van Gelderland als door de 
heeren van Horst aan het kerspel geschonken, alsmede eenige 
andere stukken uit de XIV® en XV* eeuw. 

1501 Januari 1. Hertog Karel van Gelre bevestigt de voor- 
rechten van Horst en schenkt aan de inwoners twee vrije jaar- 
markten. 

Na 1597. Staat van de oorlogskosten, die het kerspel Horst 
gedurende de jaren 1579 tot 1597 heeft moeton .opbrengen. 

1633 Januari 27. Schout en schepenen van Horst vermanen 
Mattheus Pauli, om de bepalingen van den fundatiebrief van 
Hendrik van Bergen in betrekking tot de school stipt na te 
leven. 

1678 Juni 17. Brief van pardon van koning Karel II van 
Spanje aan de inwoners van Horst en Sevenum, wegens het 
dooden van 4 ruiters, die knevelarijen bedreven hadden. 

Orig. perkament met het majesteitszegel van Karel II in rood was. 

1722 Januari 8. Verpachting van de collecte der schatpen- 
ningen in de heerlijkheid Horst voor een tijdvak van drie 
jaren. 

1727. Staat inhoudende de namen der hoofden van gezinnen te 
Horst en het bedrag door elk hunner in de schatting van het 
jaar 1727 bij te dragen. 

1735. Lqst van het bedrag der jaarwedden van schout, 
schepenen enz. te Horst. 

1735. Lijst van het bedrag der schade, toegebracht aan de 
inwoners der heerlijkheid Horst door den stormwind in Septem- 
ber 1735. 

1814. Staat inhoudende de schade veroorzaakt in de ge- 
meenten Sevenum -en Horst door het Fransche garnizoen te 
Venlo in de jaren 1813 en 1814. 



Digitized by 



Google 



526 

LXXXIV. KERKBESTUUR VAN HORST. 

1599 Februari 3. Brief van Johannee Croneberg, priester te 
Horst, aan Henricus Cuyckius, bisschop van Roermond, over 
de inkomsten der kerk te Horst. 

Eene beschrijving der parochiekerk te Horst met de inkom- 
sten daaraan verbonden in de XVI« en XVII® eenw. 

1655 September 23. Instelling van het zangkoor of broeder- 
schap van St. Cecilia in de kerk te Horst ; met verschillende 
daarop betrekking hebbende stukken. 

1788 Maart 15. Vonnis, gewezen door het Pruissische Hof 
van Gelder in zake van den kapelaan te Horst tegen den Rijks- 
graaf van Schaesberg, de abdij Dalheim en den pastoor van 
Blerik over de tienden onder de heerlijkheid Horst. Met ver- 
schillende andere stukken op die tienden betrekking hebbende. 

1791 Maart 21. Het Pruissische Hof van Gelder doet uit^ 
spraak in een geschil tusschen de abdij Dalheim ter eenre en 
de abdij Averbode met den pastoor van Blerik ter andere zijde, 
over de tienden onder Horst. 



LXXXV. LOTTÜM BARONNIE. 
(Archief der heeren). 

1686 November 5. Octrooi voor baron van Wylich, wegens 
geldopname op zijne leengoederen te Lottum en Grubbenooret 
Orig. op perkament. 



LXXXVI. SCHEPENBANK LOTTUM. 

Schepenbank ala dorpsbestuur, 

1749. Meetboek der gemeente, vernieuwd in 1749. Reg. folio. 
(Inventaris Dessain en Sivré). 



LXXXVII. KLOOSTER BETHLEHEM TE OOSTRUM 
DER REGULIERE KANONIKESSEN. 

1597 Januari 12. Perkament. Stuk IV, pag. 136. 

1657 Juli 9. „ Stuk IV, pag. 392. 



Digitized by 



Google 



527 



LXXXVIIL SCHEPENBANK SEVENÜM. 
Schepenbank als rechterlijk collegie. 

Schepenbrief uitgegaan van de schepenbank. 

16B0 October 3. Schepenbrief ten behoeve van Elisabeth van 
Hergraeff, weduwe van Hendrik Boener. Stuk IV, pag. 240, 241. 



LXXXIX. SCHEPENBANK VENRAY. 
Schepenbank als rechterlijk collegie. 

Schepenbrief uitgegaan van de schepenbank. 

1478 Februari 14. Schepenbrief, bevestigende de in erfpacht- 
geving van een deel van eene hoeve, te Venray gelegen. Perk. 

Hertogdom Gulick. 

Heerlijkheden en Schepenbanken. 

XC. SCHEPENBANK MELICK— HERKENBOSCH. 

Schepenbank als rechterlijk collegie, 

Schepenbrieven, op perk., uitgegaan van de 
schepenbank. 



1456 Juli 19. Ruil van een iaarpacht. 
1463 September 15. Met transfix vai 

1665 Mei 15. Vestiging van erfpacht op huizen en landerijen. 



1463 September 15. Met transfix van 1463 November 22. 

Stuk ni, pag. 408. 



XCI. TEGELEN, HEERLUKHEID HOLTMUELEN. 

1709 November 22. Octrooi verleend door het Souverein Hof 
van Gelder te Roermond aan Wyrich Wilhelm baron von Hundt, 
ten einde te mogen beschikken over zijne goederen leenroerig 
van het vorstendom Gelre. Op perkament. 



Digitized by 



Google 



528 

Graafschap Loon. 

Graafschap Home. 

XCII. LEENHOF TE HORNE. 

1505 — 1661, 1696—1794. Leenverheffingen van goederen onder 
Haelen, Home enz. 3 Beg. folio. 

15e — l^e ööuw. Index der leenverheffingen. 1 Reg. fol. 

1627—1661, 1652—1719, 1718—1794. Overdrachten. 6 Reg. folio. 

1718—1792. RoUe van de leenzaal. 2 Reg. folio. 

1770. 1 dossier proces (fragment?) 



XCITI. SCHEPENBANK HORNE ALS DORPSBKSTüUR. 
1770—1783. Schattingsboek. 2 Reg. folio. 



XCIV. SCHEPENBANK BEEGDEN. 
A. Schepenbank als rechterlijk collegie. 

1647—1795. Overdrachten. 4 Reg. folio. 

1596—1634, 1616—1624, 1G17— 1621, 1623—1631, (ook extra- 
ordinaire vergaderingen) 1632—1663, 1673—1793. Gedingen. 
Reg. folio. 

Eenige dossiers processen (fragmenten) in 2 portefeuilles. 

Schepenbrieven uitgegaan van de schepenbank. 

1590 Juni 30. Stuk IV, pag. 131. 

1591 October 6. Overdracht. 

1611 Maart 29. „ IV, „ 147. 

1656 October 3. Overdracht. 



Digitized by 



Google 



529 

B. Als dorpsbestuur. 
1702-1703. Schattingboek. Reg. folio. 



XCV. SCHEPENBANK NEER. 
Schepenbank ab rechterlijk college. 
1616 Juli 13. Vonnis. Stuk IH, pag. 104. 



XCVI. ABDIJ KEIZERSBOSCH TE NEER. 
Abdij van Norbertinessen. 
1662 Februari 18. Charter. Stuk IV, pag. 406. 



XCVn. KLOOSTER VAN ST. ELIZABETH (1). 
REGULIERE KANONIKEN VAN St. AÜGUSTINUS 

TE NUNEM. 

1600 September 12. Stuk II, pag. 256-257. 



XCVIII. TBIJË BIJKSHËËBLIJKHEID HEEL. 

(Vrijdorp van de kathedraal te Luik). 
Schepenbank Heel aU rechterlijk college. 

1688—1795. Overdrachten. 3 Reg. folio. 
1540—1589. Gedingen. 1 Reg. fol. 



XCIX. Yrye Bgksheerigkheid Poll-en-Panheel. 

Schepenbank Poll-en-Panheel als rechterlijk college, 

1680—1716, 1714-1743, 1765-1796. Overdrachten. 4 Reg. fol. 
DosBiers proceseen. In 1 portef. 



(1) Een gedeelte van dit archief bevindt zich in het algemeen Rijksarchief 
te Brussel. 

(1901) 34 



Digitized by 



Google 



530 

C. LAATHOF DE PAS TE PANHEEL. 
(Behoorende aan St. Servaaskapittel te Maastricht). 

1626— 1G80, 1684-1727, 1729—1741, 1791—1796. Overdrach- 
ten. 4 Reg. folio. 

1619—1720, 1734—1776. Gedingen. 2 Reg. folio (in het 2« reg. 
1741—1776 overdrachten). 

Vrye Ryksheeriykheid Thoriu 

Cl. ARCHIEF DER ABDIS (1). 

(Landsheerlij k Bestuur). 

1631 of 1632. Minute van een brief, namens Eleonora van 
Stauffen, dekanes van Thorn en postulant-abdis, geschreven a&n 
den Prins-bisschop van Luik, over de keuze van Walburgis van 
Leeuwenstein— Rochefort tot abdis dier abdij, en den slechten 
moreelen toestand des kapittels. 
Op papier. 

1774 April 15. Benoeming van Cunegonda van Saxen tot 
coadjutrice der abdis van Thorn, door paus Clemens XIV. Perk. 

1774 April 23. Bevestiging daarvan, door Paus Clemens XIV. 
Perk. 



CII. SCHEPENBANK GRATHEM. 
(AU rechterlijk college,) 
Eenige losse stukken. 



Spaansch Yalkenberg. 
Markiezaat Hoensbroeck. 

cm. LEENHOF VAN DEN MARKIES VAN HOENSBROECR 

1529 November 29. Leenbrief. Op perk. Stuk IV, pag. lOi 



{D Het overige van dit archief bevindt zich in het Al gemeene Rijks archief 
te Brussel. 



Digitized by 



Google 



631 

Staatsch's Hertogenrade. 
HeeriyUieid Gulpen. 

CIV. HOOFDBANK GULPEN. 

18« eeuw. Crimineel register (proceeeen, vonnissen en notitiën 
van gerechtelijken aard). Folio. 



Fransch Bestuur en Nederlandsch Bestuur tot 1830. 

CV. SOÜS-PREFECTÜRE 

van het arrondissement Roermond. 

1800 — 1812. Eenige losse stukken. In 1 portefeuille. 

1812. Rentebrieven van het opgeheven klooster der Domini- 
canessen te Roermond. Copieën (Sous-préfecture??) 

Rechtbank van len aanleg te Roermond of Kantongerecht te Venlo 
of te Roermond. Na 1797. 

An IV— 8 floréal an 12 (1795-1804 April 29). Register 
getiteld: „Bulletin des Lois de la République Fran^aise." 

Achterin : „Registre des bulletins des Lois de 1'Empire Fran- 
9ai8." 28 floréal an 12—1812 Augustus 7. Reg. fol. 



CVI. RECHTBANK VAN EERSTEN AANLEG 
TE ROERMOND. 

An VIII 1 prairial (1800 Mei 20)— 1816 Juni 4. „Registre du 
tribude 1'« instance séant è^Ruremondeservantè-recevoir la trans- 
cription des lettres et actes publics dont Penvoi ne lui est pas 
fait, mais dont seulement il lui est donné communication." 
Reg. fol. 

An VIII 2 fructidor (1800 Augustus 20) -1829 Februari 4. 
„Registre aux délibérations du tribunal civil de 1^ instance 
aéant & Ruremonde, commencé Ie 2 fructidor an 8, jour de la 
l'* séance de ce tribunal." Reg. fol. 

1808 Mei 18-1816 Juli 16. „Registre des pointes du tribunal 
de première instance de l'arrondissement de Ruremonde." Reg. fol. 



Digitized by 



Coogle 



532 

An IX 2 vendémiaire C1800 Septembre 24)— 1817 April 1. 
Register der ter roUe stelling. Reg. fol. 

An Vm 5 fructidor (1800 AugU8tus23)— 1818 April 29. Register 
der aan griflSe-regten onderworpen akten en der uitvaardingen 
ingevolge artikel 13 der wet van 21 ventóse jaar 7 (1799 Maart 
11). Reg. fol. 

An VI floréal 21 (1798 Mei 10)— 1806 Januari 7. „Correspondancc 
du Directeur du Jury" Reg. fol. 

An VII 26 thermidor (1799 Augustus 13)— 1806 Augustus 30. 
„Continuation du registre des visa du directeur du Jury de 
I'arrondissement de Ruremonde." Reg. fol. 

1809 November 23. „Etat ou inventaire des effets mobilieiB è 
l'usage du tribunal de première instance k Ruremonde, dép. de 
la Meuse-inférieure." 

Kamer van strafzaken. 

An XII 24 vendémiaire (1803 October 17)— 1806 Augustus 13. 
„Registre d'ordre." Reg. fol. 

Kantongerecht te Roermond. 

An ly 15 prairial— 30 fructidor (1796 Juni 3—1796 September 
16). „Liasse des minutes des aflFaires portées en justice de paix 
de oe canton Ruremonde". Fol. 



CVII. COMMISSARIS VAN HET ARRONDISSEMENT 
LIMBURG. 

Na 1817. „Considérations sur la Meuse sous les divers rapports 
de la situation actuelle du Ut et des bords de cette rivière, dans 
son cours par la province de Limbourg et notamment & travers 
Tarrondissement de Ruremonde, relativement k la navigation 
du fleuve, k la conservation des fonds riverains, aux travaux i 
entreprendre dans ce doublé objet, k la direction et exécutioD 
des ouvrages, aux moyens de subvenir k la dépense, au régime 
administratif et judiciaire, k Pexercice de la polioe et surveil- 
lance etc. rédigées peur satisfaire k la dépêche des nobles et 
tres honorables seigneurs les Etats députés de la province en 
date du 31 décembre 1819. Litt O par Ie commissaire del' arron- 
dissement de Ruremonde H. J. Michiels van Kessenich." 



Digitized by 



Google 



583 

Archiyalia niet thuis behoorende in het RQksarchief 
in Limburg. (1) 

Yoor het RQksarchief in Noordbrabant. 

CVin. SCHEPENBRIEVEN VAN CÜYK. 

1577 Nov. 14. Bevestiging van een overdracht. 

1608 Augustus 8. Bevestiging van een overdracht van een huis. 

1614. Zonder dagteekening. Bevestiging van een overdracht 
van eene ledige plaats. 



CIX. SCHEPENBRIEF VAN SAMBEEK. 

1505 November 29. Bevestiging van eene overdracht van 
een goed. 

1559 Mei 17. Testament van Heinrick van der Haeghe, 
priester en kapellaan te Sambeek, ten voordeele der huisarmen 
aldaar. Met schepenbrieven betreflFende goederen in dit testament 
vermeld van 1410 en 1453 (van Ufel); van 1468 met transfix 
van 1466 en 1513, 1532, 1537, (van Sambeek); 1477 en 1491 
(van Buegen) en 1479 een charter van Johan Willem Reynkens 
te Sambeek. Alle charters gemerkt. N^. 303. 

1538 Maart 30, Wijdingsbrief van Henricus van der Haghen, 
tot diaken door Comelis de Berges, bisschop van Luik, welke 
wijding door diens coadjutor, Gredeon van der Gracht, gedaan is. 

1597 April 6. Schrijven van de schepenen te ,Sambeek aan 
den rentmeester te Megen, met verzoek om voorschot om geld, 
ten einde eene executie van den Gouverneur te voorkomen. 

(Draagt hetzelfde N°. (303) als de stukken van het voorgaand N**, 



CX. 'S-HERTOGENBOSCH, GRAVE enz. 
Schepenbrieven van 's-Hertogenbosch. 
1592 Nov. 28 Afgeloste schuldbrief. 
1599 April 3. Bevestiging van den verkoop van een huis. 

(i) Deze zijn niet onderverdeeld, gelijk de Limburgsche, volgens de coUe- 
gièa en aiabteuaren maar grootendeels slechts topografisch. 



Digitized by 



Google 



534 

1561 Mei 24. Schuldbrief der stad 's-Hertogenboech. Vidimue 
op papier. 

1608 November 27. Bevestigende de overdracht van grond te 
Roesmalen (wellicht behoorend tot het archief der Jesuïeten). 

1612 Febr. 17. Bevestigende den verkoop van vaste goederen. 

1466 Februari 4. Schepenbrief van Grave, bevestigende 
eene rente-constitutie. 

1693 September 12. Schepenbrief van Eindhoven, beves- 
tigende eene overdracht van grond. 

1615 Augustus 26. St. Michielsgestel, bevestigende ver- 
koop van een rente. 

1680 Augustus 26. Schepenbrief van Tongelre, bevesti- 
gende verkoop van een huis. 



CXI. COLLEGE DER JESÜIETEN TE VHERTOGEN- 
BORCH, KLOOSTERS MARIENBORCH, ANNABORCH enz. (1) 

Charters. 

1462 Dec. 6. Klooster Mariënborg. St. III, p. 281. 

1489 Dec. 18. Stuk IV, p. 91. 

1493 Juli 18. Notarieele akte, waarbij overdracht aan het 
klooster St. Annaborch van het vruchtgebruik van een akker- 
land te Roesmalen gelegen. 

1526 Maart 6 ; 1535 Mei 22 ; 1596 Nov. 13. Schepenbrieven 
betreffende verkoop van een cijns op het huis „de Pauw" ge- 
vestigd. 

1555 April 24. Verklaring afgelegd voor schepenen van het 
dorp Roesmalen, dat het bier, het welk in 't convent van St. Anna- 
borch te Roesmalen gebrouwd en gedronken wordt, geene meer- 
dere waarde heeft dan een half oort St. Brab. de pot. 
Orig. perkament. Zegel verloren. 



(1) Een gedeelte, verreweg het grootste, dier archivalia, is reeds in 1885, 
met machtiging van Z^jne Excellentie den Minister van Binnenl. Zaken, uit- 
geleverd aan het Rijksarchief in N. Brabant. Zie jaarverslagen over 1886, 
onder N. Brabant, p. 29—31 en onder O verkwartier van Gelderland p. 60 en 
een inventaris, in de jaarverslagen over 1893 onder N. Brabant p. 133 N. 70. 



Digitized by 



Google 



535 

1558 Sept. 17. Schepenbrief van Roesmalen, waarbij Jan van 
Wijck aan het klooster St Annaborch toezegt eene jaarlijksche 
rente van 20 Carolus guldens, ten behoeve zijner dochter Geertruit, 
die in dat klooster den religieusen staat omhelsd heeft. 

1576 Febr. 7. Acte; waarbij Hendrik van Randenroy, generale 
overste der Boegarden te Antwerpen, verklaart, dat Maria van 
Hargen, bij testament aan Hendric Boot, Begaard te 's-Herto- 
genbosch, al hare meubilaire goederen en achterstallige renten 
vermaakt heeft. 

1625 Dec. 13. Schepenbrief van 's-Hertogenbosch bevestigende 
eene minnelijke schikking tusschen de gebroeders van der Meer, 
Jesuieten te 's-Hertogenbosch en hunne zusters. 

Op papier. 

1626 Jan. 26. Convent Annaborg. Schepenbrief van St. Michiels- 
Gestel, bevestigende den verkoop van een erfcijns van 10 gulden 
aan het klooster. 

1637 Julij 29. Schrijven van den Raad van Brabant aan den 
eersten deurwaarder, ten einde de Jesuieten te helpen in het 
innen der pachten in de meierij. 

1656 Febr. 13. Schepenbrief van 's-Hertogenbosch, bevestigende 
den verkoop van het huis in de Mortelstraat. 

Documenten op papier. 

1609 Juli 30. Conditiën van de heeren van het Kapittel, aan- 
gaande de scholen van de Jesuieten. 

1609 Juli 13. Machtiging aan eenige leden van den Baad en 
van de schepenbank en van de gezworenen, om met het kapittel 
hierover te onderhandelen. 
Notarieeie akte. 

1617 April 5. Goedkeuring door den bisschop van 's-Herto- 
genbosch, Nicolaas Zoesius, van een akkoord aangegaan over 
eene prebende in de kerk van St. Oedenrode, door bisschop 
Gijsbertus Masius, met toestemming van den Aartshertog Albert 
als leeken-patroon van kanonikaten en prebenden in die kerk, 
aan de Jesuieten afgestaan. 

Staat van de goederen en renten. 
1562, 1568, 1576. Akten van verkoop en overdracht van renten. 
Afschriften op papier. 



Digitized by 



Google 



536 

1610 Juli 27. Omslag 31. N». 38. Stuk IV, pag. 147. 

1615 Mei 21. Stichting van eene studiebeurs bij testament van 
Catharine, dochter van wijlen Dirks Heeren. 

1621. Verkoop van een huis te 's-Hertogenbosch, nabg het 
college der Jesuieten gelegen, genaamd „de Pauw", verder de 
huizen „de Kluit", „de Ketel" en „het Lam". 

1628 October 27. Copie der aanstelling van Walterus Clent 
tot rector van het college te 's-Hertogenbosch, door den Generaal 
Mutius Vitellesci. 

1629. Lijst der Jesuieten te 's-Hertogenbosch en andere stukken 
op dit college betrekking hebbend. 

Na 1629. Rekwest der Jesuieten aan den Gouverneur der Zuide- 
lijke Nederlanden over de uitvoering van het tractaat van overgaaf 
te hunnen opzichte. 

Stukken betreffende bijdragen door de stad 's-Hertogenbosch 
en de vier kwartieren der Meierij. 

Bijdragen voor de kerk der Jesuieten door de inwoners der stad. 

Voorwaarden tot het toelaten der Jesuieten te 's-Hertogenbosch. 

1650-1654. 

Declaratie van verdiend salaris van den advocaat Comelis 
Dedel in een proces van de Jesuieten te 's-Hertogenboach tegen 
hunne rentmeesters Jan Schoock en Jan Schuyl. 

Concept van een verzoek der Jesuieten om ondersteuning bq 
het opbouwen van hun college aan de hoofden, thesaurier- 
generaal en gecommitteerden der domeinen en financiën van 
hunne Hoogheden. 

Ontvangbewiis van rentebrieven toebehoord hebbende aan den 
overleden bisschop van 's-Hertogenbosch, Nicolaes Soes. 

Klooster Annaborch. Stukken over pachtgelden. 

1625 December 11. Contract door de ouders over de successie 
der twee broeders van der Meer. 

Stukken betreffend het huis in de Mortelstraat. 

Stukken betreffend cijnzen te Tilburg. 

Getuigenis van den Magistraat te 's-Hertogenbosch aangaande 
de Jesuieten aldaar. 



Digitized by 



Google 



537 

Memorie om ondersteuning aan den Magistraat te 's-Her- 
togenbosch. 

1612 Sept. 9. Missive van de Aartshertogen aan den Raad 
van Brabant, omtrent een rekwest der Jesuieten. 

Stnkken betreffende den verkoop van huizingen of kamers 
achter de Mandemakers te 's-Hertogenbosch door de Jesuieten. 

1690 Januari 26. Bevestiging en goedkeuring door den Gene- 
raal der Jesuieten van den verkoop der goederen en eigendommen 
van het klooster zijner orde te 's-Hertogenbosch, onder voor- 
waarde van den terugkoop voor denzelfden prijs. 



Archivalia van het Ryksarehief in Zuid-Holland 
(Algemeen Ryksarchief). 

CXII. HEERLIJKHEID HARDINXVELT. 

1589 en volgende. Register van inkomsten en uitgaven der 
heerlijkheid Hardinxvelt. Fol. 

1549. Blaffaert of rekenboek der inkomsten van de heerlijk- 
heid E[ardinxvelt (1). Reg. fol. 



Archivalia voor het BQksarchief in Gelderland. 

CXIII. HOF VAN GELDERLAND TE ARNHEM. 

1637 Juni 3. Brief van het Hof van Gelder te Arnhem aan 
de Staten, met verzoek een raad-ordinaris en raad-extraordinaris 
in het Zutphensch kwartier alsmede een momboir en substituut- 
momboir aan te stellen. 

18 
1640 Juni öö« Verzoek van C. Huygens aan het Hof van 

Gelder te Arnhem, om te ratificeeren eene benoeming tot vice- 
vicarifl te Zuylichem door hem gedaan in den persoon van den 
predikant aldaar. 



(1) Toebehoorend e aan de familie van Horn, die een proces voerde voor 
het Hof te Roermond ; wellicht hebben die registers als bewijzen in dit proces 
gediend. 



Digitized by 



Google 



538 



1640 Juli 29. Brief van het Hof van Gelder te Arnhem aan 
de Staten, met verzoek een rekenmeester in het kwartier van 
Nijmegen en een momboir te benoemen. 
Minuut. 



Archieven voor België. 

CXIV. ALDENEYCK. 

Stukken betreffende het altaar van St. Nicolaas en de kerk 
van Aldeneyck. 

Charter. 



CXV. ANTWERPEN. 

1533 Maart 23, Geldopname op den tol van Antwerpen door 
Karel V. 

1600 Juni 7. Antwerpen. Brief van Burgemeester, schepenen 
en raad, bevestigende de overdracht eener jaarlijksche rente van 
5 Carolus gulden, ten behoeve der dochter van Reynder Beex. 



CXVI. DIEST. 

1460 Juli 5. Volmacht door Arnoldus, Walterus en Henricus 
van den Boeme, bestuurders van het hospitaal, dat door wijlen 
Godefridus van den Boeme te Diest gesticht werd, aan hnnnen 
medebestuurder Henricus Swinnen, genaamd Coppijns, om alle 
zaken te verrichten, die tot gemeld hospitaal betrekking hebben. 

Orij^. perkament, Latijn, opgemaakt door den notaris Mathias Haoe 
van Diest, geteekend «Math. Hane» en voorzien van zijn notarieel 
merk. 



CXVII. DOORNIK. 
1525 Juli. Schepenbrief Doornik. Erfkoop. 



Digitized by 



Google 



539 



CXVIII. HÜERN. (BELGIË?) 

1610 Juli 15. Overdracht der heerlijkheid Huern ten behoeve 
van jonker Dionys van Hinnisdael. 



CXIX. MAESEYCK. 



1551 Maart 3. 
1570 April 23. 

1570. 

1574 Maart 30. 



CXX. NAMEN. 



1663 Maart 15. Minnelijke schikking in zake geschil tusschen 
de Staten der provincie Namen ter eenre en den vicomte d'Eeclaye 
en baron de Moitrey ter andere zijde, over misbruiken van trak- 
tementen, emolumenten en andere vergoedingen van leden dier 
Staten. 



CXXI. NIEUSTADT EN GEERDINGEN. 

18* eeuw. „R^^^^^ cl^r keuren ende leenstocken, die gecom- 
poneert worden gehoorende tot de heerligheden Nieustadt en 
Geerdingen". 



CXXII. OPHOVEN— GEYSTINGBN. 

Schepenbank als rechterlijk college. 

1618—1621. Extracten uit het rolleboeck. 1 Reg. folio. 

1656. Voogdgedingen boeck. Extracten. 1 Reg. folio. (Invent. 
Deseain-Sivré). 



cxxiii. st. truiden. 

16*® eeuw. Inkomsten-register van een klooster te St. Truiden, 



Digitized by 



Google 



540 
CXXIV. 



1543. jXettre signée par Pierre Emeste Comte de Mansfelt 
datée de Bruxelles Ie 8 October 1543". Stuk IV, pag. 107. 



CXXV. LANDVOOGDEN DER ZUIDELIJKE 
NEDERLANDEN (?) 

1606 Februari 9. Omslag G. A. 31, no. 25. Brief van Ranucio 
Farnese aan aartshertog Aloert, gouverneur der Spaansche Neder- 
landen. Geschreven uit Parma. Stuk IV, pag. 143. 

1608 Augustus 10. Omslag 31, n^. 26. Brief van Ranucio 
Farnese aan den cavaliere Alberto Strulli te Brussel. Geschreven 
uit Parma. Stuk IV, pag. 146. 



Archieven voor Pruissen. 

(Staatsarchieven te Dusseldorf en Munster). 

CXXVL ALDENKERKEN. 

1683 April 29, Schepenbrief, bevestigend den verkoop van het 
huis Tits. 



CXXVIL BONN. 
1606 September 20. 



CXXVIII. CALCAR. 

Schepenbrieven, 

1427 Augustus 3. Met transfixen van 1428 Januari 27 
1463 November 10. 

1456 November 1. 

1470 October 18. Met transfix van 1482 Januari 29. 

1477 November 26. 

1477 November 28. 

1485 Februari 20. 



Digitized by 



Google 



541 



1491 April 28. 
1513 Februari 18. 

1517 Juli 30. 

1518 Juli 17. 
1523 Maart 6. 
1530 Maart 2. 
1536 October 30. 
1544 December 15. 



CXXIX. LAATHOP VAN CAPELLE. 
16® en 17e eeuwen. Register van overdrachten. 4<>. 



CXXX. CAPELLE (KERK). 
1444 Juli 22. Schepenbrief. 



CXXXI. COESFELDT in 't Munstersche. 
1741 Mei 24. Doopbewgs. 



CXXXII. DILCKRAED (kerk). 
1580 Maart 18. Schepenbrief. Stuk IV, pag. 122. 



CXXXIII. DUYFFELWARDT, ECKEN en BYMMEN. 
1556 Februari 9. Schepenbrief. 



CXXXIV. ELMPT. 
1581 November 29. Schepenbrief betr. de heerlijkheid. 
1669 Mei 22 Betr. de gemeente. Stuk IV, pag. 433. 



Digitized by 



Google 



542 

CXXXV. EMMERIK. 

Schepenbrieven. 

1563 Maart 19. Met transfixen van 1563 Maart 19 en 1566 
April 19. 

1593 April 27. 



CXXXVI. VOOGDIJ VAN GELDERN. 
1568 Juni 24. Twee schepenbrieven. 



CXXXVII. GELDERN. 

1566 Juni 20 Schepenbrief. 

1528 Juni 9. Stuk IV, pag. 104. 

1572 Juli 17. Tractaat van overgave der stad Gteldem aan 
den Prins van Oranje, Willem I. Met handteekening en zegel 
van den Prins. 



CXXXVm. HEERINGEN. 

Schepenbrieven, 
1579 Juli 1. Stuk IV, pag. 122. 

1582 December 5. 
1594 Juni 4. Stuk IV, pag. 134. 



CXXXIX. KEPPEL. 
Schepenbrieven, 
1561 Maart 21. 
1566 Mei 24. 



Digitized by 



Google 



543 

CXL. KEULEN. 
Karmelieten. 

1627 Maart 23. Schepenbrief. Stuk IV, pag. 236. 

1645. Brief van den overste der Carmelieten aan een ander 
klooster in het Keulsch diocees. 
Met zegel. 



CXLI. NEDERMORMPTER. 
1593 Mei 11. Schepenbrief. 



CXLII. HEERLIJKHEID VAN DEN BEVERSCHE TE 
NIEÜWERSTRATEN. 

1615 Juni 15. Volmacht, om voor schepenen van Erkelenz 
eene deeling te doen. 



CXLIII. HEERLIJKHEID STRAELEN, 

1676 Maart 12. Verkoop der heerlijkheid Straelen door Karel 
II, Koning van Spanje. 



CXLIV. UDEM. 
Schepenbrieven. 

1513 Juni 2. 

1576 September 6. Met twee transfixen van 1596 Januari 5 
en een transfix van 1598 Juli 16. 



CXLV. XANTEN. 
1588. September 1. Schepenbrief. 



Digitized by 



Google — 



544 

CXLVI. LAATHOP VAN IJSHEM (Issum bij Gelder). 
1444 Januari 7 en 1454 December 9. Copie. Schepenbrief, 



CXLVII. WACHTBNDONCK. 
1630 Januari 23. Schepenbrief. Stuk IV, pag. 240. 



CXLVIII. WALBEECK. 
1702 November 8. Bevestiging van eene stichting. 



CXLIX. WASSENBERG. 
1346. Schepenbrief. 



CL. HUIS NESSELRODT TE WEGBERG. 
1658. Ontvangstregister van het huis Nesselrodt te W^berg. 



YARIA, onzeker van welk archief afkomstig. 

1231, 1232, 1234, 1498. Roermondsch Archief. Omslag G. A. 
26 No. 42a, 6, c en d. Tienden te Blerik van de abdü St Marie 
te Dalheim bij Wassenberg. Stuk II, pg. 391 en 393. 

1685 December 17. Accoord omtrent den doodslag, gepiep 
op Pierre van 's Hertogenraedt door Jean Gilles d' Albada te 
Susteren. 

1795 Juni 26. Getuigenverhoor te Eltbill (?) aan den Rijn 
over het testament van den oversten luitenant van Tröstenberg, 
overleden te Roermond 29 Juni 1794, zijnde het getuigenis van 
den Franciscaner Pater Mathias Frencken, regimentsaalmoezenier, 
die hem in zijn uiterste had bijgestaan. 



Digitized by 



Google 



545 

PARTICULARIA. 

(Voor zoover het tegendeel niet vermeld is, zijn de 
stukken op perkament.) 

Familie AËBEN. 

1432 Juli 6. Brief van leenmannen van Gulick, bevestigende 
de schuldbekentenis van 20 Arnhemsche gulden door Johannes 
Brawer en Metta zijne huisvrouw aan Johanne Aeben. 

Transfix van een brief dier leenmannen van 1424 Juni 24. 

FamiUe VAN AFFERDËN. 

1607 September 17. Benoeming door Franciscus van Aefferden 
presbyter etc. te Brugge, van Antonius van Aeöerden, priester 
in het bisdom van Roermond tot kapellaan te Brugge (Rijn- 
Pmissen) van de kapelanie, waarvan Didacus Franciscus van 
Aefferden afstand gedaan heeft. 

FamiUe VAN BAECXEN. 

1628 April 3. Schepenbrief van Asselt en Swalmen. 

Stuk III, pag. 123. 

FamiUe BAKEN. 

1328 Augustus 15. „ IV, „ 82-83. 

Familie BALDERICH. 

1465 November 29. Schuldbekentenis van Johan van Aren- 
daill, heer te Well, Herman van Bronckhorst, Dirk van Bronck- 
^orst, Sander van den Eger en Johanna Speeden, Vrouwe te 
Mierlo van 500 Rijnsche guldens aan Zweder Balderich. 

Orig. zegels verloren. 

Transfix van 1510 November 8, waarbij Heynrich Balderich, Sweders 
zaliger zoon, het kapitaal, in den hoofdbrief vermeld, overdraagt aan 
zijn dochter, bij haar huwelijk met Wijlhem van der Ympel. 

Familie VAN BEMMEL. 

1674 Juli 11. Aanstelling door de Staten-Generaal van Adriaan 
van Bemmel, tot kapitein; met goedkeuring door den Prins van 
Oranje en de Gecommiteerde Raden van Holland en West-Fries- 
land van 8 November daarop. 

(1901) 35 



Digitized by 



Google 



546 
Familie BITOT. 

1683 Januari 2. Schepenbrief van Roermond, bevestigend de 
schuldbekentenis van Anna Clara van Zoutelandt, weduwe van 
Franyois Bitot aan de Penitenten te Roermond. Afgelegd 1695 
Juli 9. 

Familie BIERENS. 

1683 Februari 15. Approbatie door koning Karel II vm 
Spanje, in zijn Hof te Roermond, van den verkoop van een huis 
en landerijen te Swalmen, op verzoek van den Raad en Reken- 
meester Bierens, verkocht door den Landtentmeester des Over- 
kwartiers. 

Familie BOSMAN. 

1695 Maart 4. Machtiging verleend door Koning Karel II 
van Spanje, in zijn Hof te Roerm., aan Anna Cath. Carpentier, 
weduwe van Bosman, schepen te Roermond, tot aanvaarding 
van eene erfenis onder beneficie van inventaris. 

Familie BOUGEL. 

1496 Juli 11. Participatiebrief in de verdiensten der Krui?- 
heeren voor Godefridus Bougel, door Gherbrandis de Sneckia. 

Familie VAN BREMPT en VAN DEN BIJLANDT, 

heer te Reyth en Brempt. 

1433 April 4. Stuk H, pag. 81 

1461 Juli 7. Brief van relief van stadhouder der leenen van 
Heihsberg ten behoeve van Hendrik van Brempt, als momber 
der kinderen van zijnen overledenen broeder Johan, wegens het 
goed genaamd „Schaiffdeile", gelegen tusschen Brempt en Cruch- 
ten. Stuk I, pag 270. 

Orig. Zegels verloren. 

1561 September 8. Stuk IV, pag. 116l 

1562 Februari 18. „ I, „ 123. 

Familie VAN BRONCKHORST en BATENBURG. 

1560 September 13. Stuk IV, pag. 115. 



Digitized by 



Google 



647 

FamiUe CLAE8SËNS. 

1678 Juni 20. Vergunning van Kiirel II, Koning van Spanje, 
in zijn Hof van Gelder te Roermond, aan Paulus Henri Glaes- 
eens, raadslid en zijne echtgenoote Clara van Langendonck, om 
de kooppenningen van een huis, door hem aangekocht „ad opus 
jus habentis", ter griffie te deponeeren. 
Orig. Zegel verloren. 

Familie CLOITT. 

1712 Oetober 20. Schepenbrief van Linne. 

Als transfix een schepenbrief van Roermond van 1713, bevestigende 
eene geldopname. 

Familie COPPEN. 

1532. Schepenbrief van Heringen, bevestigende eene overdracht. 

Familie CREYARTS- 

1688 Mei 7. In bezitstelling door Karel II, in zijn Hof van 
Gelder te Roermond, ten behoeve van Elisabeth Creyarts, weduwe 
van Arnold van den Bergh en hare beide zonen, van rente 
eener hoofdsom van 1800 pattacons of 1440 dukaten, gevestigd 
op het huis en de goederen van Baarlo, welk kapitaal zij van 
de erfgenamen van den Bergh te Goor gekocht hebben. 
Orig. Zegel verloren. 

FILIPS GRAAF VAN CROY en VAN ROEÜLX, 

heer van Milendonk. 

1648 November 22. Stuk IV, pag. 293. 

FamiUe DIESTER. 

1659 November 28. Stuk ly, pag. 401. 

Familie DORSCH te Roermond. 

1667 April 17. Schepenbrief van Beesel, bevestigende den ver 
koop van goederen door de familie van Haeften aan de familie 
Dorsch. 

1657 December 3. Schepenbrief van Beesel, bevestigende den 
verkoop van tienden door de familie van Baexeu) aan de familie 
Dorsch. 



Digitized by 



Google 



548 

Familie VAN EGEREN. 

1658 December 9. Stuk IV, pag. 397. 

1701 Afaart 21. Octrooi van Philips, Koning van Spanje, in 
zijn Hof van Gelder te Roermond, aan Charlotte van Schimmel- 
penninck van der Oeye en aan Hendrik van Ronwenoord, tot 
net verkoopen van een derde gedeelte hun toebehoorende in het 
riddergoed en huis Vlasraad ten behoeve van den ritmeester van 
Egeren. 

Orig. Zegel verloren. 

Familie FFÜLLINX TAN HOLTMOLEN. 

1478 Maart 12. Vrijwaring wegens overdracht van een tiende 
te Sevenum, leenroerig aan het huis van Broeckhuysen, door 
Derick PoUart, kanonik van O. L. Vrouw te Aken. 

Familie HAEFSAOHER. 

1669 Juli 31. Vergunning gegeven door Karel Dittrich Otto, 
vorst van Salm, vrijheer te Anholt, aan Eberhardt Adriaen 
Haefsacher, betreflFende goederen van hem als laat gehouden. 
Met zegel. 

Familie HAELAERT VAN HAULTHAUSEN. 

1680 Febr. 9. Machtiging om te disponeeren over het huis 
en goederen „die Horst", ten behoeve van Arnoldt Haelaert van 
Haulthausen. 

Familie DE HAENE. 

1517 Februari 2. Stuk IV, p. 98-99. 

Familie HELER. 

1535 November 17. Huwelij kscontract voor notaris Petrus 
Heler tusschen Hendrik van Heler zoon en Aleit Jacob toe 
Bremijsz ('?) dochter. 
Papier. 

Familie TAN DER HEYDEN. 

1693 Oct. 2. In bezitstelling door keizer Karel II, in zijn Leen- 
hof te Roermond, van de erfgenamen van wijlen Eveiird van 
der Heyden, in leven rentmeester der domeinen van Kessel en 
Kriekenbeek, van eene hoofdsom van 7000 pattacons. 

Orig. get. D. Daniels met het groot zegel van Koning Karel II in 
rood was. 



Digitized by 



Google 



549 

Familie TAN UEMSELRODE. 

1706 December 31. Vrijgeleide voor van Hemselrode, raadsheer 
ie Roermond, en zijne familie. 
Papier. 

Catalogus der boeken van den cancellier van het Hof van 
Grelder te Roermond, van Hemselrode. 
Op papier. 

Familie HERGRAEFF. 

1623 Juni 8. Stuk III, pag. 119. 

1628 September 18. Benoeming tot lid van het Hof. 

Stuk IV, p. 238-^239. 

1630 October 3. Schepenbrief van Sevenum. Overdracht. 

Stuk IV, pag. 240—241. 

Zie Schepenbank Sevenum. 

Familie TAN HOEN. 

1650 April 4. Stuk IV, pag. 294. 

Familie VAN DEN HOEN. 

1495 Mei 15. Stuk III, pag. 422. 

Familie VAN HOENSLAER. 

1454 Januari 3. Stuk IV, pag. 87. 

Familie INGENHOFF. 

1604 April 10. Brief van pardon voor Johan Ingenhoflf. 

Stuk IV, pag. 141. 

Familie JANSSEN. 

1603 Februari 8. Ordonnantie van den Raad van Brabant in 
^n geschil tusschert Aerdt Janssen en Barbara van Bragen. 

Familie KAMPP. 

(huis „De Munt" te Tegelen.) 

1793. Beleening door Keizer Frans, in zijn hof van Gelder te 
[loerraond, met het leengoed „De Swaen", gespleten uit het huis 
,De Munt" te Tegelen, ten behoeve van Aloysius Kampp. 



Digitized by 



Google 



550 

Familie KEEKËN. 

1361 Mei 3. Stuk III, pag. 238. 

Famiüe TAN KEBKHOYEN. 

16e eeuw. Register van goederen en renten van Hieronymus 
van Kerkhoven. #. papier. 

Familie VAN EÖLEEN. 

1764 September 11. Investituur door Friedrich, koning van 
Pruissen, voor Frantz A. de Kölcken met het leen „Angen 
Sevenhuysen", in 't gerecht Kaldenkirchen in het hertogdom Gelre 
(in Pruissisch Gelder). 

1787 Januari 18. Investituur door Friedrich Wilhelm, koning 
van Pruissen, voor Frantz Anton van Kölcken met hetzelfde 
leen (hier genoemd „Reinhard von Brempt leen", gelegen 
an{;en Seevenhuyzen, leenroérig van het vorstendom Meurs.) 

Familie TAN LOEN. 

1554 September 29. Huwelijkscontract tusschen Peter van 
Loenszoon van Hoeckelum en Anna Jacop Jan die Groetx 
soens dochter in Wellerloey. 

Familie VAN MIRLAER te Millendonck. 

1493 October 22. (Afgeloste Rentebriet). Stuk III, pag. 421. 
1547 December 5. Stuk IV, pag. 108. 

Familie NAY DE ROUWE. 

1603 Mei 16. Schrijven der Aartshertogen, beschikkende op 
het verzoek van Nay de Rouwe, gewezen controleur der liceuten 
te Grave, om, na de inname van Grave in 1602, in eene andere 
betrekking te worden geplaatst enz. ; het schrijven kent aan 
voornoemden Nav de Rouwe pensioen toe, te betalen, half door 
den coUecteur der licenten te Venlo en half door den Land- 
rentmeester van het Spaansch Overkwartier van Gtelder. 

Familie VAN ODERADE. 

1376 Maart 12. (wellicht Kapittel van Roermond). 

Stuk III, pag. 242. 



Digitized by 



Google 



551 

Familie VAN PALLAND. 

1561 Juni 9. Stuk I, pag. 123. 

Fainiliën POLLART en ROEMER. 

1627 Januari 16. Huwelij kacontract tusschen Frans PoUart en 
Maria Roemer. 

Origineel. Papier. 

1627 Januari 16. Huwelij ksoontract tusschen Jan Roemer en 
Lucia van Stalbergen. 

Origineel. Papier. 

17® en 18« Eeuw. Ontvangsten en uitgaven. 
Papier. 

Familie PUYTLINCK (te Roermond en Maeseyck)- 

1598 November 4. Schepenbrief van Echt. Stuk II, p. 122. 
1593 November 9. Stuk II, p. 405. 

Familie ROOST VAN ENSËBROICK. 

1628 Januari 13. Schepenbrief van Munsterbilsen. 

Stuk IV, p. 237. 

Familie RÜYTER, 

1624 November 14. Schepenbrief van Roermond. 

Stuk IV, pag. 232. 

Familie VAN SAVELANDT. 

1586 November 24. Gratie verleening door Koning Filips, in 
djn Raad van Gelder te Roermond, aan Johan van Savelandt, 
«regens eenen in 1584 te Roermond beganen manslag op Johan 
Ruyss. Doos 3, n^. 10. 

Familie SCHENK te Venlo. 

1510 December 20. Schepenbrief van Keringen bevestigend 
seae overdracht ten voord eele van Gerard Schenck te Venlo. 



Digitized by 



Google — 



552 

Familie 8ICERAM. 

1662 November 3. Stuk IV, pag. 308. 

1663 December 20. Stuk IV, pag. 325. 

Familie 8YBEN. 

Correspondentie van den oud-pensionaria en secretaris der 
Staten van het Oostenrijksch O verkwartier J. B. Syben, met de 
Fransche Regeering over vele zaken, die Staten en het oud- 
regiem van Oostenrijksch Gelder betreffende (Aftntt<«n der brieven 
door J. B. Syben geschreven en origineelen der brieven van de 
Fransche beambten aan Syben). 

BORDELS en SIMON DE VLODROP. 

Bezitters van het adellijk huis Vlodrop. 

BORDELS. 

1639 September 10. Stuk IV, pag. 279. 



1655 September 18. „ IV, 


„ 387. 


1670 September 29. „ IV, 


„ 435. 


1671 Dec. 19. (Adellijk huis Vlodrop). „ IV, 


„ 438-439. 


1673 Aug. 3. „ „ '„ „ IV, 


„ 438-439. 



SIMON DE VLODROP. 

1638 Juni 28. Stuk IV, pag. 275. 

1643 Maart 30. Machtiging van Maximilianus Villani van 
Gend, bisschop van Doornik, voor Philippus Simon, clericus van 
het diocees Doornik, om uit handen van den Aartsbisschop 
van Keulen de kleine Ordens en het H. Subdiaconaat te mogen 
ontvangen. 

1643 April 3. Stuk IV, pag. 284. 

1657 October 16. „ IV, ,. 393. 

1673 September 25. „ IV, „ 442. 



Digitized by 



Google 



553 

1687 Juni 10. Benoeming door Karel II, koning van Spanje, 
van Joeeph Ignatius Simon, gewezen raad en ordinaris reken- 
meester in de vroegere rekenkamer te Roermond, als zoodanig 
in de rekenkamer van Brabant, zoodra Frederik Beijens, die thans 
die betrekking bekleedt, bevorderd of overleden zal zijn. 

Orig. Fransch met het majesteitszegel in rood was. Doos XIII, No. 10. 

1695 Januari 3. Benoeming door denzelfde van Karel, den 7<*®" 
zoon van voornoemden J. I. Simon, tot de eerst openvallende 
betrekking van raad en rekenmeester in de rekenkamer van 
Brabant. 

1724 Augustus 24. Benoeming door Keizer Karel VI van 
Jacques Hyacint Simon tot deken van de Kathedraal te Roer- 
mond; met verklaring door den Bisschop van inbezitname. 

1754 September 4. Wapenverklaring door A. F. J. Jaerens, 
1«" wapenheraut van de Zuidelijke Nederlanden, ten behoeve van 
J. I. Simon de Vlodrop. 

Familie 8TEPRAEDT. 

1679 December 7. Octrooi van Karel II, in zijn Hof van 
Gelder te Roermond, aan Godetroid Johan van Stepraedt ter 
Donck, om zijn adellijk huis, genaamd „ter Donck" te mogen 
verkoopen, teneinde uit de opbrengst zijne schuldeischers te 
voldoen. 

Orig. zegel verloren. 

Familie TAKOEN. 

1741 November 12. Benoeming van A. H. Takoen, cancellier 
van Oostenrijksch Gelderland, door den graaf van Aspremont- 
Reckheim, tot zijn raadsman. 
Met zegel op gedrukt. 

1767 Maart 1. Benoeming van denzelfde door Anna Charlotta 
van Lotharingen, abdis van Remiremont en coadjutrix der 
abdijen van Thorn en Essen, tot geheim raadsheer. 
Zegel en handteekening. 

Familie TES8ERS. 

1533 November 29. Huwelijksche voorwaarden tusschen Zeger 
Tessers en Eisen Zeverijns. Stuk II, pag. 93. 

Orig. zegels verloren. 



Digitized by 



Google 



554 

Familie VAN TYLL. 

1486 November 11. Huwelijksche voorwaarden tnsschen Wil- 
lem van Tyll, Lambertszoon en Rorich van Merwick, opgemaakt 
door Johan van Doedinckhuesen, priester, en Johan van den 
Steynhues, ter eenre en Hendrik Bnsscbopijnck, Bernt van Dun- 
gelen en Frederik Fircksen, ter andere zijde. 

Orig. waaraan nog hangen de zegels der twee laatste personen ia 
groen was. 

Familie VAN DER VICHTE. 

1740 November 28. Benoeming van Frans van der Vichte 
tot „proto-medicus" te Venlo, door de Staten-Generaal, als hertog 
van Staatseh Gelderland, in hun Hof te Venlo. 

Familipn VLODROP en VAN BINSVELD, 

(erfvoogden van Roermond). 

1359 Mei 5. Schepenbrief van Roermond. Stuk IV, pag. 83. 

1382 Juni 23. „ Hl, „ 24-5. 

1592 April 3ü. Constitutie van een kapitaal, groot fl. 500, ten 
behoeve van den pupil van en te Binsveld, door Daem van 
Harflf heer van Drimborn enz. 

Familie DE WARODE DE WAGNY. 

1620 Juli 11. Schepenbrief van Magny-les-Jussez, bevestigende 
in naam van degemeente,eene renteconstitutie op deze gemeente, 
ten behoeve van Nicolaas Jacquinot en van Fran^oise Henryon, 
weduwe van dokter Boulot. Notarieel afschrift van Augustus 20 
voor de weduwe Berlotte. Het stuk heeft gediend in een proces 
voor het Hof van Gelder tusschen Charles de Warode, heer van 
Magny en zijn vader, den baron de Magny. 

Familie VAN WESSEM. 

1645 Juni 1. Met transfix van 1711 Januari 15. Schepenbrieven 
van Beesel. Stuk IV, pag. 286. 

Familie VAN WYCHEN. 

1553 Augustus 29. Huwelij kscontract tusschen Dirk van 
Wyehen en Catharina Berck. Stuk IV, pag. 11^ 

Orig. Zogels verloren. 



Digitized by 



Google 



IV, , 


. 94—95 


II, 


„ 90. 


II, 


, 94. 


IV, 


„ 111. 


IV, 


„ 117. 



555 

Familie WIJÈNU0R8T, 

en 'aanverwante familiën. 

1431 Maart 30. Schepenbrief van Capelle (Rijn-Pruiesen). 

Stuk IV, pag. 84—85. 
1506 Juli 31. id. id. '" ~ " 

1506 Juli 31. 

1551 Februari 6. 

1552 September 9. 
1562 November 21. 
1687 October 20. In bezitstelling door Karel II, koning van 

Spanje, in zijn Hof van Gelder te Roermond, voor Dominicus 
Glandt tot Verduynen, heer de la Motte, van het adellijk huis 
en goederen, genaamd „de Geysbergh", gelegen te Capelle, (Rijn- 
Pruissen), zoo alsook van den bouwhof, genaamd ,,die Voort", 
welke goederen hij van 'de weduwe en erfgenamen van Hendrik 
Gornelis van Wijenhorst heeft aangekocht. 
Orig., zegel verloren. 

Familie ZOUTELAND. 

1689 Mei 24. Approbatie van den verkoop van het huis van 
burgemeester Gerara van Zouteland te Roermond, ten behoeve 
der erfgenamen van Gerard Fabricius, door Karel II van Spanje, 
in zijn Hof van Gelder. 



B. ZEGELSTEMPELS. 

Boor 9chenking: 
Van den heer Th. Dorren te Valkenberg: 

1. Zegelstempel van H. Dorren-Mesters te Valkenberg, voor- 
stellende drie molenijzers 2—1, waaronder, op elk der punten 
van een drietand, eene vijfpuntige ster. Koper en ovaal van vorm. 

2. Zegel van het kantongerecht te Valkenberg tijdens het 
Pransch bestuur, voorstellende de weegschaal, waartusschen een 
oog en er onder een palmtak; randschrift: Juge de paix du 
canton de Fauquemont. Dep. de la Mense. Inf. Rép. Prangaise. 

Van den heer N. Gilissen-Lemaire alhier, die als dankbetui- 
ging daarvoor van Hare Majesteit de medaille in zilver ontving, 
ingesteld voor hen, die zich verdienstelijk maken jegens 's Rijks 
musea en andere verzamelingen: 



Digitized by 



Google — 



566 

1. Ben gothieke zegelatempel van Bernardus Rolandi Rubei, 
voorstellende een schild met leeuw ; omschrift : + S. Bernardi. 
Rolandi . Rubei. 

2. Zegelstempel der schepenbank van Mehr en Bettenfeld^in 
de Rhijnprovincie, voorstellende St. Jan met een lam ; omschrift: